Op bezoek
Het is zonnig weer en niet druk. Hopelijk is ze nog niet veranderd van kliniek.
Ons Guido ligt nu op een andere kamer, alleen, wel ruimer en meer huiselijker. Er staat een sofa, er is een keukentje voorzien.
Als ik binnenkom is er al bezoek.
Ik vind dat ze op die 14 dagen dat ik ze niet heb gezien, toch vermagerd is.
Ik zie haar pijn, ik kan het herkennen, doordat mijn moeder ook zoveel pijn had.
Maar ons Guido klaagt niet, ze heeft haar middageten goed opgegeten en het smaakte haar.
Ze wordt goed verzorgd zegt ze, maar die pijn. Als ze haar maar eens kon verdraaien, haar benen verleggen. Maar dat gaat niet meer.
Zelfs aanraken doet pijn.
De verpleegster komt eens kijken en vraagt of ze niet te veel afziet.
Ze wil toch een spuitje.
Dit vraagt ze nu omdat de verpleegster het zelf komt vragen, anders doet ze het niet. Zo is ze, nooit klagen.
Ik vraag haar of ze geen dromen heeft. En ja, die heeft ze. Ze vertelt haar droom.
Dat ze naar een kasteel gaat, het is mooi weer, ze wil er een barbeque voor al haar kennissen organiseren. Iedereen moet er zijn. Er is altijd veel volk rond haar zegt ze maar aan de barbeque zijn ze nog niet begonnen.
We grappen er over maar telkens ze dingen vertelt keer ik ook weer even in gedachten naar mijn moeder.Hoe zij ook droomde.
Hoe bang ze soms was in haar dromen, luidkeels schreeuwde en wakker schrok en niet meer durfde te slapen.
Ik dacht dat dit me niet meer verdrietig zou maken, maar het is wel zo. Maar met ons Guido worden de tranen onderdrukt, zij is nu belangrijk.
Ze heeft zin in een kop koffie en die smaakt haar.
Haar kamer staat vol bloemen en daar geniet ze zo van.
Maar van één van de oud-gidsen heeft ze een kussen gekregen met de tekst 'je bent er 1 uit de 1000' maar dat vindt ze niet zo leuk. Ze wil die tekst omdraaien. Ze grapt er om. Het is niet genoeg zegt Windekind die ook op bezoek is, het moet 1 uit de 2000 zijn. Je ziet de glimlach om haar mond.
Soms dommelt ze in maar toch hoort ze ons praten. Ze praat dan ook weer mee.
Ze is nog steeds goed georganiseerd want ze wil zeker weten of Windekind iedereen zal verwittigen dat ze vanaf maandag naar Wuustwezel naar de kliniek gaat.
Diegenen die al een foldertje hebben moet Windekind noteren.
Ze wil heel graag veel bezoek ontvangen.
Een uurtje later is er nog bezoek, oude getrouwen, dus blijf ik nog even om bij te praten.
We zien elkaar al zo weinig en meestal in minder aangename omstandigheden. Maar ons Guido geniet duidelijk.
Ik vertrek, van een pijnlijk moment moet ik nu naar huis om een verjaardag te vieren.
Een lach en een traan.
Het leven zit vol tegenstellingen.









