Naar de inhoud

Stamboom

akke.beakke.be

Berichten van 24 oktober 2005 tot 30 oktober 2005

Overval ten tijde van Napoleon

Alle dagen lezen wij in de krant over diefstallen, overvallen, gruweldaden en nog meer.
Wij vragen ons soms af,  is dit van onze tijd? of was dat vroeger ook zo? 
Deze overval gebeurde gebeurd in het jaar 1796, ten tijde van Napoleon  en werd de “Grootste overval van in de geschiedenis”. Met de gerechtelijke dwaling die er op volgde  

 

Op het einde van de XVIIIde eeuw  gebeurde het drama dat de geschiedenis in ging als 

“ Le Courrier de Lyon” ( 28 april 1796).

Ten tijde van Napoleon  werd een Franse postkoets met fondsen overvallen,

Men transporteerde toen al 7 miljoen papiergeld voor het leger van Napoleon dat in Italië gelegerd was. De lege koets werd op 28 april 1796 te Melun (ten zuiden van Parijs) teruggevonden met de verminkte lijken van de koetsier en de koerier. De enige passagier een wijnhandelaar, Laborde genaamd, die te Parijs opstapte bleef onvindbaar.

Er werd een onderzoek ingesteld en zes mannen Lesurques, Couriol, Guénot, Richard, Bruer en Bernard  als schuldigen gevonden. Het proces vondt in augustus plaats. Lesurques zegde dat dit een gerechtelijke dwaling en hij zijn onschuld zal bewijzen. Acht getuigen  hadden Lesurque in een herberg te Parijs gezien, de anderen waren gezien door negen getuigen tegen twee.

Bernard werd niet herkend. De verdediging van Lesurque vond een alibi door de aankoop op die bewuste dag, van een lepel bij een juwelier. Bij controle vond de rechter in de boekhouding van  de juwelier, geknoei met de datum van aankoop van de lepel. Daardoor beschouwde de rechter al de getuigen als omgekocht door Lesurque.  De vierde avond van het proces besloot de jury dat Couriol, Lesurques, Bernard en Richard schuldig waren en veroordeelde hen tot het schavot. Bij het verlaten van de rechtszaal riept Criol dat Lesurques onschuldig was en de werkelijke schuldige een zekere Dubosc die op hem lijkt.

Maar te laat op 9 brumaire  (31 oktober) worden zij onthoofd. Voor de bijl viel riept Couriol nogmaals dat Lesurques onschuldig was.  Het onderzoekt werd enkele maanden later terug geopend en men vindt de passagier Laborde die eigenlijk Durochat noemde. Hij bekende de overval met zijn medeplichtigen Roussi, Vidal, Couriol en  Dubosc. De getuigen herkenden Dubosc (met bruin haar) niet en deze bleef zijn schuld ontkennen en deden de getuigen twijfelen.

In de gerechtszaal stond een buste waarop men de pruik van Lesurques  bewaard had. Toen de rechter beval deze pruik op het hoofd van Dubosc zet herkenden al de getuigen hem als mededader van de overval en hij werd met de anderen echte schuldigen onthoofd. 

Eigen vertaling van historische tekst uit 1897.

 

Victor

Hoe vind je dit bericht? 19 stemmen
Geschreven door victor om 00:00 Reageer op dit bericht

Halle straten steenwegen

De oude wegen te Halle en omstreken

 

Voor de komst van Romeinen waren de weinige wegen smal, hobbelig en moeilijk begaanbaar. Bruggen waren een zeldzaamheid. Men stak de rivieren over bij laagwater of met een vlot geleid door een touw  gespannen van de ene oever naar de andere; oversteekplaats genoemd.  Ruiters en wagens waden door de rivier bij laagwater 

Smalle waterlopen werden overbrugd met balken of planken ook Vlonder genoemd (Vondel te Halle) en dienden alleen voor de voetgangers.   

Zwaardere  lasten werden meestal via een waterweg vervoerd in barken

Met de komst van de Romeinen werd het wegennet in onze streken aanzienlijk verbeterd.  Ze liepen van Bavai (hoofdstad van Nervië) naar Trier, Keulen, Utrecht, Gent en Boulogne sur mer. De Romeinse heirbanen waren mooi recht en stevig gebouwd op verscheidene lagen stenen van verschillende grootte en waren meestal 20 voet (6m) breed Aan de rivieren werden bruggen geconstrueerd die 2,65 meter breed waren met een doorwaadbare geplaveide plaats naast de brug. Om hun wegen mooi recht te maken legden zij grote vuren aan en men kapte een doorgang in de bossen recht naar de rook op verscheidene km.

De Romeinse heirbanen liepen meestal boven op de scheidingen van de valleien zodoende had men een vergezicht en was er er weinig hinder van beken en andere hindernissen.

Voor Halle liep de Baan Bavai -Utrecht boven op de scheidingen van de valleien van de Dender en de Zenne. In het Franstalig deel noemen de wegen Chaussée de Brunehault, in het Nederlandstalige gebied Romeinse steenweg, Heirbaan.

Deze baan vertrok van Bavai (Fr) naar Bergen, Hoves, Edingen,  Herfelingen,  Kester en Asse (Brabant)  Hier verliest men de sporen  en vindt ze terug te Hoogstraten ( Straat op de hoogte) om verder naar Utrecht te gaan.

Waar de Romeinen het nodig achtten  bouwden zij een dicht net uit met  “diverticulae” of secundairewegen om de handel te bevorderen. De heirbanen waren militair en verboden aan particulieren, alleen een speciale toelating gaf togang tot deze banen. 

Te Halle vonden de Romeinen de enige doorwaadbare plaats op de ganse lengte van de Zenne, daar was ze ondiep en breed met zachtstijgende oevers. Daarom is Halle ook op die plaats ontstaan. In de natte perioden, bij hoogwater moest men soms dagen of weken wachten tot het rivierpeil daalde of dagen omrijden. Zo is er op die plaats (te Halle) tussen de wachtende handel ontstaan en later ook de stad.  Van Halle gingen de Romeinen verder naar Huizingen, Beersel Ukkel, de Hoogstraat in Brussel, Haren tot Zaventem 

Langs de heirbanen  buiten de bewoonde gebieden begroeven de Romeinen hun doden in Tumuli.

Na de val van het Romeinse rijk en het vertrek van de Romeinen  werden deze wegen niet meer onderhouden. De meeste wegen verdwenen in begroeing.

Men moet bijna duizend jaar wachten tot de 13de eeuw vooraleer men in onze streken nieuwe wegen bouwt of de oude terug onderhouden worden of laat staan geplaveid. Men maakt nieuwe wegen als verbinding tussen de tussen de pas ontstane steden steden. Zo is er midden van 14de eeuw een geplaveide weg van Brussel naar Veeweyde (Anderlecht) ontstaan die men verlengt tot de grens met Henegouwen. Halle lag toen nog  in het graafschap Henegouwen. In 1447 plant men bomen langs beiden zijden van deze weg.

Pas laat in de 17de eeuw doet de nood zich voelen om meer geplaveide wegen te hebben.

Daar Halle van Bergen afhangt  begint men in 1643 met de aanleg van de Steenweg van Halle naar Bergen.

Rond 1704 beginnen de Staten van Brabant met bestratingswerken van Brussel naar Gent, Luik, Bergen. Zij worden ook eigenaar van de steenweg naar Bergen tot de grens met Hengouwen. Nu is de verbinding van Brussel met Bergen via Halle werkelijkheid. In 1710 wordt deze steenweg  naar Bergen en Rijsel druk bereden door de artillerie van de geallieerde troepen. De baan werd toen volledig hersteld

In 1765 wordt de baan Halle Edingen aangelegd. Vroeger kom men langs twee kanten naar Edingen gaan. De eerste Halle, deels steenweg naar Bergen Lembeek, Beert, Heikruis, Edingen. De tweede mogelijkheid deels de Steenweg naar Bergen, Lembeek, Sint Renelde, Bierk (naast de steengroeve) Lettelingen, Edingen.

De steenweg Halle-Nijvel komt er volgens decreet van 1828  en wordt beëindigd in 1839. Vroeger ging met van Halle naar Nijvel langs de Whaelenweg vanaf de Bospoort, naar het kasteel van Essenbeek, vervolgens het Kasteel van Kasteelbrakel, Hoog-Itter en Nijvel. 

Even buiten de Bospoort was er aan het pleintje rechts de Bordollenstraat naar Rodenem en de molen, links naar de Broekborre en Buisingen, Eysingen

De baan naar Ninove begon men  in 1836 en werdt beëindigd in 1842. Daarvoor  begaf men zich naar naar Ninove via  Breedhout, Elingen. Men plantte on middelijk bomen langs deze baan.   

De baan naar Geraardsbergen kreeg indertijd nooit veel belangstelling en werd nooit geplaveid en  liep langs de Postweg (Zuster Bernardastraat), Nikkelenberg, Seysingen en Elbeek, Pepingen enz .

Al deze banen  vertrokken van aan een poort in de stadswallen. 

Het voornaamste gebouw in de omwalling was Het Kasteel van de 13de eeuw afgebroken rond 1863. Vervolgens had men in wijzerzin de volgende poorten:

De Vondelpoort, die leidde naar het publiek stort tussen de Leide en de Zenne,

Langs de Kwapoort en later met de uitbreiding van de stad via de Bospoort,   ging men naar Nijvel, Rodenem, Buizingen. 

De Bergpoort was de stadsuitgang naar Bergen. 

De Poterne was een kleine  poort als uitgang naar Geraardsbergen, 

De Sint- Katarinapoort bleef voor de veiligheid na 1580 jaren gesloten  en leidde naar Ninove, De Brusselpoort naast het kasteel was de uitgang naar Brussel.

Via het kasteel kon men ook de kasteelstraat bereiken naast de kerk.

De belangrijkste doorgang voor het koetsverkeer door het centrum was inderdertijd van Bergen naar Brussel via de Bergense steenweg, Bergpoort, Basiliekstraat, Grote Markt, Klinckaert, Brusselpoort  In een latere periode via de Maandagstraat, Beestenmarkt Dekenstraat naar de Brussel poort,

Met het sluiten van de Sint Catherinapoort in 1580  moet alle verkeer omrijden of wandelen via de Brusselpoort .

Van de wegen buiten de stad is er één eeuwen oud tracé dat nu vernieuwd en nog intens gebruikt wordt  van aan Smeerhout via de Kruisstraat, Rodenem, over de Zenne naar Stroppen.  Met andere woorden niets anders dan de afrit van de autoweg en ring rond Halle richting Edingen. Men vindt zelden iets nieuw uit.

 

Victor

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 46 stemmen
Geschreven door victor om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Stamboom

↑ Terug naar de berichten