"Welke rol speelt vernieuwing van denken en genezing van beschadigde emoties/opgekropte emoties hierin?. En hoe gaat dit in zijn werking".
En dat 'hierin' was dan: allerlei paniekgevoelens.
Mijn antwoord:
De Heer Jezus - kostelijk geschenk van God, de Vader- heeft, na zijn overwinnend ten hemel varen, aan ons een al even kostelijk tweede geschenk van God gegeven: God de Heilige Geest.
En die Heilige Geest is maar voortdurend, alle eeuwen door, bezig om aan Gods kinderen steeds meer van de Heer Jezus te leren. En al lerende, voert hij ons terug naar God de Vader. Het pad van God naar ons is al door Jezus gebaand. Maar het pad van ons naar God wordt door de Heilige Geest gebaand op grond van dat heerlijke Jezus-woord: "Het is volbracht".
En tot dat wonderbare werk van de Heilige Geest behoort nu ook: - vernieuwing van denken - genezing van beschadigingen.
Ik geef je een voorbeeld uit eigen leven: Waiki....jij weet dat nog niet zo; je bent -denk ik- vrij nieuw op HQ. Maar vele anderen weten het wel: Mijn vrouw en ik zijn 83/84 en aan de gezondheid van mijn vrouw hapert veel.
Ik ben mantelzorger, tevens huisman. Van de week werd het mij opeens allemaal te veel. Ik zat op de rand van mijn bed en stortte mijn hart uit: "O Heer...ik houd dit allemaal niet vol".
En gelijk kwam er een gedachte in mijn brein:
"Maar je weet, dat de Heer in het middelpunt van je denken moet zijn. Je zou hem toch 'liefhebben boven alles'. En wie zit er nu op de troon van je 'inner person': de situatie met je vrouw. Ga dat nu als 'een omstandigheid' zien, waarover je moet heersen, inplaats van je te laten beheersen door de omstandigheden".
Kijk; en nu heb ik de idee, dat God de heilige Geest weer eens voortging met het vernieuwen van mijn denken. Later geef ik nog een tekst , waaruit blijkt dat dit 'vernieuwen' een dagelijkse gang van zaken is, waarbij je tot in de ouderdom positief wordt begeleid. En toen ik dat inzicht kreeg, weken ook allerlei bezeerdheden, die verband hielden met mijn mantelzorgerstaak en kon ik er weer helemaal tegen.
En laat nu de persoon, van wie jij voortdurend spreekt... en die nooit zelf op bezoek komt in deze rubriek.... maar goed, daar zullen wel redenen voor zijn. .....zó doen: gewoon vragen aan de Heilige Geest:
"Heer... - ik wil mijn leven verliezen en het in uw troost hervinden en vernieuwen, (Lukas 17 v 23) - ik wil van nu af aan elke dag meer vernieuwd worden, (2 Cor 4 v 16), (dat is dus die tekst van zoëven) - ik wil tot volle kennis vernieuwd worden, met een rijk inzicht in alle frustraties, die zich in het verleden heben opgehoopt, (Col 3 v 10) - ik wil hervormd worden door de vernieuwing van mijn denken, (Romeinen 12 v 2) - ik wil mij laten dopen als teken van mijn wedergeboorte . Ik wil in dat bad van de wedergeboorte gaan door de vernieuwing door de Heilige Geest....en als ik al zó gedoopt bén...dan wil ik dat nieuw ervaren.(Titus 3 v 5). - ik weet dat er voor mij gebeden wordt. En op die wijze wil ik de genezing van mijn innerlijke 'verknopingen' ontvangen, (JaC 5 V 16) - Ik heb geloof om die genezing te vinden, (Hand 14 v 9).
Breng dit zo over en zeg erbij, dat ik de 'middellijke vragensteller' ook graag eens zélf in deze rubriek zou zien.
Jij ging uit van de volgende stellingen: - de bijbel is voor mij niet geldig als bron - Jezus heeft voor mij geen bijzonder betekenis - Het is de vraag of hij niet gewoon een verzinsel is.
Je hebt vele uitstekende antwoorden gehad. Voor iedereen was het een uitgemaakte zaak dat je zulke vragen stellen mág als ongelovige.
Na al die uitstekende antwoorden op jouw 'to the point' vragen heb ik toch ook nog wel een aanvullend antwoord.
De bijbel zegt in Romeinen 1.... je zult gaan lachen en uitroepen: "Zie je wel", maar ik heb een heel andere gedachtegang:
"Nou....wat zegt de bijbel dan in Romeinen 1 ??!!".
Vanaf vers 19 staat; "Wat een mens over God kan weten is (ook aan de ongelovigen) bekend, omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. ER IS NIETS, WAARDOOR (DE MENSEN DIE NIET IN GOD GELOVEN), TE VERONTSCHULDIGEN ZIJN".
De bijbel, voor jou een geschrift zonder gezag, stélt hier iets. Mijn vraag aan jou is: "Is deze bewering waar???"
Is het zo, dat jij , naar de aarde, de fauna en de flora, de bergen en de zeeën kijkende, de wolken en de wind beziende, de hemellichamen volgende, tot het inzicht bent gekomen: "Ja....er moet iemand zijn, die in zijn werken en zijn kracht de mensen overstijgt...die God is".
Als je zo in het diepste van je wezen wel eens gedacht hebt, voordat je die gedachte wrevelig onderdrukte, dan heeft de bijbel als 'kenbron' al een punt.
Maar ik heb nog een andere tekst voor je. Zeker ik weet, dat je zult uiroepen: "Man...kom toch niet met bijbelteksten aan. Die zijn immers voor mij abacadabra; ik kán er toch niets mee".
Maar ook ditmaal heb ik een andere bedoeling dan jou te overtuigen. Ik heb trouwens nog nooit iemand op dit gebied overtuigd; dat is ook mijn functie niet; ik ben een 'getuige'. Maar goed; hier ís die tekst dan: "De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn".
Alleen de Heilige geest van God, ( de derde Persoon van de Goddelijke Drieëenheid) kan aan iemand de verzekeering geven dat hij een kind van God is.
Die Heilige Geest, God zelf dus, heeft aan velen op dit Forum bemoedigend toegefluisterd: "Jij....die gelooft, dat de Here Jezus Christus alles in orde gemaakt heeft tuseen God en jou....jij bent een kind van God".
En díe mensen krijgen een relatie met God...gaan vol liefde in zijn liefdesbrief- de bijbel- lezen en bemerken dan, dat het geen belachelijk allegaartje is, maar dat er een hemelse lijn in zit, die een ieder van ons maar éen naam toefluitert: "Jezus".
Maar jij, Ridder, hebt hier part noch deel aan. Ik zeg dit niet hoogmoedig, maar gewoon 'zakelijk vaststellend'. De Heilige Geest zou jou wel wat willen zeggen, maar je geestelijke oren zijn gesloten. Jammer, maar helaas.
Toch is het misschien tijd voor een proef. Jij, 'Ridder zonder vrees of blaam'...durf jij het aan om met een ontvankelijk en open gemoed te zeggen: "Wel Heilige Geest...ik zeg dit onbevangen...niet op zoek naar een mij geruststellend antwoord of 'geen antwoord'...'dat boek' zegt: ' Wanneer de Heilige Geest komt, zal hij de wereld duidelijk maken, wat zonde, gerechtigheid en oordeel is; - zonde: dat ze niet in mij -Jezus- geloven - gerechtigheid: dat ik naar de Vader ga en jullie me niet meer zien - oordeel: dat de heerser over deze wereld (de duivel) is veroordeeld' (Johannes 16 v 8-10).
Hier ben ik; leg desnoods een zaadje neer, dat gaat ontkiemen. Als het echt zo goed is om 'een kind van God' te zijn'...dan wil ik bij die ploeg horen".
Je zag een tegenstelling tussen: 2 Samuel 24 v 1: "En God zette David aan om het volk te tellen" en 1 Kronieken 21 v 4: "En satan zette David aan om het volk te tellen".
Kan ik je dienen met de volgende uitleg?:
In het centrum stonden twee personen of groepen van personen: - David....hij had een latente hoogmoed in zijn hart. "Tjonge, wat heb ik het ver geschopt". - een deel van het volk Israel. Onder leiding van de stam Efraïm morde het tegen de suprematie van de stam Juda. Maar in die rivaliteit van de stam, die ná Juda toch wel het machtigste was en die tenslotte een groot leider had geleverd: Jozua, zat een kwaad beginsel. God had Jeruzalem als hoofdstad aangewezen en de stam van Juda als de drager van de 'belofte van de konemde redder'. Onlustgevoelens tegen de stam Juda waren dus tevens zonden tegen God.
God wilde daar wat aan doen: - De koning was met zijn hoogmoed op de verkeerde weg. Hij was eigenlijk buiten de veilige omheining van God aan het wegdwalen in de 'mijnenvelden' van de duivel - Het 'volk van de 10 stammen' was nog veel verder weggedwaald in die verraderlijke moerassen van de tegenstander. Het had onder Absalom al blijk gegeven van separatistische neigingen en rebellie tegen het voornemen van God.
Koning en volk behoorden terug te keren binnen de veiligheid van God. Zij hadden zichzelf buiten die omheining gewaagd. Wanneer het terugkeren naar God pijn ging doen, was dat hun eigen verantwoordelijkheid, maar : terugkeren zou de weg openen tot berouw, boete, bekering en herstel van de goede verhouding.
Maar....wie zou de verzoeking leveren, die uiteindelijk als een beproeving van Godswege, zou kunnen leiden tot terugkeer binnen Gods bescherming.
Er was er éen, die daarvoor zeer geschikt was: de duivel. Nu zul je vragen: "Wat....Gods verklaarde tegenstander!?"
Bally; om dat te begrijpen, dien je het volgende in aanmerking te nemen. Niets kan zich onttrekken aan Gods almacht; ook zijn felste tegenstander niet. Alle daden van mensen en engelen, de positieve en de negatieve, werken mede aan het totstandkomen van Gods eeuwige bouwwerk: zijn tempel, (Openb 21 v 22).
De negatieve daden helpen aan die bouw mee als steigerwerk en worden te eniger tijd met hun bedrijvers weggeruimd. Zij, die zulke daden bedrijven, doen dat voor eigen verantwoordelijkheid.
Zij, die de positieve daden bedrijven, maken deel uit van de tempel en zullen tot in alle eeuwigheid Gods genade over hen bezingen.
Wanneer nu God de satan even 'de vrije teugel geeft',verandert dat niets aan Gods heiligheid. Het gevolg van alles, wat positief en negatief gebeurt, is toch: zijn tempel.
In deze zin kan je begrijpen , dat er staat, dat God David opzette om een volkstelling te organiseren , en dat: vanuit Davids hoogmoed.
Maar satan veerde op, toen hij even vrijheid kreeg. Hij had allang de latente hoogmoed bij David bespeurd. Nu sprong hij toe en blies David in om die telling te houden. Hij wist al lang, dat een en ander tot onheil voor het volk Israel zou leiden. Maar dat was voor hem een verkwikkende gedachte. Hoe meer ongein hoe beter.
Met fijne nuances als: - David wordt aan zijn hoogmoed ontdekt en komt tot berouw en bekering - het volk ziet af van zijn afval van Jeruzalem als aangewezen stad namens God. Het bekeert zich insgelijks, ...met dat vrome gedoe bemoeide hij zich niet.
Zo kan ook gezegd worden, dat satan David opstookte.
En kijk nu eens naar de uitkomst: - David kwam tot berouw, (2 Samuel 24 v 17) en het latere slot was, dat op de dorsvloer van Ornan enkele decennia later de aardse tempel begon te verrijzen - dat het volk Israel tot berouw kwam, staat er niet duidelijk, maar de separatistische neigingen werden in ieder geval tientallen jaren uitgesteld.
Bally; een moelijke kwestie; maar ik heb mijn best voor je gedaan in biddend opzien tot de Heer.
Die tekst uit Prediker 7 v 28 vind ik misschien wel de naarste uit de hele bijbel: "Onder duizend heb ik éen mens ontdekt; maar een vróuw heb ik onder deze allen niet ontdekt".
Ger ....zeg híer nu eens iets over !
Antwoord: Je haalde deze tekst uit de NBG. De NBV zegt: "Onder duizend mensen vond ik er maar éen die ook werkelijk een 'mens'was....maar...het was géen vrouw".
Om deze tekst een verklaring te geven, die hem voor de dames onder ons wat minder schrijnend maakt, moeten wij terug naar Genesis 3 v 16: "Tegen de vrouw zei God (als oordeel na de zondenval): ' Je zwangerschap maak ik tot een zware laat, zwóegen zul je als je baart. Je zult je man begeren en hij zal over je heersen' ".
Tegen de man zei God ook heel moeilijke dingen. maar de vrouw werd toch wel heel erg getroffen. Allereerst waren er die zwangerschappen. Elke keer weer die marteling. Ik heb het bij mijn vrouw zeven keer gadegeslagen en het is toch wel een heel zware geschiedenis. De vrouwelijke sekse werd door dat gemeenschappelijk lijden toch wel op achterstand gezet ten opzichte van de mannelijke sekse, die deze persoonlijke kwelling niet kende.
Maar dat tweede !!! Geleidelijk aan ontaardde dit, naarmate de zonde doorwerkte, tot een soort slavernij, waarin vele vrouwen kwamen te verkeren en ten dele nóg verkeren.
Er zijn in de loop van de eeuwen zoveel vrouwen geweest met een veelkleurigheid van rijke mogelijhkheden. Maar altijd weer was er de belemmering, die uitging van de -onterechte- heerserspositie van de man....de man, waarnaar ze telkens toch weer terugging, als door een magneet aangetrokken.
Men spreekt wel van 'de tragiek van een onvervuld vrouwenleven'. Je zult het toch maar moeten meemaken dat je op school heel erg goed was met rekenen, zo goed, dat er een 'profeesor in de wiskunde'-baan in had kunnen zitten. Maar je man zei; "Ik weet maar éen recht voor vrouwen....en dat is het aanrecht".
De man had de mogelijkheid om zich- ook in deze steeds meer zondig wordende wereld- toch nog vooruit te werken. Maar voor de vrouw bestond die mogelijkheid niet of in veel geringere mate.
En jullie kennen allen die wijsheid: "Impressie zonder expressie leidt tot depressie". (Spreuken 13 v 12: "Almaar onvervulde hoop maakt ziek"). En wat heeft generatie na generatie vrouwen onvervuld en onbewust gehoopt, maar wél met gevolg: een collectieve morele achterstandspositie
En dat is nu wat Prediker waarnam, zonder er op dat moment een verklaring voor te hebben. Mannen konden zich ontplooien, gedichten schrijven, ,koning worden, daden doen, zoals David. Voor de vrouwen bestond die mogelijkheid in veel geringere mate. Zeker; er waren vrouwen, die er desondanks veel van wisten te maken; ik noem alleen maar Deborah. Maar er was al die eeuwen door van mannenonderdrukking die extra handicap , die frustratie van 'zich niet kunnen ontplooien, zoals moest'.
Onlangs voerde de koning van Marokko veranderingen door, die de wetgeving moderner maakten. En in het kader daarvan zei hij: "We zijn toch onverstandig om 51 % van de intellectuele kracht, die in ons volk huist, onbenut te laten. Dat hebben wij eeuwen lang gedaan. Maar ik wil,dat het hiermee afgelopen raakt".
Mooi...heel mooi...voor de vrouwen daar wenkt een nieuwe dageraad. maar wat een frustraties zijn er alleen al dáar alle eeuwen sedert Adam, zeg Noach geweest, onder vrouwen.
En lees deze tekst dan ook in Nieuw Testamentisch licht, met als vervolg dit: Maar....waar het koninkrijk van God baanbreekt, wordt de vrouw vrij en begint aan een inhaalslag, die al die frustraties wegneemt en de paradijs toestand begint te herstellen. En wanneer dat proces voltooid is, zullen er onder die duizend mannen honderden zijn, die echt 'mens' zijn. En onder duizenden vrouwen 'evenveel honderden', die echt 'mens' zijn.
Er is al veel gebeurd in vele landen van de wereld. Maar de grote doorbraak komt nog in het duizendjarig rijk.
Je vroeg met vraag 15, wat dat toch voor een wonderlijke geschiedenis was van Juda en Tamar.
Inderdaad is dat verhaal uit Genesis 38 een echt onaangename gebeurtenis. De bijbel is heel eerlijk en open. Als God het nodig oordeelt, dat wij ook dit aspect van het mensengebeuren kennen, dan onthoudt hij ons dat niet. .............. Deze onverkwikkelijk geschiedenis komt in het kort hierop neer: Juda gaat weg bij de clan, die onder leiding staat van zijn vader Jacob. Waarom?.....sommigen hebben geopperd- maar het blijft een veronderstelling- dat het voortdurend gejammer van 'de oude' over zijn verdwenen zoon Jozef een oorzaak kan zijn geweest. Juda, die het vreselijke geheim kende, die er mede voor verantwoordelijk was, kan het op de duur 'op zijn zenuwen gekregen hebben' van het geklaag van zijn vader en steeds meer aan zijn schuld ontdekt zijn. Waarom zijn broeders dan wel bij pa bleven...misschien knaagde de wroeging bij hen minder dan bij Juda. Deze is later - in Genesis 44- degene, die het voortouw neemt om de ellendige zaak uit het verleden op te ruimen. Goed...het blijven veronderstellingen. Juda zet dus zijn eigen 'stamlijn' op, maar het loopt allemaal helemaal niet glorieus.Juda begeeft zich uit de veilige kring rond Jacob, de dienaar van God en trekt de Kanaänietische streken in. Hij trouwt een meisje uit die contreien en ze schenkt hem drie zoons.
Wanneer die éen voor éen huwbaar worden, zoekt hij voor de oudste, Er, een vrouw, Tamar. Maar Er deugt niet en de Heer laat hem sterven. Ingevolge een oeroud, door Israel overgenomen gebruik, zegt Juda tegen zijn tweede zoon, Onan: "Als zwager van Tamar moet jij nu met haar trouwen. Het eerste kind, dat geboren wordt, zal gelden als het kind van wijlen je broer Er".
Maar Onan heeft er geen zin in om een kind te verwekken, dat niet als zijn eigen kind gaat gelden. En daarom 'gaat hij bij het vrijen telkens 'voor het zingen de kerk uit', zoals dat tegenwoordig zo plastisch heet. De Heer toornt hierover en ook Onan sterft en Tamar blijft dus maar steeds kinderloos en heeft als 'weduwe' een uitzichtloos bestaan.
Sela is nog jong. Maar wanneer ook híj huwbaar wordt, denkt Juda: "'k zal je lekker danken. Hij zeker óok dood" Want van de achtergronden in de onzienlijke wereld weet hij niets. Hij denkt, dat Tamar op de een of andere wijze de oorzaak is van al deze sterfgevallen.
Tamar blijft maar steeds in haar staat van weduwe en krijgt in de gaten, dat zij bedrogen is. En ze grijpt naar een ander oud-Oosters gebruik. Als de zwager niet beschikbaar is, dan moet de vader van de overledene voor het verwekken van een kind opdraaien. En- volkomen in haar recht zijnde- krijgt zij dan dit kind van Juda, die zij tot deze daad brengt , door zich als prostituée voor te doen. Van Juda's kant bezien, is dit niet meer dan 'vuige zinnelijke lust'. Zo ver is hij al moreel achteruitgetuind, door zich uit de 'vertrouwde kring rond Jacob' terug te trekken.
Wanneer alles uitkomt, en Juda zijn schoondochter- ook volgens oud-Oosters traditioneel recht- wil verbranden, toont zij hem zijn staf en zijn zegelring, die zij als voorschot op haar- nooit uitgekeerd- 'hoerenloon' van hem heeft ontvangen.
En dan laat Juda haar in leven. Zij krijgt een tweeling. Een van die kinderen wordt een voorvader van onze Heer Jezus Christus.
Twee lijnen in dit verhaal: - allerereerst: wat was de afstamming van onze Heer divers: allerlei volken werkten er aan mee; later Ruth, de Moabietische, een nazaat van Moab, (Moab was in incest verwekt) en daaraan voorafgaande deze Kanaänietische. Jezus had een stamboom, die helemaal zó was als allerlei aardse stambomen kunnen zijn.
- en dan die tweede: wat leidt de ene zonde tot de andere. Juda trok weg van pa, de veilige schutse van God verlatende. En wat loopt het daarna allemaal ordinair! Een goede leer voor ons. Loop niet weg bij de Heer...en als het toch gebeurd is, ga dan weer gauw naar hem terug, gelijk ook Juda later heeft gedaan.
Ik lees in 2 Samuel 23 over de dertig helden van David. Het gaat maar voortdurend over allerlei heldendaden. Maar wat hebben we daar nú aan.
Mijn antwoord: Er is sprake van: - grote bekwaamheid om te strijden,v8 - stand houden, terwijl anderen zich terugtrekken, 10 en 12 - alles aandurven, 13-17 - niet bang zijn voor reuzen en leeuwen, 20-21 - ...en ga zo nog maar even door.
Wíe had nu die uitbarsting van krijgshaftigheid en vaderlandsliefde en 'trouw aan de leider' veroorzaakt. David, met zijn overwinning op Goliat en nog zoveel overwinningen meer. Hij had ook na de warrige 'Rechtertijd' en na het ongelukkige 'Saul-experiment' ervoor gezorgd, dat er nu eindelijk perpectief was op een rustig, succesvol volksbestaan onder krachtige leiding. En de gevolgen bleven niet uit: zo leider, zo volk. De heldenmoed van David werd 37-voudig vermenigvuldigd.( v 3.
Het is zo goed om de bijbel eens van achter naar voren te lezen. Dan doe je namelijk een grote ontdekking. Het hele Oude testament is namelijk éen grote heenwijzing naar Onze Heer Jezus Christus.
Ga maar na: híj is onze redder, verlosser, genezer en doper met de Heilige Geest. En ik zie het vaak: een heerlijke opeenvolging van bekering, wedergeboorte, doop in de Heilige Geest leidt tot helden.
Evenals David, maar dan op oneindig veel hoger vlak, heeft Onze Heer Jezus Christus perpectieven geopend. Wat was het vóor David eigenlijk allemaal 'geklungel' geweest. Maar toen ontstond een veilig, overwinnend, hecht gefundeerd rijk.
En hoe werkt het voortdurend verder ontdekken van de rijkdommen door Jezus geschonken, zo je wilt, nagelaten, niet positiverend op mensen in.
- Zeker Isboset,( wist om te gaan met zijn speer. Maar er zijn steeds meer voorbeelden van diep-ingeleide Christenen, die met de nieuwe wapenrusting uit Efeze 6 weten om te gaan. Zij hebben de ware vijand ontdekt , de duivel en voeren een gerichte strijd tegen hem. - 2: ...en Elazar was ook een man 'met merg in de knokken'. Je moet pit hebben om stand te houden, terwijl anderen zich terugtrekken. In de tegenwoordige tijd maken we het mee, dat veel Christenen zich uit de frontlinie terugtrekken. Maar er zijn er anderen, die , terwijl zij, om zich heenkijkende, niemand van de medestrijders meer bespeuren, toch maar dapper doorgaan en verlies ombuigen in overwinning. Het is God de heilige Geest, die hun kracht geeft, die Geest, heerlijkste laatste, naar Jezus terugwijzende geschenk van onze Heiland. - En dan dat roekeloze avontuur van de mensen, die water haalden uit de put bij Betlehem. Alles hadden zij voor David over. En toen zij hem een wens hoorden uiten, die hij misschien helemaal niet zo letterl;ijk bedoeld had, wilden zij niets liever dan hun aanhankelijkheid betonen. Zo'n hachelijk avontuur, zo'n afstand om af te leggen. Maar ze déden het dan toch maar
In deze tijd zijn er ook getrouwen, die onze lieve, dappere Meester als het ware naar de ogen zien om de geringste wens daaruit af te lezen. Wanneer hij in hun hart spreekt: "Ga naar China", dan gaan ze, zoals in de 19 de eeuw velen gingen. En ze bouwden daar aan een eerste generatie van Christenen, die later gestaald werd in het vuur van een vreselijke vervolging. Ze brachten onze Heer 'water voor zijn heilige dorst naar zielen' en ze behoeven niet bevreesd te zijn, dat het 'een tikje sneu' wordt ontvangen, zoals deze helden vanwege David overkwam.(16)
- en als dan al door Benaja reuzen werden verslagen en leeuwen gedood, (20-22), zo mogen wij ook blij zijn met de voortrekkers onder de Christenen.
Geestelijke reuzen zijn er gedood. In de Himalaya-landen, sterke, onneembare burchten van satan, zijn gemeenten gesticht. De inwoners ontvingen de eerste verkenningstroepen van koning Jezus uitermate onvriendelijk. Zij bonden hen vast in yakhuiden, die vervolgens werden natgegoten en inkrompen. Maar ondanks de pijnlijke dood van deze commando's gingen de volgelingen van Jezus door en nu zijn overal gemeenten van Onze Heer Jezus Christus. Er zijn leeuwen gedood, brullende leeuwen, onder welke gedaante satan zélf wordt getekend, ( 1 Petrus 5 v .
Overal in het Oude Testament vinden wij pericopen zoals deze, die profetisch- soortgelijke dingen zoals hier getekend- tegen ons zeggen: "Zulk een motivatie als deze helden aan David ontleenden, hebben jullie oneindig veel heerlijker ontvangen uit Jezus. Dóe er wat mee.
En zo zou je dit gedeelte uit 2 Samuel als een uiterst stimulerend gegeven kunnen ervaren.
Je eerste vraag: "Als ik kijk naar het lijden van de apostelen, zoals geschetst onder andere in 1 Corinthe 4 v 11-13, voel ik mij zo klein. Ik heb geen enkele verdrukking en ik heb alles, wat mijn hartje begeert. Ben ik nu wel een discipel, terwijl ik dat toch zo graag wil zijn!".
Martijn....: Laten wij eerst samen nog eens lezen, wat er dan eigenlijk staat in 1 Corinthe 4 v 11-13: "Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid".
Nou zeg....dat is me wat. Iedere Christen van deze tijd in onze Westelijke wereld zal bij zichzelf zeggen: "Deze omstandigheden doen zich voor in landen,waar de Christenen op het ogenblik vdervolgd worden, met Noord-Korea op de eerste plaats en met Saoedie-Arabië op de tweede. Maar bij ons?! ....ergens zit er iets niet pluis".
Inderdaad zit het niet pluis, is er een bedreiging,maar met toch een iets ander accent dan wij denken.
Laten wij eens letten op Jacobus 1 v 2 en 3. Daar staat: "Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broeders en zusters, als u allerlei (velerlei) beproevingen ondergaat. Want u weet......: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid".
Verzoeking door satan heeft altijd een 'tegenbeeld'. Elke verzoeking door de duisternis is tevens een 'beproeving' vanwege de 'Vader der lichten', om te zien, wat ons gehalte is. En let nu eens voor dit keer in het bijzonder op dat woord "VELERLEI".
Wanneer de demonen die 'ongelukkigen' in Noord-Korea toegillen: - "Ha....jullie mogen niet naar de hemel kijken...naar de god, die jullie vereren. Jullie moeten naar de aarde kijken, waarin je dadelijk voor goed opgeborgen wordt", dan weten die demonen al, dat de vuile grond onder de voeten voor deze 'gelukkigen' de hemel wordt, omdat ze onverslaanbaar zijn. - wanneer de bewakers smalen: "Kijk nu eens goed naar jezelf, waartoe die god van jullie je heeft laten verstakkeren: - hongerigen en dorstigen - met alleen een doorzweet onderbroekje - je barakbrits is je huis - die zweepslag over je rug begint al te etteren - we lachen om jullie, uitvaagsel; we wijzen vol spot op jullie vermagerde lijven, die voor 'de grote leider' zwoegen", dan voelen die bewakers al: - die mensen in deze grauwe stoet hebben meer en beter te 'eten en te drinken' dan wij - die bijna naakten zijn beter gekleed an wij - laatst hoorden wij ze zingen: "Wij zijn op reis naar huis". Vreselijk om te horen. - die striemen glanzen als eretekens, als ridderordes - o....dat zwijgend, maar o zo merkbaar zegenen, dat die ellendelingen doen; die onuitroeibare vriendelijkheid, dat 'alles kunnen verdragen' van deze ongelooflijk gevaarlijken..."
En nu komt het woord 'Velerlei' in beeld.
Voor jou en al die weeldechristenen heeft de duivel; een ander programma: - zoveel eten en zoveel drinken, dat ze alle gevaren hebben van 'te dik worden' en te slaperig en te log....zo maar eens proberen, nu de - ook al niet helpende- NoordKoreaanse aanpak niet realiseerbaar is. - en zulke warme kleren, dat ze uit behaaglijkheid vergeten om aan hun 'kleed van gerechtigheid' te weven - en zo'n kring van welwillende opvoeders en vrienden om hen heen, dat ze verstikt worden en geen hemelse hulp meer nodig hebben - en zulke mooie huizen, dat ze beginnen te denken: "Gods eeuwig huis kan toch amper meer gerieflijk zijn - en 'zwoegen voor hun brood'. Dure universitaire opleiding en daarna op een ministerie snel opklimmen. O, wat zal ze dat uit training brengen! - en zo'n alertheid, dat de mensen zich wel tienmaal bedenken, voor ze aan het spotten slaan - enz enz.
Als dat niet helpt, dan helpt onderhand niets meer".
Kijk Martijn...zo tracht de satan jou en vele anderen te verzoeken. Maar wat denk je: zal het helpen. Blijf de hand van de Heer Jezus vasthouden in jouw 'weeldeverzoekingen'. Dan blijf je een discipel. Verblijd je maar in jouw 'beproevingen'. Wees standvastig. Bid voor hen in Noord-Korea en Saoedie -Arabië enz enz
Dan blijf je in training. Want....wellicht komt ooit de dag, dat jij onder de brandende zon voortschuifelt met je voeten gekluisterd aan een ketting en aan mede-ongelukkigen, meegesleept, wanneer zíj struikelen. En ook dan ben je een discipel.
"Kun je een uitleg geven van dat wonderlijke stuk in Daniël 7 ?"
Dat is nu eens een heel oprmerkelijke vraag.
Ik ga nu niet dit hele bijbelgedeelte overschrijven, geef er alleen een korte samenvatting van: ............... 1 Daniël ziet hoe de zee van meningen van de wereldbevolking in grote beroering wordt gebracht en hoe er vier dieren uit te voorschijn komen. 4 Het eerste dier lijkt op een leeuw, maar wel met adelaarsvleugels 5 Het tweede dier lijkt op een beer, met drie ribben in zijn muil 6 Daarna is er een dier, dat lijkt op een panter, maar dan met vleugels. 7 Maar kennelijk gaat het om het vierde dier; niet te vergelijken met enig dier, volkomen vreselijk en schrikwekkend. Het heeft tien horens, waartussen een kleine horen opgroeit , die andere horens verdringt. En dan blijkt het in wezen te gaan om die kleine horen, die vreselijke dingen roept.
Dan volgt er een adembenemend indrukwekkende beschrijving van de hemel, met daarin als centraal punt : God. 13 En dan gebeurt er iets heel ontroerends: er wordt iemand voor God geleid, die met de wolken van de hemel komt: een 'mensenzoon'. Een tegenbeeld van wat de discipelen zagen bij 'de hemelvaart'. Zij zagen Jezus' vertrek. Daniël zag in het visioen: de aankomst. Geen twijfel aan: die iemand is Onze heer Jezus Christus; Hij vergelijkt zich altijd met deze figuur, noemt zich graag: de 'mensenzoon'. Hij kan dat veilig doen, want in de tijd, dat Jezus die benaming voor zichzelf gebruikt, is het boek Daniël in wezen net zo onbekend als nú en niemand heeft in de gaten, welke aspiraties Jezus heeft, tot de tijd dat hij die zelf gaandeweg onthult. 14 Aan Jezus wordt eeuwigdurende macht toebedeeld.
11 en 12: En wanneer Jezus' macht defintief wordt, wordt het vierde , vreselijke beest vernietigd en....de andere drie dieren krijgen respijt van leven, hoewel ontdaan van élke macht.
15 -28: een engel verklaart het visioen aan Daniël.
In de loop van alle eeuwen, nadat Daniël dit visioen had, nu ongeveer 2600 jaae geleden, zijn steeds weer veronderstellingen gemaakt en is getracht, die drie eerste dieren te localiseren. Maar in 26 eeuwen kan er veel gebeuren. Wereldmachten kwamen op en gingen onder. Aanvankelijk sprak men van het rijk van Alexander de Grote, van het Romeinse rijk enz. In mijn jonge jaren sprak men van Nazi-Duitsland, van de Sovjet-unie, van 'Amerika plus Engeland'. Nu is er geen interesse meer in deze verklaringen. maar zou die er zijn, dan zou men China en India kunnen noemen, geweldige opkomende machten met beide veel meer dan éen miljard inwoners.
Maar met profetieën in het Oude Verbond is het zo : zij tekenen in éen perspectief geweldige gebeurtenissen uit de toekomet, waartussen even grote dalen van tussenliggende tijden liggen. .............. Om een voorbeeld te noemen: Ooit was ik aan het meer van Genève en zag in de verte een geweldig bergmassief achter kleinere bergen. Ik wilde wel gelijk naar dat enorme gevaarte toegaan. Maar later overlegde ik, dat het 80 kilometer ver stond, (het was de Mont Blanc) en dat bergketens en dalen mij ervan scheidden. ................. De korte boodschap van dit fascinerende bijbelgedeelte is:
Heel de geschiedenis door zullen er wereldrijken opstaan en verdwijnen, maar vaak tekenen van grimmigheid en geweld en aardse macht en snelle opkomst vetonen.
Maar er komt een tijd , zegt Daniël, dat er een rijk zal opstaan, dat verschillend is van alle gewone machten. En de terminologie, die Daniël gebruikt, wijst zonder meer op het rijk van de antichrist, zoal het elders in de bijbel wordt getekend, met een zekere nadruk op Openbaring.
En dat rijk zal tenietgedaan worden door Jezus Christus.
In het duizendjarig rijk, dat volgt op Jezus' overwinning , zullen aanvankelijk allerlei voormalige wereldmachten nog kenbaar zijn, alhoewel ontdaan van welke macht dan ook. Maar bij de geleidelijke renovatie van de wereld zullen ze op de duur vervagen.
Dit is een superkorte verklaring van dit belangrijke bijbelgedeelte. Ik houd mij gereed voor vragen, die wellicht in enige aantallen zouden kunnen komen, wanneer jullie Daniël eens nauwkeurig zouden gaan doorlezen.
"Zeg Ger....vind jij het eigenlijk ook niet ráar, dat Jozef nooit eens aan zijn vader heeft laten weten, dat hij het zo prima maakte als onderkoning.
Hij was toch al negen jaar onderkoning, toen zijn broers naar Egypte kwamen. (Genesis 45 v 6).
En al die tijd zat zijn vader nog steeds in diepe smart over zijn dood, terwijl het niet nodig was".
Mijn antwoord:
Wanneer Jozef menselijke gedachtegangen had gevolgd, dan had hij zeker zijn oude vader gerustgesteld, zodra hij onderkoning van Egypte was geworden. Maar Jozef had een invulling gekregen van de Heilige geest. Dat is duidelijk te merken aan de zegen, die zijn vader Jacob hem meegaf bij diens overlijdens- slotzegens, 49 v 22-27.
En door de bijstand van de Heilige Geest, door die Geest onderricht, wist hij de hogere waarheid:
"Wanneer ik mijn vader bericht, moet ik gelijk vertellen, hoe mijn broers ervoor zorgden, dat ik in Egypte kwám. En dat geeft thuis tot vreselijke taferelen aanleiding".
Nee....ik kan beter wachten, tot mijn broers door de een of andere oorzaak zo ver zijn, dat zij hun fout van destijds inzien. En dan....in de tijd van hun berouw ....dan is de tijd van bekendmaking rijp. Afwachten...gewoon afwachten op de tijd van de Heer".
En de Heer werkte wél aan de harten van de broers. Een eerste aanwijzing zie ik al in de omstandigheid dat Juda wegtrok bij de clan en een eigen lijn leek te gaan stichten. (Genesis 3. De gedachte is zeker niet ondenkbaar dat Juda in zijn consciëntie zozeer door de maar steeds voortdurende rouw van zijn vader, 37 v 35, werd aangesproken, dat hij het een tijdlang in diens aanwezigheid niet harden kon. En dat er een algemeen gevoel van bezwaarheid bij de broers was, blijkt heel duidelijk uit 42 v 21-22, waar de broers zichzelf in wroeging verwijten maken over 'destijds'. nu het in Egypte allemaal zo moeilijk loopt. En tenslotte is er dat aanbod van Juda, Genesis 44, waaruit, mede namens de broers, zeker een berouw en een boete willen doen, schuil gaat. En dan weet Jozef: "Nu zijn mijn bróers óok zover. Als zij zelf nu aan pa opening van zaken geven en zij kunnen er gelijk bij vertellen dat ik niet boos ben en dat dit Gods weg met onze clan is, dan komt er een harmonieuse oplossing".
En zo koos Jozef de langere, maar uiteindelijk veel heerlijker weg.
Een welke lering zit daar nu voor óns in. Laten wij, Christenen, bekeerd, wellicht wedergeboren, mogelijk ook vervuld met Gods Geest, altijd de Geest van God raadplegen, wanneer wij voor een cruciale beslissing staan. En als die Geest zegt: "Even wachten....ik ga je nadere instructies geven", dan is het goed om niet ongeduldig te worden, maar op Gods tijd te wachten. Wat zal Jozef innerlijk gelukkig zijn geweest, terwijl hij uiterlijk zo hevig huilde, toen hij die woorden kon zeggen uit Genesis 45 v 3: "IK BEN J O Z E F !!!!!
"Waar was Daniël, toen zijn drie vrienden de vurige oven in moesten".
Mijn antwoord; Op deze 'standaardvraag' zijn de volgende 'standaardantwoorden' gangbaar: - Daniël had een zeer hoge functie aan het Babylonische hof. Waarschijnlijk was hij op inspectiereis door het zeer uitgebreide rijk. Of wellicht was hij ziek. - wij zouden deze vraag niet moeten stellen. In zijn heilig woord heeft God besloten, dat een 'verklaring van Daniëls afwezigheid' voor onze eeuwige zaligheid niet nodig is.
Deze antwoorden zijn eigenlijk niet zo bevredigend. Toen ik over deze vraag zat na te denken, kreeg ik een ander idee.
Stel nu eens, dat Daniël inderdaad op inspectiereis was. Dan heeft hij bij thuiskomst tegen Sadrach, Mesach en Abednego, (Daniël 3 v 12) ( Hananja, Misaël en Azarja)((1 v 7) gezegd: "Kerels, wat heb ik met jullie méegeleefd, toen ze mij daarvan in dat afgelegen oord, duizenden stadiën ver, kwamen vertellen. O; ik had erbíj willen zijn. Maar in ieder geval; direct heb ik voor jullie gebeden, al was toen de nood al voorbij".
En....Daniël heeft daarna nog genoeg kopzorg gehad; eerst verguisd, op non actief geplaatst, vergeten, ( 5 v 11- 12); later 'voor de leeuwen geworpen', (6 v 17). Hij heeft zijn portie heus wel gehad.
En toen werden mijn gedachten geleid naar óns, híer en nú.
Op het ogenblik gaan mijn gedachten dikwijls naar de Christenen, zoals ze: - in Eritrea in zeecontainers worden opgesloten, tientallen mannen in éen metalen kist, in de volle zon - zoals ze in Noord-Korea voortdurend worden bespied: "Hé Christen, kijk jij omhóog; je wist toch, dat je alleen naar de grond mag kijken. Hier de voorgeschreven portie zweepslagen" - zoals ze....ach duizenden voorbeelden meer. Lees de bijlage bij Open Doors maar. Of: lees Open Doors zélf.
En ik zit hier te typen en ben er niet rechtstreeks bij betrokken. Wél zegt Hebr 13 v 3: "Bekommert u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangen zat, en om de mishandelden als om mensen die net zo'n lichaam hebben als u". En daarom probeer ik mij in hen in te leven en met mijn hárt voor hen te bidden.
Maar net zoals Daniël zijn 'beurt' ook nog wel kreeg, zo kan ik getuigen, dat ik ook - (figuurlijk gesproken) vurige ovens heb meegemaakt - voor de leeuwen ben geworpen - in mijn maatschappelijk en kerkelijk leven op dood spoor ben gezet.
En nu kom ik tot mijn punt: Ook júllie gaan alle dingen meemaken, naar de mate, waarin jullie dat hébben kunnen( 1 Corinthe 10 v 13), zoals in Gods plan voor jullie vastgesteld.
En het is goed, dat jullie je gereed houden. De drie mannen in de vurige oven, waren op dat cruciale moment er geréed voor. Als jullie 'vurige oven' komt,horen júllie dán al gereed te zijn, niet inderhaast alsnog gereed te komen, zoals de vijf dwaze maagden.
Als de (figuurlijke) leeuwen om jullie heen sluipen, dan dienen jullie daar op dat ogenblik voor gereed te zíjn, niet nog van alles te moeten 'bijtimmeren'.
Als rond jullie de verdrietige stilte daalt, je nergens meer een preekbeurt mag houden, en je zo helemaal 'buiten staat', dan hoor je op dát ogenblik een innerlijk te hebben, waar je 'kruit droog blijft', opdat je- onverwachts weer in de schijnwerpers gekomen- er weer hélemaal kunt zijn in de kracht van God.(Daniël 5 v 18 en volgende).
En jullie weten het: bekering, gevolgd door wedergeboorte en doop in de Heilige Geest met alle gaven en vrucht, daarmee verband houdende, maakt je zo bij elke- soms onverwachte oproep- volkomen inzetbaar.
Waakzaam blijven, jongens en meisjes, broers en zussen.