De azalea : een pracht van een rhododendron


Jazeker, u leest het goed!
Wat veel mensen niet weten is dat de azalea, die vroeger als een apart geslacht werd beschouwd, in feite echt wel een rhododendron is.
De rhododendron of Ericaceae, is een geslacht met ten minste 500 soorten niet-winterharde en winterharde, groenblijvende en bladverliezende bomen en struiken.
De azalea verschilt van andere rhododendrons in verschillende opzichten; zo zijn bladverliezende azalea's de enige bladveliezende rhododendrons die geen schubjes op de onderzijde van de bladeren hebben. Groenblijvende azalea's zijn eigenlijk niet echt groenblijvend; de in het voorjaar gevormde bladeren op de onderste delen vallen er na de herfst af.
De naam rhododendron is afgeleid van de Griekse woorden rhodon (roos) en dendron (boom). De planten variëren van kleine, kruipende heesters tot bomen van wel 18 m hoog. Van het geslacht zijn geheel genomen de meeste soorten groenblijvend.
Met enkele uitzonderingen, kunnen rhododendrons niet op kalkhoudende grond worden gekweekt. Het beste is een goed gedraineerde, zandige grond. Lichte grond kan verrijkt worden en zware grond lichter gemaakt door turfmolm, tuinturf of bladaarde toe te voegen.
Na kalk zijn de ergste vijanden van de rhododendrons droogte (schadelijk voor de wortels) te veel zonlicht en koude, droge wind. Doorgaans gaan de meeste soorten het beste groeien op beschutte, half-beschaduwde plaatsen.
De grootste plagen voor deze planten zijn de Japanse vlieg, die lichtgele stipjes veroorzaakt op de bovenkant en roestachtige vlekjes op de onderkant van de bladeren. Deze zitten meestal op de onderkant van de bladeren.
Voor de azalea in het bijzonder is de witte vlieg erg schadelijk. Deze tast de onderkant van de bladeren aan. Deze insecten zuigen sap en en scheiden honingdauw af, die de groei van de roetdauwschimmels bevordert.
Verschillende soorten rupsen kunnen ook nog gaten in de bladeren vreten.
Rhododendrons zijn makkelijk te verplanten, daar ze een compact wortelstelsel hebben. Ze kunnen op elk tijdstip tussen september en april bij goed weer worden verplaatst. Plant ze stevig, met de top van de wortelbal gelijk of net even boven het grondoppervlak. Bedek ze na het planten met turfmolm of bladaarde, maar laat de wortelkluit nooit door de zware grod verstikken.
De rhododendron is ook nog gevoelig voor allerlei soorten schimmels en daardoor komt er vaak ook knopsterfte voor.
Mààr als je die planten weer heel uitbundig en in zo'n rijk kleurenpalet ziet bloeien, dan smèlt je toch gewoon ...




