Naar de inhoud

School Ontwikkeling v/d Innerlijke Mens

DIMschool: voor mensen die interesse hebben in Zelfkennis
akke.beakke.be

Berichten van 13 augustus 2007 tot 19 augustus 2007

Belangrijke oproep!

Mijn verhaal wordt tijdelijk onderbroken voor een belangrijk nieuwsberichtje ... zoiets als reclame op de TV.  :) Hier is het dan...

 

Als je even tijd hebt, kan je dan naar de gloednieuwe website http://www.dimschool.be gaan en het nieuwsbericht ‘Meest afschuwelijke video-opname van een onthoofding!’ lezen, de videoclipbeelden bekijken, en eventueel meewerken aan de ‘verruiming van bewustzijn Aarde’? Hoe meer mensen zich daarop concentreren, hoe groter onze kans op succes.

 

Neil Donald Walsch schrijft in één van zijn boeken ‘Gesprekken met God’ dat het eigenlijk veel gemakkelijker is om op een collectief niveau te creëren - wat precies verklaart waarom de mensheid staat waar ze zich vandaag bevindt. Het is zo eenvoudig om collectief te creëren – vanwege de cumulatieve, en daarom ongelooflijke kracht van de collectieve gedachte, woord en daad - dat we als soort aan het creëren zijn zonder het te weten.’ Collectief creëren is dus véél sterker dan creëren op jezelf, vooral als het bewust gebeurt en niet onbewust, want dan creëren we chaos. Kun je anderen daarvan bewust maken en deze boodschap en websitelink doorsturen? Danke!

http://www.dimschool.be


Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door DIMschool om 01:26 Reageer op dit bericht Stuur door

Zomerperiode 1976

Ik schreef al dat ik in mezelf het idee koesterde om dan maar zelf iets op te starten. Maar met welke centjes?... Plus, dacht ik: 'Ik moet een zaaltje hebben waarin ik lezingen, voordrachten en cursussen kan houden.' Dus ging ik er naar op zoek...

'Toevallig' wandelde ik op een zonnige zomernamiddag van het jaar 1976 langs de Carnotstraat in Antwerpen, die uitmondde in de Turnhoutsebaan van de gemeente Borgerhout. Aangekomen op huisnummer 9 zag ik een kleine affiche op het raam van een herberg prijken. Het stak mijn ogen uit. Ik las: 'Zaal te huur'. Automatisch ging ik naar binnen. Een man, ik schatte hem rond de zestig, verwelkomde me met een open lach en vroeg wat ik wenste te drinken. Vrij snel kwam hij te horen dat ik daar was om naar het zaaltje te gaan kijken. Het was helemaal achteraan, zei hij. Ik wandelde een lange gang uit, liep voorbij de toiletten, sloeg linksaf, opende een dubbele deur, en ik belandde op mijn bestemming. Het zaaltje was een vijftal meter breed en een twintigtal meter diep. 'Prachtig!' dacht ik. Het interieur was niet hypermodern, maar het was groot genoeg om te beginnen, en het lag slechts een tiental minuten verwijderd van het Antwerpse Centraal Station.

Ik keerde op mijn stappen terug, de herberg in. Ik bestelde dan maar een koffietje en terwijl ik er op wachtte vroeg ik aan de herbergier hoeveel huur hij voor dat zaaltje vroeg.

“Dat moet je aan de nieuwe eigenaar vragen,” antwoordde hij prompt.

“Nieuwe eigenaar? Waar en wanneer kan ik die man ergens aantreffen?” was mijn tegenantwoord.

“Daar kan ik je niet op antwoorden. De zaak staat over te nemen, ik heb al enkele potentiële kandidaten over de vloer gehad, maar zolang ik geen centjes zie, is de zaak niet beklonken. Hier is je koffie. Van het huis.”

Dat was vriendelijk, maar nu wist ik nog altijd niet hoeveel huur me dat zaaltje ging kosten. Terwijl ik de papiertjes van de klontjes suiker lospeuterde, zocht ik naar de volgende vragen. Mijn hersenen werkten op volle toeren.

Toen, zonder dat ik het zelf besefte, stelde ik de domste vraag van mijn leven.

“En hoe groot is de overnameprijs?” vroeg ik. Het was op dat moment effectief de domste vraag dat ik kon stellen, gewoonweg omdat ik – zoals ik reeds eerder vermeldde - als het ware platzak was.

En zijn antwoord bevestigde mijn domheid. Hij noemde een bedrag op, groot genoeg om me bijna door mijn stoel te laten zakken. Hij hield me recht. Toch gaf die innerlijke domheid van mij het niet op.

“Dat is een hoop geld,” zei Ik daarop. “Als ik het geld had, nam ik de zaak onmiddellijk van je over.”

“Meen je dat?” antwoordde hij.

“Natuurlijk! Ik stel interesse in dat zaaltje, en de taverne wil ik er wel bijnemen,” zei ik al glimlachend, maar overtuigend.

“Wel,” antwoordde hij zonder na te denken, “als je écht geïnteresseerd bent, mag je me maandelijks afbetalen. Ik ben 68 jaar oud en voor mij is het welletjes. Genoeg is genoeg.”

“Maandelijks afbetalen? En, hoeveel voorschot wil je?”

“Geen voorschot, een afbetaling volstaat. Dat geeft me een maandelijks inkomen over de eerstvolgende jaren en dan ben ik van deze zaak verlost. Daarbij weet ik dat je me zult kunnen afbetalen, omdat de zaak goed draait. Bijna alle dagen heb ik vergaderingen, en de taverne zelf doet het ook niet slecht. Je hebt de schakersclub die elke week komt, twee politieke partijen, de ouderlingen op maandagnamiddagen, enzovoorts. Ik bedoel: je hebt jouw vast cliënteel. Deze zaak bestaat al meer dan honderd jaar,weetje je,  en al die tijd draagt het al dezelfde naam. Iedereen in Antwerpen kent ‘De oude Worstenpan’.”

‘De Oude Worstenpan’… wat een naam! Maar, what’s in a name, dacht ik op dat moment. Plus, een naam is snel gewijzigd. Nochtans heb ik die naam altijd behouden – en, als ik er vandaag de dag voorbij loop, zie ik dat die taverne nog altijd zo noemt.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door DIMschool om 05:46 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van School Ontwikkeling v/d Innerlijke Mens

↑ Terug naar de berichten