Naar de inhoud

de hort op

akke.beakke.be

Archief

het witte dorp Acebuchal

Nog nooit had ik gehoord van dit witte dorpje, tot de columns van Marnix Peeters in De Morgen er zo smakelijk en liefdevol over vertelden, en ik toch eens ging opzoeken waar dat gehucht nu eigenlijk lag.  Niet ver van de Middellandse Zee, weggestoken in de bergen boven Nerja en Frigiliana, moeilijk bereikbaar en heerlijk rustig, zo was de omschrijving.  Hond Boef die ondertussen de beroemdste hond van België is, stamt van de bergen rond het dorpje, werd ontdekt en geadopteerd door Marnix en zijn partner Jana.  De moeilijke opvoeding van de verwilderde berghond wordt mooi beschreven in twee boeken die Jana daarover schreef. Ze lezen als een trein. 

Toen we vorig jaar op fietreis naar Granada waren, vond ik het de moeite om een kijkje te gaan nemen in het bergdorp en huurde een Fiat 500 in Granada voor één dag, op zoek naar 'het verloren dorp'. Geert was helemaal niet overtuigd dat we dat dorpje moesten zien en schreeuwde moord en brand toen we het smalle pad dat de bergen in draaide, hier en daar onverhard, met ons klein autootje te lijf gingen.  Er waren momenten dat ik dacht dat hij zich uit de auto wou werpen, maar, eerlijk, ik vond het niet gevaarlijk.  Hobbelig, dat wel, en soms steil en beter geen tegenliggers misschien, maar verder, nee, ik zag het best zitten.  Het dorpje zag ik nog meer zitten, een GR had ik ook al opgemerkt, een restaurantje in het dorp waar je niet noodzakelijk moest eten, maar ook gewoon iets kon drinken. En rust.  En blauwe lucht. En vriendelijk volk. Geen verkeer. Smalle straatjes.  Kleine huisjes.  Veel bloemen. Het bleef in mijn hoofd zitten.

Vandaag zitten we hier.  Het is 3 december, volop koud en winter in België. Hier is het ook koud voor de tijd van het jaar.  Het is avond, het houtvuur brandt.  Buiten is  het 10 graden.  Maar overdag is er een weldadig zonnetje bij 17 graden en een azuurblauwe lucht. Ideaal om te wandelen, een terrasje te doen, te lezen op een zonnig plekje. De dagen zijn hier iets langer dan bij ons, rond 18 uur is het donker en kruipt iedereen bij de kachel. Veel volk is dat niet, het is geen hoogseizoen, maar toch genoeg om geen kluizenaars te worden.  We huren Casa Lola, wat door Geert onmiddellijk bestempeld wordt als een 'kruipkot'.  Overdrijvingen zijn hem niet vreemd, maar echt groot kan ik het ook niet noemen. Ruim genoeg voor de tijd dat we binnen doorbrengen, zo redeneer ik, want dat is enkel om te slapen, te eten, en 's avonds wat te soezen.

Acebuchal ligt op 2.000 km van België en dat is VER.  Hoe we naar hier zouden komen, het was een gepuzzel, gepeins en getwijfel, maar uiteindelijk leek ons het meest opportuun de trein te nemen en dat in twee dagen. Het eerste stuk trein ging van Tourcoing naar Montpellier met de tgv van den Aldi, die spotgoedkope ritten heeft. We betaalden 19 euro voor de hele rit. Per persoon.  Het nadeel van met de trein reizen is natuurlijk de hoeveelheid bagage.  Die moet je beperken of toch proberen dat te doen.  We slaagden er niet zo goed in.  Dat werd een gesleur en gezeul met valiezen en rugzakken en draagtassen...Het maakte dat we heel traag vooruitgingen, want elke honderd meter gaf recht op een minuut uitblazen.  In Montpellier lag ons verblijf dan nog op de tweede verdieping en dat zonder lift, dus die eerste avond besloten we al dat met de trein 'zoiets niet te doen is'.De eigenaar van het appartement had ons gelukkig met handen en voeten uitgelegd (via whatsapp, via een video) hoe we het gebouw moesten binnengeraken. Zonder dat zou het ons niet gelukt zijn en bovendien zouden we verschrikt achteruit gedeinsd hebben bij het zien hoe aftands het gebouw met de gammele voordeur eruit zag. Binnen was het niet veel beter, toch niet wat de electriciteit (loshangende draden !) en het raamwerk betrof in de gemeenschappelijke delen, maar eens de flat zelf binnen werd alles anders.  Gelukkig maar.

Het ongenoegen over het valiezengezwoeg ging vlug liggen, het oude stadsgedeelte van Montpellier is zo gezellig en sfeervol.  We logeerden er midden in en struinden die avond langs de kleine verkeersvrije straatjes met de vele winkeltjes en bars en restaurantjes in een gemoedelijke drukte.  We belandden bij een Libanees die ons falafels en sla en hummus voorschotelde en ons in één klap een adres in Antwerpen verklapte waar we 'nog veel lekkerder konden eten'. Vriendelijke man, vriendelijke prijs.

We sliepen lekker met naast ons de wekker, want de trein voor Barcelona de volgende dag vertrok om 9u30. 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

9 november wie bij de hond slaapt…


We waren nog niet goed en wel in huis of ik voelde mijn keel ook al kriebelen. De volgende dag viel ik goed plat. De blog kon niet op internet, wegens geen wifi hier. Maar algauw wagen we een poging om bij Svetlana, de Russische die hier een winkeltje begon en ook koffietjes schenkt, op de wifi te geraken. Aldus wordt er een einde gebreid aan onze belevenissen. Het was meestal goed, soms wat minder, we hebben veel geleerd.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 17:34 2 reacties Reageer op dit bericht

7 november Retour en France


Gelukkig staat er op onze kamer een waterkoker en koffie en thee, zodat we toch een zweem ontbijt hebben, want ontbijten in het hotel zit er niet in, daarvoor zijn we te vroeg op pad. We moeten nog tickets kopen en onze weg zoeken naar het juiste spoor en eerst nog een fietstochtje naar Barcelona Sants. De trein naar Portbou blijkt niet rechtstreeks te gaan. De website van RENFE vertelde nochtans een ander verhaal. De baliebediende zegt dat we met de trein naar een ander station van Barcelona moeten en van daar verder. Dat betekent weer sleuren met de bagage, de fietsen op en af de trein heffen, het staat ons niet aan. We besluiten om de fiets te nemen en naar het station te fietsen waar we 3 weken geleden aankwamen vanuit Frankrijk en van daar richting Portbou te gaan. Wellicht kan het dan in één keer.
Google Maps doet perfect zijn werk, het is wel 9 km fietsen, maar we herkennen het station onmiddellijk, alleen al aan de overvloedige seguridad-mensen die ons opwachten. ‘Neen, we mogen nog niet naar het perron’ en ‘ja, we gaan voldoende tijd hebben met onze pakken en fietsen’ en ‘waarom er zoveel veiligheidsmensen zijn’, Spaanse uitleg, we verstaan er niks van. Ze lachen naar ons, we lachen terug en hopen dat er geen terroristen in de struiken schuilen, waarnaar die seguridad al 3 weken op zoek is. Mijn fiets kan niet in de lift naar het perron, Geert hotst er mee de trappen af en ik neem zijn fiets en de 3 zware zakken mee in de lift. De seguridad-man moet me helpen om op tijd in de trein te stappen met al mijn bazaar, maar het lukt, we zitten er op en bovendien, de trein rijdt tot in Frankrijk, net over de grens. Vandaar rijden we richting Perpignan tot in Elne. Geert die nog hoest en proest zou verder doorrijjden tot in Perpignan en daar de bus naar Ansignan nemen, dat spaart hem een pak inspanningen. Maar hij ‘kan me niet alleen laten’, zegt hij. Ik vraag me af of dat een belediging is of net het omgekeerde. Maar goed dan, hij mag mee. Het is misschien een teken van beterschap als hij wil fietsen. Ik moet hem wel beloven om niet meer dan 20km/u te fietsen, alles op het gemakje dus. Van het moment dat we in Frankrijk komen met de trein uit Barcelona en daar overstappen op een franse trein, is ook alles op het gemakje. Echt de mentaliteit van de streek. De conducteur is licht bezorgd dat er zoveel fietsen in de weg staan en zegt ons dat we de fietsen aan de haken die daarvoor voorzien zijn moeten hangen. Wij doen dat gedwee, de Fransen lachen er mee en morrelen wat aan hun fiets. ‘ja maar’, zegt de conducteur, ‘als je niet doet wat ik zeg, moet je van de trein’. Ze gniffelen, de Fransen, ze zwanzen wat. De trein vertrekt en iedereen is mee. Later komt er nog een fiets op. De conducteur doet al geen poging meer om orde in zijn reizigers te krijgen. In Elne stappen we uit, nu nog 55 km fietsen en dan zijn we in ons vertrouwd huisje. Het gaat langzaam maar zeker, er zijn wat kleine colletjes te overbruggen. Gelukkig is er bijna geen wind. Net voor de duisternis valt zijn we thuis. Colette, de buurvrouw, komt tevoorschijn en wil weten wat we er van gebakken hebben. Ook haar man Bernard zwaait eens van ver en hun poes denkt dat ze bij ons binnen mag en lekkere brokjes gaat krijgen. Wij zijn blij dat we dit konden doen, maar eerlijk, in Spanje gaan fietsen en vertrouwen op het openbaar vervoer, dat nooit meer. Trop is te veel. Het zal op een andere manier moeten gebeuren, dat nemen we ons hartsgrondig voor.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 17:31 2 reacties Reageer op dit bericht

6 november van Madrid naar Barcelona : een treinreis van 9 uur


We dalen af van onze 10de verdieping naar de ontbijtzaal en krijgen daar een uitgebreid buffet voorgeschoteld. Goed gevuld en voorbereid starten we de lange treindag. Eerst van Madrid naar Zaragoza in 4 uur. Dan 2 uur pauze en terug 5 uur trein van Zaragoza naar Barcelona. In het eerste gedeelte kan ik me goed bezig houden met het schrijven van de blog. Er is weinig volk op de trein, de fietsen staan veilig in een aparte ruimte, Geert probeert wat te slapen. In Spanje moet er nog een masker gedragen worden op de trein, maar Geert krijgt hoestbuien of niesbuien als hij dat masker opzet en probeert te reizen zonder. Maar als de conducteur komt is die onverbiddelijk, ook al doet de zieke alsof hij het niet verstaat. En hij verstaat het echt niet, want hij begint koortsachtig (!) naar de tickets te zoeken. De conducteur en ik kijken licht monkelend toe. Masker terug op, geen pardon. Hatsjie hatsjie.
Zaragoza heeft een reusachtig groot station, dat aangebouwd is aan het oude vroegere stationnetje. Wat een contrast : het megalomaan modern gedeelte, vastgeplakt aan een klein frivool gebouwtje, waar je nostalgisch van wordt. We zoeken iets om te eten en wagen onze kans op het terras van een pizzeria waar ook slaatjes verkocht worden. Een slaatje en een bord frieten, meer behoeven we niet. Als ik ga betalen geef ik royaal wat extra om af te ronden, zo denk ik toch, maar de ene wenkbrauw van de man achter de toog gaat omhoog en zijn blik wordt argwanend. ‘Ja maar’, zegt hij, ‘dit is 10 euro te kort’. Het schaamrood stijgt naar mijn kop, hij begint uitgebreid het ticket te ontleden en te vertellen en voelt zich precies ook gegeneerd, alsof hij te veel durft vragen voor te weinig. Ik sorry me vlug naar buiten.
De toiletten in het station van Zaragoza zijn betalend, Geert wordt er boos van en zegt dat hij geen euro betaalt, hij zal buiten wel gaan plassen tegen een boom (die er niet staat). Ik bedenk :het is zo dat de steden beginnen stinken, van al die mannen die buiten tegen geen bomen gaan plassen.
Het treinen naar Barcelona is vermoeiend. Het is druk, we worden moe na al die lange uren. Veel studenten die terugkeren naar hun kot op zondagavond, kabaal, gegibber, weinig plaats, het laat zijn sporen na op ons, de twee overjaarse reizigers in backpackersmodus. In Barcelona moeten we nog een eindje fietsen naar ons hotel. Het ligt in de Carrer Sierra Nevada (van die Sierra komen we toch en moeten we daar nu terug naar toe?), maar er is geen hotel. De Carrer is niet zo lang en we gaan huis per huis af naar Ikonik Ix. Niks. Man met hond passeert en we vragen of hij het weet. Hij ziet het adres. Het is in een andere wijk in Barcelona, waar ook een Carrer Sierra Nevada is. O jee, waarom zien wij zulke dingen niet ? Vijf kilometers terug de fiets op in het nachtelijk Barcelona. We prijzen ons gelukkig dat we Google Maps hebben en de stad goede fietspaden. We geraken er, het is ondertussen 23u. Morgen om 6u30 gaat de wekker. De trein naar Portbou wacht niet.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 17:29 3 reacties Reageer op dit bericht

4 november calamiteiten op ons

Granada, het heeft ons gemengde gevoelens gegeven. Het is ongetwijfeld een mooie stad, met het beroemde Alhambra als trekpleister, maar we vonden er onze draai niet direct. Nu we moeten vertrekken beginnen we de stad iets beter te kennen en lopen we niet meer hopeloos verloren zoals we de eerste dag wel deden. Ik trek met mijn fiets naar het station, want op de RENFE site hebben we gezien dat de trein die we willen nemen naar Guadix om 15u ‘completo’ is, tenzij we met rolstoel reizen. Dat wil ik ter plaatse checken. Eerder al waren er plots treinritten via Valencia verdwenen en was dat plots geen optie meer. Nu plannen we te treinen via Madrid en Zaragoza. Zo houdt RENFE ons meer in de ban dan we zouden willen.
Inderdaad, de man aan het loket bevestigt dat we niet om 15 u naar Guadix kunnen. Wel om 22u met aankomst om 23u15. Ik hap toe, laat de kaartjes drukken. ‘En kan ik dan ineens de treinrit naar Linares van morgen ook kopen?’ Ja, dat kan. Met fiets ? Ja, dat kan. Ik ben gelukkig als een kind met een ballon, de eerste stappen zijn gezet. Van José Luis, onze gastheer, mogen we in het appartement blijven zolang als nodig vandaag, dus we kunnen ontspannen gaan eten in één van de talrijke restaurants in onze wijk. Het wordt La Estrella (we denken weerom aan onze Antwerpse zangeres met de zware bariton). De kelner is aardig. Zijn arm is volledig getatoeëerd, het is mooi gedaan. Ongelooflijk hoeveel Spanjaarden (zowel dames als heren) hier tatoo’s hebben. En hoeveel er roken. Jong en oud en peukjes over de schouder op de grond. We drinken een glaasje wijn op de goede afloop. Daar worden we vrolijk van, al voelt Geert de tonijn die hij at rondspartelen in zijn maag. Het varken in mijn maag zwijgt en slaapt.
We plannen nog een middagdutje in ons appartement als plots de sleutel uit Geert zijn handen valt. De sleutel uit één stuk is plots een sleutel uit 2 stukken. Appartement toe en wij buiten. José Luis kunnen we niet bereiken tenzij via sms (airbnb). Dat doe ik terstond in mijn beste Spaans en ondertussen probeer ik ook de reddingsboei van airbnb te bellen om me toch aub het telefoonnummer van onze gastheer te geven. Het lukt niet. Geert vindt dat we superglue moeten gaan kopen en die sleutel aan elkaar kleven. Ik opper dat het dan helemaal om zeep is, het stukje dat afbrak gaat in het sleutelgat blijven steken en dan lukt er niets meer. Hij luistert niet, de superlijm moet komen. Als hij de trap naar beneden neemt valt hij pardoes op zijn buik, been gebroken. Nee, dat laatste is niet waar. Hij valt niet, hij komt de benedenbuur tegen en zegt in zijn wanhoop iets over de sleutel. Aha, zegt de buur en hij gaat rommelen in schuiven en trommels. De man heeft een reservesleutel en blijkt de broer van José Luis te zijn. Samen met zijn vader woont hij op het gelijkvloers. Ik meen dat Geert hem gaat beginnen knuffelen, hij kan zich nog net inhouden. De dikke man krabt eens aan zijn blote buik en grijnst. Goede daad van die kerel en wij opgelucht.
In Guadix logeren we in een tweesterrenhotel, dat in mijn ogen wel drie sterren waard is. De kamers zijn heel mooi en licht en proper en de badkamer is gigantisch. De hotelbaas spreekt goed Engels en vertelt dat hij in Brussel gestudeerd heeft. Het legt een zekere connectie, we zullen die nog nodig hebben, maar dat weten we nu nog niet. Geert heeft nog altijd last van de zwemmende tonijn en beweert dat hij koorts heeft. Kriebel in de keel ook en stop in de neus. We meten de koorts, 38 graden. Dafalgan en bed in, morgen zien we weer.
De trein in Guadix vertrekt om 9u15, we moeten een eindje met de fiets naar het station en eerst nog ontbijten en inpakken. Iemand bromt dat hij heel de nacht heeft rondgelopen. Voelt zich helemaal niet lekker. Maar we staan er voor en we moeten er door! De korte trein naar Linares komt aan en we zoeken de wagon voor de fietsen. Er is er geen ! Geen erg, die trein die we vroeger namen naar Tarragona had dat ook niet en we hebben toen die fietsen gewoon tussen het volk gezet. De conducteur is daar, die zal ons helpen. De man schudt kordaat van nee. Geen fietsen op de trein. Neen is neen. We tonen hem onze biljetten, ook het biljet waar duidelijk ‘bicicletas’ op staat, hij plooit niet. Hij stapt in, de trein vertrekt en wij zitten vast. Geen enkele andere trein die ons kan depanneren. Vandaag niet, morgen niet, volgend jaar ook niet. Om 18u hebben we onze verrvolgtrein vanuit Linares naar Madrid. De kaartjes zijn gekocht. Maar Linares ligt op 135 km van waar we nu zitten. Dat kunnen we niet halen met de fiets en Geert is trouwens ziek, het zou onverstandig zijn om nu te fietsen. Ik zie maar één man die ons kan helpen : de hotelbaas !
De bediende aan de balie is niet happig om de baas te gaan roepen als ik naar de ‘jefe’ vraag, maar de jefe zelf heeft ons gehoord en komt eraan. We leggen hem uit wat er is gebeurd. Hij denkt na en belt rond. Voorlopig vangt hij bot. Hij kan ons niet helpen, zegt hij. En dan, plots, een ingeving ! ‘Ik heb een vriend die op de markt staat en die een grote camionette heeft, ik bel hem’. Babbelbabbelbabbel, wachten, terug babbelbabbelbabbel, wachten. ‘Oké’, zegt hij,’ het lukt, maar hij is nu aan het werk, staat op de markt met kleren, om 15u30 komt hij naar hier’. Het kost ons een pak geld, maar we zijn wel gered. De man houdt woord. We communiceren zo goed en zo kwaad het kan in het Spaans en bovendien, hij heeft zijn zoontje meegebracht en die jongen kent wat Engels. Het blijkt een tof kereltje te zijn en we proberen mekaar te begrijpen in ons beste Engels. Hij vertelt hoe hij heet en hoe zijn broer en zus heten, en dat hij voetbalt maar niet als de besten, zijn zus daarentegen is een goede voetballer en zijn broer is een muzikant. Ik vraag of hij Thibault Courtois kent, keeper in Barcelona. Oehoe, het moet Madrid zijn. En of hij fan is van Rafaël Nadal. Ja, grote fan. Ik probeer hem uit te leggen dat Nadals voeten kapot zijn, maar rotte voeten vind ik niet in mijn beperkte woordenschat en ik krijg er de slappe lach van. Hij probeert zo zijn best te doen om me te begrijpen, kruipt met zijn ogen bijna tot in mijn mond en ik bak er niks van. Geen erg, ik zal hem wat Nederlands leren : hoe gaat het met jou ? ‘Oe gaa et met joo?’ zegt hij braaf na. En ‘een, twee, drie’ , uno, dos , tres. Ik denk dat hij het geen twee seconden onthoudt.
De trein naar Madrid, we mogen er op. Het brengt ons weer een stukje dichter naar Frankrijk. Ik heb geboekt in een hotel, niet ver van het station Chamartin. Het blijkt in de zakenwereld van Madrid te zijn. Het maakt ons niets uit, onze fietsen mogen binnen staan, en wij mogen naar de 10de verdieping in een gigantisch breed bed (ik denk dat het breder dan lang is), nog een vlug bad en bed in.
En, o ja, ondanks zijn ziek zijn, is Geert tijdens de lange wachttijd in Guadix naar de kapper geweest. Zijn haar is geknipt door Penelope Cruz, beweert hij. Koortsdromen volgens mij. Ze heeft vooraan een lange bles gelaten, het maakt hem hip, maar ’s avonds knipt hij die bles er meteen weer af met ons nagelschaartje. ‘Penelopke moet beter haar best doen’ bromt hij snipverkouden, moe en koortsig.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 17:27 3 reacties Reageer op dit bericht

3 november het Alhambra, orgelpunt van onze driedaagse in Granada

De auto moet vandaag terug naar de luchthaven, dus hebben we de wekker gezet, want we willen zeker niet te laat zijn.  Gevolg is dat we een uur te vroeg zijn én twee uur moeten wachten op een bus terug naar het centrum van Granada.  We zitten daar heel alleen op een bankje vóór de luchthaven en vragen ons af of het wel de moeite gaat lonen om ons terug te brengen.  De bus staat er al, maar gaat ze willen vertrekken ??? Tot een kwartier voor het vertrekuur plots van overal ( overal ? vanuit de luchthaven natuurlijk, de bus is afgestemd op de landingsuren, beginnen we plots te beseffen) mensen toestromen en ze willen allemaal mee met de bus.  We zetten ons vlug op de eerste rij, want het duurt niet lang of die bus is stampvol. Reservebus rukt aan, drummende mensen stromen ook daar naar binnen.

We worden er uit gesmeten aan de kathedraal van Granada, een imposant gebouw, dat we niet bezoeken.  We moeten immers tijdig aan het Alhambra zijn, onze tickets hebben een toegangsuur. Het is een flinke klim te voet, maar we willen nu eenmaal onze stappen halen.  Eigenlijk zie ik niet goed meer uit mijn ogen van vermoeidheid (hoewel ik me afvraag hoe je moe kunt zijn van twee uur op een bankje te zitten en nog drie kwartier op een bus, en toch..) en als onze tickets gescand moeten worden vraagt de dame onze ID-kaart en geef ik zonder erg mijn bonuskaart van de Carrefour af.  Ze kijkt erg vreemd naar de kaart en naar mij, ik heb niets door, kijk schaapachtig terug en word dan aangestoten door Geert die zijn blik ten hemel slaat.  'Oh, oh, wat een schaap heb ik hier bij', denkt hij wellicht.

We hebben betaald voor een audio-guide, maar help, we krijgen het niet voor mekaar om er een te bemachtigen.  We staan in de verkeerde rij en we moesten iets downloaden op een app en nu kunnen we nog één krijgen voor 6 euro per persoon.  Zo laten, die audio-guide, we kijken wel wat rond en verzinnen zelf wat het is.  Op zo'n moment beseffen we goed dat we ouder worden en niet goed meer weg kunnen met de jonkies en hun technologische snufjes.  Het kan ons ook niet zo erg bekoren en bovendien word ik met de minuut meer moe. 

Het Alhambra is heel groot en mooi.  Wie het reeds gezien heeft, weet dat.  Wie het nog niet gezien heeft moet eens gaan kijken.  En neem liefst een gewone gids. En hou je bonuskaart in je zak. En neem een jonkie mee.

Morgen begint onze Odysee naar huis, eerst tot in Ansignan en op 12 november naar België. Dag na dag, beetje bij beetje.  En ondertussen probeer ik mijn vermoeidheid te bestrijden door mindful alles te ondergaan en me knus in de trein te nestelen met mijn e-reader.  Benieuwd of dat gaat lukken.



2509389-e9ab9cf91b1f64ecde2a9a7dbd0a136b.jpg

2509389-01403f36757203574e842f0ef0c9d090.jpg

2509389-988ce396c600981319b3eb23375e5a7e.jpg

2509389-9794f727980bb11a55edf818e5aead32.jpg

2509389-22fde9bee9e0dfb4b3dd524a36430804.jpg
Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 19:59 2 reacties Reageer op dit bericht

2 november Oewaarde landkenoten, mijn vrouw Fabi en ik....

Motril, wie kent dit stadje niet ? Het is daar dat koning Boudewijn in 1993 een hartstilstand kreeg en we plots zonder koning zaten.  Het ligt ten zuiden van Granada aan de Middellandse Zee en we willen er naartoe.  Het is alweer een zonnige dag, de lucht azuurblauw en ik ga op pad om de fiat 500 die we voor één dag huurden te gaan ophalen in de luchthaven.  Ondertussen kan ik gaan informeren in het 'estacion de autobuses' of we onze fietsen niet op een bus kunnen zetten en zo naar het noorden kunnen.  Want per toeval kwam ik gisteren op de website van Alsa, de busmaatschappij en die belooft ons naar Barcelona te brengen met fiets en al. Ik vraag het aan de inlichtingenbalie. 'Fietsen, jazeker, geen probleem'.  Ja, maar, werp ik op, kunnen ze in hun geheel mee ?  'Je moet ze wat inpakken', zegt de man, 'je gaat naar een Chinese winkel om plastiek en je steekt die fiets in een plastieken kleedje. Facil, muy facil!' Mmm, ik vertrouw het zaakje niet en ga naar een ander loket om meer uitleg.  'Het voorwiel zou er toch uit moeten', zegt de dame daar, 'en inpakken, dat ook.  Een doos of plastiek, het maakt niet uit, maar toch zeker wel inpakken.' Niet echt wat we zouden willen, ik voel de bui al hangen. Toch nog een derde poging wagen, wie niet waagt niet wint.  Ik zie een buschauffeur bij zijn bus staan.  Als die het niet weet, wie dan wel ?  De bagageruimte lijkt heel groot, een fiets moet daar in kunnen, mijn gedacht.  Hij drukt mijn sprankeltje hoop al gauw de kop in. 'Voor- en achterwiel eruit en volledig inpakken'.  Het wordt alsmaar erger.  Het wordt niets, we zullen ons maar houden aan de trage treinen van Renfe.

Het autootje is klein van buiten, maar ruim van binnen.  Aanvankelijk rijdt het wat schokkerig, dat ligt volledig aan de chauffeur.  De koning en ik gaan naar Motril in onze koninklijke slee!!  Links van ons schuift de Sierra Nevada voorbij.  'Oewaarde Fabi', spreekt mijn Baldwin, 'ik had mij deze gebergten toch mooier voorgesteld, oewat vindt kij daarvan?'  Inderdaad, ik vind het ook, de bergen zijn kaal en lijken heel onherbergzaam.  Maar, we kunnen niet oordelen over de gehele bergketen, we zien er maar een klein stukje van. Het gaat goed vooruit, de autosnelweg is comfortabel.  Motril komt in zicht.  'Oewaarde Fabi', spreekt mijn gemaal nogmaals, 'Motril, oewat is dat tok, het is niet meer wat het vroeger geoeweest is, oewat is toch al die plastic ?' 'Het zijn plastieken serres om tropische vruchten onder te kweken', zegt Geert.  Schoon is het niet, nee.  Vind ik ook.  Motril zelf trouwens ook niet.  De vorst had zowaar niet in het stadje zelf zijn optrekje, maar in een van de villa's die tegen de flanken van de bergen staan te blinken.   We zijn hier rap weg, Belgische koningen of niet, we rijden richting Malaga naar het witte bergdorpje Frigiliana.  Het lijkt of de huisjes daar allemaal pas geschilderd zijn, zo schitteren ze in het zonlicht. Witter dan wit.  En overal planten : palmen, bougainvillea,oleander, datura, geraniums ook.... het lijkt of we midzomer zijn. 

Ik wil toch nog een eindje verder, naar Acebuchal, een klein gehuchtje dat beschreven wordt als het eind van de wereld.  Daar waar Boef geadopteerd werd.  Het wordt een rit met de nodige spanning.  Het weggetje is smal en niet altijd verhard, soms steil (waarom zou het anders het eind van de wereld genoemd worden waar we naartoe gaan) en dat zint Geert niet.  Hij denkt dat het niet enkel het dorpje is dat aan het eind van de wereld ligt, maar dat ook wij ver aan ons einde gekomen zijn. 'Dit is levensgevaarlijk' roept hij in een paniekerig moment.  Ik kan het niet beamen en als we er eindelijk zijn ben ik volledig in de ban van het schilderachtig mooie Acebuchal. De foto's onderaan spreken wellicht boekdelen.  Er is ook een bar/restaurant, waar we nog een koffie drinken vóór we terug vertrekken.  Geert rijdt en is duidelijk meer op zijn gemak als hijzelf aan het stuur zit.

Op de terugrit kleuren de bergen van de Sierra Nevada mooi donkerrood tot oranje.  Zo zien ze er toch bekoorlijk uit.  Van mij mogen ze blijven.



2509188-e47535725fe021be6733c0be24bef797.jpg

2509188-175b582ae1c151036aa95c169a5150c3.jpg

2509188-59075640b2953128f2f92ca03f54baf8.jpg

2509188-6ecf33b8009180f651a9f8edea6994d3.jpg

2509188-0bf8316fb06f70151b492eda6645fb37.jpg

2509188-706c07d23393abc1febea0aa6829ff48.jpg

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 21:37 2 reacties Reageer op dit bericht

1 november Granada, groter dan een granaatappel

Het is 1 november vandaag, vroeger was het dan in België al bitter koud of mistig en triestig, maar dit jaar is dit blijkbaar niet het geval.  Hier in Granada ook niet, de zon staat ongesluierd te schijnen op ons terras.  We verkennen vandaag de stad.  Er is een bushalte op 400m.  We stappen er op en vliegen er al meteen weer af.  We moeten een mondmasker dragen.  Ze zijn streng, de Spaanse buschauffeurs.

We willen wat door de stad struinen, een kijkje nemen in de oude stad, een terrasje doen... Wat we zeker niet mogen vergeten is naar het treinstation te gaan om te informeren naar de mogelijkheden om terug in Frankrijk te geraken. We nemen ons voor om dit eerst te doen.  Hadden we dat maar niet gedaan. De madame Renfe legt ons uit dat de enige trein die we mét onze fietsen kunnen nemen, de trein naar Almeria is. Alle andere treinen, geen fietsen toegelaten, tenzij we ze inpakken (voorwiel er uit, pedalen er af, stuur gedraaid) . Woeps, dat komt aan.  Het werpt een schaduw over deze zonnige feestdag en we lopen wat doelloos rond, ons suf piekerend hoe we dat gaan oplossen. We kunnen toch niet terug fiétsen ?!?

Granada is druk, er wordt nogal wat geflaneerd door de straten.  Merkwaardig is ook dat de winkels open zijn. Hier en daar komen we een mooi oud gebouw tegen, meestal een kerk en er zijn ontzettend veel kleine steegjes, autovrij, volgestouwd met terrasstoelen van kleine cafeetjes.  En die terrassen zitten goed vol, jong en oud met de klaterende Spaanse mondjes die nooit stilstaan. Hoe bestaat het dat die mensen zo kunnen tateren ? We eten een ijsje en besluiten om te voet terug te stappen naar het appartement. Het levert me 10.000 stappen op.

Geert prepareert een spaghettisaus die we opeten met rijst. Lekker !  Ondertussen probeer ik te puzzelen om met de trein toch terug naar het noorden te geraken.  De trein naar Almeria brengt ons 60 kilometers ver (als we onderweg uitstappen).  Verder geraken we die dag niet.  De volgende dag kunnen we regionaal twee uurtjes treinen en zijn we 100 km verder.  Alle beetjes helpen!!  Hoe verder naar het noorden, hoe beter het lukt. Uiteindelijk zullen we 5 à 6 dagen onderweg zijn om terug in Ansignan te geraken.  Dat moet dan maar. Geert  maakt zich boos en zegt dat hij nooooit meer naar Spanje komt om te fietsen.  Tja, dat waren we eigenlijk niet van plan.

We gaan maar vlug slapen.  Morgen ga ik met het openbaar vervoer naar de luchthaven van Granada.  We hebben een autootje gehuurd voor één dag en zullen naar Motril gaan aan zee en daarna misschien ook nog (onder voorbehoud van tijd en goesting) naar Frigiliana, het dorpje waar Boef vandaan komt, de hond die Marnix Peeters druk beschreven heeft in De Morgen.  Zijn vrouw heeft er een boekje over geschreven en het lijkt me leuk om daar eens te gaan rondsnuffelen.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

31 oktober Granada, waarom zijt gij zo ver ??

Ontbijt.  Lola komt aangelopen met twee glutenvrije broodjes, het lijkt of ze de marathon heeft gelopen.  Nee, zegt ze, ik zou geen fietstochten kunnen maken zoals jullie. Pica pica, zegt ze en ze wijst naar haar keel.  Het is rustig in de hostal, enkel twee vriendelijke Spanjaarden zijn er en ze maken een praatje met Lola, ik denk over olijfolie, want even later schenkt Lola olijfolie op een bordje en moeten ze zeker eens proeven.  De olijfolie is helder groen.  Ze vraagt of wij ook eens willen proeven.  Ja, dat willen we wel.  Het blijkt de beste olijfolie (ter wereld ?) te zijn.  Ze leggen uit dat het zo groen is omdat het van de groene olijven is, de eerste persing en dat dat de beste olijfolie is.  Onze buren Spanjaarden zijn in de wolken, zulke olijfolie op gekookte rijst : mmmm, delicioso!!!

Er staat een stevige rit te wachten, we schatten rond de 80 kilometer om tot in Granada te geraken (het bleken er 93 te zijn en 1100 hoogtemeters).  Het is wat dubbel : voegen we nog een nacht in vóór we in de stad zijn, dan hebben we twee korte ritjes en dat lijkt de moeite niet.  Maar in dit geval zullen we wat moeten doorbijten.

Het begint met een paar stevige klimpartijen.  Nee, we zijn de bergen nog niet uit.  Geert voelt zich terug fris, zijn onderlip staat blij en laat zich niet hangen.  De olijfgaarden maken stilaan plaats voor reusachtige akkers, waar gemaaid en geploegd is.  Ik weet dat een volle batterij niet voldoende zal zijn en probeer zo zuinig mogelijk te rijden.  Het geeft me stress. Don't worry zingt Geert, ik neem dat stuur wel over als het moet.  Oh ja ?  En weet hij ook dat we op het einde nog een steile klim moeten doen ? Hij maalt er niet om.  We zien wel.  Het is zijn motto van de dag.  Gelukkig kunnen we in Iznalloz een slaatje eten en mogen we de batterij daar een uurtje opladen.  Het restaurant zit vol locals, dat is altijd een goed teken.  Luide muziek schalt uit de boxen, het zijn hits die we kennen en bijna beginnen we mee te zingen met onze eigenste Soulsister.

De weg naar een grote stad is nooit gemakkelijk als je met de fiets bent.  Met de auto is het poepsimpel, er is een autosnelweg en de bewegwijzering is duidelijk.  Maar voor ons lijkt er geen enkele baan naar Granada te leiden.  Moeten we rechts van de autobaan blijven of moeten we langs links ?  We rijden ons telkens vast.  We vragen het aan een buschauffeur.  'Es un problema', zegt hij.  Met de fiets is het niet makkelijk.  We moeten terug de autosnelweg over en hoezee, we vinden terug een aanknopingspunt.  Maar ondertussen hebben we natuurlijk al op grindweggetjes gehotst en gebotst en de batterij heeft dat niet graag.

In de rand van Granada is het druk en niet aangenaam fietsen.  In de stad zelf ook niet. Gelukkig is er Google maps om ons de weg te tonen, al geeft die van Geert andere boodschappen dan de mijne.  Maar zonder zouden we hopeloos verloren zijn.  Ik val toch nog zonder ondersteuning en Geert neemt over, steil bergop.  Hij blaast en kreunt, maar hij geraakt er. De fiets moeten voortduwen zou nog een ander paar mouwen zijn.  We logeren onder Granada, in Huerta Vega, een rustige (nou ja) buitenwijk, in een appartement.  De sleutel ligt klaar .  José Luis is onze gastheer en heeft ons via sms verteld hoe we binnen geraken.  Net voor de duisternis valt zijn we ter plaatse. We zijn pompaf, maar morgen is het 1 november en dus moeten we nog een winkel zoeken om niet zonder proviand te vallen.

De wijk heeft veel trappen en kleine steegjes.  De eerste supermercado die als 'open' gemarkeerd stond, is hopeloos dicht. We zoeken een tweede.  Twee volle zakken, het zal wel genoeg zijn zeker ?  Geert is de muilezel, ik ben de gids.  Taken moeten verdeeld worden, toch ?  We zijn blij en leeg en moeten nog eten.  Wat dat betreft worden we echte Spanjaarden, om 20 u 's avonds eten is écht vroeg voor hen.  Er wordt hard op de deur gebonkt.  Het is José Luis, die komt vragen of alles in orde is.  En niet enkel dat, hij heeft twee grote zakken eten voor ons mee : broodjes, croissants, 3 liter melk (!!), 2 bussern fruitsap, muesli, koffie, thee, boter.  En ook nog douchegel en shampo. Wie gaat dat allemaal opeten, we hebben zelf al zoveel voorzien voor de komende dagen. We nemen het toch maar in dankbaarheid aan. 

We kruipen in het smalle bed.  Als dat hondje van beneden nu nog zwijgt, kunnen we dromenland binnen.



2508936-0d82dee506515d6e0bd2ec1f3e8ba939.jpg

2508936-00835ce30aeba808a47664008af85074.jpg

2508936-d7708187d872e553988ea2a61aba0f77.jpg

2508936-9e5b9bb23e9fcf1352f9fea15f06738e.jpg
Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door geert en hilde op de fiets om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

Meer van de hort op

↑ Terug naar de berichten