Dag Blue velvet en Wil, Ik ga Wil gelijkgeven. Dat komt nu misschien even hard aan, Blue Velvet. maar ik vind je toch een KANJER hoor. Je le…
Dag Blue velvet en Wil,
Ik ga Wil gelijkgeven. Dat komt nu misschien even hard aan, Blue Velvet. maar ik vind je toch een KANJER hoor.
Je leest het zó al:
"Ik zeg u heden: gij zult met mij in het paradijs zijn".
of
"Ik zeg u: heden zult gij met mij in het paradijs zijn".
In de eerste zin is het woord 'heden' onzinnig.
In de tweede lezing is dat woord zwaar van gewicht. En Jezus, die nooit iets overtolligs zei, heeft dat zeker niet gedaan bij de zeven kruiswoorden.
Hoe kwam Jezus nu tot deze zeldzame royaliteit.
Bekend is uit Lucas 16, dat 99,9 % van de mensen na hun dood naar het dodenrijk gaan :
- of naar de niet meer veranderbare, maar door het oordeel van Matth 25 nog te bekrachtigen zaligheid, (Abraham en Lazarus)
- of naar de niet meer veranderbare, maar door het oordeel van Matth 25 nog te bekrachtigen rampzaligheid, ( de rijke man).
Slechts enkele wereldbewoners onttrekken zich aan deze tussenfase:
- Henoch; Genesis 5 v 24
- Elia; 2 Koningen 2 v 11.
- De helden ujit Openbaring 11 v 12; dat zijn niet Mozes en Elia en dat zijn niet Jozua en Zerubbabel, maar dat zijn mensen van nú, van stráks, zo je wilt.
- en de mensen uit 1 Thess 4 v 17
- en natuurlijk de Heer Jezus, direct na zijn overwinnings-proclamatie: "Het is volbracht", Joh 19 v 30.
En die moordenaar met zijn bekering en toewijding en erkenning op het meest cruciale ogenblik van Jezus' onbeschrijflijk lichamelijk, mentaal en vooral ,vooral geestelijk lijden. Vlak voor de 'diepe duisternis', die zijn zwaarste lijden aan het oog onttrok....: die stem, die bemoediging , die er vanuit ging. Eindelijk iemand, die Jezus niet alleen liet, niet meer hoonde, (Matth 27 v 44), maar zijn discipel werd.
Een commandant te velde kan en mag in het heetst van de strijd een dappere soldaat bevorderen tot - zeg- luitenant.
De Heer van Hemel en aarde, de hoogste koning, besloot over deze helper te rechter tijd, (Spr 15 v 23: een woord te rechter tijd gesproken):
"Deze bevorder ik tot de rechtstreekse heerlijkheid van het paradijs. Voor hem geen dodenrijk, maar direct: volzaligheid".
En wanneer de Hoogste Heer zó spreekt, zo'n beslissing neemt.... wie zijn wij dan om te zeggen:
"Is dat niet een béetje overdreven".
Daag
Ger.
Donderdag 29 januari 2009
Jantjes schreef:
“In de wet is geschreven: Ik zal door lieden van andere talen, en door andere lippen tot dit volk spreken, en ook alzo …
| Jantjes schreef: |
“In de wet is geschreven: Ik zal door lieden van andere talen, en door andere lippen tot dit volk spreken, en ook alzo zullen zij Mij niet horen, zegt de Heere. Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen; en de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven” (1 Korinthe 14 : 21, 22). Deze passage vertelt naar mijn mening ons het Bijbelse doel van de tongen |
Dag Jantine,
Mag ik op deze tekst toch nog eens wat dieper ingaan.
Ik geef hem in de NBV.
21: Er staat in de wet:
"Ik zal tot dit volk spreken door mensen die vreemde talen spreken, door de mond van vreemdelingen, en zelfs dán zullen ze niet naar mij luisteren"
- zegt de Heer.
Klanktaal is dus een teken., dat niet bestemd is voor gelovigen, maar voor ongelovigen, en profeteren is niet voor ongelovigen maar voor gelovigen.
Laten wij nu eerst eens teruggaan naar Jesaja 28 v 11, waar deze aanhaling vandaan komt.
.................
Voor een goed begrip voeg ik er vers 10 bij. En lees voor jezelf eens vanaf vers 7 door.
"Tsav latsav, tsav latsav, kav lakav, kav lakav,
beetje van dit, beetje van dat"
zeggen de priesters.
"Inderdaad door mensen met een vreemde tongval,
in een andere taal, spreekt de HEER tot dit volk".
antwoordt Jesaja.
......................
Laten wij de situatie nu zó trachten te begrijpen: Jesaja komt langs een stel dronken priesters, die hem honen als 'die vervelende vent, die altijd wat heeft'.
In hun dronkenschap roepen zij hem wat onverstaanbare woorden toe, die uiteindelijk wat meer begrijpelijk worden en iets schijnen te betekenen van: "Beetje van dit, beetje van dat".
En nu zegt Jesaja, teruggrijpende op een woord uit Deuteronomium 28 v 49:
"Zoals een arend onverwacht opdoemt , zo zal uit de verste uithoek van de wereld een volk op u afkomen. De Heer stuurt een volk dat een onverstaanbare taal spreekt..."
......Jesaja zegt dus:
"Ga maar door met je dronkenmansjool, door drank versufte en benevelde priesters, ga maar door met het lallen van deze onverstaanbare of nauwelijks te duiden klanken. Het eindje zal de last dragen. De Assyriërs en Babyloniërs zullen jullie in ballingschap wegvoeren. Nú beledigen jullie mij met je onverstaanbaar gebrabbel. maar straks zullen jullie zeggen: 'Wat zeggen deze lieden toch'. Jullie zullen je overheersers niet kunnen verstaan, maar zij voeren jullie wél weg als gevangenen. Dat gebeuren, dat komt , is voor jullie, ongehoorzame Joden, een teken, dat je onder het gericht en de straf ligt, nu nog ongeweten, maar dán terdege geweten, al zullen jullie ook dán het nog niet willen of kunnen begrijpen in zijn volle diepte`.
Maar waarom haalt Paulus deze woorden nu aan. Wie zijn die ´ongelovige Joden´.
Dat zijn óok die leden van een Christelijke Kerk, die wel horen spreken over de doop in de Heilige Geest met als een van de tekenen het spreken in tongen, maar die in feitelijke ongehoorzaamheid deze 'nieuwe zaken' afdoen met zulke gemeenplaatsen als:
"Ik weet dat er twee dorpen zijn, die Oude Tonge en Nieuwe Tonge heten, maar van dit rare heb ik nog nooit gehoord`.
Nu is dit wel heel verachtelijk gesproken, maar al degenen, die denken, dat dit vele spreken over ' de doop ín en de vervulling mét de Heilige geest' maar een voorbijgaand geknutsel is....
" Ach....er is al zoveel gepasseerd. deze bui drijft ook wel weer over',
.....hebben niet in de gaten, dat er een nieuwe tijd is aangebroken, waarvan het 'spreken in tongen' een eerste teken is.....
( staar je toch niet zo blind op dat ' spreken in tongen'. Dat is een básisvorm van ' je bewegen in de geestelijke sfeer' om de werkelijke vijanden, de ook in de geestelijke sferen vertoevende duivel met zijn onderhorigen, -Ef 6 v 12- effectief te bestrijden. En ieder gelovige van de nieuwe tijd behoort te kunnen spreken in nieuwe tongen, klanktaal te gebruiken. Maar er is nog zoveel méer).
Kijk, die laveloze priesters in de dagen van Jesaja, waren ook ' kinderen van Israel', evenals Jesaja. Ze hadden ' genoeg' aan hun positie. Heiligmaking en heerlijkmaking stonden niet op hun programma.
Ze meenden bij 'het volkje' te behoren, maar begrepen niet dat het volk Israel met zijn toenmalige leefstijl al onder de vloek lag, de vloek, die alleen nog even talmde met komen.
Elke Christen van tegenwoordig behoort af te zien van allerlei beuzelarijen en zich te richten op werkelijke bekering in de menselijke geest, op wedergeboorte, op doop ín en vervulling mét de Heilige Geest, die verder leidt op het pad van heiligmaking en heerlijkmaking.
Allerlei gedoe over 'van alles' , is zo klein , vergeleken met de grote, beslissende tijden, die ons wachten.
Wanneer de dingen gebeuren, waarvan Lucas 21 v 25 en 26 spreken :....
" op aarde zullen de volken, ( die ten diepste aan die aarde verbonden zijn met hun geest|) sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van ' de zee'; de mensen worden onmachtig van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren....",
....dan zal veel geredekavel van nu :
" Tsav latsav...kav lakav"
blijken te zijn.
Onderken de tijd. Doe de wapenrusting nu eens goed aan, Efeze 6 v 13 e.v.)
Maar de mensen, die naar de vervulling met de Heilige Geest op weg zijn, zullen genieten van profetieën. Door de genade van de Heer mocht ik onlangs een profetie uitspreken, die in het kort hetzelfde zei als de daarop volgende- mij uiteraard nog onbekende- preek. Na afloop van de dienst hielden broers mij aan en zeiden, dat ze niet alleen door de preek, maar ook door de profetie gebouwd en bemoedigd en getroost waren.
Daag
Ger
Hier dan je tweede vraag Steffanie, 2.Ik schaam me er een beetje voor, maar ik vindt God aanbidden zo moeilijk. Sommige mensen zeggen dat je…
Hier dan je tweede vraag Steffanie,
2.Ik schaam me er een beetje voor, maar ik vindt God aanbidden zo moeilijk. Sommige mensen zeggen dat je God moet aanbidden met je leven. Door te leven zoals Hij wil aanbidt je Hem. Nu moet God nog heel wat veranderen aan mij. Stel dat dit zo'n 4 jaar duurt voordat de eerste veranderingen zichtbaar zijn, betekend het dan dat ik God in die 4 jaar niet kan aanbidden?
Ik wil God wel loven en prijzen, maar ik vindt het zo moeilijk de juiste woorden te vinden. Meestal kom ik niet verder dan: dank U wel voor alles wat U voor mij heeft gedaan en dank U voor uw trouw, liefde, genade, geduld en zo nog wat wonderlijke karaktereigenschappen van God. Maar of God daar nou zo'n welbehagen in heeft betwijfel ik maar... Hoe kan ik God nu "goed" aanbidden?
Hopelijk kunt u me verder helpen.
Mijn antwoord:
Steffanie....Onze Heer Jezus Christus zegt in Johannes 4 v 23 tegen de Samaritaanse vrouw:
"Er komt een tijd...en die tijd is nú gekomen...dat wie de Vader écht aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoektr mensen die hem zó aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid".
Jezus weet dan al, dat Hij straks twee dingen gaat doen:
- hij zal de mensheid uit diepe ravijnen van hopeloosheid op vaste grond zetten door ze van diep beneden op te trekken
- hij zal diezelfde mensheid arendsvleugelen geven om die mensheid, gekomen uit de diepste diepten omhoog te laten wieken naar 'de sterren', hij zal de Heilige Geest zenden.
Het grote punt is die kostelijke uitroep:
"Het is volbracht".
En, wetende, dat hij overwinnaare zal blijven in de grote strijd, zegt Jezus dán:
"Nu al is het zover. De gemeente van de nieuwe tijd, nog slechts belichaamd in mij en toch ook wel min of meer in mijn volgelingen , is al begonnen.
En wanneer straks , na de Pinksterdag,, God de Heilige Geest de mensen vervult, dan zullen zij binnentreden in de sfeer van God. Immers hij is Geest en zij die hem aanbidden, moeten met zijn Geest vervuld zijn.
Allerlei mensen zullen wel te goeder trouw trachten God te aanbidden. maar echt goed 'lukken' kan dit alleen aan mensen, die met Gods Geest zijn vervuld.
God zoekt naar mensen, gevuld met de Heilige geest. Dat is zijn verlangen: zulke aanbidders".
Dus Steffanie; jij begint nog zo pas. onlangs was er die vreselijke ontsporing. Streef naar de vervulling met Gods Geest. De wegen ken je; zoek mijn BIJBELSTUDIE maar eens door.
(Ik voel mij echt gedrongen om even aan dat nare gebeuren te refereren. Neem het mij maar niet kwalijk).
En dan vind je het zo jammer dat je God niet eens kan loven en prijzen.
Maar Steffanie....je hebt echt nog niet zoveel geschiedenis met de Heer. En in het begin is het zo, dat je je nog wel eens afvraagt:
"Tja; wat moet ik nu eigenlijk zeggen. Ik kan nu wel zeggen:
'O Heer...ik loof en ik prijs u',
maar bij wijze van spreken, menselijk gesproken, gaat God 'er dan voor zitten' en vraagt:
"Nou, kom maar op".
En dan komt er niets van allure".
Maar Steffanie, mag ik eens wijzen op psalm 18:
Daar zegt David:
"Ik heb u lief HEER, mijn sterkte,
HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder.
God, mijn steenrots, bij u kan ik schuilen,
mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht,
Ik roep:'Geloofd zij de HEER',
Want ik ben van mijn vijanden verlost".
Kijk....David had hier al heel wat meegemaakt; hij had God leren kennen als zijn:
- sterkte,rots, vesting
- bevrijder, steenrots, schuilplaats
- schild, reddende kracht, burcht
- verlosser van vijanden.
Nu zul je zeggen:
"Ja...maar ik heb toch ook al heel wat meegemaakt. Toen ik laatst van Jezus heel hard wegliep, zogezegd arm-in-arm met de duivel, liep Jezus me achterna en hij scheurde mij los van de duivel".
Maar David had de leeuw en de beer ( 1 Samuel 17 v 34-37 al achter de rug. En Goliat was al geweest....en zo nog het een en ander meer.
Ja; dan heb je al wel zoveel ervaring, dat je God kunt liefhebben, loven en prijzen, omdat hij -in Christus - de rots is waarop je staat, waneer je zingt:
"Vaste rots van mijn behoud".
En ervaring doet je ook weten, dat de naam van de Heer een strerke toren is en dat de rechtvaardige daar maar heen hoeft te vluchten en ...hij is behouden, (Spreuken 18 v 10).
En ga zo maar door.
Ga jij ook maar door Steffanie, en je zult zien, dat je steeds meer woorden vindt, wanneer je 'geschiedenis met de Heer' - zonder al dat nare 'terugvallen'- steeds rijker wordt.
En wanneer je al heel blij bent met al dat loven en prijzen, dan komt ook nog 'de aanbidding'.
O Steffanie...je hebt nog zoveel tegoed.
Daag
Ger
Nee Will, Dat zit toch wat anders. De allerlaatste zet van God was, dat hij Jacob op de heup tikte. En toen was Jacob gelijk mank. En de laa…
Nee Will,
Dat zit toch wat anders. De allerlaatste zet van God was, dat hij Jacob op de heup tikte. En toen was Jacob gelijk mank.
En de laatste vraag van Jacob was:
"Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent"
Goed dat je dit zo wist.
Maar Jacob worstelde met een menselijke gedaante, die God had aangenomen, omdat hij wel eens aan mensen wil verschijnen in verhulde vorm.
Laten wij ook maar zo eens met God worstelen met hetzelfde doel als Jacob had, blijkens die laatste woorden.
Daag
Ger