Naar de inhoud

geloofsaangelegenheden

gedachtewisseling in vriendschap
akke.beakke.be

Archief

....zielsverhuizing....reïncarnatie....

De vraag:

Graag had ik even jullie mening gevraagd i.v.m.
reïncarnatie.
De definitie is naar ik denk de volgende:
Het geloof dat men eenmaal of meerdere malen achtereen opnieuw geboren wordt, hetzij als mens of als dier. Doorgaans gaat het om een ontastbare "ziel" die, zo gelooft men, in een ander lichaam wedergeboren wordt.

Mijn antwoorde Winkler Prins- encyclopedie heeft hierover het volgende:
................
'Zielsverhuizng' of reïncarnatie stelt als uitgangspunt dat de ziel volledige vrijheid heeft ten opzichte van het lichaam. Zij kan het lichaam achterlaten, zoals men van kleding verwisselt. Eigenlijk zegt zij, dat alles verandert, wisselt en vergaat, inzonderheid het lichaam. alleen de ziel blijft constant. De zielsverhuizing of reïncarnatie kan derhalve alleen een plaats vinden als leerstuk in die religies, die niet met de mens als geheel rekenen. Zij vooronderstelt de dualiteit van lichaam en ziel. Zij komt dan ookl niet voor:
- in de primitieve religies
- in de Israelitisch-Christelijke religies.
..........
Hier wordt al iets heel interessants gezegd:
in de Christelijke heilsleer is geen plaats voor de reïncarnatie.
1 Thessalonicenzen 5 vc 23 zegt dit ook nog eens duidelijk:
"Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligemn en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus".

Het Christendom ziet geest ziel en lichaam als een duidelijk eenheid. Jezus wil al de drie elementen van deze heerlijkste schepping van God , de mens, zuiver bewaren, indien wij 'medewerkers aan die genade 'zijn.

Laten wij tegen alle verwarrende omstandigheden blij en jichend het woord van God stellen, dat ons de enig juist perpectieven biedt.

Wat een troost, dat God zo goed voor de zijnen zorgt, dat alles aan hun totale wezen bij zijn oordeelsdag , Matth 25, blij en zonder vlek, smet of rimpel ter beschikking staat van het voor eeuwig blijvende heil.

Daag
Ger

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 20:27 1 reactie Reageer op dit bericht

Hoe zit het nu met die vier paarden uit Openbaring 6

Dag Hijo,

Je vroeg, hoe het met 'de vier paarden uit 'Openbaring 6' zat.

Laten wij eerst de bijbelteksten erbij zoeken:

Openbaring 6 v 2;
"En ik (Johannes) zag en zie!:een wit paard en die erop zat, had een boog en hem werd een kroon gegeven , en hij trok er op uit, overwinnende en om te overwinnen"

Vers 4:
"En een tweede, een rossig paard, kwam en hem, die erop zat, werd gegeven, de vrede van de aarde
weg te nemen , en dat zij elkander zouden slachten; en hem werd een groot zwaard gegeven".

vers 5:
"En ik zag en zie!: een zwart paard, en die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. En ik hoorde een stem........... zeggen:
'Een maat tarwe voor een schelling; en drie maten gerst voor een schelling; en breng geen schade toe aan de olie en de wijn'".

vers 8;
"En ik zag en zie: een vaal paard, en die daarop zat...: zie zijn naam was: de dood...en het dodenrijk volgde achter hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel der aarde, om te doden met het zwaard, met de honger, met de zwarte dood, en door de wilde dieren der aarde".

Hijo; je kunt niet zeggen:
"Dan en dan worden de zegels geopend en dan gaat 'dat met die paarden' begí­nnen.

Denk aan de sleutelgelijkenis van 'het goede zaad en het slechte zaad', (Matth 13). Weet je nog van dat vijandig mens, die 's nachts, toen de mensen sliepen, slecht zaad temidden van het goede zaad, dat eerder was uitgestrooid, uitwierp.

Dat goede zaad, waarmee alles begint, wordt nu weer symbolisch voorgesteld door 'het eerste paard'. En de ellende, die al het slechte zaad teweegbrengt, wordt voorgesteld door die drie lelijke paarden met hun op slechtheid beluste berijders.

Die paarden rijden al uit vanaf het begin van Jezus' omwandeling op aarde en blijven daarmee bezig. Die paarden rijden NU!

De dappere strijder, met zijn boog en met zijn kroon...wie is het anders dan onze Heer Jezus, die 'voorspoedig uitrijdt voor de zaak van waarheid, ootmoed en recht, ...uw pijlen zijn gescherpt- volken zijn onder u- zij dringen in het hart van des konings vijanden', (Psalm 45 v 5 en 6).

Hij is het, die in beginsel de overheden en machten tentoongesteld en over hen gezegevierd heeft, (Colossenzen 2 v 15). En- al voortrijdende met steeds meer dappere strijders in zijn gevolg ( Openb 19 v 11-16), zet Hij dat werk van het tenonderbrengen van satan voort. En de kroon, die Hij draagt, zullen ook zij dragen, want Hij zegt:
"Ik geef u de kroon des levens", (Openb 2 v 10)

Onze Heer Jezus zal over alle lasteraars triomferen. Plotseling zal Hij hen met zijn pijl treffen, (Ps 64 v 8)
En ook de leugenaars zullen zijn absolute meerderheid moeten erkennen. Want van Jezus wordt geprofeteerd:
"Werp uw pijlen en breng hen in verwarring, ((Ps 144 v 6).
(Denk nu niet bij 'lasteraars' en 'leugenaars' aan mensen, die eens zowat roddelen of die een jokkentje verzinnen, wat natuurlijk niet goed is; neen, dit gaat echt dieper)

Maar die heerlijke, overwinnende ruiter wordt gevolgd door zijn volkomen tegenbeelden.

Eerst dat rossige paard.
Dat rossig wijst op iets demonisch, iets van de hel, iets van het vuur, dat daar woedt. Van dat rossige paard moet je echt geen harmonie, blijdschap en gerechtigheid verwachten. De Heer Jezus heeft gezegd;
"Vrede laat ik u, mijn vrede geef Ik u". Maar zulke wonderbaar heerlijke taal heeft de berijder van het rossige paard niet in zijn boekje staan.

Wat is er in de kerk van onze Heer niet gemoord, geslacht en gekweld. Wat heeft 'het slechte zaad' bitter gewoed in vervolgingen en lijden 'van binnen uit'. Denk aan de heksenvervolging, de inquisitie, de godsdienstoorlogen, de scheuringen, de verbanningen, de excommunicaties, de schavotten en de brandstapels en zelfs de onverdraagzaamheden ook nú nog in Christelijke kring.
Niet van belang is in eeuwig opzicht, wat er allemaal in allerlei landen, die je op de wereldkaart vindt, aan gruwelen gebeurt...nee; Openbaring spreekt van :
- de ware gemeente
- ....en de valse kerk.

En je kunt geen van beiden precies traceren. Beide, de ware gemeente en de valse kerk hebben hun vertakkingen overal, je kunt ze nu nog niet scheiden. Ze hebben hun vertakkingen tot in onze harten toe.

En dat derde paard; daar word je ook al niet vrolijk van.
In de vele eeuwen, die voorbijgegaan zijn, sedert Onze Heer dat allesbepalende woord sprak:
"Volbracht", is er van alles gebeurd om 'de gang eruit te halen'. Eeuwenlang heeft de boze door allerlei mensen heen de voortgang van het evangelie gestuit. De moeite , die het heeft gekost, voor de volledige bijbel aan ieder mens bekend kon zijn.
En toen in de zeventiende eeuw die bijbel daar dan eindelijk....eindelijk...door de zegen ook van de boekdrukkunst... lag...voor ieder mens toegankelijk, kwamen er weer allerlei belijdenisgeschriften, die de zoekende 'Christenen van de toekomst' bonden aan de inzichten van 'de Christenen van het heden'. En zo zaten mensen van 1800 en 1900 vast aan waarheden, die naar de gang van het woord door de eeuwen aan eerdere geslachten bekend waren geworden, naar het licht, dat zí­j bezaten.En nieuwe, heerlijke waarheden konden niet uit dat star geworden harnas uitbreken.

En toch lag daar de belofte:
"De dorsvloeren zullen vol koren zijn en de perskuipen van most en olie overstromen, (Joí«l 2 v 24).

En daarom zorgde God ervoor, dat in de tijden van bittere, geestelijke armoede, die er waren en die er zijn, de olie en de wijn bewaard blijven tot de vreugdevolle tijden, die er ook al waren en die er nu zeker ZIJN.

En dan het vierde paard. Met in zijn gevolg de geestelijke 'zwarte dood'. De magie, de toverkunst, soms heel onschuldig vermomd in het zeggen:
"De belijdenisgeschriften uit de zeventiende eeuw zijn ons heilig".
Maar het occultisme is ook tegenwoordig in zijn meest brute vorm een verschijnsel, dat duizenden geestelijk doodt.
En de wilde dieren....daar is wat over afgefantaseerd. Maar denk eens aan de boze geesten, altijd verziekend, altijd verstikkend, altijd verscheurend.

De goede ruiter heeft zijn heerlijke, overwinnende oorlogsplan.

Maar de drie slechte ruiters hebben hun gezamenlijke, vreselijke, tot nederlaag bestemde plan:
- de eerste kwade ruiter voert met zijn valse leringen, zijn zwaard, mensen van de goede weg af
- de tweede zorgt er voor, dat mensen, die geen waarachtig, geestelijk voedsel meer ontvangen, omkomen van honger.
- de derde kwade ruiter biedt allerlei schijntroost aan , ook in de vorm van allerlei vormen van occultisme.

Maar al hun streven is tevergeefs.

De honden blaffen, maar de karavaan trekt verder.

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Gerritse om 00:00 Reageer op dit bericht

Ik ken zo'n lieve jongen....maar hij is niet Christelijk

Lady...lieve kind,

Je brief raakte me zo. Wat is er heerlijker dan verliefd te zijn op de jongen, die nu juist 'degene is, die je altijd al zocht'.

En toch Lady...ik moet het je afraden.
Je zult denken:
" O...nu komt natuurlijk: 2 Corinthe 6 v 14:
'Loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen' ".

Natuurlijk is dat juist. De harde practijk leert honderdmaal, dat een ongelovvige wel een gelovige meetrekt, maar niet andersom. Tegen al degenen, die in de loop der jaren tegen me gezegd hebben:
"Ik krijg hem best wel mee naar de kerk of naar de sam",
heb ik moeten zeggen, dikwijls met bloedend hart:
"Dream on baby".

Maar voor jou Lady, had ik dit keer toch ander, weinig gebruikt geschut. En waarom wordt het geschut, dat ik ga noemen, zo weinig gebruikt. Omdat er zoveel bijkomende dingen zijn, die de bruikbaarheid vernevelen.

Ik bedoel Ezra 9 en 10 en het slot van Nehemia 13 ( vanaf vers 23).
Ezra en Nehemia zagen, dat de uit de ballingschap teruggekeerde Israelieten op vrij grote schaal begonnen waren vrouwen uit andere volken te huwen. Als dat zo zou doorgaan, zouden de weinige Israelieten, die teruggekeerd waren, zeer binnenkort geassimileerd zijn in andere volken. Dan zou een volkomen in andere volken opgegaan Israel nooit de plaats hebben kunnen worden, waar de komende verlosser ove 400 jaar een sfeer aan zou treffen, die - hoe versteend en veruiterlijkt ook- een decor aanbood, waarin hij zou kunnen schitteren met het leven temidden van dode vormen.

Maar in het algemeen , ontdaan van elke 'couleur locale' blijkt toch wel, dat ongelovigen voor gelovigen in hun eigenheid een dodelijk gevaar vormen.

Daarom, Lady, ik ben je zeer toegenegen, maar....het is toch pas een week....verbreek de verliefdheidsbanden met deze, ongetwijfeld aardige jongen.
Ik weet zeker, dat de Heer, in zijn rijkdom, een oprecht gelovige jongeman voor je klaar heeft. Kijk nu met kerstmis eens goed rond. Overal zijn kerstevents in de avonduren. En er zijn allerlei kerstfeesten, waar je misschien jongens kunt ontmoeten, die wel de Heer liefhebben, maar die je nog niet in het oog gekregen hebt, omdat ze naar een andere kerk of sam gaan. Of....wacht het voorjaar af met al zijn E.O.-dagen, en meer van die jeugd-ontmoetingsdagen. Ga er niet alleen heen, dat is zo ostentatief. Ga met een vriendin, zodat, wanneer je hart dán op een ideetje komt, je altijd nog die vriendin hebt om jullie gevoelens onderling te testen.

Houd contact met God, vertel hem alles, wat je aan mij verteld hebt en nog veel meer, dat ik niet hoef te weten. God wordt nooit boos bij 'open kaart spelen' uit een toegenegen of in ieder geval om raad schreeuwend hart.

Lady.....sterkte toegewenst en de zegen van God.

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 17:40 Reageer op dit bericht

God doet toch alles. Kunnen wij gaan zitten wachten ?

Dag Hurtwounded,

Je achtste vraag:

" God is het die zowel het willen als het werken werkt. Moeten wij meewerken of kunnen wij met de handen over elkaar gaan zitten".

Mijn antwoord: Ik neem eerst even deze tekst op naar de 'nieuwe bijbelvertaling'.

Filippenzen 2 v 13:
"Het is God, die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het hem behaagt".

En nu toch ook maar even de NBG:
" God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt"

De kanttekeningen geven zulke diepe gedachten, dat ik ze hieronder overschrijf:
................
" Dat God 'om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in ons werkt'
- is BEMOEDIGEND en VERTROOSTEND;
- het is het is ook een opscherping om onze behoudenis met vreze en beven te bewerken, alleen lettend op God;
- het is verder ook een aansporing om er niet te veel aandacht aan te schenken of de apostel aanwezig dan wel afwezig is;
- het is ook het motief om onze behoudenis te bewerken; dit nalaten zou zijn het tegenwerken van God en zijn welbehagen".

God is.... al maar doorgaande.... zijn genadige en vrijmachtige beschikking tot onze behoudenis verder te bewerken".
................
En dan wordt er nog verwezen naar Ef.1 v 5. Maar dat behandel ik nu verder niet. Kijk dat zelf maar na.

Inderdaad: je kunt zeggen:
"Nou....God kijkt wel eens. Ik wacht het maar af".

Maar is dat de goede instelling, gezien de posiieve inhoud van deze tekst.
Nee natuurlijk.

' Gods genade is verschenen, heilbrengend voor alle mensen' .
En dan is er onder al die duizenden: Hurtwounded, die het zo lekker oppikt.
En wat moet het dan voor Hurt een vertroosting en bemoediging zijn, dat God in de voortgang van zijn werk in jou zo fel geïnteresseerd is, dat hij met niet aflatende ijver meehelpt om die voortgang verder uit en op te bouwen.

Laat ik even onderbreken Hurt voor een eigen belevenis.
...........
Op de dag van mijn 85 ste verjaardag hoorde ik opeens een vreselijk geluid, gevolgd door een doffe klap en noodkreten: mijn vrouw was van de trap gevallen.
Ik ijlde de trap af, de Heer aanroepende als nooit tevoren misschien. En toen ik bij mijn vrouw neerknielde , zei God de Heilige Geest in mijn hart:
( Psalm 50 v 23):
" Wie een dankoffer brengt, geeft mij (God) alle eer,
wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt".
En- het uitsnikkende- heb ik toch de Heer gedankt en lof en eer gebracht voor 'de wegen , die hij ging wijzen'.

We staan nu 1½ maand na dit gebeuren. En God heeft ' de weg gewezen'. Die liep over ' thuisverpleging' en ' Kortdurende opvang' naar een veilig woonzorgcentrum,. waar zij de rest van haar leven veilig kan verblijven.
Dit mag naar buiten toe nu niet zo'n geweldige oplossing, (weg) lijken. Maar ikzelf ben volkomen eenswillend.
Zo helpt de Heer , ook in cruciale situaties.
.............
En dat is bemoedigend en vertrooostend. Jij, als jong mens, hebt nog heel niet te maken met de noden van een oud echtpaar, maar het weten, dat God altijd voor je aan de gang is, dat is zo'n blijmakend iets.

Je bent ook niet gered om dan na een poosje te zeggen:
"Nou even weer wat anders".
De almachtige God is intensief voor jou aan het werk...een God, waarvoor je toch onbeperkt ontzag dient te hebben, ( met vreze en beven)....en mag je zo'n lieve , hemelse Vader, die zoveel in jou geïnvesteerd heeft en nog dagelijks meer in jou belegt....mag je zo'n lieverd teleurstellen, ja tegenwerken.

En je hoeft er ook niet ongerust over te zijn, dat éenmaal Ger er niet meer zal zijn met zijn bemoedigende woorden. De grote Trooster, de Heilige Geest blijft altijd bij je.

En dan ga je er toch niet over zitten tobben, of sommigen ' in valse lijdelijkheid'.....
een ouderwetse uitdrukking om aan te geven, dat mensen hun onwil soms vermommen als ' diepe vroomheid',
.....of verblindheid...
wat jou oproept om de blinddoek weg te halen door je voorbede
...al dit heerlijke aan zich voorbij laten gaan.

Kan je het ook een beetje vanuit deze hoek bezien Hurt.

Het heeft God behaagd...
als het eens aan de koningin behaagt om jou 'een lintje te laten geven door de burgemeester'... wat zal je vereerd zijn. Maar het heeft God behaagd....dat is nog wel iets anders.

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 17:37 Reageer op dit bericht

Hallo Hurtwounded,

Je zevende vraag:


Waarom staat er zo vaak in de bijbel: Kies.
Als God alles al uitgemaakt heeft, waarom moeten wij dan nog kiezen.

Mijn antwoord:
God is kennelijk minder strikt dan jij, Hurt.
Want in 2 Kronieken 24 v 11-12 staat:
“Drie straffen leg ik je voor. Kies er een uit, die zal ik je opleggen”.

God laat David, die weer eens fout gehandeld heeft, de keus uit drie straffen
God laat dus een ruim gebied over voor de mens, waarin hij bewegingsvrijheid heeft. Als David iets anders gekozen had dan ‘drie dagen pest’ dan had God dát gedaan.

Maar heel anders spreekt weer Jeremia 10 v 23:
“Ik erken o Heer,
dat het niet aan de mens is zijn weg te bepalen,
zijn pad uit te zetten,
te kiezen, waarheen hij zal gaan”.

En dit lijkt ook wel in overeenstemming met Spreuken 16 v 9, waar staat:
“ Een mens stippelt zijn weg uit,
De Heer bepaalt de richting die hij gaat”

Psalm 37 v 23 en 24 zeggen overigens:
“Wie de HEER welgevallig is,
,mag zijn weg gaan met vaste tred.
Al komt hij ten val, hij blijft niet liggen,.
Want de HEER richt hem op”.

Jeremia 11 v 23 laat zonder meer de vrijmacht van de Heer zien. Maar hierbij dient in aanmerking genomen te worden, dat een diep- zondig volk zich hier beklaagt over het lot, dat wacht: ballingschap.

Spreuken 16 v 9 laat óok ‘ de Goddelijke kant’ zien, zoals wij daarover al bij de eerste beantwoording spraken.

Psalm 37 v 23 laat een troostend geluid horen.
Want aan wie heeft de Heer een welgevallen: aan hen, die in zijn wegen gaan. En de eigenlijke weg, die hij altijd wijst, is de weg van Johannes 3 v 16:
“Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat hij zijn Zoon gezonden heeft, opdat een ieder die in die Zoon, Jezus Christus, gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.”.
De Goddelijke kant, zozeer door Jeremia en Spreuken belicht, mag voor ons toch een hoopvol perspectief hebben.
Want jij en ik, Hurt, hebben de Heer Jezus lief en wij volgen de nadere aanduidingen, die God de Heilige Geest ons dagelijks geeft, om Jezus steeds meer te kennen en tot God de Vader steeds dichter te naderen.
Zo zijn, wij, alweer door Gods genade, de Heer welgevallig en mogen wij onze weg gaan met vaste trede, ook al zegt Jeremia , dat ‘ het niet aan de mens staat om zijn weg te kiezen’ en ook al zegt Spreuken, dat wij onze weg wel uitstippelen, maar dat de Heer de richting bepaalt.

En als we al eens vallen, wie richt ons op: juist: de Heer zelf.

En zo, Hurt , heb ik , binnen de beperking van mijn menselijke mogelijkheden, jou een antwoord gegeven, dat toch wel troost en houvast biedt., dacht ik.

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 16:14 Reageer op dit bericht

Wat moet ik doen, wanneer ik telkens weer zondig.

Dag Deidre,

Nu ga ik trachten, in éen enkele posting al je resterende vragen te beantwoorden, die ik hierna nog even opsom:

17 b: Wat zegt mij Romeinen 8: 1
18 : Wat moet ik nu eigenlijk concreet doen, wanneer ik zondig
19 : wat moet ik doen, wanneer ik telkens wéer zondig
20 : en wat moet ik doen, wanneer ik niet kan vergeven.

Deidre; je weet, dat de sleutel ligt bij Romeinen 17 v 13 tot 8 v 2:

Laten wij die nu eens vrij weergeven naar de woorden van Paulus. Hij gebruikt de tegenwoordige tijd om de actualiteit voor alle tijdgenoten, uit wier midden hij is voortgekomen, (de Farizeeí«n), te onderstrepen. Maar in vers 5 , dat wij nu niet behandelen, heeft hij duidelijk gezegd, dat ook hij 'een van hen WAS'.

Daarom gebruik ik in het hiernavolgende de verleden tijd.
.......
Romeinen 7 v 13 heb ik al met je behandeld. Ik ga verder met vers 14:
............
Ik - Paulus-heb altijd geweten, dat de wet een geestelijke zaak is, een zaak van de ónzichtbare wereld. Maar in mijn oude staat was ik een vleselijk mens....een 'ziels' mens, die geen ander strijdmiddel had dan zijn zieleleven, dat gefocust was op de zí­chtbare wereld. Ik was onderworpen aan een kwade geestelijke macht, de duivel, die sterker was dan mijn 'zielse' persoonlijkheid. De duivel behoort immers ook tot de onzichtbare wereld, die alle toegangen heeft tot mij, terwijl ik, levende in de zichtbare wereld, geen enkele toegang heb tot de onzichtbare wereld.

En naar mijn innerlijke natuur was het altijd al zo, dat ik echt wel:
"Aan des HEREN wet mijn welgevallen had en die wet overpeinsde bij dag en nacht, (Psalm 1 v 2). Ik wist altijd al, dat de bevelen des HEREN waarachtig zijn en het hart verheugen, (Psalm 19 v 9). Naar mijn innerlijke mens verlustigde ik mij altijd al in Gods inzettingen, ( psalm 119 v 16).Maar het pakte altijd verkeerd uit. De goede dingen, die ik oprecht wilde, deed ik niet. En de kwade , waarvan ik een afkeer had, die deed ik wél, (Romeinen 7 v 15).

Maar in al mijn strijd ging er toch een lichtje voor mij op; de wet van God was goed, en die kant wilde ik naar mijn diepste wezen uit. Maar dan was datgene, wat mij tegenhield, niet mijn echte persoonlijkheid, maar de macht van de zonde, van de duivel, die, opererende vanuit de krachtiger onzienlijke wereld, mij altijd de baas was, (16 en 17).

Dus....het kwade, dat ik tegen mijn zin deed, werd bewerkt door de boze macht, die mij voortdurend van mijn bestemming van 'Godlover' afhield. Dat maakte mij niet verontschuldigbaar, want ik werd wel verantwoordelijk gehouden voor mijn slechte daden. En dat was wel zó'n dilemma!: anders willen, maar niet anders kunnen, terwijl jezelf toch de rekening gepresenteerd krijgt. Wat een ellendig idee: krijgsgevangene te zijn en toch zélf afgerekend worden op de kwade werken, die je als zodanig gedwongen bent te doen.(18-23)

En toen brak het inzicht baan: Onze Heer Jezus Christus heeft door zijn volkomen centrale en beslissende woord "Volbracht" mij toegang gegeven tot de onzichtbare wereld, waar ik nu de boze macht kan bestraffen en bestrijden en jubelen:
"Ik ben geéstelijk. Ik kan, door de genade Gods in Christus en door de ondersteuning van de Heilige Geest wél doen, watr ik wens: God loven en prijzen en dienen en aanbidden en vrucht voor Hem dragen. Ik kán overwinning hebben over de dingen, waar ik een afkeer van heb. Ik kán ontvlochten zijn van de macht van de zonde, die zo vast omstrengeld was met mijn innerlijke mens, maar nu, losgemaakt daarvan, knarsetandend wijkt.
Ik kán mij vrijuit verlustigen in de wet van God, de nieuwe wet van de vrijheid, die mij heeft vrijgemaakt.

O...ik was een rampzalig mens, maar nu ben ik zó gelukkig...ik ben vrij!!!"

Kijk Deidre en nu zijn daar 18 t.m.20 van je vragen:

18 Wanneer je zondigt, doe je eigenlijk het volgende; wanneer God "Nee" zegt, dan zeg jij "Ja" en omgekeerd. Dat is de duivelse macht, die sterker is dan jouw natuur zónder Jezus.

'Zondigen' zal voor een tiener zoals jij daarin bestaan, dat je zonder zelfbeheersing tegen je ouders schreeuwt, wanneer zij jou iets onwelgevalligs zeggen. Op zo'n moment 'zondig je concreet'.

Zeg dan gewoon tegen de Heer:
"Lieve Heer....zonder U kan ik hier niet tegen op. Ik wil niet een zondige Deidre zijn met een vroom sausje overgoten. Dat is het engste, wat voorstelbaar is. Ik wil een overwí­nnende Deidre zijn. Och Heer....wilt U me helpen, om een keer ní­et te schreeuwen, wanneer ma zegt:
'Ruim nu eindelijk die troep op je kamer eens op'.
Wilt U mij kracht geven om tam te zeggen:'Ja ma' en het dan ook te dóen.
Wat zal dat verrukkelijk zijn, wanneer ma later zegt:
'Zeker voor éen keer met je goede been uit bed gestapt hí¨!'"

En wanneer je , na een paar gelukte oefeningen in zelfbeheersing toch weer met de deur slaat:
"U hebt ook altijd wat",
wanneer je moeder alleen maar zegt:
"We doen de deur aan de klink open en dicht en niet aan het hout!",
zeg dan aan de Heer:
"Lieve Heer....die zondemacht in mij weet maar niet van wijken. Helpt U mij bij de ontvlechting Heer"(vraag 19)

En wanneer je niet kán vergeven, dan spreek je met de Heer:
"Lieve Heer....er is een bittere wortel in mij, die verwarring zaait, (Hebr 12 v 15). Ik slaag er niet in, deze kwade troef van de duivel, zo vlak bij mijn hart, bij mijn wil, bij mijn diepste wens, weg te krijgen. Aan uw hand Jezus, wil ik gaan en samen met U ook dit kwaad achter mij laten. Dank U Heer, (vraag 20).

En hiermee Deidre, zijn wij aan het eind gekomen van de grootste aaneengesloten vragenserie van éen persoon, die ik ooit behandelde.

Niet alleen jij hebt er voordeel van gehad, (naar ik aanneem), maar je bent door deze openhartige vraagstelling voor honderden anderen van nut geweest of gaat dat nog zijn.

Nog éen ding: bij sommigen van de vele meelezers zal de vraag rijzen:
"Maar hoe moet het dan met de miljarden, die net als Paulus, wel wilden, maar niet konden en die niet de ontdekking deden, die Paulus deed, bijvoorbeeld omdat Jezus nog niet op aarde was gekomen".

Lui....altijd is er het gebed geweest als een toegang tot de onzienlijke wereld. En ik ben er zeker van, dat het gebed velen redt, die de sleutel, in Jezus aangereikt, nooit hebben gevonden of zelfs niet hebben kúnnen vinden

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 16:24 Reageer op dit bericht

Wat is 'iemand verharden'.

Dag Hurtwounded,

Je zesde vraag

Wat is 'verharden van het hart'. Is dat een streek van God om mensen die hij niet mag, even te grazen te nemen.

Ik had al gezegd dat je dit misschien wat te scherp geformuleerd zou vinden . Maar je hebt niet geprotesteerd. Dus laat ik dat nu maar verder.

Ik vind een begin van antwoord weer in Romeinen, vlak bij het gedeelte, dat in het vorige antwoord behandeld is. We lezen nu Romeinen 9 v 17 en 18:

" Zo zegt God volgens de Schrift tegen de farao:
' Ik heb u alleen in leven gelaten om u mijn macht te tonen en om iedereen op aarde te laten weten wie ik ben' .
Dus....God is barmhartig voor wie hij wil en...maakt halstarrig, (verhardt) wie hij wil".

Even iets als ' amuse', (aardigheidje vooraf) : in de statenvertaling zegt God tegen de farao:
" Tot ditzelve heb ik u verwekt".
In de tijd dat deze vertaling gereed kwam was een dusgenaamde uitverkiezingsleer gangbaar. Door deze vertaling, die nergens op steunde, wilde men schriftbewijs leveren voor de kwalijke leer, dat God mensen, in dit geval farao, reeds voor de geboorte bestemd had om verhard te worden, (halstarrig te worden), teneinde van farao een monument te maken voor Gods oordeel.
En deze leer, door Calvijn uitgebouwd, bracht in de loop van vele generaties velen tot het idee, dat zij, net als de farao, voorbestemd waren om kwade dingen te gaan doen. Dit is fnuikend voor het geloof.
Met een toefje erfzonde, erfschuld en erfsmet erbij, ook zo'n valse leer, nu gelukkig in het vergeetboek geraakt, was dit net voldoende om mensen alle lust tot ' geloven in God' te ontnemen.
Alleen al hierom is God zo 'awful', zo ontzagwekkend...dat hij zijn volk in de loop van vele eeuwen door al die vreselijke verwarringen heeft heengeleid.

Terecht zegt psalm 22 in vers 4:
"Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij".
Je kunt bij dat 'donkere dal' ook denken aan al die afschuwelijke, knijperige leringen, die over Gods volk zijn heengegaan.

Maar goed...met deze 'amuse' zijn we al een heel eind op streek.

God heeft zijn vaste plan met de mensheid. Hij openbaart dat plan beetje voor beetje. Ten tijde van Noach was over dit plan maar heel weinig bekend. Noach kon alleen zeggen:
"God heeft mij met mijn gezin in het leven gelaten om met mij een blijvende start te maken, omdat ik in zijn wil ben en bij hem genade heb gevonden".( Genesis 6 v 8).
En later kreeg hij een klein stukje van het plan van God onthuld, toen hij zei:
"Geprezen zij de HEER, de God van Sem". ( Genesis 9 v 26).
Nóg bitter weinig. Maar Abraham, een afstammeling van Sem, had al vele beloften.
En wie zich bij Abraham voegde, voegde zich bij de nog in nevelen gehulde ' lijn van God'.
Eliëzer, de Damascener, (Gen 15 v 2) voegde zich bij Abraham en kreeg een eervolle plaats in Gods woord. Hij werd gebruikt om Izaäk te verbinden aan Rebekka, die een voormoeder werd van de Heer Jezus.
En Lot scheidde zich van Abraham(Gen 13) af en het liep sneu met hem af.(Gen 19 v 3o-38)

En de heersende farao van Egypte kende de lijn van God, zoals die was gevorderd tot het volk Israel. Zijn voorvader had de Israelieten van zijn dagen goed behandeld. Die man wist , uit de wonderbare geschiedenis van Jozef, dat diens God niet ' zomaar een god was'.

Maar de farao van de uittocht behandelde het groot-gegroeide volk Israel slecht en wilde het niet laten gaan. Hij wilde niets leren uit de voorgeschiedenis. Hij wilde niets leren uit de plagen, die over zijn land gingen. Hij wilde niets leren van de waarschuwingen van - nota bene- zijn tovenaars:
"Pas op, dit is de vinger van God".(Exodus 8 v 15)

Hij zat 'in de verkeerde poot van de 'V' en gleed steeds verder af voor eigen verantwoordelijkheid. En tenslotte had hij alleen dit nog als nut met dat halstarrige, dik geworden innerlijk van hem: God kon via wat farao overkwam, zijn macht tonen en alle alle mensen van alle tijden laten zien, wie hij was.

Verharding is dus geen grilligheid van God, (die oude calvinistische gedachte).

Verharding is een vervolg , datr God aan jouw eigen diepste begeren geeft. Als je dan 'nee'wilt zeggen en daarbij blijven, dan komt het tenslotte tot een verharding, een blijvend halstarrig worden.

Maar zo is het toch met ons niet, hè Hurt. Wij loven en prijzen de Heer, dat wij door zijn genade in de goede poot van de ' V' zijn gekomen en juichend snellen wij verder naar het licht.

Daag
Ger

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 20:37 Reageer op dit bericht

....de hemelse pottenbakker....

Hallo Hurtwounded,

Je vijfde vraag:
Äls alles van God komt, waarom worden dan nog mensen verantwoordelijk gesteld".

Voor het antwoord zijn enkele verzen uit Romeinen zeer nuttig.
Ik bedoel de verzen 19-23.
.......
Maar nu zult u vragen:
" Waarom roept God ons dan nog ter verantwoording ? Niemand gaat toch in tegen zijn wil ?"

Wie bént u eigenlijk, dat u - een mens- iets tegen God zou inbrengen ?
Vraagt het aardewerk soms aan de pottenmaker:
"Waarom hebt u mij zo gemaakt zoals ik er uitzie ?"
Heeft de pottenbakker niet de vrijheid om van dezelfde klomp klei
- zowel een kostbare vaas
- als een alledaagse pot
te maken?
God heeft degenen, die het voorwerp van zijn toorn zijn en die hij heeft bestemd voor de ondergang, met veel geduld verdragen , omdat hij:
- zijn toorn ook wil tonen
- en zijn macht kenbaar wil maken.
En omdat hij zijn overweldigende majesteit wil tonen, heeft hij degenen, die het voorwerp zijn van zijn barmhartigheid ertoe voorbestemd om in zijn majesteit te delen.
................
Zie je wel Hurtwounded. ook in de dagen van Paulus was die vijfde vraag van jou er al.
En daarop antwoordt Paulus nu eerst met een zekere verontwaardiging:
"Wie denk je wel dat je bent. Critiek leveren op hem, die veel te hoog is voor welk mensenkind dan ook om maar een miljoenste gedeelte van zijn gedachten te kunnen peilen. Hij is toch 'de heel andere'. de ' oneindig veel hogere'.

Maar na dit eerst te hebben vastgesteld, zegt Paulus:
"Word nu eens redelijk, denk eens even na:
- een beeldje van een beeldhouwer kan toch ook niet tegen zijn maker zeggen:
"Waarom heb je mij zo gemaakt en niet zo".
Zo'n beeldhouwer heeft toch een vrije wil.

En een pottenbakker met een klomp klei voor zich, zegt toch ook in volkomen vrijheid:
"Zo....nu eerst eens een fraaie vaas maken. En daarna nog wat potten voor vleesnat en zo". Zo'n pottenbakker gaat toch ook niet zitten voor zijn draaischijf, roepende:
"Nou ga ik iets onbruikbaars maken".

God zat voor die grote klomp klei, de hele mensheid, die er geweest is, die er is en die er nog komt. Hij, de Algoede , uit wiens hand niets verkeerds kan komen, had zijn plan. Toen hij Noach formeerde in de eeuwigheid, toen Noach in de verste verte als mens nog niet bestond, zei God:
Ïk ga nu een kostbare vaas maken, die mijn belofte aan de mensheid gaat waarnmaken. Hij zal die mensheid voortzetten".

En datzelfde zei hij bij Abraham:
"deze ´vaas´wordt de vader van alle gelovigen. Eens zal ik van hem kunnen zeggen:
' Abraham vertrouwde God en deze rekende hem dit tot gerechtigjheid' " .

En die kostbare vazen maakte hij ook, toen hij Izaäk en Jakob maakte. En tenslotte maakte hij die uiterst kostbare vaas, Onze Heer Jezus Christus.

En daartussendoor maakte hij mijarden malen zo veel gewone gebruiksvoorwerpen, jou en mij en Ismael, en Ezau en de Farao van Egypte.
Niks mis mee. Gods plan met alle mensen is goed en hij heeft voor iedereen een blijde, belangrijke taak.

Maar....Ismael wilde niet erkennen dat ´de lijn van Gods voortgaande werk ´nu eenmaal via Izaäk liep.
En Ezau wilde niet erkennen dat 'de lijn' nu eenmaal via Jacob liep.

En de Farao wilde niet erkennen dat 'de lijn' nu eenmaal via het volk Israel liep. En toen hij in beginsel weigerde om hen te laten gaan, ging het fout met hem.

God kneedde zijn schaal en kneedde die nog eens en liet de farao nota bene via zijn eigen tovenaars waarschuwen voor de ondergang . En toen werd de Faroa een ´voorwerp van Gods toorn´voor eigen verantwoordelijkheid.
En nadat God de farao met veel geduld een tijdlang had verdragen,
- maakte hij via deze vorst zijn macht bekend
- en toonde hij aan deze vorst zijn toorn.
Dit is ons ter lering. Wij zingen zo veel van "Prachtige God", maar het is ook wel eens goed om bij een toornende God en een machtige God stil te staan.

Faro werd gekneed en herkneed , maar hij deugde niet en werd verbrijzeld

Maar jij en ik - alledaags vaatwerk- want 'de lijn' loopt nu eenmaal niet via ons....wij zijn toch niet zo als Ismael en Ezau, die zich niet naar die lijn wilden voegen.
Toen 'de lijn' uitkwam bij Jezus, hebben jij en ik ons daartegen niet verzet; maar wij vereren Jezus , zoals wij zijn Vader vereren en zoals wij de Heilige Geest vereren.

En dan wordt aan jou en mij, eenvoudige pot en pan, deze heerlijke waarheid vervuld:
Wij gaan delen door Gods barmhartigheid in zijn glorie. Zo toont de Heer aan jou en mij zijn genade.

Hurtwounded...het is waar: je kunt zeggen nu:
"Ik krijg het toch niet helemaal rond".
Maar dat is weer, wat altijd meespeelt: Deuteronomium 29 v 28:
"De verborgen dingen zijn voor de HEER onze God".

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 20:21 Reageer op dit bericht

...Is 'donor'zijn verkeerd....

Dag Manuela,

Wat fijn hí¨, dat je naar de e.o.-jongerendag kon. En de schorheid van het harde zingen en juichen zal al wel over zijn.

En nu je vraag:
"Is 'donorzijn' nu verkeerd of goed?"

Maike, toen de mogelijkheid om je daarvoor aan te melden, werd gegeven, heb ik me met het grootst mogelijke enthousiasme aangemeld.

Want....is er een heerlijker idee denkbaar dan zo een ander mens te kunnen helpen. Je zult toch maar een jongen zijn van 18 met een enorme levensdrang, maar met een versleten hart en ze zullen tegen je zeggen:
"Er is net iemand overleden van 81, maar we hebben van alles nagegaan: en...zijn hart zou door jou verdragen kunnen worden".

Ik zie niet in, wat op bijbelse gronden tegen deze vreugdevolle gedachte zou kunnen worden ingebracht.

Er zijn wel mensen, die zeggen, dat wij ons hart of onze lever niet mogen afstaan, of welk orgaan dan ook, omdat wij bij de wederopstanding dan niet volledig zouden kunnen zijn.

Maar 1 Corinthe 15 en andere schriftplaatsen leren ons toch, dat wij door de Heer opgewekt worden met een opstandingslichaam, dat volledig overeenstemt met de grootheid in 's Heren oog, van wat wij hier op aarde hebben verricht.
Onze daden worden als het ware 'naar boven geschoten' en daaruit wordt 'ons kleed van gerechtigheid ' geweven. Als die daden goed waren in 's Heren oog, wordt ons 'kleed van gerechtigheid' heerlijk, waren die daden eigenlijk niet de daden, die God van ons wilde, dan wordt dat kleed heel nederig en Danií«l voegt nog een dimensie toe:
als onze daden in de ogen van de Heer apert onjuist waren, dan geldt:
"Velen van hen, die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot een eeuwig afgrijzen, 12 v 2.


Pieker daar niet verder over Maike, in ieder geval: ons lichaam, zoals het na onze dood ter aarde wordt besteld, heeft met ons opstandingslichaam niets te maken. Het vergaat in de kortste keren tot stof en is dan nergens meer nuttig voor. Daarom: laat dit aardse lichaam nuttig zijn door het terbeschikking te stellen na je dood, aan mensen, die hongeren naar een nieuwe nier of ....vul maar in.

Mensen zeggen ook soms, dat je lichaam, zoals het op dit moment is, een vast gegeven is, dat onveranderlijk is. Dat is ook niet juist. Al je lichaamscellen worden om de zeven jaar vervangen, je hersencellen zelfs een maal in de drie jaar. Dat betekent , dat ik met mijn 81, nu al aan mijn twaalfde lichaam bezig ben en aan mijn 27 ste stel hersenen. Het bepalende voor de mens in zijn levensgeest , die in hem woont.

Daarom Maike, zet je naam gerust in het donor-registratiesysteem en doe met je levensgeest daden, die goed zijn in de ogen van God.
Wat zul je dan staan te kí­jken van je opstandingslichaam.

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 15:53 Reageer op dit bericht

Waarom geeft God niet aan alle mensen geloof.

Hallo Hurtwounded,

Je derde vraag:

Waarom geeft God niet aan iedereen geloof .

Mijn antwoord:
Bij een serie vragen, zoals nu deze van jou, komen op de duur vele argumenten voor , die al in een eerdere beantwoording zijn genoemd.

Ik zou hier kunnen verwijzen naar de niet-op-te-lossen spanning voor ons - schepsels- tussen;
- Gods souvereine wil
- de veranwoordelijkheid van de mens.
en zeggen, zoals ik het een vorig maal heb gezegd:
"Laten wij in ieder geval ons deel doen: vertrouwen op en geloven in de Heer en daarnaar handelen" .

Maar ik wil ditmaal toch nog iets verder gaan. In Jesaja 43 v 6 en 7 staat:
"Breng mijn zonen terug van verre,
mijn dochters van de einden der aarde,
allen over wie mijn naam is uitgeroepen,
en die ik omwille van mijn majesteit (mijn eer)
geschapen heb, gemaakt en gevormd" .

Heel voorzichtig, aftastend zou ik willen zeggen: kan het ook zijn, dat God redenen uit zichzelf heeft genomen om niet van alle eeuwigheden tot alle eeuwigheden, voortdurend in zichzelf genoeg zijnde, altijd maar doende te blijven, voortdurend liefde door te sluizen van God de Vader via God de Heilige Geest naar God de Zoon en weer terug.

Zou het kunnen zijn, dat God redenen vond in zichzelf om zich te omringen met een schare van toegewijden- mensen en engelen- die zijn liefde zouden kunnen ontvangen en terugkaatsen.

En zou het dan zo kunnen zijn, dat- zoals elk ding en elk individu- die trouw en die liefde moesten bewezen worden door het afleggen van een proef.

De proef kwam voor de engelen, die alles van God wisten, voor zover dat 'alles' voor een schepsel te kennen is...En die proef was voor de engelen ' eenmalig':
- kan je er mee leven, wanneer blijkt, dat jullie dienaars zijn en een nog te scheppen wezen, de mens, de hogere status van 'zoon' krijgt.

Satan- toen nog ' de perfecte' uit Ez 28- en zijn bentgenoten zakten voor die proef en kwamen buiten het beoogde heil te staan, dat God voor zijn beminden had bereid in zijn ín wording zijnde ' eeuwige tempel'.

Maar toen de mens geschapen werd, kreeg de voormalige 'Perfecte', Ezechiël 28, nu duivel geworden, een nieuwe functie:
"Beproef de mens, of hij een 'jazegger' is of ook een 'neezegger'. Want in mijn hemelse heiligdom komen alleen diegenen binnen, die een proef hebben doorstaan".

Satan kwijt zich met alle ijver van die taak en test elke wereldburger af, of hij waardig is om de tempel van God in de eeuwigheid binnen te gaan.

Alle mensen....
en dat is iets anders dan jij het formuleert
....hébben geloof. Dat hoort bij hun mens-zijn , evenals het aan hen gegeven verstand.
Maar waarom het gaat...geloof dat zich op God richt....dát moet bewezen worden onder de keiharde verzoekingen van satan.

De 'neezeggers' sorteren zichzelf uit. Dat is voor eigen verantwoordelijkheid.

Daarmee is de vraag van jou:
"Waarom geeft God niet aan alle mensen geloof",
min-of-meer beantwoord.
Elk mens krijgt in zijn leven....
anders dan de 'alles wetende' engelen
....vele kansen.
Benut iemand de kansen niet, zoals ze hem door jouw mond heen geboden worden....wel: hij krijgt nog meerdere mogelijkheden, vele, zeer vele , maar niet onbeperkt.

En ergens blijft toch de onbeantwoorde vraag:
"Gods almacht heeft alles van te voren vastgelegd".

Maar altijd weer deze conclusie:
"Komt tot de wateren..."(Jesaja 55 v 1)

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 19:12 Reageer op dit bericht

Meer van geloofsaangelegenheden

↑ Terug naar de berichten