Naar de inhoud

Meises erfgoed

Keizerlijk Meise
akke.beakke.be
Sib, de orde van de autochtone Meisenaars, verzamelt alles over het historische Meise

Archief

238 P.v.BR. VII

238 P.v.Br. VII

Ingevolge de verbrokkeling van het patrimonium van de Berthouts sinds de XIIde eeuw verkreeg Meise een van de zonderlingste feodale toestanden die wij in West-Brabant kennen. Dit komt vooral tot uitdrukking in de verdeling van de schepenbank en haar rechtsgebied. Het strafrecht werd er verdeeld voor 2/6 onder de oudste tak van de Berthouts, de Grimbergen-Nassau en voor 2/6 onder de jongste tak, de Grimbergen-Bergues. Het 5de deel hoorde aan de plaatselijkde ridders de Menza en het laatste 6de aan de heren van Boechout. Deze verdeling dagtekent ongetwijfeldvan rond 1160 – 1197, toen het huis van Grimbergen werd gesplitst; Het deel van de ridders hoorde hen toe als vertegenwoordigers, villici, van de Berthouts en is zekerouder dan 1160 – 1197. Het deel van de de Crainhem’s werd door de hertogen opgeëist na de val van de Berthouts in 1156.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:58 Reageer op dit bericht

237 P.v.Br. VII

237 P.v.Br. VI  Historisch kader

Het oude schepenzegel van Meise heeft dezelfde wapenstukken en kleuren als dit van de Berthouts.
A.Wauters beweert dat de oudste vermelding van Boechout uit 1147 dagtekent, wanneer Adeloia, vidua venerabilis, aan de abdij van Grimbergen terra que Bochult cagnominata est schonk (A.G. Cartularium I, nr? 2 – Oorspronkelijk stuk, nr. 2, cl. I); Wij betwijfelen echter zeer sterk of het Boechout onder Meise is dan wel Boechout bij Antwerpen.
Uit dit alles blijkt dat Boechout een afzonderlijk deel van Meise vormde. Oude gravures uit 1606 en 1800 tonen ons hoe het kasteel eruit zag. Er is tevens een gravure van 1690 in het Kaartboek dat ons een afbeelding geeft van het kasteel van het dorp. Dit hof te Meise behoorde tot de voornaamste tak van de heren van Grimbergen. Het bij het hof horende leenhof was dienstplichtig voor één man te paard en had vijf achterlenen.
Het hof te Nieuwenhove met 28 bunder hoorde in 1474 eveneens tot het leenhof van Meise (R.A., Leenhof van Brabant nr. 11 a° 1474).
Dit hof was steeds het centrum van Meise, waar de schepenbank was gevestigd. Het hoorde in de 12de – 13de eeuw aan de milites de Menza, een van de voornaamste riddergeslachten van de streek. Arnoud van Meise met zijn vrouw Gisela was een van de voornaamste vertegenwoordigers van het geslacht rond 1220 (A.G. Cartularium) DE de Immerzele van Lier volgden hen op rond de 14de eeuw en gaven hun naam aan het oude hof te Meise. Binnen het hof lag een motte, later geheten ’t Waterken of Berla, een deel van het hoofdleen. Mogen wij veronderstellen dat deze de plaats aanduidt van het oorspronkelijke hof, daar ze eveneens hoorde aan de oude tak van de heren van Grimbergen ? Door de ligging vlak naast het dorpscentrum getuigt deze motte voor haar oorspronkelijke samenhang met het dorp, in tegenstelling met het afgezonderde Boechout.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:53 Reageer op dit bericht

236 P.v.Br. V

236 P.v.Br. V grenzen

De grenzen van de parochie volgen ofwel natuurlijke afbakeningen ofwel feodale indelingen. In de uiterste hoek te Hoksdonk, waar nu het kanaal de grens uitmaakt, was het vroeger een bijloop van de Aabeek, die Kapelle op den Bos van Meise scheidde. De Aabeek liep tussen de moederparochie Zemst en Humbeek.
Tussen Beigem en Meise loopt de oude weg van Asse over Meise-dorp, St.-Brixius-Rode, Eversem, Beigem en Humbeek.
Tussen Grimbergen en Meise volgen wij gedeeltelijk de Molenbeek en domeingrenzen. Dit is eveneens het geval met Strombeek en Wemmel. Voor deze laatste is de Amelgembeek de grensscheiding.
Wat betreft de grens tussen Ossel en Amelgem, hier is het duidelijk het domein met zijn veldencomplex dat voor de afbakening zorgde.
Ook Oppem is een dergelijk geval. Het onderste deel van Wolvertem werd afgebakend door de dorpskouters. Het middendeel – vooral de diepe inhamvan Meise tot onder de wallen van de Wolvertemse motte – is een ontwikkelingsgebied, dat door zijn eigen parcellaire indeling één geheel heeft uitgemaakt, dat in zijn oude vorm bewaard bleef.
Het laatste deel van de grens Wolvertem – Meise werd getrokken langs de loop van de Birre- of Bosbeek.
Zelden was het ons mogelijk op zulke klare wijze de parochiegrenzen en hun oorsprong te verklaren. Dat was alleen mogelijk door het zolang samen blijven van de moederparochie en haar afhankelijkheden.
Naast de reeds genoemde afhankelijkheden telde de parochie nog volgende belangrijke gehuchten, nl. : Eversem, een oud domein en hof door de abdij Grimbergen overgenomen en uitgebouwd ; Limbos, een door de abdij gevormd hof; Hipsvoorde, een nieuw ontgonnen gebied uit de latere jaren; Hoksdonk, een deel van het oud donkengebied van Smal-Brabant, dat nog eeuwen niemands-streek bleef, gemeen aan de vele dorpen van deze streek (Breendonk, Ramsdonk)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:01 Reageer op dit bericht

235 P.v.Br. IV

235 P.v.BR. IV

Meise is wel het meest typische voorbeeld van een primitieve parochie. Ze omvat alle gekende typen van ontstaan van een parochie : Meise-dorp is een vicus-parochie; Amelgem een domein-parochie, waar kerk en hof nog eeuwen later onafscheidbaar met mekaar zijn verbonden; Oppem heeft een villakerkje als oorsprong, naar het voorbeeld van de meeste onzer parochiën, maar waar de parochie en het domein elk hun gang gingen; Sint-Brixius-Rode is een parochie, die ontstond uit één van de oudste rode’s voor de 11de eeuw; Nieuwenrode groeide in de tweede periode van de bosontginningen, met dit eigenaardige, dat zij zich over twee dorpen zal uitstrekken; Hasselt is het type van de oude missiekapel op de grens van verscheidene dorpen.

Een ander kenteken van de moederparochie Meise is dat zij zolang de afhankelijkheden heeft samen gehouden, wanneer de andere moederparochieën uit het gewest reeds in de 12de en 13de eeuw de meeste dochterkerken verloren. Asse verloor haar vier afhankelijkheden reeds in de 12de eeuw, Zemst iets later.

De groei van de moederparochie Meise is eveneens het meest typische voorbeeld van de ontwikkeling van een gewest.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:55 Reageer op dit bericht

234 P.v.Br. III

234 P.v.Br. III Gemeente

De gemeente Meise (1964) sluit met het ene uiteinde aan bij het West-Brabantse vruchtbaar en heuvelachtig landschap en dringt met het andere einde door tot diep in het vlakke en zandachtige Smal-Brabant te Hoksdonk over het kanaal van Willebroek.
Het is een overgangsgemeente tussen de Brabantse kleistreek en de Antwerpse zandstreek. Historisch is deze overgang merkwaardig en kenschetst de ontwikkeling van de gemeente.
Wij hebben er enerzijds het oude Meise in de uiterste benedenhoek met het aanpalende Amelgem, Oppem, Hasselt en Eversem en anderzijds de rode’s of ontwikkelingsgebieden van Sint-Brixius-Rode, Nieuwenrode, Hipsvoorde en Hoksdonk. In deze volgorde kan men er duidelijk de opeenvolgende perioden volgen.

De oppervlakte bedroeg in 1686 nog 1281 bunder of 1645 hektaren in 1846. De parochie had een derde meer ruimte.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:06 Reageer op dit bericht

233 P.v.Br. II Meise

233 Het parochiewezen van Brabant II Meise

Meise, moederparochie van het land van Grimbergen.
Het ontstaan van de moederparochie Meise is het best te vergelijken met de vestiging en de uitbreiding van een missiepost. Naast een centrale kern in het oudste en meest bevolkte gedeelte van de streek gevestigd, groeit en verspreidt de parochie zich tot waar natuurlijke hinderpalen de grenzen trekken of nabij gelegen moederparochiën, zoals Ossel en Zemst, elke verdere expansie beletten.
De ganse primitieve uitgestrektheid van het land van Grimbergen telde slechts een viertal moederparochiën, namelijk Meise, Ossel, Wemmel en Zemst. Van de overige was er nog geen sprake. De meeste hunner ontstonden pas later, tussen de 9de en de 12de eeuw, ten gevolge van de algemene verbreiding van de villakerkjes.
Meise als moederparochie omvatte dus heel de uitgestrektheid van de huidige gemeente (in 1964), een deel van Brussegem, d.z. Oppem en Amelgem, geheel Grimbergen en Strombeek.
De patroonheilige St.-Martinus, de dorpsstructuur van de vicus, de grenzen en de bodemgesteldheid zijn zovele littekens, die daarvan getuigenis afleggen(12).

Op pag.85 van het parochiewezen van Brabant lezen we :

Meise behoort tot die reeks moederparochies, die St.-Martinus als patroon hebben, zoals Asse, Aalst, Lennik, Halle en Overijse, en die alle dezelfde kentrekken vertonen van omvang, van ouderdom en teruggaan tot de oude vici. Meise telde niet minder dan zes afhankelijkheden van verschillend type. Voorzeker heeft hier de geografische constellatie een grote rol gespeeld.
Ten voordele van haar ouderdom pleiten, zoals reeds vermeld werd :


1. De moederparochie zelf,
2. De uitgestrektheid (de grootste van West – Brabant)
         2.1. De grotere oppervlakte van de parochie dan deze van de gemeente,
         2.2. De parochiepatroon

Deze gegevens leiden alle naar wat wij zouden kunnen noemen, een missieparochie, die
waarschijnlijk reeds bestond op het einde van de 7de of begin 8ste eeuw.

In “Nieuwenrode” door Spinnael H. staat op pag. 11 :

Een eerste missiekapel, toegewijd aan de H. Martinus van Tours, een geloofsverkondiger uit de 4de eeuw, breidde zich uit en werd de de kerk van een parochie die buiten Meise nog de hulpkapellen van Amelgem, Oppem, Oksdonk, Limbos en Eversem omvatte.
Volgens bepaalde teksten zou Meise zelfs de moederkerk geweest zijn van Grimbergen en Strombeek (A.Wouters, Environs de Bruxelles II, bladz. 300, Jan Verbesselt, Par. II bl. 56).

In 1132 werd door het toedoen van de Berthouts het patronaat of begevenrecht van Meise overgedragen aan Grimbergen. Zo verloor Meise zijn bevoorrechte titel van moederparochie. Zo kwamen dan ook de tienden in handen van de Norbertijnen van Grimbergen en Ninove.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:04 Reageer op dit bericht

232 P.v.Br. I

232 Het parochiewezen van Brabant I Meise

In deel II van deze reeks uit het archief van Berla, maar ook in de collectie van de bibliotheek van Meise worden de parochies Meise en Rode en Oppem beschreven.
Bij Meise wordt Hasselt (Sint – Elooi) afzonderlijk behandeld. Amelgem wordt eveneens afzonderlijk behandeld.
In deel IV vinden we de parochies Wolvertem, Meuzegem, Imde en Rossem.
Westrode ? Was geen parochie in de beschreven periode, dus niet vermeld.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:24 Reageer op dit bericht

231 Rossem (Slozen)

231 Rossem (Slozen)

Frans De Schouwer (73) uit Slozen (Meise) vond Simone Velthof (75) uit Oostende terug na heel wat zoekwerk.
Simone kwam toen ze zeven jaar was, 68 jaar geleden, enkele maanden inwonen bij de grootmoeder ‘Wis van de Koilen, die zelf moeder was van dertien kinderen. Zijn moeder Louisa baatte sinds 1932 het café Sportwereld -Bij de Coille uit,’(nu tNeerhof). Hij woonde daar ook omdat mijn moeder als vroedvrouw dag en nacht op de baan was.
Hij zat in Rossem in de derde kleuterklas en Simone zat in het tweede leerjaar bij de zusters in Rossem. De parochies Imde, Meuzegem en Rossem deden toen een wederdienst aan de kinderen van Oostende. Zo kwam Simone in Slozen terecht. In de winter van 1942-1943 kregen de inwoners van Wolvertem van Oostende gratis haringen aangeboden. Die waren meer dan welkom.
Hoofdonderwijzer De Pauw uit Rossem en hoofdonderwijzer De Prins uit Imde lieten als wederdienst de kinderen van de vissers van Oostende bij gastgezinnen logeren. Door de zware oorlog, was er voedselschaarste in de steden.
Op 13 novembe 2010 spraken Simone en Frans af in ’t Neerhof. Het was een prettig weerzien. En dat is voor herhaling vatbaar.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 00:00 Reageer op dit bericht

230 Rossem IV

230 Rossem IV

Het Schooltje
Iets meer oostwaarts in de dorpskern van Rossem bevindt zich de voormalige lagere jongensschool, volgens de ingemetselde gedenkplaat , gebouwd in 1872 door bouwmeester Van Ysendijck. Het ommuurde bakstenen complex omvat aan de straatzijde de onderwijzerswoning met haaks erop de klassenvleugel. Zowel het tweelaagse dubbelhuis met zadeldak als de klaslokalen zijn opgetrokken in een sobere enigszins eclectisch geïnspireerde baksteenarchitectuur. Karakteristiek voor de symmetrische gevelopstanden zijn de lichtgetoogde vensteropeningen met T-vormig houten schrijnwerk, de overkragende dakranden op houten klossen en de niveaubelijnende brede muizentandfries. Een smallere fries vormt de bekroning van de hoge bakstenen muur die het gehele perceel aan de straatzijde afsluit
Bron: Beschermingsdossier Rossem Agentschap Ruimte en Erfgoed 2009

Johan Grootaers

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:30 Reageer op dit bericht

229 Rossem III

229 Rossem III

De Pastorie
Vrijstaande in oorsprong typische 18de eeuwse dorpspastorie (datumsteen 1767) gelegen te midden van een vrijwel vierkante volledig ommuurde tuin – deels sier-en deels moestuin – aan de straatzijde afgesloten met een lage bakstenen muur met pilasters en hekwerk (grondig gerestaureerd 1963). De in oorsprong 18de eeuwse pastorie werd na een brand in 1916 grondig gerestaureerd waarbij een lagere L-vormige achterbouw in ‘historiserende’bouwwijze werd toegevoegd aan het originele rechthoekige volume. Van deze verbouwing zijn plannen bewaard gebleven, het ontwerp is een ontwerp van architect Robert Crignier uit 1916. Het 18de eeuwse volume is een bakstenen constructie van twee bouwlagen onder zadeldak, bekroond met een klokkenruitertje. Voorgevel van drie venstertraveeën (witstenen steekboogvensters). Beide zijgevels met geveldriehoek zijn vrijstaand en spaarzaam doorbroken met grote en kleine steekboogvensters. De pastorie is opgetrokken in een parement van veldovensteen, de lediaanse kalkzandsteen van Balegem werd enkel toegepast voor de plint, de hoekkettingen, de steekboogvensters, de toegangspoort en de stellinggaten. Van het oorspronkelijk 18de eeuwse buitenschrijnwerk met kleinhoutverdeling en buitenluiken is jammer geen spoor meer, alles werd vervangen door smaakloze PVC ramen. De balklagen worden in de voorgevel aangegeven middels smeedijzeren ankers met knoop en schieter.
Het 18de eeuwse interieur werd in 1916 ingrijpend getransformeerd, waarbij alle originele vloeren, binnenschrijnwerk en stucplafonds verloren zijn gegaan en vervangen werden door modernere uitvoeringen.De planindeling van het gelijkvloers en de eerste verdieping gaan wel terug tot de 18de eeuwse situatie. Alle 18de eeuwse stenen en plankenvloeren werden vernieuwd, alle stucplafonds werden uitgevoerd in een stijl anno 1900, alle binnendeuren zijn lijst-en paneeldeuren ca. 1900. Bouwhistorisch waardevol is de nog intact bewaarde 18de eeuwse overwelfde kelderverdieping van de pastorie. Vloeren in gebakken aarde. Originele bakstenen gepleisterde gewelven van het zgn. boheemse type met tussengeslagen gordelbogen. Fraaie keldergaten met afgeschuinde dagkanten , voorzien van smeedijzeren geerden.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:55 Reageer op dit bericht

Meer van Meises erfgoed

↑ Terug naar de berichten