Naar de inhoud

einstein

akke.beakke.be

Archief

KUBISME

Het kubisme is een stroming binnen de moderne kunst van het begin van de 20e eeuw. Het is een van de vier grote schilderstijlen (naast hetdadaïsme, het expressionisme en de abstracte kunst) in de Europese schilderkunst van de 20e eeuw. Het kubisme vierde zijn hoogtijdagen als avant-gardekunststroming in de periode van 1906 tot ca. 1920

Kunsthistorisch gezien ontstond het kubisme als reactie op het intuïtieve fauvisme met zijn felle kleuren en vlakke vormen. Kubisme daarentegen ging in de richting van orde, reflectie en constructie en maakte gebruik van driedimensionaal voorgestelde vormen.

Van de 19e-eeuwse schilder Paul Cézanne, een voorloper van het kubisme, is de uitspraak dat alle vormen in de natuur in feite zijn opgebouwd uit een aantal oervormen zoals bol, kegel, cilinder en kubus. Zijn ultieme Sainte Victoires (op zijn tentoonstelling in 1907 met zijn werken van de laatste tien jaar) en Pablo Picasso's spraakmakende Les Demoiselles d'Avignon baanden de weg voor het kubisme in de schilderkunst. Volgens de dichter Max Jacob zou het kubisme uitgevonden zijn op een avondje bij Matisse, waar deze aan Picasso een Afrikaans beeldje toonde dat hij in zijn bezit had.

Het belangrijkste - en vernieuwendste - aspect van het kubisme is dat het in eerste instantie om een nieuwe manier van kijken gaat. De oude vragen: 'Hoe leg ik mijn waarnemingen vast?' en 'Hoe geef ik een driedimensionale ruimte weer op een tweedimensionaal vlak?', die ooit tot de ontdekking van het meetkundig perspectief leidden, werden nu gevolgd door nieuwe vragen: 'Kan ik volstaan met weer te geven wat ik door één oog zie?' en 'Kan ik mijn waarneming vertrouwen?'

Pas naar aanleiding van de expositie van Les Indépendants, te Parijs op 25 mei 1910, bestempelde de Franse criticus Louis Vauxcelles in het blad Gil Blas de werken van Georges Braque echter als bizarreries cubiques.

Kenmerken van het kubisme zijn: afgevlakt volume, verwarrend perspectief, collage, meerdere standpunten, stilleven, analytisch, synthetisch.

In het kubisme wordt gebruikgemaakt van verschuivende standpunten. Een tafel kan vanuit verschillende hoeken worden bekeken. Van bovenaf als men staat, vanaf de zijkant als men zit, of van onderaf als men iets van de vloer wil oppakken. Kubisten proberen dit in een schilderij te verwerken.

In het kubisme wordt geen onderscheid gemaakt tussen driedimensionale vormen die naar de kijker toe buigen en vormen die van de kijker af moeten buigen. Kubisten maken vormen vlak en vermenigvuldigen ze dan waardoor platte vlakken met veel patronen in zachte kleuren worden geschilderd gezien vanuit verschillende hoeken.

Het woord kubisme hangt samen met kubus. De kubisten deden net alsof de natuur alleen maar bestond uit kubussen, kegels en bollen. Alles werd dus met deze vormen getekend.

Het meest kenmerkende van het kubisme is de vereenvoudiging van alles. Kleur was niet zo belangrijk. Men gebruikte geen felle kleuren, alleen maar grijsachtige en bruine tinten. Kleur werd in een later stadium wel weer belangrijk.

Er werd een hoofdvorm getekend, maar ook de restvorm was belangrijk (het wit dat op een tekening overblijft, is de restvorm).

Belangrijke onderwerpen waren landschappen, mensen en stillevens.

Hoe belangrijk het expressionisme ook is geweest voor de verdere ontwikkeling van de kunst van de 20e eeuw, zonder de nieuwe manier van kijken van het kubisme zouden we niet spreken over futurisme, dadaïsme, surrealisme, constructivisme, bepaalde vormen van abstracte kunst en kinetische kunst en evenmin van conceptuele kunst.

Het kubisme bevruchtte de basisstroming van de 20e eeuw, het expressionisme, en bracht zo mengvormen voort als het Vlaams expressionisme en de kunst van Picasso.

Het kubisme wil een directe registratie zijn van wat in ons hoofd omgaat wanneer wij naar de dingen kijken. Vandaar de bizarre gedachtesprongen, de fragmentering, de collages, de schijnbaar onjuiste kleuren.

De kubistische beweging wordt in drie periodes opgedeeld:

  • Geometrisch kubisme
  • Analytisch kubisme
  • Synthetisch kubisme

Het geometrische kubisme liep van 1907 tot 1909 met de sterke invloed van Cézanne op de landschappen van Braque en de negersculpturale techniek van Picasso.

Braque en Picasso lieten eens en voor altijd het lineaire perspectief achterwege vanuit de gedachte dat het hier uiteindelijk ook maar om een manier van kijken ging, die onmogelijk de volheid van de visuele ervaring kon weergeven (laat staan de rest).

In de eerste fase zoekt de kubistische kunstenaar naar de basisstructuren achter de dingen en zijn er nog herkenbare, tamelijk samenhangende vormen (zoals Huizen in L'estaque en Grand Nu van Braque, Fruits et Verre en Briquetterie à Tortosa van Picasso). De objecten vertonen een vergaande stilering: de schilderijen lijken in eerste instantie opgebouwd uit meetkundige vormen.

Intussen had de bekende schrijver-dichter-essayist Guillaume Apollinaire de twee protagonisten samengebracht in Le Bateau-Lavoir aan de Rue Ravignan 13 in Parijs.

Men rekent het analytische kubisme van 1910 tot 1912.

In deze periode spat het beeld dat Picasso en Braque ons van de werkelijkheid bieden uiteen in kleine fragmentjes. De vaste vormen van de objecten worden gebroken, ontleed in alle facetten en niet beperkt tot de toevallig zichtbare facetten alleen, door ze naast en vaak over elkaar uit te beelden.

Zo komt men tot de compositions simultanées, waarbij verscheidene gezichtspunten weergegeven worden, zonder nog te denken aan enig centraal perspectief. De obsessie met vorm en structuur bracht de schilders er bovendien toe de kleur bijna volledig van ondergeschikt belang te vinden.

Tijdens het analytisch kubisme balanceren Picasso en Braque op de rand van het abstracte; ze deinzen er wel voor terug, overtuigd als ze zijn dat alleen de werkelijkheid die zich aan onze zintuigen vertoont de basis kan zijn voor kunst (voorbeelden hiervan zijn Ambroise Vollard van Picasso enStilleven met kruik en viool van Braque).

Na 1913 wil men in het synthetische kubisme de breuk met de realiteit weer herstellen. Niet door terug te gaan naar zijn oorspronkelijke vorm maar door de karakteristieke omtreklijn en de materie van objecten zo reëel mogelijk weer te geven. Hiervoor gebruikt men de trompe-l'oeil en de bekendecollages.

Deze synthetische fase, die zich vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ontwikkelt, kan evengoed de associatieve fase genoemd worden. Violen en gitaren worden herleid tot de kleur en de textuur van het materiaal waarvan ze gemaakt zijn. Tegelijk wordt gezocht naar elementen om iets te zeggen over de muziek zelf of de sfeer van de kamer (wolken, blauw, een krul hier en daar). In de collages met stukken van kranten, stoelbekledingen en touw komen stukjes van de werkelijkheid letterlijk in het kunstwerk terecht. Schilderijen uit de synthetische fase van het kubisme vertonen de volgende kenmerken: kleur wordt weer toegelaten, schilderijen zien eruit alsof ze met behulp van knippen en plakken uit allerlei materialen tot stand zijn gekomen, patroonornamenten in de verschillende kleurvlakken, de voorstelling wordt weer meer herkenbaar en er komt weer perspectief in het beeldvlak. Een voorbeeld is Stilleven op tafel van Braque.

Het kubisme liep tot 1920 en het leidde zowel naar het dadaïsme als naar de abstracte kunst. Er zijn tevens overgangen naar het purisme, hetorphisme, het precisionisme en het constructivisme.

Ook in de beeldhouwkunst is het kubisme een productieve beweging. Alexander Archipenko, Raymond Duchamp-Villon, Jacques Lipchitz, Ossip Zadkine en natuurlijk Pablo Picasso zijn er de belangrijkste meesters van.

In Praag ontwikkelde zich tussen 1910 en 1925 een kubistische architectuur (o.a. Josef Goár). In Wenen staat de kubistische Wotrubakerk van Fritz Wotruba.

In de literatuur vinden we het kubisme vooral terug bij de Vlaamse dichter Paul van Ostaijen. Van Ostaijen ontwikkelt zich in zijn poëtisch oeuvre van expressionisme (tonen van alle emotie) via kubisme (de wereld zelf laten spreken) naar de grote onthechting die hij vindt in de abstracte kunst.

 



1914035-2b18ce4955a75b95978439f7c2dfd25a.jpg

1914035-05e08f3081ec92eebd2e3a4ed73f8e6c.jpg

1914035-72aa705313a2088d38267a1127f48295.jpg

1914035-948870c9f5336e0f48631bc2f3a641c7.jpg

1914035-22b6a3cf3d25b59895f9179e4402896e.jpg

1914035-82ba4df70006f319462dca0a033e018e.jpg

1914035-a96af401fc07418d44909a6ca0ebab27.jpg

1914035-11262d536d0ab922e71bb62400e89e8c.jpg

1914035-f9a8d07a27e7ef85a7fe5cf699189f12.jpg
Geschreven door carlo om 09:47 Reageer op dit bericht

WASSILY KANDINSKY

Wassily Kandinsky (Russisch: , Vasili Vasiljevitsj Kandinski) (Moskou, 16 december[1] 1866 – Neuilly-sur-Seine, 13 december 1944) was een Russisch-Franse kunstschilder en graficus. Zijn schilderstijl behoorde aanvankelijk tot het expressionisme, soms ook wel gerekend tot het symbolisme. Kandinsky was een van de schilders die vorm en filosofische ondergrond gaf aan de abstracte kunstin het eerste kwart van de twintigste eeuw.

Filosoof en psychiater Viktor Kandinski was een oom van Kandinsky

Kandinsky was aanvankelijk als jurist verbonden aan de Universiteit van Moskou. In 1896 vertrok hij naar München in Duitsland. Daar studeerde hij eerst twee jaar aan de Anton-Azbé-school en daarna aan de Akademie der Bildenden Künste. Kandinsky was één van de grondleggers van de kunstenaarsgroep de Phalanx en richtte na een jaar de Phalanx-Malschule op. Een van de leerlingen, Gabriele Münter, werd zijn levensgezellin.

In 1909 stichtte hij met zijn vriend Alexej von Jawlensky de Neue Künstlervereinigung München. Na een jaar verliet hij de groep echter en richtte in 1911 met Franz Marc de kunstenaarsvereniging Der Blaue Reiter op, genoemd naar een eerder ruiter-schilderij van Kandinsky en naar de voorliefde voor paarden van Franz Marc; van de kleur blauw hielden ze allebei. Der Blaue Reiter werd ook de naam van de door deze groep uitgegeven almanak. In 1912 verscheen in twee opeenvolgende edities zijn belangrijke essay Über das Geistige in der Kunst.

In Murnau, waar Gabriele Münter woonde, zou hij in 1910 het abstracte schilderen ontdekt hebben, naar aanleiding van één van zijn omgekeerde figuratieve werken. "...Ik bevond me onverwacht voor een schilderij van een onbeschrijfelijk overweldigende schoonheid. Verbaasd bleef ik staan, gefascineerd door dit werk ... Het schilderij had geen onderwerp, het stelde geen enkel herkenbaar object voor, het was uitsluitend samengesteld uit lichtende kleurvlekken ..." verklaarde hij. In Murnau was de invloed van de Fauvisten op zijn werk duidelijk. In 1905 hadden zij voor het eerst als groep tentoongesteld op het Salon d'Automne in Parijs, waar ook Kandinsky aan deelgenomen had. Een voorbeeld van deze invloed is het schilderij "Murnau Kohlgruberstrasse" uit 1908.

De meningen omtrent het ontstaan van de abstracte kunst lopen wel enigszins uit elkaar. Waren het de "Disques simultanés" van de FranseRobert Delaunay, of de muzikale doeken van de Tsjech Kupka, of de geometrische oefeningen van Kasimir Malewitsj of het abstracte processus waaraan Mondriaan zich waagde, die de revolutionaire stap naar de abstractie zetten? Of was het dan toch Michail Larionov met zijn "Rayonisme" van 1907? En verliezen we ten slotte niet uit het oog, dat Cézanne zijn "Sainte Victoire" al vanaf 1885 en Monet zijn "Nymphéas" vanaf 1890 louter tot kleur aan het abstraheren waren. Zeker is dat de toen 20-jarige student Kandinsky al in 1886 de kleurenoverheersing in de oude Russische iconen had opgemerkt en dat hij, 9 jaar later, op een expositie in Moskou, in bewondering stond voor het schilderij de "Korenschelf" van Claude Monet, waarbij hij zich afvroeg "...Waarom zou de emancipatie van de kleur niet kunnen samengaan met de bevrijding van de vorm?...". Een "Improvisatie"-aquarel van hem, in 1910, luidde wel degelijk de abstracte kunst in.

Kandinsky liet zich inspireren door muziek en met name de atonale muziek van Arnold Schönberg. In Über das Geistige in der Kunst stelde Kandinsky dat kleur en klank psychologische effecten hebben op de menselijke ziel. Hij stelde een klankkleurtheorie op, die een grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de twintigste-eeuwse kunst. Volgens Kandinsky spreekt iedere kleur een eigen taal met een eigen expressie en zit in elke kleur een vorm en ziel. Verschillende kleuren samen zullen een innerlijke beleving bij de beschouwer bewerkstelligen. Ook de verschillende klanken in muziek, die samen een harmonieus geheel vormen, zullen een innerlijke beleving bij de luisteraar opwekken. Deze krachtige uitwerking die kleur en klank hebben op de menselijke psyche, noemt hij ‘innerlijke klank’ of ‘seelische Vibration’.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerde Kandinsky terug naar Moskou. Hij werd er leraar en trouwde er in 1917 met Nina de Andrejevski. Zijn bruid was 16, hij was 50. Zijn vriendin Gabriele was in Murnau gebleven. Ze zou er sterven in 1962. Ze had nog één schilderij van Kandinsky overgehouden, een portret van haar, in een mauve jurkje, toen ze 27 jaar was. Het was hun geliefkoosde kleur geweest.

Na de oorlog keerde hij terug naar Duitsland en in 1922 werd hij professor aan het Bauhaus van Weimar, waaraan Paul Klee al verbonden was. Hier begon de meest productieve periode uit Kandinsky's leven. Hij noemde het zelf "de tijd, gekarakteriseerd door een lyrisch geometrisme". Toen het Bauhaus in 1925 verhuisde naar Dessau, oefende hij er dezelfde functie uit. Nog in 1922 realiseerde hij voor de Jurifreie Kunstausstellung van Berlijn een monumentaal decor over de 4 muren van het Salon. Dit kunstwerk werd gereconstrueerd in het Nationaal Museum voor Moderne Kunst (M.N.A.M.) van Parijs, in 1977.

In 1924 stichtte hij met Lyonel Feininger, Paul Klee en Alexej von Jawlensky weer een andere kunstenaarsgroep, "Die Blauen Vier".

Naast talloze van zijn theoretische beschouwingen, die in de "Bauhaus-Bücher" verschijnen, maakte hij ook werk van zijn "Punkt und Linie zu Fläche", gepubliceerd in 1926.

Op de Internationale Tentoonstelling voor Architectuur te Berlijn, in 1931, creëerde hij de grote muurpanelen in keramiek voor de Muziekzaal in het Mies van der Rohe-huis.

In 1928 verkreeg Kandinsky de Duitse nationaliteit, maar in 1933 moest hij Duitsland verlaten, net als Paul Klee. Het Bauhaus, dat het jaar ervoor overgeplaatst was naar Berlijn, werd datzelfde jaar door de Gestapo gesloten. Hij kwam naar Parijs, waar hij de Franse nationaliteit aannam en met Nina in Neuilly-sur-Seine ging wonen. Hij schilderde er in 1944 zijn laatste stuk "Getemperd élan" en stierf er op 13 december 1944. Hij stierf aan de gevolgen van atherosclerose, een vaatziekte.

Zijn weduwe Nina leefde nog bijna 40 jaar. Ze werd vermoord gevonden tijdens een vakantie in haar chalet te Gstaad, in Zwitserland, in september 1980

 



1914031-e11341ff837f9dcd1b4aa07bb962d8f4.jpg

1914031-2b18ce4955a75b95978439f7c2dfd25a.jpg

1914031-05e08f3081ec92eebd2e3a4ed73f8e6c.jpg

1914031-948870c9f5336e0f48631bc2f3a641c7.jpg

1914031-22b6a3cf3d25b59895f9179e4402896e.jpg

1914031-82ba4df70006f319462dca0a033e018e.jpg

1914031-a96af401fc07418d44909a6ca0ebab27.jpg

1914031-11262d536d0ab922e71bb62400e89e8c.jpg

1914031-f1174b6edeb41f3cac48b6e7954e99e7.jpg
Geschreven door carlo om 09:44 Reageer op dit bericht

AUBREY BEARDSLEY

Aubrey Vincent Beardsley (Brighton (Engeland, 21 augustus 1872 – Menton (Frankrijk), 16 maart 1898) was een invloedrijk Engels illustrator enschrijver. Zijn werk wordt gerekend tot de stroming van de jugendstil of art nouveau

Beardsleys vader, Vincent Paul Beardsley (1839-1909), was de zoon van een handelaar. Vincent was zelf geen handelaar, maar leefde van een privé-inkomen uit een erfenis die hij kreeg van zijn grootvader toen hij eenentwintig werd. Vincents vrouw, Ellen Agnus Pitt (1846-1932), was de dochter van een chirurg, majoor William Pitt, in dienst van het Indiase leger. De Pitts waren een gerenommeerde en gerespecteerde familie uit Brighton, en de algemene mening is dat Beardsleys moeder beneden haar stand getrouwd was. Kort na hun huwelijk was Vincent verplicht om een aantal van zijn eigendommen te verkopen wegens een vordering tot het regelen van een schending van de belofte aan een andere vrouw, die beweerde dat hij had toegezegd met haar te trouwen. Op het moment van Aubreys geboorte leefde zijn familie, inclusief zijn een jaar oudere zus Mabel, in het familiehuis van Ellen op Buckingham Road no. 12.

In 1883 vestigde het gezin zich in Londen, en in het volgende jaar verscheen hij als kind in het openbaar als een muzikaal fenomeen, spelend op een aantal concerten met zijn zus. Hij ging in 1884 naar de Brighton Hove en Sussex Grammar School, voor hij les volgde aan de Bristol Grammar School. Hier schreef hij in 1885 een toneelstuk, dat hij samen met andere studenten uitvoerde. Rond dezelfde tijd werden zijn eerste tekeningen en cartoons gepubliceerd in de schoolkrant van de Bristol Grammar School Past and Present. In 1888 kreeg hij een baan bij een architectenkantoor, en daarna een baan bij de Guardian Life and Fire Insurance Company.

In 1891, op advies van Sir Edward Burne-Jones en Pierre Puvis de Chavannes, koos hij kunst als een beroep. In 1892 volgde hij de lessen aan de Westminster School of Art, toen onder leiding van professor Fred Brown. Zijn eerste zes jaren van grote creativiteit kunnen worden verdeeld in verschillende periodes, ook door de vorm van zijn handtekening. In de vroege periode is zijn werk meestal niet ondertekend. Gedurende 1891 en 1892 maakte hij gebruik van zijn initialen – AVB. Medio 1892, de periode van Morte D'Arthur en The Bon Mots, gebruikte hij een soort Japans merk dat steeds sierlijker werd, soms vergezeld van AB in blokletters.

Hij werkte mee aan het belangrijke literaire tijdschrift The Yellow Book, dat verscheen tussen 1894 en 1897, hij was er de eerste artdirector van en publiceerde een groot aantal illustraties in het blad. Hij maakte zijn platen gewoonlijk met inkt, waarbij grote donkere vlakken contrasteren met witte of lege vlakken.

Beardsley was de meest controversiële kunstenaar van de Art Nouveau-periode, bekend door zijn donkere en perverse beelden en zijn groteske erotica, dat het belangrijkste thema was van zijn latere werk. Sommige van zijn tekeningen, geïnspireerd door de Japanse shunga, hadden afbeeldingen van enorme genitaliën. Zijn bekendste erotische illustraties zijn gebaseerd op thema's van de geschiedenis en de mythologie, deze omvatten onder andere zijn illustraties voor een privé-gedrukte editie van Aristophanes' Lysistrata. Hij produceerde ook uitgebreide illustraties voor boeken en tijdschriften (bijvoorbeeld voor een luxe editie van Sir Thomas Malory's Le Morte d'Arthur) en werkte voor bladen als The Studio Magazineen The Savoy, waarvan hij medeoprichter was. Beardsley illustreerde ook Oscar Wildes Salomé. Beardsley schreef Under the Hill, een onvoltooid erotisch verhaal losjes gebaseerd op de legende van Tannhäuser, gepubliceerd in The Savoy. Beardsley was ook een karikaturist en maakte een aantal politieke cartoons, waarin Wildes oneerbiedige humor in de kunst werd afgebeeld. Beardsleys werk weerspiegelde de decadentie van zijn tijd en zijn invloed was enorm, en duidelijk zichtbaar in het werk van de Franse symbolisten, en de affichekunst.

Beardsley was nauwgezet op zijn kleding: duifgrijze pakken, hoeden, dassen, gele handschoenen. Bij zijn uitgever verscheen hij in een jacquet en lakleren schoenen.

Hoewel Beardsley op een lijn was gezet met de homoseksuele kliek gangbaar onder Oscar Wilde en andere Engelse estheten, blijven de details van zijn seksualiteit onduidelijk. Hij werd algemeen beschouwd als aseksueel en dat is niet verwonderlijk, gezien zijn chronische ziekte en zijn toewijding aan zijn werk. Bij speculaties over zijn seksualiteit waren onder meer geruchten over een incestueuze relatie met zijn oudere zus Mabel, die mogelijk zwanger was geworden van hem en een miskraam kreeg. Door zijn hele carrière had Beardsley terugkerende aanvallen van tuberculose. Hij had regelmatig longbloedingen en was vaak niet in staat om te werken of zijn huis te verlaten.

Beardsley werd katholiek in maart 1897, en zou vervolgens zijn uitgever, Leonard Smithers, vragen om alle obscene kopieën van Lysistrata en andere obscure tekeningen te vernietigen. Smithers negeerde Beardsleys wensen en verkocht nog steeds reproducties en vervalsingen van het werk van Beardsley.

Beardsley was actief tot zijn dood in Menton, Frankrijk, waar hij op 25-jarige leeftijd op 16 maart 1898 stierf.



1913675-e11341ff837f9dcd1b4aa07bb962d8f4.jpg

1913675-2b18ce4955a75b95978439f7c2dfd25a.jpg

1913675-05e08f3081ec92eebd2e3a4ed73f8e6c.jpg

1913675-72aa705313a2088d38267a1127f48295.jpg

1913675-22b6a3cf3d25b59895f9179e4402896e.jpg

1913675-c56d5e78ee765fea6681dfac05f031bd.jpg

1913675-82ba4df70006f319462dca0a033e018e.jpg

1913675-11262d536d0ab922e71bb62400e89e8c.jpg

1913675-f9a8d07a27e7ef85a7fe5cf699189f12.jpg
Geschreven door carlo om 10:06 Reageer op dit bericht

de club van rome

Systeemdenken onverminderd belangrijk

Hoe voeden we 9 miljard mensen in 2050? Hoe gaan we om met klimaatverandering? Hoe zorgen we ervoor dat iedereen kansen krijgt om een waardig leven te leiden? Dit is maar een kleine selectie van de breinbrekers die we als mensheid voor onze kiezen krijgen.
Deze uitdagingen vragen om echte oplossingen, in plaats van symptoombestrijding. Dijken verhogen is natuurlijk een optie, maar liever voorkomen we een stijgende zeespiegel door nu emissies te verlagen. De kern van het probleem aanpakken vanuit een goede, wetenschappelijk onderbouwde visie, daar geloven wij als Club van Rome Nederland in.  Daarvoor is inzicht in de samenhang van de verschillende wereldproblemen essentieel. Met haar lange geschiedenis van systeemdenken neemt de Club van Rome een heel eigen plaats in in het duurzaamheidsdebat.

Club van Rome krijgt gelijk: "Wereld vergaat nog deze eeuw"

 2Chinese fabrieken braken rook uit. ©REUTERS

Wie de grimmige voorspellingen uit het boek 'Limits to Growth' van de Club van Rome altijd heeft afgedaan als doemdenkerij, wordt door een nieuwe studie met de neus op de feiten gedrukt. In het boek uit 1972 wordt voorspeld dat onze beschaving deze eeuw ineen zal stuiken. Australisch onderzoek bevestigt dat nu.

SHARE

"Dit onderzoek zou alle alarmbellen moeten laten afgaan"

DR. GRAHAM TURNER, UNIVERSITEIT VAN MELBOURNE

Al sinds het boek van de denktank Club van Rome in 1972 werd gepubliceerd, wordt het door critici afgedaan als de ultieme fantasie voor doemdenkers. In 2002 werd het door milieu-expert Bjorn Lomborg nog veroordeeld tot "de vuilbak van de geschiedenis", maar onderzoek van de universiteit van Melbourne toont nu aan dat het daar helemaal niet thuishoort. De onderzoekers stellen dat het scenario dat in het boek wordt geschetst erg accuraat is, en dat we de eerste tekenen van een nakende ineenstorting binnenkort al zullen zien. 

Business as usual
'Limits to Growth' kwam tot stand dankzij researchers van het prestigieuze Massachusetts Institute of Technologie (MIT), die een baanbrekend computerprogramma ontwikkelden om de wereldeconomie, vervuiling, voedselvoorziening, bevolkingsgroei en grondstoffengebruik te monitoren. Op basis van reële gegevens tot 1970 maakten ze projecties tot 2100, afhankelijk van welke actie de mensheid ondernam op vlak van milieu- en grondstoffenbeheer. Als er geen actie werd ondernomen - het zogenoemde 'business-as-usual'-scenario -, voorspelde het computermodel een ineenstorting van de wereldeconomie voor 2070. 

Het boek ging daarbij uit van de - omstreden - stelling dat de aarde eindig is, en dat het streven naar ongelimiteerde groei op alle vlakken uiteindelijk tot een totale crash zou leiden. 

Dr. Graham Turner van de universiteit van Melbourne vroeg data op bij de Verenigde Naties (onder andere bij het departement economische en sociale zaken, Unesco en de voedsel- en landbouworganisatie), maar ook bij de Amerikaanse organisatie die zich bezighoudt met de oceanen en de atmosfeer. Die data werden naast de voorspellingen uit 'Limits to Growth' gelegd. En wat blijkt? De wereld sluit momenteel erg nauw aan bij het 'business-as-usual'-scenario.

Onderstaande grafieken tonen de reële gegevens (MIT en universiteit van Melbourne) in een volle lijn. De stippellijn toont het 'business-as-usual'-scenario uit het boek. Tot 2010 lopen de data opvallend gelijk met de voorspellingen van de Club van Rome.

Onstilbare honger naar welvaart
Zoals de onderzoekers van MIT in 1972 uitlegden, zal de groeiende wereldbevolking en de vraag naar materiële welvaart leiden tot meer industriële productie en vervuiling. De grafieken tonen duidelijk aan dat dit het geval is. Natuurlijke rijkdommen worden in sneltempo opgebruikt, de vervuiling neemt toe en de (voedsel-)productie per hoofd stijgt. Ook de bevolking gaat pijlsnel de hoogte in. 

Volgens het boek vergt die onstilbare honger steeds meer voorraden, waardoor zij door de toenemende schaarste ook steeds duurder worden. Hierdoor wordt de productie ook steeds duurder, waardoor de industriële productie uiteindelijk zal inzakken. In het boek zou dat al vanaf 2015 het geval zijn. 

Vanaf dat moment - verwacht tussen 2015 en 2030 - ontstaat er een domino-effect van dalende voedselproductie, besparingen op vlak van gezondheid en onderwijs en een stijgend sterftecijfer. Daardoor zou de wereldbevolking sterk afnemen, met ongeveer een half miljard per decennium. De levensstandaard valt uiteindelijk terug naar een niveau dat vergelijkbaar is met dat van begin 20ste eeuw. 

De eerste stadia van de neergang zijn mogelijk al begonnen, met de wereldwijde financiële en economische crisis van 2007-2008, de aanhoudende economische malaise en de eerste merkbare tekenen van de klimaatverandering. 

Onzekere toekomst
"Onze research toont niet aan dat de ineenstorting van de wereldeconomie, het milieu en de bevolking een zekerheid is, noch beweren we dat de toekomst zich exact zal ontvouwen zoals in het boek wordt voorspeld", benadrukken de Australische onderzoekers in de Britse krant The Guardian. "Maar onze bevindingen zouden wel een alarmbel moeten laten afgaan. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het streven naar aanhoudende groei kan blijven duren zonder ernstige, negatieve effecten te hebben, en die effecten kunnen sneller voelbaar zijn dan we denken." 

"Het is misschien te laat om de politici en rijke elite ervan te overtuigen het roer drastisch om te gooien. Dus is het aan de rest van ons om na te denken over hoe we onszelf kunnen beschermen tegen deze onzekere toekomst."

 



1913344-11262d536d0ab922e71bb62400e89e8c.jpg

1913344-f9a8d07a27e7ef85a7fe5cf699189f12.jpg

1913344-f1174b6edeb41f3cac48b6e7954e99e7.jpg

1913344-c915a8200ad6921a33fde350f00200e1.jpg

1913344-4655d98f8d48394e228ee2ad1de6be92.jpg

1913344-d2bc8d969706c5e5558fe74b8cce6f65.jpg

1913344-fc3ee4d76310cd68893c1488164299ca.jpg

1913344-e7e53628231b2a6b66bac296ed62afc0.jpg

1913344-cd74b13f72cbc99022bcc062df56b69f.jpg
Geschreven door carlo om 10:48 Reageer op dit bericht

DE CLUB VAN ROME

De Club van Rome is een particuliere stichting die in april 1968 werd opgericht door Europese wetenschappers, om hun bezorgdheid over de toekomst van de wereld voor het voetlicht te brengen.

Doelstellingen van de Club van Rome ]zijn:

  • het onderzoeken van de kwantitatieve en kwalitatieve samenhang van de wereldproblemen (bevolkingsgroei, voedselproductie, industrialisatie, uitputting natuurlijke hulpbronnen, vervuiling; uitgewerkt in een zogenaamd wereldmodel)
  • de wereld wijzen op de ernst van de problemen
  • regeringen en politici stimuleren tot gecoördineerde maatregelen ter verbetering van de situatie.

De Club van Rome heeft geen politieke of economische macht. Daardoor verloopt de beïnvloeding moeizaam.

De Club bestond oorspronkelijk uit 36 leden, die in april 1968 voor het eerst bij elkaar kwamen in Rome - vandaar de naam. De oprichting van de Club van Rome werd geïnitieerd door de Italiaanse industrieel Aurelio Peccei en de Schotse wetenschapper Alexander King. Vanaf 1968 kwam het gezelschap elk jaar in een ander land bijeen om over het milieu te praten.

De Club van Rome heeft diverse rapporten uitgebracht over het milieu, waarvan De grenzen aan de groei het bekendste is.

De grenzen aan de groei

De Club van Rome kreeg in één klap bekendheid met het rapport De grenzen aan de groei dat in 1972 werd uitgebracht. Hierin werd, in navolging van het boek The Population Bomb vanPaul R. Ehrlich, een verband gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Het rapport gaf een prognose van het grondstof- en voedselverbruik in de wereld voor de komende jaren. Daarin werd een beeld geschilderd van in een aantal decennia oprakende grondstofvoorraden. De impact van het rapport werd versterkt door de oliecrisis die in 1973door de Arabische olieproducerende landen werd veroorzaakt, na de overwinning van Israël in de Jom Kipoeroorlog als vergeldingsmaatregel tegen de overwegend pro-Israëlische Westerse wereld. Velen zagen – hoewel het rapport niet over zo'n korte termijn gerept had – het doemscenario al in vervulling gaan, vooral in Nederland, dat te maken kreeg met een olieboycot. Premier Den Uyl deed er nog een schepje bovenop door op televisie te verklaren dat de wereld nooit meer hetzelfde zou worden. Na afloop van de oliecrisis volgde een zekere ontnuchtering waarin de Club van Rome meer en meer mikpunt van kritiek werd.

Critici van het rapport gaven aan dat het rapport onvoldoende aandacht gaf aan de mogelijkheid om met behulp van nieuwe technologieën het doemscenario af te wenden. Ook meenden critici dat onvoldoende rekening werd gehouden met lokale verschillen. Het was ook een vroeg voorbeeld van het gebruik van computermodellen om prognoses te maken. Computers waren in die tijd geen algemeen goed, en het ontzag dat voor deze apparaten bestond gaf het publiek de veronderstelling dat het toekomstbeeld wel waar moest zijn. Later, toen bleek dat dit geen houdbare redenering was, barstte de kritiek los en werd door velen het rapport als ongefundeerd doemscenario weggekwalificeerd. Latere verbeteringen in de methodiek hebben echter bij velen nooit meer de bittere smaak weggenomen.

30 jaar later is het rapport in 37 talen vertaald en zijn er 12 miljoen exemplaren van verkocht over de gehele wereld. Het rapport heeft ervoor gezorgd dat het milieu wereldwijd op de politieke agenda kwam te staan, en heeft er mede voor gezorgd dat het gebruik van computermodellen een alledaagsheid is geworden.

In 2004 werd een geactualiseerde versie van het rapport De grenzen aan de groei gepubliceerd.

Op 7 mei 2012, in het kader van een achttien maanden durende campagne, stelde de Club in Rotterdam een nieuw werk voor: A Global Forecast for the Next Forty Years (Globale prognose voor de komende veertig jaar). Het is geschreven door Jørgen Randers (1945), een Noors wetenschapper die medeauteur was van De grenzen aan de groei.

 



1913342-e11341ff837f9dcd1b4aa07bb962d8f4.jpg

1913342-2b18ce4955a75b95978439f7c2dfd25a.jpg

1913342-05e08f3081ec92eebd2e3a4ed73f8e6c.jpg

1913342-72aa705313a2088d38267a1127f48295.jpg

1913342-948870c9f5336e0f48631bc2f3a641c7.jpg

1913342-22b6a3cf3d25b59895f9179e4402896e.jpg

1913342-c56d5e78ee765fea6681dfac05f031bd.jpg

1913342-82ba4df70006f319462dca0a033e018e.jpg

1913342-a96af401fc07418d44909a6ca0ebab27.jpg
Geschreven door carlo om 10:46 Reageer op dit bericht

Meer van einstein

↑ Terug naar de berichten