Naar de inhoud

Meises erfgoed

Keizerlijk Meise
akke.beakke.be
Sib, de orde van de autochtone Meisenaars, verzamelt alles over het historische Meise

Archief

277 P.v. Br. XXI

277 P.v.Br. XXI

Samenstelling en ligging van het domein Amelgem
Het lag onder drie verschillende jurisdicties : Meise, Oppem, Brussegem en Ossel, een stuk bos onder Wemmel terzijde gelaten. Er waren dan ook drie verschillende landmaten in voege : de Oppemse of Meise maat (de kleinste), de Brussegemse maat, de Osselse maat (de grootste). Het domein overkoepelde deze diversiteit.
Naar gelang de ligging bediende men zich van een dezer maten, soms ten onrechte!
Men spreekt van :
1. Het hof met landerijen (drie velden)
2. De mansionarii
3. De cijnslieden
De verdeling in drie velden is typisch. Het gaat er nog om de driejaarlijkse wisselbouw, d.i. bij beurt een veld wintergraan, een veld lentebezaaiïng en een veld braak of dries. Deze toestand heeft geduurd tot in de 17de eeuw, wanneer nieuwe landbouwmethoden ontstonden door het aanleggen vanklavervelden, die het driesland uitschakelden. Hierdoor werd de tebewerken oppervlakte te groot en kwam de splitsing in Groot- en Klein Hof, ook genaamd het Nieuw hof in 1705.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:07 Reageer op dit bericht

275 P.v.Br. XX

275 P.v.Br. XX

Kanunik Delestré en J. Lindemans schreven in 1927 een merkwaardige bijdrage over Amelgem. De ontwikkeling van het Grimbergs domein en uit de oude verdeling van de pachtvoorwaarden kunnen we afleiden dat het een zeer typisch voorbeeld is van een oude villa, een domein uit de oude Middeleeuwen, dat zijn structuur en uitzicht traditioneel heeft behouden.
De abdij van Grimbergen is slechts de trouwe opvolger geweest, gedurende meer dan zeven eeuwen, van de oude domeinheer. Amelgem is een typisch voorbeeld van de “villakerk”, de “villa parochie”, de eigenkerk.
De frankische stamhouder Amalhari uit de 4de eeuw zou de eerste bezitter geweest zijn van het goed, dat reeds vroeger in het bezit moet geweest zijn van een gallo-romeinse villaheer. Volgens de oudste schrijfwijzen, evolueerde de benaming van Amolringeheim, Amolbriengeheim, Amelrengheim naar Amelrengehem.
De drieledige verdeling van de velden is van die tijd. De concentratie van “Amel” namen is opvallend.
Er was een overeenkomst tussen de abdij van Lobbes en het St.-Goedelekapittel in zijn geheel en anderzijds Godfried van Amelgem, poorter ook te Brussel.
Er traden twee rechtspersonen op : Godfried, deken, namens het gehele kapittel en Godfried van Amelgem met zijn zoon Hendrik en zijn neef Theoderik.
Het is een erfgoed dat Sint – Goedele de allodiaal eigenaar blijft. Als erkenning van dit allodiaal bezit zal de abdij van Grimbergen jaarlijks met Kerstmis aan St.-Goedele 20 solidi betalen. Het Sint-Goedelekapittel bezat te Amelhgem dus een voornaam allodium. Grimbergen is dus nooit volledig eigenaar geweest.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:20 Reageer op dit bericht

274 P.v.Br. XIX

274 P.v.Br. XIX

Amelgem
Het hof en de kapel vormen een eenheid die niet mag gescheiden worden. De kapel is de typische hofkerk van de streek, die alles dankt aan het kloosterkerkje.
“Het is een syn these van h et schone Brabantse landschap : vruchtbaar akkerland, hellend in zachte golvingen naar een kabbelende beek, diepe aardewegen, een verlaten kapel met mooie barokke silhouet onder hoge bomen, enige hofsteden daarrond, een landelijke herberg (met de beste kriek van de streek Heyvaert ,nu verdwenen), een oude watermolen met vijver en twee grote witte hoeven : Groot- en Klein Amelgem, gescheiden door een glooiende groene weide.
Groot Amelgem was de geboorteplaats van kardinaal Sterckx en bevat de Duivelschuur. Op klein Amelgem werd “de mens van goede wil van Walschap” gefilmd. Daarin en daarrond het hele vreedzame, landelijke bedrijf, het noeste Brabantse boerenvolk. Rondom : de blauwe vergezichten met op het voorplan, naast de zware bomenmassa van de Plantentuin, het kleurige dorp Meise.”

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:05 Reageer op dit bericht

273 P.v.Br.XVIII

273 P. v. Br. XVIII

Het kerkgebouw.
Het kerkje van Oppem is een van de meest typische van gans de streek. Met zijn wit torentje en muren vormt het één geheel met het landschap en wekt nog een beeld uit voegere eeuwen. Nog altijd vormen kerk en hof één geheel, zoals honderden jaren geleden. Men mag er gerust de pastorij en het Schooltje van Oppem bij rekenen.
Van het oude kerkje bleef in deze 18de eeuwse bouw niets bewaard.
Momenteel wordt het gerestaureerd, evenals de pastorij.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:44 Reageer op dit bericht

272 P.v.Br. XVII

272 P.v.Br. XVII

Het patrimonium van Oppem.
Het oorspronkelijke patrimonium ging zoals overal in de 10de – 11de eeuw verloren. Van de dos eccesiae is slechts de toponiem “Het Kruisveld” overgebleven. Alleen het pastorijgoed bleef gespaard.
Het tiendendomein ging ook verloren voor de kerk, behalve de derde priester. De rest ging over in de handen van de lekenheren, de voorzaten van de ridders van Oppem. Deze hielden een deel in leen van de ridders van Meise en een ander deel van de graven van Aalst en de kasteleinen van Bourgourg.
Onder Meise behandelden we reeds de oorkjonden daaromtrent van 1139, 1171, 1176, 1182, 1286, 1211 en 1223. De herkomst van deze tienden en het vrij ernstig geschil dat er uit voortvloeide leidde tot de excommunicatie van Adam d Ophem. De betwisting liep ruim 40 jaar.
Het andere deel tiende hielden ze van de milites de Menze, die op hun beurt leenmannen waren van de kasteleinen van Grimbergen en langs deze de rechtstreekse tak van de Berthouts. Deze ingewikkelde feodale toestand blijkt duidelijk uit de oorkonde van 1233. De Berthouts namen de erfenis over van de beide abdijen Grimbergen en Ninove. Het is de laatste overdracht in een lange reeks. Voortaan is gans het parochiaal patrimonium weerom in geestelijke handen en is de nieuwe en definitieve toestand geschapen, die eeuwen zal duren.
Nog tot nu toe draagt de abdij van Grimbergen de zorg voor het zielenheil van de parochianen van Oppem.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:58 Reageer op dit bericht

271 P.v.Br. XXVII

271 P. V.Br. XXVII
Het tijdstip van het ontstaan van de kerk is in de 9de eeuw. Door de nabijheid van de moederkerk Meise, werd zij dochterkerk met eigen bedienaar en eigen patrimonium. Ze beschikte over een eigen tiendengebied. Ze had ook een eigen atrium of kerkhof. Ook het dooprecht werd haar toegekend. Doorheen de eeuwen bleef zij verplicht de grote feesten in de moederkerk bij te wonen. De Processieweg en de Kapellekensweg naar Meise zijn daarvan de historische getuigen. Er bevonden zich verscheidene kapellen langs die weg.
St.-Stephanus is de patroon van Oppem, zoals Brussegem, waartoe zij behoorde (gemeente voor de fusie). Het beschermheerschap van de abdij van Affilgem over Brussegem is hiervoor de verklaring, want daar was deze heilige in grote verering.
Wanneer Meise in de handen der Berthouts overging, volgde de dochterkerk Oppem. In 1110 stichtte Wouter Berthout de abdij van Grimbergen en schonk voor haar onderhoud de inkomsten van zijn kerk. Hierdoor bekwam de abdij het patronaat over Oppem en werd het personaat (d.i. de eigenkerk) afgeschaft.
De bediening werd tot in het midden van de 13de eeuw door seculiere priesters waargenomen. Gerardus Sacerdos de Obhem was getuige in 1157 in een brief van goederen te Laken ten voordele van de abdij van Affligem.Walterus de Ophem sacerdos, was getuige in een giftbrief van Grimbergen in 1202. Sinds 1249 werd de bediening door de kannuniken van Grimbergen overgenomen, zoals dit werd vastgesteld door de moederparochie Meise.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:18 Reageer op dit bericht

271 P.v.Br. XXVI

271 P.v.Br. XXVI
Het hof te Oppem voor de kerk tussen de Processieweg, de Oppemstraat en de Kerkstraat betekende de oorsprong van de parochie. Het ganse complex wordt duidelijk afgescheiden van het andere hof : Amelgem.
De dorpsdries is centraal gelegen. De Oppemkouter is de oudste en paalt aan het oude hof. De scheidingslijn met de Kruiskouter is de verbindingsweg met Meise. Deze Kruiskouter werd verdeeld in de Kruiswinkel en het Kruisblok. De Hasselenberg is de derde kouter, maar die valt onder Hasselt – Meise.
Aan de linkerzijde van de dorpsdries lag het Moorsel, verdeeld door een dal en bezet met weiden en bos, in het Voorste en Achterste Moorsel. Moorsel is een oude toponiem die terug gaat
tot de sele-namen, de oude Frankische kolonisatie en volgens A.Cornoy en Mansion beduidt : hof, huis in een lichte losse grond. Aan de andere kant van de Moorsel ligt het Driesgebied met de Grote Brandt dries nabij de Cavainghe en de Foksenberg, het bosgebied. Deze toponiem getuigt van een Frankische oorsprong.
Rond de dorpskom ontstonden het hof ten Steen (de opvolger van het hof te Moorsel), het hof ten Berghe, het hof ten Damme en het hof te Heelbeke.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:56 Reageer op dit bericht

270 P.v.Br. XXV

270 P.v.Br. XXV

De beschrijving van de parochie Oppem staat in “Staet der parochie Ophem” uit 1666.
Oppem is de streek van de grote hoeven : het hof te Oppem, het hof ten steen, het Scolshof, het hof ten Berge, het hof ten Damme, het hof ’t Heelbeke.
In de 13de – 14de eeuw leefden er de bekende ridders van Oppem. Jan van Oppem tekende het charter van Kortenberg in 1312, Adam was getuige in het verdrag van Dendermonde (1336), Lambrecht volgde Jan III in de strijd tegen Frankrijk.
De parochie ligt op een heuvel. De kerk staat op één der hoeken van het vierkant gevormd door de kerken en kapellen van Meise, Hasselt, Amelgem en Oppem.  Wereldlijk stond Oppem onder Brussegem - Ossel, geestelijk onder Meise.
De dorpskom heeft de typische vorm van een volmaakt ei, waarvan de dries het uiteinde vormt. Dit is het gevolg van een primitieve dorpsstructuur. De dorpsvorm is ontstaan door de kerk. Om
de weg te verkorten tussen de kerk en het gedeelte vande Oppemstraat dat vertrekt aan de grote heirbaan van Asse, zwenkt plots links af en dan weer naar rechts in het laagste gedeelte van de heuvel en komt uit op de dorpsdries. De Oppemstraat is het oudste gedeelte van het straatnet. De Oppemkerkstraat is een verkorting van de weg naar de kerk uit latere jaren. Het was om de berg te vermijden dat de baan errond zwenkt. (zie kaartje)



Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Jef De Cuyper om 00:00 Reageer op dit bericht

269 P.v.Br. XXIV Oppem

269 P.v.Br. XXIV Oppem

De beschrijving van de parochie Oppem staat in “Staet der parochie Ophem” uit 1666.
Oppem is de streek van de grote hoeven : het hof te Oppem, het hof ten steen, het Scolshof, het hof ten Berge, het hof ten Damme, het hof ’t Heelbeke.
In de 13de – 14de eeuw leefden er de bekende ridders van Oppem.  Jan van Oppem tekende het charter van Kortenberg in 1312,  Adam was getuige in het verdrag van Dendermonde (1336), Lambrecht volgde Jan III in de strijd tegen Frankrijk.
De parochie ligt op een heuvel.  De kerk staat op één der hoeken van het vierkant gevormd door de kerken en kapellen van Meise, Hasselt, Amelgem en Oppem.  Wereldlijk stond Oppem onder Brussegem  - Ossel, geestelijk onder Meise.
De dorpskom heeft de typische vorm van een volmaakt ei, waarvan de dries het uiteinde vormt.  Dit is het gevolg van een primitieve dorpsstructuur.  De dorpsvorm is ontstaan door de kerk.  Om de weg te verkorten tussen de kerk en het gedeelte vande Oppemstraat dat vertrekt aan de grote heirbaan van Asse, zwenkt plots links af en dan weer naar rechts in het laagste gedeelte van de heuvel en komt uit op de dorpsdries.  De Oppemstraat is het oudste gedeelte van het straatnet.  De Oppemkerkstraat is een verkorting van de weg naar de kerk  uit latere jaren.  Het was om de berg te vermijden dat de baan errond zwenkt. (zie kaartje)



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Meises erfgoed

↑ Terug naar de berichten