Naar de inhoud

Meises erfgoed

Keizerlijk Meise
akke.beakke.be
Sib, de orde van de autochtone Meisenaars, verzamelt alles over het historische Meise

Archief

357 Het lied der Meisenaren A.De Boeck

357 Het lied der Meisenaren.

Tekst :             Jef Lettens
Muziek :          August De Boeck      

Wij zijn geboren Meisenaren,
met hart en ziel en blij gemoed.
Wij durven openlijk verklaren,
te Meise maken wij het goed.
In ’s wekenstijd met naarstig werken
wij winnen dagelijks ons brood,
en ’s zondags trekken wij ter kerken
en ’s avonds, ons plezier is groot.

Refrein :
We zijn Meisenaren,
met hart en gemoed.
Te Meise sinds jaren,
daar wonen wij goed.
Geen andere oorden,
hoe rijk ook en schoon
ons hart kan bekoren;
Ons dorpje spant de kroon.

Wij zijn geboren Meisenaren.
Geen ander dorp in ’t wereld rond
kan ons Meise evenaren,
’t is dat eens ons wiegje stond.
Als eens voor ons het uur zal komen
dat wij van ’t leven scheiden af
als laatste gunst wij zullen vragen :
en in zijn grond, men delve ons graf

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 00:00 Reageer op dit bericht

356 Inwijding (oude) beiaard

356 Inwijding van de beiaard : 19 november 1950

Deze dag mag in de notulenboeken van de gemeente en van de kerkfabriek met een dikke lijn onderstreept worden.
Op 19 november 1950 werd de beiaard van Meise gewijd door Mgr De Smedt , toenmalig hulpbisschop van Mechelen, nu bisschop van Brugge.  De idee van de beiaard is ontloken uit een jeugdopwelling in het gemoed van donateur Jan Van Gysel; zo bekent hij zelf in het boekje “Meise”, uitgegeven bij de inwijding van de beiaard op 10 juni 1951.
zie tekst
De 47 klokken werden gegoten in de werkhuizen van Michiels te Doornik onder bestendig toezicht van de meester beiaardier.
De grootste klok “St.-Martinus” weegt 750 kg – de tweede “Maria” 538 – de derde “Joannes”en de vierde “”Joanna” dragen de voornaam van de peter en de meter, de donateurs, de heer en mevrouw Van Gysel – De Heu.
Het totale gewicht van de 47 klokken beloopt 4.202 kg.
Het is beslist een van de beroemde beiaarden.
De concerten waarop de beiaardier Jef Rottiers ons vergast zijn momenten van trillende vreugde.  Ge moet ze gaan beluisteren in de zalige avondstilte, stemmig weggedoken op een bank in de oase, ver weg van het storend geraas van het moderne verkeer. De tonen van de zingende klokken klinken daar zo innig, zo zuiver alsof ze gefiltreerd werden door de luchtzeef van de frisse Warande.  Daar dringen de zinderende stemmen veel dieper in uw hart, in de intimiteit van uw gemoed.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:06 Reageer op dit bericht

355 Restauratie St.-Martinuskerk

355 Restauratie van de St.-Martinuskerk

In de laatste jaren van de XIXde eeuw (1897) werden aan de parochiekerk belangijke werken uitgevoerd; ook de meubilering werd vervangen.  De oude altaren, het oude hoofdaltaar had destijds 230 guldens gekost, de merkwaardige biechtstoelen, de prachtige preekstoel werden vervangen door stukken die geen kunstwaarde hebben.
De eiken lambrizering van de zijbeuken werd weggenomen.
De altaren zouden overgebracht zijn naar de kerk van de H.Drievuldigheid te Brussel en de preekstoel naar de abdij van Park te Leuven.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:03 Reageer op dit bericht

354 De krypte

354 De krypte

Onder het koor van de Sint – Martinuskerk is een krypte gebouwd.  Deze begraafplaats werd niet ingenomen door de “grote” heren Nassau en Grimbeghen die er een andere op na hielden.  Ze verviel geheel aan de “kleine” heren van Boechout en Meise, temeer dat de dorpspastoors niet in het koor begraven werden doch naar Grimbergen overgebracht.
Oorspronkelijk was deze begraafplaats voorbehouden aan de bezetters van het kasteel van Meys – de beschikking over deze krypte was onafscheidbaar verbonden aan het bezit van de heerlijkheid Meise.
Het is niet uitgewezen wanneer de heren van Boechout de beschikking gekregen hebben over het gedeelte aan de kant van het evangelie, zoals dit thans nog is.
Op te merken valt dat wanneer de jonge baron Roose, in dienst van Maria Theresia gevallen en uit Pruisen overgebracht, bijgezet werd in 1760, in het graf van Jan Van der Ee, voormalig bezitter van het Hof van Meys.
De bijzettingen geschiedden soms in eigenaardige omstandigheden.
Wanneer op 23.4.1762, de toenmalige baronesse te Brussel sterft, wordt het lijk om 5 uur ’s morgens gebracht in een koets, begeleid door twee minderbroeders en zonder ceremonie in de krypte gelegd – dan begint gedurende zes weken het overdood luiden- recht dat alleen de grote families toekomt, doch door de kleine ook uitgeoefend bij plaatselijke afwezigheid van de groten zoals in Meise.
Er is hiertegen verbod gekomen vanwege de Drossaard van Grimbergen en vanwege hertog van Croy.
Op 25 mei had eerst de plechtige uitvaart plaats; het luiden had aan de kerk 21 gulden opgebracht.
Integendeel werd niets gedaan toen deze hertog van Croy op 19.4.1767 op zijn kasteel te Roelx overleed.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:59 Reageer op dit bericht

353 Waarde muurschilderingen

353 En de waarde van deze fresco’s (muurschilderingen) ?

Hierover werd veel geschreven, de meningen zijn uiteenlopend.  Sommige kunstctitici beweren dat ze geschilderd werden door Frans Floris of door een leerling uit de school van Barend van Orley.  Anderen, waaronder wijlen kannunik Delestré, abdijheer, beweren dat deze muurschilderingen gepenseeld werden door een kloosterling van de abdij van Grimbergen namelijk Gaspard Vander Schueren die als waarnemend pastoor van Meise gefungeerd heeft.
Deze tesis lijkt de meest waarschijnlijke en gegrond.
De besturen van de gemeente en van de kerkfabriek hebben herhaaldelijk sterk aangedrongen bij de Kommissie van Monumenten om de beschadigde muurschilderingen te herstellen.  De kommissieleden hadden niet veel aandacht voor deze verzoekschriften – jaren zijn erover heen gegaan.  De reden van deze houding kan zijn dat ze van oordeel waren dat de muurschilderingen geen grote kunstwaarde hadden.  Men kan niet aannemen dat de leden van de kommissie zo lang zouden getalmd hebben wanneer het om kunstschatten of meesterwerken zou gegaan zijn.
Deze zienswijze werd zeer laattijdig door de kommissie bevestigd.
Nadat de schilderingen met een laag verf bestreken waren, heeft de kommissie haar oordeel meegedeeld waaruit blijkt dat deze muurschilderingen geen kunstwaarde hadden.
Niettemin ware het beter geweest deze zeldzame muurschilderingen te behouden (evenals Petrus op de paal).

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:51 Reageer op dit bericht

352 Muurschilderingen

352 De fresco’s van Meise (Muurschilderingen)

In België zijn fresco’s (muurschilderingen) zeer zeldzaam.
Boven het altaar van Sint-Jozef, de rechterbeuk van de parochiekerk, was een muurschildering gepenseeld die het laatste oordeel voorstelde.  Kristus gezeten op een regenboog, de rechtervoet op de aardbol.  Aan de rechterhand zit de H. Maagd geknield , omringd door de apostelen.  In het midden van de schildering stond een katafalk bewaakt door een geraamte : de dood – mensen staan op uit hun graf en daartussen engelen en duivels.
Onder dit tafereel – linker hoek : de bekering van St.-Hubertus en het hert met een kruisbeeld tussen het gewei.
Rechter hoek : de liefdadigheid van St.-Martinus die zijn mantel deelt met een arme bedelaar.
Boven het altaar van Onze Lieve Vrouw (linker hoek) een muurschildering eveneens met drie panelen.
Boven : afbeelding van het overlijden van de H. Maagd Maria, die op haar sterfbed ligt en daarrond de twaalf apostelen – en van de ten hemel opneming van de moeder Gods – dan enkele mensen die waarschijnlijk leden van de familie Van Immerzele voorstellen en de bemiddeling van Maria komen afsmeken.
Onderpaneel rechts : is Maria’s boodschap en links aanbidding van de herders.
Op de rechter pilaster van het hoogkoor was een beeltenis van de H. Petrus geschilderd.  De prins der apostelen hield in de rechter hand een symbolische sleutel.
Er wordt verondersteld dat eveneens op de andere zuilen beeltenissen van apostelen waren gepenseeld die bij het afkrabben van de kalkbezetting te loor zijn  gegaan.
Volgens de aantekeningen van pastoor Van Daelen zou reeds in 1862 of zelfs in 1852 bij een door pastoor Bosselaers aan architect Appelmans gevraagd plan voor restauratie van de kerk, de kalk afgekrabt zijn van de fresken en van de pilaren waar twaalf apostelen op geschilderd waren (dan moeten er op meerdere pilaren, twee apostelen gestaan hebben).
De beeltenis van Sint-Pieter was reeds hersteld en toen de kerkmeesters vernamen dat dit 200 F kostte, hebben zij aanstonds de andere beeltenissen van de apostelen op de pilaren doen afkrabben en aan de architect laten weten dat zij zijn plan niet konden uitvoeren.
Graaf Amedéé de Beauffort, de heer van Boechout en voorzitter van de Kommissie van Monumenten had destijds geoordeeld dat deze muurschilderingen in zeer slechte staat waren en van weinig waarde.
Eindelijk op 10.8.1885 werden de zijaltaren weggenomen en de muren afgekrabt.  De Kommissie van Monumenten zond Mr Albert De Vriendt van Yzendyck (architect) en Franz Meerts (schilder) die besloten dat de fresken het waard waren hersteld te worden.
Franz Meerts werd aangesteld om de herstelling te doen, doch hij stierf kort nadien.  Als opvolger duidde hij zijn leerling Jef Middeleer aan, die alles deed verdwijnen, wat zijn medeleerling reeds uitgevoerd had.  Ze waren voltooid in oktober 1897.  Jef Middeleer heeft al de fresken hersteld behalve deze uiterst rechts en uiterst links (St.-Martinus en St.-Hubertus) welke totaal van zijn  hand zijn, echter in een stijl die niet geheel van dezelfde tijd is als de overige.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:04 Reageer op dit bericht

351 Stoffering van de kerk

351 Stoffering van de kerk

In 1882 werd aan de epistelkant van de dwarsbeuk het raam met de wapens van Van der Linden geplaatst : prijs F 2.700, betaald door barones de Briene d’Hoogvorst – glazenier Capronnier.
In dit glasraam staan de beeltenissen van de H. Leo en H.Elisabeth, patronen van de donateurs : Léon Van der Linden en Mevrouw.
Aan de overzijde, een glasraam geschonken door het gezin Amedee de Beaffort – Elisabeth Roose. Hier hebt ge de beeltenis van de patronen H. Amedaeus en Sancta Elisabeth.
Hetzelfde jaar heeft Bayens van Gent zware gewaden gemaakt, voor het eerst gebruikt in de lijkdienst van baron de Briene. De familie Van der Linden was er zo tevreden over dat ze de rekening betaalde.
In 1885 vloer vervangen in de middenbeuk en herstel van de zijbeuken : 1000 F.
In 1889 kerkdeur vernieuwd – plan architect Van Assche – Gent, uitgevoerd door Lambotte van Laeken : F 1.650.
Onder voorwendsel dat het meubilair in dezelfde (gotische) stijl moest zijn als de kerk werden in 1897 aangekocht :
hoogaltaar – Peeters Antwerpen 4.900 F
2 zijaltaren – Peeters Antwerpen 3.750 F
communiebank – Peeters Antwerpen 1.000 F
portaal – Peeters Antwerpen 1.000 F
predikstoel – Rolmaet Leuven 3.000 F
2 biechtstoelen – Rolmaet Leuven 1.800 F
orgel – Gebr. Van Bever Laken 4.750 F
geschilderde ramen – Steyaert Schaarbeek 3.500 F
kruisweg – Arille Lagman en Maurits Lefèvre – leerlingen van Meerts 2.100 F
2 ijzeren hekken – Pierre De Smedt Elsene 900 F
24 koeren kandelaars – Lamb. Van Rijswijck Antwerpen 772 F
3 zetels – Mathias Zeus Gent 220 F

Kosten gedekt door :
verkoop 1 ha 11 a grond aan de keizerin 11.100 F
1,5 ha op publieke verkoop 8.525 F
2 zijaltaren aan de Kerk H. Drievuldigheid 950 F
boiseries met 4 biechtstoelen en communiebank aan de Engelse Cie Buime 2.725 F
7 schilderijen door de commissie uit de kerk geweerd 800 F
predikstoel aan de abdij Park 300 F
In het begin van de XIXde eeuw werden waardevolle voorwerpen aan de kerk van St.-Martinus geschonken.
In 1826 gaf Mw. Roose 3 rode kussens voor de altaren; Mw. Van der Linden een dito schoon geborduurd, met in het midden de naam Jezus.
In 1827 gaf Mw. Roose 2 tapijten voor het koor, liet de ciborie en een zilveren kelk vergulden, lampen gehangen in het koor, een schone albe en 3 lampen om de kerk te verlichten in de winter.
In 1829 klavier van het orgel verlengd, nieuw secreet gemaakt, 2 nieuwe registers bijgevoegd, 2 nieuwe blaasbalgen gestoken : kosten 500 g. door Mw. Roose en baron Van der Linden elk voor de helft gedragen.
De kerk betaalde 70 gulden voor een verandering van het okzaal.
In 1830 bij het huwelijk van haar jongste dochter met graaf de Beauffort, gaf mevrouw Roose een schoon zilveren wierookvat met doosje en lepel, twee kostbare ampullen met zilveren schotel, dragend de wapens van het nieuwe paar; 3 rode tongen van merinos met witte overrokken voor de choralen en een albe met cingel voor de pastoor.
In 1842 werden 2 klokken – 2.044 pond en 1.528 pond aangekocht en de oude : 575 p. verkocht.
In 1848 oude horloge vervangen : 3 uurplaten, 1 betaald door baron Van der Linden, een door de parochianen, een door de kerk. Kosten + horloge : 450 p.
1848 : Mw. Van der Linden geeft rood gewaad 3 heren zonder koorkap
1852 : Mw. Van der Linden geeft een geplatineerde lamp voor het koor. Pachter J.A.Crockaert geeft 2 geplatineerde lantaarns.
1954 : Hertogin de Bassano geeft 6 geplatineerde kandelaars voor hoogaltaar; haar vader, baron Van der Linden, 2 van de koralen : 640 F.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:07 Reageer op dit bericht

350 Kerk van St.-Martinus

350 Kerk van Sint – Martinus

Met de bouw van de huidige kerk werd begonnen in de eerste jaren van de XVIde eeuw. Het koor dateert van omtrent de jaren 1500. De middenbeuk werd in 1826 gebouwd, de zijbeuken enkele jaren later.
Sommige historici beweren dat reeds in de Xde eeuw een parochiekerk moet bestaan hebben vemits in 1132 er sprake is van de parochie Meise. ( Tot dan moederparochie van heel de streek)
We mogen veronderstellen dat het oorspronkelijke gebouw, waarschijnlijk in hout opgetimmerd, stuksgewijze vervangen werd door de bouw van de hedendaagse kerk.
In de periode van de reformatie werd de kerk fel beschadigd. Het is best mogelijk dat de beschadigde kerk grondig gerestaureerd werd in gotische bouwstijl.
Op 11.6.1735 is de kerktoren ten gevolge van een ingeslagen bliksem totaal vernield – er deed zich geen brand voor. De heropbouw geschiedde dank zij de financiële steun van de ontvangers van de tiendenheffing – die van St.-Brixius weigerden tussen te komen – een omhaling bracht 138 gulden en 4 stuivers op – de baron van Boechout gaf 20 g. 6 st., andere ingezetenen 145 g. 5 stuivers. De prelaat van Grimbergen 600 g. onder protestaties van niet obligaties met verbod er ergens gewag van te maken.
In januari 1735 waren kerk en toren reeds zwaar beschadigd door stormweder – de herstelling kostte 90 g.
De toenmalige klokken – wegende de ene 3800 en de andere 2800 pond en hebbende gekost voor het gieten de grote 200 gulden, de andere 80 – moesten wel een uitzonderlijke waarde hebben want in de beloken tijd werden ze uit de toren gehaald en door de Franse soldaten gevoerd naar het klooster van Sint – Jaak op de Coudenberg.
De reden van deze behandeling heb ik niet kunnen achterhalen.
De kerk van Sint – Martinus bezit enkele waardevolle kunststukken o.a. een prachtige torenmonstrans (1625), oude gewaden – het rood gewaad voor de drie priesters was eigendom van de abdij, maar is hier bebleven dank zij pastoor Simon Marge, oud - provisor van de abdij. De toestand werd geregeld door mevrouw Roose in 1826, die de som van 125 F betaalde aan Van den Bergen, pastoor van Griùmbergen en herinrichter van de abdij.
In 1958 is een van de kostbare gewaden – een koorkap – verdwenen en niet terug gevonden – ook nog een ciborie met deksel en een kelk (1627).

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:14 Reageer op dit bericht

349 De hoeve van het kasteel van Meise

349 De hoeve van het kasteel van Meise

Een andere belangrijke brok van de nalatenschap van Keizerin Charlotte werd de eigendom van J. Van Gysel-De Heu : namelijk de hoeve van het kasteel van Meise, met beplanting, vijvers en omtrent 80 ha landbouwgrond.
De hoeve was gebouwd naar het klassiek model van de grote boerderij, die bestaat uit een vierkantig of rechthoekig plein, omsloten door vier hoofdgebouwen die los staan van elkaar om bij eventuele brand de schade te beperken.
1. de woning
2.de paardenstal met opslagruimte voor het voeder en de bergplaats voor de landbouwwerktuigen
3. schuur met manège
4. koestal meestal met centrale voedergang
Een kenmerk van de oude boerderij : de zware inrijpoort met boogvormige overkapping waarin een duivenhok is ingericht.
Deze hoeve was sinds 1717 eigendom van baron Van der Linden – d’ Hoogvorst. Ze vertoont de karakteristieken van het oude type.
In 1882 werden de gebouwen en de omliggende gronden aangekocht door Keizerin Charlotte en daarna in 1938 door de heer Jan Van Gysel en nu gekend onder de naam : “Domein Drijtoren”.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:44 Reageer op dit bericht

348 Plantentuin

348 De Plantentuin Meise en het zingende park

Het mooiste stuk van de eigendom van Keizerin Charlotte werd aangekocht door de staat voor de som van 9.876.423.075 fr. Om er de Rijksplantentuin in onder te brenden. Deze lag al benepen en te besloten in Groot-Brussel en de noodzakelijke verbindingswegen hebben hem verder gewurgd.
De planten en de verzamelingen werden overgebracht naar Meise.
Het is een majestueus complex met een grandioos plantenpaleis en de schatten van gevarieerde herbaria. De 91 ha 23 a 23 ca bekoorlijke warande met haar gevarieerde seizoensdecors, haar reuzenbomen, met rustig rimpelende vijvers en kabbelende beekjes, de strelende kleurenschakering van de loverweelde, de melodie van zacht ruisende bladeren, de zingende vogelenkoren, de herstellende frisse lucht en de relaxerende atmosfeer, dat alles doet ons zeggen : Meise bezit een stuk heerlijkheid van de natuur.
De plantentuin mag beschouwd worden als een van de grote en meest volledige van Europa.
Ik citeer Prof. Robyns, Directeur van de Rijksplantentuin :
“Een nieuwe rijksplantentuin is sinds 1939 in aanleg te Meise, in het park van het Koninklijk Domein van Boechout dat door de Belgische staat op 23 december 1938 werd aangekocht.
De Staat heeft de verbintenis aangegaan het kasteel van Boechout in zijn huidige toestand en historisch kader te behouden evenals de algemene aanleg van het park.
Het kasteel van Boechout ingericht als botanisch en bosbouw museum zal in zijn groots kader herinneren aan de luister van der vroegere machtige heren van Boechout. Het zal ook steeds de gedachtenis bestendigen van Keizerin Charlotte die er vertoefde van 1879 tot haar dood in 1927 en de bevolking dankbaar stemmen ten opzichte van het Vorstenhuis”.

Bibliotheek : 180.000 boekdelen en brochuren (200.000 volumes)
Herbaria : 1.600.000 specimens (nu 3.000.000 specimen)
Musea : belangrijke houtsoorten uit alle werelddelen
Teelten : verzameling van 13.000 soorten van levende planten (nu 18.000)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:00 Reageer op dit bericht

Meer van Meises erfgoed

↑ Terug naar de berichten