http://www.evawaseerst.be/sterven.htm
Socrates en Plato - wier kennis afkomstig was van de Egyptische priesters - zagen 'Het Witte Licht' als onderkomen voor de ziel in het hiernamaals. [Gemakshalve zouden we in hun beroemdste verhaal - de allegorie van de grot - de zon kunnen zien als synoniem voor 'Het Witte Licht', maar wij menen dat de waarheid diep verscholen zit.]
De allegorie van de grot kort samengevat (de tekst werd geschreven als een dialoog tussen Socrates en zijn leerling Glaukoon):
Stel je een grot voor waarin mensen sinds hun geboorte vastgeketend zitten. Ze kunnen hun hoofd niet bewegen, waardoor ze hun blik enkel naar voor kunnen richten. Wat ze niet weten, is dat achter hun rug beelden worden geprojecteerd op de muur vóór hen. Alles wat ze te zien krijgen, is voor hen de enige werkelijkheid. Op een bepaald ogenblik kan een gevangene zich bevrijden. Hij verlaat de grot en komt terecht in het verblindende licht van de zon. Hij merkt dat de zon de bron is van alle schaduwen die hij heeft gekend.
[Volgens ons speelt de zon bijlange niet de heldenrol die velen haar toeschrijven in dit verhaal.]
Pas als hij gewend raakt aan de zon kan hij het andere licht zien. Het is het hemelse licht dat gevoed wordt door 'het goede' in de mens en de échte werkelijkheid weerspiegelt.
['In de zichtbare wereld brengt het goede het licht voort' ... Algemeen wordt aangenomen dat Plato het hier heeft over 'het intellectuele licht', maar wij hebben onze twijfels. Het verhaal gaat volgens ons niet over intellectuele kennis, maar over de schijnwereld van het aardse bestaan en de echte wereld in het hiernamaals. Tijdens het aardse leven kunnen we maar een glimp opvangen van wat ons in het hiernamaals te wachten staat. Die glimp (= het goede) zit diep verscholen in de mens. Of om het in een vergelijking uit te drukken: God = goed = licht = hiernamaals. Plato dacht blijkbaar zo het zijne van de Griekse goden, maar wist maar al te goed dat hij daarover geen open kaart kon spelen. Zijdelings laat hij ons weten dat het licht werkelijk bestaat, en dat het wordt gevoed door de zuivere zielen van overledenen. Toevallig de kern van datgene wat de Egyptische priesters ons hebben nagelaten.]
De ex-gevangene beseft dat terugkeren naar de grot en de waarheid verkondigen, geen zin heeft. De gevangenen zullen hem niet geloven. Onder impuls van hun leiders - die in de valse werkelijkheid bij hun mede gevangenen aanzien hebben verworven - zullen ze hem uitstoten.
Het verhaal gaat in de Engelse versie verder dan in de Nederlandse:
Zo zegt Socrates (samengevat) dat enkele gevangenen best uit de grot wordt bevrijd, zodat ze de échte werkelijkheid in het hemelse licht kunnen aanschouwen. Nadien moeten ze teruggaan in de grot en de andere gevangenen inlichten. Belangrijk is dat deze mannen zich onthechten van macht en materialisme en enkel het goede vooropstellen ... [Hier nemen wij aan dat hij het over 'inzicht' heeft, want terugkeren uit het echte 'hemelse licht' is maar voor weinigen weggelegd. Maar toch blijkt alweer een expliciete verwijzing naar het licht in het hiernamaals. Een licht waar de Griekse goden geen vat op hadden.]
Kortom, de grot kunnen we zien als het lichaam waarin de ziel zit opgesloten. Sterft de mens dan wordt zijn ziel bevrijd en komt ze terecht in een hemels licht, dat 'zuiver' en 'goed' is.
De allegorie van de grot toont aan dat Plato inzag dat hij zijn kennis onmogelijk op een normale manier kon doorgeven. De Griekse goden moesten alleszins in hun eer worden gelaten, want gezagdragers aarzelden niet te doden in naam van de goden. Plato nam daarom zijn toevlucht tot beeldspraak. En hij heeft het sluw aan boord gelegd, want hij werd (wellicht) niet ter dood gebracht. Laat ons echter aannemen dat hij ook wat geluk heeft gehad, want zijn mening over de gezagdragers liet weinig aan de verbeelding over.
[Ons zou het niet verbazen als Plato zelfs afwist van het bestaan van de 'andere dimensie', de subatomaire wereld van de ziel, waar men vandaag zo mee worstelt. (De film 'The Matrix' is niet voor niets gebaseerd op Plato.) Die andere dimensie was alleen weggelegd voor de menselijke ziel. Dieren hadden volgens hem weliswaar een ziel, maar ze was inferieur. Enkel de ziel van de mens kwam bij de dood los van het lichaam.]
Dat er op het moment van de dood een mysterieuze 'passage' moet zijn waarbij de ziel soms nog in staat is om terug te keren, zal blijken uit een volgende rubriek.