Naar de inhoud

Emiel Hullebroeckkoor - Gent

Vl@s - Vlaams actieve senioren - Federatie Gent
akke.beakke.be
Voor wie houdt van het Vlaamse volkslied.
Voor wie graag zingt.

Archief

77ste Vlaams Nationaal Zangfeest - Zondag 16 maart 2014.

1538770-2675504fb2deffd40cee5d22a3c34833.png



KAART ZANGFEEST 2014 + BUS

Op zondag 16 maart 2014 organiseert het Algemeen Nederlands Zangverbond het 77ste Vlaams Nationaal Zangfeest in de Lotto-Arena te Antwerpen.

vzw Flandria en VVB Gent slaan opnieuw de handen in elkaar en organiseren voor leden van VVB, Flandria, VOS, Vl@s, Davidsfonds en Vlaams & Neutraal Ziekenfonds deelname in groep aan het Zangfeest aan sterk verminderd tarief. De prijzen zijn zelfs lager dan vorig jaar.

Een ticket voor een plaats op de bus, een genummerde zitplaats rang 2 en een programmabrochure voor de prijs van 19 euro.
Kinderen en jongeren tot 18 jaar betalen 8 euro (zitplaats of kinderopvang).
Studenten 13 euro.

De bus vertrekt op zondag 16 maart om 13 uur stipt van de P+R Parking onder het viaduct te Gentbrugge (kant tramhalte). Wees op tijd, de bus wacht niet.

Verdere inlichtingen bij VVB Gent, Herman De Mulder, Meersstraat 88, 9000 Gent.
Tel.: 09 329 04 56, e-post: gent@vvb.org.

1538770-0229d82da13580fbf6d70432c60780d8.jpg

Jaaroverzicht 2013 en Nieuwjaarswens van Oswald van Ooteghem voor 2014

1521440-2232bf136b7678052806c73558dc9988.jpg




BINNENLANDS JAAROVERZICHT VAN 2013

EN WENSEN VOOR 2014

 

We hebben in ‘t voorbije jaar, twee duizend dertien - veel dingen gelezen, beleefd, gehoord en gezien: in Vlaanderen met weiden als wiegende zeeën – heel wat lege kerken en nokvolle moskeeën,in België, mix van Duitsers, Vlamingen en Walen - van daklozen, vluchtelingen en illegalen, van kleine kruimeldieven en de grote fraudeurs - van dolende Roma’s en heel wat Poolse chauffeurs, van anderhalf miljoen kleine gepensioneerden - die langzaam maar zeker hun spaargeld opsoupeerden, van graffitispuiters en haveloze krakers - van heel wat zwarte werkers en veel blanke stakers, van eindeloze files en verstopte wegen – met af en toe een vleugje zon en vaak veel regenof mist, toen bij de grootste botsing sedert jaren – wel meer dan honderd voertuigen betrokken waren,van dikbilkoeien, vette varkens, kloeke stieren - van kazen, mossels, frieten en schuimende bieren.

Oh land van kermissen, van leute, kolder en zwans - met overvolle ‘prisons’ en dito restaurants,oh land van wafels, chocolade, melk en honing - land met een straatarme gepensioneerde koning, met euro’s voor windmolens en zonnepanelen - voor bankiers en ministers die ons spaargeld stelen,met de Fyratrein, het groot Italiaans avontuur - dat brokkengedrocht, ondanks de loodzware factuur en topman Descheemaecker die zich zonder dralen - een premie van een miljoen euro laat betalen.

Didier Bellens is net in hetzelfde bedje ziek - hij is ook een lid van de bananenrepubliek!Bij de Justitie is het een en al ravage - met de milde afkoopsom van de Bois Sauvage, procedurefouten, verjaring van de feiten - vrijlating van gangsters en andre stommiteiten.

Er was dispuut over integratie en sluiers - over subsidies voor scholen, crèches en luiers. In de luchthaven werden diamanten geroofd - en bij Mittal-Steel Luik worden veel vuren gedoofd.

In Wetteren ontspoorde een trein, het werd een ramp - met een dode en schade door de giftige damp.

In de sport wordt nog altijd gespoten en gedoopt - naïeve zielen hadden op beterschap gehoopt. Worden onze Rode Duivels wereldkampioen - of laten ze in Rio hun rode broek afdoen?

De Vlaamse films doen het overal bijzonder goed - komedie spelen, dat zit ons blijkbaar in het bloed.

Torfs en Vervotte verlieten de CD&V – en Yves Leterme doet volgend jaar ook niet meer mee. Van Overtveldt stapte over naar de N-VA - Annick, de blauwe Ridder, deed het hem onlangs na. Siegfried Bracke sprak enkele keren voor zijn beurt - zoals ‘t bij VRT-journalisten nog gebeurt. Bart de Wever werd plotseling nogal ernstig ziek - in de top van de partij was er toen wat paniek, maar geen nood, burgemeester Bart is vlug genezen - en als een Heiland uit het hospitaal verrezen.

In een poll vond men Maggie De Block zeer ‘aimable’ - zij is net als de zanger Stromae ‘formidable’! Koningin Paola, die is enorm slecht gezind - over haar man en ’t proces met zijn onwettig kind,

Albert weet nu al niet waar hij het geld moet halen - om de brandstof voor hun schamel jacht te betalen.

Hoge werkloosheid en bedrijfssluitingen dreigen - de belastingen en de reuze schulden stijgen, maar mensen, klaag toch niet permanent, schep nieuwe moed - volgens vlinderpremier Di Rupo ‘Kaat alles Koet’!

Vrienden, de Belgica loopt dra op een grote klip - verlaat vlug die nieuwe Titanic, dat zinkend schip, stap nu over naar de Flandria, de reddingsboot - de allermooiste van heel de Europese vloot!

Blijf in het jaar veertien, gelukkig en welgezind – en drink met mij een borrel, een glaasje of een pint!

 

Oswald

1521440-e3de65cef848134e2b6430a263ba29b8.jpg

Ne man alleen?... Ne sukkelaar!

1519459-2d08e12e939f788b136c203d57b6da94.jpg
 
Donderdag 19-12-2013 vierden we de 80ste verjaardag van ons koorlid Erik Goemaere (°21-12-1933). En zoals gebruikelijk trakteerde Erik ons op een versnapering bij de koffie en als toemaatje declameerde hij een beklijvende tekst over het "avontuurlijke" lot van de weduwnaar. De echtgenote van Erik overleed voor twee jaar.


EEN  MAN  ALLEEN ...

Toen ik alleen viel zag ik pas,
Hoe stom onhandig ik wel was;
Dat dingen, die eenvoudig leken
Ineens zo ingewikkeld bleken!
Ik moest op tijd naar 't eten kijken,
En ook mijn hemden zelf gaan strijken.
Ik moest gaan wassen en gaan plassen,
En knopen zetten aan mijn jassen;
Ik moest de prijzen vergelijken,
En naar de voordeelbonnen kijken.
Ik werd het al heel snel gewaar:
Ne man alleeen?... Ne sukkelaar!

Toen ik voor 't eerst de was ging doen,
Het was een Zondag, na de noen,
'k Deed iets verkeerd, want even later,
Stond heel mijn keuken onder water;
Het schuim kwam boven uit 't machien,
Zoiets had ik nog nooit gezien!
Mijn wit hemd had een blauwe schijn,
En mijnen trui was veel te klein!
Mijn dassen zaten vol met plooien,
Die kon ik in de vuilbak gooien!
Ik zag direkt het groot gevaar:
Ne man alleen?... Ne sukkelaar!

'k Moest even later ook gaan strijken,
En 't zou direkt al ook weer blijken,
Toen ik begon zag ik het pas,
Dat zoiets ook niet simpel was!
Toen w'een kwartiertje verder waren
Stonden mijn handen al vol blaren!
De stoom die vloog mij om de oren,
Mijn hemd was natter dan tevoren.
Het was nog moeilijk recht te trekken,
De boord zat vol met bruine vlekken.
Ik was het beu, dus stopte maar:
Ne vent alleen?... Ne sukkelaar!

Toen ben ik een dag thuis gebleven
Om alles eens een beurt te geven;
Een fles javel, gemengd met water,
En toen begon ik even later.
Ik wreef het eerst over de deuren,
Die kregen al van alle kleuren!
Ze waren proper, maar begot!
De verf hing allemaal aan mijn vod!
Mijn schoenen hadden ook al loeten,
Die zaten vol met zomersproeten!
En nog ne keer werd het me klaar:
Ne vent alleen?... Ne sukkelaar!

Zo bleef ik lange tijd maar klossen,
Met zeep, javel en water smossen;
Ik smeet mijn vuile was in 't bad
En veegde 't stof onder de mat!
'k Had steeds de goeie klaren aan
Om recht naar carnaval te gaan!
Ik werd zo mager als een lat
Mijn broek die viel zo van mijn gat!
En ging ik soms de tuin eens in
Dan kwam het onkruid aan mijn kin!
't Werd langzaamaan zo ne clochard
Ne man alleen?... Ne sukkelaar!

[Ik ben tot een besluit gekomen,
En heb maar weer een vrouw genomen;
En, beste vrienden, ik beken,
Dat ik weer in de hemel ben!
Ik hoef mij niets meer aan te trekken
Van een strijk vol bruine plekken;
Mijn vrouwtje kookt, en wast, en plast;
Alles hangt keurig in de kast!
En op de koop toe, al die tijd
Krijg ik ook nog genegenheid!
Dus nog ne keer: ik openbaar:
Ne man alleen?... Ne sukkelaar!]

't Ben blij dat ik het eens kon zeggen,
Om U mijn toestand uit te leggen;
Ik geef het toe: er zijn wel heren
Die zich alleen kunnen soigneren!
Er zijn er die hun eenzaamheid
Dragen met ernst en waardigheid.
Er zijn nog mannen die beslissen
Dat ze de vrouwen kunnen missen!
Die voelen zich dan jong en vrij,
Maar heren dat is niets voor mij!
Geef mij maar een gezellig paar!
Ne man alleen?... Ne sukkelaar!

(Pieter Van Lauwe)

1519459-e6579276eb6fc7f568cf096126ba9347.jpg

ONS kerstconcert op donderdag 19-12-2013

1516268-a0a6dc547d02cbc98bb2766bad673f3c.jpg
ONS  KERSTCONCERT
Vijftien jaar lang zongen we op de Gentse kerstmarkt. Nu werd de organisatie in handen gegeven van een "commerciële" organisatie uit Oostende. De koren en de kerstliederen verdwenen "stoemelings". Enkel de "commercie" telt nog. Doodjammer. Daarom organiseerden we gedurende onze wekelijkse repetitie, vorige donderdag, ons eigen kerstconcert.

1516268-c1656eb4545970a526cf5c3249144938.JPG

1516268-741fa4505a62bdefb4d78f15129b5d7c.jpg

1516268-dab138d32c80ac9c9a13347ae10abecd.jpg

1516268-503afa0fcbb99ebcd10e0c52dee8ea31.jpg

1516268-0234f5f149843608f1e5582bd6aa6037.jpg

1516268-4e01f12759c0271fc73a17871e52d2ff.jpg

1516268-8c9877ab95b89c24bf56df6b604ad76a.jpg


En meteen vierden we de 80ste verjaardag van ons koorlid Erik Goemaere. En zoals gebruikelijk trakteerde Erik ons op een versnapering bij de koffie en als toemaatje declameerde hij een beklijvende tekst over het "avontuurlijke" lot van de weduwnaar. De echtgenote van Erik overleed voor twee jaar. De tekst zal vanaf volgende week te lezen zijn op onze webstek.

1516268-df56c77791560b23d9b1dc274d8fc9f8.jpg

1516268-2d08e12e939f788b136c203d57b6da94.jpg

Ook dat moet gebeuren.

1516268-47621d354800700f4b2e7eaa8bbd0601.jpg

40ste Sint-Ceciliafeest: 28-11-2013

1504106-c1ad24ef95ba0af68af23ea3ee2c6a22.jpg

1504106-e4f0a98216748d3b7dead11aa2e9f26f.jpg

SINT-CECILIAFEEST 2013

DONDERDAG 22 NOVEMBER

Met 25 waren we donderdag ll. op het jaarlijks etentje van ons koor ter gelegenheid van het Sint-Ceciliafeest.  Het was een jubileumviering; voor de veertigste maal vierde het Emiel-Hullebroeckkoor Sint-Cecilia met spijs, drank en vooral... ZANG. En met de traditionele tafelrede  van Oswald Van Ooteghem.

Met dank voor de foto's aan Christine, Chris, Hendrik en Paul.

1504106-f6971c70665e1a832b9f8c279f114d65.jpg

1504106-8b03b768f3374eccefa77e00d8ce64c5.jpg

1504106-5b824660096e3190560fa0a52b58736a.jpg

1504106-5a5cd318e1465b4d36fa1e6a7cbcd06a.jpg

1504106-939731f53e00f02972e003676938b327.jpg

1504106-3ed88c377b2367752c1b3c6cb1951395.jpg

1504106-516dc696f6ac25eabbc4afdd09a833a5.jpg

1504106-b192e89f4a1ea05db0bd2318a1232fab.jpg

1504106-95dda03f82a98771a4d9e13a049e6c0d.jpg

1504106-c1700dbc9cf6e685dfa49bb29c654396.jpg

1504106-7d8b25ecde23fabc93bee9ed33e6f75a.jpg

1504106-864978e96f1199d9d41366703e929e02.jpg

1504106-4dd7a649058feabf42345fde72d6189e.jpg

1504106-dbcda3b55856aa6b063b194fc7a46943.jpg

1504106-7dcfef669bf135fbab7a8421a8dbd96f.jpg

1504106-02c71149b81a42b5916ed4fdd367c31c.jpg

Dodenhulde 2012: Lieven Bockaert







De DODENHULDE van 2012 stond in het teken van de hulde aan Prof. Frans Daels en Prof. Léon Elaut.  Ontroerd luisterden de aanwezigen vorig jaar naar de toespraak van de kleinzoon van  Frans Daels, Lieven Bockaert.  Wij ontvingen zaterdag de integrale tekst uit de handen van Lieven Bockaert zelf.  Het is voor het Emiel Hullebroeck een grote eer de tekst op haar webstek te mogen plaatsen.



Beste vrienden,

Eerst en vooral wil ik de inrichters van deze middag danken voor de hulde die zij brengen aan Professor Elaut en aan mijn grootvader.  Want het zijn duidelijk twee namen die bij elkaar passen.  Zij waren beide geneesheer, beide professor aan de universiteit van Gent, Elaut was student bij mijn grootvader, samen hebben zij een rol gespeeld in de Vlaamse beweging, zoals b.v. in de oprichting van de Vlaamse Academie voor Geneeskunde, beide hebben met hun gezin in de Sint-Pietersnieuwstraat gewoond schuin tegenover elkaar.  Ik ben gelukkig dat ik Prof. Elaut nog gekend heb, zowel in het IJzerbedevaartcomité als in de Volksunie.

Ik moet jullie ook danken namens mijn familie.  Mijn oom Luc Daels, het enige nog overlevende kind van Frans Daels heeft mij uitdrukkelijk gevraagd hem hier te willen verontschuldigen, tot zijn grote spijt is het voor hem, door andere verplichtingen, onmogelijk hier aanwezig te zijn.  Luc Daels is de zoon die de traditie heeft voortgezet door professor te worden aan de Universiteit te Gent, zij het dan in de aardrijkskunde.

Ik weet alleen niet of ik Oswald moet bedanken voor het feit dat hij mij heeft gevraagd hier te spreken, want het is zeker geen gemakkelijke taak in deze tijdspanne iets zinnig over mijn grootvader te zeggen.

In de eerste plaats omdat ik geen historicus ben zoals mijn collega spreker.
Ten tweede omdat ik mijn grootvader persoonlijk niet zo lang heb gekend.  Hij bracht mij wel op de wereld in het huis van mijn ouders in de Sint-Pietersnieuwstraat dat paalde aan het zijne.  Daar heb ik ook de eerste jaren van mijn leven doorgebracht.  Ik was nog geen vijf jaar toen de oorlog eindigde, onze familie uiteen werd gerukt, onze woningen geplunderd en bezet, mijn grootvader en vader verdwenen, en wij de vier kinderen met ons moeder op de dool gingen.

Ik herinner mij nog wel dat, toen wij later in Berchem woonden, ons grootmoeder een tijdje bij ons heeft verbleven.  Ik herinner mij haar als een zeer lieve, zachte maar droevige vrouw.  Later heb ik begrepen waarom, als gij uw huis hebt moeten verlaten, uw man, een zoon en een schoonzoon ondergedoken zijn en twee andere zonen en een schoonzoon in de gevangenis zitten geloof ik wel dat er redenen voor droefenis zijn.

Een tijd later zijn mijn grootouders naar Zwitserland vertrokken en wij via Spanje naar Argentinië, waar wij vele jaren verbleven.  In die tijd bestond er nog geen skype, geen g.s.m., geen e-mail; de vliegtuigreizen waren uitzonderlijk en zeer duur, zelf de telefoonverbindingen waren moeilijk, het kon gemakkelijk zeven uur duren voor men een verbinding tussen Argentinië en Vlaanderen kon tot stand brengen.

Het enige contact gebeurde dus per post, met brieven en foto’s.  Wij hebben vele brieven uit Zwitserland ontvangen, bijna allemaal geschreven door ons grootmoeder, brieven waaruit weemoed en heimwee spraken, maar ook liefde en hoop op betere tijden.  Later ontvingen wij ook geschenkjes, zoals boeken, tijdschriften en kaartjes voor verjaardagen en naamfeesten.  Ik herinner mij vooral de Zwitserse kalenders die wij elk jaar voor Kerstmis ontvingen en waarvan men elke dag van de Advent een deurtje moest openen; het was bij ons een wedstrijd om eerst op te staan om het deurtje te kunnen openen.  Vele jaren hebben zij met hun twee in Zwitserland gewoond, eerst in Zurich daarna in Genève.  In die periode zijn in Vlaanderen vijf van hun kinderen getrouwd en elf kleinkinderen geboren.  Vanzelfsprekend vernamen wij in die tijd veel over ons grootvader waarop wij zeer fier waren.  Ook de Vlamingen in Argentinië spraken met veel lof en bewondering over hem.

In 1959 vernamen wij dan het heugelijke nieuws van hun terugkeer naar Vlaanderen, eerst enkele maanden in Sint-Niklaas, daarna in Bonheiden waar hij opnieuw aan de slag kon in het Imelda Ziekenhuis.  Hij was toen 77 jaar.

Ik heb het geluk gehad hen daar nog te mogen weerzien toen ik in 1966 terug naar Vlaanderen kwam.  Ik herinner mij nog hun villa met in het kleine bureel grootmoeder achter haar schrijfmachine nog steeds werkend voor de administratie van haar echtgenoot, zoals zij het al die jaren had gedaan, en dit ondanks haar 79 jaar.  Zij was zeer gelukkig om mij, na mijn oudere broer, ook te mogen terugzien.  Ik kreeg van haar een draagbare schrijfmachine als welkomstgeschenk.  Mijn grootvader zag ik enkel bij de maaltijden, want ondanks zijn 84 jaar stond hij nog elke morgen om zes uur op, om na zijn ontbijt te voet naar de kliniek te vertrekken.  Ik werd ’s morgens wakker van het geluid van zijn dagelijkse koude douche.  Dat zijn dingen die ik niet van mijn grootvader heb meegekregen.

Mijn grootmoeder is in 1967 overleden, 80 jaar oud.  Ik zal nooit het beeld vergeten van mijn grootvader, bewegingloos zittend naast haar ziekbed, haar hand in de zijne.  Zij hebben samen zoveel meegemaakt.  Dit mag o.a. blijken uit het feit dat hij de vijf boekjes die hij na de oorlog schreef aan haar heeft opgedragen.  Ik lees de tekst van de opdracht in het boekje “Opvoeding” dat hij schreef het jaar na haar overlijden:  “Aan mijn beminde overleden echtgenote, die vele zware beproevingen met moed en gelatenheid wist te dragen, die een voorbeeld was van echtelijke en moederlijke toewijding, die mij blijft bijstaan en bezielen met de herinnering aan haar grenzeloze offervaardigheid, wordt dit boekje over opvoeding eerbiedig en dankbaar opgedragen”.

Mijn grootvader bleef nog enkele jaren in Bonheiden wonen en werken.  In 1970 is hij naar Gent komen wonen in het rusthuis van de kliniek Maria Middelares waar zijn zoon José werkzaam was.  Toen wij hem daar gingen bezoeken was hij nog steeds bezig met lezen en schrijven en ging regelmatig wandelen om in conditie te blijven.  Ik ben nog steeds gelukkig dat ik hem, in 1973, een jaar voor zijn overlijden, nog naar Diksmuide heb mogen voeren, waar hij voor de eerste maal de nieuwe IJzertoren zag.  Ik herinner mij zeer goed zijn diepe ontroering toen hij de Crypte bezocht en de graven van zijn strijdmakkers ging groeten.  Ik herinner mij nog een huldeviering in Sint-Martens-Latem ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag, ingericht door Broederband.  Een delegatie is hem dan gaan groeten in het rusthuis.  Hij kreeg dat jaar ook de Albert Schweitzerpenning van de Goethe stichting.
Hij overleed op 22 december 1974, 92 jaar oud.

Ik wil toch de tekst citeren die zijn zoon Paul voor zijn doodsprentje opstelde:

                In de grimmige winter
                Een heldere nacht
                Toen is vader vertrokken
                Heel rustig, heel zacht.

                Hij kreeg mateloos veel van het Leven,
                De liefde, het onrecht,
                Geluk en verdriet,
                Alleen vragen en klagen
                Dat kende hij niet.

                Hij heeft mateloos veel,
                Aan zeer velen gegeven,
                Zijn kinderen, zijn zieken,
                De moeders, zijn volk in nood.
                En de ganse mensheid
                Zijn hart was zo groot!

                Hij zal nu het Kerstlicht
                Van heel dichtbij zien,
                Zijn woord was zijn leven: ik dien.

In de derde plaats is het moeilijk want wat kan men niet allemaal zeggen over een figuur als Frans Daels?  Want wat kan men niet allemaal zeggen over hem als wetenschapper, als sociaal bewogen man, als Vlaamse voorman, als oud-strijder en jarenlang voorzitter van het IJzerbedevaartcomité.  Ik moet mij dan ook beperken tot een beknopt overzicht en veel onvermeld laten.

Frans Daels werd geboren in een apothekersgezin in het havenkwartier van Antwerpen in 1882.  Hij studeerde geneeskunde aan de universiteiten van Leuven en Gent.  Hij studeerde af in 1906 met grote onderscheiding.  Reeds in 1907, een jaar later verscheen zijn eerste artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde; hetzelfde jaar hield hij toespraken in Berlijn, Parijs en de Verenigde Staten over tuberculose.  Een jaar later vertrok hij naar Sint-Petersburg met een voordracht over de keizersnede (ik vraag mij af in welke taal dit allemaal gebeurde).  Hij was meermaals laureaat in verschillende universitaire wedstrijden.  Hij werd assistent bij Prof. Heymans, vader van de latere Nobelprijswinnaar.  Hij werkte van 1907 tot 1908 in de kliniek Charité in Berlijn.  In die periode trouwde hij met ons grootmoeder.

In 1911, 29 jaar oud, kreeg hij de leiding over de verloskundige klinieken van de universiteit en richtte de eerste raadplegingen in voor moeders en zuigelingen.  Hij stichtte ook beroepsverenigingen voor vroedvrouwen en begon met het “Vroedvrouwentijdschrift”, hij organiseerde ook een tweetal vroedvrouwencongressen.  Hij ijverde ook om aan zijn kliniek een laboratorium toe te voegen, een nieuwigheid in die tijd.  Hij nam actief deel aan vele geneeskundige activiteiten.

Op de oorlogsperiode kom ik nog terug.

Na de oorlog hervatte Daels zijn activiteiten en nam zijn ambt aan de universiteit weer op.  In 1920 werd hij gewoon hoogleraar.  Naast zijn universitair en medisch werk waren zijn activiteiten zeer talrijk en uiteenlopend.  Zo werd hij in 1920 voorzitter van de redactieraad van het Vlaams Geneeskundig Tijdschrift wat hij heeft volgehouden tot in 1944.  Hij was ook voorzitter van de Vlaams Wetenschappelijk Congressen.  Hij richtte samen met Jef Goossenaerts het tijdschrift Wetenschappelijke Tijdingen op.  Tijdschrift dat inmiddels reeds 78 jaar verschijnt.

Hij heeft op zijn naam meer dan 125 publicaties in het Nederlands, Engels, Frans en Duits.  Tot aan zijn vijftigste verjaardag behaalde hij meer dan dertig wetenschappelijke titels.  Hij gaf spreekbeurten in Amsterdam, Leiden, Groningen, Keulen, Hamburg, Londen, Genève, Lausanne.  Hij werd doctor honoris causa aan de universiteit van Budapest.

Hij publiceerde een aantal medische boeken zoals “Bakersboek”, “Beginselen der Praktische Geneeskunde” in drie delen en het zeer bekende “Moeder en Zuigeling” waarvan meer dan acht herdrukken verschenen met tekeningen van Joe English.  Ik bezit een vijfde uitgave die is opgedragen aan mijn moeder als volgt:  “Aan mij oudste dochter en met haar aan alle Vlaamse moederkens”.
Vanaf de vierde druk werden er ook foto’s van kinderen in opgenomen (In de negende druk, verschenen in 1950, staat er zelfs een foto van mij als baby!).  Prof. Elaut zegde over dit werk “Voor dit werk alleen verdient Daels den eregroet van alwie in ons gezegend vaderland de verdienstelijk mensch dient te huldigen”.

Ook tijdens zijn ballingschap en met de zeer beperkte middelen die hij toen had publiceerde hij nog een medisch boek en wel in Genève, dit werk draagt de titel “Le problème du cancer”.  Voor dit werk kreeg hij een prijs van de Académie Française de Médecine”.

Naast zijn wetenschappelijk werk zette Daels zich volledig in voor het tot stand komen van de Vlaamse Academiën , wat na een lange strijd eindelijk lukte met in 1938 de oprichting van de Academie voor Geneeskunde, dit werd in De Standaard bekendgemaakt door Prof. Elaut op 6 december 1938.  Daels en Elaut werden er stichtend lid van.

Een nog hardere strijd heeft Daels gevoerd voor de vernederlandsing van de Universiteit van Gent en in zijn verzet tegen de zogenaamde Nolf-Barak; hier is hij ook in geslaagd.  Hij was toen o.a. voorzitter van de Hogeschool commissie.  Het gebeurde eindelijk in 1930, daarna heeft hij zich nog ingezet voor de gelijke behandeling met de universiteit van Luik, wat zeker nodig was als met weet dat in 1935 de universiteit van Luik 20 miljoen frank kreeg en Gent slechts 3.200.000 frank.  Luik bezat ook al 59 jaar een Academisch Ziekenhuis zoals  alle beschaafde landen, maar Gent had er nog geen?  Dat werd een nieuwe lange en harde strijd voor Daels die uiteindelijk ook met succes bekroond werd.  Voor de oorlog werden de eerste gebouwen reeds opgetrokken maar het zou nog jaren duren, om vele redenen, onder ander politieke, voor deze gebouwen in gebruik werden genomen.  Dit gebeurde in de jaren vijftig door de afdeling kindergeneeskunde onder leiding van Prof. Hooft, leerling, assistent en vriend van Daels.  Nog lang zal men in de volksmond spreken over de “kliniek Daels”.

Ook in die jaren waren de vroedvrouwen een van zijn grote bekommernissen.  Hij beschouwde hun rol van zeer groot belang en zou zich volledig inzetten voor hun opleiding en begeleiding.  Zo was hij o.a. secretaris van het Internationale Verbond van Vroedvrouwenverenigingen.

Naast de medische werken schreef Daels ook nog verschillend andere boeken, die vooral een sociaal en opvoedkundig karakter hadden.  Hij deed dit tijdens de eerste wereldoorlog, in het interbellum en tot op zeer hoge leeftijd.  Wij moeten maar denken aan werken zoals “Voor onze jongens”, “Ik dien”, “Voor mijn volk in nood”, “Acht voordrachten voor onze studenten”, “Mijn jongen nu wordt gij man” (met meer dan 100.000 exemplaren) en alles onder het motto “Supreme lex est salus populi”.  Er waren ook uitgaven van zijn toespraken.  Zijn rijke levenservaring bood hem stof tot rijke reflectie en zo kon hij op het einde van zijn leven naar voor treden als levensfilosoof.  In 1964 publiceerde hij “Mens Sana”; daarop volgden nog “Levenswijsheid”, “Opvoeding”, “Leven en Mensen”.

Maar natuurlijk is de eerste wereldoorlog de belangrijkste, de meest ingrijpende periode in het leven van mijn grootvader.

Vanuit zijn diepe sociale en medische bewogenheid was het ergens vanzelfsprekend da          t hij zich bij het begin van de oorlog als vrijwilliger aanbood samen met zijn assistenten en dienstjongens.  Hij zou er vier lange jaren blijven.  Zijn oudste zoon zou hij pas zien toen die reeds vier jaar oud was.  Hij zou al die jaren aan het front blijven met wat hij “zijn jongens” noemde.  Hij deelde hun leven, hun lijden; verzorgde hen wanneer zij gewond waren, stond hen bij wanneer zij stierven.  Hij deelde hun leed, hun verdriet, hun heimwee.  Hij bleef bij hen ook toen hij was achtergebleven in bezet gebied en toelating kreeg van de vijand om hen te vervoegen in de vuurlinies.  Tot tweemaal toe probeerde men hem te verwijderen van het front, eenmaal als promotie, een andere keer als straf.  Maar in beide gevallen weigerde hij en bleef om voor zijn jongens te blijven zorgen.  Maar hij beperkte zich niet tot de medische zorgen, wel integendeel.  Hij zag de noden van zijn jongens.  Zijn diepe sociale zin verplichtten hem er iets aan te doen.  Hij was een van de initiatiefnemers van het Secretariaat der Katholieke Vlaamse Hoogstudenten dat 700.000 sluitzegels verspreidde met teksten zoals “Houdt U fier, houdt U rein”, “Zedelijk volk, groot volk”, “Credo” en “Ik dien” en hij schreef een aantal brochures in dezelfde trant.  Hij hield lezingen voor brancardiers en moedigde het werk van de studiekringen aan.  Hij steunde ook de bibliotheek die over een 5000 boeken beschikte, waaronder ook een aantal Franstalige.  Hij vertaalde trouwens ook een van zijn brochures voor de Waalse studenten.  Hij gaf lessen aan de medische studenten o.a. in de kapelanij van Cyriel Verschaeve in Alveringem en nam examens af o.a. van de latere nobelprijs Korneel Heymans.  Hij stond nauw in contact met de leiders van de frontbeweging zoals Adiel De Beuckelare, Rik Borginon, Filip De Pillecijn.  Hij verzamelde trouwringen van gesneuvelde soldaten om ze na de oorlog aan hun weduwe te kunnen overhandigen.  Van dichtbij werd Daels geconfronteerd met de miskenning, belediging en discriminatie van de Vlaamse soldaten.  Deze en andere wraakroepende maatregelen zoals het verbieden van de studiekringen dwongen Daels tot een meer uitgesproken Vlaams gezindheid.  Het waren deze belevenissen die hem rechtstreeks in de strijdende Vlaamse beweging deden postvatten en deden meewerken met de acties van de Frontbeweging die tot 5.000 leden zou hebben geteld.  De leden van de Frontbeweging eisten gelijkberechtiging voor Vlamingen en Walen, de oprichting van een Vlaamse Universiteit en gesplitste Waalse en Vlaamse regimenten.

Toen kwam het einde van de oorlog en Daels keerde naar huis met een reeks zeer hoge militaire onderscheidingen maar als een overtuigd flamingant.  Mijn moeder vertelde steeds dat toen zij, als zevenjarige samen met haar moeder en jongere broer, haar vader opwachtte in de woning in de Sint-Pietersnieuwstraat de gevel versierd was met een tricolore vlag en zij een Belgische strik in haar haar droeg.  Toen mijn grootvader toekwam was het eerste wat hij gezegd zou hebben: “Doe die vod weg” en verplichtte haar de strik af te doen, dit tot haar grote spijt want toen vond zij hem nog mooi.

Tenslotte moeten wij vanzelfsprekend nog iets zeggen over Daels en de Bedevaarten.

Het begon allemaal op 5 september 1920 te Steenkerke bij Veurne.  Daar werd Joe English herdacht.  De Vlaams-Ierse kunstenaar, die zijn beschermeling en vriend was geweest.  Deze herdenking mogen wij gerust de eerste IJzerbedevaart noemen, nu dus 93 jaar geleden.
De tweede had in september 1921 plaats in Steenstrate om de gebroeders Van Raemdonck te eren.
Daar beschuldigde Daels de “schaamteloze politiekers en militairen die hun slachtoffers tot in hun graf beledigen”.

Weer een jaar later sprak Daels in Westvleteren tot zijn Vlaamse vrienden over het leven en het offer van Renaat De Rudder.
De vierde IJzerbedevaart trekt naar Oeren-Alveringem om er eerherstel te brengen aan geschonden heldenhuldezerken.  Hier spreekt Daels reeds als Voorzitter van het IJzerbedevaartcomité en hij betrekt Cyriel Verschaeve in de hulde.

Van 1924 af gaan de IJzerbedevaarten door in Diksmuide en tot na de tweede wereldoorlog met Daels als hoofdspreker.  Wij hebben de tijd niet om in te gaan op elk van die toespraken en zeker niet op die van tijdens de tweede wereldoorlog.  Wij willen nog vermelden dat in 1930 de IJzertoren werd ingehuldigd; die dag moesten er 32 extra treinen en 16 extra trams worden ingelegd.  De verdere geschiedenis kennis jullie ongetwijfeld allemaal.

Ik wil besluiten met het citeren uit de toespraak van de 17de IJzerbedevaart in 1936 omdat de tekst nu, na 76 jaar, nog zo actueel lijkt:

“Gij Vlaamse doden, bezielt het volksverbonden Vlaanderen, en dit volksverbonden Vlaanderen heeft al zijn kinderen lief, haat geen mensen, haat geen klassen, maar haat alle wantoestanden, die tot mensenhaat of klassenhaat aanleiding geven.  Deze volksverbondenheid is noch blok van rechts, noch blok van links, maar een blok van nationale eerlijke mensen.
Ook het reuzekruis waaronder gij rust, Vlaamse doden, in geen kruis van rechts of geen kruis van links, maar het kruis van alle mensen, doden en levenden, vijanden en vrienden, verenigd in God en in de eeuwigheid.”

Deze tekst doet mij denken aan een tekst die ik enige tijd geleden las op de muur van een kerkje in Cadzand in Zeeuws Vlaanderen:

“Wanneer wij alleen dromen blijft het bij een droom
wanneer wij samen dromen wordt het werkelijkheid”.

Laat ons de dromen van Frans Daels ook dromen want dan zullen zij werkelijkheid worden.

Tenslotte wil ik jullie zeggen dat ik dankbaar en fier ben dat Frans Daels mijn grootvader is.

Ik dank U.


Wilfried Aers over Dr. Jan Wannyn op de Dodenhulde 2013


Mevrouwen , mijne Heren, Vlaamse Vrienden,


Op 11 oktober 2007  is dokter Jan Wannyn  overleden… Hij werd 99 jaar.

Op de begrafenis was er veel volk , maar daarna geraakte hij stilaan vergeten . Het is goed dat wij hem vandaag huldigen.

 

Dokter Wannyn was actief in veel Vlaams-nationale verenigingen en  ook van Broederband was hij één van de trouwste leden. De derde zondag van oktober was hij , niettegenstaande zijn hoge leeftijd steeds aanwezig in Lourdes-Oostakker  en zoals hij dikwijls zegde was dit voorhem een hoogdag.. Toen hij 90 jaar werd had hij recht op een oorkonde van Broederband .

Ik ging hem dit aankondigen en zo kwam ik voor de eerste bij hem thuis. Sinds het overlijden van zijn vrouw woonde hij alleen…

 

Ik maakte van de gelegenheid gebruik en vroeg hem een en ander over zijn leven. En tot mijn verwondering begon deze bescheiden man zijn leven te vertellen en ik mocht zelfs nota nemen.

 

En zo komt het dat ik vandaag over deze uitzonderlijke man tot u kan spreken.

Dokter Wannyn had inderdaad een zeer bewogen leven. Driemaal is hij,door zijn trouw aan Vlaanderen van zero opnieuw moeten beginnen.

Voor een goed begrip moet ik eerst bij zijn vader beginnen:

 

Vader Wannyn, geboren ik 1867, stond reeds als jonge man in de Vlaamse Beweging en hij was in 1888 medestichter van  het “TAALVERBOND “ . Reeds voor de oorlog van 14-18 een eigen

“Handels en Taalinstituut” , de bij de Gentenaars zeer bekende

“English Club “ Nu gekend onder de naam “Handels en Taalinstituut” .

De gebouwen waren eigendom van zijn echtgenote Valentine Stevens.

 

Als zeer actief propagandist en agitator gaf hij tijdens de eerste Wereldoorlog stuwkracht aan de radicale, heelnederlandse vleugel van het activisme , de “Jong Vlamingen “.

 

In de kelders van zijn English Club bevond zich een eigen drukkerij en daar werd door mijn vader Emiel Aers, het propaganda- materiaal voor de activisten gedrukt. Mijn vader was toen letterzetter van beroep. Wat weinig mensen weten is dat mijn vader toen in de drukkerij werd geholpen door Jules Gabriels, de latere kelner van de Uilenspiegel, later Elckerlyk. Jules is zolang hij het nog kon, in het Vlaams Huis blijven werken…

 

Als dynamisch volksredenaar voerde vader Wannyn vaak het woord, samen met de dichter René de Clercq en Richard de Cneudt. Hij was uitgever van het strijdblad “ De Vlaamse Smeder” en zijn “Nationalistische Bond” telde begin 1918 meer dan 4000 leden.

 

Na de wapenstilstand week vader Wannyn met zijn gezin uit naar Nederland en werd hij  bij verstek ter dood veroordeeld .

De goederen van zijn echtgenote, dus ook de “English Club” werden verbeurd verklaard. Vader Wannyn was dus op een slag straatarm.

Heel alleen ging zijn echtgenote de strijd aan om de rechten van haar man en kinderen te verdedigen. De tegenkanting die zij daarbij ondervond heeft haar dood verhaast, en zij overleed in 1923 .

 

Onze dokter Wannyn, die wij vandaag huldigen, werd geboren in 1908 en hij was dus 15 jaar toen hij, als gevolg van de activisten-vervolging, zijn moeder verloor!  Dit was een zware slag…

 

Dokter Wannyn groeide dus op in Nederland en behaalde in 1937 in Leiden zijn artsdiploma.

Na zijn terugkeer naar Vlaanderen was zijn Nederlands diploma niet geldig en zo behaalde hij voor de tweede maal zijn diploma voor de Centrale Examencommissie te Brussel.

 

Ondertussen was hij gehuwd met de dochter van de bekende activist Jonck en specialiseerde hij zich in de kindergeneeskunde.

Reeds in Leiden was hij  onbezoldigd assistent geworden  van dokter Gorter en was het toen reeds duidelijk dat hij dokter meer als een roeping dan als een beroep beschouwde.

 

In 1938 kwam er in Nevele een plaats vrij van huisarts. Jan Wannyn kreeg het bezoek van dokter Leonce Van Damme, die toen assistent was van prof. Daels, en die vroeg hem de plaats in te nemen. “Elias zou ook graag hebben dat u dit doet“,zegde hij.

 

Wij mogen niet vergeten dat de huisdokters een belangrijke rol hebben gespeeld in de Vlaamse Beweging en Nevele was toen nog een plaats waar het V.N.V. nog niet zeer sterk stond.

 

Dokter Wannyn startte toen als huisdokter in Nevele en hij werd er tevens dokter van de plaatselijke brandweer.

 

Toen de oorlog uitbrak werd hij als dokter ter plaatse gemobiliseerd. Later kreeg hij het bevel zich naar Frankrijk te begeven en hij vertrok,samen met twee inwoners van Nevele,in een klein wagentje richting Kortrijk.

Daar heerste de grootste verwarring, zij moesten naar Toulouse, werd hun gezegd.

In Calais vonden ze een Belgische post en kregen zij de raad terug te keren, want de Duitsers waren reeds in Abbeville…

Zij stelden zich dus in burger en begonnen de terugweg.

 

De grote miserie begon toen de dokter terug in Nevele aankwam.

Toen hij een halve dag thuis was kwamen de Ardeense Jagers en bleek dat de plaats waar hij verbleef in het schietveld lag.

De Ardeense Jagers wilden de brug laten springen en de drie hoeken moesten worden platgelegd. Het huis waar dokter Wannyn verbleef werd in brand gestoken.

 

Later zat hij in de kelder van een villa en de Duitsers lagen in een korenveld. Een Duitser werd gewond en men kwam vragen of er een  ergens een dokter was. Dokter Wannyn bood zich aan en begeleidde de gekwetste naar Sint -Maartens -Leerne en nadien naar Nazareth.

Toen hij terug naar Nevele kwam werd hij bijna doodgeschoten door de Duitsers. Hij droeg lederen laarzen en de Duitsers namen hem voor een Ardeense Jager. Zoals u zeker weet waren die mannen niet bang om ook in burger actie te voeren… Gelukkig kon hij een attestje laten zien dat hij van de Duitsers had gekregen...

 

Na de Belgische capitulatie moest dokter Wannyn dus helemaal opnieuw beginnen. Gelukkig was zijn praktijk “Apotheek houdend” en dat zorgde toch voor wat extra verdiensten.

 

Rond 1941-42 werd de toenmalige burgemeester van Nevele ernstig ziek, zodat hij zijn taak niet meer kon vervullen. Twee Vlaamsgezinde schepenen vroegen dan aan dokter Wannyn om burgemeester te worden . Hij aanvaardde maar, bescheiden als hij was  noemde hij zichzelf steeds “dienstdoende” burgemeester.

Als zeer sociaal man heeft hij zich in die moeilijke jaren speciaal bekommerd om de arme mensen en bood hij , in de mate van zijn mogelijkheden, steeds hulp.

 

Toen kwam het einde van de oorlog en dokter Wannyn werd aangehouden door rijkswachters vergezeld door enkele mensen die tijdens de oorlog bekend stonden als smokkelaars. Toen hij uitleg vroeg zegden die mannen dat hij nu de gevangene was van Eisenhouwer….

 

Ook Mevrouw werd aangehouden en toen zij, gelukkig na niet te lange tijd werd vrijgelaten, wilde men van haar horen dat zij voortaan een “goede Belg” zou zijn. Alhoewel de vrijheid wenkte kon Mevrouw Wannyn deze woorden niet over haar hart krijgen en ze zegde dan maar “ik zal mijn best doen”…

 

Dokter Wannyn verbleef twee jaar in het kamp van Lokeren en hij kon er als dokter veel mensen helpen.

 

Eens opnieuw vrij toonde hij onmiddellijk belangstelling voor het opnieuw in gang lopen van de Vlaamse Beweging.

Toen meester Van Hille in het Arrondissement Gent een eerste Vlaams-Nationale lijst aanvoerde vroeg hij aan dokter Wannyn hem 300 handtekeningen te bezorgen. Dokter Wannyn werd toen flink geholpen, zelfs door een eerlijke ex-weerstander. Dit bewijst dat hij de vriendschap van de bevolking niet had verloren.

 

Hij hielp in Nevele de Volksunie stichten en de ouderen onder ons herinneren zich zeker nog de opkomst van de toenmalige Vlaams-nationale  partij in de streek van Nevele . Denken wij maar aan de legendarische strijd tegen de melkerij-eigenaar en C.V.P.-er Foncke !

 

De partij, met als boegbeeld dokter Wannyn, behaalde de ene overwinning na de andere. Wannyn werd achtereenvolgens gemeenteraadslid, schepen en burgemeester van Nevele.

Hij deed dit alles met hart en ziel en stond steeds in dienst van de mensen.

Met fierheid vertelde hij mij dat het rusthuis van Nevele onder zijn bewind het goedkoopste van gans Vlaanderen was !

 

In 1965 werd dokter Wannyn door Leo Wouters uitgenodigd op  een besloten vergadering. De partij wilde voor de verkiezingen met een sterke lijst naar buiten komen.

 

Mevrouw Wannyn, die vermoedde wat de bedoeling van de vergadering was, vroeg hem zich niet te engageren, zij hadden al zo veel tegenslagen gehad ….

Dokter Wannyn ging naar de vergadering waar verschillende vooraanstaanden uit de beweging, o.a. Pater Stracke, aanwezig waren.

Toen hij hoorde hoe sommigen uitvluchten zochten om het niet te  doen, zegde hij spontaan :IK DOE MEE !

 

Toen hij thuiskwam vroeg zijn vrouw:”Wat hebt ge gedaan ? “

Antwoordde  hij :IK DOE MEE !.

 

Toen zegde zijn echtgenote: “ ik ben toch blij dat gij geen lafaard zijt”.

Als dokter Wannyn sprak over die vele jaren viel zij grote liefde op voor zijn echtgenote die gij reeds enkele jaren had verloren.

Zij had hem steeds op schitterende manier en met veel begrip bijgestaan in alles wat hij heeft gedaan. Mevrouw Wannyn was inderdaad een zeer bijzondere dame !

 

De verkiezingen van 23 mei 1965 werden een grote overwinning voor de Vlaams-Nationale partij . Het aantal kamerzetels sprong van 5 naar 12, en het aantal senatoren van 2 naar 5 . Nu zou men zoiets een “ ZWARTE  ZONDAG noemen…

 

En zo kwam dokter Wannyn in de kamer van volksvertegewoordigers en hij is er 9 jaar gebleven. Hij werd lid van de Commissies voor Algemene Zaken en het Openbaar Ambt en voor de Comptabiliteit  en hij stelde bijzonder belang in vraagstukken betreffende de streekeconomie.

 

Bescheiden als hij was zegde hij van zichzelf dat hij eigenlijk geen politieker was… Ik ben wel een fatsoenlijk huisarts ,zegde hij…

 

Op zijn reeds hoge leeftijd bleef dokter Wannyn de brede Vlaamse Beweging met veel belangstelling volgen en steunen en op het einde van ons gesprek gaf  klonk wat hij zegde bijna als een boodschap..

Hij zegde dat wij de strijd voor AMNESTIE nooit mogen opgeven en dat wij nooit “salonfähig “ mogen worden. Zelfs als alle getroffenen van de repressie overleden zijn, moet de Vlaamse Beweging België  blijven lastig vallen met de repressie en eerherstel vragen voor de getroffenen van deze Belgische misdaad .

 

Geachte aanwezigen, Dokter Wannyn was een voorbeeld van Vlaamse trouw en ik wilde dan ook met deze boodschap die hij ons meegaf mijn toespraak besluiten.

Dank u voor uw aandacht.

 

Meer van Emiel Hullebroeckkoor - Gent

↑ Terug naar de berichten