klimt








klimt







GUSTAV KLIMT
Gustav Klimt (Baumgarten (Wenen), 14 juli 1862 – Wenen, 6 februari 1918) was een Oostenrijkse symbolistische schilder en een van de meest prominente leden van de Wiener Secession, de Weense jugendstilbeweging.
Klimt werd geboren in de buurt van Wenen in een armoedig gezin. Zijn vader graveerde goud en wellicht heeft dit Klimt beïnvloed bij zijn gebruik van goud in zijn schilderijen. Hij kreeg zijn kunstzinnige opleiding op de Weense Kunstgewerbeschule für Kunst und Industrie in de jaren 1879-1883. Vrijwel tot aan de eeuwwisseling werkte hij in een klimaat dat geschapen was doorHans Makart, een dominante figuur in de Weense kunstwereld. In zijn begintijd werd het werk van Klimt niet gewaardeerd door de gevestigde orde, die zijn schilderijen pornografisch vond. Om zich af te zetten tegen de traditionele opvattingen richtte Klimt de Wiener Secession op, de Oostenrijkse variant van de jugendstil of de modern style. Klimt kreeg later erkenning en werd benoemd tot eredocent van de universiteit van München en Wenen.
Klimt overleed op 55-jarige leeftijd. Hij is begraven op het Hietzinger Friedhof in Wenen. Op de steen staat zijn typerende handtekening gebeiteld.
Symboliek, erotiek, uitgesproken zin voor het decoratieve en bevallige verfijning kenmerken zijn schilderijen en tekeningen. In zijn allegorische voorstellingen en in zijn talrijke portretten weeft hij gestileerde kleurvlakken door elkaar als een soort patch-work. Voornamelijk beeldt hij vrouwen af in zijn werk.
De Nederlandse kunstenaar Jan Toorop is een belangrijke inspiratiebron geweest voor Klimt. Het fijne spel van vloeiende lijnen is een opvallende overeenkomst tussen Toorop en Klimt. Klimt heeft grote invloed gehad op collega kunstschilders, zoals Egon Schiele en Oskar Kokoschka. Het werk van Klimt is sterk verwant met dat van de Belgische symbolist Fernand Khnopff.
Gustav Klimts werk bestaat vooral uit schilderijen, maar hij heeft ook muurschilderingen, tekeningen en collages vervaardigd. Diverse daarvan zijn tentoongesteld in het Secessionsgebouw. Klimt is veel geroemd voor het gebruik van goud in zijn schilderijen. Dit is ook zichtbaar in het hiernaast afgebeelde schilderij uit 1901, Judith I.
De ongenaakbare wrede vrouw die hier is afgebeeld is kenmerkend voor de stijl van Klimt. Enerzijds beeldt hij vrouwen flatteuzer af dan ze in werkelijkheid zijn. Anderzijds ontneemt hij hen tegelijkertijd het vrouwelijke en moederlijke. Een ander zeer beroemd schilderij is 'De kus', waarin een grote man, gekleed in een zeer opzichtige kamerjas, een vrouw innig omhelst.












futurisme








FUTURISME
Het futurisme (Italiaans futuro, "toekomst") is een van oorsprong Italiaanse beweging en kunststroming van 1909 tot 1914, ontstaan uit hetkubisme. Hoewel de futuristen het kubisme afwezen, was er een moeilijk te negeren correlatie tussen beide bewegingen.
Enkele kenmerken van het futurisme zijn snelheid, energie, agressie, krachtige lijnen, vooruitgang en nieuwe technologie. Samen met het opkomende nationalisme in alle Europese landen paste het futurisme in het oorlogsenthousiasme dat kenmerkend was voor veel intellectuele en artistieke kringen aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog
De Italiaanse schrijver Filippo Marinetti stak met een eerste 'Futuristisch manifest' in de Franse krant Le Figaro op 20 februari 1909 de lont aan van het futurisme. Het was het begin van het algemeen literaire vlak. Het manifest beoogde een toekomst gedreven door strijd, aanval en beweging: "Wij willen de oorlog verheerlijken - enige hygiëne van de wereld -, militarisme, patriottisme, de verwoestende daden van deanarchisten, de mooie ideeën waarvoor men sterft, en de minachting voor de vrouw".
Tussen 1909 en 1920 verschenen meer van dergelijke manifesten. Op 11 februari 1910 ondertekenden Umberto Boccioni, Carlo Carrà, Gino Severini, Luigi Russolo en Giacomo Balla het Manifesto dei pittori futuristi. Op 2 april van datzelfde jaar volgde het technisch manifest (La pittura futurista. Manifesto tecnico).
In 1911 presenteerde Marcel Duchamp te Puteaux zijn kubistische vrienden zijn ophefmakende Nu descendant l'escalier. In 1912 schreef Boccioni een Manifesto tecnico della scultura futurista, terwijl er in 1914 door de architect Antonio Sant'Elia een Manifesto dell'architettura futurista werd gepubliceerd. De beide geschriften omtrent de schilderkunst drongen enerzijds aan op het uitdrukken van de dynamische sensatie of de opeenvolgende fasen van een beweging of van het gevoelsleven en anderzijds op het simultaneïsme of het samenvatten in één moment van deze fasen.
In februari 1912 kregen de futuristen hun grote expositie te Parijs, gevolgd door een tweede in 1913. Beide werden herhaald in meerdere belangrijke centra van Europa.
De muzikale uiting van het futurisme noemt men het bruïtisme. De componist Balilla Pratella schreef verschillende manifesten op het gebied van futuristische muziek, te beginnen bij het Manifesto dei musicisti futuristi van 1910.
Het futurisme was een kort leven beschoren. Toen Italië in april 1915 bij de Eerste Wereldoorlog betrokken werd, en de oorlog helemaal niets groots bleek te zijn, viel de beweging uiteen.
Van 1912 tot midden jaren twintig van de 20e eeuw beleefde het futurisme een bloeiperiode in Rusland, met name op het terrein van de literatuur (poëzie). Het Russisch futurisme ontstond in het begin van de twintigste eeuw (gelijktijdig met het acmeïsme) als een reactie op de toen in Rusland dominante stroming van het symbolisme. De betekenis van het Russische futurisme ligt in het zich afzetten tegen alle geldende normen en conventies inzake woordvorming, syntaxis, spelling en ritmiek. Het poëtische woord moest weer centraal komen te staan, met willekeurige en afgeleide woorden.
Bekende Russische futuristen waren de dichters Igor Severjanin, Clebnikov, David Boerljoek en Majakovski. In de schilderkunst onderscheiden zich Filonov en Malevitsj. In Polen werden genoemde principes geïntroduceerd door Aleksander Wat.
Jules Schmalzigaug (1882-1917) was een van de weinige Belgen die het futuristische experiment beleefd heeft. Ook René Magritte heeft in zijn jonge jaren geëxperimenteerd met de futuristische schilderstijl.










degas







DEGAS
Hilaire Germain Edgar (Edgar) Degas (Parijs, 19 juli 1834 – Parijs, 26 september 1917) was een Franseimpressionistischkunstschilderbeeldhouwer
Degas werd geboren als zoon van een welgesteld burger en bankier. Deze had de familienaam gesplitst, zodat de zoon eigenlijk van zijn achternaam de Gas heette. Beroemd geworden als schilder en tekenaar onder het impressionisme, bracht hij, als gevolg van zijn slechter geworden gezichtsvermogen, zijn laatste levensjaren door als beeldhouwer, met een al even opvallende reputatie.
Degas was geen pure impressionist. Daarvoor bleef hij te trouw aan de classicistische tekenlijn van Jean Auguste Dominique Ingres en Jacques Louis David en bleef hij afzijdig voor de impressionistische kleurenscheiding. Desondanks deed hij graag zijn zegje bij de "refusés" en de contra-academisten van de Parijse cafés Guerbois of La Nouvelle Athènes.
Degas kreeg zijn eerste classicistische opleiding van F. Barrias en L. Lamothe, zelf een leerling van Ingres. Dit gebeurde van 1853 tot 1855, nadat hij eerst, sedert 1852, begonnen was in een eigen atelier in het huis van zijn vader.
Tussen 1854 en 1859 trok Degas meerdere keren naar Italië, waar hij studies maakte van oude meesters, historiestukken en realistische portretten. In 1861 ving hij aan met zijn eigen thematiek: de overbekende paardenrennen. In 1862 ontmoette hij Édouard Manet en zij werden vrienden in wel en wee en in dispuut.
Zijn laatste historieschilderij exposeerde hij op het officiële Salon in 1865. Omstreeks deze tijd kwam hij in het Café Guerbois en leerde hij er onder anderen Claude Monet en Pierre-Auguste Renoir kennen. Het "oproer-complot" onder de naam van het Impressionisme was geboren.
Samen met Manet reisde Degas in 1868 naar Londen. Gefascineerd door de muziek en het theaterleven begon hij zijn al even beroemde balletscènes te tekenen en te schilderen. In 1869 nam hij voor het laatst deel aan het Salon en ging daarna naar België.
Degas werd van 1870 tot 1871 geconfronteerd met het oorlogsgeweld en tijdens de Parijse Commune verbleef hij bij vrienden in Normandië.
In 1874 vond de beruchte eerste expositie van de impressionisten plaats, waarvan Degas medeorganisator was. De expositie werd georganiseerd in de Boulevard des Capucines en liep van 15 april tot 15 mei, telkens van 10u. tot 18u. en van 20u. tot 22.30u. Er waren 30 deelnemers met 167 werken en Degas had er 10 laten plaatsen, waaronder De balletklas. Het doek van Claude Monet "Impression, soleil levant", uit 1873, zou aanleiding worden tot de beroemde spotnaam "impressionisten".
In 1876 werd de tweede expositie gehouden, met 19 deelnemers en 252 werken, in de rue Le Pelletier. Degas was er met 24 tekeningen en schilderijen. Hij zou verder blijven deelnemen tot en met de zesde expo, in 1881. Bij de zevende was er ruzie in het straatje en nam hij niet meer deel. Intussen was een eerste doek van hem door een museum aangekocht, in 1878.
In 1883 organiseerde de bekende galerist Durand-Ruel ineens twee tentoonstellingen, een in Londen en een in New York, waaraan Degas deelnam. Op de achtste en laatste expositie van de impressionisten, in 1886, presenteerde hij toch nog eens 15 van zijn werken. Hij kreeg zijn enige solo-tentoonstelling bij Durand-Ruel in 1892.
Intussen had hij ook al zijn reputatie gevestigd als uitzonderlijk sfeerschepper van vrouwelijke naakten in talloze intieme typeringen, veelal gecreëerd in pasteltekeningen. In 1909 werd werk van hem tentoongesteld op de Wereldtentoonstelling van Parijs.
Sinds de Parijse Commune had zich echter een oogaandoening gemanifesteerd. Ten gevolge van de erge verzwakking van zijn gezichtsvermogen, leefde hij teruggetrokken en begon hij te beeldhouwen. Weer ontstonden tientallen beelden van balletdanseresjes. Soms kregen de beeldjes zelfs kleding aan.
Tussen 1909 en 1911 staakte hij, vrijwel blind geworden, elke artistieke activiteit. Hij overleed in zijn geboortestad op 83-jarige leeftijd.
De schilderkunst van Degas behoorde tot het impressionisme en realisme.
Degas was de meest tegendraadse, nog onafhankelijker dan Manet, de minst impressionistische onder de Franse impressionisten, zo wordt Edgar Degas door menig recensent ervaren (bron?).
Hij noemde zichzelf "realist"












schapiro







BORIS SCHAPIRO
Boris Schapiro (22 augustus 1909 - 1 december 2002) was een Britse internationale brug speler. Hij was een grootmeester van de Wereld Bridge Federatie , en de enige speler die zowel de gewonnen Bermuda Bowl (het wereldkampioenschap voor landenteams) en de Wereldbank Senior Pairs kampioenschap. Hij won de Europese teams kampioenschap vier keer als onderdeel van het Britse team.
Schapiro werd geboren in Riga , Letland (toen een deel van het Russische Rijk ) in een welvarende familie van Joodse handelaren. Ze emigreerde ten tijde van de Russische Revolutie , toen hij acht jaar oud, en al snel vestigde zich in Engeland was. [1] Hij werd opgeleid bij Clifton College en Bradford Technical College [2] in Engeland en aan diverse universiteiten, waaronder deSorbonne in Parijs.
Na zijn afstuderen, Schapiro lid van de familie koehandel en vlees bedrijf en werkte daar tot de veertig, toen hij met pensioen om te profiteren van zijn liefde voor het gokken door steeds de bankier van een baccarat syndicaat bij Crockford's gaming club in Londen. Hij was vloeiend in het Russisch, Duits en Frans, en gebruikte die taalvaardigheid in het Army Intelligence Corpstijdens de Tweede Wereldoorlog.
In 1935, toen hij werkte in Hamburg , zijn spreekvaardigheid in het Duits leidde tot zijn wordt gekozen als de tolk voor Viscount Castlerosse wanneer deze laatste reisde Berlijn te interviewenAdolf Hitler voor de Daily Express . In een restaurant, een groep van bruinhemden aanzag Castlerosse voor een Jood en Schapiro voor een niet-Jood, en misbruikt Castlerosse voor het drinken van een Arische . Een gevecht brak uit, met als gevolg dat Schapiro hebben twee nachten doorgebracht in de gevangenis, waarna hij haastig terug naar Groot-Brittannië. [3] [2]
Schapiro had een vroege huwelijk met een Russische vrouw. Hij trouwde later met een tweede keer, om te Helen, in 1970.
Op tienjarige leeftijd in Engeland, Schapiro begon te spelen brug voor geld op school. Zijn eerste grote toernooi was in 1929, toen hij naar de VS om partner Oswald Jacoby in de wereldAuction Bridge Pairs Championship. De twee spelers waren bestemd om grote en langdurige loopbaan in de komende wereld van Bridge, waar de eerste geregistreerde overwinning Schapiro was in de World Paren Kampioenschap van 1932, eveneens met Jacoby. (Dit was voor de grondlegging van de World Bridge Federation, 1957, waarin alle "World" toernooien heeft bestraft voor vele jaren.) [4]
binnenkomst Schapiro's in ernstige concurrerende brug in Groot-Brittannië werd uitgesteld tot het einde van de oorlog. Zijn samenwerking met Terence Reese , die begon in ongeveer 1944,[5] was de basis van zijn meest opmerkelijke periode als speler. Hij was ook succesvol met andere partners, waarvan de laatste was Irving "Haggis" Gordon. Schapiro's bieden in competitieve situaties was heel betaalbaar, en zijn commentaar was te zien in de brug tijdschrift bieden competities rond de wereld. Bieden oordeel en card-play in de verdediging waren de sterke punten van zijn spel, ten opzichte van andere experts.
"De personages van Reese en Schapiro waren zeer verschillend. Bij de brug tafel was Reese de kou rekenmachine, gedreven door de logica, maar geestige en goedmoedig weg van, maar met een acerbic zin als dat nodig is. Schapiro was de speler van flair ;. prikkelbaar, altijd in beweging, opvliegende aan de tafel en vaak chagrijnig er van af Hij wilde niet mellow ouderdom Tijdens de 1999 European Senior Teams, tegenstanders die de scheidsrechter in een vergeefse poging om Schapiro's partner te beschermen tegen verbaal geweld genoemd. kregen te horen dat er speciale dispensaties in gedragsnormen voor een concurrent over de leeftijd van 90. " [6]
Schapiro won vele toernooien. Zijn eerste grote overwinning op teams was Groot-Brittannië Gold Cup in 1945-1946, een partnerschap aangegaan door Iain Macleod . Hij won de Gold Cup elf keer in alle, op het moment dat een record, en zijn laatste overwinning kwam op 88-jarige leeftijd in 1997/98, een opmerkelijke 52 jaar na zijn eerste en 33 jaar na zijn voorlaatste succes. [4]
Groot-Brittannië won het wereldkampioenschap voor teams in 1955 met Reese en Schapiro, Konstam en Dodds , Meredith en Pavlides , de Verenigde Staten te verslaan in de finale. Het is de enige Bermuda Bowl overwinning voor een Brits team.
Schapiro won ook de World gemengde teams in 1962. Op de leeftijd van 89 in 1998, won hij de wereld Senior Pairs partnered door Irving Gordon . Hij werd tweede in de inaugurele vertolkingen van zowel vierjaarlijkse open wereld kampioenschap toernooien onder de WBF, de World Team Olympiade van 1960 en de World Open Paren van 1962. Hij vertegenwoordigde ook Groot-Brittannië in 1964 Olympiade en de Bermuda Bowl van hetzelfde jaar, die werd begin speelde in 1965, en in tien Europese Bridge League nationale teams kampioenschappen, het winnen in 1948, 1949, 1954 en 1963.
Hoewel het Britse team om de Bermuda Bowl in 1955 had gewonnen, Schapiro's 1965 ervaring was heel anders.
In de 1965 Buenos Aires Bermuda Bowl, B. Jay Becker merkte Schapiro en zijn partner, Terence Reese , die hun kaarten in ongebruikelijke manieren tijdens bieden, het aantal vingers zien aangeeft lengte van het hart pak. Een aantal spelers en waarnemers, met inbegrip van Dorothy Hayden , New York Times columnisten Alan Truscott , John Gerber , British nonplaying kapiteinRalph Swimer , British Bridge League voorzitter Geoffrey Butler , ACBL voorzitter emeritus Waldemar von Zedtwitz en ACBL president Robin McNabb, al zag Reese en Schapiro en waren ervan overtuigd dat ze illegaal waren signalering. Ook werd bevestigd dat Reese was niet het gebruik van dergelijke signalen tijdens het spelen met zijn andere partner, Jeremy Flint . Tijdens een hoorzitting op het toernooi plaats in Buenos Aires, de Wereld Bridge Federatie (WBF) geoordeeld Reese en Schapiro schuldig aan bedrog, en kondigde aan dat als gevolg van "bepaalde onregelmatigheden", voegde hij Britse team werd verspelen de wedstrijden hadden ze al tegen Noord gewonnen Amerika en Argentinië, en dat Reese en Shapiro zou niet spelen in de resterende wedstrijden.
De Britse Bridge League (BBL) Vervolgens bijeengeroepen hun eigen onderzoek, onder leiding van Sir John Foster , advocaat en lid van het Europees Parlement, en generaal Lord Bourne .Na het horen van die vele maanden, waaronder een verrassing onthulling door Swimer dat Schapiro zijn schuld had bekend aan hem, de "Foster Aanvraag" vond onvoldoende bewijs om Reese en Schapiro schuldig buiten redelijke twijfel te vinden. Zonder het weerleggen van de 'directe' aanwijzingen dat grips werden gecorreleerd met hart tellen, het verslag wordt erop gewezen dat er overtuigend bewijs dat de spelers van de signalen in hun bieding of spelen had geprofiteerd.
In 1967, de BBL vroeg de WBF om hun schuldige bevinding te keren; de WBF gereageerd door unaniem herbevestigen hun veroordeling, en later herhaalt dat zij een Brits team met inbegrip van Reese en Schapiro voor de 1968 Olympiade, waar de BBL geboycot uit protest niet zouden accepteren. In 1968, werd een compromis bereikt, de WBF behoud van hun veroordeling, maar waardoor Reese en Schapiro (die zijn pensionering van internationale brug na de Buenos Aires Olympiade had aangekondigd) te spelen in toekomstige wereldkampioenschappen.
Vervolgens beide Reese [7] en Alan Truscott [8] publiceerde boeken over het schandaal. Reese's boek verklaarde: "De basis van de heffing, zoals iedereen weet, is dat Schapiro en ik gecommuniceerd lengte in harten met elkaar door middel van illegale signalen Als u wilt dat de lading te steunen op basis van de gespeelde handen, wat je hebt. om te laten zien is dat een aantal onlogische, ongebruikelijk, en ongeloofwaardig biedingen of toneelstukken werden gemaakt die alleen kunnen worden verklaard aan de hand, dat de spelers had onjuiste kennis van elkaar de hand. " Het gaat dan om te pleiten voor de logica van het bieden van het paar en te spelen op de verschillende handen van de Olympiade. Truscott's boek benadrukt de onwaarschijnlijkheid van de waargenomen variaties in de vinger signalen zijn toevallig, of van een dergelijk groot aantal getuigen samenspannen om het bewijs te fabriceren.
In mei 2005 heeft de Engels journalist David Rex-Taylor, een brug speler en uitgever, beweerde dat Reese een bekentenis aan hem veertig jaar eerder, een die niet te worden geopenbaard werd tot 2005 en nadat hij en Schapiro dood was had gemaakt. [9 ] de vermeende bekentenis beweerde dat Reese en Schapiro inderdaad werden signalering, maar enkel om aan te tonen dat dergelijke signalering mogelijk was (en dus niet echt aandacht elkaars signalen), ogenschijnlijk als deel van een boek over bedrog (die werd verlaten na de schandaal uitbrak). Hoewel deze verklaring denkbaar het gebruik van de vinger signalen met de afwezigheid van bewijs van het bieden of spelen kon verzoenen, is er geen ondersteunend bewijs om deze account te ondersteunen. In tegenstelling Schapiro weduwe beweert hij bleef op de beschuldigingen aan zijn dood te ontkennen. [10]
Schapiro was brug correspondent van The Sunday Times van 1968 tot aan zijn dood in 2002. Ondanks zijn faciliteit met taal, nooit was hij echt geïnteresseerd in het schrijven; zijn productie was twee kleine boeken, [ verduidelijking nodig ] en het is waarschijnlijk dat zijn krant column vaak werd ghosted . Hij maakte zijn merk als een speler en een persoonlijkheid.
De Buenos Aires affaire verwijderd in één klap de centrale activiteit van zijn leven. Het duurde jaren voor Schapiro te worden hersteld in de wereld van de brug, hoewel hij altijd hoog in het vaandel werd gehouden in Europa. Hij kwam uiteindelijk terug te keren naar de internationale concurrentie brug, in tegenstelling tot Reese, en deed dat met groot succes ( hierboven ).
Schapiro 90ste verjaardagsfeestje in Londen werd bijgewoond door Jaime Ortiz-Patino , de WBF President Emeritus en de eigenaar van Valderrama Golf Club , die een getuige voor Reese en Schapiro in de BBL onderzoek was geweest, Omar Sharif , de Egyptische filmster en brug speler ; Prins Khalid Abudullah van Saoedi-Arabië , een vriend van de familie; en vele persoonlijkheden van de brug en het casino werelden. [6]
Schapiro het gesprek bij de brug tafel was zowel een genot of een last, afhankelijk van de smaak en oogpunt.
Zijn standaard groet aan vrouwtjes - "Hoe zit het met een plek van overspel?" (of "Zin in een plek van overspel?") [2] - wordt genoemd in elke biografische noot en doodsbrief, en onthult zijn gevoel voor humor. Toen zijn team speelde een tentoonstelling wedstrijd in Leicester , de vrouw van de Chief Constable organiseerde een cocktail party voor hen om de lokale bevolking te ontmoeten. De reizende spelers werden uitgenodigd om te tekenen en commentaar in het Bezoekerscentrum boek, en Schapiro schreef de slagzin na zijn handtekening. Dimmie Fleming - een internationale speler en de enige vrouw te spelen op de British Open team - onschadelijk gemaakt van de situatie door het ondertekenen van de volgende, tekenen van een omhoog pijl en schrijven, 'Maar zal hij ooit volwassen worden?' [11]
Een ander verhaal toont zijn partner Terence Reese het oppakken van een collectie van zilveren beker trofeeën van Schapiro's flat in Eaton Place (de Upstairs, Downstairs instelling) en de uitvoering daarvan in een kussen-case. Gestopt in de straat door een politieagent en vroeg om zijn ongewone zak bezittingen uit te leggen, Reese leidde de officier terug naar de flat, zodat Schapiro zijn verklaring zou kunnen valideren. Wanneer Schapiro de deur opendeed, sized hij de situatie, en toen gevraagd: "Kunt u deze man te identificeren?", Zei: "hem nog nooit gezien in mijn leven." [4]








cézanne







Cézanne
Paul Cézanne (Aix-en-Provence, 19 januari 1839 – aldaar, 22 oktober 1906) was een Franse kunstschilder. Cézanne behoort tot hetpostimpressionisme, een Europese kunststroming die volgt op het impressionisme. Zijn werk vormde een brug tussen het impressionisme en het kubisme
Paul Cézanne werd geboren als zoon van de hoedenhandelaar en latere bankier Louis-Auguste Cézanne en Anne-Elisabeth-Honorine Aubert. Zijn ouders trouwden pas in 1844, na de geboorte van Paul en zijn zus Marie (1841).
Al tijdens zijn schooltijd, vanaf 1856, volgde Cézanne een avondcursus tekenen bij Joseph-Marc Gibert in het museum van Aix. Tussen 1859 en 1861 studeerde Cézanne rechten, maar hij volgde tegelijkertijd teken- en schilderlessen. Hij werkte tijdelijk bij de bank van zijn vader, maar dat beviel hem niet. Tegen de wil van zijn vader koos Cézanne voor de kunst. Hij volgde zijn vriend Émile Zola naar Parijs. Zijn vader, die zeer vermogend was - hij was na eerst hoedenmaker te zijn geweest stichter van de bank Cézanne & Cabassol - steunde hem vervolgens toch, zodat Cézanne financieel onafhankelijk kon zijn.
In Parijs studeerde hij aan de Académie Suisse. In 1863 probeerde hij toegelaten te worden tot de kunstacademie, maar toen dat niet lukte studeerde hij verder aan de Académie Suisse. Tussen 1863 en 1869 probeerde hij te exposeren bij de officiële Parijse salon, maar hij werd telkens geweigerd. Hij exposeerde met anderen op de Salon des Refusés (Salon van de geweigerden) in 1863.
In 1869 leerde hij Hortense Fiquet kennen. Ze gingen in het geheim samenwonen en hielden hun relatie en hun zoon Paul lange tijd geheim voor de vader van Cézanne, die deze relatie niet zou goedkeuren. Uiteindelijk ontmoette hij zijn circa 11-jarige kleinzoon. Hortense Fiquet stond vaak model voor Cézanne.
In 1872 verbleef hij in Auvers-sur-Oise. Hij werkte daar met Camille Pissarro en andere impressionisten, maar zocht een duidelijk eigen weg. Hij werkte in het huis van dokter Paul Gachet. In 1874 organiseerden de impressionisten hun eerste gezamenlijke expositie in het atelier van de fotograaf Nadar. Paul Cézanne laat daar drie schilderijen zien: Une moderne Olympia, La Maison du pendu en Étude, paysage d'Auvers.
Hij deed in 1874 mee met de eerste expositie van de impressionisten in Parijs. In 1875 vond de tweede expositie van de impressionisten plaats, waar hij echter weinig werk verkocht. In 1877 was de derde expositie er weer is er veel kritiek op de impressionisten. Paul Cézanne vertrok in 1885 naar Gardanne, een klein dorp bij Aix. Hier maakt hij diverse schilderijen van deMontagne Sainte-Victoire.
In 1882, twintig jaar na zijn eerste poging, werd uiteindelijk toch werk van Cézanne toegelaten in de Salon.
Na het overlijden van zijn vader in 1886 kreeg hij een grote erfenis, waardoor hij financieel onafhankelijk werd. Hij trouwde in datzelfde jaar met Hortense Fiquet, na 20 jaar met haar samengewoond te hebben. Cézanne heeft ongeveer 25 portretten van haar gemaakt, onder andere gezeten in een rode leunstoel. In 1887 deed Cézanne mee met de tentoonstelling vanLes XX in Brussel. In 1895 exposeerde de ambitieuze galeriehouder Ambroise Vollard werk van Cézanne. Veel aanhangers had Cézanne echter nog steeds niet.
In 1897 vestigde Paul Cézanne zich permanent in Aix-en-Provence. Na de wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs, waarop drie schilderijen van Cézanne werden tentoongesteld, begon hij eindelijk ook in het buitenland bekend te worden. Zijn schilderijen hingen onder meer in de Weense Sezession. Vanaf ongeveer 1901 werd Cézanne bewonderd door jongere kunstenaars, zoals Maurice Denis, Pierre Bonnard en Édouard Vuillard. Zij kwamen naar Aix om hem te zien schilderen en voor wijze raad.
Paul Cézanne overleed op 22 oktober 1906 aan longontsteking in Aix-en-Provence. Hij schijnt een norse, egocentrische persoon te zijn geweest, met weinig vrienden.
Op de Salon d'Automne van 1907 worden 56 werken van Paul Cézanne tentoongesteld. Emile Bernard publiceerde in Le Mercure de France twee delen met herinneringen aan Cézanne.
Cézanne was al sinds 1852, toen zij samen op het Collège Bourbon zaten, bevriend met schrijver Émile Zola, maar kreeg later onenigheid met hem door de beschrijving die Zola gaf van Cézanne en het losbandige leven van de impressionisten in zijn roman L'Oeuvre (Het meesterwerk uit 1886).
Om te oefenen kopieerde Cézanne werken van Eugène Delacroix en Nicolas Poussin die in het Louvre hingen. Hij bewonderde ook Gustave Courbet en Édouard Manet. In 1888 schilderde Cézanne samen met Renoir. In 1894 had hij contact met Claude Monet in Giverny. Tevens ontmoette hij daar de beeldhouwer Auguste Rodin.
Het werk van Cézanne is in vier periodes onder te verdelen. De genoemde jaartallen zijn globaal, een exacte datering van de schilderijen van Cézanne ontbreekt meestal.
De schilderijen uit 1865-1870, uit de vroege 'romantische' periode zijn extreem persoonlijk, individualistisch werk. Cézanne gebruikt gewelddadige onderwerpen en bizarre fantasieën in harde, sombere kleuren, meestal "aardkleuren" (zie het voorbeeld van Herakles).
In de periode vanaf begin 1870 schilderde hij in impressionistische stijl, waarbij hij echter gebruik maakte van overheersende vlakken in zijncompositie.
In de periode van ongeveer 1880 tot aan ongeveer 1890 schilderde hij in een constructieve stijl, met parallelle en krachtige streken van zijn kwast(zie het voorbeeld van De kaartspelers). In deze periode schilderde hij ook landschappen, onder andere van zijn verblijf van juli 1878 tot maart 1879 in L'Estaque in de omgeving van Marseille, bijvoorbeeld Rotslandschap bij l'Estaque, 1879-1882 in het Museu de Arte de São Paulo en deDe zee bij l'Estaque, 1878-1879 in het Musée Picasso in Parijs. Verder maakte hij stillevens en portretten.
In de laatste periode, van circa 1888 tot 1906, waarin ook zijn verhuizing naar Aix-en-Provence viel in 1897, werkte Cézanne aan diverse grote schilderijen met naakte baadsters.
Ook maakte hij enkele schilderijen van kaartspelers, zoals onder andere de schilderijen De kaartspelers van 1890-1892 dat hangt in hetMetropolitan Museum of Art in New York en De kaartspelers van 1893-1896 in het Musée d'Orsay in Parijs.
Hij schilderde ook vaak de berg Mont Sainte-Victoire vlak bij zijn huis (deze berg lijkt ook op het schilderij van Herakles te staan). In 1901 kocht Paul Cezanne een landgoed ten noorden van Aix waar hij zijn atelier had. Vanuit zijn atelier kon Cézanne deze berg zien, evenals het tussenliggende dal. Tussen 1902 en 1906 komt de berg in veel werk terug. Hij observeerde hem en probeerde uit de vormen en kleuren de diepere betekenis van de natuur te ontcijferen. Zie Montagne Sainte-Victoire (Paul Cézanne).
In latere jaren legde Cézanne zich toe op het schilderen van stillevens, waarbij vooral de vele afbeeldingen van een schaal met fruit erg indrukwekkend zijn door het krachtige kleurgebruik en de textuur van de vruchten. De stillevens lijken realistisch, maar er zitten in de schilderijen speciale effecten die het werk veel krachtiger maken dan een zuiver realistische afbeelding kan doen. De tafels waar het fruit op ligt zijn vaak naar voren gekanteld. Verder lijkt de tafel vaak doorbroken door een verticaal element zoals een fles (zie het voorbeeld van het stilleven). In deze laatste fase van zijn ontwikkeling wordt de verfstreek lichter.
Net als zijn tijdgenoot Claude Monet keerde Cézanne telkens weer terug naar dezelfde onderwerpen zoals landschappen, stillevens met fruit die hij telkens weer op een nieuwe manier wist af te beelden. Voorbeelden hiervan zijn:
Paul Cézanne schilderde ook diverse zelfportretten
In het werk van Cézanne spelen licht en kleur een grote rol. Door het kleurgebruik is zijn werk echter niet zuiver impressionistisch, maar loopt het al vooruit op het expressionisme. Zo gebruikt Cézanne vaak warme en koele kleuren tegen elkaar aan. Door zijn soms hoekige vormentaal wordt zijn werk door sommigen al tot het kubisme gerekend. Ook gebruikt hij massievere en helderder kleuren dan zijn tijdgenoten, de impressionisten.
Paul Cézanne wordt gezien als de grondlegger van de moderne kunst. De vormentaal van Cézanne inspireerde dan ook het kubisme van Picassoen Braque. Picasso noemde Cézanne zijn enige echte meester. Cézanne wordt gezien als de vader voor de kunstschilders die na hem kwamen.
De innovatieve kleurcombinaties die Cézanne gebruikte waren ook invloedrijk, met name op Matisse en bij Les Fauves, in het bijzonder André Derain.
Momenteel (2009) zijn schilderijen van Cézanne door verzamelaars zeer gewild. Een schilderij van Cézanne werd een aantal jaren geleden verkocht voor 60,5 miljoen dollar, de op drie na de hoogste prijs die ooit voor een schilderij werd betaald.









