Een bonobo op wandel in Planckendael zijn krijs en zijn schreeuw in een vreemde taal die ik niet verstond maar ze wel aardig vond maar dat komt niet voor in dit ganse verhaal.
Als moeder de soep wou gaan koken moest zij daar een vuur voor gaan stoken de pot op het vuur voor minstens een uur en daar moest zij de vlam voor gaan poken.
Het was weer eens kermis in de hel het vuur brandde heel hevig en fel de duivel in zijn sas van 't geluid dat er was en dat kwam door de klank van de bel.
Er ging eens een koppel verhuizen zij konden niet tegen dat verguizen het kwaad van het woord dat hen heel erg stoort en dat gingen zij dan eens uitpluizen.
Een Nijlpaard al spelend op een blokfluit het mooiste speelde hij voor zijn bruid die lag onder water al had ze geen kater maar hij speelde het hele liedje uit.
Een beer die de zeug wou ontwijken die wist niet hoe dat in te dijken hij sprong op en neer en dat deed hem ook zeer en daar kwam heel de stal toen naar kijken.