Naar de inhoud

de hort op

akke.beakke.be

Archief

30 augustus 2019 Madeleine met haar roze gaine

Ik ben nog vergeten melden dat de afdaling gisteren zalig was en prachtig ook. Vooraan de zwarte valk, zich met ruim voldoende durf (help als die valt!) naar beneden smijten, daarachter de blauwe specht die zich vastbijt in de rug van de valk en dan het meer bezadigde roodborstje, zijn leven nog lang niet beu. En ik daar ergens tussen. Maar, kan de valk goed duiken, moeilijker is het voor hem om te stoppen, laat staan afdraaien. En dus zien we Geert verdwijnen naar een verdieping lager, waar we absoluut niet moeten zijn. Goed voor hem, het is alweer een extra training.

Ook vergeten melden dat er een klein zwembadje hoort bij ons verblijf en dat we daar gretig gebruik van maken, ieder in onze stijl. Johan duikt met een karpersprong in het water, proestend en briesend. Ikzelf, kouwelijk, zak langzaam streepje per streepje naar beneden en doe daar toch een kwartiertje over. Michel, nog kouwelijker (die man heeft geen gram vet), doet er nog iets langer over om het water tot aan zijn kin te laten komen en beoefent dan de verticale stilstand(slag). Gelukkig niet met de kop naar beneden!  En Geert, die als kleine jongen al rap wegliep als zijn moeder hem wilde wassen, houdt helemaal niet van water en blijft in het droogdok. Dat is zijn bed en daar is het goed.

Maar, vergeten we niet, er staat vandaag een echte col op het programma, de Madeleine, op 2000m hoogte. Toevallig logeren we op het traject naar de top en ben ik al blij dat ik 2 km minder ver moet klimmen, maar dat is buiten de 'die hards' gerekend, een col moet in zijn volle lengte bedwongen worden. Gedeeltelijk afhaspelen is geen optie. Goed voor hen, maar Johan en ik blijven ter hoogte van ons verblijf en wachten tot de twee anderen 2km afdalen en diezelfde 2km daarna terug oprijden. Enkel en alleen zij kunnen col de la Madeleine afvinken (denken ze). Bij ons kan daar geen sprake van zijn. Je loopt een marathon toch ook niet vanaf km drie!!!

Goed, We laten dat stilletjes van ons afglijden en pikken ons welgemutst vast aan de kar van het serieuze volk.

Wat kan ik over de klim nog zeggen? Il vlieg met mijn 'brommertje' vooruit en wacht een uurtje in Longchamps, het laatste station voor de top. We drinken ons wat moed in op een terras en beginnen aan het laatste stuk door de hoge alpenweiden. Het is zonnig en warm, prachtige vergezichten. Volgt de noodzakelijke foto boven aan het monument van de top en dan vleien we ons neer om te bekomen. 

Het zwembad lokt alweer. We laten de hometrainer van de eigenaar in het water zinken en rijden de spieren nog wat los. Aquagym met zicht op de bergen.  Dan nog even de jacuzzi in, hemelse warme rust.

Morgen staat de koninginnenrit op het programma. Dat hoort u dan wel.

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

29 augustus col du Chaussy: de grote verwarring

Deze mooie donderdag is bedoeld om te acclimatiseren en een klein opwarmertje met de fiets te doorspartelen.

We starten de dag met een mand vol proviand, die voor onze hut neergezet is door de vrouw des huizes. Lekker!

Thomas heeft ons een tip gegeven voor een lekker los rijden, iets met veel haarspeldbochten en mooi! De mannen bestuderen het uitje aandachtig op de kaart en weg zijn we.

Twee andere fietsers geven nog een tip om via een landelijk rustig weggetje te rijden, hetgeen al onmiddellijk jammerlijk mislukt. Het blijkt een rondje door het industriepark te zijn en we komen terug uit waar we vertrokken zijn.

De grotere, drukke weg dan maar. Ik moet bekennen, ik weet langs geen kanten waar we naar toe gaan en rijd er maar wat op los. Michel, die weet ongeveer (!) waar we naartoe gaan en laat zich lossen. Een echte diesel. 

Gevolg : ik ben heel alleen op weg, zonder één enkele man, richting Montvernier. Geert en Johan, mooi samengebleven, zijn gezamenlijk op weg langs de geplande haarspeldbochten (lacets de Montvernier) en denken(!) dat ik daar ook ergens ben. En Michel, die is op weg naar Turijn, want die heeft ons niet zien afslaan. Bellen, berichten sturen, het helpt niet. Ofwel is de gsm vergeten in de hut, ofwel vergeet men te kijken op zijn smartphone. Ik besluit om terug naar huis te rijden en wie kom ik daar tegen? De man van Turijn! Beetje misnoegd, maar toch voldoende op de hoogte -ondertussen- waar de haarspeldbochten zijn. Allez hop, er op. Het is steil en smal en we zitten onmiddellijk op ongekende hoogtes. Mooi panorama, maar beter is het de blik op de weg te houden, want de haarspeldbochten zijn niet te tellen. Daar is waarachtig Montvernier. Het kerkje torent hoog boven mij en klepelt vrolijk 12u. 'Kom toch terug, kleine Johahan', zing ik bij mezelf. En ho ho, 'pieppiep' klinkt het van achter een hoekje. Daar zitten Johan en Geert vredig naast mekaar op een bankje. Na te denken over 'wie waar zit. Michel komt boven en vindt dat er een aantal afspraken moeten gemaakt worden. 

Dat vraagt een vergadering die we moeten inkantelen in ons programma en eventueel meenemen naar een volgende meeting die we gaan inplannen. Allemaal niet zo simpel dus. Maar een eerste richtlijn, om u een proevertje te geven van het soort vergaderingen, luidt alvast : ALTIJD wachten bij de twééde splitsing!! Efficiëntie, we dragen dat hoog in ons vaandel.

Maar nu moeten we eerst die col nog op, die blijkt op 1530m te liggen. Michel, die vastberaden was om zich niet te forceren, herziet zijn mening :'het zijn enkel zotten en steenezels die niet van mening kunnen veranderen'.  En Geert staat al te trappelen van ongeduld om dat colleke in zijn broekzak te steken. Dat colleke is niet min hoor. Er wordt nogal gezucht bij het bovenkomen en tongen worden ver uitgestoken. Hartslagen worden vergeleken, de ene kan niet hoger dan 155slagen per minuut , de andere heeft een piek van 177 slagen per minuut bereikt, de derde weet van geen hartslag. En ik, ik sta er wat bij te glimlachen. Wat is een 'brommertje toch een feest voor het hart.

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 18:17 Reageer op dit bericht

28 augustus 2019 vreserig

De rit naar La Chambre verloopt uitermate voorspoedig. Een enkel euvel : we hebben de sleutel van ons huisje in Ansignan vergeten. Wat gedonder en gevloek, maar we rijden toch niet terug. Hopelijk zijn de buren thuis als we rond 9 september in Ansignan aankomen. Zij hebben een reserve sleutel. En anders moeten we een andere oplossing bedenken. Johan stelt voor om langs de kapotte pannen van het dak binnen te kruipen. Of, We kunnen ook in een b&b gaan en het huis onaangeroerd laten, maar dat zou wel heel jammer zijn van het verspilde geld. Ik probeer te telefoneren naar onze buren. Er neemt iemand op, het stemmetje lijkt in de verste verte niet op de flinke stem van onze buurvrouw. Een sms sturen dan maar. En afwachten.

In de auto wordt er al flink gespeculeerd over de beklimming van de col de la Madeleine. Moeilijkst langs de zuidkant, maar langer langs de noordkant. Hoor ik daar enige vrees in de mannelijke bergontledingen?  Feit is dat we langs de zuidkant gelogeerd liggen en dus de enige mogelijkheid om de berg langs de noordkant te beklimmen is hem eerst langs de zuidkant op te rijden, langs de noordkant er af en dan terug omhoog langs de favoriete noordkant. Tja, dat lijkt me niet zo handig.  

Als het mijn moment is om het stuur over te nemen, haasten ze zich om te benadrukken dat ik niet echt hoef te rijden, nee nee, als ik het liever niet doe zullen zij wel extra rijden. Hoor ik daar weer vrees in de mannelijk benevelde beoordeling? Ik stuur toch. Natuurlijk stuur ik. Michel zit naast mij, zijn ogen zijn toe. 'Ha, zeg ik, dat is een goed teken dat je ogen toe zijn, slapen naast de chauffeur is een teken van vertrouwen in de chauffeur'. 'Het kan ook iets anders zijn, zegt hij droogjes, dat ik mijn ogen toe doe omdat ik niet meer durf kijken'. Ik laat het niet aan mijn hart komen, ogen open of niet, ze rijden braafjes mee met een vrouw aan het stuur. Die bovendien in een ware stortbui terecht komt en zich een weg moet banen door schuimende en pruttelende waterplassen, drijvend wrakhout en op hol geslagen wild.

We logeren in Entre 2 cols, campinggewijs, dat wil zeggen dat we wel binnen kunnen slapen en douchen, maar buiten moeten eten. Geen erg, het is prachtig weer, de 2 cols staan majestueus te blinken tussen alle andere cols, het is heerlijk rustig en de avond valt als een zacht fleece dekentje over ons heen. We kruipen in onze hut (de enen) en onze grot (de anderen) en proberen de slaap te vatten. Dat lukt bij de ene al beter dan bij de andere.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 21:51 Reageer op dit bericht

dinsdag 27 augustus 2019 de mannelijke drang

Het is alweer een tijdje geleden dat er een reisverslag verscheen in deze blog.  Het kan tenslotte niet altijd zondag zijn.  Maar morgen is het woensdag en vertrekken we -alweer, oh wij gelukzaligen- met 4 fietsen, 3 mannen en 1 vrouw naar de Franse Alpen en niet van de minste. We logeren in La Chambre en volgens wat ik zie op de website van de b&b hebben we twee huisjes of hutjes, eentje voor Michel en Johan en eentje voor Geert en Hilde. Ik heb twee hypotheses over de bouwer van de hutjes : dat is een heel frivole mens òf een heel loensende mens.  U moet maar eens kijken op de website van 'Entre 2 cols' in St Martin sur la Chambre en weten te zeggen wat U er van vindt.  De vensters staan scheef, het dak is steil als een zwarte piste, de tweede hut is een grote bierton.  Maar, en dat is uitermate goed voor ons, het verblijf ligt entre 2 cols en het zijn natuurlijk die cols die 'de mannen' (wie anders ??) op willen.  Vlak bij de Col de la Madeleine, niet ver van de Galibier en de Croix de Fer. En dan is er ook nog de Glandon en nog ene waar ik de naam al van ben vergeten, maar het zijn namen die klinken als galmende testosteronklepels. Bim bam beieren, dat wordt een paar uur hard steieren!!

In onze hutjes blijven we 4 nachten slapen, dat is voldoende om al dat bergengeweld te bevechten.  De eerste dag wordt voornamelijk een rustdag, acclimatiseren heet dat, en daarna gaan we (voornamelijk 'ze') er tegenaan.  De energiedrankjes zitten hoog bovenaan in de bagage, evenals de helmen en de drinkbussen. Gelukkig maken de mannen er geen 'om het eerst boven' van, zo slim zijn ze wel, al verdenk ik er toch een paar dat ze een geheime agenda hebben en dat ze stilzwijgend toch uittesten of de 'tegenstander' niet zoetekesaan uit de wielen kan gereden worden.  Het meest verstandige is om dat in de laatste kilometer te doen, want te vroeg beginnen demarreren, dat kan dodelijk zijn in het hooggebergte. En degene die dan eerst boven is gaat niet op zijn blazoen blazen en zijn borstharen tonen en zich op de ribben slaan, maar die zal toch een klein, warm, dubbel overwinningsgevoel hebben : de top is bereikt en dan nog de eerste zijn ook.  Dan lijkt de stokoude dag weer even wat verder weg en kan met verrukking naar de gespierde dijen en kuiten gekeken worden.

Het is wel wat jammer dat er geen internet zal zijn in het eerste verblijf. De blog zal dus redelijk leeg blijven de eerste dagen. Maar geen nood, er is nog de smartphone en een vel papier.  Alles wordt netjes bijgehouden en uitgetypt de volgende dagen.

En de mannen gaan ook uit hun kot gelokt worden, ook al schudden ze om het hardst van nee en bromden ze daarbij dat er geen sprake van kon zijn, toen ik voorstelde om ieder om beurt een stukje te schrijven.  Doen alsof ze niet kunnen schrijven, dat kunnen ze wel, die mannen !

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 21:40 2 reacties Reageer op dit bericht

30 april Perpignan et le bricoleur

Geert heeft een nieuwe hobby die mij met ontroerende verbazing vervult.  Hij kruipt op het dak en begint te bricoleren.  Want, we hebben een lek ontdekt in de kamer boven.  Ik stel een dakwerker voor, maar Geert zal dat zelf wel eens opknappen.  Binnen de kortste keren zie ik hem met een pan jongleren en cement in een pot roeren.  Er zijn pannen gebarsten, hij gaat ze tapen en met cement toeplakken. Is dat wel de juiste werkwijze, vraag ik me wat zorgelijk af ?  Zijn er ooit dakwerkers geweest die met tape op een dak kruipen om pannen aan elkaar te lijmen ? Ik denk dat hij ook zijn twijfels heeft want hij anticipeert al door te zeggen : 'het zal wel niets uithalen, maar ik heb het toch geprobeerd'. Dat is een veilige uitspraak.



Deze namiddag plannen we een busrit naar Perpignan.  Nog steeds kost zo een rit slechts 1 euro en daarvoor kunnen we onze auto niet van stal halen. En zo zitten we een uurtje te suffen op de autobus van het zuiden. In Perpignan scheiden onze wegen, ik stuif het grootwarenhuis Lafayette binnen, Geert slentert wat in het rond. We spreken af om 16 uur aan de stadspoort, om samen nog iets te drinken. En zo geschiedt. Aan ons tafeltje zit een (in mijn ogen) oudere man, die vraagt waar we vandaan komen. Hij vindt het Vlaams erg melodieus klinken, zegt hij. Daar hebben wij nog niet over nagedacht, maar we vinden wel dat de Zuidfransen een raar taaltje spreken. Ja, dat kan hij bevestigen, ze zijn moeilijk te verstaan, maar waar hij vandaan komt, het centrum van Frankrijk, daar spreken ze perfect frans. Horen wij dat dan niet? Ja hoor, we geven hem rap gelijk, het is héél schoon frans.

Tijdens het winkelen heb ik gemerkt dat ik meer en meer gelijkenissen begin te vertonen met een Afghaanse windhond en dan nog een heel onverzorgde. Dringend tijd voor een kappersbezoek. Maar dat zal in België moeten gebeuren, want morgen is het ook hier de dag van de arbeid en donderdag vertrekken we terug huiswaarts. Tot zolang, wafwoef.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 20:32 2 reacties Reageer op dit bericht

28 april de wind zet ons een hak (met de H van hevig)

We krijgen een superlekker ontbijtbuffet in l’auberge du Roua, waar ik alleen vrouwen zie rondlopen (girlpower!!), die doen dat hier prima. Wat mij betreft is dit een adres om te onthouden, Geert is terughoudend wegens autosnelweg dichtbij. Het dubbel glas doet goed werk in zo’n geval.
Ansignan ligt ten noordwesten en het wil toch wel lukken : de wind komt uit het noordwesten. Krachtig en robuust doet hij onze oren en haren wapperen, het komt de gemiddelde snelheid niet ten goede. Onze eerste focus is Thuir en daar is de cirkel rond, toen we vertrokken deden we Thuir aan en aten daar de dikke bonenbrij. Die brij gaan we nu vermijden, we vinden een pizzeria, waarvan de chef ook konijn met Riesling bereid heeft als dagschotel. Vanwaar die plotse Moezelgekte ? We weten het niet. Geert ziet zo’n konijntje wel zitten, ik kies een halve pizza met een slaatje. Het smaakt ons buitengewoon goed en we laten dat ook blijken. Er zit verder geen mens in de doening en de kok verdient een steuntje in zijn Rieslingkonijnerug.
Al een tijdje zien we in de verte de pic de Canigou met zijn 2.784 m boven al zijn broeders en zusters oprijzen. Hij heeft nog zijn sneeuwkleed aan en geen vurige zon, geen hartstochtelijke wind heeft hem zo ver gekregen dat hij dat winterdek van zich laat afglijden. Het is een prachtig, imposant gezicht, met deze trotse keizer valt niet te lachen. Ik weet trouwens van wie deze reus is, het stond in een dorpje waar we zonet voorbijfietsten : ‘le Canigou est à nous’. Tof om te weten, hebben ze hem gekocht ? En gaan ze hem nu in schijfjes snijden en hem verder verkopen ? Hoe gaat dat eigenlijk met bergen ? Kan je daar een lapje grond kopen, in de hoop dat het geen vertikaal stuk is ? Iets om mijn kop op te breken.
We naderen Millas, een stadje dat er in eerste instantie hoopvol gezellig uitziet, maar bij een tweede, grondiger blik hopeloos verwaarloosd en vuil is. Vlug, vlug, hiervandaan, de Têt over naar de Col de la Bataille. We zeggen Col, maar hij is maar 265 m hoog. Zo arrogant word je als je recent 1.700 m overwonnen hebt, 265 m, een prutscolletje van niemendal. Mijn batterij denkt daar anders over, ze slinkt, ze kan niet tegen de wind. We dachten makkelijk genoeg energie te hebben met de inhoud van één battterij. Het is niet zo. De streek die we zo goed kennen, ze neemt ons in de maling, we hebben onszelf overschat. Ondertussen rijden we al richting Bélesta, met windhozen van tegen de 100 km/h, ik stap verschillende keren af omdat ik niet verder durf. Het is vermannen, vermannen, vermannen. En af en toe een schreeuw laten, een zucht, een klagelijk gezang. Bélesta, het laatste stukje ga ik te voet, Geert rijdt op mijn fiets en heeft een gewillige dikke man gevonden die onze batterij wil opladen. Want : geen enkele bar meer in Bélesta, sinds geruime tijd. De dorpjes ontvolken, wie achterblijft kijkt nostalgisch achterom en probeert er het beste van te maken. De vriendelijke man heeft al vier à vijf leegstaande huizen gekocht, knutselt in het ene, woont in het andere. Als zijn huwelijk wringt gaat hij even elders wonen en na een tijd van rust en bezinning is alles weer als nieuw en het echtpaar gelukkig herenigd.
Nu rest ons nog het dorpje Caramany, gelegen aan de afdamming van de Agly, hetgeen een prachtig, lang uitgestrekt meer heeft veroorzaakt. We zien het schitteren heel diep beneden ons, daar, dat meer, c’est à nous !! De vele wijngaarden staan in hun eerste groene blad, nog pril en scherp afstekend tegen het zwarte hout van de wijnstok. Mooi is dat.
De batterij geraakt algauw terug in ademnood, deze beukende wind is als een omstuimig kind dat met zichzelf geen blijf weet, blij als het is dat we teruggekomen zijn, hier ben ik, de wind, ken je me nog, ik dans en spring en rol en roep ‘woeiiiha, woeiiha’. Deins terug, gij nietige mens, gij temt mij niet, gij vloert mij niet, gij krijgt me niet ! Jaja, het is al goed, maar laat ons nu even passeren.
Batterij valt plat. Geert moet met fiets en kar de berg op. Ik ga te voet, het is de laatste kilometer. Een glorieuze aankomst kunnen we dit niet noemen, maar wie maalt er om ? Ik ben gewoon doodmoe en ongewoon blij dat we behouden aankomen. We hebben 64 kilometers gereden. Voor nu is dit even voldoende. Morgen zien we wel weer.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 10:52 Reageer op dit bericht

26-27 april treinen en treinen en trainen

De eerste grote ruk naar het Noorden op 26 april : van Sagunt naar Barcelona met de regionale trein, die we op een haar na mislopen omdat twee minuten vóór de onze op hetzelfde spoor een trein stopt die naar Castillò gaat.  Weten wij veel waar Castillò ligt.  Kan best een station in Barcelona zijn.  Gelukkig vraagt Geert in ultimo tempo of die trein toch naar Barcelona gaat. Neeneen, deze trein gaat maar een boogscheut ver. Net op tijd gestopt in onze omstuimige opstapdrang. Al heeft de loketmadame ook wel een aandeel.  Half in slaap zit ze in haar loket in haar neus te peuteren in plaats van ons wat duidelijke uitleg te geven.  Geen toegangsticketjes, geen uitleg wat we juist met onze fietsen moeten doen, geen waarschuwing dat er een trein gaat stoppen enkele minuten voor de onze, terwijl er drie kwartier lang geen enkele stopt.  Dat moet beter kunnen, die spoorwegleer. 


Op de trein naar Barcelona staat mijn nek stijf van de stress.  Onze fietsen en de kar staan een compartiment verder en dat heeft zich gevuld met schlemielen en idioten die zich te pletter zuipen en lijntjes snuiven (mijn gedacht).  En dus rek ik mijn nek in een voortdurende poging om enigszins controle te houden op onze eigendommen in de linkse verte, terwijl Geert er gerust in is en Stefan Brys leest.


Wat ben ik blij dat we in het station Sants nog compleet met zijn vijven zijn en geen heroïnespuit in huid en haren terugvinden. Op naar Montjuïc door het bruisende avondlijke Barcelona, warm, vurig, dansend, drinkend, lachend, levendig Barcelona.  Straks mogen jullie naar de stembus, Barcelonieten, wat gaan jullie daar mee doen ? Het appartementje is niet goedkoop, maar wel knus en comfortabel, met een klein balkonnetje.  We loodsen onze fietsen binnen, kar ook mee naar boven. Licht uit, de klok wijst half twaalf.  Morgen kopen we tickets voor Portbou.  Heimelijk hoop ik dat er geen treinen rijden en we een dag extra in Barcelona kunnen blijven.  Rondbaggeren, koopjes doen, bankje zitten, mensen kijken, terrasje bezetten...ik zou het wel weten.  Maar de planning zit anders in het hoofd van Geert en het is raadzaam daar niet veel aan te sleutelen, want dan gaat de sirene om de haverklap af. Dus, dus, dus, koop ik in de vroege ochtend van zaterdag 27 april 2 tickets voor het laatste station van Spanje en zullen we eens op het gemakje opkrassen en treinwaarts fietsen.


Het opstappen is toch weer spannend. Er is één deur in de trein die een lage opstap heeft voor fietsers en rolstoelen, maar je moet al heel veel geluk hebben dat die deur juist voor jouw fiets halt houdt.  Dan komt het er op aan zo vlug mogelijk die speciale deur te vinden zodat je met fiets of ander wielergewaal in de trein kunt.  In ons geval is dat erg moeilijk omdat we 3 stuks op wielen hebben.  Maar Geert heeft zich heel vlug de handigheid eigen gemaakt om zich zowel met kar als fiets (in elke hand één stuk rollend materieel) sprintend te kunnen verplaatsen.  Willen is kunnen !  En zo duiken wij de trein binnen.  Geen conducteur, die kijkt of iedereen er op zit, geen fluitje om te vertrekken.  Tuut zeggen alle deuren en ze gaan toe.  Wie er tussen zit, moet een schietgebedje doen en zijn testament maken.


Er zit deze keer beschaafd volk op de trein, al is er toch een oudere dame die het bloed van Geert op kooktemperatuur brengt.  Zij stapt op en vindt dat onze fietsen weg moeten want de buggy van haar kleinkind moet daar staan. Daar dient die plaats voor. In haar ogen. Misschien ook in de ogen van Renfe.  We weten het niet en plooien, maar de 'heks' heeft het gedaan en ze moet in de stoof. Een duwke in haar kruis en we zijn er van af. Met kop en staart het vuur binnen. Vreselijke rook, geknetter, vonken springen in het rond : heks is opgebrand.


Portbou is op het eerste gezicht troosteloos.  Verouderd, verwaarloosd, een godvergeten dorpje aan het einde van Spanjeland. Maar als we het dorpje verder in rijden en op de Middellandse Zee stuiten, kan het ons toch bekoren.  Het is ook wel speciaal : het laatste dorpje van een land, geheel omsloten door bergen en zee, een eiland in het land. Blijft dit levendig of glijdt het af in ontvolking en leegstand ? Ik vraag het me af.  We zullen binnen tien jaar eens terugkomen en checken. 


Maar, we moeten nog fietsen vandaag. Er staan maar een ruwe 30 kilometer op het programma (tot Argelès sur Mer), maar ze kunnen wel tellen.  Niet verwonderlijk dat hier de grens tussen twee landen ligt, boven op de eerste klim is de effectieve scheidingslijn.  Ik stel me de twee landen voor, verwikkeld in een bloedige oorlog.  Langs beide flanken kruipen soldaten omhoog, 'schieten op al wat beweegt', nou ja, er beweegt heel veel, maar het is niet te zien, want het is net over de top. Ze komen boven, loeren over het topje heen en kijken recht in de ogen van de vijandelijke soldaat die ook net over het topje kwam gluren.  Wat nu gedaan ?  Schieten kan niet meer, de loop is te lang, de vijand te dicht,  de schok is te groot. In het beste geval vallen ze omver van het lachen, drinken samen een pint en gaan naar huis. Prikklok  krikkrak,  de werktijd zit er op.


De kuststreek is hier prachtig, net zoals de Costa Brava in al haar ongetemde ruwheid prachtig is.  Rechts de zee, links de bergen. En wij, bergop bergaf. Het doet deugd om nog eens te fietsen en het doet deugd om terug in bekend gebied te zijn.  We herkennen Port Vendres, Collioure. En Argelès sur Mer, waar ons hotel op ons wacht.  Voor één keer een viersterrenhotel, met een viersterrenrestaurant waar we heel lekker eten om onze laatste uithuizige avond te vieren. Bon appétit !


's Avonds in bed bedenk ik nog dat ik zal moeten afleren om 'ola' te roepen tegen de tegenvoetse medemens die ons pad kruist. In Spanje roept iedereen 'ola' tegen elkaar. Alsof heel Spanje een levende ijsjesventerij is. En ook het woordje 'si' moet ik nu wel uit mijn woordenboek schrappen, want als ik in Frankrijk 'si' zeg, tja, dan beginnen die in de voorwaardelijke wijs te denken. Die fransen toch.




Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 22:31 2 reacties Reageer op dit bericht

25 april we zoeken en vinden ....Valencia!

We overslapen ons grondig : het is kwart voor tien als er ergens een vermoeden code oranje in ons opborrelt dat de zon al een poosje aan het spinnen is en de vissers weergekeerd van hun jacht op de emperadores.   Tijd om op te staan.  Het ontbijt kan tot half elf, dus roef roef en oef.

Geert heeft op google maps zitten snuisteren en is overtuigd dat er een fietspad loopt langs de kust tot in Valencia. De haven van Sagunt ligt wel wat in de weg, maar daar kunnen we met een grote boog rond. We checken dat even aan de balie.  Priscilla schrikt zich rot.  Naar Valencia met de fiets, impossible. Overleg met de andere Priscilla. Tja, misschien toch, misschien niet, te proberen, groot avontuur....  Laat ons weten of het gelukt is, vanavond, besluiten ze unaniem.  Dat willen we best doen, dienst voor toerisme spelen voor het hotel. Maar moet het niet eerder andersom zijn ?

Het begint goed, asfalt langs de duinenrij, richting het zuiden.  Het miezert ondertussen wel, maar eigenlijk deert dat niet omdat het lekker warm is. Daar doemen de eerste kranen en fabrieksgebouwen op. Algauw zitten we op een autovía, druk en vol vrachtverkeer.  We weten zelfs niet of we hier met de fiets mogen rijden.  Maar er is weinig protest van de automobilisten en er is een brede pechstrook, dus fietsen we dapper verder. Geert wil kost wat kost terug naar de kust om het fietspad te zoeken, ik wil rechttoe rechtaan naar Valencia. Ik zwicht, we slaan linksaf, richting Parc de Sagunt. Dat park heeft een imposante oprit, maar meer dan dat zien we niet, want de oprit loopt dood op een zandweggetje.  Misschien, heel misschien ja, zou dit wel eens naar HET fietspad kunnen lopen.  We nemen het risico niet en keren om en vinden een wegwijzer naar Puçol. Dat is goed, een stuk in de goede richting.

Niet ver van ons loopt de autovía nog steeds in dezelfde richting, en tussen onze kleinere baan en die autovía zien we plots : een rusthuis. U vraagt zich af wat dat nou met onze tocht naar Valencia te maken heeft.  Niets eigenlijk, maar het geeft me wel de mogelijkheid om me even op te winden.  Welke petoeter haalt het in zijn hoofd om een rusthuis in te planten ergens nergens, vlak bij drukke wegen, ver van elke andere menselijke activiteit ? Afspanning rond het domein, de oudjes zitten goed weggestopt, nemen geen deel meer aan het maatschappelijk leven, kunnen zelf geen uitstapjes maken naar een winkel of een parkje of een oude vriend. Gevangen en gekooid en met een extra kuchje door de uitlaatgassen. Neen, de Vandeurzen van Spanje heeft dit niet goed bedacht, mijn gedacht.  Maar tot zover deze oprisping.

Puçol is bereikt en per toeval zie ik in het boekje van onze vriend Benjaminse dat er een Via Verde loopt van dit stadje tot in Valencia. Hoera voor de Minister van Verkeer.  Dat moet een fervente fietser zijn. Vanaf nu wordt het een ieziepiezie.  Het fietspad is mooi geasfalteerd, rood gekleurd, en spotgemakkelijk te vinden. Langs de kant van de weg : velden met ajuinen, kolen, aardappelen én een soort reusachtige distels. Kweken de Spanjaarden distels ?  Het blijken artisjokken te zijn. Het is de eerste keer in mijn leven dat ik een artisjokkenplant zie.  Het is ook de eerste keer dat ik iemand in april aardappelen zie oogsten. Zo vroeg ? Toch zijn het gezonde grote (friet)patatten. Het doet me mijmeren en in een Spaanse klas belanden.  De juf vraagt : hoe bereid je een aardappel ? Kindjes zeggen : in de frituurpan. Ik steek mijn vinger op en zeg : mijn mama maakt er puree van, samen met broccoli. Alle kindjes lachen, de juf lacht het hardst.  Wat een idee, wat een raar kind.  Maar, daar komt Jeroen Meus het klaslokaal binnen.  Hij steekt zijn wijsvinger bezwerend op : Jullie moeten allemaal leren om out of the patattenbox te denken, want anders ! Anders wordt het nooit anders. Juist, Jeroen, en bedankt.

Ik moet eerst duidelijk maken wat onze plannen zijn.  We willen, liefst morgen, de trein nemen naar Perpignan, daar overnachten en zaterdag verder fietsen tot in Ansignan.  Vandaag proberen we dat te regelen.

Geert, de navigator van de dag, weet waar het station van Valencia ligt.  Dus fietsen we daar naartoe. Hm, klein station, maar de loketten zijn allemaal toe.  Cerrado en dat voor de rest van de dag. Een hulpvaardig geel hesje komt ons ter hulp. We moeten naar Valencia Nort, in het oude stadsgedeelte. We passeren het voetbalstadion van Valencia (groot !) en zien opvallend veel elektrische steps in de stad. Het blijkt hier het vervoermiddel bij uitstek. Het oude stadsgedeelte is rustig.  We doen een terrasje, genieten van de zon en eten een lekkere paëlla.  Valencia heeft merkwaardig veel markante gebouwen, we komen ogen te kort als we onze weg verder zetten. Mooie stad !  Ook het Noordstation is opvallend mooi en vooral, dat merken we als we binnen zijn, afgestemd op het bewonderen van het gebouw en niet op het verschaffen van treintickets. Toch niet als je tickets wilt voor de volgende dag. Voor vandaag, dat kan nog net, aan de loketten die er als nostalgische kermisattracties uitzien. Ik vind in een zijkantoortje een man die me in het Engels wil uitleggen wat ik kan doen. We moeten naar een ander station, vijf minuten verderop. Valencia Joaquin Sorolle.  Daar kunnen ze ons verder helpen. Fietsen kunnen mee, maar enkel op regionale treinen. Dat klinkt al beter dan het inpakken van de fietsen, wat we eerder hoorden. Op naar het derde station van de dag. Lange wachtrijen aan de loketten, Geert stuift in en uit (nog niet aan de beurt ?), de tickets vallen wat anders uit dan verwacht.  Morgen kunnen we tot in Barcelona Sants met de trein van 17u10.  Een  boemeltrein die er vijf uur over doet. Dat wordt overnachten in Barcelona. De dag daarop kunnen we tot in Portbou, dat is het laatste station op Spaans grondgebied. Verder wil die trein niet.  Train says no. Goed voor ons, dan zijn we al zo ver. Ik koop de tickets en we poetsen de plaat.

De terugkeer naar ons hotel loopt stukken vlotter.  We hebben wind in de rug en staan in ruim twee uur terug van waar we deze voormiddag vertrokken.  Een tocht van 81 kilometer. Voldoende voor vandaag.  Rest enkel nog een slaapplaats te vinden voor de volgende nacht.  Barcelona is schabouwelijk duur. We vinden toch een appartementje in Montjuic, een grote kilometer van het station Sants, en hopen, vragen of we onze fietsen kunnen bergen. Montjuic, ik hou wel van die buurt, we logeerden er zeven jaar geleden met Pieter en Margo, toen we Barcelona bezochten en hebben er toen avonden lang gekaart in ons knus appartementje, hoog en droog en in een straatje, zo smal dat we bijna het overstaande huis konden aanraken.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 12:10 2 reacties Reageer op dit bericht

24 april lange duik naar de zee

De andere fietsers hebben mountainbikes, maar zijn nog later aangekomen dan wij en als ik ze begluur/bekijk vanop ons terrasje dan zie ik ze stretchen dat het een lieve lust is.  Hebben wat meegemaakt. We roepen hen toe en vragen of het vervolg van de Via Verde ook zulke rode modder in petto heeft.  Heel goed weten ze het niet, maar ze denken (hopen?) van niet.  Het daalt altijd verder (zo'n 950 hoogtemeters moeten we zakken) en de bergen zullen stilaan verdwijnen.

De volgende morgen zijn ze al ribbedebie en we zien ze niet meer terug. De tocht is lang : 77 kilometer in het boekje van Benjaminse. (het zullen er uiteindelijk 89 worden).  Maar voor het eerst sinds dagen schijnt de zon weer, al laat ze zich domineren door een al te gure wind. We hebben onze gele windhesjes aan, vooruit met de geit. Het is niet verwonderlijk dat er hier tientallen windmolens staan, we rijden er middenin, die draaiende en maaiende kolossen, de ene na de andere.  Het veroorzaakt zwaai- en dwaallichten in mijn hoofd, ben ik nog wel op aarde of is dit een buitenaards desolaat godvergeten maanlandschap ? En wie is die gele ster die de ganse tijd achter mij aan flikkert ? En wat springt er daar uit het struikgewas en steekt het fietspad over, verdwijnt huppeldehup, het wit puntje van zijn staart op en neer en wegwegweg.  'Dat is een vos', zegt de gele ster.

Die via verde mag dan gisteren al een lastig stuk vreten geweest zijn, vandaag is hij prachtig en gewillig.  We kijken met argusogen naar alle rode sporen op de weg, want die leiden naar lijmige klei en dat is : ONHEIL. Maar het valt best mee. Brokken rood, dat wel, stukken die losgekomen zijn van de rotswanden, maar die zich nog in een vast samenwerkingsverband met elkaar bevinden en in dikke klompen op het fietspad liggen.  Een enkele zware brok hangt nog -ik schat- met een draadje vast aan zijn moederkoek, een duw met mijn pink en hij valt op mijn kop.  Rap voorbij fietsen, adem inhouden, niet omkijken. Soms hebben die rotsen ook diepe gaten, het lijken berenholen en een enkele keer zie ik een deurlijst in zo een gat. En daarnaast een piepklein raampje. En achter dat raampje een piepklein vrouwtje dat met een krom vingertje naar ons wenkt : 'kom kindertjes, kom maar binnen'.

De eerste twintig kilometers komen we geen mens en ook geen dorpje tegen. Maar het landschap is uniek mooi. Ik stel me voor dat om dit te creëren, er honderd ontwerpers waren die geenszins hetzelfde ontwerp wilden neerzetten, zeker geen uitwisseling met de anderen wilden en straal hun eigen zin deden. Ze waren creatief en maakten er samen een echt mannekesblad van.  Soms zitten we tussen de rotsen, weerom in de snede van het broodmes, maar even goed kunnen we hoog op een berm fietsen en ligt al de rest lager, er zijn veel pijnbomen, maar er is ook sappig gras en groen, bloemen in alle formaten (we zien trossen aronskelk aan een watertje), er zijn weer tunnels (de lichten springen gelukkig altijd aan, ze werken op zonne-energie en bewegingssensoren, maar dat heb ik misschien al verteld) en er zijn hoge bruggen met diep daaronder een kloof of een watertje, soms zijn de rotsen terracotta rood, maar even verder zijn ze dan weer okergeel, er is heide, er is brem, er zijn vogels en er is een stem.  Die zegt : 'hou je stuur vast en kijk niet zo rond, want voor je het weet lig je op de grond'.  U moet weten, dit is geen fietsautostrade, dit is een deels onverharde fietsweg, vol putten en stenen, grind en kiezel, soms een stukje asfalt. Dus, als U echt alles wilt weten, dan moet U hem beslist zelf eens doen.

Ondertussen zijn we al een flink stuk gezakt en stilaan voelen we de warmte van de costa, die zich als een deken rond ons legt. Dat doet deugd ! Het landschap verandert, meer dorpjes, meer mensen, fietsers, wandelaars, bewerkte velden, amandelboomgaarden, de eerste sinaasappelbomen verschijnen. En de Spanjaarden hebben hun best gedaan.  Sinds het boekje van Benjaminse verscheen hebben ze de Via Verde verlengd tot in Sagunt, een heel nieuw stuk en mooi geasfalteerd. Dankjewel Spanje !

Nog even en we zijn in Sagunt, waar we ons hotel zoeken, maar dat blijkt nog 8 kilometer verder te liggen, pal aan de zee. Leuk vinden we dat voorlopig niet, maar we trappen flink door, langs kilometers en kilometers (acht in totaal, ha ja) sinaasappelgaarden.  Niet te geloven dat er zoveel appelsienen bestaan. Al die oranje dikke bollen aan de bomen, maar vooral onder de bomen, verrot, verspijsd, gesmoesd en geplet. En aan diezelfde bomen bloesems. ???? Verstaat iemand dat ?  Een boom die bloeit en vruchten draagt tegelijkertijd ? Of hangen die vruchten er nog aan van het jaar voordien en zijn ze nooit geplukt ? Wat een immense verspilling, lijkt me dat. Ik kan het niet uitleggen.  Geert ook niet, maar die staat al gauw appelsienen te pikkedieven.  Blijken ze rot. Mooi oranje maar toch rot.

En dan is daar het hotel, Els Arenals, een echt costahotel. Comfortabel, modern, maar niet met de ziel van de berghotels die we al die tijd bewoonden.  Het deert ons niet, we hebben een goed bed op het gelijkvloers en de fietsen staan dicht bij ons in een patio, we hebben een bad en een toilet, wifi die niet altijd werkt, eten en drinken en veel tijd om te slapen. Morgen gaan we naar Valencia, maar dat is alsnog een ander verhaal.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 23:35 1 reactie Reageer op dit bericht

23 april gevecht tegen de rode klei

Het miezert als we vertrekken. De man van het hotel zegt dat het niet wou regenen in de winter en nu, tijdens het Paasweekend...hij trekt zijn schouders op en spreidt zijn armen, het is niet zijn schuld, dat moeten we toch geloven.


Er wacht ons een korte klim (ik moet tweemaal stoppen om naar adem te happen, wat een buikgriep toch doet met een mens) en dan schieten we als twee valken vanuit de gesloten dennenbossen naar beneden. De ene valk durfal en de ander valk hey pas oep (ik ben de valkuilen van het vallen nog niet vergeten). Boven onze hoofden vliegen de tsjieftsjiefjes ons in tegenovergestelde richting voorbij (ze zijn op weg naar België om te broeden, Dirk Draulans) evenals een enkele vogel bisbisbis, waar iedereen zo bang voor is (Annie M.G.Schmidt). We letten niet op hen, neen, we letten op de baan, dat hebben we met de hand op het hart beloofd aan onze kinderen.


Het gaat ongelooflijk goed vooruit, voor de klok twaalve slaat, staan we aan de autosnelweg die Teruel met Valencia verbindt. Nu komt het er op aan om aansluiting te vinden met de via verde die ons tot in Sagunto gaat voeren, waar we morgenavond zullen slapen.

We schatten dat het nog ongeveer 15 kilometer is tot Barracas, ons verblijf voor vanavond. Een klein uurtje rijden dus. Maar dat draait even anders uit. Het begin is prachtig, zowel op als naast de fietsweg. We rijden over een oude spoorwegbrug, tientallen meters boven de grond en zien beneden een riviertje klateren en schateren. Wellicht is het een gemeen riviertje en lacht het ons vierkant uit. Maar dat weten we nu nog niet.

Daar komt weer een tunnel aan. Ik ben er niet gek zot van, die donkere onvoorspelbare gaten, maar deze is kort en heeft verlichting. Oef dus. Het landschap lijkt met een broodmes in twee gesneden en in die snee fietsen wij. Mooie rode terracotta rotsen aan weerszijden. Het heeft hier ontzettend veel geregend de laatste dagen en we ondervinden dat : de rode klei is weggespoeld en ligt als een dikke modder op het fietspad. Leuk om mee te boetseren maar niet om op te fietsen. Binnen de kortste keren plakt een dikke laag rode smurrie aan onze banden. Fietsen blokkeren. Stop en poetsen. We behelpen ons met stenen en takken om de klei van de banden te krabben. Voorwaarts alweer. Een accident de parcours, we happen ons erdoor. Tja, dat hadden we maar gedacht. Die terra cottapoelen blijven ons opwachten. We waden, we stoppen, we poetsen. En nog. En nog. En nog. We heffen de fietsen, we heffen de kar, ik voel me algauw deelnemer aan een programma van jaren terug dat Lieve Blanquaert maakte met mensen met een.beperking die zichzelf moesten voorthijsen over mulle stranden. Er lijkt geen einde aan te komen. Geert zegt 'no way dat ik morgen nog over deze via verde rijd'. Maar wat is het alternatief ? De ruta nacional met zijn druk verkeer? Ik ga er ook van uit dat de rode aarde niet tot in Valencia doorloopt maar plaats zal maken voor iets anders dat niet plakt en samenkoekt. Laten we dit overlaten aan het gezond verstand van morgen, vandaag plakken onze hersenen vol rode frustratie. We doen drie uur over vijftien kilometers. En zijn wat blij als we het bordje Barracas zien staan. En even later de madame van casa rural carlos, die alleen Spaans spreekt. Dat kan ons al lang niet meer schelen, we lachen en we knikken en we palmen het appartement in. We doen de wasmachine draaien. Ik kruip in bed. Geert stooft groenten. Geert gaat naar de winkel. Ik blog.

Er worden nog twee keer 3 cyclistas verwacht naast en onder ons. Benieuwd wat zij te vertellen hebben.
Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 19:27 3 reacties Reageer op dit bericht

Meer van de hort op

↑ Terug naar de berichten