Trunk
- Trunk = treurwilg
- Holenteer = Vlier (de struik)
- hie-opens/daue-opens = naar hier/ naar ginder
- hooleis = een schommel
- den artist = de veearts
- een groei = hijskraan
- een schauwes : een scheermes
- de sink: afwasbak met afvoer
- de pottefeir : de ketellapper
- de watersteen : de achterkeuken
- het husken: de WC
- de rut : de spoorweg
- de rutpoel: poel naast de spoorweg, ontstaan door uitgraven om de spoorweg te verhogen.
- het ruthusken : het seinhuis aan de spoorwegovergang.
- prittekant = meikever (met dank aan Marc Nijns)
- piepel = vlinder (met dank aan Marc Nijns)
- nuts = deuk (met dank aan Marc Nijns)
- neuts "n(doffe e)ts"= ik ken het nederlands woord niet, maar het zijn twee karrewielen met een dissel om gerooide bomen uit de weide te trekken en te transporteren met een paard. (nooit ergens anders gehoord of gezien en verdwenen met de paardekarren.
- strunkelen : struikelen (met dank aan Valère Rutten)
- buttelen : buitelen (met dank aan Valère Rutten)
- vernsoovt : verkouden (met dank aan Valère Rutten)
Dit staat open voor aanvullingen ... Ik wacht


















2 reacties op dit bericht
een nieuw oud betsers woord
betsers
Extreem Betsers ..... ne prittekant en .... ne piepel.
groeten