Naar de inhoud

Stamboom

akke.beakke.be

Berichten van 1 augustus 2005 tot 7 augustus 2005

Verkeersbericht in 1910

Belangrijk Verkeersbericht - anno 1910  

 

Volgens Touringclub de Belgique tweemaandelijks tijdschrift van  16 juni 1910

 

Toestand van de wegen!!!!

Provinciale baan van Halle naar Alsemberg


Niveleringswerken zijn aan gang tussen kilometerpaal 7 en Alsemberg op het grondgebied van Sint-Genesius Rode en Alsemberg

 

Het autoverkeer zal hinder onderondervinden of onmogelijk zijn  tot eind juni.

Dit  bijna 100 jaar oude bericht klinkt heel alledaags in onze oren.  
Wat toen een zeldzaamheid was, want men werkte niet zoveel aan de banen, is nu dagelijkse kost geworden. Er wordt overal gewerkt zelfs op de omleidingen .    

De geschiedenis herhaalt zich sinds eeuwen  

Victor

 

Hoe vind je dit bericht? 16 stemmen
Geschreven door victor om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Filips de Stoute overleden te Halle

Filips de Stoute  graaf van Vlaanderen

in 't Frans Philippe le Hardi

 im000080_1.jpg

Hij werd geboren te Pontoise op 17 januari 1342 als jongste zoon van de Franse koning Jan II de Goede van Valois. Hij verwierf zijn bijnaam wegens de moed die hij betoonde in Slag van Poitiers in 1356 tijdens de honderdjarige oorlog tegen de Engelsen. 

Als jongste zoon kwam hij niet in aanmerking voor de troonopvolging. Als compensatie werd hem in 1364 met het Franse Hertogdom Bourgondië toegewezen. In 1369  huwde hij te Gent met Margaretha, dochter van de Vlaamse graaf Lodewijk van Male.

Van 1380 tot 1388 was hij regent over Frankrijk tijdens de minderjarigheid van koning Karel VI die zijn neef was. 

Van deze positie maakte hij gebruik om het Franse leger in te zetten om een Vlaamse opstand neer te slaan, (in de slag bij Westrozebeke in 1382) geleid door Jacob van Artevelde en tegen zijn schoonvader  Lodewijk van Male. Toen deze in 1384 stierf werd Filips graaf van Vlaanderen, Antwerpen, Mechelen, ook van Artesië, Nevers, Rethel. Hij wist ook de Franche Comté in Jura te bemachtigen. Hiermee ging zijn rijk van Bourgondië in midden Frankrijk tot de Noordzee. Filips poogde op verscheidene manieren zijn gezag uit te breiden  naar andere gewesten  In 1385  tijdens het dubbel huwelijk van Kamerrijk trouwden zijn kinderen Margaretha en Jan, met  respectievelijk Willem en Margaretha de kinderen van Albrecht van Beieren, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. In 1390 wist Filips de kinderloze hertogin van Johanna van Brabant ertoe aan te zetten haar hertogdom af te staan aan haar nicht en dus Filips' vrouw Margaretha van Male.

De staten van Brabant verhinderden dit  maar aanvaarden  de zoon van Filips als opvolger van Johanna. Dat zelfde jaar kocht Filips ook het graafschap Charolais.

In 1392 toen Koning Karel VI krankzinnig werd nam Filips terug het regentschap over van Frankrijk. Als graaf van Vlaanderen  verzoende hij zich gedeeltelijk met Engeland omdat Vlaanderen economisch afhankelijk was van Engeland voor de wollevering en hij liet het vrije handelsverkeer toe tussen Engeland en Vlaanderen.

Filips liet in zijn gewesten de plaatselijke bestuursinstellingen bestaan, maar maakte ze afhankelijk van zijn centrale regeringsorganen. In 1385 benoemde hij een kanselier Jean Canard (1350-1407) om zijn gebieden te besturen. In 1386 richtte Filips in Rijsel voor de Noordelijke gebieden en Dijon voor de Zuidelijke. Een rekenkamer in voor de financiële administratie, en een raadkamer een soort hof van beroep dat de vonnissen van de plaatselijke rechtbanken kon vernietigen in zijn voordeel. Filips die van pracht en praal hield, startte met het weelderig Bourgondische hofleven.

Zijn bibliotheek is vermaard voor de vele prachtige handschriften

 

Filips de stoute overleed aan erge koorts te Halle op 27 april 1404 in de Herberg den Hert rechtover de kerk. Toen was de kerk nog een bouwwerf en had nog haar Romaanse toren.  

Na zijn dood werd zijn lichaam naar Brussel overgebracht waar men zijn lichaam gedurende enkele weken voorbereidde en het balsemde. Zijn hart en andere organen werden er uit gehaald en apart bewaart zoals het voor de Franse koningen van die tijd pastte. Een Bruggeling deed de begrafenis van Brussel naar Dijon.
Dit kostte zes manden goud.
De tocht naar Dijon duurde meer dan zes weken. Hij werd daar in pracht en praal begraven.

Het maken van het praalgraf werd aan Vlaamse en Hollandse kunstenaars toegewezen.

Zijn praalgraf staat nog steeds in Dijon in de Salle des Gardes de enige overgebleven ruimte van het woongedeelte van de hertogen. Zijn hart en andere organen zijn in Parijs vernietigd door latere Franse heersers 

Te Dijon staan de rijkelijk versierde graftombes van Filips de Stoute en Jan zonder Vrees. Deze sarcofagen horen tot de indrukwekkendste kunstwerken van het Bourgondische rijk.

Claus Slauter uit Haarlem hield zich hoofdzakelijk bezig met het praalgraf van Filips de Stoute. Dit pronkstuk werd gedragen door 40 gebeeldhouwde kartuizer monniken "Les pleurant" genoemd. Ze beelden de trieste lijkstoet uit die Filips de Stoute van uit van Brussel naar Dijon bracht.      

Victor

Hoe vind je dit bericht? 53 stemmen
Geschreven door victor om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Bedevaart gezegde

Dit is een oud volksgezegde dat toepasselijk was voor de bedevaarders die Halle bezochten, maar dat de Hallenaars als naam daarna overerfden, maar nu aan 't verwateren is.

De bedevaarders kwamen van uit alle Europese streken. Het grootste deel kwam te voet en hadden vele kilometers in hun benen.
Alle bedevaarders hadden indertijd minstens een stok, wandelstok of krukken mee, om onderweg of gedurig op te steunen. dit was noodzakelijk om zich tegen allerlei onvoorziene omstandigheden zoals aanval van honden te verdedigen.  
De bedevaart eindigde te Halle met de wegom door de velden en om te eindigen ook enkele toertjes biddend rond de kerk.
In die tijd zat de kerk nog stampvol en werd er ook op de markt voor de kerk gewacht en gebeden, men moest per groep de kerk in.

De latere bedevaarders hadden een wandelstok mee gecombineerd met een zitje. (Iets gelijkaardig bestaat nu ook nog in moderne versie van wandelstok) Toen men de bedevaarders die schuin op dit éénpotig stoeltje leunden, van op de zijkant bekeek, was dit een eigenaardig zicht.
Men interpreteerde dit zoals men het zag en men zegde:
 "In Halle steike ze ne stok in uile gat voe niet te valle"

Dit zou vrij vertaald zijn "In Halle steken ze een stok in hun achterwerk om niet te vallen".


Victor  

      

Hoe vind je dit bericht? 43 stemmen
Geschreven door victor om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Stamboom

↑ Terug naar de berichten