Je moet er niet zo gek van staan kijken, dat bij een officiële ontvangstdag ten hove, Job 1 v 6, de satan zich tussen de trouwgebleven engelen mengt om zich bij de Heer te presenteren.Jij zult zeggen: "Maar daar hóort deze zondaar van de beginnne, deze vader der leugen, helemaal niet. Met zijn afschuwelijke zwartheid tussen al die reine hemelgeesten, die trouw gebleven zijn tijdens 'de grote verzoeking onder de engelen'.....dat kán toch niet!"
Maar Nico, houd er rekening mee, dat de satan de grote bandeloze, de grote onbeschaamde, de super-wetteloze is. Wat trekt hij er zich van aan, dat de andere engelen met huiver zullen zijn vervuld, wanneer zij hem ontwaren. Wat zou 't. Hij is niet bang van een robbertje vechten met hen, (Judas 9). En.....er is toch een plaats in de onzienlijke wereld vrij. Er staat toch een stoel léeg. Wel; dan gaat hij daar zitten om te laten zien, hoe onaf Gods plan nog is.
En van wie is die stoel? Van de mens. De mens hoort als zoon van God thuis in het rijk en de sfeer van zijn Vader. En dat heeft satan dan toch maar mooi weten te voorkomen, toen Adam en Manninne van die vrucht aten.
Weet je, wie dat ook eens mocht zien, dat onaangename gezicht van satan op plekken, waar hij heel niet hoort: de profeet Zacharia. Lees maar in 3 v 1: Vervolgens deed God mij de hogepriester Jozua zien, stáande voor de Engel des HEREN, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. ....Jozua nu was bekleed met vuile klederen, terwijl hij voor de Engel stond. Toen nam de Engel des HEREN het woord en zeide tot hen, die voor Hem stonden...."
....dat zijn dus de heilige engelen, die mede-aanwezig zijn, wanneer God, (de Engel des Heren) er is en ook de duivel...
"'Doet hem de vuile kleren uit'. En God zei tot Jozua: 'Zie...Ik neem uw ongerechtigheden van u weg'..."
Nu is het niet de bedoeling om dit gezicht van Zacharia te behandelen op dit moment. Er is nog zoveel, dat wij zouden kunnen bespreken.
Maar het is de bedoeling om hier en nu aan jou te kunnen communiceren, dat de duivel een groveling is. Hij gaat heus niet zeggen: "O...er is een plek in de hemelse gewesten vrij , omdat de mensen daar horen , maar er niet zijn. Wel; die laten wij keurig vrij". Hij neemt brutaalweg die plaats in, om het werk te doen, waarin hij gewoon góed is: aanklagen en gelijk God en de engelen voor te houden, ze daarmee te sarren: "Het werk is niet klaar....en het komt nooit klaar. Waar ís nu die mens, die zoon van God, die met zijn innerlijke persoon in de hemelse gewesten zou moeten vertoeven. In geen velden of wegen te zien....en dat blíjft zo!"
Maar nu moet je eens horen, welk een vreugde er in de hemel heerst , wanneer eindelijk die boze smet uit de hemel weg is, niet vrijwillig, nee, weer na een hard gevecht met Michael. Openb 12 v 10: "Er kwam oorlog in de hemel. Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.."
(Hè hè...'opgeruimd staat netjes'...zie je , dat ook de trawanten van de duivel zich in de hemel waagden, voor de tijd van de grote afrekening er was).
"En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: '...de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen... ...en zij...(de mensen) hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood....'"
Nico....dat houdt in, dat van jóu wordt verwacht, dat jij de sfeer van God binnengaat aan de hand van Jezus, geleid door de Heilige Geest, versierd met zijn gaven en zijn vrucht, om daar je plaats in te nemen. Wanneer de plaats van de mensen in die sfeer niet meer leeg is, dan is gelijk elke mogelijkheid verdwenen voor satan om daar nog langer de boel te verzieken. Dat binnengaan zal jou geesteskracht kosten, ten bloede toe strijden.,....maar de zaak is het waard. Wanneer een voorhoede onder de mensenkinderen, een dappere groep eerstelingen, die troonzalen vult, dan eindelijk kan Michael roepen: "En nu jíj eruit, zwarte...met je hele bent...wat heb je hier gezeten om de boel op te jutten....weet je nog van Job hè¨...en weet je nog van Jozua, de hogepriester...maar nu is het gebeurd.."....en de overwinnende strijd, door jou- Nico- en velen met jou mogelijk gemaakt, ontbrandt.
Nico, vind je het goed, dat we 'het geval Job' in een volgende posting behandelen.
Daag Ger
Lui...als zovele malen, roep ik jullie op: gebruik die e-mailknop nu eens en stel een vraag. Je krijgt keurig antwoord HIER.
Je had wel duizend voorbeelden kunnen noemen uit de bijbel, waarbij er bloedige dingen gebeuren, die eigenlijk niet zonder meer te begrijpen zijn.
Laat ik met het gemakkelijkste beginnen: Openbaring 2 v 23:
Over een vrouw in de gemeente Thyatira , die afgoderij veroorzaakte, wordt gezegd: "En haar kinderen zal ik de dood doen sterven".
Maar hier worden niet bedoeld, de kinderen, die zij in de gewone gang van het leven door geboorte had ontvangen, maar de geestelijke kinderen, die zij door haar valse leer had verwekt. Natuurlijk stond voor die misleide volgelingen de weg naar het heil wel open, maar voor zover zij in de door Izébel gepropageerde leugen bleven volharden, zou dat de geestelijke dood veroorzaken.
Het andere door jou genoemde voorval geeft mij meer moeilijkheden. We hebben het nu over 1 Samuel 15 v 2 en 3.
Amalek, een van de nazaten van Kanaän, Chams niet-deugende zoon, verzette zich zeer krachtig tegen het volk Israel bij zijn exodus uit Egypte. Bij éen gelegenheid bracht Amalek Israel zelfs in grote gevaren, door zich tegen de 'tros' te richten, waarin de vrouwen en kinderen waren ondergebracht, ver van de strijdbare mannen, die vooraan in de stoet liepen, (Exodus 17 v 8-14).
En nu zegt God via Samuel tegen Saul, dat Gods plan, dat Amalek, de altijd vijandige, dient te worden uitgeroeid, thans behoort volvoerd te worden.
God sprak tegen Saul in termen van die tijd. God spreekt in deze tijd tegen jou in termen van deze tijd. Het is voor jou heel lastig om je in de belevingswereld van duizenden jaren geleden te verplaatsen, toen de mensen op verschillende gebieden heel andere normen en waarden hadden.
Wanneer een honderden jaren later levend mens zou horen, in welke begrippen God Zich tot jou wendt, zal zo iemand soms moeite hebben om alles te begrijpen, omdat de gewoonten in komende tijden opnieuw zullen veranderen.
De achtergrond van deze geschiedenis is, dat Amalek zich toch weer onderscheidt van de andere omringende volken. In Kanaän openbaarde zich na de zondvloed opnieuw het zondige beginsel, dat de wereld daarvoor te gronde had gericht. De uit Kanaän stammende volken hadden reeds ten tijde van Abraham zulk een graad van verdorvenheid bereikt, dat het de opmerkzaamheid van God had getrokken en zij Hem tot deze uitspraak brachten: "Nog vierhonderd jaar heb ik geduld met hen. Dan is de maat van hun ongerechtigheid vol. (Gen 15 v 16). Er was dus met de Amalekieten en de Amorieten heel wat aan de hand. Evenals eens de voortijd door de vloed werd verzwolgen, evenalsa Sodom en Gomorra van de aarde werden weggedaan, zo was nu de tijd voor de Amalekieten gekomen. De les is deze, dat ooit de tijd van de afrekening komt voor de wereld, die aan God vijandig blijft.
Met een en ander is niet in strijd het bijbelse adagium, dat de kinderen niet zullen sterven vanwege de zonden der ouders, maar dat ieder om zijn eigen ongerechtigheid zal sterven.
Voor de kinderen van de Amalekieten was immers de kous niet af, trouwens voor geen enkele Amalekiet.
In het grote eindoordeel van Onze Heer Jezus Christus, Matth 25, zullen temidden van de niet-te- tellen menigten ook de Amalekieten -van-toen mét hun kinderen staan. In dat rechtvaardig oordeel zal alles worden rechtgetrokken en zullen mogelijk van heel wat Amalekieten-kinderoogjes alle tranen worden weggewist.
Voor het overige; er zat wel iets in dat advies van jouw dominee; wanneer je een vis eet, dan laat je de graatjes liggen en smult van de vis. Smul nu maar van de vis van het evangelie, Bos en kijk later maar eens naar de graatjes. Dan blijken die misschien ook eetbare vis geworden.
Kind, wat goed, dat je de weg naar 'de rubriek' gevonden hebt. Schik gezellig in de kring.
Wat een lijst zeg: - herinneringen uit het verleden, die je hinderlijk volgen. - een karakter, dat wat kantjes heeft, die minder prettig zijn. - een diep wantrouwen, waardoor je geregeld denkt: "ze bedoelen hier iets mee!" - een vervelende remming; je zou die vriendin, die aan haar vlecht zit te pulken van louter zenuwen, zo graag willen troosten en ze snákt er naar. Maar je durft niet, omdat je bang bent, dat ze zal zeggen: "Meid; doe niet zo dramatisch". (En al zegt ze het, ze juicht innerlijk: "O...éindelijk....íemand...")
En dan die tong, die rare tong, die -overdrachtelijk gezien- altijd 'dubbel slaat', zodat je: - de goede dingen zegt op de verkeerde momenten - de verkeerde dingen op de goede momenten - en....nog pittiger: de verkeerde dingen op de verkeerde momenten - terwijl je er naar snakt, dat je nu eindelijk eens 'de goede dingen op de goede momenten' zegt.
O wat zou je graag datgene bezitten, waarvan Spreuken zo moeiteloos spreekt: (15 v 23): "Iemand heeft vreugde, als hij een gepast antwoord geeft en hoe goed is een woord op zijn tijd"
Ik weet, dat er nu al een gebed door je heen flitst: "O Heer....toen ik klein was, leerde ik praten. Nu ik groot geworden ben, moet ik wel eens bidden: 'Oh Lord....help me tot keep my big mouth shut...untill I know, what I'm speaking about...'. Maar wat hier gezegd wordt: op zijn pas...precies op het uitgelezen ogenblik ....en dan iets liefs, iets helpends zeggen...o Heer!....wat zou mij dat een VREUGDE geven".
Maar goed...na dit onderonsje tussen jou en de Heer gaan wíj weer verder: De Heer kan jou zó helpen, dat van jou gezegd kan worden: "Een woord, in juiste vorm gesproken, is als gouden appelen op zilveren schalen' , (Spreuken 25 v 11). En dan doorbreekt de Heer ook het isolement, veroorzaakt door dat hinderlijke, dat jij bang bent om niet goed over te komen: "Een wijs vermaner bij een luisterend oor, is een gouden ring en een fijn gouden sieraad", (v 12)
Lilith; je kunt zo schat-hemeltjesrijk worden met de Heer. Die vervelende herinneringen van vroeger; zeker: je zult je er nog wel eens over schamen, (Rom 6 v 21), maar ...het raakt voorbij....
(Overigens; ik ben al 81...ik heb het idee, dat het allemaal niet eens zo vreselijk is; ik heb in mijn jaren al zovele jongelui gezien, die hun tekorten zélf wel érg opbliezen).
En je karakter... ...och; voor een buitenstaander zoals ik valt het misschien allemaal wat mee ...maar de Heer God kan er iets heel moois van maken.
En dat wantrouwen: Gods volmaakte liefde wil niet alleen de vrees, maar ook het wantrouwen uitdrijven.
Lilith; blijf hier komen; denk aan de vriendelijke woorden van Chrissie; er zijn er hier zovelen, die je begrijpen en voor je bidden.
Mag ik nog iets over jou tegen de Heer zeggen:
"Lieve Heer...U kent ons gesprek....wilt U de behandeling overnemen en Lilith tot een vrolijke , echt blijde meid maken en alles aan haar doen, waardoor zij wordt, zoals U haar gewild heeft.
Zonet vond ik in de tuin van 'de rubriek' jullie bloempjes over ziel, geest en lichaam.
Mag ik die tot een bescheiden ruiker vlechten. Ik had gedacht aan dít bindtouwtje: ( 1 Thess 5 v 23 en 24):
"En Hij de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Heer Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept is getrouw; Hij zal het ook doen!"
Die schitterende persoonlijkheid van ons; met die drie bestanddelen: - onze geest, ons diepste innerlijk, dat met de 'levensgeest' alle functies van lichaam en ziel begeleidt....en dat aanspreekpunt is voor het geloof, dat God in ons wil leggen....en dat via zijn functie van 'het geweten' voortdurend overleg probeert te voeren met onze ziel over zaken van normen en waarden. - onze ziel, met ook weer die drie functies: verstand, gevoel en wil. - ons lichaam, met het skelet, de daaraan hechtende spieren en het alles doorstromende en doorzoekende bloed.
O, wat een bewonderenswaardig geheel. En de God, die ons de vrede geeft, wil aan dat nooit genoeg te bewonderen samenstel dan ook nog eens onberispelijkheid geven. Want eén keer is die dag er: - dat de aartsengel roept: 4 v 16 - dat de bovenaards krachtige bazuin klinkt, (id) - dat van heinde en ver de overwinnaars, de onberispelijk gewordenen juichend 'de lucht ingaan', (waarover 'de wereld' nu nog schatert, maar waarvan wij weten, dat het onze intocht in de onzichtbare sfeer is). - dat er in ons wezen opeens, in een ondeelbaar ogenblik, de 'flits' is....(1 Cor 15 v 32) en wij met die andere gelukkigen meegaan.
En daar zullen wij, door de genade van de Heer totaal onberispelijk gewordenen, onze Heer tegemoet gaan, (1 Thess 4 v 17) om als ere-escorte van Hem , mét Hem terug te keren naar de aarde, waar Hij zijn gezegend Presidentschap begint.
Wat een vooruitzicht....wat een taak....Maar God, Die ons roept, is getrouw; Hij zal het ook doen.
Dat is altijd een van de fijnste dingen voor mij om te horen, dat mensen zich na een gebed opgeknapt voelen; zoals jíj dat deed, toen na ons gebed voor jou: "Jezus...wilt u de behandeling overnemen?" en Jezus dat ook zo echt deed door die rust in je hart te leggen..
Wat is het ook goed om met God, zij het ook met gepaste eerbied te mogen spreken als met een Vader, die tevens Vriend wil zijn: "Pa...neemt u de behandeling over!?"
Maar de meest bijzondere vrucht van alle is toch wel, wanneer er een persoonlijke band ontstaat tussen God en mens, een relatie.
Daarvan wil ik je uit recente ervaring even een voorbeeld laten zien: vannacht kreeg mijn vrouw een hevige verkoudheidsaanval. Nu zijn wij allebei 80 plus, dus zo'n verstoring treft je wat delicater wordende persoonlijkheid toch wel erg.
In halfslaap probeerde ik wanhopig tot de Heer te bidden, aan Hem te smeken en Hem te danken, zoals dat zo mooi staat in Filipp 4 v 6.
We gingen zelfs nog een poosje het bed uit, wat midden in de nacht zo'n koude, rillerige ervaring is. Maar ook toen zochten wij onder een kopje thee het aangezicht van God in aanbidding.
De verkoudheid bedaarde op de duur. We pikten nog een paar uurtjes slaap en vanmorgen konden we onze taken volkomen normaal aan.
Nu zou je kunnen zeggen, Lilith: "Wat had dat nu allemaal om het lijf?!' Maar zo'n stille, door slaappogingen onderbroken gebedsstrijd in het holst van de nacht, versterkt toch op een niet-goed-uit-te-leggen manier je band met God, je persoonlijke relatie.
Dat valt 'naar buiten toe' niet goed uit te leggen. Maar ik denk, dat jij, Lilith, mij zult begrijpen, wanneer ik zeg: "Het Christenleven bestaat uit een voortdurend contact zoeken, met positieve instelling uiteraard, met Gods aangezicht. Dat gaat in 99% van de gevallen niet via grote gebeurtenissen, maar via stille ervaringen, die tot de vertrouwelijke omgang met God ,(Job 29 v 4) behoren .
Ik denk, dat je op de duur best iets met deze gedachten kunt, Lilith,
Wat een heerlijk verhaal vertel je daar. Maar ik zou je toch nooit vergeten zijn. Ik zou je in ieder geval zijn blijven gedenken als 'het meisje, dat mij zo goed hielp om te leren dupliceren'.
Jij weet dat niet eens meer. Maar vorig jaar, nog in de tijd van 'Forum oud', was het zo nódig, dat ik leerde dupliceren. En toen gaf jíj mij precies op de meest eenvoudige manier de richtlijn, hoe dat moest. En daar heb ik me toch een gebruik van gemaakt!:
Kort daarna kwam namelijk 'Forum nieuw' en kreeg ik toestemming om heel 'Vraag het Ger oud', over te brengen naar 'Vraag het Ger nieuw'. Ik bracht alleen de series over en telkens , wanneer ik weer zo'n hele bladzijde 'overseinde', dacht ik met dankbaarheid aan jou.
Maar goed; wat een glorie. Een eigen huis en een lieve huisgenote en een aardig voormalig zwerfkatje en een deeltijd studie theologie-toehoorder en voor je werk precies, wat je zocht: een werkkring bij een Christelijke sociale hulporganisatie.
Kind!....wat goed toch allemaal. En in al die omstandigheden is je geloof zo fijn gegroeid en heb je van de Heer zélf dingen geleerd, die geen mens je kan leren.
Weet je, waaraan ik dacht, toen je dat zo schreef, hoe de mensen jou gewoon zeiden: "Daar en daar is woongelegenheid" en al die andere dingen meer. Aan dat bijbelwoord in psalm 107 v 2: "God geeft het immers zijn beminden in de slaap".
Ik heb zelf ook een ervaring in dezen. Ik weet niet, of ik het je wel eens verteld heb. maar in -zeg- 1999 zei ik tegen de Heer: "Heer....daar zit ik nu met al die kennis, die dominee na prediker na voorganger na pastor na....mij ingepompt hebben. En ik ben 77 en ik ben huisman , omdat mijn vrouw lichamelijk gehandicapt is en ik ben echt helemaal aan huis gebonden. Wat móet ik nu?"
En in 2001 kreeg ik een e-mail en werd gezegd: "Heb je trek om eens op HQ te kijken".
Ik deed het, beantwoordde eens een vraag en toen ging het gauw. Ik kreeg mijn eigen sub-forum en daar kan ik nu alles kwijt in tot dusver al 2000 antwoorden. En wanneer ik de tijd krijg tot -laat ons eens wat zeggen- 2011, dan zal ik mij helemaal leegggegeven hebben.
Grapje hoor..grapje; de Heer maakt je aan de andere kant steeds voller, zodat je reservoir altijd gevuld blijft.
Hoe dan ook...voor jou en voor mij en voor al die anderen geldt: "Laat ons dan in 't duister held're lichtjes zijn... Gij in uw klein hoekje... En ik in 't mijn".
Iemand heeft tegen je gezegd: - denk erom, dat je de leringen van Jezus gehoorzaamt - ...en dat je vergeving van zonden vraagt - ...en dat je het plaatsvervangend lijden van Christus helemaal 'jezelf toeëigent' - ...en zo nog allerlei andere dingen meer.
Maar Deidre...: ik kan niet meer zeggen, dan ik je bij een eerdere beantwoording zei.
Het is toch geen aangeleerd lesje. Je kunt toch niet gewoon een lijstje nalopen met je vinger en dan hardop zeggen: "O , nu moet ik dit nog zeggen en dan dat nog....en dan is het klaar!"
Welnee Deidre....en nu ga ik, geloof ik, toch iets nieuws zeggen. Het is zo goed om helemaal in Gods sfeer te komen. In de bijbel wordt op allerlei manieren verteld, hoe mensen de doop in de Heilige Geest ontvingen en hoe zich die dan verdiepte en verdichtte tot 'vervulling met de Heilige Geest'.
Ik ga nu al die teksten even niet opsommen. Kijk bijvoorbeeld- om maar eens eengreep te doen- in Handelingen 19, die twaalf mannen in Efeze.
Maarwanneer je de doop met de Heilige Geest vasthoudt, Hem niet uitdooft, bedroeft of uitblust, dan kom je steeds meer in Gods sfeer. En daar gaan dan- vanuit die sfeer- allerlei dingen gebeuren met de juiste ondergrond en de juiste achtergrond.
Dan leer je de diepere zin inzien van: "Het zal zijn , dat ieder, die de naam des Heren zal aanroepen, zal worden behouden". Je leert zien, dat dit ook geen formule zonder meer is, die je zo eens als een 'mantra' uitspreekt en dan is de zaak al weer gereed. Nee; die belijdenis moet 'vlees op de botten hebben', om deze aardse term nu maar eens te gebruiken voor een hemelse zaak.
En dan kán je ook werkelijk de 'leringen van Jezus' gehoorzamen. dan klinken ze ook niet meer kil voor je, maar warm als je eigen hartenklop.
Dan kán je ook werkelijk vanuit het diepste van je hart om vergeving vragen, zonder enige gedachte erbij, dat het een aangeleerd lesje is.
Dan ga je Jezus te meer roemen en prijzen, omdat je diep in je hart iets van dat ontzaglijke gezien hebt: alle zonden van alle mensen van alle tijden, samengebracht in die ene vlammende , vreselijke beker.
Dan komen al die heerlijke inzichten uit een 'veranderd' hart.
Deidre; wat ben jij aan wedergeboorte en doop in de Heilige Geest toe. Ga maar dapper door aan de hand van jezus en Hij brengt jou op de prachtigste plekken.
Ik blijf je zo noemen, zolang ik je echte voornaam niet weet. 'Vraagteken' vind ik zo'n vervelende manier om iemand aan te spreken, met wie je een geestelijke band wilt krijgen.
Je hebt zoveel vragen gesteld. Ik denk, dat ik je meerdere antwoorden ga geven. Want om alles in éen antwoord te proppen....het wordt zo lang he!
Allereerst de mensen, die zeggen, dat je geloven moet en gedoopt moet zijn om in de hemel te komen....waar gronden die dat op?
In Marcus staat toch inderdaad: "Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden".
Maar Deidre...nu is het niet zo, dat je hieruit zou moeten opmaken: "O, wacht eens....ik geloof al de dingen, die ik volgens de bijbel moet geloven....nu even de boel afmaken en mij laten dopen".
Zo mechanisch werkt de bijbel niet. God is geen God van 'regeltje zus en voorschriftje zo'.
Je zegt: "Hoe denken 'jullie' daar nu over".
Hoho Deidre!....er ís hier geen 'jullie'. Er is hier alleen maar een 'Ger', tegen wie de redactie ooit gezegd heeft: "Je krijgt een eigen sub-forum. Daar mag je vragen beantwoorden. maar het blijft wel een eigen verantwoordelijheid, wat je daar neerschrijft".
Dus hierna volgt, wat naar mijn mening de bedoeling kan zijn van deze tekst. Houd daarbij in het oog Deidre, dat ik geen enkele titel heb, ik ben gewoon een meelevend gemeentelid ergens.
Goed....gaat-ie:
Als je werkelijk een blij geloof in de Heer Jezus en de Heer God en De Heilige Geest hebt, dan zal de meest ideale gang van zaken zijn, dat je op een gegeven ogenblik denkt: "Ik heb mij nu wel naar God toegekeerd; ik kijk wel de kant van Jezus uit. Maar ik wil dichter bij Hen komen. Het moet geen 'kijken vanaf toch altijd nog een zekere afstand ' blijven. Ik wil dichter bij Hen zijn".
En dan zal het zo zijn, op de meest ideale manier, dat je intensiever in de bijbel gaat lezen, dat je daarbij ook de moeilijke stukken niet overslaat, dat je ook niet 'boekies over de bijbel leest', maar gewoon de bijbel zelf, en niet alleen de 'gezellige stukjes', zoals psalm 23, maar ook eens een keer Jeremia 33.... ....waarom ik dat schriftgedeelte nu juist eruit pik; daar hoorde ik gisteren een fijne preek over. ....en dan overkomt je, wat in 1 Petrus 1 v 23 staat: "Wedergeboren....en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God"
Even 'koppie erbij'; dus niet zeggen: "Aha; een nieuw voorschrift...o; ik ben gek op regelgeving; dus: de bijbel lezen". Nee; dat is even fout, als een alt, die 'er net tegenaan zingt'; dat lezen in de bijbel dient uit liefde tot God te gebeuren.
En wat gebeurt er met die wedergeboorte. Het is iets, dat van God uitgaat: je kunt niet zeggen: "Kom...nu eerst nog even wedergeboren worden". Maar wanneer God die wedergeboorte in je werkt, dan komt er zo'n vreugde in je hart, dat je bij jezelf denkt: "Dit mag ik niet voor mijzelf houden. Dit moet iedereen weten. Het doet er niet toe, dat ik als kind al eens besprenkeld ben....nee...ik wil in de zichtbare wereld tot uitdrukking brengen, wat mij in de onzichtbare wereld, daar van binnen, is overkomen. Ik ben met Christus een nieuw leven begonnen. Ik heb al die oude gedachten van mij met Hem in de dood gegeven en ik ben met Hem opgestaan tot een nieuw leven".
Romeinen 6 v 4: "Ik ben dan met Jezus begraven door de doop in de dood, opdat gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook ik in nieuwheid des levens zou wandelen".
En dan laat je je dopen. Dat is dus niet iets mechanisch. Je hebt een relatie met God gekregen. Vanuit die relatie zijn er van binnen dingen met je gebeurd. En dat wil je naar buiten tonen.
Wij keren nu weer even terug naar Marcus
"Wie gelooft en zich laat dopen , zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden".
De tegenstelling zou in feite door ons verwacht worden als : "Wie niet gelooft en zich niet laat dopen, zal veroordeeld worden". Maar de bijbel is heel verrassend. De bijbel laat het bij "Wie niet gelooft, zal veroordeeld worden".
Want de zaak ligt zó. Op de door mij geschetste ideale weg, die na de doop in water verder gaat met andere heerlijkheden, waarover later wel eens, kunnen obstakels liggen. Ik weet van iemand, die nog zo'n echt ouderwetse oma had...een 'opoe' zeg maar.
En die 'opoe' zei tegen hem: "Jongen; je doet tegenwoordig zulke vreemde dingen. Als je je maar niet laat overdopen. Dat zou je oude opoe niet overleven".
En toen zag hij smartelijk allerlei dopelingen juichend uit het water opkomen, en hij was er nooit eens bij. En zijn opoe bleef nog heel erg lang leven ook. Ik ben hem uit het oog verloren. maar zulke obstakels kunnen er zijn. Hij was een oprecht gelovige, toen ik hem voor het laatst ontmoette, maar hij kwam maar niet door die horde heen van 'zich laten dopen'. Als een onneembaar hoog liggende lat was daar 'zijn opoe'.
Wil dat nu zeggen, dat zo'n man niet behouden wordt in de grote dag. Geenszins. Maar het had allemaal zo veel feestelijker gekund. Ach, wie weet, is het nóg wel flonkerend geworden. Ik zei toch, dat ik hem nooit meer tegenkwam.
Deidre; hier laat ik het even bij. Je volgende vragen zal ik beantwoorden, op het nu gezegde verder doorbordurende. maar ze zijn een afzonderlijke beantwoording meer dan waard. O..jij vraagteken...word maar een uitroepteken.
Ja; dat is een goede vraag. Je heb heel wat antwoorden gehad. Maar-zoals het zo vaak gaat- na verloop van tijd begonnen die antwoorden toch wat te divergeren van jouw vraag.
En wat mij ook opviel in de -vaak uitstekende- antwoorden, die je kreeg, was dit: er werd mijns inziens nóg niet genoeg verwezen naar bijbelteksten.
Mag ik daarom voor nog wat aanvulling trachten te zorgen?
Uit de vele teksten, die tot mij komen, treedt er een, die je heel niet zou verwachten, op de voorgrond en vraagt nadrukkelijk om daarmee te beginnenstraks zal blijken, dat het bij deze ene tekst blijft) Ik doel op Marcus 9 v 24: Daar komt de vader van een maanzieke , (aan toevallen lijdende) zoon, bij Jezus om genezing. Er is een vervelende voorgeschiedenis geweest. De discipelen konden de jongen niet genezen, zij hebben daarover ruzie gekregen met een aantal mede aanwezige schriftgeleerden; kortom: de sfeer is totaal verziekt. Elk geloof, dat hij voor zijn zoon genezing van de Heer Jezus zou kunnen krijgen, is ten zeerste aangetast bij de vader.
En wanneer dan Jezus komt en inlichtingen aan hem vraagt, roept de vader uit: "Als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons".
Moet je toch je vóorstellen, welke indruk dit hele conglomeraat op onze Heer en Heiland moet hebben gemaakt. Kom je net van de 'berg van de verheerlijking' af...heb je daar de heerlijkste en belangrijkste gesprekken meegemaakt... en dan belanden in een sfeer van mislukking en twist en al die nare dingen meer.
Jezus' antwoord luidt: "Als gij kunt??!!!....alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft!!!"
En dan komen die woorden, die altijd weer diepe indruk op mij maken: "Terstond riep de vader van de knaap uit en zei: 'Ik geloof....kom mijn ongeloof te hulp!!' ".
kijk; zou het niet mogelijk voor je zijn om deze woorden te gebruiken bij de vraag, die aan jou gesteld wordt: "Waarom geloof jij nu eigenlijk".
Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: "Nou....eh..ik had eigenlijk helemaal geen schik in het leven. Er zat zoveel tegen....en ... ....nou ja; ik ga altijd met pama naar de kerk....dus ik weet wel wat van God en zo en ook van Jezus.
En ik wilde eigenlijk best wel bij Jezus horen; maar er zat zoveel in de weg. Ik geneerde mij voor de lui uit de klas. En toevallig had de dominee toen een preek over een man, die ook wel best wilde geloven en zo....en die man had het er ook zo moeilijk mee, dat allerlei dingen in de weg zaten. En toen riep die man: 'Ik geloof in U Jezus....help me om van dat niet-kunnen-geloven af te komen'.
Nou....toen heb ik dat 's avonds ook gewoon tegen de heer Jezus gezegd. En toen is er iets veranderd...ik weet niet goed wat. Maar ik ga tegenwoordig met veel plezier naar de jeugdclub. Ga eens een keer mee!!"
Zou dat iets kunnen zijn Niem. 't Is maar een suggestie. Maar mijn aandacht werd zó bij deze tekst bepaald. Vertel jij me nog eens, of je er inderdaad wat mee kúnt.
En wanneer iemand anders, die ook met deze vraag zit, er wel of niet iets mee kán, hoor ik dat dan ook?
Heel krom vraagje misschien ma ik vraag me wellus af.....hoe moet je nu eigenlij bidden....want soms heb ik 't id. wel eens van dat ik echt supah fout bid...ma zegma toch vertel ik God wel alles wat me dwars zit enzo....maar tog...... soms denk ik van waar zou iedereen nou voor bidden.... en dan hebbik t dr eens over met vrienden maar dan bidden we zegma toch wel voor ongeveer dezelfde dingen...duzze kben eigenlijk wel benieuwd waar iedereen voor bid zegma....
-1
Dag Niem,
Je hebt al veel goede antwoorden gehad en je was aan het eind ook best tevreden.
Allereerst vind ik het fijn, dat je bidt. Want bidden is dé weg om een relatie met God te krijgen en steeds blijder door het leven te gaan.
Toch wil ik je nog een bijbeltekst meegeven, die je in de toekomst, wanneer je gebedsleven zich steeds meer gaat ontwikkelen, best wel zult kunnen gebruiken.
Romeinen 8 v 26 zegt: "Gods Geest komt onze zwakheid te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen".
Misschien zeg je: "Wat moet ik dáar nu mee?!".
Maar heel eenvoudig uitgelegd, komt het hierop neer, dat God je zo lief heeft, dat zijn Heilige Geest je bij het bidden wil helpen.
Wanneer jij bidt, dan ben je om te beginnen nog erg zwak. Je hebt te maken met allerlei moeilijke dingen in het leven en je weet dikwijls helemaal niet, hoe je nu eens goed moet bidden. Maar Gods Heilige Geest bidt met je mee. Je hoort dat niet, maar er is God alles aan gelegen, dat je zo gauw mogelijk verder groeit en dat eens de tijd komt, dat je zo sterk wordt met Hem, dat God zijn plan met jou nog beter kan uitvoeren.
Dus....wanneer je eens een keer echt het idee hebt, dat je hulp nodig hebt, kun je door je gebed heen, ook wel aan God vragen: "Heer...U hebt zelf gezegd, dat uw Heilige Geest mij wil helpen. Mag ik dat dan nú merken. Dank U Heer".
Kijken, of ik nog zo'n lieve tekst voor je heb. Jacobus 1 v 5 zegt: "Indien iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudig weg en zonder verwijt....en die wijsheid zal hem gegeven worden".
Zo'n goede God hebben wij. In wijsheid schieten wij allemaal tekort. Er kan zich ook een gelegenheid voordoen in het leven, dat wij echt zeggen: "O....wat zou ik graag wijsheid van God hebben op dit ogenblik".
Stel....een vriend vraagt: "Zeg....jij ging toch naar zo'n jeugclub of zo....vertel daar eens wat van..."
En jij denkt: "Dit kan toch alle kanten uit. Wat zou hij bedoelen. Hij is helemaal niet zo, dat hij naar dat soort dingen vraagt".
Kijk, dat is het ogenblik om even een schietgebed naar de Heer op te zenden: "O Heer...geef me nu wijsheid".
En je zult eens zien!
Niem; er staan duizenden teksten in de bijbel over bidden; de een al feestelijker dan de andere. Jij en iedereen, die dit leest; ga er maar op door en wij trekken samen die la vol schatten open.