Naar de inhoud

Hechtingsprobleem

akke.beakke.be
Voor ouders, hulpverleners, en leerkrachten, die zich zorgen maken over kinderen, met Hechtingsprobleem, Hechtingsproblemen, hechtingsstoornis, hechting, gehechtheid, ouders, babys, kinderen, pleegkinderen, stiefkinderen,jeugd, volwassenen, hulpverleners, onderwijs, jeugdzorg

Archief

Hechtingstheorie van Bowlby

De hechtingstheorie van Bowlby wordt in de hulpverlening toegepast om abnormaal gedrag te verklaren. In tegenstelling tot in de psychoanalyse, wordt er in de hechtingstheorie niet teruggeredeneerd, is er nadruk op de echte gebeurtenissen, wordt er van echte observaties uitgegaan en niet van verhalen van volwassenen en worden mensen vergeleken met dieren (ethologie). Hechting is volgens Bowlby genetisch vastgelegd en komt zowel bij mensen als bij dieren voor. Er is een kritieke periode voor hechting. Een slechte hechting uit zich als volgt: eerst is er protest, daarna terugtrekking en vervolgens onthechting. Stadia in hechting.

 

Het hechtingsproces:

- belang van moeder-kind interactie

- achtmaandsangst, eerste acht maanden angst voor vreemden

- volwassenen hebben aangeboren zorginstinct

- matching van signalen tussen verzorger en kind, attunement

- aangeboren gedragsrepertoire zoals huilen en lachen waarmee het kind interactie kan uitlokken. Dit garandeert veiligheid voor het kind en aanwezigheid van de volwassene.

- Slecht gehechte kinderen: apathie, boosheid, ambivalent gedrag. Goed gehechte kinderen: glimlachen, naar ouder toe gaan, begroeten

De hechting heeft gevolgen voor het emotionele gedrag van later, in relaties met anderen. Hechting kan belemmerd worden door hersenbeschadiging, door lichamelijke of psychische problemen bij de ouders, door het liggen in een couveuse, psychiatrische problemen bij de ouders (depressiviteit, verslaving). In deze hechtingstheorie wordt de nadruk gelegd op het mechanistisch denken. In de objectrelatie theorie (relaties met andere personen) ligt de nadruk op het personalistisch denken. De objectrelatie theorie richt zich niet op de fantasie zoals de psychoanalyse. De objectrelatie theorie veronderstelt ook geen aangeboren driften. In de objectrelatie theorie is er als eerste een symbiotische relatie tussen moeder en kind, in de volgende fase gaat het kind ook relaties aan met andere personen. Dit wordt het proces van separatie-individuatie genoemd, het kind krijgt een eigen identiteit en maakt zich als het ware los.Tijdens het proces van verinnerlijking worden beelden en herinneringen van de objecten (personen) uit de omgeving van het kind opgeslagen, deze beelden hoeven niet altijd waarheidsgetrouw te zijn. Gedeelten van personen worden opgeslagen, personen worden nog niet als een compleet geheel gezien. Transitionele objecten (zoals knuffelberen) kunnen de plaats  innemen van bijvoorbeeld de moeder. Vanaf drie jaar ontstaat de emotionele objectconstantie (Piaget), kinderen kunnen nu beelden van personen vasthouden. De objectrelatie theorie benadrukt dat angst ook al bij jonge kinderen kan optreden, en niet alleen in de Oedipusfase zoals Freud beweerde. Onbewuste conflicten zijn hier conflicten tussen tegengestelde beelden van objecten.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Webmaster om 20:42 Reageer op dit bericht

De Alcoholbaby

De alcoholbaby

De alcoholbaby laat een baby zien die tijdens de zwangerschap blootgesteld is aan alcohol. De gevolgen van het gebruik van alcohol tijdens de zwangerschap zijn duidelijk te zien aan dit model. Blootstelling aan alcohol tijdens de ontwikkeling van de foetus kan in het meest extreme geval leiden tot het Foetaal Alcohol Syndroom (FAS). De diagnosecriteria voor FAS zijn: groeiachterstand, afwijkende gelaatskenmerken en neurologische afwijkingen.

Alcoholgerelateerde aandoeningen zijn permanent van aard en kunnen de levenskwaliteit tot in het volwassen leven sterk aantasten. Effecten op de baby kunnen zich uiten in veel huilen, slaapstoornissen, het langzamer reageren op prikkels uit de omgeving en het minder snel kalmeren na een moment van opwinding. Na onderzoek blijkt dat ook op latere leeftijd bij het kind problemen van het gebruik van alcohol tijdens de zwangerschap te ondervinden zijn.

http://www.eurofysica.nl/arachna.aspx?id=539&lng=6

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Webmaster om 00:00 Reageer op dit bericht

Gehecht aan de moeder (vertrouwen)

Eerst raakt het kind gehecht aan de moeder. Een kind dat altijd terecht kan bij zijn moeder, door haar verzorgd, getroost wordt, weet dat zij ongerust is als ze niet weet waar hij is. Hij weet dat zijn moeder om hem geeft.
Kinderen krijgen zo een gevoel van "zelfvertrouwen" het kind komt goed op anderen over. Men reageert positief op hem, wat hem ook een stuk zelfvertrouwen geeft.
Het kind leert vertrouwen krijgen in anderen.

Angst voor scheiding van de moeder vertoont een piek tussen 14 en 20 maanden. Angst voor scheiding van de moeder en angst voor vreemden zijn kenmerkende momenten in het eerste levensjaar. De meeste veilig gehechte kinderen zullen deze angsten vertonen.

Na 7 maanden gaan kinderen zich ook aan andere personen hechten die ze vaker zien zoals, vader, zusjes, broertjes.
Tussen ouder een kind ontwikkelt zich een emotionele relatie die bepalend is voor de manier waarop later door het kind relaties aangegaan wordt.

Kinderen die onveilig gehecht zijn aan hun verzorger kunnen, wanneer er verandering in de situatie wordt gebracht, zich alsnog veilig gaan hechten aan hun verzorger.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 00:45 Reageer op dit bericht

Wat is hechting, gehechtheid?

Hechting is een duurzame liefdevolle relatie tussen een kind en een verzorger.

Er zijn 4 fasen van hechting:

0 tot 3 maanden
De baby zendt al vrij snel na de geboorte signalen uit zoals lachen, huilen, uitdrukkingen van de ogen. Deze signalen richt de baby nog niet op een vaste persoon.
 
 
3 tot 6 maanden
De baby reageert positiever op de aandacht van een specifieke persoon, maar deze voorkeur is niet erg duidelijk. In principe zou iedereen met enige moeite de rol van vaste opvoerder kunnen vervullen.

6 tot 8 maanden
De eerste gehechtheid treedt in. Het kind geeft door middel van beweging en signalen aan de aandacht van een vaste persoon te willen en te houden. Het verlies van deze vaste persoon veroorzaakt een heftige scheidingsangst

vanaf ongeveer 3 jaar
In deze fase kan het kind zich inleven in de persoon waar het aan gehecht is en kan het hiermee rekening houden. Het kind kan nu doelen bijstellen of uitstellen omdat het een soort besef heeft van de band met deze persoon. Dit besef oefent op een abstracte manier invloed uit op de hechting.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 00:43 Reageer op dit bericht

Hechting, hoe doe je dat, en waarom?

Hechting

Hechting, hoe doe je dat, en waarom?

Zita van der Heyden
VOC - Nederland

Iedereen zegt het, iedereen weet het: de hechting tussen een kind en zijn ouders is belangrijk, de basis voor een gezonde emotionele, sociale, verstandelijke en zelfs motorische ontwikkeling. Maar wat is hechting? Hoe breng je een gezonde hechting tot stand? Gebeurt het niet gewoon vanzelf?

Met hechting wordt bedoeld de wederzijdse band tussen een kind en zijn ouders, eventueel verzorgers. Soms hoor je een moeder wel eens zeggen: ik zit met duizend touwtjes aan mijn kind vast. Die touwtjes, dat is hechting. De eerste twee jaren in het leven van een mens is de meest gevoelige periode om een veilige hechting op te bouwen.

In feite begint de hechting tussen moeder en kind natuurlijk niet bij de geboorte, maar al eerder. Wanneer? Bij de uitslag van de zwangerschapstest? Bij de eerste echo? De eerste keer horen van de hartslag? De eerste borrelingen in de baarmoeder?

Toch is de baby bij de geboorte een allemansvriend. Hij herkent weliswaar de stem en geur van zijn ouders, maar iedereen kan troosten en kalmeren, hij geniet van ieders aandacht. Maar in de loop van de tijd zal de baby de gewoontes van zijn vaste verzorgers (meestal de moeder/ouders) herkennen. Hij herkent geluiden, geuren, maar ook vormen en de manier van aanraken, en hij reageert daar positief op. Bij een heel klein kind zijn de reacties heel klein en moet je goed opletten , als het kind groter wordt zal het glimlachen, maar ook huilen kan een (re-)actie zijn. Als de ouder zich goed kan inleven in wat het kind nodig heeft en daarop (snel) reageert, krijgt het kind vertrouwen, het basisgevoel van veiligheid. Lichaamscontact is belangrijk, daarom zullen de verpleegkundigen in het ziekenhuis lichaamscontact stimuleren. Het is dus belangrijk dat er continuïteit is in de verzorging, dat er tenminste één vaste verzorger is van het kind, want voor hechting zijn er twee partijen nodig: de vaste verzorger (meestal de ouder) én het kind.

Een veilig gehecht kind is meestal niet dwars, gaat makkelijk om met vreemden maar zonder een allemansvriend te zijn. Als het kind en de ouder tijdelijk gescheiden zijn, kan het kind dat aan, omdat hij weet dat de ouder weer terugkomt. Veilig gehechte kinderen houden meestal van lichamelijk contact.

Fysieke hechting, hechting door aanraking en aangeraakt worden, ligt aan de basis van en is voorwaarde voor een gezonde ontwikkeling van de daaropvolgende fasen: emotionele hechting en de ontwikkeling van beheersingspatronen. Maar om fysiek te kunnen hechten, moet je wel overleven! Er kan - letterlijk of figuurlijk - nog geen 'ruimte' voor zijn: doordat het kind in de couveuse moet, of omdat het ziek is en bijvoorbeeld geopereerd moet worden. Als deze periode langer is dan ongeveer vijf dagen is het vertrouwen van het kind om op de aangeboden fysieke hechting in te gaan niet meer vanzelfsprekend.

Als er niet of onvoldoende wordt voldaan aan de behoeften van het kind, kan een onveilige hechting ontstaan. Een aantal kinderen bouwt geen veilige hechting op. Vaak wordt er dan gedacht aan bijvoorbeeld adoptie- of pleegkinderen, maar in de meeste gevallen gaat het om een eigen kind en was het zeer gewenst. Vaak is het wel zo dat het kind door omstandigheden een tijd gescheiden is van (een van) de ouders, bijv. door ziekenhuisopname.
Je kunt uitgaan van twee verschillende vormen van onveilige hechting.

In de ene vorm zie je dat een kind onzeker is en zich vastklampt aan zijn ouder(s). Het kind huilt veel en is angstig. Je ziet dat het kind weinig vertrouwen heeft in de opvoeder, en twijfelt aan de betrouwbaarheid. Zo'n kind is angstig en geblokkeerd als het in een situatie komt die hij niet kent en hij is vaak maar moeilijk te troosten. Soms accepteert zo'n kind wel lichamelijk contact, maar niet altijd. Je ziet ook dat er niet veel direct oogcontact is.

Aan de andere kant zie je dat de betreffende ouder voor het kind onvoorspelbaar reageert, en de reacties zijn voor het kind niet duidelijk, ze reageren op het verkeerde moment, of op de verkeerde manier (bijvoorbeeld een glimlach of een boos geluid van de ouder) of de ouder stopt met reageren, of reageert helemaal niet terwijl het kind dat wel verwacht had. De ouder is onhandig en onduidelijk naar het kind toe.

Bij de andere vorm vraag je je soms af of er wel sprake is van hechting. Je ziet dan dat het kind ieder aanhankelijkheid afweert en geen contact maakt. Het lijkt of het kind een negatieve reactie wil voorkomen. Hij vraagt niet (meer) om zorg en bescherming, hij wil niet worden getroost. Zo'n kind gedraagt zich als een allemansvriend: gaat op schoot zitten bij vreemden en heeft geen moeite met kusjes geven aan iedereen. Het kind lijkt onverschillig en vlak, is ongedurig, snel geïrriteerd en agressief, ongeduldig en trekt zich weinig van anderen aan. Echte vriendjes zijn er meestal niet.

Van de kant van de ouder zie je dat het kind wordt afgewezen. Ouders die zich niet in hun kind kunnen of willen inleven en dus niet reageren op zijn behoeftes. De ouder past zich niet aan, aan het ritme van het kind, accepteert soms niet dat het krijgen van een kind zijn leven veranderd. Vaak zie je ook dat de ouder een afkeer heeft van lichamelijk contact - soms omdat zij/hij zelf ook onveilig gehecht is.

Er kunnen door de situatie ook spanningen optreden in de relatie tussen ouders die weer hun weerslag hebben op het kind.

Ontstaan

Hechtingsstoornissen kunnen ontstaan bijvoorbeeld door te veel wisseling van de vaste verzorgers van een kind, zoals bijvoorbeeld bij langdurige ziekenhuisopname, maar ook bij adoptie. Het kind heeft geen kans zijn verzorger goed te leren kennen zodat hij weet dat de reacties van de verzorger betrouwbaar zijn. Ook andere zaken, zoals bijvoorbeeld traumatische ervaringen kunnen een veilige hechting in de weg staan. Kinderen die onveilig gehecht zijn kunnen later sociale en emotionele problemen krijgen, die zelfs op volwassen leeftijd nog merkbaar zijn. Veiligheid en geborgenheid blijken fundamenteel te zijn voor groei en ontwikkeling.

Een hechtingsachterstand, opgelopen in de gevoelige eerste twee jaar, kan gedeeltelijk of geheel worden ingehaald. Het is daarbij vooral nodig dat de opvoeders het basisvertrouwen aan het kind kunnen geven. Daardoor kan het kind de veiligheid en geborgenheid die het in de beginperiode heeft gemist, alsnog ervaren. Vanuit deze ervaring kan het kind zich dan verder ontwikkelen. Soms kun je dat als ouder niet zonder hulp. Dan is begeleiding door een deskundige nodig - bijv een orthopedagoog. Ouders leren daarbij goed te kijken naar het kind en adequaat te reageren op het gedrag van het kind. Hierbij wordt tegenwoordig vaak gebruik gemaakt van video-opnamen om zelf met hulp van een therapeut te analyseren wat het kind in zijn gedrag aangeeft, hoe jij als ouder reageert en wat de reactie van het kind daarop dan weer is.

De laatste jaren is er meer aandacht voor de gevolgen van onveilige hechting, en daarom is er ook vraag naar onderzoek en voorlichting. Specialisten en ervaringsdeskundigen (ouders) verzamelen gegevens hierover. Zo worden verhalen geregistreerd van ouders van kinderen tussen de 2 en 24 jaar. Vaak zijn het treurige verhalen over ernstig verstoorde relaties binnen en buiten het gezin waar niemand raad mee weet. Hulpverleners pikken de signalen van ouders vaak niet goed op, misleidt door het vaak voorbeeldig gedrag van het kind (schijnaanpassing). De meeste ouders zijn niet op het spoor van een hechtingsstoornis gebracht, ondanks vaak veelvuldige hulpverleningscontacten.

Bij gericht doorvragen bij ouders hoor je vaak verhalen van allerlei traumatische ervaringen rond de geboorte, zoals complicaties rond de geboorte, het kind is direct na de geboorte bij de moeder (bijvoorbeeld voor adoptie) weggehaald, er vonden medische ingrepen plaats, de baby had erg veel energie nodig om te overleven enz.

Wij zijn uiteraard blij dat hulpverleners die met pasgeborenen en hun ouders werken zich steeds bewuster worden van het belang van een goede hechting tussen ouders en kind, en dus ook hun best doen om dat te stimuleren. De ontwikkelingsgerichte zorg, zoals die in opkomst is in een aantal ziekenhuizen speelt een belangrijke rol om te komen tot een goede interactie tussen de ouders en het kind in de stressvolle en moeilijke couveuseperiode.

Symptomen van hechtingsstoornissen (De Lange) Babyleeftijd:

- veel huilen, onrust, niet geknuffeld willen worden, niet willen aankijken, niet aan moeders borst willen drinken, verstijven als het wordt opgepakt

Peuterleeftijd:

- De actieve peuter: zich niets aantrekken van de ouders, gevoel- en emotieloze indruk, niet bereikbaar voor de ouders (geen gevoel van wederkerigheid), chaotisch

- De passieve peuter: nooit aandacht vragen, niet huilen, zich laten verzorgen en meespelen, zonder plezier te hebben.

Basisschoolleeftijd: a. het driftenkind laat zich leiden door eigen wensen, doet wat er in hem opkomt

b. het schijnbaar aangepaste kind:
o ontkent eigen wensen en past zich in schijn aan
o wil sterke controle hebben over omgeving.
o maakt met 'alles en iedereen' contact (allemansvriend). c. Het kind met twee gezichten: is thuis onhandelbaar en buitenshuis zeer aangepast (of omgekeerd) .
d. Het agressieve kind daagt uit, scheldt, schopt, pest, vernielt enz.
e. Het kind dat het laat afweten, trekt zich terug in zichzelf en zou het liefste dood willen zijn.
f. Het kind dat nergens raad mee weet en een chaotische indruk maakt.
g. Het kind dat zich richt op leren en presteren en zijn gevoelens van onveiligheid en ongeborgenheid onderdrukt.

Bronnen:

G. Baan, 'Niet alle banden binden even vast' Tijdschrift voor Kinderverpleegkunde 4 - 99

B. Wester, 'Hechtingsstoornissen' Tijdschrift voor Kinderverpleegkunde, 1 - 2001

* Dr. G. De Lange 1991, Hechtingsstoornissen, - orthopedische behandelstrategieën, Van Gorcum.

* Boek: Bodemloos bestaan, Greetje van Egmond (1987)

Met dank aan Zita van der Heyden, Vereniging van Ouders van Couveusekinderen - Nederland

www.vvoc.be/hechting.htm

 

 
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Webmaster om 00:38 Reageer op dit bericht

Wat ziet men?

·        Wat ziet men?
E
en volwassen persoon, die zich vrij zelfstandig gedraagt, een goede babbel kan hebben etc.

·         Wat is de werkelijkheid?
Een volwassen persoon met een laag emotioneel niveau en een hogere cognitieve ontwikkeling. De leeftijd komt niet overeen met de ontwikkeling. 

·         Wat ziet men nog meer?
Men ziet imponeergedrag waarvan de persoon zelf de consequenties niet goed overziet.
Het gedrag biedt aanleiding dat de persoon door zijn omgeving wordt overschat.

Daardoor worden zij regelmatig geconfronteerd met hun falen en de teleurstelling die dit teweeg brengt bij henzelf en bij anderen.
Personen met een verstandelijke beperking overschatten vaak ook hun eigen. Mogelijkheden en ontwikkelen een negatief zelfbeeld: ‘ik kan niks’, ‘ik doe altijd alles fout’, ‘Niemand vindt mij aardig’ etc.

·         Zij zijn bij voorbaat negatief gestemd (‘dat lukt mij nooit, ik kan dat niet en begin er niet aan’). Zij zijn nooit tevreden over hun prestaties zodat zij hun verrichtingen naar beneden halen en werkstukken vernielen.

·         Zij zijn in hoge mate achterdochtig en wantrouwend ten opzichte van anderen. Zij verwachten dubbele bodems, niet haalbare eisen en alsnog geconfronteerd te worden met hun beperkingen. Een voor hen gebruikelijke manier om dit te voorkomen is de ander zo snel mogelijk het initiatief te ontnemen of zo te irriteren dat het stellen van opdrachten voorkomen wordt.

·         Een andere mogelijkheid is dat zij in hoge mate hun tekortkomingen verbloemen of camoufleren door dit te ontvluchten (weglopen van school, thuis en andere door hen als moeilijk ervaren situaties) en/of te compenseren op andere terreinen (een overdosis lef en bravoure).

·         Een vierde mogelijkheid is door het bovengenoemde ongewenste gedragsrepertoire hun tekorten te overschreeuwen.

·         De verschillende alternatieven hebben met elkaar gemeen dat zij op allerlei manieren ernstig in de problemen gebracht worden. Als de jongere zichzelf niet accepteert zoals hij is heeft hij veel energie nodig om bij voorbeeld onvredegevoelens, schuld- en schaamtegevoelens te onderdrukken. Die energie gaat ten koste van het ontdekken en gebruiken van allerlei andere mogelijkheden in het adequaat omgaan met zichzelf en anderen. Een negatief zelfbeeld belemmert de jongere ernstig in zijn functioneren in tal van situaties. Te denken valt hierbij aan het zich handhaven op school, omgevingsverkenning, het leggen van contacten met leeftijdsgenoten en een zinvolle besteding van de vrije tijd.

·         Bij een gezonde ontwikkeling van het zelfbeeld gaat het erom dat de jeugdige zichzelf leert zien als een zelfstandig individu en leert zichzelf te accepteren met alle mogelijkheden en zwakheden, zonder dat dit laatste tot minderwaardigheidsgevoelens leidt.

  •  Sociale vaardigheden krijg je niet bij je geboorte mee. Dit moet men zich eigen zien  te maken in de ontwikkeling van baby tot volwassene.
  •  Het is dus belangrijk om de negatieve ontwikkelingen bij deze jongeren te stoppen. Dit met behulp van een goed doordacht begeleidingsprogramma om te buigen in de richting van een juiste en gewenste omgang met anderen.

·        De opvoeding dient dus gericht te zijn om de jongere de juiste vaardigheden aan te leren en deze zich eigen te laten maken zodat er een gewenst sociaal gedrag ontstaat en het ongewenste en storende gedrag niet meer gebruikt hoeft te worden.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Webmaster om 00:00 Reageer op dit bericht

KINDEREN AL VÓÓR GEBOORTE IN JEUGDZORG

Baby's die al vóór de geboorte worden aangemeld bij jeugdzorg. Het kan en het gebeurt. Maar volgens artsen en rechters niet vaak genoeg.

Het gaat onder meer om vrouwen met een verslaving, een psychiatrische stoornis of een verstandelijke handicap, vrouwen waarvan wordt verwacht dat ze niet in staat zullen zijn om voor hun kind te zorgen. In het Medisch Centrum Rijnmond Zuid hebben artsen steeds vaker te maken met dit soort risicozwangerschappen.

MEER INFORMATIE OVER DIT ONDERWERP

07-02-08 Welke kinderen dreigen te ontsporen? zie bijgevoegde link voor meer informatie:   http://www.novatv.nl/index.cfm?ln=nl&fuseaction=videoaudio.details&reportage_id=5788

Bureau Jeugdzorg
Medisch Centrum Rijnmond - Zuid

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 18:54 Reageer op dit bericht

Net even anders

Net even anders over gezinnen met biologisch eigen en adoptiekinderen

Zal ik straks net zo veel houden van mijn geadopteerde kind als van mijn biologisch eigen kind? Kan ik beide kinderen op dezelfde manier opvoeden? Het zijn vragen van ouders in een gemengd gezin: een gezin dat bestaat uit biologisch eigen én adoptiekinderen. Antwoorden op deze vragen zijn te vinden in Net even anders, het eerste boek voor gezinnen met biologisch eigen én adoptiekinderen.

Jaarlijks verschijnen nieuwe boeken met adoptie als thema; van naslagwerken over het adoptieproces en handboeken over opvoedkundige zaken, tot ervaringsverhalen van adoptieouders. Het onderwerp lijkt van haver tot gort en in de meest uiteenlopende vormen besproken. Líjkt. Want waar zijn de boeken waarin het gemengde gezin centraal staat? Net even anders vult die leemte op.

Een gemengd gezin biedt zowel mogelijkheden als drempels en valkuilen. Welke zijn dat? Hoe ga je ermee om? Als ouder, adoptiekind en biologisch eigen kind. Of als opa of oma. In Net even anders komen ervaringsdeskundigen aan het woord: de gezinsleden zelf. Zo krijgt de lezer een beeld van het leven in een gemengd gezin. Zowel ouders als biologisch eigen en adoptiekinderen vertellen openhartig over hun ervaringen en geven persoonlijke tips.

De verhalen van de ervaringsdeskundigen in Net even anders worden afgewisseld met gesprekken met deskundigen uit het werkveld, zoals de Stichting Adoptievoorzieningen, de Raad voor de Kinderbescherming, Wereldkinderen, René Hoksbergen, de Stichting Ambulante Fiom en Basic Trust. Het voorwoord is geschreven door bijzonder hoogleraar Adoptie prof. dr. Femmie Juffer.

In Net even anders staan foto's van gemengde gezinnen of gezinsleden die in het boek aan het woord komen.

Net even anders is zowel bedoeld voor mensen die nadenken over of bezig zijn met de vorming van een gemengd gezin, als voor bestaande gemengde gezinnen. Daarnaast is het boek interessant voor iedereen die met adoptie te maken heeft of erin geïnteresseerd is, zowel privé als beroepsmatig.

De auteurs, Machteld Stilting en Gerard Keijsers, vormen binnenkort een gemengd gezin. Samen met hun biologisch eigen dochter Kaj zullen zij begin 2007 een adoptiekind uit China in hun gezin opnemen.

ISBN: 90 806 773 4 5

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 23:54 Reageer op dit bericht

Hebben is Hebben

Hebben is Hebben,

maar met het zijn is het de kunst  NIEUW

Het zelfregulerend vermogen van het primair proces in de jeugdzorg.

door: Frans Kauffman

ISBN: 978-90-75129-73-1

Doornhaag dankzij de 12e fee
Doornroosje is honderd jaar in slaap gevallen met haar vader (de koning), haar  moeder en de gehele hofhouding. En dat allemaal vanwege de 13e fee, die niet  uitgenodigd mocht worden en voorspelde dat Doornroosje op haar 15e jaar ge- stoken zou worden door een weefspoel en dood zou neervallen. Gelukkig had  de 12e fee nog niet haar wens gedaan en kon haar dood worden voorkomen,  maar ze zou wel honderd jaar slapen.  Zo kon de doornhaag rond het kasteel  groeien en ondoordringbaar worden voor de prins om Doornroosje te bevrijden.  

Hebben en zijn
De metafoor van dit sprookje is wonderwel van toepassing op de problemen in  de jeugdzorg. De doornhaag is de dominantie van de systeemwereld in de jeugd- zorg, dwz. de overheersing van prestatie-indicatoren, resultaatmeting, protocollen,  registratie-eisen, kwaliteitscertificering, etc. (het hebben). Doornroosje zelf, de in- houd van de jeugdzorg (de primaire sector, het zijn) is onderbelicht en krijgt geen  structurele aandacht. De prinsen die Doornroosje willen bevrijden zijn de Task  Force werkgroepen, steeds hogere budgetten om de wachtlijsten weg te werken,  oprichten van Centra voor jeugd en Gezin, etc. en zij komen jammerlijk om in de  doornhaag. Dat is de bureaucratie van de jeugdzorg.  

Balans tussen primair en secundair proces
Er waren bijvoorbeeld vele instanties die zich bemoeiden met het gezin van  Savanne.  En toch vond Savanne de dood. De auteur pleit voor het in evenwicht  brengen van de verstoorde balans tussen hebben en zijn in de jeugdzorg.  Hij  ontwerpt daartoe een theoretisch model dat gebouwd is op vier pijlers (deter- minanten) van de jeugdzorg: het kind/de cliënt en de professional, de uitvoer- der van de zorg. Zij vormen het primaire proces. De twee andere pijlers  zijn de  organisatie en haar leiderschap en de interventie, de zorgprogrammering. Elke  determinant wordt uitvoerig beschreven in de diverse hoofdstukken en getoetst  aan recente literatuur en onderzoek. Betoogd wordt dat er een balans moet zijn  tussen het primaire proces (het zijn) en het secundaire proces (het hebben). Voor  het zichtbaar maken van deze verhouding ontwerpt de auteur een praktisch toe  te passen instrument. Daarmee kan de balans hersteld worden.  Hoe dat te werk  gaat staat in deel 2 het praktisch concept. Dit instrument richt zich op de inhoud  van het hulpverleningsproces en wordt een procesgestuurd instrument genoemd.  Dit in tegenstelling tot veel onderzoeksinstrumenten die de output, de prestatie  meten. Opvallend voor de verstoorde balans in de jeugdzorg is dat toepassing  van een dergelijk instrument in de jeugdzorg niet bekend is.  Er kan niet verwezen  worden naar uitgevoerd onderzoek. Het hebben domineert te veel het zijn in de  jeugdzorg en elke stapeling van het hebben, nu weer 200 miljoen euro om de  wachtlijsten weg te werken, zal niet veel effect  hebben als het systeem van de  jeugdzorg niet verandert. 

Lees daarover verder in het voorwoord van Prof.dr. Micha De Winter.

 

Voor meer informatie kijk dan onder de bijgevoegde link:  http://www.graviant.nl/educatieve-uitgaven/online/

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Webmaster om 23:04 Reageer op dit bericht

Het Geboorteverhaal van een Baby

Rien Verdult

Een nieuw beeld.

 

Heel lang werd gedacht dat baby’s als een onbeschreven blad ter wereld komen. Pasgeborenen hebben een onvolgroeid zenuwstelsel en dus werd aangenomen dat ze geen ervaringen opdoen tijdens de zwangerschap of tijdens de geboorte. Er werd ook aangenomen dat baby’s geen geheugen hebben en dus geen prenatale en perinatale ervaringen kunnen vasthouden of herinneren. Niets blijkt minder waar: het prenatale kind blijkt sensitiever, reactiever en communicatiever dan ooit werd gedacht. Het blijkt vormen van bewustzijn te hebben, te kunnen leren en over vormen van geheugen te beschikken. Steeds meer wetenschappelijk onderzoek bevestigt dit nieuwe beeld van de ‘competente foetus’ en van de ‘competente baby’. Alhoewel deze nieuwe inzichten nog te veel en te vaak worden genegeerd, vooral door artsen, hebben ze toch belangrijke consequenties. Zo kunnen traumatische geboortes tot heel wat emotionele problemen leiden tussen moeder en kind. Deze problemen kunnen voorkomen of opgevangen worden als ze vroegtijdig worden onderkend.

 

Een casus.

 

In onze praktijk meldde zich een koppel aan met hun vier maanden oude baby Jonas. Jonas werd vier weken te vroeg geboren. Zijn tweelingbroertje is vlak voor de geboorte gestorven en ook zijn leven heeft aan een zijden draadje gehangen. Er was sprake van een placenta-loslating. Hij is met een spoed keizersnede geboren en zijn leven kon gered worden na een reanimatie. Hij verbleef nog één week in een couveuse. Zijn moeder en vader waren emotioneel in verwarring: blij om de geboorte van Jonas, verdrietig om de dood van hun zoontje Ward. Baby Jonas was hyperalert en snel overprikkeld; hij kon zich moeilijk overgeven aan slapen; hij kende periodes van intens en langdurig huilen, waar zijn ouders geen raad mee wisten; zijn bewegingen straalden een grote mate van onrust uit; zijn moeder vertelde dat hij alleen maar in haar lijfelijke aanwezigheid tot rust kwam. Haar eigen emotionele problemen en die van baby Jonas ondermijnden haar draagkracht en verstoorden daardoor de relatie met haar overlevende baby.

Gelukkig had de geconsulteerde osteopaat de emotionele problemen van Jonas en zijn ouders snel onderkend en doorverwezen naar onze praktijk voor babypsychotherapie. Jonas had een traumatische geboorte achter de rug: zijn eigen leven was in gevaar, hij heeft zijn broertje verloren, en hij is via een keizersnede op de wereld gekomen. Na zijn geboorte heeft hij het lichaam van zijn moeder een week lang moeten missen door zijn verblijf in de couveuse. Bovendien is zijn moeder emotioneel in verwarring.

Hun relatie dreigt te ontsporen.

 

Kunnen pasgeborenen getraumatiseerd zijn?

 

Over het prenatale leven bestaan nog steeds twee grote misvattingen. Vaak wordt gezegd dat de baarmoeder een paradijs is met zeer sterke geluksgevoelens, waar alle negatieve invloeden buiten gehouden worden door de placenta. Onderzoek aan de universiteit van Utrecht toont bijvoorbeeld aan, dat stress van de moeder tijdens de zwangerschap wel degelijk een invloed heeft op de foetus. Bij gestresste moeders is de kans op vroeggeboorte met lager geboortegewicht en met meer complicaties aanzienlijk hoger. Foetussen en baby’s kunnen dus al vroeg in hun leven stress opgelopen hebben. De tweede misvatting is dat de pasgeborene zich niets kan herinneren van zijn prenataal leven noch van zijn geboorte. Een baby kan echter zijn verhaal ‘vertellen’. Er bestaat een lichaamsgeheugen, waarmee de baby kan ‘onthouden’ wat er is gebeurd. Hoe dit lichaamsgeheugen precies werkt is nog niet volledig bekend, maar dat het bestaat is een vaststaand feit. Ingrijpende ervaringen kunnen worden opgeslagen in het geheugen van het lichaam en worden gecommuniceerd via lichaamstaal of via ‘orgaantaal’. Zo kunnen een slechte vertering, krampjes of reflux signalen zijn van emotioneel belaste organen. Ook hoge koorts, zonder aanwijsbare lichamelijke oorzaak, kan duiden op een stressreactie van de baby. De baby gebruikt geen woorden, maar zijn lichaam spreekt over zijn ervaringen. Er zijn verschillende aspecten van zijn lichaamstaal die ons samen een beeld kunnen geven van de vroegste ervaringen van de baby. Via zijn motoriek en houding, via mimiek, alertheid, hechtingsgedrag en oogcontact of communicatie door huilen kan de baby signalen geven over zijn gevoelsleven. De opdracht voor de babypsychotherapeut is om de taal van de baby te begrijpen en  er empathisch op te reageren. Om met de bekende Franse kinderpsychiater Françoise Dolto te spreken: ‘de therapeut luistert naar de pijn van de baby’. Een belangrijke valkuil voor de babypsychotherapeut is dat hij vervalt in sympathie voor de baby, terwijl zijn opdracht is om met empathie in te gaan op zijn pijn.

Voor een baby kan de geboorte traumatisch zijn. Een geboorte kan zo’n ingrijpende ervaring zijn dat deze sterke gevoelens oproept welke moeilijk te verwerken zijn. Omdat de mogelijkheden van een baby nog beperkt zijn om te reageren op overweldigende situaties, loopt hij meer risico dat een ingrijpende gebeurtenis traumatisch wordt, met blijvende emotionele schade tot gevolg. Ogenschijnlijk routinematige medische ingrepen, als het inleiden van de bevalling of een tangverlossing, kunnen voor de baby dramatische gevolgen hebben. Ook geboortes die te lang duren (vastzitten) of die juist veel te snel verlopen (stortgeboorte) kunnen door de baby ervaren worden als een inbreuk op het biologisch geprogrammeerd verloop van zijn geboorteproces. Dergelijke inbreuken op het subtiele verloop van de geboorte kunnen, in min of meerdere mate, traumatisch zijn. Zo is een keizersnede,  als andere ‘uitgang‘uit de baarmoeder, niet voorzien in de biologische programma’s van de menselijke soort. Een keizersnede kan levensreddend zijn, maar heeft ook ingrijpende emotionele gevolgen. Baby’s die via een keizersnede geboren zijn vertonen vaak een overprikkeld zijn, een hyperalertheid, en een ambivalente verhouding tot aangeraakt worden. Ze kunnen het ook moeilijk hebben als een activiteit (zoals borstvoeding krijgen) plotseling wordt afgebroken; dit kan tot intens huilen leiden.

Geboortetrauma’s leiden tot drie clusters van emotionele problemen: de ervaring van een overweldigende shock, het verlies aan hechting met de moeder, én het verlies van grenzen en controle. De behandeling van baby’s in psychotherapie richt zich dan ook op het ontladen van de lijfelijke spanning die zich heeft vastgezet op bepaalde plaatsen, afhankelijk van waar het trauma lijfelijk voelbaar is geweest. Daarnaast wordt er gewerkt aan het herstel van de hechtingsrelatie met de moeder en aan het herstel van grenzen en controle over het eigen lichaam.

 

‘Trauma-huilen’.

 

Huilen is misschien wel een van de krachtigste manieren om te communiceren waarover een baby beschikt. Als een baby huilt dan huilt hij met heel zijn lichaampje en geeft hij krachtige signalen aan zijn omgeving. De Amerikaanse babytherapeut William Emerson  heeft een onderscheid gemaakt tussen ‘behoefte-huilen’ en ‘trauma-huilen’. Veel ouders gaan ervan uit dat als een baby huilt, hij uitsluitend een fysiologische behoefte kenbaar maakt. Dit is een belangrijke vergissing van ouders, maar ook van hulpverleners. Naast het kenbaar maken van noodzakelijke levensbehoeften, kan een baby via zijn huilen ook aangeven dat hij pijn heeft. Niet omdat hem pijn wordt gedaan, maar omdat hij zich via het huilen wil bevrijden van zijn opgelopen pijn. Deze vorm van huilen wordt door William Emerson ‘trauma-huilen’ genoemd.  Het is de ontlading van emotionele pijn die de baby in zijn verleden heeft opgelopen. ‘Trauma-huilen’ is een vorm van loslaten van innerlijke spanning, van verwerken van opgelopen belastingen of trauma’s. Deze vorm van huilen is veel krachtiger en krijsender dan ‘behoefte-huilen’ en gaat gepaard met angst en paniek, die goed in de oogjes van de baby te zien zijn. Bij ‘trauma-huilen’ heeft de baby meer spanning in zijn lichaam, de neiging om zich te overstrekken; zijn vuistjes zijn vaak gebald en de bewegingen van armpjes en beentjes nemen sterk toe.

Dit ‘trauma-huilen’ kan, als de onderliggende emotionele problematiek niet behandeld wordt, soms maandenlang duren, vaak vele uren per dag. Dit is een poging van de baby om de emotionele pijn van de traumatische ervaring tot ontlading te brengen en zich zo te bevrijden van deze pijn. Echter, deze ontlading kan pas echt optreden als de baby zich gesteund en gedragen voelt door een omgeving die zijn trauma onderkent en hem de veiligheid en containment (houvast) biedt die hij nodig heeft om zijn pijn toe te laten. Een baby in ‘trauma-huilen’  mag nooit alleen gelaten worden. Als dit wel gebeurt dan zal zijn huilen sneller verstommen en stopt de baby met huilen, misschien voorgoed! Het beleven van zijn pijn wordt dan onmogelijk, met als gevolg dat elke pijn in de rest van zijn leven afgeweerd moet worden.

 

Terug naar Jonas.

 

In de behandeling lag de nadruk op zijn verdriet over het verlies van zijn tweelingbroertje, op het gemis van niet door het geboortekanaal te zijn gegaan als gevolg van de keizersnede, en op zijn ontreddering als gevolg van het gemis van zijn moeder in de eerste week van zijn leven, en dat na zijn levensbedreigende traumatische ervaring. Bovendien is het noodzakelijk om duidelijkheid te creëren in de relatie met zijn moeder. De behandeling duurde 8 sessies van telkens 1,5 uur. Met zachte technieken werd de emotionele pijn van Jonas naar boven gehaald en dit in een veilig en houvastbiedend klimaat. Door de therapeuten wordt aan zijn verhaal woorden gegeven, omdat een baby onze taal zeer goed kan begrijpen lang voordat ze kunnen spreken. Uiteraard spreken de therapeuten mét de baby en niet óver de baby. Voor Jonas was het belangrijk te ‘weten’, of beter te ervaren, dat zijn moeder niet verdrietig was omdat hij in haar leven is gekomen. Ze liet hem voelen dat ze blij was met hem en voor hem, maar verdrietig over de dood van zijn broertje Ward.

 

Tot slot.

 

Voor het onderkennen van vroege trauma’s bij pasgeborenen is het van belang dat de kennis van de prenatale psychologie meer verspreid wordt onder hulpverleners en ouders. Achterhaalde ideeën over baby’s moeten vervangen worden door empathie met het mogelijke lijden van pasgeborenen door prenatale belastingen of door geboortetrauma’s. Babypsychotherapie is volop in ontwikkeling, vooral in landen als de USA, Frankrijk, Duitsland en Zwitserland. Er worden volop nieuwe methoden ontwikkeld om baby’s vroeg in hun leven te helpen. Dit vereist een grondige kennis over de psychologie van de vroegste ontwikkeling van het kind, inclusief zijn prenataal leven. Het vereist van de hulpverleners ook een grote mate van sensitiviteit en empathie. Misschien is nog wel de belangrijkste voorwaarde dat de hulpverlener zijn eigen prenatale trauma’s en geboortetrauma’s heeft herbeleefd en verwerkt. Babypsychotherapie is geen hype, geen overbodige luxe; babypsychotherapie kan veel latere problemen voorkomen door een vroege interventie. Zowel de baby als zijn ouders kunnen er wel bij varen.

 

Rien Verdult is ontwikkelingspsycholoog en prenataal psychotherapeut voor volwassenen en baby’s. Samen met zijn partner Gaby Stroecken behandelt hij baby’s met prenatale- en geboortetrauma’s. Hij heeft hiervoor een opleiding gevolgd in Zwitserland bij William Emerson en Karlton Terry. Hij werkt in zijn eigen praktijk in Borgloon (B), niet ver van Maastricht. Hij geeft voordrachten en bijscholingen over de vroegste ontwikkeling van het kind.

 

Correspondentie: Opeeuwstraat 59, B 3840 Gors-Opleeuw (Borgloon)

 

rien.verdult@skynet.be       http://www.stroeckenverdult.be

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Webmaster om 14:10 Reageer op dit bericht

Meer van Hechtingsprobleem

↑ Terug naar de berichten