De oude dame.
De oude dame
zit eenzaam en alleen
aan het kleine tafeltje
in het koude restaurant.
Dromend van de tijd
van lang geleden
herinneringen uit lang
vervlogen tijden.
De oude dame
weent somtijds
warme tranen
van lang voorbij geluk.
Tranen van liefde
tranen van hoop
tranen van eenzaamheid.
Wat is geluk toch
van korte duur.
De oude dame
ik ken ze al zolang
kon ik maar kijken
achter die droeve ogen.
Maar ook tranen
horen bij het leven
want het leven is
een ongelijke strijd
De oude dame
zit nog steeds
eenzaam en alleen
aan het kleine tafeltje.
Even een glimlach getoverd
op haar gegroefd gelaat.
Nu weet ik dat
zij niemand haat.

