Zaterdag 24 mei 2008
Biologie-6-De levende Cel.
-"The cell is viewed as the basic unit of living systems."
C.P.Hickman,L.S.Roberts,A.Larson : "Integrated principles of zoology."
-"The cell theory is one of the great uniforming concepts of biology.Cells are the fabric of life;there is no life without cells."
C.P.Hickman et al. Op.Cit.
-"Elke levende cel draagt de ervaring van miljoenen jaren experimenteren door zijn voorouders met zich mee."
Max Delbrück.
-"In de levende cel zijn de essentiële elementen de proteïnen die metabolisme verzorgen en de nucleïne zuren die replicatie beheren."
Leo Apostel : "Oorsprong."
-"Life is organization,rather than substance."
Freeman Dyson.
--------------------------------------------------------------------------------------------------
In de voorgaande paragrafen van Biologie werd voldoende onderstreept dat de cel een essentieel element is voor het bestaan van levende organismen.Het is dus niet de bedoeling hier verder op een gedetailleerde beschrijving van de cel in te gaan.Er bestaan voldoende informatie kanalen voor wie zich in deze materie wenst te verdiepen.Om enigszins volledigheid in Biologie/blog na te streven volgen nu enkele basis gegevens.
1-DEFINITIE.
De levende cel (cellula of cella =kamer) is de kleinste georganiseerde eenheid waaruit alle levende wezens zijn opgebouwd.In principe is de cel een klein hokje ,bestaande uit een dikvloeibare massa,het cytoplasma.De buitenste laag van het cytoplasma is de celmembraan; die is steviger dan de rest van het cytoplasma.
In het cytoplasma bevindt zich een aantal structuren die betrokken zijn bij de stofwisseling en de voortplanting van de cel.Een van deze structuren is de celkern waarin zich de chromosomen bevinden,de dragers van de erfelijke eigenschappen.Bij lager ontwikkelde cellen (bacteriën) die geen celkern bevatten,liggen de chromosomen vrij in het cytoplasma.In 1 gram weefsel kan zich een miljard cellen bevinden.
2-GESCHIEDENIS.
De 17e-eeuwse Engelse onderzoeker Robert Hooke bestudeerde onder de microscoop dunne plakjes flessenkurk.Het materiaal bleek te zijn opgebouwd uit kamertjes ,enigszins vergelijkbaar met de cellen van een honingraat.Hij noemde ze "cellulae" in 1667.In volgende jaren werden overeenkomstige structuren bij ander plantenmateriaal beschreven.Bij dierlijk materiaal werden ook deze structuren waargenomen.
3-HOOFDTYPEN.
Sommige cellen bezitten geen echte kern.Ze zijn eenvoudig van bouw.Men noemt ze PROKARYOOT.Alle overige organismen (ééncellige en meercellige) bezitten cellen met een ingewikkelder bouw.Deze cellen worden EUKARYOOT genoemd.
4-BOUW.
Hierna worden uitsluitend de eukaryote cellen behandeld.
4.1-GROOTTE.
De kleinste dierlijke cellen zijn ongeveer 4 micron in diameter (4 duizendste van 1 mm) en kunnen gaan tot de grootste bv.de dooier van een vogelei (enige centimeters).Voor de plantencellen gaan de gemiddelde afmetingen van 15 tot 100 microns.
4.2-MEMBRAAN.
De cellen van eukaryote organismen bevatten verschillende typen membranen (biomembranen):
-de celmembraan rond het cytoplasma.
-de intracellulaire membranen rond de cellichaampjes of organellen.
Het zijn dikwijls dubbele membranen.
4.3-CELVLOEISTOF.
De celvloeistof of cytoplasma bevat eiwitten (proteïnen) die deels een enzymatische functie hebben.
4.4-CELLICHAAMPJES.
-Het ENDOPLASMATISCH RETICULUM (ER);dit is een netwerk van vertakte buisjes die door een "unit membrane" omgeven zijn.Deze buisjes staan in verbinding met de kernmembraan en zijn van belang voor het transport van stoffen binnen de cel.
-De RIBOSOMEN zijn zeer kleine lichaampjes die uit RNA en proteïnen bestaan en verantwoordelijk zijn voor de synthese van eiwitten.Het zijn de enige organellen die niet door een membraan omgeven zijn.
-Het GOLGI-APPARAAT zorgt ervoor dat de eiwitten hun uiteindelijke vorm krijgen.Het is een opeengestapeld groepje van door een membraan omgeven kleine holtes waarin de synthese van stoffen voltooid wordt.
-De MICROSOMEN zijn kleine lichaampjes die in het cytoplasma aanwezig zijn.
Er zijn talrijke verschillende microsomen (o.a de lysosomen,de peroxisomen enz...)
-De MITOCHONDRIËN die zorgen voor de productie van ATP (adenosine trifosfaat),de energie leverancier van de de cellen.
Aan het buitenoppervlak van de celmembraan komen ook talrijke uitstulpingen die voor zeer verschillende taken van de cellen moeten zorgen.
4.5-CELKERN.
De CELKERN (nucleolus,karyon) is het grootste en duidelijkste lichaampje in iedere cel.De niet-delende kern is omgeven door een membraan (soms dubbel) waar poriën in voorkomen.De CHROMOSOMEN in de celkern bestaan uit nucleoproteïden ,verbindingen van nucleïne zuren (DNA) en eiwitten.In de nucleïnezuur ketens is de erfelijke aanleg van het organisme gecodeerd.De kern is vrijwel de enige plaats waar de nucleïne zuren (DNA zowel als RNA)aangemaakt worden.Tijdens de celdeling zijn de chromosomen goed waar te nemen met een fasecontrast microscoop.
4.6-STEVIGHEID.
Om de stevigheid te garanderen beschikken de cellen over een samenstel van stevige,dikke eiwitbuisjes en dunne ,elastische eiwitvezels.Samen vormen ze het
CELSKELET.
5-DE PLANTENCEL.
De plantencel verschilt van de dierlijke cellen door het bezit van een buiten de celmembraan gelegen CELWAND,van PLASTIDEN en,in jonge cellen ,van een aantal vochtblaasjes of ALVEOLEN,die bij volwassen cellen tot één centrale VACUOLE zijn verenigd.Naast mitochondiën bezitten de plantencellen meestal ook CHLOROPLASTEN die in de fotosynthese een essentiele rol spelen in de energie voorziening van de cel.
Dit moet hier volstaan voor deze summiere beschrijving van de levende cel.
C.P.Hickman,L.S.Roberts,A.Larson : "Integrated principles of zoology."
-"The cell theory is one of the great uniforming concepts of biology.Cells are the fabric of life;there is no life without cells."
C.P.Hickman et al. Op.Cit.
-"Elke levende cel draagt de ervaring van miljoenen jaren experimenteren door zijn voorouders met zich mee."
Max Delbrück.
-"In de levende cel zijn de essentiële elementen de proteïnen die metabolisme verzorgen en de nucleïne zuren die replicatie beheren."
Leo Apostel : "Oorsprong."
-"Life is organization,rather than substance."
Freeman Dyson.
--------------------------------------------------------------------------------------------------
In de voorgaande paragrafen van Biologie werd voldoende onderstreept dat de cel een essentieel element is voor het bestaan van levende organismen.Het is dus niet de bedoeling hier verder op een gedetailleerde beschrijving van de cel in te gaan.Er bestaan voldoende informatie kanalen voor wie zich in deze materie wenst te verdiepen.Om enigszins volledigheid in Biologie/blog na te streven volgen nu enkele basis gegevens.
1-DEFINITIE.
De levende cel (cellula of cella =kamer) is de kleinste georganiseerde eenheid waaruit alle levende wezens zijn opgebouwd.In principe is de cel een klein hokje ,bestaande uit een dikvloeibare massa,het cytoplasma.De buitenste laag van het cytoplasma is de celmembraan; die is steviger dan de rest van het cytoplasma.
In het cytoplasma bevindt zich een aantal structuren die betrokken zijn bij de stofwisseling en de voortplanting van de cel.Een van deze structuren is de celkern waarin zich de chromosomen bevinden,de dragers van de erfelijke eigenschappen.Bij lager ontwikkelde cellen (bacteriën) die geen celkern bevatten,liggen de chromosomen vrij in het cytoplasma.In 1 gram weefsel kan zich een miljard cellen bevinden.
2-GESCHIEDENIS.
De 17e-eeuwse Engelse onderzoeker Robert Hooke bestudeerde onder de microscoop dunne plakjes flessenkurk.Het materiaal bleek te zijn opgebouwd uit kamertjes ,enigszins vergelijkbaar met de cellen van een honingraat.Hij noemde ze "cellulae" in 1667.In volgende jaren werden overeenkomstige structuren bij ander plantenmateriaal beschreven.Bij dierlijk materiaal werden ook deze structuren waargenomen.
3-HOOFDTYPEN.
Sommige cellen bezitten geen echte kern.Ze zijn eenvoudig van bouw.Men noemt ze PROKARYOOT.Alle overige organismen (ééncellige en meercellige) bezitten cellen met een ingewikkelder bouw.Deze cellen worden EUKARYOOT genoemd.
4-BOUW.
Hierna worden uitsluitend de eukaryote cellen behandeld.
4.1-GROOTTE.
De kleinste dierlijke cellen zijn ongeveer 4 micron in diameter (4 duizendste van 1 mm) en kunnen gaan tot de grootste bv.de dooier van een vogelei (enige centimeters).Voor de plantencellen gaan de gemiddelde afmetingen van 15 tot 100 microns.
4.2-MEMBRAAN.
De cellen van eukaryote organismen bevatten verschillende typen membranen (biomembranen):
-de celmembraan rond het cytoplasma.
-de intracellulaire membranen rond de cellichaampjes of organellen.
Het zijn dikwijls dubbele membranen.
4.3-CELVLOEISTOF.
De celvloeistof of cytoplasma bevat eiwitten (proteïnen) die deels een enzymatische functie hebben.
4.4-CELLICHAAMPJES.
-Het ENDOPLASMATISCH RETICULUM (ER);dit is een netwerk van vertakte buisjes die door een "unit membrane" omgeven zijn.Deze buisjes staan in verbinding met de kernmembraan en zijn van belang voor het transport van stoffen binnen de cel.
-De RIBOSOMEN zijn zeer kleine lichaampjes die uit RNA en proteïnen bestaan en verantwoordelijk zijn voor de synthese van eiwitten.Het zijn de enige organellen die niet door een membraan omgeven zijn.
-Het GOLGI-APPARAAT zorgt ervoor dat de eiwitten hun uiteindelijke vorm krijgen.Het is een opeengestapeld groepje van door een membraan omgeven kleine holtes waarin de synthese van stoffen voltooid wordt.
-De MICROSOMEN zijn kleine lichaampjes die in het cytoplasma aanwezig zijn.
Er zijn talrijke verschillende microsomen (o.a de lysosomen,de peroxisomen enz...)
-De MITOCHONDRIËN die zorgen voor de productie van ATP (adenosine trifosfaat),de energie leverancier van de de cellen.
Aan het buitenoppervlak van de celmembraan komen ook talrijke uitstulpingen die voor zeer verschillende taken van de cellen moeten zorgen.
4.5-CELKERN.
De CELKERN (nucleolus,karyon) is het grootste en duidelijkste lichaampje in iedere cel.De niet-delende kern is omgeven door een membraan (soms dubbel) waar poriën in voorkomen.De CHROMOSOMEN in de celkern bestaan uit nucleoproteïden ,verbindingen van nucleïne zuren (DNA) en eiwitten.In de nucleïnezuur ketens is de erfelijke aanleg van het organisme gecodeerd.De kern is vrijwel de enige plaats waar de nucleïne zuren (DNA zowel als RNA)aangemaakt worden.Tijdens de celdeling zijn de chromosomen goed waar te nemen met een fasecontrast microscoop.
4.6-STEVIGHEID.
Om de stevigheid te garanderen beschikken de cellen over een samenstel van stevige,dikke eiwitbuisjes en dunne ,elastische eiwitvezels.Samen vormen ze het
CELSKELET.
5-DE PLANTENCEL.
De plantencel verschilt van de dierlijke cellen door het bezit van een buiten de celmembraan gelegen CELWAND,van PLASTIDEN en,in jonge cellen ,van een aantal vochtblaasjes of ALVEOLEN,die bij volwassen cellen tot één centrale VACUOLE zijn verenigd.Naast mitochondiën bezitten de plantencellen meestal ook CHLOROPLASTEN die in de fotosynthese een essentiele rol spelen in de energie voorziening van de cel.
Dit moet hier volstaan voor deze summiere beschrijving van de levende cel.
Geschreven door gerard1931 om 00:00
Reageer op dit bericht

