Mama's Jasje is een Vlaamse popgroep met een Nederlandstalig repertoire. De groep werd in 1990 opgericht. Vanaf 1993 bestaat de groep uit Peter Van Laet en Gunter Van Campenhout. Met meer dan 1,4 miljoen verkochte platen staan ze in de top 100 van best verkochte Belgische artiesten. In 1995 halen de singles Wunderbar en Madeleine de Ultratop 50. Twee jaar later komt het grote succes. De single Als de dag van toen stond 26 weken in de Ultratop 50 en de opvolger Laat me alleen stond 14 weken in deze hitparade. Het album Hommages stond 44 weken in de hitparade en haalde de nummer 1 notering. De band won dat jaar twee ZAMU Awards. Ze traden dat jaar onder meer op op Marktrock en in een uitverkochte Ancienne Belgique. Ze waren rond die periode ook veel te zien in Tien om te Zien, het muziekprogramma van VTM dat toen erg populair was en wekelijks te zien was. De band bleef regelmatig de hitparade halen en in 2002 verlaat Van Campenhout tijdelijk de groep en wordt vervangen door Peter's broer Jan. In 2003 stond de single Het is over achttien weken in de hitparade met een zesde plaats als hoogste notering. Vanaf 2005 ging Peter solo optreden en in 2007 maakte de groep een come-back. Na vijf jaar afwezigheid keerde Van Campenhout terug en de single Laat je hart slaan stond één week in de Ultratop. Het album Hommages III stond twintig weken in de charts. In 2008 maakte de band een Hommages-Tour en een jaar later verscheen de single Regenboog 2009 in de hitparade. Naar aanleiding van het 20-jarig bestaan van de groep verscheen in mei 2009 een nieuwe CD met de titel Morgen zal het anders zijn. In juli 2009 werd aangekondigd dat de band van naam zou veranderen[1], maar later werd aangekondigd dat het een promotiestunt was van de nieuwe digitale radiozender Anne.[2]
0 ALS de zon schijnt en de aard wegkwijnt in dien luister, weg in 't duister, en maar scheem'rend het hoofd opheft in schauw omloofd -- treed nader, treed nader, blankvoeten te gader, te gader de voeten, de handen -- de lachtande de blauwooge de blondhooge, de zilverwoorden weenende, het lijnig hoofd leenende achterover omhoog in de lucht -- zoet, zoet, langzaam vlucht door het zonnedagen in de hooge hagen zon -- zoet zoet langzaam vlucht, ga niet te gauw voorbij, voorbij, voorbij, de lucht blijft hangende bevende achter u -- verlangende eeuwig naar u, eeuwig, eeuwig, -- vlucht niet te vlug -- achter uw rug rek ik de armen van verlangen, van verlangen rek ik de armen, vlucht niet te vlug. 0 hoe blank zijt gij van rug, zongebrand, uitgeglansd vleesch -- waar het tot schouder oprees, waar de lichte haren in trillende snaren in de zonnescharen hangen saam in de lucht, in de lucht in de lucht terwijl gij vlucht. 0 als de zon schijnt en de aard wegkwijnt wèg in het duister -- en dan wèg de luister, uwe luister, alle luister.
Nectar en stuifmeel Bijen kunnen niet zonder nectar en stuifmeel want als ze het niet hebben gaan ze dood. Nectar is een dunne, suikerhoudende vloeistof die wordt afgescheiden door de nectarklieren van de plant.De plaats van deze klieren verschilt van plant tot plant.Meestal komen ze voor in de bloem, soms als bladklieren, zoals bij het geslacht Prunes en soms op de kelkbladeren, zoals bij de pioenroos en verschillende composieten.De nectar wordt door de bijen verwerkt tot honing.Deze honing is een van de belangrijkste voedingsstoffen voor de bijen. Stuifmeelkorrels of pollen zijn de mannelijke geslachtscellen van de plant.Ze bevatten de eiwitten,vitaminen en vetten die de bijen nodig hebben voor het vormen van hun weefsels. Honing is het brandstofdeel van hun voedsel,stuifmeel Het bouwstofdeel. Om een bijenvolk een jaar in stand te houden is 35-50 kg stuifmeel nodig. Dit natuurlijke stuifmeel is onvervangbaar door welke andere stof dan ook. Zijn de bijen niet in staat deze hoeveelheid te verzamelen, dan verzwakken ze en gaan onherroepelijk te gronde.Deze verzwakte bijen zijn een welkome prooi voor parasieten zoals Nozema.De laatste jaren zijn veel bijen ten prooi gevallen aan deze parasiet.De hoeveelheid nectar die een bijenvolk nodig heeft om goed te functioneren is belangrijk groter dan de hoeveelheid stuifmeel…………….
Wat is het? Terwijl Jantje in de klas zit, vraagt de meester op eens: "Is er iemand die iets wil delen met de klas?". Jantje staat snel op en zegt: "Ik heb een raadsel meneer. Je steekt het er in, je haalt het er uit en het druipt. Ra ra wat is het?". Meteen schreeuwt de meester: "Wat? NU DE KLAS UIT!". Jantje rent dus snel de klas uit en gaat op de gang staan. Vervolgens komt het schoolhoofd om te vragen waarom Jantje op de gang staat. Dus, Jantje verteld zijn mop en ook het schoolhoofd zegt: "Wat? Ga maar meteen naar huis!". Jante rent vervolgens snel naar huis. Eenmaal daar aangekomen, vraagt zijn moeder wat hij thuis doet. Vervolgens verteld Jantje het hele verhaal, en verteld vervolgens zijn mop: "Je steekt het er in, je haalt het er uit en het druipt, wat is het?". Zijn moeder kijkt hem even aan en vraagt: "Nou, wat is het?". Jantje: "Een theezakje".
Waar leven paddestoelen van: Paddenstoelen leven van afbraak van dood of levend materiaal. Dat is bijvoorbeeld een dood of levende boomstam..De meeste soorten paddestoelen verteren dode resten van planten en dieren. Als er geen paddestoelen zouden zijn, zou het aval zich ophopen en zouden er uiteindelijk te weinig voedingsstoffen overblijven. Dit is ook de reden waarom zoveel soorten juist in de herfst te vinden zijn. Want in de herfst vind je veel dood materiaal zoals afgestorven bladeren en planten! Maar sommige paddestoelen groeien op een andere paddestoel, of op een rups of op een gezonde boom! Zo’n boom kan dan zelfs, doordat die paddestoel door de sporen zich uitbreidt, doodgaan!
Het lichaam van de volwassen vlinder bestaat uit drie delen: kop, borststuk en achterlijk. Aan het achterlijf zitten er geen poten, maar aan het borststuk zitten twee paar vleugels en drie paar poten. Op de kop zitten twee samengestelde ogen, die uit ongeveer 6000 lenzen bestaan. Deze ogen kunnen bewegingen erg scherp waarnemen. Op de kop zitten ook twee voelsprieten die de reukorganen dragen. Bij nachtvlinders is dit orgaan erg scherp, bij dagvlinders is het minder sterk ontwikkeld. De roltong zit opgerold in de kop. Die tong zuigt de nectar uit de bloemen. Deze bloemen trekken de vlinders aan door hun geur en kleur. De mannetjes worden tot de vrouwtjes aangetrokken door de geur (feromoon) en bevruchten ze. Zo kan de kringloop herbeginnen. De ontwikkeling van ei, larve, rups, pop, imago noemen we een metamorfose ( gedaanteverandering). De vijand van de vlinder is de sluipwesp. Zij legt haar eitjes in de rupsen van de vlinder. Deze komen uit en de larven van de sluipwesp eten de rups langzaam op. De belangrijke organen eten ze laatst op, zodat de rups nog lang blijft leven om hen van dienst te zijn. Vreselijk toch!
Een zeemeermin of meermin is een mythisch wezen, met het bovenlichaam van een vrouw en in plaats van benen een vissenstaart. Haar mannelijke tegenpool is de zeemeerman. Verhalen over zeemeerminnen gaan tot heel ver terug in de oudheid. Het mythische wezen van de zeemeermin/zeemeerman vindt zijn oorsprong bij de Babyloniërs en Sumeriërs. Zij kenden de god Ea of Enki, de god van de zoete wateren, die volgens de mythologie de schepper en redder van de mens is. Hij werd afgebeeld met een vissenstaart of met een vis over zijn hoofd. De eerste meerminnen, zeedemonen, half-vrouw, half-vogel, hadden hun domicilie gekozen in de grotten en op de rotsen rond de Tyrreense Zee. Door hun zachte gezang lokten zij de schippers op de klippen. Zij worden voor het eerst genoemd in de Odyssee van Homerus, waar zij hun charmes aan Odysseus tentoonspreidden. Odysseus beval zijn matrozen was in de oren te stoppen en liet zich vervolgens door zijn bemanning aan de mast van zijn schip vastbinden om aan het liefelijke gezang van de sirenen te ontkomen. Dit verhaal werd in de middeleeuwen door de kerk gebruikt om mensen te waarschuwen voor het kwaad van de verleiding. In die tijd vond je dan ook in veel kerken, kloosters en kathedralen afbeeldingen van zeemeerminnen. Zeemeerminnen met een vissenstaart werden voor het eerst beschreven door de monnik Aldhem van Malmesbury omstreeks 680 na Christus. Columbus zag zeemeerminnen op zijn reis naar Amerika. Hij beschrijft ze in zijn dagboek. De middeleeuwse fantasie van meerminnen met een vissenstaart komt van de verhalen van zeelui, die dachten deze wezens in het schuim gezien te hebben. In werkelijkheid hebben zij waarschijnlijk zeekoeien of lamantijnen gezien: deze zoogdieren uit tropische wateren hebben een spitse vorm; de vrouwtjes hebben ook tepels, die het beeld van de vrouwelijke lichaamsvormen oproepen. Niet zo verbazend dat de lichtgelovige scheepsgangers een dergelijke vergissing konden maken.