Mat 26,26-28 We maken allemaal fouten.
| Mat 26,26-28 We
maken allemaal fouten.
,[26] Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ [27] En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, [28] dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. |
|
|
Er is één ding dat God wil, we moeten kiezen voor het juiste. We worden voordurend omringd door het kwade en we denken dat de waarheid niet meer bestaat. Ieder volgt heeft beter zijn eigen waarheid denken we. We willen niet meer stilstaan bij Gods waarheid omdat we veronderstellen dat God hoge eisen stelt en streng is. Ieder heeft toch het recht zichzelf te zijn denken we, dus ik wil me vrij voelen en mijn goesting doen. Onwaarheid beheerst de wereld. Het sluipt binnen en we beseffen het zelfs niet meer. God heeft ons de aarde gegeven en de vrijheid, maar goed omgaan met zijn schepping en met onze vrijheid is niet gemakkelijk en daar kan Jezus ons bij helpen. Jezus toont ons de weg naar God. Van God ontvangen we genade om goed met onze vrijheid om te gaan. Jezus kwam op aarde en kan onze fouten vergeven omdat hij tot ons komt als Gods zoon en gestorven is om ons vrij te krijgen van alle schuld. Door zijn dood nam hij al onze schuld op zich. Wanneer we spijt hebben over onze fouten is ons alles vergeven. Geen enkel mens kan onze fouten vergeven, enkel een mens die perfect is en in eenheid leeft met God kan dat wel. We hebben allemaal gezondigd en schieten tekort voor Gods glorie. Iedereen doet fouten en meer dan we denken. We denken bij
fouten altijd aan grote dingen , stelen en vreemd gaan en liegen en
bedriegen. We vergeten al de momenten dat we klagen over onze man , onze
vrouw, momenten dat we niet dienstbaar zijn tegenover onze partner, niet
geduldig tegenover onze kinderen, teveel eisend in ons gezin , op het werk,
in onze maatschappij. Jezus geeft ons het antwoord. Zijn kruisdood was voor
ieder van ons. God schenkt vrijspraak aan allen die in Jezus Christus geloven. En er is geen onderscheid. [23] Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God; [24] en iedereen wordt uit genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen omdat hij ons door Christus Jezus heeft verlost. [25] Hij is door God aangewezen om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft. Hiermee bewijst God dat hij rechtvaardig is, want in zijn verdraagzaamheid gaat hij voorbij aan de zonden die in het verleden zijn begaan. Hij wil ons nu, in deze tijd, zijn gerechtigheid bewijzen: hij laat ons zien dat hij rechtvaardig is door iedereen vrij te spreken die in Jezus gelooft. We ontvangen van Jezus vergeving voor onze fouten. Als kind prikken we soms onze vingers en wrijven het door elkaar, zo worden we bloedbroeders het is een plechtige verbintenis elkaar bij te staan. Jezus zegt ons dus ook ik wil je bloedbroeder worden, ik wil je alles vergeven, ik zal je altijd bijstaan als je in mij gelooft. Daarvoor heeft hij geleden, bloed verloren, gestorven. Jezus zegt ons alles wat ik heb kan het uwe zijn en al wat jij hebt is het mijne. Jezus heeft zijn taak al gedaan. Hij heeft zijn bloed gegeven voor ons. Hij heeft dat gedaan omdat God dat zo wou. God gaat tot het uiterste om ons te redden van het kwade. Dat is wat Jezus ons nu vraagt, hij wil dat we het goede doen en nu is het aan ons om daar ja of neen op te zeggen. Probeer het maar eens uit: Je staat in de supermarkt en de kassier geeft foutief terug in uw voordeel. Vraag nu aan God wat u moet doen; of vraag je eens af wat Jezus zou doen. Wat denkt u dat mensen doen als zij deze vraag integer aan God stellen. Met andere woorden als we in verbondenheid leven met Jezus dan doen we het goede. Goed zijn is echter niet voldoende , we moeten onze fouten erkennen en naar Jezus gaan om te worden gered. We kunnen onszelf niet redden. Het vraagt om nederigheid, het besef dat we God nodig hebben om ons uiteindelijk doel te bereiken , het eeuwig leven dicht bij God. We hebben het leven van God gekregen en we moeten aan God vragen hoe we moeten leven. Hij zal ons een antwoord geven. Hij zal zeggen wat we met al onze talenten moeten doen. Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God zegt ons de apostel Paulus. Maar Paulus zegt ons ook : en iedereen wordt uit genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen omdat hij ons door Christus Jezus heeft verlost. Jezus maakt ons rechtvaardig voor God. En hoe staat het met ons? Hoe staan wij tegenover Jezus. Zijn we bereid om Jezus te erkennen en Jezus te volgen. Zijn we bereid zijn woorden ernstig te nemen of blijven we zeggen ik zoek het zelf wel uit, ik doe het goede op mijn manier. Laat ons daarvoor bidden: God geef mij een nieuw hart, een hart van nederigheid om toe te geven dat ik fouten maak en dat ik u nodig heb om vergeving te ontvangen. God laat me groeien in mijn persoonlijkheid. Soms heb ik een klein beeld van mezelf en daarom doe ik soms stoer. God leer me nederig naar U te
luisteren om te ontdekken waarom ik hier op aarde leef. Ik heb het leven niet
zelf verwekt, ik ben hier nu en wil van mijn leven iets maken dat u kan
behagen en waar ik zelf fier kan op zijn. Geef me de kracht de weg te zien
die ik moet gaan en geef me de kracht op zoek te gaan naar mensen die me
hierbij kunnen helpen.
|
|