Een soort ziekte
Een soort ziekte
\"Ik geloof
dat de liefde voor de mede-mens
een passie is,
- een soort ziekte,
waarvan men gelukkig niet geneest.\"
Steven de Batselier
Een soort ziekteEen soort ziekte
\"Ik geloof
dat de liefde voor de mede-mens
een passie is,
- een soort ziekte,
waarvan men gelukkig niet geneest.\"
Steven de Batselier
De kerk moet publiekelijk met har vuist op tafel slaan

De kerk moet publiekelijk met haar vuist op tafel slaan
\" De Duitse (agnostische) journalist van de Süddeutsche Zeitung en auteur van het boek Kirche wo bist du?, Christian Nürnberger, zegt het nog radicaler:
\'De kerk moet publiekelijk moet haar vuistop tafel slaan,
want ik verwacht van haar opheldering, duiding en weerstand.
Weerstand tegen de nieuwe vruchtbaarheidsgodsdienst (van de economie),
duiding van ons dansen rond het gouden kalf (van het geld),
opheldering overwatmet ons gebeurt als we de afgoden van markt en techniek
in de plaats zetten van de God van Abraham, Jakob en Isaäk.\'\"
Er zijn mensen genoeg op de wereldEr zijn mensen genoeg op de wereld
\"Er zijn mensen genoeg op de wereld
om te voorkomen
dat nog ooit één mens vereenzaamd zou zijn.
Maar wellicht is het geen kwestie
van aantal...\"
Steven de Batselier
Over het geloof in de samenleving
Wij moeten terug naar de wereld!
Beter en best!
“Eigenlijk moet de kerk ook ophouden met aan haar eigen gelovigen te zeggen dat zij die naar de kerk gaan, niet beter zijn dan zij die niet komen.
Ten eerste hebben kerkgangers ook het recht op het goede gevoel dat ze krijgen wanneer ze gerespecteerd worden.
Ten tweede zou het nog kunnen ook dat degenen die wel ter kerke gaan, af en toe wél beter zijn dan zij die gemakshalve buiten blijven.
Ze overwinnen immers hun twijfel waartegen hun geloof aanschuurt.
Ze overwinnen ook hun schaamte om zich publiekelijk te bekennen tot een kerk waarvan gezegd wordt dat het publiek haar afwijst, want geloven mag wel weer, maar kerken nog niet.
Twijfel en schaamte overwinnen, daar is dubbele gestookte moed voor nodig.
De Nederlandse dichter en ‘nieuwe katholiek’ Willem Jan Otten zegt het zo: ‘De helden van vandaag zijn zij die elke dag bidden en ’s zondag naar de kerk gaan.’”
Mark van de Voorde in Geloven is achterlijk, zeggen ze. Open brief aan kerkverlaters, Davidsfonds/Leuven, 2006, p. 81 – 82.
HET MENSELIJKE LAAT ZICH NIET INBLIKKENHET MENSELIJKE LAAT ZICH NIET INBLIKKEN
Het menselijke laat zich niet inblikken
en is daarom onbruikbaar
in een wegwerpmaatschappij.
Steveb de Batselier

Simone Weil
Simone Weil wordt in 1909 geboren te Parijs in een joodse familie,. Intellectueel bijzonder begaafd, studeert zij filosofie, onder meer bij de franse filosoof Alain (Emile Chartier). Reeds als kind had zij een grote bekommernis voor mensen die door “le malheur”, het ‘ongeluk’, getroffen zijn en daardoor elk zelfrespect en het respect van anderen verloren hebben. Zij engageert zich voor een tijd in de communistische beweging, gaat werken als fabrieksarbeidster en neemt in 1936 deel aan de Spaanse burgeroorlog aan de zijde van de anarchistische syndicalisten. Deze levenswijze zal haar al niet sterke gezondheid ondermijnen. Drie bijzondere ervaringen – in Portugal, in Assisi en in Solesmes – zetten haar op de weg van het christelijk geloof, maar ze komt er niet toe zich te laten dopen. In 1942 gaat ze naar New York en vervolgens naar Londen, waar ze zich voorbereidt voor een taak aan het front. Op 24 augustus 1943 overlijdt ze evenwel aan tuberculose in het sanatorium van Ashford (Kent).
Simone Weil schreef verschillende werken en artikelen, die alle na haar dood gepubliceerd werden. Zij schreef prachtige teksten over het christelijk geloof.
In het onderstaande fragment heeft ze het over de liefde voor de ‘ongelukkige’ naaste.
De ongelukkige is iemand die, zonder er zelf verantwoordelijk voor te zijn, op een of andere manier getroffen is door sociale uitsluiting, psychologische ontworteling en fysiek lijden.
Van nature zijn wij mensen geneigd ons zo vlug mogelijk van een ongelukkige te ontdoen.
Wij gedragen ons als een nest kippen, zegt Simone Weil, die niet aarzelen om zich zo snel mogelijk van een gewonde soortgenoot te ontdoen: ze vallen hem aan en pikken hem dood.
Als wij dan toch in staat zijn om werkelijk aandacht op te brengen voor de ongelukkige, dat wil zeggen deze als een persoon – gelijk aan onszelf - te beschouwen, is dat niets minder dan een “mirakel”, een goddelijk gebeuren.
Verwijzend naar een citaat van Paulus (2 Kor 11, 29), schrijft ze:
“De ongelukkigen hebben in deze wereld niets anders nodig dan mensen die in staat zijn aandacht aan hen te schenken.
Het vermogen om aandacht aan een ongelukkige te schenken is iets zeer zeldzaam, heel moeilijk; het is bijna een mirakel; het is een mirakel.
Bijna iedereen die denkt deze capaciteit te bezitten, heeft ze niet. Warmte, een groot hart en medelijden zijn niet voldoende.
In de eerste legende van de Graal wordt gezegd dat de Graal - een miraculeuze steen die door de kracht van de geconsacreerde hostie elke honger stilt - toebehoort aan diegene die als eerste aan de bewaker van de steen - een koning die voor drievierde verlamd is door een zeer pijnlijke wonde - zal zeggen: “Wat is het dat u kwelt?”
De volheid van de liefde voor de naaste is eenvoudigweg in staat zijn hem te vragen: “Wat is het dat u kwelt?”
Het is weten dat de ongelukkige bestaat, niet als een deel van een verzameling, ook niet als een exemplaar van de sociale categorie met het etiket “ongelukkigen”, maar als mens, exact gelijkend op ons, die op een dag door het ongeluk getroffen is en getekend met een niet uitwisselbaar merkteken.
Het is daarvoor voldoende, maar noodzakelijk, met een bepaalde blik naar hem te kijken.
Deze blik is in de eerste blik een aandachtige blik, waar de ziel zich leegmaakt van alle eigen inhoud om in zichzelf het wezen te ontvangen dat ze ziet zoals het is. Alleen diegene die aandacht kan schenken, is daartoe in staat.”
Citaat geplukt van de wegsite van ‘De Oude Abdij Drongen’. Een meer dan boeiende web-site.
Verschil tussen bescheidenheid en nederigheidVerschil tussen bescheidenheid en nederigheid
\"Bescheidenheid en nederigheid zijn mentaal elkaars tegengestelde.
Bescheidenheid is de houding van de bediende die komt als hij wordt geroepen.
Nederigheid is de houding van de dienaar die zich komt aanbieden met de volle kracht van zijn overtuiging.
Hij heeft een ideaal voor ogen dat helemaal niet bescheiden is: meer menselijkheid in de naam van God.\"
Mark van de Voorde op.cit.p.66
Bescheidenheid en het evangelie
Nogmaals over \'bescheidenheid\'
Over bescheidenheidOver bescheidenheid
\"\'Bescheidenheid siert de mens\' is letterlijk een dooddoener.
Wie zich bescheiden opstelt, verdwijnt uit het gezicht.
Een bescheiden mens spreekt alleen als hij gevraagd wordt.
In de postchristelijke samenleving betekent dat voor de christen algauw: nooit.
Een bescheiden mens gelooft niet dat hij wat te zeggen heeft.
Hij heeft immers geen te hoge gedachten van zichzelf.
Zijn mening is dus niet noemenswaardig.
Bescheidenheid is dan ook de eerste stap om van je geloof te vallen.\"
De normale tijd is de tijd van het \'willen geloven\'
De talen van het hart hebben hun grammatica.
Waar echte liefde begintWaar echte liefde begint
Echte liefde begint
waar men de andere zichzelf laat zijn/ -
De rest is in-bezits-name.
Of: de liefde als dekmantel
voor de vervreemding.
Mensen zijn bangMensen zijn bang
hun menselijkheid te tonen
uit vrees niet voor vol aanzien te worden.
Drievuldigheid voor dummiesDrievuldigheid voor dummies
Geloof is meer dan waarden
\"Het hart van christelijke geloof en de beleving is gelegen in de christelijke godsopvatting.
Wij hebben een zeer eigen opvatting over het wezen van God.
De eerste generatie christenen wisten van meet af aan dat zij - om het zo te zeggen - een probleem hadden. Als je - zoals zij - beweert dat Christus zoon van God is, dan moet je de joodse visie op God herzien.
Die christelijke visie op God was hen opgedrongen vanuit hun eigen ervaring van Christus. Ze komt dus niet uit het hoofd van theologen, maar uit het hart van de gelovigen.
Kiezen voor dit thema is dus een heel bewuste keuze voor het hart van de christelijke traditie.
Die kennis is evenzeer belangrijk voor de interreligieuze dialoog, bijvoorbeeld met de islam. Wie en wat moet je in die dialoog vergelijken?
Niet Jezus met Mohammed, maar eigenlijk Christus met de Koran.
Want wie spreekt het Woord van God?
En als je over Christus zegt dat Hij
het woord van God is, dan zit je met een heel andere godsopvatting.
In de triniteitsleer vind je de eigenheid van christendom echt uitgesproken gearticuleerd.
Het lijkt alsof we heel ver weg beginnen, maar eigenlijk beginnen we dus in het hart van onze eigen traditie.\"
Theoloog Terrence Merrigan in interview door Toon Ossaer in Kerk en Leven van 19 april 2006, p. 9.

“Our baptism into the paschal mystery of Jesus
immerses us into a God who is not the poverty
of aloneness, Gos as an isolated individual,
but God as the richness of trinitarian communion.
Nowhere else does the mystery of human persons
called to both autonomy and communion
find its source and goal than in the infinite
uniqueness and communion of the persons who are God.
And precisely in not running away from the price
of our own personhood we begin to discover
that the proclamations central to the Christian message
are not simply doctrines tot be believed, but reality
that can be experienced,
reality that can transform experience.”
Mara Ann Fatula, OP in “Autonomy and Communion: Paying the Price,” Spirituality Today, vol. 39 5Summer 1987): 164. Geciteerd in Owen F. Cummings, William T. Ditewig en Richard R. Gaillardetz, Theology of the Diaconate. The state of the Quetions, Paulist Press New York/Mahwah, 2005, p. 40 – 41
De auteur William T. Ditewig vervolgt:
“ Theologies of diaconate – as indeed all theology – begin with a full appreciation of the power, risk, and mystery of sacramental initiation into the Trinity. This provides a common sacramental identity whil establishing the possibelities for creative, dynamic, Spirit-filled, and transformative mission. Categories of theological discourse that insist upon excessive distinctions between “the baptized” over against “the ordained” will benefit from dialogue with trinitarian theology as the archetype of all ecclesial ministry. Furthemore, ongoing intensive research into the relationship of sacramental initiation to the variaties of commissioned, installed, instituted, and ordained minstries must be encouraged.”
Straffe toebak!
STAAT ALLES OP ZIJN KOP?
De kerk als geloofsgemeenschap: van ‘bodembedekker’ tot ‘oase’.
1. Woordenschat voor bijdetijdse gelovigen
De kerk als ‘bodembedekker’: dat is een kerk die alles kerkelijk wil ‘overdekken’. Een dergelijk kerk lijkt op een bodembedekker: de tuin lijkt wel groen, maar camoufleert dat de bodem dor en droog is. Geen enkele vitale plant steekt er bovenuit.
Cultuurkatholicisme: met deze term bedoelen wij hetzelfde als ‘de kerk als bodembedekker’. Het betekent dat kerk en cultuur elkaar overlappen. Misschien makkelijker geformuleerd: gemeente en parochie vallen samen. Er is geen verschil tussen beiden.
De kerk als ‘oase’: daarbij denken wij aan plekken waar zoekende mensen – en die belanden vandaag op de gekste plaatsen – hun dorst kunnen lessen, waar ze het Woord van God horen, waar goede liturgie wordt gevierd en waar ze echt christelijk leven ervaren. Hierbij is het trouwens goed te bedenken dat kerk of ‘ecclesia’ betekent: de gemeenschap die wordt samengeroepen. Je moet er je vertrouwde plek voor verlaten en je wordt verzameld om vervolgens op een vruchtbare manier terug te keren en een teken te worden voor de wereld.
‘Parochianen’ zijn ‘bijwoners’ of de parochie als gemeenschap van ‘bijwoners’: uiteraard leven de christenen ook in de wereld zoals iedereen, maar ze zijn niet van de wereld. Het geloven onderscheidt hen. Ze worden in de Bijbel ‘bijwoners’ genoemd, ‘passanten’ en ‘vreemdelingen’. Zo vormen ze parochies, wat letterlijk betekent: een gemeenschap van bijwoners (‘para’: naast, ‘oikia’: woning). Misschien makkelijker geformuleerd: gemeente of dorp valt niet samen met de parochie of de parochie valt niet samen met de gemeente of dorp.
2. Het maakt geen lawaai, maar er iets aan het gebeuren in het decanaat Geraardsbergen
Waarschijnlijk heb je hier of daar al opgevangen dat de verantwoordelijken van de parochie, de parochieploegleden van de verschillende parochies in ons decanaat regelmatig samenkomen om samen te bidden, samen het brood te breken voor elkaar en om samen na te denken over de toekomst van onze zestien parochies.
Gaat het dan niet goed?
Op het eerste gezicht ziet de situaties van de parochie en van het geloven er niet rooskleurig uit. Steeds minder mensen nemen deel aan activiteiten van de parochie: het aantal deelnemers aan de weekendliturgie daalt zienderogen, er zijn minder ‘voorgangers’, en vul zelf maar aan.
Maar meer nog dan de dalende cijfers (bisschop Luysterman leerde ons tevreden te zijn ‘met het kleine getal’), verontrust ons de vraag naar een nieuwe inhoud van ons geloven. Velen zeggen:’ wat moeten wij vandaag nog geloven’, ‘in wie kunnen wij vandaag nog geloven’. Velen zeggen de oude waarheden niet meer te kunnen geloven, en haken af…
Het is voor niemand eenvoudig de oorspronkelijke boodschap van het christen zijn zo te verwoorden en vorm te geven dat ze aansluit bij de manier van denken, voelen en leven van de mensen van vandaag.
Er is het een en ander veranderd in onze tijd!
Wij kunnen een aantal veranderingen aan de buitenkant vaststellen, zoals we al vermeldden: dalende cijfers voor het aantal medewerk(st)ers en betrokkenen bij parochieleven. Er echter meer aan de hand.
Er is ten eerste iets grondigs veranderd in deze tijd.
Vele mensen in onze parochie hebben verdriet omdat onze omgeving geen christelijke gemeenschap meer is in zijn geheel ( de parochie als ‘bodembedekker’). En dat verandert voor hun gevoel veel: “niet iedereen leeft hier op dezelfde goede manier’!
Binnen ons christelijk geloven, onze parochie is er een grote verscheidenheid van deelname gegroeid.
Er zijn er die wekelijks deelnemen en anderen die liever af en toe komen. En de mensen zijn ook veel mobieler geworden. Je kunt medegelovige ‘parochianen’ overal elders in de zestien parochies van ons decanaat ontmoeten. De mensen verplaatsen zich! Velen leveren nog altijd hun bijdrage aan de parochieopbouw (?) of is het gewoon het ‘samenleven’, langs de sociale bewegingen. Daarnaast kunnen wij ook in ons decanaat al zien of horen vertellen dat er meerdere godsdiensten en religies zijn. Zelf leven we samen met moslims, boeddhisten,…,protestanten… En er zijn er ook die beweren helemaal niet godsdienstig te zijn! Het christelijk geloven is maar als één kraampje op de markt van religies of godsdiensten en levensbeschouwingen. Mensen hebben een veel grotere keuze dan vroeger.
Er is ook iets veranderd in het geloven zelf. Velen kunnen niet meer geloven op de manier zoals dat 20, 30 jaar terug was. We willen van het geloven ons geloven maken.
Met al deze veranderingen willen we in onze parochies rekening houden. En daarom zoeken we met alle parochies in ons decanaat hoe wij van ‘bodembedekkers’ echte ‘oasen’ kunnen worden.