Zondag 6 april 2008
Evolutie- 2-JEAN-BAPTISTE de LAMARCK.
Tot er in de 19e eeuw een snelle opkomst van de theorieën over de evolutie begon,was er in de pre-darwinisme periode reeds een evolutie gedachte aanwezig.Verschillende filosofen van de oudheid (o.a.Griekenland en Rome) waren van mening dat de natuur een grote variëteit aan schepsels voortbrengt,op eerste zicht willekeurig.Deze diverse schepsels (soorten zou men nu zeggen) konden volgens hen slechts blijven bestaan indien ze konden instaan voor hun overleving en zorgen voor hun reproductie (bv.Empedocles,Democritos,Lucretius en anderen maar vooral Aristoteles).
Tot in de 19e eeuw kreeg de godsdienst stilaan vat op de meningen over de evolutie.Zoals voor de plaats van de aarde in het zonnestelsel ten tijde van Galilei had de kerk van Rome een eigen visie die ze als dogma aan de gelovigen imponeerde.Dit duurde tot in de 20e eeuw toen paus Johannes-Paulus II erkende dat het darwinisme een aanvaarbare hypothese was.
In de pre-Darwin periode was het echter Jean-Baptiste de Lamarck die de voornaamste evolutionist was en een belangrijke rol speelde in de vorming van de gedachten over de evolutie (einde 18e eeuw-begin 19e eeuw)Het is tegen zijn evolutietheorie dat Darwin,Wallace en anderen zich verzet hebben.
Lamarck was een franse plantenfysioloog en zooloog die leefde van 1744 tot 1829.
Zijn voornaamste werk was:"Philosophie zoologique.1809"Deze theorie van de biologische evolutie houdt in dat soorten evolueren door overerving van verworven kenmerken of kenmerken die gemodificeerd werden door gebruik of onbruik van lichaamsdelen of weefsels (lichaam betekent hier "soma").
Het Lamarckisme wordt beschouwd als onverenigbaar met de centrale doctrine van de moleculaire biologie die de overerving van informatie door lichaamsdelen
(soma)onmogelijk acht.In het Lamarckisme is er geen plaats voor genetische overerving maw voor overerving door "germen" of anders gezegd door geslachtscellen o.a. bij de "eukaryoten" (dit zijn organisme met een omsloten kern in de cellen waarin het erfelijk materiaal-DNA vervat zit).De theorie van Lamarck refereert naar wat genoemd werd :"Heritability of acquired characteristics-or soft inheritance".Hij stelde voor dat individuele inspanningen gedurende het leven van organismen het voornaamste mechanisme was dat de adaptatie van de soorten veroorzaakt.Een wereldwijd bekend voorbeeld van Lamarckisme is de hypothese dat de giraffen een lange nek krijgen door zich voortdurend in te spannen om hoger gelegen bladeren in eucalyptusbomen te kunnen eten.De lange nekken zouden dan overgeëefd kunnen worden.Als anecdote kan men verwijzen naar de enorme spierontwikkeling verworven door de "body builders";tot nu toe echter is er geen enkele nakomleling van een body-builder die de spiermassa van zijn ouder overgeërfd heeft.Dit zou pas Lamarckisme zijn.
De genetica van Gregor Mendel en de moderne evolutie theorie hebben geleid tot het verlaten van de evolutie volgens Lamarck.Er moet wel opgemerkt worden dat sommige aspecten van het Lamarckisme zelfs door Darwin niet als volledig waardeloos gevonden werden.Hij was eerlijk genoeg om dit in te zien.Dit blijft echter wel zeer sterk beperkt tot de hypothese van de "pangenesis" in de plantenwereld.Op een volledig ander gebied wordt in de 20e eeuw de gedachte van "soft inheritance" teruggevonden in de evolutie van culturen en gedachten,gekend als theorie van de "memen" ("memetics" volgens Richard Dawkins).Deze "soft inheritance" is echter een niet-genetische en niet-permanente overerving.Het is wel een vorm van neo-lamarckisme die de overervingstheorie ziet als een modificatie en een uitbreiding van de oorspronkelijke visie,beinvloed en gestuurd door omgevingsfactoren.Dit lijkt in het kader van moderne moleculaire biologie wel aanvaarbaar.Deze variante versie steunt echter wel op erfelijke overervingsmechanismen.Het hoofdargument tegen het Lamarckisme is dat er geen experimentele evidentie kan gevonden worden voor dit mechanisme.Moderne aspecten van de moleculaire biologie,gekend als epigenetica,schijnen min of meer te doen denken aan Lamarck maar dit is bedriegelijk.In feite kunnen de epigenetische waarnemingen tenslotte herleid worden tot een uitbreiding van de klassieke genetica en vallen onder het Darwinisme.
Tot in de 19e eeuw kreeg de godsdienst stilaan vat op de meningen over de evolutie.Zoals voor de plaats van de aarde in het zonnestelsel ten tijde van Galilei had de kerk van Rome een eigen visie die ze als dogma aan de gelovigen imponeerde.Dit duurde tot in de 20e eeuw toen paus Johannes-Paulus II erkende dat het darwinisme een aanvaarbare hypothese was.
In de pre-Darwin periode was het echter Jean-Baptiste de Lamarck die de voornaamste evolutionist was en een belangrijke rol speelde in de vorming van de gedachten over de evolutie (einde 18e eeuw-begin 19e eeuw)Het is tegen zijn evolutietheorie dat Darwin,Wallace en anderen zich verzet hebben.
Lamarck was een franse plantenfysioloog en zooloog die leefde van 1744 tot 1829.
Zijn voornaamste werk was:"Philosophie zoologique.1809"Deze theorie van de biologische evolutie houdt in dat soorten evolueren door overerving van verworven kenmerken of kenmerken die gemodificeerd werden door gebruik of onbruik van lichaamsdelen of weefsels (lichaam betekent hier "soma").
Het Lamarckisme wordt beschouwd als onverenigbaar met de centrale doctrine van de moleculaire biologie die de overerving van informatie door lichaamsdelen
(soma)onmogelijk acht.In het Lamarckisme is er geen plaats voor genetische overerving maw voor overerving door "germen" of anders gezegd door geslachtscellen o.a. bij de "eukaryoten" (dit zijn organisme met een omsloten kern in de cellen waarin het erfelijk materiaal-DNA vervat zit).De theorie van Lamarck refereert naar wat genoemd werd :"Heritability of acquired characteristics-or soft inheritance".Hij stelde voor dat individuele inspanningen gedurende het leven van organismen het voornaamste mechanisme was dat de adaptatie van de soorten veroorzaakt.Een wereldwijd bekend voorbeeld van Lamarckisme is de hypothese dat de giraffen een lange nek krijgen door zich voortdurend in te spannen om hoger gelegen bladeren in eucalyptusbomen te kunnen eten.De lange nekken zouden dan overgeëefd kunnen worden.Als anecdote kan men verwijzen naar de enorme spierontwikkeling verworven door de "body builders";tot nu toe echter is er geen enkele nakomleling van een body-builder die de spiermassa van zijn ouder overgeërfd heeft.Dit zou pas Lamarckisme zijn.
De genetica van Gregor Mendel en de moderne evolutie theorie hebben geleid tot het verlaten van de evolutie volgens Lamarck.Er moet wel opgemerkt worden dat sommige aspecten van het Lamarckisme zelfs door Darwin niet als volledig waardeloos gevonden werden.Hij was eerlijk genoeg om dit in te zien.Dit blijft echter wel zeer sterk beperkt tot de hypothese van de "pangenesis" in de plantenwereld.Op een volledig ander gebied wordt in de 20e eeuw de gedachte van "soft inheritance" teruggevonden in de evolutie van culturen en gedachten,gekend als theorie van de "memen" ("memetics" volgens Richard Dawkins).Deze "soft inheritance" is echter een niet-genetische en niet-permanente overerving.Het is wel een vorm van neo-lamarckisme die de overervingstheorie ziet als een modificatie en een uitbreiding van de oorspronkelijke visie,beinvloed en gestuurd door omgevingsfactoren.Dit lijkt in het kader van moderne moleculaire biologie wel aanvaarbaar.Deze variante versie steunt echter wel op erfelijke overervingsmechanismen.Het hoofdargument tegen het Lamarckisme is dat er geen experimentele evidentie kan gevonden worden voor dit mechanisme.Moderne aspecten van de moleculaire biologie,gekend als epigenetica,schijnen min of meer te doen denken aan Lamarck maar dit is bedriegelijk.In feite kunnen de epigenetische waarnemingen tenslotte herleid worden tot een uitbreiding van de klassieke genetica en vallen onder het Darwinisme.
Geschreven door gerard1931 om 00:00
Reageer op dit bericht

