Woensdag 15 mei 2013
Mensen vragen mij:
Mensen vragen mij:” Als ik uw boek lees trek ik dan ook die negatieve machten
aan? Dat maakt mij wel bang.”
Nee natuurlijk moet je niet bang zijn om mijn boek te lezen. Dit was mijn karma. Ik heb deze negatieve macht omgezet in een positieve.
Om meer uitleg over waarom ik dit geestelijk gevecht moest meemaken en iemand anders niet kan je lezen in één van Rudolf Steiners teksten die geplaatst zijn op de website van de Belgische Antroposofische beweging.
Hieronder vind je de tekst:
Om de hiernavolgende dingen in hun juiste context te zien, lijkt het aangewezen om vooraf een korte samenvatting te geven van enkele gebeurtenissen die zich sedert het Mysterie van Golgotha op aarde en in de geestelijke wereld afgespeeld hebben.
In de eerste eeuwen na Christus waren er twee verschillende groepen christenen ontstaan. De ene groep stond onder het kerkelijk Rooms gezag, de andere groep vertegenwoordigde mensen die hun christen-zijn vroom en rein wilden beleven. Maar dezen werden door de Kerk als ketters beschouwd (onder hen behoorden o.a. de Manicheeërs en de Katharen) en mettertijd werden zij onderdrukt door, of onderworpen aan het Ahrimanisch geworden kerkelijk Christendom. Maar het verlangen om hun godsdienst op een waarachtige en zuivere manier te belijden, doofde niet uit in de zielen van deze "ketters".
In de vroege middeleeuwen stond de mensheid nog grotendeels onder de invloed van de "kosmische intelligentie" die door de aartsengel Michaël beheerd werd; m.a.w. instinctief werden de mensen nog geleid door de raadsbesluiten die de hemelse hiërarchieën hun dicteerden. De mensheid moest echter haar volle vrijheid kunnen verwerven en Michaël moest afstand doen van het beheer over de kosmische intelligentie; de intelligentie daalde af naar de aarde en werd daar het exclusief bezit van de mensen, maar tegelijk verloor zij haar spiritueel karakter.
En Ahriman, die lang tevoren al zijn invloed op aarde had doen gelden, zag in deze nieuwe ontwikkeling een uitgelezen kans om de mensheid nu definitief in zijn greep te krijgen. Michaël die tot elke prijs de intelligentie spiritueel wil houden, merkte vanuit de zonnesfeer wat er op aarde aan het gebeuren was, en om de Ahrimanische invloed tegen te gaan verzamelde hij in de 15e eeuw in de geestelijke wereld een groot aantal toen niet-geïncarneerde mensenzielen rond zich. Het waren juist die (ketterse) zielen die altijd een groot verlangen naar het ware christendom hadden gehad, die hij bij zich riep. En in die bovenzinnelijke school onderrichte Michaël hen over de aan gang zijnde evolutie op aarde, hoe de kosmische intelligentie op aarde neergedaald was en daar een Ahrimanisch karakter aangenomen had. Hij liet hen bezinnen over de toekomst, over het nieuwe Michaëltijdperk dat in 1879 zou aanbreken, want vanaf dan zou het mogelijk worden om de aards geworden intelligentie een spirituele impuls te geven. In het begin van de 19e eeuw vond er nog eens, ook onder Michaëls leiding, zo een conferentie plaats in de geestelijke wereld.
Michaël wil niets anders van de mensenzielen die die bovenzinnelijke scholen bijgewoond hebben, dan dat zij zich tijdens hun volgende incarnatie in zijn dienst stellen om de intelligentie op aarde te vergeestelijken.
Alle echte antroposofen, heeft Rudolf Steiner gezegd, hebben aan tenminste één van die bovenzinnelijke bijeenkomsten deelgenomen:
"Wie werkelijk een drang naar antroposofie heeft, die heeft tegenwoordig - nu nog onbewust, nu beseft men daar nog niets van, maar men zal het wel leren kennen - de nawerking in zijn ziel van het feit dat hij toen in de kring rond Michaël de hemelse antroposofie die aan de aardse voorafging, opgenomen heeft. Want de leer van Michaël was van dien aard dat daardoor voorbereid werd wat op aarde antroposofie zou worden."
Het is hoegenaamd geen simpele opdracht die Michaël van de antroposofen verlangt. Maar de impulsen van Michaël zijn zo sterk, zegt Rudolf Steiner, dat zij vanuit het geestelijke tot in de ganse mens doorwerken. Zij werken vanuit het geestelijke naar de ziel, en van daar uit tot in het lichamelijke. Precies om die Michaëlische impuls, die als het ware in de antroposofenziel ingegrift is, roept hij de antroposofen op om hun karma moedig en oprecht te dragen:
"... Mensen die behoren tot de Antroposofische Vereniging, zijn ronduit voorbestemd om hun karma zwaarder te beleven dan anderen. En als men voorbijgaat aan dit zware lot, als men zijn karma op een gemakkelijke manier wil beleven, dan wreekt zich dat op één of andere manier. Een antroposoof moet zijn lot oprecht kunnen dragen; een echte antroposoof moet opmerkzaam zijn voor zijn lotsbestemming. De wens om het karma gemakkelijk te willen beleven, leidt er juist toe dat dit zich wreekt in ziektes, ongevallen en dergelijke."
Ik ben er dan ook vast van overtuigd dat ik zo een geestelijke conferentie met Michaël heb mee gemaakt. Daarom dat ik al deze zware gevechten doorstond met volle moed en overgave. Mijn taak was om een bepaald deel van het negatieve te overwinnen en te overstijgen. Mijn boek schrijven was één van mijn geestelijke doelen om de mensheid de juiste inzichten te geven aangaande de geestelijke wereld zonder inmenging en invloeden van het negatieve. Zodat iedereen de kans krijgt om geestelijk boven het negatieve uit te groeien. Daarom mensen, wees niet bang om mijn boek en dit blog te lezen, het enige dat je eraan overhoud of van terug krijgt is positieve energie.
Nee natuurlijk moet je niet bang zijn om mijn boek te lezen. Dit was mijn karma. Ik heb deze negatieve macht omgezet in een positieve.
Om meer uitleg over waarom ik dit geestelijk gevecht moest meemaken en iemand anders niet kan je lezen in één van Rudolf Steiners teksten die geplaatst zijn op de website van de Belgische Antroposofische beweging.
Hieronder vind je de tekst:
Om de hiernavolgende dingen in hun juiste context te zien, lijkt het aangewezen om vooraf een korte samenvatting te geven van enkele gebeurtenissen die zich sedert het Mysterie van Golgotha op aarde en in de geestelijke wereld afgespeeld hebben.
In de eerste eeuwen na Christus waren er twee verschillende groepen christenen ontstaan. De ene groep stond onder het kerkelijk Rooms gezag, de andere groep vertegenwoordigde mensen die hun christen-zijn vroom en rein wilden beleven. Maar dezen werden door de Kerk als ketters beschouwd (onder hen behoorden o.a. de Manicheeërs en de Katharen) en mettertijd werden zij onderdrukt door, of onderworpen aan het Ahrimanisch geworden kerkelijk Christendom. Maar het verlangen om hun godsdienst op een waarachtige en zuivere manier te belijden, doofde niet uit in de zielen van deze "ketters".
In de vroege middeleeuwen stond de mensheid nog grotendeels onder de invloed van de "kosmische intelligentie" die door de aartsengel Michaël beheerd werd; m.a.w. instinctief werden de mensen nog geleid door de raadsbesluiten die de hemelse hiërarchieën hun dicteerden. De mensheid moest echter haar volle vrijheid kunnen verwerven en Michaël moest afstand doen van het beheer over de kosmische intelligentie; de intelligentie daalde af naar de aarde en werd daar het exclusief bezit van de mensen, maar tegelijk verloor zij haar spiritueel karakter.
En Ahriman, die lang tevoren al zijn invloed op aarde had doen gelden, zag in deze nieuwe ontwikkeling een uitgelezen kans om de mensheid nu definitief in zijn greep te krijgen. Michaël die tot elke prijs de intelligentie spiritueel wil houden, merkte vanuit de zonnesfeer wat er op aarde aan het gebeuren was, en om de Ahrimanische invloed tegen te gaan verzamelde hij in de 15e eeuw in de geestelijke wereld een groot aantal toen niet-geïncarneerde mensenzielen rond zich. Het waren juist die (ketterse) zielen die altijd een groot verlangen naar het ware christendom hadden gehad, die hij bij zich riep. En in die bovenzinnelijke school onderrichte Michaël hen over de aan gang zijnde evolutie op aarde, hoe de kosmische intelligentie op aarde neergedaald was en daar een Ahrimanisch karakter aangenomen had. Hij liet hen bezinnen over de toekomst, over het nieuwe Michaëltijdperk dat in 1879 zou aanbreken, want vanaf dan zou het mogelijk worden om de aards geworden intelligentie een spirituele impuls te geven. In het begin van de 19e eeuw vond er nog eens, ook onder Michaëls leiding, zo een conferentie plaats in de geestelijke wereld.
Michaël wil niets anders van de mensenzielen die die bovenzinnelijke scholen bijgewoond hebben, dan dat zij zich tijdens hun volgende incarnatie in zijn dienst stellen om de intelligentie op aarde te vergeestelijken.
Alle echte antroposofen, heeft Rudolf Steiner gezegd, hebben aan tenminste één van die bovenzinnelijke bijeenkomsten deelgenomen:
"Wie werkelijk een drang naar antroposofie heeft, die heeft tegenwoordig - nu nog onbewust, nu beseft men daar nog niets van, maar men zal het wel leren kennen - de nawerking in zijn ziel van het feit dat hij toen in de kring rond Michaël de hemelse antroposofie die aan de aardse voorafging, opgenomen heeft. Want de leer van Michaël was van dien aard dat daardoor voorbereid werd wat op aarde antroposofie zou worden."
Het is hoegenaamd geen simpele opdracht die Michaël van de antroposofen verlangt. Maar de impulsen van Michaël zijn zo sterk, zegt Rudolf Steiner, dat zij vanuit het geestelijke tot in de ganse mens doorwerken. Zij werken vanuit het geestelijke naar de ziel, en van daar uit tot in het lichamelijke. Precies om die Michaëlische impuls, die als het ware in de antroposofenziel ingegrift is, roept hij de antroposofen op om hun karma moedig en oprecht te dragen:
"... Mensen die behoren tot de Antroposofische Vereniging, zijn ronduit voorbestemd om hun karma zwaarder te beleven dan anderen. En als men voorbijgaat aan dit zware lot, als men zijn karma op een gemakkelijke manier wil beleven, dan wreekt zich dat op één of andere manier. Een antroposoof moet zijn lot oprecht kunnen dragen; een echte antroposoof moet opmerkzaam zijn voor zijn lotsbestemming. De wens om het karma gemakkelijk te willen beleven, leidt er juist toe dat dit zich wreekt in ziektes, ongevallen en dergelijke."
Ik ben er dan ook vast van overtuigd dat ik zo een geestelijke conferentie met Michaël heb mee gemaakt. Daarom dat ik al deze zware gevechten doorstond met volle moed en overgave. Mijn taak was om een bepaald deel van het negatieve te overwinnen en te overstijgen. Mijn boek schrijven was één van mijn geestelijke doelen om de mensheid de juiste inzichten te geven aangaande de geestelijke wereld zonder inmenging en invloeden van het negatieve. Zodat iedereen de kans krijgt om geestelijk boven het negatieve uit te groeien. Daarom mensen, wees niet bang om mijn boek en dit blog te lezen, het enige dat je eraan overhoud of van terug krijgt is positieve energie.
Geschreven door Erna om 22:15
Reageer op dit bericht





