Een zoekende gast naar gedichtjes die deed dat met brandende lichtjes met brandende ogen die er niet om logen want de tekst werd als beender gewrichtjes.
Vanmorgen lag er eindelijk sneeuw ze zat er, maar 'k zag ze niet die meeuw alles maagdelijk wit voelde mij daarom fit als ik het venster opende met een geeuw.
Er was eens een beer uit het noorden hij hield niet van andere oorden artiest wou hij zijn want dat vond hij zo fijn daarom hij leerde lopen op koorden.
Het blauwe licht bracht bij d ‘opname voor mij maar een momentopname ‘k wist toen niet waarheen. maar ‘k onthou nog alleen die warme zonnetjes, ’t aangename.
Een slok op de borrel dat het scheelt iemands ego wordt lichtjes gestreeld maar dat doet geen zeer met zo'n pluim heen en weer het is zelfs ook voor hem een schoolvoorbeeld.
Wie in 't schuitje zit moet mee varen want anders is 't niet te verklaren varen kon hij niet hij had te veel verdriet m kon zijn tranen niet langer vergaren.
Zonnestraaltje hier zonnestraal daar de eerst van de dag en ’t is klaar schijnt op je gelaat een kleurtje achter laat ze verkleurd zelfs de kleuren van je haar.