Je vraagt ongeveer, hoe we ons het gebedsleven van de Heer Jezus , tijdens zijn verblijf op aarde moeten voorstellen. Eerst even een voorbee…
Je vraagt ongeveer, hoe we ons het gebedsleven van de Heer Jezus , tijdens zijn verblijf op aarde moeten voorstellen.
Eerst even een voorbeeld.
Onze koningin gaat wel eens incognito naar het buitenland. Ze blijft dan wel koningin, maar tijdens haar verblijf in het buitenland doet 'de gravin van Buren', zoals zij zich dan noemt, geen enkel beroep op haar koninklijke waardigheid. Er behoeven geen officiële onvangsten te zijn, niets van dat alles.
(Natuurlijk is het in de practijk zo dat het ministerie van Buitenlandse Zaken wel de instanties in het buitenland heeft ingelicht. Officieus is best wel wat 'beweeg', maar officieel wordt dat niet).
Stel je dat nu ook zo een beetje voor van 'de Tweede Persoon van het Goddelijk Wezen', Gods Woord.
Je weet: God is ondeelbaar en maakt zich toch kenbaar aan ons via drie verschijningsvormen, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
God de Zoon gaat dus naar de aarde met als opdracht:
"Draag de zonden van de mensheid . Doe dat als mens. Door een mens (Adam)heeft de duive; de zonde in de wereld ingebracht. De eerste mens werd door de duivel verslagen. Een méns moet nu de duivel verslaan en voor al degenen, die in hém geloven, de zonde weer uit de wereld verdrijven".
Maar als mens 'het buitenland binnenkomende', was God de Zoon hier incognoto. Hij moest het helemaal hebben van 'zijn menselijke natuur'.
God gaf hem echter een almachtig hulpmiddel, dat voor alle mensen ter beschikking zou gaan staan: de vervulling met zijn Goddelijke Geest. Deze komst tot Jezus van ´de derde Persoon van het Goddelijk Wezen´wordt beschreven in Matth 3 v 16 en 17.
Jezus was toen 33. Ik neem aan, dat Gods Geest hem al eerder vervulde, al zal hij in zijn baby-, peuter-en kleuterjaren en ook verder als jong kind, door God de Vader zijn beschermd, zodat hij ook tóen niet zondigde.
Als Geestvervuld mens deed onze Heer toen alle wonderbare dingen, die over hem vermeld staan. Daarom kan Jezus ook over de met Gods Geest vervulde mensen, die na hem in menigte kwamen, het volgende zeggen:
Johannes 14 v 12:
"Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde als ik, en zelfs méer dan dat ...ik ga immers naar de Vader".
Dus: aan alle mensen, met Gods Geest vervuld, zal dezelfde macht en kracht gegeven worden als aan Jezus, naar de mate, waarin ze vervuld zijn met Gods Geest. Dan moet er overigens nog heel wat groei komen. Hoe ooit het plaatje zal worden, zie je omschreven in Openbaring 11.
Jezus had, op aarde incognito wandelende, dezelfde contacten nodig als ieder gelovige. ook als ieder met Gods Geest vervulde gelovige: het voortdurende gebedscontact.
Tenslotte bleek hij zo onoverwinnelijk, dat hij de geheel enige daad kon verrichten, waartoe ook de ´geestelijke reuzen´die er eéns zullen komen, niet in staat zijn: het wegdragen van alle zonden van alle mensen van alle tijden, in zoverre die mensen in geloof een beroep doen op zijn ´plaatsbekledende offerande´.
Maar voor jou geldt, wat al op jouw armbandje stond, dat armbandje dat nu ergens in een hoekje ligt: wwJd, what would Jesus do.
Hij bad intens, hij was vervuld met Gods Geest. Streef jij ook naar een diepe persoonlijke relate met God en met Jezus en streef ook jij naar de doop in de Heilige geest.
Daag
Ger
Onlangs hoorde ik een goede preek. En met een 'uittreksel' daarvan heb ik -naar ik hoop- Talitha kunnen dienen. Maar....zondag jongstleden h…
Onlangs hoorde ik een goede preek. En met een 'uittreksel' daarvan heb ik -naar ik hoop- Talitha kunnen dienen.
Maar....zondag jongstleden hoorde ik ook een goede preek. En met een uittreksel daaruit hoop ik nu jou -als eerste- te kunnen dienen.
Vóor we van start gaan, Steffanie, even dit: de bijbel zegt: (Hebr 10 v 25):
"Laten wij, in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen en dat des te meer naarmate u de dag van Jezus' komst ziet naderen".
Wanneer ik toch die samenkomsten had verzuimd, wat zou ik veel gemist hebben! En wat voor mij geldt, dat geldt voor jullie allen.
Maar nu die preek van zondag;
Kort samengevat komt het hierop neer:
In Matth 25 v 14 -30 wordt onder andere verteld van mensen, die vijf talenten te leen kregen en er vijf talenten bijverdienden.
De gebruikelijke les die wij er uit trekken is deze;
Wanneer wij ons hele leven in dienst van de Heer Jezus stellen, dan bespeuren wij blij verrast, dat wij zélf in innerlijke waarde toenemen. Wij bespeuren bij onszelf onvermoede karaktereigenschappen, die wij kunnen gebruiken ten dienst van de Heer. Steeds meer van die innerlijke schatten bloeien open.
Houd die gedachte vooral vást.
Maar let daarnaast eens op wat Jezus in Johannes 17 zegt:
"Ik heb aan de mensen, die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekend gemaakt. Ze waren van u , maar u hebt hen aan mij gegeven".
En dan legt Jezus verantwoording af aan God over de aan hem gegeven mensen. Hij heeft ze innerlijk 'opgewaardeerd'. Ze zijn mensen geworden, die innerlijk hoger van gehalte zijn geworden.
Lijkt dat niet precies op de mensen van Matth 25, die met hun talenten aan de slag moesten.
En toen kwam in de preek déze oproep:
"Alle mensen, die jullie pad kruisen, zijn in zekere zin jullie talenten. Tracht zó te zijn voor hen, dat zij geestelijk dichter bij God en zijn rijk en zijn schatten komen en daardoor ook zelf 'upgraded'worden".
Ik luisterde geboeid. En opeens wist ik:
"Op ' Vraag het Ger heb ik nu honderdduizend inputs gehad. En ik heb geprobeerd aan al die mensen goede dingen van God te vertellen. O wat een kansen door Gods genade. Dank u Heer".
En tegen jou Steffanie, zeg ik dit:
- jou pa naast jou in de kerk
- die Russin, di een waardevol contact blijkt
- die collega's op kantoor
- die jongen in de trein.
O Steffanie....: wat een kansen voor jou en voor mij en voor iedereen.
Daag
Ger
Dag Talitha, Zo; onze eerste postingwisseling rond de jaarwisseling. 'Het beste' heb ik je al gewenst, (zie boven), dus wij kunnen direct aa…
Dag Talitha,
Zo; onze eerste postingwisseling rond de jaarwisseling. 'Het beste' heb ik je al gewenst, (zie boven), dus wij kunnen direct aan de slag.
Wat mij in je brief vooral opvalt, is dít:
Je maakt je zorgen over je vriendin en je tobt nog over de jongen, die zelfmoord heeft gepleegd.
Maar Tallie, is dat nu de bedoeling?!
Wat zegt de Heer; Jesaja 46 v 4:
"Tot in je ouderdom blijf ik dezelfde,
tot in je grijsheid zal ik je steunen.
Wat ik gedaan heb, zal ik blijven doen,
ik zal je steunen en beschermen".
Nu wéet ik sinds kort, dat je net twintig bent geworden. Dus sprake van grijsheid is er nog niet. Maar lees dit gedeelte nu eens zó:
"Talitha...
De Heer heeft je door je jeugd-en tienerjaren heengeleid en beschermd....dat zal hij blijven doen".
Maar wat hier en nu van belang is: de Heer dráagt. Jij bent er niet voor geschapen om te dragen, maar om gedragen te worden.
Die vriendin van jou hè...ga er nu niet onderdoor, dat zij die nare problemen heeft. Doe net als de vier mannen, die hun verlamde vriend bij Jezus brachten. Zij braken het dek boven de Heer Jezus open en lieten hun vriend zakken vóor de voeten van de Heer, Markus 2 v 4.
Draag jij ook zo jouw vriendin in je gebeden voor de Heer Jezus, breek desnoods 'het dak open' met je gebeden, Maar als je haar in je gebeden bij Jezus hebt gebracht, blijf voor haar bidden, maar: LAAT HET LOS.
Een tobberij, zoals over die kennis van je, die zelfmoord heeft gepleegd, ga je soms met je meedragen, het wordt een last voor je.
Maar wat zegt Jesaja 46 v 1 over deze aangelegenheden:
"Bel is gebroken, Nebo ligt geveld.
Eens droegen jullie hen plechtig rond,
maar nu zijn hun beelden voor de lastdieren,
een zware last voor uitgeputte beesten".
Wat wordt hier bedoeld?
De Babiloniërs droegen plechtig hun afgoden in processies en zo rond. Maar de vijanden kwamen en richtten het Babylonische rijk te gronde.
De overwonnenen vluchtten en laadden de afgoden op lastdieren, die het gewicht niet konden dragen. En even later lagen die beelden nutteloos weggeworpen, zie ook Jesaja 2 v 20: "de afdgoden zullen prijs worden gegeven aan ratten en vleermuizen".
Zo kan jouw getob over die jongen en over dat meisje tot afgoden van tobberij worden, die je als een last meetorst en die uiteindelijk nutteloos worden en weggesmeten worden, als het te laat is om van de last van die afdgoden volledig te herstellen. Maar Talitha....de Heer is er toch om te dragen en te torsen. Jij bent er toch om- na je gebeden en tijdens je voortgezette gebeden- gedragen te worden door Jezus.
Dat lijkt mij een lieve gedachte om je derde decennium én het nieuwe jaar mee in te gaan.
Daag
Ger
Zaterdag 30 december 2006
Antwoord op een vraag over het lijden van goede mensen Je formuleert niet helemaal precies denk ik, wanneer je zegt, dat 'de goeden lijden e…
Antwoord op een vraag over het lijden van goede mensen
Je formuleert niet helemaal precies denk ik, wanneer je zegt, dat 'de goeden lijden en de slechte heidenen feestvieren'.
Het zit toch iets anders.
Toen de Heer het heelal met de engelen, (de hemel, Genesis 1 v 1) schiep, kwam er na verloop van tijd opstand. Een zeer voorname aartsengel ontvlamde in bittere haat tegen de Eeuwige en besloot alles, wat God had gemaakt, te vernietigen.
Hoe en waarom dit nu allemaal gebeurde, voert te ver, om daar nu op in te gaan. maar in ieder geval: toen de Heer na de onzichtbare wereld, de hemel, ook het heelal schiep, de zichtbare wereld, waaronder de planeet Aarde, kwam de haat van de aartsengel tot uiting en werd hij uit de hemel gebannnen.
Uit wraak vernielde hij de aarde in opbouw in een reusachtige ontploffing, Genesis 1 v 2.
Maar God herformeerde de aarde en schiep als laatste en grootste scheppingswerk, hem ter ere, de mens.
De gevallen aartsengel, later bij ons bekend geworden als 'satan' probeerde daarna, uit haat tegen God, de mens te verleiden tot opstand tegen God. Hij slaagde daarin.
Maar God, de Onvoorslaanbare, hij die altijd overwint, zond op zijn tijd, toen de door de duivel, de satan, veroorzaakte verwarring onherstelbaar leek, zijn hemelse Zoon, God,zoals hij, die herstelwerk startte.
En in die tijd leven wij. De duivel probeert bij steeds meer mensen alles te verzieken.
Maar Jezus slaagt er in, doordat de Heilige Geest, (evenzeer God als God de Vader en God de Zoon), de mensheid bij de hand wil nemen, om steeds meer mensen van het verderf te redden en naar Gods liefde en blijdschap en vrede te voeren.
Nu begrijp je, dat de duivel in het bijzonder gebeten is op de mensen, die Jezus volgen. Omdat zij vrienden van God zijn, daarom zijn ze zíjn vijanden en hij probeert ze lijden te bezorgen en hij zorgt ook voor mensen, die vérleiden, gelijk jij nu net hebt ervaren.
Daarentegen probeert hij de mensen, die hem welgezind zijn, zoveel mogelijk te bevoordelen; dat is immers zijn belang.
Maar dat is een moeizaam bezigzijn. De mensen, die satan welgezind zijn, doen slechte dingen. En op het doen van slechte dingen is een mens niet gebouwd.
Dus: terwijl de duivel ze een tijdlang troetelt, gaan ze toch een keer aan hun slechtigheid te gronde.
Daarentegen : de kinderen van God, de 'vijanden van satan': wel probeert de duivel hen kwaad te doen, maar naar hun innerlijheid worden ze beschermd door God. Die staat echter wel toe, dat zij naar het uiterlijk beproefd worden, (wat dan overeenkomt met 'verzoeken door de satan').
Los daarvan gaat van Gods vijand een bedervende invloed uit op de hele wereld, terwijl God door Jezus Christus en door talloos vele andere omstandigheden goede impulsen uitzendt.
Dit alles tezamen geeft een voor mensen onontwarbaar geheel. Maar in Gods sterke handen komt alles tezamen en tenslotte lost hij alles op in een eeuwige heerlijkheid voor Gods beminden.
En in dat hele bestel ben jij nu als nieuwgeboren kind van God binnengetreden. Welkom!!!
Wij van HQ, die ook aan de Heer toebehoren, staan gereed om je van dienst te zijn.
Mijn hele topic, 'Vraag het Ger' staat daarnaast tot jouw beschikking.
Kom maar met je vragen.
Daag
Ger
Zaterdag 30 december 2006
"Wat kunnen de gevolgen zijn voor het geloofsleven van allerlei scheldwoorden en krachttermen, ook buitenlandse". Dat effect kon wel eens gr…
"Wat kunnen de gevolgen zijn voor het geloofsleven van allerlei scheldwoorden en krachttermen, ook buitenlandse".
Dat effect kon wel eens groter zijn dan menigeen denkt.
Efeze 5 v 4 zegt:
"Dubbelzinnige, oppervlakkige en platvloerse taal is ongepast- spreek liever woorden van dank".
In'1954' staat dit zó geformuleerd:
"Maar er mag onder u zelfs geen sprake zijn van....onwelvoeglijkheid en zotte of losse taal , die geen pas geven, doch veeleer van dankzegging".
'Van den Brink' schrijft hier:
"Onwelvoeglijk is datgene wat zich niet voegt naar de wetten van God en de goede zeden. Het woord bedoelt gemeenheid, dat zijn -in dit verband- vuile taal en dubbelzinnigheden en 'onbehoorlijke bewegingen'.
'Bij dat laatste is te denken aan wijzen op het voorhoofd, om daarmee aan te geven, dat de ander gek is of de middelvinger omhoogsteken om daarmee aan te geven, dat men de ander minacht, omdat hij -bijvoorbeeld- een andere landaard heeft. Zelf kun je daarbij nog allerlei andere gebaren voegen, die je weet te bedenken, maar span je maar niet te veel dienaangaande in'.
"Zotte taal ziet op vulgaire platheden en op schuine moppen, die bij 'het gewone volk' gewild waren. 'En vele voormalige tieners herinneren zich dergelijke gesprekken, gevoerd met andere jongelingen en jongedochters, terwijl er des avonds geflaneerd werd over de uitgaansroutes van stad of dorp. En die ouder geworden personen zullen nu veelal bespeuren, dat de toen gevoerde gesprekken niet levenswijsheid gevend waren, maar integendeel wijsheidrovend'.
"Losse taal bedoelt de geestige scherts door zogenaamd beschaafde standen, die toespelingen maakt op het sexuele leven.
Denk in onze tijd aan kluchten, toneelstukken , voordrachten, aan bepaalde t.v. en radioprogramma's.
Toendertijd hadden de gecultiveerde Grieken, zoals Aristoteles 'gekkernijen', (Statenveertaling) tot een deugd verheven, die de gesprekken 'veraangenaamden'.
Dergelijke zaken geven geen pas. Ze zijn een belediging van God. Ze zijn niet te rijmen met de heiligheid vazn de gemeente des Heren. In vuile woorden schuilt een negatieve en ontbindende kracht, die de mens verontreinigt.
Als tegenstelling noemt Paulus de dankzegging, waarin de Christen zijn blijdschap te kennen geeft en zijn God verheerlijkt en Hem lof toebrengt. Dit is een bewijs van een innerlijke gaafheid en gezondheid, waarbij men deel heeft aan de 'vreugde des Heren'. Dankzegging voor het goede neemt bij de Christen de plaats in van de vuile taal ".
Tot zover 'VdB', hier en daar door mij wat uitgebreid met eigentijdse voorbeelden.
Dus Djmexx.....wanneer jij- naar school willende gaan, bemerkt, dat je fietsband te zacht is, niet meer: 'sh..' of Sch..... of 'me...", uitingen, die vele jeugdigen ontschieten, maar bedenken, dat je band al dágen zacht was en dat je nooit de fut had om hem eens op te pompen, altijd maar denkende:
"Ach...het gáat nog wel, ik heb nou haast",
tot het je nu méer tijd kost, met het risico, dat de 'te zachte band' nog lekgeworden is ook. Elk grof gepraat brengt je wéer wat meer uít conditie, terwijl de bedoeling is, dat je door 'de Heer loven en prijzen' ín coditie komt.
Djmexzx; ik wil nog even iets aanroeren, wat voor jou nu niet zozeer leeft, maar wat aan anderen wel eens overkomt, bijvoorbeeld wanneer zij hun vroegere zondegeschiedenis en hun latere bekering schetsen:
Efeze 5 v 12 zegt:
" Wat...aan 'vruchteloze practijken' zoal gebeurt 'in de duisternis'...is te schandelijk voor woorden".
Ik heb wel gehoord, dat Christen te lang stilstonden bij het noemen van dergelijke missatanden , die ze teveel 'en détail' beschreven, daarbij in strijd komende met '1954' op dit punt:
"Want het is zelfs schandelijk om te noemen".
Zelfs door 'te uitvoerig noemen' van 'de dingen van satan' kan men zich verontreinigen.
Tot zover déze vraag.
Daag
Ger
Donderdag 28 december 2006
De vraag was dus: "Mag je als Christen zelfmoord plegen". Deze vraag zou ik als volgt willen 'ombuigen': "Mag een mens zelfmoord plegen". Ee…
De vraag was dus:
"Mag je als Christen zelfmoord plegen".
Deze vraag zou ik als volgt willen 'ombuigen':
"Mag een mens zelfmoord plegen".
Een standaard-antwoord hierop kan luiden:
"Niemand heeft het recht om leven, door God gegeven, te beëindigen".
Je weet dat dit een globale regel is, waarbij eindeloze discussies mogelijk zijn, bijvoorbeeld over het geoorloofd zijn van oorlogvoering, discussies, die op het ogenblik hier en nu niet aan de orde zijn.
Eerst eens wat bijbelse voorbeelden:
Ik ken maar vier zelfmoorden in de bijbel:
- 1 Samuel 31 v 4 en 5: Saul en zijn wapendrager.
- Achitofel, die David veraadde in diens strijd tegen Absalom, 2 Samuel 17 v 23.
- En natuurlijk Judas, die Jezus veraadde; (Matth 27 v 5).
Maar geen van die extreme voorbeelden is te vergelijken met de situaties, waarmee wij, medemensen van deze ongelukkigen, te maken krijgen.
Dikwijls betreft het mensen- ook Christenen- waarvan ieder achteraf moet zeggen:
"Ze hebben in een moment van verstandsverbijstering gehandeld".
Uiteraard ken ik -zoals alle oudere mensen- vele gevallen van zelfmoord. Maar steeds was er sprake van een overweldiging door satan in een zeer zwak moment.
Natuurlijk zijn er gevallen....
zoals bij Hitler en Goering, die zelf een eind aan hun leven maakten
...waarvan je zegt:
"Zo móesten deze levens wel eindigen".
Maar de gevallen, die ik ken, waren nooit zodanig.
En ik geloof, dat bij het grote oordeel van Matth 25 , Jezus, die alle bij hem bekende factoren laat meewegen- en dat zijn er véle- een volkomen rechtvaardig oordeel zal vellen over deze stakkers.
Laten wij deze zaken aan God overlaten en onze best doen om biddend mensen te begeleiden, die in onze omgeving zijn, en tevens in grote nood.
En door de Geestesgave van 'onderscheiden van geesten' worden wij bij de herkenning geholpen.
Die nood kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door;
- een groot gevoel van paniek bij jeugdigen, die opeens het nog zo onbekende, volwassen leven op zich aan zien komen
- een telkens weer opduikende depressie
- een hardnekking zelfmoordverlangen, door satan ingeblazen
- een zwangerschap, waarmee het betrokken meisje geen raad weet.
- enz. , (vul zelf maar in)
Wees waakzaam.
Daag
Ger
"Hoe dient men te handelen, wanneer men door roddel benaderd wordt". Allereerst deze wereldse wijsheid: "Wie tegen jou roddelt over anderen,…
"Hoe dient men te handelen, wanneer men door roddel benaderd wordt".
Allereerst deze wereldse wijsheid:
"Wie tegen jou roddelt over anderen, zal te zijner tijd ook tegen anderen roddelen over jou".
En dan een bijbelse wijsheid:
Spreuken 26 v 22:
"De woorden van een lasteraar, (roddelaar) neemt men gulzig in zich op,
ze zijn een lekkernij, die de buik verzadigt".
Dat bedoelt te zeggen, dat het aanhoren van verhalen over domheden, die anderen begaan, ons latent aanwezig gevoel van hoogmoed streelt:
"Ik doe zo gek niet".
Er zit dus een verzoeking in het weerloos aanhoren van ellendige praat. Men behoort actief te zijn in zijn innerlijk, met gebed, raadplegen van de Heer.
Ik maakte een geval mede, dat iemand afschuwelijk tegen mijn vrouw en mij roddelde. Mijn vrouw nam het initiatief na enige tijd geluisterd te hebben met 'innerlijk overleg'. Ze zei ferm:
"Hoor eens hier....aan ieder van ons zit wel iets min of meer scheef...daar wil ik het maar bij houden".
De roddelaarster viel stil. Ik denk, dat het -gezien de ambiance- het beste was, wat mijn vrouw of wie dan ook had kunnen zeggen op dat moment.
Andere teksten:
Spreuken 16 v 28:
"Een lasteraar drijft vrienden uit elkaar".
Spreuken 26 v 20:
"Als de lasteraar verdwijnt, eindigt de ruzie".
Maar Djmexx....ook jegens de lasteraar heb je een taak.
In de korte spanne tijds, dat hij begint:
"Zeg heb je dat gehoord van die mooie afdelingschef van ons. Ze zeggen , dat..."
kun je al beginnen te bidden voor hem in een kort schietgebed:
"Heer...genees hem....breng hem tot inkeer".
Hij is voor jou eigenlijk een vijand. Maar houd jij niet op om voor hem een vriend te zijn, hoewel voorzichtig met de sfeer, die van hem uitstraalt.
Daag
Ger
Nou, dat was even geen 'sunshine' hè. Maar wat deed je er wijs aan, je ergernis even van je af te schrijven. Wanneer je het uitgezegd hebt t…
Nou, dat was even geen 'sunshine' hè.
Maar wat deed je er wijs aan, je ergernis even van je af te schrijven. Wanneer je het uitgezegd hebt tegen iemand, dan is het net of je een beetje opgelucht bent en dat ís ook wel zo.
Laat mij eerst een verhaaltje vertellen uit 1898.
Mijn moeder was toen een jonge blom van achttien en ze had verkering. Dat raakte uit. En een paar weken later zag ze haar ex met haar beste vriendin bij zich.
Bitter bedroefd dus. Maar een tijdje later ontmoette ze ene 'Koos' en het raakte 'aan' en het bléef aan. En luttele tijd daarna ontmoette ze- samen met Koos- haar ex en 'dat andere meisje' en ze wist, dat haar Koos de ex was van dat andere meisje. En zo stonden die twee stellen daar even lachend tegenover elkaar. En bij beide stellen was er de opluchting:
"Alles goed gekomen".
Waarom ik dit eenvoudige verhaal nu even weergeef, een verhaal van zo lang geleden.
In alle eeuwen zijn er van die perikelen geweest. En ze gaan weer over.
Zo zal het ook met jou gaan.
Natuurlijk zijn er met deze jongen diepere vriendschapsbanden gegroeid in die jaren verkering. Je gaat door een soort rouwproces. En hem nu met een ander meisje te zien, terwijl jij nog geen andere jongen hebt, kan aanleiding zijn voor negatieve gedachten:
- is hij soms beter dan ik omdat hij meer gezegend wordt
- heb ik het stom aangepakt indertijd
- ben ik wel leuk genoeg voor jongens,
allemaal gedachten, die je zelfbeeld kunnen beschadigen.
En wie kan er belang bij hebben om jouw zelfbeeld te beschadigen. Juist: de duivel.
Weersta hem in de naaam van Jezus vanaf het begin van zijn vervelende pogen.
Leg deze zaak ook maar weer eens aan de Heer voor.
Je zou bijvoorbeeld iets kunnen zeggen in deze geest:
............
Lieve Heer Jezus,
U weet, dat er nog steeds een pijnpunt ligt. En u weet, dat ik uw steun nodig heb om het geboor van satan in de muur van mijn levenshuis te weerstaan.
Dank u Heer dat u die steun geeft.
................
En houd ook met mij contact hoor, wanneer het nodig is.
Daag
Ger
Woensdag 20 december 2006
De vraag was: Klopt de volgende definitie van het vagevuur? Volgens de leer van de Rooms-Katholieke Kerk de toestand, plaats of situatie in …
De vraag was:
Klopt de volgende definitie van het vagevuur?
Volgens de leer van de Rooms-Katholieke Kerk de toestand, plaats of situatie in het hiernamaals . . . waar de zielen van degenen die in genade sterven maar nog niet vrij zijn van alle onvolmaaktheid, boete doen voor niet vergeven dagelijkse zonden, of de tijdelijke straf wegens dagelijkse zonden en doodzonden die reeds zijn vergeven, uitboeten en zodoende gelouterd worden voordat zij de hemel binnengaan" .
Mijn antwoord:
Ik zag deze definitie gaarne door een andere vervangen . Om hiertoe te komen, geef ik eerst wat schriftplaatsen
Openbaring 2 v 11:
Wie overwint zal van de tweede dood geen schade lijden
Openbaring 20 v 6 :
Gelukkig en heilig zijn zij die deel hebben aan de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen macht over hen
Openbaring 20 v 14:
Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood : de vuurpoel.
Openbaring 21 v 8;
Maar voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood.
Een eerste conclusie kan zijn:
- er zijn gelukkigen, die NIET door de 'tweede dood' beschadigd worden
- die gelukkigen hebben deel aan een éerste opstanding
- de tweede dood, die kan beschadigen, is de hel.
- Maar voor mensen die in de zonde zijn gebléven, is er geen sprake van beschadiging door de hel. De hel is hun déel.
Nu een tweede groep teksten, die spreken over beschadigend vuur, hellevuur.
1 Corinthe 3 v 11 - 15:
Niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt- Jezus Christus zelf.
Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is.
Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door het vuur aan het licht gebracht worden. Het vuur zal laten zien, wat ieders werk waard is.
Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond.
Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar...door het vuur heen.
Bij deze teksten gaat het over mensen, die -evenals Abraham en Lazarus- (Lucas 16), zich aan de goede kant van het dodenrijk bevinden. Zij hebben bewust of onbewust, (Romeinen 2 v 14) gebouwd op het enig mogelijke fundament, Jezus Christus. Daarom genieten zij nu een onvoorstelbare zaligheid.
Uit de conversatie tussen Abraham en 'de rijke man in de hel' blijkt, dat er na de dood een -zelfs verscherpt- bewustzijn bestaat.
Alle mensen aan de goede zijde van het dodenrijk zullen weten of hun werk op aarde voor Jezus 'goud, zilver en edelgesteente 'was of 'hout, stro en stoppelen'.
Zij zullen ook weten, dat er een dag komt, in Matth 25 voorzegd, waarop hun werk wordt getoetst, een dag, die pijnlijk kan zijn voor hen, omdat de vlammen van de tweede dood wellicht aan hen raken, terwijl hun gebouw van aardse daden ineenstort en vergaat.
Maar de droefheid om die komende dag zal weer worden 'overklast' door de vreugde om dit weten:
" Na die laatste, beschamende ervaring, zullen wij nochtans Gods rijk betreden en door het geboomte des levens worden genezen", (Openbaring 22 v 2).
In deze laatste regels is de nieuwe definitie gegeven.
Daag
Ger
Zaterdag 16 december 2006
Dag Martino, Je had wat vragen bij Spreuken 22 v 2: In de nieuwe vertaling luidt die spreuk: "Eer aan God, omdat hij dingen verbergt, eer aa…
Dag Martino,
Je had wat vragen bij Spreuken 22 v 2:
In de nieuwe vertaling luidt die spreuk:
"Eer aan God, omdat hij dingen verbergt,
eer aan de koning, omdat hij dingen onderzoekt".
In déze vertaling kan het zo zijn, dat je er een loflied in leest:
"Wat is het goed, wat is het een genade om een regering te hebben, die met wijze en vooruitziende blik ons land regeert.
Maar wat is het ook goed om een God te hebben, zo onpeilbaar hoog verheven, dat hij dingen voor ons verbergt,die voor ons te zwaar zouden zijn en waarvoor hij- op zijn tijd- de oplossingen geeft, die wij nooit zouden bedenken".
Misschien, Martino, zeg je:
"O...nu begrijp ik het Ger...en ik heb wéer meer stof tot juichen".
Maar er is ook een mogelijkheid, dat je zegt:
"Nou neu....kom met wat anders".
Daartoer lees ik je eerst deze tekst in de NBG-vertaling:
"Het is Gods eer een zaak te verbergen, maar der konigen eer, een zaak uit te vorsen".
De kanttekeningen zeggen hierbij:
"De heerlijkheid van God komt hierin uit, dat Hij toont, dat Híj alleen God is. Hij staat boven alle schepselen. Hij beheerst hen allen. Hij bepaalt hun aller lot, maar zelf is Hij de onbegrijpelijke. Niemand zal ooit God kunnen doorgronden. Hij openbaart zijn goddelijke heerlijkheid daarin, dat Hij, hoewel met de mens in gemeenschap tredende, toch voor dezen de Ondoorgrondelijke blijft.
De mens moge de drang in zich hebben om van alle dingen de achtergrond te leren kennen, dus door te stoten tot de diepste levenskern. Ten aanzien van God is dit niet mogelijk. In zijn openbaring is ook altijd verberging. De mens leert God wel kénnen, maar niet begríjpen. In dat verbergen toont God zijn Goddelijke heerlijkheid. 'Hoewel Ik mij aan u openbaar, o mens en hoewel Ik u uitnodig, alle dingen na te vorsen, zult gij mij nooit geheel leren doorgronden'.
(En wat de mensen betreft): de koningen hebben als rechters de taak, de moeilijke gevallen in het staatkundig en burgerlijk leven tot een oplossing te brengen".
Martino; ik kan mij voorstellen, dat je zegt;
"Ik kan hier zo een twee drie geen troostrijke gedachte uit halen".
Bestudeer deze uitleg nog maar eens goed. En bedenk ook, dat de gelovigen, die vervuld zijn met God de Heilige Geest'...
de Geest, die zelfs de diepten van God doorzoekt
....dat die gelovigen er veel beter voor staan dan de oud-testamentische gelovigen, omdat zij eerlang, bij staag doorgaan aan de hand van Jezus Christus, God zullen leren zien, zoals Hij ís.
(Om volledig te zijn ; alle gelovigen, uit de tijden vóor en ná Jezus zullen éens de volle heerlijkheid bereiken)
En denk dan ook eens het volgende:
"O....wat is het goed, dat ik, door genade een gedoopte ben met de Heilige Geest, bij volharding eens in het duizendjarig rijk als koning zal heersen met Jezus Christus (Jesaja 32 v 1) en dat ik dit doen kan, zoals het een koning betaamt, vol onbeneveld inzicht in moeilijkheden en oplossingen, zoals die zich dán zullen voordoen.
En wat een heerlijk idee, o Heer....dat zelfs in de heerlijke toekomsten , die er eens zullen zijn,ik steeds weer mijn geloof, hoop en liefde op U mag richten en dat U mij steeds meer tot in alle diepten zult inleiden, zonder dat ik- maar dat hoeft ook niet Heer- ooit in staat zal zijn, om uw diepten volledig te peilen.
Ik hoor nog wel nader van je, Martino, of je hier iets mee kunt.
Daag
Ger