Zo jong en al jaloers......



Zo jong en al jaloers......


ZoMaar


Bruin Brood
Goedenavond bloggertjes,
Filmglorie 17 Sofia Loren
Sophia Loren
Gezeten in het donker van de bioscoop is menig mannenhart op hol geslagen bij het zien van een film met Sophia Loren in de hoofdrol. De striptease die La Loren in De Sica’s “Ieri, Oggi e Domani” (in de Nederlandse bioscopen uitgebracht onder de titel “Gisteren, vandaag en morgen”), staat menige, oudere bioscoopbezoeker nog op het netvlies gebrand. Tientallen rollen speelde ze in Italiaanse films, vaak tegenover Marcello Mastroianni. Pas toen La Loren in Hollywood films ging spelen werd het imago van seksgodin flink uitgebuit. Maar Sophia Loren was meer dan een prachtige vrouw, ze was ook een uitstekende actrice. De rol van huisvrouw in het fascistische Italië in “Una Giornata Particolare” van regisseur Ettore Scola uit 1977 was een prestatie van formaat.

Sophia Loren werd op 20 september 1934 geboren in het armenhospitaal van Rome als Sofia Villani Scicolone. Haar moeder, Romilda Villani, werd tot armoede gedreven omdat haar minnaar, Riccardo Scicolone, weigerde met haar te trouwen. Later stond hij toe dat zowel Sofia als haar jonge zuster Maria zijn achternaam mochten gebruiken. Omdat ze als ongehuwde moeder met de nek werd aangekeken, verhuisde Romilda met Sofia naar Puzzuoli, een achterbuurt van Napels. Om aan de kost te komen speelde de moeder van Sofia piano in discutabele café’s. Sofia was in die tijd zo mager dat de nonnen van de Katholieke School waar zij lessen volgde, haar de bijnaam “Stuzzicadente” (tandenstoker) hadden gegeven.
Toen de Tweede Wereldoorlog ook in Napels, de meest gebombardeerde stad van Italië, woedde, leidde Sofia een leven dat diepe sporen heeft achter gelaten. Er was nooit genoeg te eten en als de bommen vielen zocht de familie bescherming door in de treintunnels te kruipen. Dood en verderf was overal. De afwezigheid van zelfs een rotzak als vader maakte Sofia een gewillig slachtoffer voor de grilligheden en pesterijen van andere kinderen.
Naar mate ze de pubertijd ontgroeide, kreeg haar lichaam een ware metamorfose. Haar lange, voluptueuze lichaam en exotische uitstraling werd haar ticket om uit de armoede te komen. Die geweldige bruine ogen, wellustige mond en fraai gevormde lichaam, welke gehuld was in een roze jurk die haar moeder had gemaakt van oude gordijnen, zorgde ervoor dat zij de eerste prijs in een schoonheidswedstrijd won. Samen met haar moeder vertrok de 15 jarige Sofia naar Rome om daar te solliciteren naar een filmcarrière. De twee kregen minuscule rolletjes in het epos “Quo Vadis” uit 1951 waarvoor ze elk 33 dollar betaald kregen. Later dat jaar deed ze mee aan een modellenwedstrijd (ze werd tweede) en behaalde toen een veel grotere prijs dan ze ooit had durven hopen. Eén van de juryleden was filmproducent Carlo Ponti, die meteen helemaal weg van haar was.
In 1952 werd Sofia’s naam omgedoopt tot Sophia Loren. Er volgden enkele kleine films tot Carlo Ponti haar een contract gaf en haar bovendien tot zijn minnares maakte. De film “Golf of Naples” uit 1954 van regisseur Victorio de Sica maakte Sophia Loren ook in Hollywood bekend. Haar eerste Hollywood productie was “The Pride and the Passion” uit 1957 met Cary Grant als tegenspeler. In dat jaar trouwde Carlo Ponti met Sophia (zeer tegen de wil van het Vaticaan, die het maar niets vond dat “die dikke producer” scheidde van zijn toenmalige vrouw om een filmster als Sophia Loren te kunnen huwen).
Vele films volgden zoals “Houseboat” uit 1958, “Marriage Italian Style” met Marcello Mastroianni uit 1964 en de film die haar een Oscar opleverde “Two Women”.

Ponti en La Loren zijn nog steeds samen. Uit het huwelijk zijn 2 kinderen geboren: Eduardo en Carlo jr. Sophia Loren heeft twee Oscars gewonnen en heeft een ere Oscar in 1991 mogen ontvangen voor haar hele oeuvre. Tot op de dag van vandaag is en blijft La Loren een bijzondere, sexy vrouw. Sofia schertste over haar uiterlijk eens: “Alles wat ik heb, heb ik te danken aan spaghetti”.
Trivia:
Sophia Loren wordt vaak ook "de Italiaanse Marilyn Monroe" genoemd.
Ze mag dan in de jaren zestig/zeventig als sex godess gezien worden, als kind was ze zo mager dat ze "The Stick" genoemd werd.
Ze had een hekel gekregen aan Marlon Brando die tijdens de opnamen van een kus voor "A Countess from Hong Kong" tegen haar zei: "Weet je dat je neusharen hebt?".
Ze is de peetmoeder van Drew Barrymoore.
Filmglorie.nl
Filmglorie 16 Rock Hudson
Rock Hudson

Rock Hudson werd als Roy Harold Scherer jr. op 27 november 1925 in Winnetka, Illinois USA geboren. Hij was één van de laatste grote filmsterren welke door het Hollywood Studio systeem werd voort gebracht. Het studio systeem schoolde jonge acteurs en actrices op het gebied van acteren, zingen, dansen, in feite in alle vaardigheden waarvan de studio dacht dat deze noodzakelijk waren voor de acteur/actrice in spé. Als tegenprestatie kon de studio de acteurs/actrices tegen een gewoon weeksalaris in elke film laten spelen die hen werd aangeboden. In het geval van Rock Hudson was dat voor 125 dollar per week. Hudson maakte goed gebruik van zijn training. Hij was misschien geen groots acteur, hoewel hij zeker niet slecht was, maar hij was wel een echte filmster.

Zijn doorbraak kwam toen hij in contact kwam met Henry Wilson, een theateragent, die zijn naam veranderde van Roy Harold Scherer jr. in Rock Hudson (een samenvoeging van Rock of Gibraltar en Hudson River) en die hem bij de beroemde actiefilm regisseur Raoul Walsh introduceerde. Zijn filmdebuut maakte Hudson in de film “Fighter Squadron” van Raoul Walsh uit 1948. Na het uitkomen van deze film tekenden Hudson en Walsh een persoonlijk contract, die Walsh echter weer door verkocht aan de Universal Studio’s waar Rock Hudson meer ervaring kon opdoen. Hudson had het ongetwijfeld nodig, gezien de 30 takes die hij nodig had om de enige zin die hij in zijn filmdebuut had goed te kunnen uitspreken.
Bij Universal speelde hij verschillende rollen in vele films. Gedurende de jaren vijftig kreeg hij steeds vaker de mannelijke hoofdrol toebedeeld. Hij verscheen in enkele uitstekende westerns en speelde onder regie van Douglas Sirk in de muzikale komedie “Has Anybody Seen My Gal?” uit 1952. Het was ook Douglas Sirk die hem de hoofdrol liet spelen in “Magnificent Obsession” (1954) waarin Hudson een playboy speelde die verantwoordelijk was voor het blind worden van een vrouw (Jane Wyman) en de dood van haar echtgenoot, een beroemd chirurg. Hij tracht zijn fout te herstellen, wordt zelf chirurg en zorgt ervoor dat, na een ingreep, de vrouw weer kan zien. Een puur melodramatische film waarin Hudson liet zien dat hij een uitstekende romantische hoofdrol kon neer zetten. Zo dacht het publiek er ook over en Hudsons ster begon te rijzen.

Reklamecampagne voor Camel sigaretten met Rock Hudson
“Magnificent Obsession” was de eerste in een serie klassieke melodramatische films die hij onder regie van Douglas Sirk maakte. Het daarop volgende jaar speelde Rock Hudson weer samen met Jane Wyman in de film “All that Heaven Allows” (1955) over een oudere vrouw in een klein provincie stadje die valt voor de charmes van een jongeman. Hudson’s laatste film die hij met Douglas Sirk maakte was “The Tarnished Angels” uit 1957. Rock Hudson behoorde inmiddels tot de groten van Hollywood toen hij in 1956 onder regie van George Stevens begon aan de film “Giant”. De film vertelt het verhaal van de jonge Texaanse veeboer Jordan 'Bick' Benedict (Rock Hudson) die verliefd wordt op de dochter van zijn zakenpartner, Leslie Lynnton (Elizabeth Taylor). Leslie sluit vriendschap, zeer tegen de wil van haar echtgenoot, met de ranchhulp Jett Rink (James Dean), die stiekem verliefd op haar is. Als de zuster van Jordan ‘Bick’ Benedict komt te overlijden laat ze in haar testament een stukje grond na aan Jett Rink. Op dat stukje land wordt al snel olie ontdekt…
De film bracht Rock Hudson een Oscarnominatie en behoorde tot zijn persoonlijke favoriete film.

Rock Hudson en Elizabeth Taylor in "Giant".
In de late jaren vijftig veranderde de carrière van Rock Hudson toen hij werd gekoppeld aan Doris Day in de filmkomedie “Pillow Talk” uit 1959. (In Nederland uitgebracht onder de titel “Slaapkamer geheimpjes”. Hoewel ze slechts 3 films samen maakten werd het duo ontzettend populair. Naast de films met Doris Day maakte Hudson nog een aantal films waarin sex, of wat daar in de jaren zestig voor door moest gaan, met beroemde vrouwelijke sterren: Gina Lollobrigida en Claudia Cardinale. Rock Hudson wilde zichzelf echter verder ontwikkelen en verliet de Universal Studio´s om te spelen in de John Frankenheimer productie van `Seconds´ (1966) waarvoor Hudson veel lof kreeg. Het zou echter Hudson laatste echte serieuze rol blijven. Na nog in een aantal films gespeeld te hebben bleek de ster van Hudson in het Hollywood van eind jaren zestig te verbleken. Er werden hem geen goede rollen meer aangeboden.

Doris Day en Rock Hudson in "Pillow Talk"
De televisie bracht uitkomst. De serie “McMillan and Wife” (1971 – 1976) bracht hem opnieuw in de schijnwerpers bij een heel nieuw publiek. Af en toe maakte hij nog een bioscoopfilm waarvan “Avalanche” wel het dieptepunt van zijn carrière genoemd mag worden. In 1984 verscheen hij als gast acteur in de serie “Dynasty”. Rock Hudson bleek toen al flink te zijn afgevallen en zag er ziekelijk uit. Toen hij op 2 oktober 1985 stierf werd de wereld duidelijk welke ziekte hem geveld had: AIDS. Op dat moment werd iedereen ook duidelijk dat Rock Hudson in werkelijkheid geen vrouwenheld maar homoseksueel was. Het schandaalblad “Confidential” bracht dit nieuws, dat altijd door de filmstudio’s geheim werd gehouden, naar buiten.
De filmstudio liet hem, om de schijn van vrouwenheld maar op te houden, zelfs trouwen met Phyllis Gates, de secretaresse van zijn agent. Hierin schuilt de echte tragedie van Rock Hudson. Door zijn geaardheid geheim te houden kon hij nooit zichzelf zijn en moest hij ook voor de buitenwereld een rol spelen. De rol van een eerste klas acteur en een hele goede komediant die toevallig ook homoseksueel was.
Trivia
Rock Hudson was de eerste beroemde filmster die aan de gevolgen van AIDS overleed.
Rock Hudson werd gekozen door lezers van het filmblad Empire in de top 100 lijst van meest sexy filmsterren allertijden. Hij staat op de 28ste plaats.
Rock Hudson bezocht dezelfde school in Winnetka waar ook Ann-Margaret en Charlton Heston op hadden gezeten.
Rock Hudson heeft verscheiden keren getracht een rol te krijgen in een school toneelspel maar werd telkens afgewezen omdat hij zijn teksten niet kon onthouden.
Zijn geliefde, Marc Christian, vocht de erfenis van Rock Hudson aan omdat Rock hem niet verteld had dat hij aan AIDS leed en toch sex met hem bleef hebben. Hij won de rechtzaak.
Voor de film "Giant" ontving Rock Hudson een salaris van $ 100.000,-.
Rock Hudson werd gecremeerd. Zijn as is over de oceaan uitgestrooid.
Bronnen:
Rock Hudson official website
Remembering Rock Hudson website
IMDB.com
Filmglorie 15 Shirly Temple
Shirley Temple
Een klein meisje met goudblonde krullen en fonkelende ogen bleek de reddende engel te zijn voor de door de depressie noodlijdende filmmaatschappij Twentieth Century Fox in 1934. Haar naam: Shirley Temple.

Shirley Jane Temple werd op 23 april 1928 in Santa Monica (Californië) geboren. Toen ze drie jaar was nam ze al zang- en danslessen. Ze kende altijd haar tekst en danspasjes uit het hoofd en kon overtuigend op commando huilen. Op drie jarige leeftijd was zij al een echte professional. In 1932 was ze voor het eerst te zien in een serie korte films: de “Baby Burlesks”, een Fox variatie op de Hal Roach comedy’s “The Little Rascals” die in de Nederlandse bioscopen vertoond werden onder de titel “De Boefjes”. Met de speelfilm “Stand Up and Cheer”, waarin ze het liedje “Baby take a bow” zong, brak ze bij het grote publiek door.

In 1934 tekende ze een contract bij Twentieth Century Fox film en maakte “Bright Eyes” (in de Nederlandse bioscopen liep deze film onder de titel “Hartendief”) waarvoor ze een speciale Academy Award (Oscar) in ontvangst mocht nemen. In deze film zong ze voor het eerst het liedje “On the Good Ship Lollipop” hetgeen haar wereldroem bracht. Met het maken van succesvolle films als “The Little Colonel”, “Curly Top”, “The Little Princess” en “Heidi” redde ze filmmaatschappij Fox van de ondergang. De meeste van haar films kenmerkten zich door het grote optimisme waarmee Temple problemen oploste en ruzies beëindigde. Meestal waren de films bewerkingen van bekende kinderverhalen.
Hoor Shirley Temple "On the good ship Lollypop" zingen: klik hier!
Tussen 1936 en 1938 was Shirley Temple de meest succesvolle en meest verdienende filmster in Hollywood. Al haar films waren kassuccessen en andere filmmaatschappijen probeerden een graantje mee te pikken en brachten ook films met kleine meisjes in de hoofdrol uit. Fox wist de populariteit van Shirley Temple flink uit te buiten. Haar gezicht was te zien op shampoo, mokken tot wasmiddelen en de Shirley Temple pop was favoriet bij elk meisje.
Metro Goldwyn Mayer wilde Shirley Temple graag van Fox “lenen” voor de hoofdrol in “The Wizzard of Oz”. Fox wilde echter alleen meewerken als zij van MGM Jean Harlow en Clark Gable mochten lenen voor hun verfilming van “In Old Chicago”. Jean Harlow stierf echter vlak voor de opnamen en de deal ging niet door. De hoofdrol van “The Wizzard of Oz” ging toen naar Judy Garland.

Naar mate Shirley ouder werd nam het succes af. In 1947 was ze nog in de John Ford film “Ford Apache” te zien. Toen Shirley in 1948 met haar toenmalige echtgenoot John Agar een dochter kregen, die ze Linda Agar noemden, stopte ze met acteren in films. In 1949 scheidde ze van John Agar om in 1950 in het huwelijk te treden met Charles Black. Uit dit huwelijk werden nog twee kinderen geboren: Lori en Charlie Black. In 1958 probeerde ze het acteren weer op te pakken door mee te werken aan een aantal televisieseries, maar het succes bleef uit. In de jaren zestig raakte ze betrokken bij de Republikeinse Partij. Van 1974 tot 1976 was ze ambassadrice voor de Verenigde Staten in Ghana en vervulde deze functie ook van 1989 tot 1992 in Tsjechoslowakije.
Trivia:
Naar Shirley Temple is een non-alcoholische cocktail vernoemd: de Shirley Temple. Het drankje is uitgevonden door een barkeeper van het Chasen's Restaurant in Hollywood.
Het originele recept: schenk over ijsblokjes 9 delen ginger ale en 1 deel grenadine, roeren en garneren met een kers.
Naar Shirley Temple is ook een bloem vernoemd: de Shirley Temple pioenroos.
Shirley Temple had in de jaren 1930 één van de grootste verzamelingen beren ter wereld, omdat duizenden mensen haar teddyberen stuurden die soms groter waren dan het kindsterretje zelf.
Shirley Temple reikte aan Walt Disney voor de film "Snowwhite and the Seven Dwarfs" tijdens de Oscars van 1938 in plaats van één "gewone" maar liefst acht Oscars uit: één grote en zeven kleintjes.
Shirley Temple’s geboorte-akte werd door de Fox studio’s streng geheim gehouden en zelfs gewijzigd. Op haar twaalfde verjaardag kreeg Shirley in de gaten dat ze eigenlijk dertien was geworden.
Shirley Temple was de jongste actrice die ooit haar handen en voeten afdruk mocht vastleggen in een cementen tegel voor het beroemde Grauman’s Chinese Theatre in Los Angeles.
Filmglorie.nl
Filmglorie 14 Paul Newman
Paul Newman

In een buitenwijk van Cleveland, Ohio, zag Paul Leonard Newman op 26 januari 1925 voor het eerst het daglicht. Zijn ouders, Arthur en Theresa Newman, hadden in die tijd een goed lopende sportartikelen zaak. Reeds op jonge leeftijd had Paul al veel interesse voor toneel hetgeen door zijn moeder werd gestimuleerd. Paul was 7 jaar toen hij voor het eerst op het toneel stond in een schoolvoorstelling van “Robin Hood”. Het zou echter nog een aantal jaren duren eer hij serieus over een acteercarrière begon na te denken.
Nadat hij in 1943 de school verliet werd hij tijdelijk verkoper van encyclopedieën. Voor het vervullen van zijn dienstplicht wilde Paul graag bij het Naval Air Corps komen. Bij de keuring werd echter ontdekt dat Paul, ondanks zijn mooie blauwe ogen, kleurenblind was. Hij werd afgekeurd en nam toen dienst bij de gewone marine en diende tijdens de Tweede Wereldoorlog in de South-Pacific. Toen zijn diensttijd er op zat nam hij literatuur en acteerlessen op het Kenyon College in Ohio. Het was tijdens deze studie dat hij zijn liefde voor acteren ontdekte.

Hij ging o.a. acteren bij de fameuze Woodstock Players waar hij zijn talent verder ontwikkelde. In 1949 ontmoette en trouwde hij Jackie Witte. In 1950 kwam hij voor een moeilijke keuze te staan. In dat jaar was zijn vader gestorven en hij stond voor de beslissing om door te gaan met zijn grote liefde (het acteren) of de sportzaak van zijn ouders voort te zetten. De liefde voor acteren won. De familie verhuisde naar New Haven waar Paul op de Yale Universiteit een acteer studie ging volgen.
Toen hij de kans kreeg om naar Broadway, het toneelmekka van New York, te kunnen gaan, was de keus snel gemaakt. Het gezin – die inmiddels bestond uit zijn vrouw, een zoon en twee dochters - verhuisde opnieuw, ditmaal naar New York. Paul begon zijn professionele carrière door het spelen van kleine televisierolletjes en werd geaccepteerd om les te nemen op de fameuze Actor’s Studio waar sterren als Marlon Brando en James Dean reeds het zogenaamde “method acting” hadden gestudeerd. Zijn eerste grote Broadway hit was het stuk “Picnic”. Talentscouts van filmmaatschappijen hadden het talent van Paul Newman ook opgemerkt en in 1954 tekende hij een contract met Warner Bros.

Samen met Elizabeth Taylor in "Cat on a hot tin roof".
Zijn eerste film “The Silver Chalice” kwam in 1954 in de bioscoop en was een complete flop. Erkenning voor zijn werk kwam pas in 1956 toen hij de rol van bokser Rocky Graziano vertolkte in “Somebody Up There Likes Me”. Terwijl zijn ster aan het rijzen was ging het met zijn huwelijk mis. Voor zijn werk in Hollywood had hij zijn vrouw en familie in New York verlaten en ontmoette hij op de set van “The Long Hot Summer” in 1957 de jonge actrice Joanne Woodward. Nog datzelfde jaar werd de scheiding tussen Paul en Jackie Witte uitgesproken. Op 29 januari 1958 trouwde Paul met Joanne Woodward.
In 1958 mocht Paul Newman ook zijn eerste Oscar voor “Beste Acteur” in ontvangst nemen. Dat was voor de film “Cat on a hot tin roof” met Burl Ives als “Big Daddy” en Elizabeth Taylor als “Maggie, the Cat”. In totaal zou Paul Newman zes keer voor een Oscar genomineerd worden, o.a. voor zijn rollen in “The Hustler” (1961) waarin hij de pool haai Fast Eddie Felson speelde, “Hud” (1963) en “Cool Hand Luke” (1967). In 1987 mocht hij een tweede Oscar in ontvangst nemen voor zijn rol in “The Color of Money” waarin hij opnieuw de rol van Fast Eddie Felson speelde. Andere memorabele films waarin Paul Newman te zien was zijn “Torn Curtain” (“Gescheurd Gordijn – 1966) van Alfred Hitchcock en de twee films die hij met Robert Redford maakte: “Butch Cassidy and the Sundance Kid” (1969) en “The Sting” (1973). In totaal speelde hij in ruim 70 films.

Met Robert Redford in de klassieker
"Butch Cassidy and the Sundance Kid".
In 2007 maakte hij bekend dat hij niet meer in films zal spelen. Zijn aandacht gaat tegenwoordig geheel naar zijn bedrijf “Newman’s Own”. De winst van dit bedrijf in o.a. saladedressings, gaat naar vele liefdadigheidsprojecten. Newman en zijn vrouw Joanne Woodward vierden in januari 1998 hun 40ste huwelijksdag.
Trivia:
Verbrandde zijn tuxedo op zijn 75ste verjaardag omdat hij klaar was met formaliteiten.
Mocht in 1994 een ere-Oscar in ontvangst nemen vanwege zijn inzet voor goede doelen.
Hij schaamde zich zo voor zijn rol in het kostuumdrama “The Silver Challenge” dat hij een advertentie plaatste in het vakblad Variety om zijn excuses aan te bieden.
In het begin van zijn carrière werd hij vaak voor Marlon Brando aangekeken. Naar zijn eigen zeggen heeft hij ruim 500 handtekeningen uitgedeeld met de tekst: “Best whishes, Marlon Brando”.
Newman is de Peetvader van acteur Jake Gyllenhaal (Brokeback Mountain).
Newman is voorstander van het homo-huwelijk.

Paul Newman in 2006.
Geraadpleegde bronnen:
A&E Biography
Tiscali UK Biography
IMDB (Trivia)
Foto's: Warner Bros, Universal, 20th Century Fox.
Filmglorie.nl
Filmglorie 13 Merlene Dietrich
Marlene Dietrich

Als je het over legendes uit de filmgeschiedenis hebt mag deze wereldberoemde filmdiva niet ontbreken: Marlene Dietrich. Deze ster met de mooiste benen van de wereld werd op 27 december 1901 in een voorstadje van Berlijn geboren als Marie Magdalene Dietrich. Al vroeg kreeg ze haar karakteristieke eigenschappen, die zo bepalend waren voor het verloop van haar carrière, met de paplepel ingegoten: plichtsbesef, discipline en zelfbeheersing. Als kind wilde Marie Magdalene graag violiste worden maar kwam niet verder dan als enige vrouw in een orkest te spelen die stomme films in een bioscoop begeleidde. De overlevering vertelt dat ze na een maand uit het orkest werd gezet omdat haar benen de mannelijke muzikanten te veel zouden afleiden. In werkelijkheid had ze een zenuwontsteking gekregen waardoor het spelen op de viool onmogelijk geworden was. Nadat ze de naam Marlene Dietrich had aangenomen begon ze in de Berlijnse cabaret- en revue theaters te dansen.

Marlene als "die Fesche Lola" in "Der Blaue Engel"
Haar grote doorbraak kwam in 1929 toen ze de rol van de tingel tangel zangeres Lola Lola speelde in de film “Der Blaue Engel”. In deze film zong ze op zeer uitdagende wijze het lied “Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt”. De filmcensuur had het in die tijd bijzonder moeilijk om deze scène vrij te geven. Dietrich is, als zij dit beroemde lied zingt, gekleed in een jurk die ze steeds omhoog trok waardoor haar sjarretels zichtbaar waren. De film ging in april 1930 in het Berlijnse Gloria Filmpalast in première. Dietrich heeft de première niet meer meegemaakt. Vanwege het opkomende Nazisme vertrok ze in 1930 uit Duitsland en was al op weg naar Hollywood op het moment dat de film in Duitsland in première ging.

Aangekomen in Hollywood tekende ze een contract met Paramount Pictures die haar meteen de hoofdrol liet spelen in “Marocco” (1930), “Dishonored” (1931), “Shanghai Express” (1932) en “The Scarlett Empress” (1934) allen onder de regie van Josef von Sternberg. In Duitsland werden haar films in de ban gedaan toen ze aan een verzoek van Rijkspropaganda minister Josef Goebbels geen gehoor gaf om terug te keren naar de UFA studio’s om propaganda films voor het Derde Rijk te maken. Zelfs toen Hitler, hij zag in haar het toonbeeld van een Duitse vrouw, haar vroeg terug te keren naar Duitsland bleef ze volharden. Zij verafschuwde alles waar Hitler voor stond. Door deze afwijzing werd zij voor de Duitsers een persona non grata en was niet meer welkom in haar vaderland.
Na een paar flops ging het in 1939 weer bergopwaarts toen Marlene Dietrich de vrouwelijke hoofdrol naast James Stewart ging spelen in “Destry rides again” (1939).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg Marlene nog grotere bekendheid door op te treden voor de geallieerde troepen in de bezette gebieden. Haar vertolking van “Lili Marlene” werd een geliefd lied aan beide zijden van het front (zij het in verschillende talen). Voor haar moed werd ze in 1947 onderscheiden met de 'Congress Medall of Freedom', de hoogste onderscheiding die een burger kan krijgen.
Na de oorlog begon ze weer films in Hollywood te maken met regisseurs als Billy Wilder (A Foreign Affair – 1948), Alfred Hitchcock (Stage Fright – 1950) en Fritz Lang (Rancho Notorious – 1952). Haar laatste grote films maakte zij in 1958 “Witness for the Proscecution” en in 1961 “Judgement at Nuremberg”. In 1978 kwam haar laatste film in de bioscoop: “Just a gigolo”.

Toen ze in de jaren vijftig minder films ging maken legde ze zich meer en meer toe op haar muzikale carrière. Onder leiding van Burt Bacharach bracht ze een show op het toneel die niet zo zeer een succes was vanwege haar stem (Marlene sprak meer de tekst dan dat ze het zong), maar door de persoonlijkheid die ze in de loop der jaren geworden was. Hoewel zo over de hele wereld volle zalen trok heeft Duitsland dit succes nooit met haar willen delen. Toen ze eind jaren 50 in Berlijn voor een aantal optredens arriveerde werd ze uitgescholden en de zalen bleven leeg. De Duitsers bleven haar als een verraadster zien. Ze trad echter wel op en toen Willy Brandt haar een staande ovatie bracht kreeg ze de zalen uiteindelijk toch vol. Door dit voorval besloot Marlene om nooit meer in Duitsland terug te keren.
De laatste jaren trok ze zich uit de openbaarheid en leefde ze als een kluizenaar in een appartement in Parijs. Marlene wilde het imago van de onsterfelijke beeldschone vrouw in stand houden en liet zich niet meer in het openbaar zien. Af en toe verschenen er foto’s in de krant van een vrouw met een hoofddoekje om met een zonnebril op. Interviews gaf ze niet meer.

Hoor Marlene Dietrich nog eens zingen: KLIK HIER!
La Dietrich was niet zomaar een filmster. Ze was een symbool voor velen. Marlene was de eerste vrouw die in mannenkleren in een film te zien was waardoor ze niet alleen door mannen maar ook door vrouwen werd vereerd. Maar niet alleen haar uiterlijke verschijning, ook haar seksuele uitstapjes (Marlene hield zowel van mannen als vrouwen) zorgde voor bewondering en minachting. Ze kwam er openlijk voor uit biseksueel te zijn. "Ein bischen bi schadet nie" is een beroemde uitspraak van haar.
Op 9 mei 1992 stierf Marlene Dietrich. Ze ligt begraven naast haar moeder op een klein kerkhofje in Schöneberg, nabij Berlijn. Op haar grafsteen staat simpel: “Marlene”.
Trivia
Een parodie op Marlene Dietrich is te zien in de Mel Brooks film “Blazing Saddles” waarin Madeline Kahn te zien is als Lili von Schtupp, The Teutonic Titwillow en het lied “I’m tired” zingt..
Marlene Dietrich was in 1961 in Nederland voor een optreden tijdens het Grand Gala du Disque. Presentator Godfried Bomans was duidelijk gecharmeerd van La Dietrich. Toen Bomans de wereldster moest aankondigen verzuchtte hij: "Had mijn vrouw maar een zo'n been."
Het lied “Sag mir wo die Blumen sind” stond wekenlang in de Nederlandse top 10.
Marlene was slechts 1.68 m. Haar bijnaam was “Lili Marleen”.
Er moest altijd een spiegel op de filmset aanwezig zijn zodat Dietrich haar make-up en haar kon controleren.
Haar make-up man zei eens: “Marlene kustte zo hard, dat er telkens na elke kus nieuwe lipstick aangebracht moest worden”.
Tijdens haar laatste openbare optreden in Sydney 1975 viel Marlene en brak haar been.
Haar favoriete maaltijd bestond uit hotdogs en champagne.
Filglorie.nl
Filmglorie 12 Stan Laurel en Oliver Hardy
Laurel & Hardy

Ze waren het grootste comedy-team die de wereld ooit gekend heeft: Stan Laurel (1890 – 1965) en Oliver Hardy (1892 – 1957). In Nederland werd het duo ook wel oneerbiedig “de Dikke en de Dunne” genoemd. Van 1927 tot 1951 maakten zij in totaal 81 korte films en 24 hoofdfilms. Vele opa’s en oma’s, vaders en moeders hebben in de bioscoop gehuild van het lachen om de gezette, bazige en wel heel erg van eigen kunnen overtuigde Oliver Hardy en de magere, verlegen en naïeve Stan Laurel. Beiden waren even onhandig. Zelfs de meest eenvoudige situaties konden zij, tot groot vermaak van het publiek, in een handomdraai in het honderd laten lopen.

Hun gezamenlijke carrière begon in 1921 met de film “Lucky Dog”. In deze door Jess Robins geregisseerde film heeft Stan Laurel de hoofdrol en Oliver Hardy een kleine bijrol als schurk. In 1926 stonden zowel Laurel als Hardy onder contract bij producent Hal Roach. Onder supervisie van regisseur Leo McCarey werd hun eerste film als duo gemaakt: “Duck Soup”. Er zouden nog zo’n dertig zwijgende twee-akters volgen tot ze de overstap naar de geluidsfilm maakten, de zogenaamde “talkies”. Ook dit waren in eerste instantie korte twee-akters zoals “the Music Box” (waarvoor ze een Oscar kregen) en “Scram!” (die nogal wat problemen met de filmkeuring had). De eerste echte hoofdfilm van “de jongens” was “Pardon Us” uit 1931. Omdat ze clandestien bier hebben gebrouwen en dat aan een agent te koop aanboden komen Stan en Ollie in de gevangenis terecht. Ze weten echter te ontsnappen maar worden ook weer opgepakt. Na een niet bepaald zachtzinnige afspraak bij de tandarts vallen ze midden in een gevangenis oproer. Nadien volgden “Pack Up Your Troubles - Zet je zorgen opzij” uit 1932, “Fra Diavolo” uit 1933, “Sons of the Desert – Kolder op zolder” (1933), “Babes in Toyland - Laurel & Hardy in Wonderland”(1933), “Bonnie Scotland” (1935), “The Bohemian Girl” (1935), “Our Relations” (1936), “Way Out West – Stad op stelten” (1937), “Swiss Miss – IJsco toeristen” (1938), “Blockheads – Houten Koppen” (1938), “The Flying Deuces – In het vreemdelingenlegioen” (1939), “A Chump at Oxford - Boemelstudenten” (1940) en “Saps at Sea - Zeebonken” (1940).

Aan al deze films heeft iedereen wel een herinnering. Het liedje “Honolulu Baby” uit “Sons of the Desert”, het dansje voor de saloon uit “Way Out West”, het gevecht van Laurel om een slok drank uit het vaatje van een Sint Bernhardshond uit “Swiss Miss”, Stanley die voor het eerst achter het stuur mag zitten van Oliver’s auto en de garage mag inrijden. Hij vergeet echter de knop van de automatische garagedeur en ramt de hele garage aan gort in “Blockheads”. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Kostelijke filmmomenten die je nooit vergeet.
In 1940 kwam het tot een breuk met Hal Roach en Laurel en Hardy gingen voor MGM en Twentieth Century Fox lange speelfilms maken. Maar ook al haalden deze films niet het niveau van de films die ze voor Hal Roach maakten, in elke film zat toch altijd wel een staaltje van hun comedy-talent. Hun laatste film maakten ze in 1951: “Atoll K” soms ook wel bekend onder de titel “Utopia” of "Robinson Crusoë eiland". Ik kan me voorstellen dat weinig mensen deze film gezien hebben en terecht. Het is de slechtste die ze ooit gemaakt hebben. Dit had alles te maken met o.a. de ziekte van Stan Laurel (in de film is hij zwaar vermagerd te zien) en de communicatieproblemen tijdens de opnamen van de film. "Utopia" was een Frans/Italiaanse co-productie waarbij de meeste acteurs in een andere taal dan Laurel en Hardy spraken.

De films van Laurel & Hardy (behalve die van de latere Fox en MGM films) werden in Nederland hoofdzakelijk uitgebracht door het verhuurkantoor Express Film van Jan Dresscher uit Amstelveen. Dresscher was expert op het gebied van de Laurel & Hardy films. Tot ver in de jaren zestig werden alle kopieën tijdens Paas-, Pinkster- en Kerstvakanties ingezet. Elke zichzelf respecterende bioscoop vertoonde vroeger een Laurel & Hardy in het weekprogramma. Naar mate de belangstelling minder werd, door de komst van kleuren en breedbeeld films, verdwenen de zwart/wit films van Stan & Ollie naar de matinee’s.
De belangstelling voor Laurel & Hardy is in Nederland nog steeds levend ondanks dat de films niet meer in de reguliere bioscopen worden vertoond. De Nederlandse Laurel & Hardy fans kunnen hun hart ophalen bij “Blotto”, het filmmagazine in zwart/wit (en tegenwoordig ook in kleur) voor nieuwtjes over teruggevonden kopieën, fandagen, etc. Onlangs is ook het hele oeuvre van Laurel & Hardy die ze voor Hal Roach maakten op DVD uitgekomen. Negen heerlijke schijfjes met onvergetelijke films.
"Well, here's another nice mess you've gotten me into."
Klik hier voor info over Blotto: www.blotto.nl
Trivia:
Toen Oliver Norvell Hardy in 1957 stierf zei zijn partner Stan Laurel dat hij nooit meer zou optreden. Dat heeft hij inderdaad ook nooit meer gedaan.
In Duitsland werden ze Dick und Doof genoemd, in Nederland Dik en Dun, in Italië Stanlio & Ollio, in Mexico en Latijns Amerika El Gordo y El Flaco.
Bij Oliver's dood zei Stan Laurel:"The world has lost a comic genius. I have lost my best friend.
Filmglorie.nl
Filmglorie 11 Katharine Hepburn
Katharine Hepburn

Ze was een unieke persoonlijkheid op het witte doek. Haar carrière omspant ruim 70 jaar en was te zien in meer dan 50 kwaliteitsfilms, variërend van screwball comedy, romantische films tot hoogstaand drama. Ze heeft een record aantal Oscar nominaties op haar naam staan (12) en mocht er 4 op haar schoorsteenmantel zetten. Samen met sterren als Cary Grant, Spencer Tracy en onder de regie van George Cukor was ze in vele memorabele films te zien. Hepburn was ook de eerste filmster die, ondanks gebonden te zijn aan het studio systeem, zelf de controle over haar filmcarrière had. Natuurlijk kende Katharine Hepburn’s carrière ups and downs, maar Hollywood heeft deze “grande dame van het witte doek” nooit afgeschreven.
Katharine Houghton Hepburn werd geboren op 12 mei 1907 in Hartford, Connecticut. Haar vader was arts en haar moeder een vrouw die streed voor vrouwenrechten en dan met name voor het vrouwenkiesrecht. Geen wonder dat de jonge Katharine Hepburn al vroeg leerde om voor haar eigen mening uit te komen. Dat ondervond Hollywood ook en bestempelde haar als arrogant en excentriek. Ze weigerde make-up te dragen, met de pers mee te werken of iets anders dan een broek te dragen. Haar gedrag heeft ze nooit veranderd en is altijd zichzelf gebleven.
Haar filmdebuut maakte ze in George Cukor’s “A Bill of Divorcement” uit 1932. Deze rolprent maakte dat ze niet alleen goede kritieken kreeg maar dat ook Hollywood opmerkzaam op haar werd. Katharine Hepburn kwam onder contract te staan bij R.K.O pictures en werd al snel één van de duurst betaalde sterren. In 1933 mocht ze voor haar derde film, “Morning Glory”, haar eerste Oscar als Beste Actrice voor haar rol als Eva Lovelace in ontvangst nemen. In dit filmdrama speelde ze samen met een andere grote Hollywood ster Douglas Fairbanks jr.
Nadat ze haar dramatische talenten had getoond in een serie melodrama’s voor R.K.O. stortte Hepburn zich op romantische komedies, beginnende met de George Stevens film “Alice Adams” uit 1935. In deze komedie speelt ze een muurbloempje uit een arme familie die hogere sociale en romantische aspiraties heeft. Haar tegenspeler in deze film was Fred MacMurray.

Met Cary Grant in "Bringing up Baby".
In datzelfde jaar werd Katharine Hepburn voor het eerst gekoppeld aan de jonge Cary Grant. Het zou een samenwerking worden die leidde tot vele beroemde screwball comedy’s. Komedies die de tand des tijds goed hebben doorstaan en nog steeds een genot zijn om naar te kijken. Eén van de bekendste is wel “Bringing up Baby” uit 1938 waarin Hepburn en Grant op zoek zijn naar een luipaard (genaamd Baby) die van musicalliedjes houdt en een hond die er met een dinosaurus bot vandoor is gegaan.
Ondanks haar grote filmsuccessen ontstond er in 1938 een controverse tussen Katherine Hepburn, Mae West, Marlene Dietrich, Fred Astaire en een aantal onafhankelijke bioscoopexploitanten die hun het predikaat “Box office poison” (kassa vergif) gaven. Hepburn kocht het contract van R.K.O. af en keerde Hollywood de rug toe en besloot om in New York op Broadway toneel te gaan spelen.
In 1940 keerde ze terug naar Hollywood om voor M.G.M. de film “The Philadelphia Story” te maken. Deze film van George Cukor was de verfilming van het gelijknamige toneelstuk van Philip Barry waarmee Katharine Hepburn op Broadway grote successen had geoogst. Naast Katharine Hepburn waren ook Cary Grant en James Stewart in deze romantische komedie te zien. De film kreeg destijds 6 Oscarnominaties waarvan er 2 verzilverd werden (Beste acteur James Stewart en Beste Draaiboek). De Oscar voor Beste Actrice ging aan Katharine Hepburn voorbij. In 1942 speelde Hepburn voor het eerst samen met Spencer Tracy in de film “Woman of the Year”. Het bleek een gouden greep te zijn. Het publiek hield van het koppel Hepburn/Spencer, reden voor de filmmaatschappij om nog 8 films met hun te maken. De meest memorabele is wel “Adam’s Rib” uit 1948.

Met Spencer Tracy.
Na de screwball komedies uit de jaren veertig maakte Katharine Hepburn in 1951 de overstap naar serieuze sterke vrouwenrollen. In de film “The African Queen” uit 1951 speelt ze de rol van de deugdzame Rose Sayer naast een constant beschonken Humphrey Bogart op het schip de African Queen. De rol leverde haar een 5e Oscarnominatie op. Haar tweede Oscar won ze in 1967 met de maatschapijkritische film “Guess Who’s Coming to Dinner” met Spencer Tracy (de laatste film die ze met hem maakte) en Sidney Poitier. Opnieuw speelt ze een sterke vrouwenrol als moeder die vader (Tracy) moet overhalen om haar blanke dochter met een zwarte man te laten trouwen. Destijds een gewaagd onderwerp. Haar derde Oscar kreeg ze voor de rol in “The Lion in Winter” uit 1968.

Met Humphrey Bogart in "The African Queen".
Gedurende de jaren zeventig en tachtig maakte ze nog maar weinig films en was ze af en toe in een televisiefilm te zien. Hoogtepunten uit deze jaren zijn: “Rooster Cogburn” uit 1975 met John Wayne en “On Golden Pond” met Henry en Jane Fonda. Deze laatste film leverde haar de vierde Oscar op. Haar allerlaatste filmrol was in 1994 te zien in de film “Love Affair”. Vanwege haar hoge leeftijd en haar verslechterende gezondheidstoestand trok ze zich uit Hollywood terug en bleef in haar huis in Connecticut wonen en wijdde ze zich aan haar schildershobby.
Katharine Hepburn overleed op 29 juni 2003.
Trivia:
Door het American Film Institute uitgeroepen als de Grootste Vrouwelijke Film Legende.
Ze weigerde anders dan een broek te dragen (wat in die tijd erg ongewoon was voor vrouwen).
Ze had de bijnaam First Lady of American Cinema.
Ze stond erom bekend per dag acht ijskoude douches te nemen en even zo vaak haar tanden te poetsen.
Bijnamen: Kate, the great Kate.
Katharine Hepburn was 1.71 m. groot.
Is getrouwd geweest met Ludlow Ogden Smith (1928 – 1934).
Ze heeft “Guess Who’s Coming to Diner” nooit gezien omdat het Spencer Tracy’s (met wie ze een geheime relatie had) laatste film was.
De begrafenis van Spencer Tracy heeft zij uit respect voor zijn familie niet bijgewoond.
Toen de dood van Katharine Hepburn bekend gemaakt werd hebben vele beroemdheden blijk gegeven van medeleven, zoals George Bush en Elizabeth Taylor.
Bronnen:
IMDB.com
Reel Classics
Wikipedia
Katharine Hepburn webring
Filmglorie.nl