Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 134

01BIS: HET DRAMA VAN EBEN-EMAAL.

 

Na het incident van Maasmechelen kende het Belgische opperbevel alle details van de Duitse plannen om ons grondgebied binnen te vallen en liet Leopold III definitief onze steriele neutraliteitspolitiek varen.         

Voorzichtig werden de twee geallieerden (Frankrijk en Groot-brittanië) gepolst in hoeverre zij Belgie zouden kunnen steunen bij een Duitse inval. Zo ontstond het Dijleplan ,waaruit al snel bleek dat de geallieerden de vijand niet verder tegemoet zouden treden dan de lijn Leuven-Namen-Givet :van steun op het Albertkanaal of op de middenloop van de Maas - onze hoofd verdedigingslijn - kon hoegenaamd geen sprake zijn.

Er zou wel nog een Franse troepenmacht (7.Leger) door Vlaanderen optrekken om tussen Walcheren en Bergen-op-Zoom de verbinding tussen het Belgische en het Nederlandse leger te verzekeren. Onderwijl moesten wij de Duitsers zolang mogelijk (5 dagen) in de Ardennen ophouden en weerstand bieden op de lijn Namen-Luik-Antwerpen. Zohaast de geallieerden hun stellingen op de Dijle betrokken hadden ,mochten de Belgen aan hun zijde de K-W-lijn bezetten tussen Antwerpen en Leuven. De sector Leuven-Waver zou verdedigd worden door de Engelse B.E.F. (British Expeditionary Force , ongeveer 200.000 man) en het stuk Waver-Givet viel de Fransen toe ,al bleven de forten rond Namen in Belgische handen.                               .

Op 9 mei rond 20.30 uur ontving het Belgisch Algemeen Hoofdkwartier het bericht dat de aanval voor 04.30 uur verwacht werd en tegen O3.OO uur waren de gevechtsposten overal "bemand" ,of beter gezegd "onderbemand". Want veel soldaten waren daags voordien nog met speciaal verlof vertrokken en 50% van de paarden (die de motor vormden van ons leger)moesten in het holst van de nacht bij de boeren worden teruggehaald...

De Luftwaffe bombardeerde voor het krieken van de dag massaal de kazernes en de vliegvelden waardoor tegen 05.00 uur de meeste telefoonverbindingen aan het front verbroken waren en 60 van onze 180 vliegtuigen - waaronder de meest moderne - op de grond werden vernietigd. Ondertussen voltrok zich het drama van Eben-Emaal...

Met een paar zweefvliegtuigen - een hier volledig onbekend wapen - landden kleine groepjes Duitse elite-troepen àchter elke bunker die een brug over het Albertkanaal rond het fort beveiligde en negen van die tuigen streken zelfs neer bovenop (!) de zwak verdedigde superstructuur van de vesting :een nooit vertoonde stunt ,maar wel grondig vooraf ingeoefend...Bij veel bruggen mislukte hun huzarenstuk en konden de kunstwerken nog tijdig opgeblazen worden. Maar die van Vroenhoven en Veldwezel konden ze onbeschadigd veroveren ,hoofdzakelijk wegens de vernietiging van de commandopost in de kazerne van Lanaken ,een kwartuur voordien ,waardoor geen bevel tot opblazen meer gegeven kon worden... 

De 70 Duitse 'Fallschirmjäger' (toenmalige "Para's") die bovenop het fort waren geland slaagden er in minder dan één uur tijd in alle zwaar gepantserde artilleriekoepels met holle springladingen buiten gevecht te stellen ,zodat ze na aankomst van de eigen versterkingen konden beginnen met vlammenwerpers - nog zo'n onverwacht wapen! - het netwerk van galerijen onder de kazematten 'te zuiveren'. Tegen de avond van 10 mei had het bolwerk zijn militaire waarde verloren en was het de Duitsers in Vroenhoven en Veldwezel gelukt reeds een bruggenhoofd van 2 km diepte op de westelijke oever van het Albertkanaalte veroveren .             

De Ardense Jagers en het tankkorps Keyaerts putten zich heel de dag, samen met de Franse Cavalerie ,uit in vertragende gevechten en zouden zich pas na het vallen van de volgende nacht (11/12 mei) grotendeels achter de Maas terugtrekken :twee dagen gewonnen...al had de legerleiding minstens op het drievoudige gehoopt !   

Maar ,zoals gezegd ,reeds op 11/5 om 12.30 uur moest het "oninneembare fort van Eben-Emael" zich met 12OO verdedigers overgegeven ,volledig overdonderd na de vijandelijke inzet van allerlei ongekende strijdmiddelen. Later zou blijken dat de parachutisten - nog schrikwekkender krijgers dan de barbaarse Uhlanen van 1914 ! - de "holle lading" gebruikten ,waarmee de zwaar gepantserde geschutskoepels moeiteloos werden opgeblazen. Kort daarop trok ook de 7.Infanterie-divisie ,die voor de verdediging van de omstreken van het bolwerk verantwoordelijk was ,overhaast terug ,nadat de geallieerde luchtmacht er niet in was geslaagd de intacte gebleven bruggen van Vroenhoven en Veltwezel met bommen te vernietigen. Wél waren bij de drie opeenvolgende luchtaanvallen van 11 mei 60% van de daartoe ingezette vliegtuigen verloren gegaan :10 Belgische ,33 Britse en 13 Franse.           

Om de ramp àf te maken braken de Duitsers nog dezelfde dag massaal door tussen Luik en Tongeren ,ons leger en de in paniek vluchtende burgerbevolking voor zich uit stuwend. Maar ze drongen niet hard aan ,met de bedoeling zoveel mogelijk geallieerde divisies aan te lokken en te binden. De Fransen en de Britten ,die in analogie met 1914 de Duitse hoofdaanval ten noorden van de Maas verwachtten ,liepen in de val...Want de 3e en 4e Duitse Panzerdivisies rukten met veel gedruis van Tongeren naar Hannut op in de richting van de onafgewerkte fortenlinie tussen Waver en Namen. Dus besloot het Franse opperbevel dààr al haar reserves samen te trekken en twee lichte tankdivisies vooruit te sturen om de vijand te stoppen. Maar na de eerste desastreuze schok bleek alras dat van stoppen geen sprake zou zijn :tegen de gecombineerde overmacht van bétere tanks ,zwààrdere artillerie én de gevreesde Stuka's waren de Fransen ,ondanks hun heldenmoed ,niet opgewassen.                     

Ondertussen begon op 12 mei (dus drie dagen tevroég) het Belgische leger zijn sector op de K-W-linie tussen Antwerpen en Leuven te betrekken ,sommige divisies na een tuchtvolle terugtocht ,andere (de 2.,3.,4.en 7. Infanteriedivisie) na een chaotische vlucht...  

Toch zal het daar aan de zijde van de geallieerden "fier standhouden" tot 15 mei , ietwat verwonderd dat dit zo gemakkelijk ging...Dat ze daar in feite voor pietje-snot stonden en de oorlog ondertussen élders beslist werd ,zou pas drie dagen later tot de Belgische legerleiding doordringen...        

Want op 13/5 kwam het bij Hannut tot de eerste tankslag van de Blitzkrieg waarbij 650 Duitse Pantzer ongeveer 200 Franse gevechtswagens niet zonder moeite tot achter de K-W-linie terugwierpen. Tijdens hun aftocht werden de Fransen bovendien moordend bestookt door zwermen Stuka's en operationeel praktisch uitgeschakeld.

Deze ramp werd nog duidelijker toen de Duitsers diezelfde dag erin slaagden tussen Namen en Sedan vier bruggenhoofden over de Maas te werpen ,net zoals ze in hun plannen voor "Fall Gelb" hadden  voorzien. En het is misschien pijnlijk te herhalen dat sinds 10 januari '40 ,ten gevolge van het incident bij Maasmechelen ,alle geallieerde hoofdkwartieren volledig op de hoogte waren van dit Duits strategisch voornemen ,maar het als onzinnig hadden verworpen...                       

Maar keren wij even terug naar de morgen van 10 mei in het - voorlopige - rustige Westende...

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 135

B02  DE VLAM IN DE PAN !         

          

                Westende, 1O mei’40

 

 Joseph kon zijn oren niet geloven, toen het luchtafweer­geschut bij 't Jonkershof plots nijdig het vuur opende op een zilveren stipje hoog in de blauwe ochtendhemel, en het ijle uit­spansel eromheen bezaaide met tientallen zwarte wolkjes.                                    

Het was halfacht, de tram naar Oostende had al een kwartier vertraging en kwam nog steeds niet in zicht. Bertrand Berkenout, die samen met hem en een groepje jongelui aan de halte van de 'Welkom' (volksnaam voor de kusttram) stond te wachten, vertelde daareven wel opgewonden dat de oorlog was uitgebro­ken, maar niemand had het echt geslikt :de laatste tijd vlogen daarover teveel 'kwakkels' in 't rond en een 'enkel­voudig alarm' werd door de ver­hitte verbeel­ding al vlug opgeblazen 'van een scheet tot een don­der­slag'...De paar rijke mensen in het dorp, die over een radio­toestel beschikten, zegden in alle toonaar­den dat - volgens de "spieker" - het ver­spreiden van valse geruchten over de landsver­dediging zwaar gestraft kon worden. Een bedreiging die hen meteen het monopo­lie van de waarheid bezorgde, want wat de "nieuwslezer van Brussel" verkondigde was immers evangelie...Daarom hielden de meesten zich toch voorzichtig op de vlakte als er weer eens zo'n sensatie­berichtje in het openbaar gelanceerd werd over zotte Hitler & Co.           

Nu leek het evenwel dat de Bertrand er niet ver naast zat en met een opdringerige geest­drift eiste hij bij de omstaan­ders de erkenning op van zijn gelijk :    

" Ziede't wel, ziede't wel! 't Is oorlog! 'k Heb het toch gezegd :'t is oorlog!" En lachen maar !        

Niemand wilde hem echter dat plezier gunnen, want reik­halzend bleven de jongelui obsti­naat naar de zwarte explosie­wolkjes aan de hemel staren en de Bertrand was eraan voor z'n moeite. Pas toen het vuren op­hield en het zilveren stipje onverstoor­baar in de felle morgenzon verdween, mocht hij uitleg­gen dat Tjeppe-de-facteur hem dat nieuws in het voor­bij­rijden had toegeroepen..." En dat het geen school was !...",voe­gde hij er fier aan toe, om toch op de valreep - al was het enkel maar bij de studentjes - nog waar voor zijn geld te krijgen. Maar dat was een beetje teveel van het goede en ze lieten hem verder links liggen :in zo'n zaken moet ge best niet overdrijven...                     

De tram van tien na zeven liet het definitief afweten en toen ook die van tien na acht niet verscheen, moesten ze node toegeven dat langer wachten geen zin meer had :de boel stond op stelten, zoveel was wel zeker.

Met een vreemde tintel in zijn lijf liep Joseph opnieuw de Bassevillestraat in, naar huis. Marie stond met gekruiste armen te buurten met haar vriendin Jetje :de tamtam werkte op volle toeren, want ze wisten hem zelfs te vertellen dat Duits­land niet alleen België laffelijk was binnengevallen, maar ook Holland en Luxemburg en dat er aan de grenzen zwaar werd gevochten.

               

"Gevochten, verdom­me !?" Joseph kon zich niet voorstel­len dat de mannen uit het dorp, die met de laatste mobilisa­tieoproep waren vertrokken, nu misschien in de Ardennen met een geweer van achter een boom op een troep Ulanen lagen te schieten. Of met een mi­trailleuse, allee zeg! Dóódschieten hé ! Zoiets kon toch eenvoudig­weg niet...          

"Ziede dien brave meester Bloesaert al staan vechten tegen een hoop Duitse soldaten ?" Als reserve­officier had die natuurlijk een sabel, een échte ,en dat is een voordeel ,maar Jezus-Maria, dat was toch geen mens om daar iemand mee dood te steken, hé !       

Dat het evenwel serieus was merkten ze een uurtje later, juist toen ze van plan waren op te houden met comméren :de luchtafweer sloeg opnieuw aan 't keffen en raakte ei zo na het zilveren vlieg­tuigje waarop de kanonnen met hun zwarte spikkels hun woede uitwerkten. Het ding maakte plots met een brede bocht rechtsomkeer en verdween in de schittering van de zon. Als dat zo voortging beloofde de oorlog nog spannend te worden...

Nu het schieten had opgehouden, hoorden ze allen tege­lijk het gestaag brommen van achter de duinen opwellen ,dreigend uit de richting van Nieuwpoort langs de Koninklijke Baan...Verdomme, wat was dat nu weer ? Joseph, die toch niets beters te doen had, besloot met de fiets even een kijkje te gaan nemen. Pas was hij de straat uit, of hij be­merkte voor zich aan de tramhalte verderop, hoe de éne na de andere legercamion in een ononderbroken sliert voorbij tufte, grijsbruin geschilderd, valer dan wat hij van onze eigen troepen gewoon was.    

" 't Zijn Fransmans...Ze komen ons helpen vechten tegen den Duits !",riep één van de wuivende omstaanders opgewonden boven het helse motorenlawaai uit :"Er zijn zeker al vijftig camions gepasseerd, en er komt nog geen eind in 't zicht..."         

En inderdaad, zover Joseph kon zien, de rechte baan af tot aan de bocht, een kilometer verder, was het één lange stoet walmende vehikels, die uit de richting van Nieuwpoort naar hem toe reden...              

"Da's 't zevende leger van de Fransmans ,zeggen ze :dat wil betekenen dat ze er zo minstens nog zes àndere gereed hebben staan ! En ge moet eens goed zien :er zijn negers bij ! Daar zie ,nevens de chauffeur, zied'ém:...helemaal zwart !!"            

Ja, effectief :daar, naast een norse chauffeur zag Joseph er één zitten, lachend met reusachtige witte tanden !

Miljaarde, was die zwart, zeg ! Om schrik van te krijgen, ondanks zijn schijn­baar brave inborst... 

De meeste voorbijrijdende militairen droegen eenzelfde helm op hun kop als onze eigen soldaten, maar 't waren toch vreemden, dat zag je direct :een wat bruiner gezicht en allemaal een donker snorretje, meer zoals Joseph zich de Italianen van de films voorstelde...De meeste chauffeurs keken strak over hun groot stuurwiel voor zich uit, alsof ze met iets heel moeilijks bezig waren, maar de zwarte bijrijders wuifden af en toe goedmoedig naar al die blije burgers langs de baan.                  

Soms stokte de snelheid in de colonne wat en opeens stond alles stil. De auto's schoven bumper tegen bumper en de roke­rige rij klapte dicht als een vermoeide accordeon.                       

" Hé, la môme, t'as rien à boire ici ?" ,riep zo'n zwarte van boven z'n open portier. Maar het blij wuivende schoolmeisje - Germaine Trotsaert - week ver­schrikt giechelend méters achteruit als voor Nicodémus, de negerknecht van Sinterklaas. Mensen, was dat verschieten zég! Die bloed-doorschoten bolle ogen..., en die reusachtige gezwollen lippen... ,en zo bangelijk dicht­bij !  Hij stak uitnodigend z'n bleke duim in z'n mond, en riep verwoed " Gloe-gloe ! Gloe-gloe ! Gloe-gloe", als een uit z'n voegen gebarsten baby...in 't zwart dan.   

Maurice, de baas van de 'Lekkerbek', begreep deze vak­term onmiddellijk, en riep tegen zijn zoon in een plotse opwel­ling van patriottisme :" Gaston, rap, haalt een bak Export uit de kelder !", om er dan bedachtzaam aan toe te voegen :" Klein flestjes, hé !!"  Maar Gaston was al weg naar het café, hon­derd meter verder...Toen hij met het volle houten krat op zijn schoft hijgend terug kwam lopen, was de colonne al weer in beweging gekomen en Zwarte 'Gloe-gloe' in een stinkende wolk uit­laat­gassen verdwenen...           

Mensen toch!",huiverde het meisje nog na, "ge zoudt gezegd hebben :juist één van de cirque!"...Maar Gaston verbeterde :" Neen, 'lijk een 'Merci' op den toog bij Julia!"... ,waarmee hij de plaas­te­ren offerblok bij de dorpskruidenier bedoelde, met het negerbeeldje dat dankbaar knikte bij elke aalmoes voor de missies.      Wat een ononderbroken sliert sensaties, zeg! Nog nooit gezien! En het blééf maar doorrollen, eindeloos...

Een fietser uit het dorp kwam fier melden dat over de Nieuwpoortse steenweg door de dorpskom allemaal grote tracto­ren met zware kanonnen voorbijtrokken, maar ook hier aan de tramhalte defileerden reeds de raarste wapentuigen, feestelijk versierd met grote boomtakken, volop in blad.

De jeugd geraakte er niet op uitgekeken, en twee oud-strijders van '14 ,Tjeppe-van-achter-'t hof en Allewies Vermoote ,stonden er trots bij te wenen, de borst vol decoraties en zwaaiend met de Franse vlaggetjes die tijdens het seizoen de strandcabines opfleurde...

Tegen twee uur besloot Joseph dan toch maar eerst iets te gaan eten thuis, en wonder boven wonder maakte Marie geen trammelant over z'n laattijdige verschijning.  

" Moeder, ge moet gaan zien, 't is formidabel !", juich­te­ Joseph, " Duizenden en duizenden ! En kanonnen, mens ! Dien Duits zal nogal verschieten, miljaarde !"

" Jongen, kalmeert eens wat ! En vergeet niet dat het maar een jaartje gescheeld heeft, of ge moest zelf ook gaan vech­ten...Ik mag er niet aan peinzen...Want ik kan u verzeke­ren dat dàt niet zo plezant is ! God weet hoeveel er van deze soldaten de volgende maand nog leven ...Of een been kwijt zijn, of blind voor de rest van hun dagen, of van de gas gepakt 'lijk Bompa Petré zaliger...Den oorlog is niets dan rotte miserie, gelooft  me vrij !"

Maar dat gezever kon het enthousiasme van Joseph niet koelen. Zijn laatste hap nog nakauwend sprong hij alweer op de fiets, recht naar de dorpskom.

Hier waren het allemaal vreemdsoortige, rechthoekige stadsbus­sen zonder motorkap die, afgeladen vol brallende branieschop­pers, in niet-aflatende regelmaat walmend voorbij bromden. De dorpelingen op het voetpad geraakten al wat blasé, en zelfs een beetje ontstemd door de vele lege flessen die de heren met een losse pols, of een brutale brede zwaai vanop het open balkon, ongegeneerd op de kasseien keilden. Een groot gedeelte van die goedgeluimde gasten had duidelijk al een druppeltje of twee teveel op, en hing groen door een open venster te kotsen ,zodat de toeschouwers dikwijls in min of meer jolig afgrijzen achteruit moesten springen. Maar zatlapperij was nu éénmaal zo innig met de Vlaamse volksaard verweven, dat enkel de kwezels daar aanstoot aan namen. De mannen van het dorp monkelden genadig, zelf met een pint in hun 'pollen': mensen, wat een zicht, wat een belevenis!

Toen er weer een sliert bussen vol zwarte soldaten voor­bij bolde, sloeg de jeugd weer aan 't juichen, maar dié mannen keken meestal ernstig en bloednuchter op de dorpelingen neer.       

" Senegalezen! Dat zijn mosselmannen, die mogen genen alkool!",riep naast hem Sooi Coenye, die ook aan de Ijzer had gestaan. " Maar wreed-goei soldaten, man ! Die kropen in '14 in 't donker op hunnen buik naar de Duitse tranchées en tegen de mor­gen kwamen ze terug met een koperdraad vol afgesneden oren... Wreed-goei gasten !" riep hij goedkeurend boven het motorlawaai uit,en tuitte waarderend zijn lippen, als een schoolmeester bij de prijsuitreiking.                                  

Tegen vier uur kreeg een autocar bij de kerk een lekke band door al die gebroken flessen op de rijweg en stropte de verkeersstroom. Onmiddellijk troepte het volk rond het scheef­hangend vehikel. Een bende brutale soldaten maakte van de gelegenheid gebruik om de twee dorpscafés te overrompelen en gratis bij te tanken, tot ze door een paar oversten met ge­trokken revolver terug de bussen werden ingedreven. De mannen van het voertuig met de lekke band werden door een drietal onderofficieren over de andere cars verdeeld, en na een half uurtje kon de colonne weer walmend voort hotsen.

Rond zessen werd het defilé luguber afgesloten met een lange rij Rodekruiswagens en plots viel een vreemde stilte over de dorpskom, al rinkelden hier en daar de glasscherven onder het ritmisch geveeg van verontwaardigde huismoeders.             

Thuis gekomen zag Joseph hoe Leon met handen en voeten verslag uitbracht bij moeder, over wat hij in Nieuwpoort had gezien en meegemaakt, maar hij liet zijn jongste broer wat pinnig opmerken dat diezelfde gasten hier ook gepasseerd waren...en ondertussen nog een héél stuk zatter dan toen Leon ze had gezien ! De kleine liet zich echter niet zomaar de mond snoeren en zette zijn bazige broer schaakmat met het nieuwsje dat die 'Frans­mans' naar Holland trokken, om het gat tussen de Neder­landse stellingen aan de Rijn en de Belgische fortengor­del in de Kempen te dichten, ten oosten van Breda.

" Allee zeveraar, hoe kunt gij dat nu weten :zo­iets is een groot geheim...Dat gaan ze niet aan je neus hangen, wees maar gerust!"                      

" Wel, dan is het nu zekerlijk géén groot geheim niet meer, want iedereen op de kaai wist ervan en de gendarmerie heeft een telegram gekregen van Brussel, met al de kruispunten  die ze moesten vrijhouden, van De Panne tot in Holland ! Dat is ook niet waar, zeker ?!"  

" Dat wil niks zeggen...",was alles wat Joseph nog kon bedenken om zonder gezichtverlies de discussie af te sluiten. In elk geval, moest dat waar zijn, dan stond de Duitsers in Breda een ferme peer op hun bakkes te wachten... Miljaarde !             .                                        

Of den Duits onze Fransmans rustig hun roes zou laten uitslapen, hoopte Joseph op de radio te horen,  toen hij die avond om tien uur een pint ging pakken in de 'Lekkerbek', om de hoek. Het café zat goed vol, maar zohaast de nieuwslezer met het legerbericht begon, kon je een speld horen vallen. In de Ardennen leverden onze Jagerdivisies met veel succes een vertragend gevecht, zo heette het...Het fort van Eben-Emael, op de samenvloeiing van het Albert-ka­naal en de Maas, was in een heroï­sche strijd gewikkeld met Duitse parachutisten die ook bij verrassing de bruggen van Vroenhoven, Kanne en Veldwezel hadden kunnen veroveren, maar deze doorbraak was weer afgegrendeld. Overal hield ons Leger held­haftig stand en brachten de vijand zware verlie­zen toe. Tachtig Duitse vliegtuigen waren door de zware luchtafweer neerge­haald. De burgerbevolking werd ernstig gewaarschuwd uit te zien naar verdachte personen en alle parachutages achter de front­lijn onmiddellijk aan de Rijkswacht te melden. In Nederland meldde men hevige gevechten aan het ...

De mensen luisterden al niet meer en barstten los in opgewonden commentaar :Eben-Emael, de oninneembare vesting, de trots van onze landsverdediging, beter dan de Maginotlinie van de Fransen... Aangevallen door parachutisten? Wat was dàt voor zever ? Onmogelijk! Dat was zeker verraden werk, of sabotage van die smerige linkse pacifisten... Eben-Emael, dat ons miljar­den had gekost... Natuurlijk sabotage, hoe kon het ook anders !   

" Onze Gustaaf, die aan 't Albertkanaal ligt, vertelde verleden maand nog dat ze munitie hadden gekregen voor hun anti-tankkanon die er helemaal niet in paste ! Legt dàt verdimme maar eens uit !                   

" En onze oudste, de Jean, ligt daar ook, en die heeft een Duitse spion van een binnenschip aangehouden, die in 't voorbijvaren altijd maar foto's pakte van de bunkers en de bruggen en heel de rattaplan !...Wat wilt ge dan nog deftig gaan vechten, als d'ander alles weten ! En z'hebben overlaatst eens kogels gekregen voor al hun vier Maximmitrailleusen met rijnzand in inplaats van poeier, door die rooi stakingen in Frankrijk ! Ze moesten z'allemaal ophangen, die vuil saboteurs, allemaal miljaarde, zonder pardon !..."

Al bij al, als ze het goed begrepen, was de Duitser reeds over het Albertkanaal geraakt, zo'n zwaar versterkte hindernis ! Dat is toch niet meer normaal, hé !

" Maar nee, ge zijt mis, hij heeft gezegd dat ze terug­ge­slagen zijn met zware verliezen!"                           

" Dat is toch zever in pakstjes, vent ! Dat zeggen ze altijd, voordat ze gaan lopen, de lafaards! Is het dààr niet dat die divisie ligt, waarvan de flaminganten in opstand zijn gekomen,  overlaatst ?...'t Is aan die kanten vergeven van de landverraders en de zwarthemden ! Niet te verwonderen dat den Duits er is doorge­broken, als die van ons niet eens op hem schieten :dàn is 't vaneigens nogal gemakkelijk, verdomme!...Aan den Ijzer maakten wij korte metten met die gasten, in der tijd :tegen de muur, en...vlam! Finito!"  

" Maar hij is niet doorgebroken! Miljaarde, kuist uw oren uit, oude zeveraar!!"         

Toen het er bovenarms dreigde op te zitten, muisde Joseph er stilletjes van onder. Hij voelde het met zijn elle­bo­gen :" Als we verliezen, zal het weer de schuld van de Vlamin­gen zijn, ge zult wel zien..."                        

's Anderendaags, na het ontbijt, wilde hij juist zijn schoolatlas bovenhalen om eens nauwkeurig te situeren wat hij gisteren allemaal had opgestoken in de 'Lekkerbek'. Plots begonnen de kanonnen van 't Jonkershof weer katoen te geven als of het niet meer opkon.

Buiten stond wat volk omhoog te staren naar het nu reeds vertrouwde toneel van poppende zwarte wolkjes in de blauwe hemel, uitgezaaid rond een koppig voort vliegend zilveren stipje. Neen :drie stipjes, waarvan er één plots een zwart streepje begon te trekken en de formatie verliet!          .                   

" Z'hebben hem! Z'hebben hem!", jubelden de buren in de straat. Het toestel zakte in een wijde spiraal gestaag lager, zijn zwarte zog steeds dikker en dikker, tot het met een langgerekte janktoon achter de duinen uit het zicht ver­dween.        

In de beklemmende stilte na het neerstorten riep plots iemand :" Daar zie! Een parachute!"               

Als geobsedeerd had Joseph de val van het vliegtuig met de ogen gevolgd, maar nu zag hij ook, halverwege de rookpluim, een wit bolletje langzaam dalen boven Nieuwpoort-Bad, blin­kend in de ochtendzon.

"Da's dan numéro éénentachtig..." ,flitste het door zijn hoofd, terwijl hij met een paar jongens de straat uitrende, recht naar de hoge duinen aan het strand bij de 'Wel­kom'.. Maar toen ze daar twee minuten later naar adem snakkend boven­op stonden rond te pieren, was er niets meer te zien, tenzij een verwaaide zwarte wolk aan de einder boven zee en een paar visserssloepen die zich schenen te groeperen, een mijl buiten het witte staketsel, wazig in de morgenmist...                  

" Als hem nog niet dood is, zullen de vissers die smeer­lap nu wel z'n vet geven!",wist er één te verzekeren...                         

" Dat ze er met hun poten maar afblijven! Als hem niet gewapend is moeten ze hem gerust laten en aan 't Rood Kruis geven, of aan de gendarmen: dàt is de wet!" De kozijn van de veldwachter was een autoriteit op dat gebied..." Of aan 't leger..." ,liet hij hen grootmoedig wat speelruimte," maar de burgers mogen zich met die zaken niet be­moei­en! "...Voilà, dat wisten ze weeral!                                  

<!--[if gte mso 9]> Normal

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 136

B03a SPIONITIS.

 

                       Westende, 12 mei 1940.

Op de keukentafel tekende Joseph op een groot stuk  bruin inpakpa­pier met een blauw potlood een blinde kaart van België, zijn schoolatlas naast zich. Eerst Brussel, in het midden. Dan Antwerpen en Luik, het Albertkanaal er tussen, de Maas met Eben-Emael...Na een moment van twijfel streepte hij de laatste naam in 't rood door:  dat fort was volgens de geruchten toch al veroverd... Hij vervolledigde het kunstwerk met de provinciehoofd-steden en plaatste toen op de kustlijn de bolletjes voor Oos­tende en Nieuwpoort chauvinistisch even groot als Brus­sel... Een kruisje in zee gaf de plaats aan waar het vliegtuig was neergestort...  

Pas hing de kaart met duimspijkers tegen de muur van de scheerzolder, of Marie kwam thuis voor het middageten. Ze wist het al van die neergehaalde Duitser. Als het überhaupt een Duitser was, hé, want in het dorp ging het gerucht dat de vissers een doodgebloede piloot aan wal hadden gebracht...met Engelse papieren!   

  " Die mannen van de D.C.A. zullen toch het verschil wel kennen tussen vriend en vijand, zeker! ", opperde Joseph veron­gelijkt.

Maar Marie wist wel beter :"Die bende onnozelaars schiet op al wat beweegt! " stelde ze bitter vast, en daarmee was dat heldhaftige wapenfeit weeral afgehandeld. " Maar 't is de vraag of wij wel goed weten wie de vijand is", voegde ze er na een tijdje cryptisch aan toe.                       

Toen Joseph haar niet-begrijpend bleef aankijken, haal­de ze wat moedeloos de schouders op en ging met een diepe zucht aan tafel zitten.   

" Och, er is weer wat aan de gang ,daar op het gemeentehuis..." zei ze nors:" ze hebben weer wat nieuws uitgevonden om de mensen te pesten..."                     

Joseph zette zich over haar. "Ze moeten een lijst opstellen... een zwarte lijst...van al de mannen die bekend staan als ofwel uiterst rechts of uiterst links, zoals ze dat noemen...In feite van al diegenen die vroeger gepakt werden omdat ze bij de verkiezingen vantijd tegen de rooi, de blauw of de geel hebben gevochten, of cafés kapotge­klopt en dergelijke zaken..."

" Mensen, dat zijn er heel wat! ",spotte Joseph.    

" Ge moet er verdimme niet mee lachen...'t komt van de Staats­vei­ligheid, de geheim polies, en het ligt er dik op dat ze al die van ons gedacht zijn willen nekken: de vechtjassen van het V.N.V.­,de Grijze Brigade,'t eerst, en de miliciens van 't Verdinaso...De communisten ook wel, maar die schoelies lopen hier niet vet in 't rond: misschien  Achiel de schoenmaker, de opvolger van Zotte Steiner... Maar die sukkelaar is al bijna zeventig, en ver dood van de longen. Zo rap zal die nog geen revolutie plegen, of onze Koning willen verja­gen, denk ik..."

Joseph zweeg even perplex.  

" En wij ?.. ."     

" Ja-ewel, en wij, hé! ...Al chance dat ge nog niet meerder­ja­rig zijt, of ge had er ook aangehangen! "... Triest loosde ze een diepe zucht: " De kopmannen van onze partij zitten natuurlijk bijna alle­maal bij den troep, maar al de ouderen die niét gemobi­liseerd werden, moeten iedere morgen gaan stempelen op het gemeente­huis, om ze gedurig in 't oog te kunnen houden..."     

" Ziede meester Engelborghs al gaan stempelen ?!"

" Chance dat ze hem met de laatste shift ook nog opgeroepen hebben voor het leger, gisteren, of hij had het spek aan z'n been! ..."              

" Miljaarde zég, van 'n hoerechance gesproken!", spotte Joseph en Marie moest ongewild mee lachen.         

 

Met dat woord 'stempelen' moest Joseph plots aan Arthur denken, die hij door de commotie sinds gisteren helemaal was vergeten...Die moest met zijn pa ook iedere dag het register gaan tekenen bij de garde...Belachelijk, hé:  die was niet links of rechts, en een vioolvirtuoos lijk meneer Birnbaum kon je toch moeilijk een gevaar voor de staat noemen, hé!  En dan daar bovenop zo'n mensen nog eens huisarrest geven: dat was helemaal té zot om los te lopen!  Die bietekwieten van de staatsveiligheid wierpen er maar wat met hun klak naar, de zotten!

Na het eten sprong Joseph op de fiets en peddelde naar Arthur om te horen hoe het verlopen was, dat zogenaamde 'stempelen'. Maar op zijn herhaald bellen kwam geen enkele reactie...Was er niemand thuis, of hielden ze zich binnen gedeisd ?... Of - flitste het door zijn hoofd - misschien waren ze al heimelijk naar Blankenberge vertrokken en op hun nieuwe zeiljachtje naar Engeland gevaren ?!...

Uit pure balorigheid bonkte hij nog een paar maal nijdig met de vuisten op de voordeur, maar zonder succes. En in het midden van de straat de naam van zijn vriend omhoog staan schreeuwen van 'Eiby!Eiby!' had enkel voor gevolg dat Annita Lansens uit de groentenwinkel om de hoek even naar het kabaal kwam kijken.

Onder zijn schreeuwen hoorde hij plots Annita roepen: " Ze zijn wég! " En even later opnieuw: " Opgepakt door de gendarmes! "

Annita kwam resoluut naar hem toe en legde hem heel het drama uit: " Gister na de noen zijn de gendarmen van Nieuwpoort samen met onze garde madam Birnbaum en haar dochter komen oppakken met de dievenkar. We mochten er niet dicht bij komen, maar ik zag toch dat het meisje ferm schreide...Veel tijd om te pakken kregen ze niet: twee valiesjes en hop, weg!  Hun familie, die in de 'Villa SYBARIS' was ingekwartierd, zat ook al in de dievenkar... alleszins de moeder en de dochter..." 

" En Arthur en zijn vader, hebt ge dié gezien ?"

Neen dus. De rest van haar schel gekwebbel liet hij voor wat het was: die Annita had hij nooit écht gemogen... 

Al met al wist hij nog steeds niet juist wààr Arthur nu kon uithangen. Maar het mooie sprookje met dat zeiljacht in Blankenberge kon hij nu wel vergeten...Zonder de vrouwen zouden de Birnbaums nooit gevlucht zijn...

 

De rest van de dag bleef zijn vriend Arthur door zijn gedachten spoken: Héél de familie Birnbaum opgeschept door de gendarmen van Nieuwpoort! En nog wel als spionnen! Zelfs een operazangeres als de moeder en een schuchter schaap als dat zusje!  Waanzin, complete onbegrijpelijke misdadige waanzin! Wie vindt er nu zoiets uit!? Wie kon die mensen nu zó haten ?...

Maar 's avonds kreeg hij al een eerste antwoord op zijn vraag...

Tegen kwart voor acht stapte Joseph wat wrokkig de 'Lekkerbek' binnen om het laatste legerbericht op de radio te beluis­teren.            

Het rokerige lokaal zat weer bomvol buren uit de straat die hem maar scheef bekeken. En toen hij aan de toonbank een pint bestelde, lachte cafébaas Maurice monkelend:   

" Ewel Joseph, moete gij nog niet gaan stempelen ?"

"Ik peins dat ik nog altijd niet gevaarlijk genoeg zijn, Maurice! ", gek­te hij terug, maar het ging niet erg van harte.    

De 'zwarte lijst' van de plaatselijke landverraders, en de neergeschoten Britse piloot vormden het gesprek van de dag, maar toen het nieuwsbericht begon, vielen alle discussies stil.                                        

De Ardense Jagers vochten nog steeds hun heroï­sche vertragingsslag uit, volgens plan afzakkend naar de Maas. De forten rond Luik brachten de vijand zware verliezen toe en langs die kanten ontruimden de onzen met succes een rits toeris­tische steden, zonder groot militair belang, zoals Spa en de grotten van Han. Het opperbevel liet waarschuwen voor saboteurs en parachutisten die, zelfs vermomd als burgers, het veilig verloop van de operaties bedreig­den.

" Dat moeten wree mannen zijn, die parachutisten! " opperde de waard, en de garde knikte peinzend.

"Na alle verdedigingsmiddelen te hebben uitgeput moesten de vestingstroepen van het fort Eben-Emael zich om elf uur deze morgen gewonnen geven."...

Gemor alom bij de perplexe omstaanders...        

"De Duitse doorbraak rond het stalen fort was echter volledig afgegrendeld en verdere pogingen van de vijand om onze verdedigingslijnen achter Maas en Albertkanaal op te rollen, hadden hem veel doden gekost en een nog groter verlies aan zware wapens..."         

" Dat wisten we al! ",dacht Joseph ongeduldig.      

" ...Ons vliegwezen had heel de dag de bruggen van Vroenho­ven en Veldwezel heldhaftig met bommen bestookt, en aldus de massale vijandelijke aanvoer een definitief halt toegeroepen"

Joseph betwijfelde of dat 'roepen' iets zou uitha­len­...Toen de nieuwslezer triomfantelijk ter kennis bracht dat onze luchtafweer opnieuw een kleine honderd vliegtuigen had neergehaald, schoot het volk in een brullende lach!

" Als het maar weer allemaal geen Engelsmans zijn! "

Dan volgde nog wat bla-bla over de moedige Nederlanders, die na uitgevoerde opdracht, volgens plan terugtrokken op hun versterkte 'Vesting Holland', en dàt was het...    

Een paar man gekte buiten op het terras nog wat schreeuwerig na over de zogenaamde hecatombe van de Luftwaffe en Joseph stootte zijn buur aan: " Wist gij dat wij bommenwerpers hadden?"

"Wij bommenwerpers?!" Hij grinnikte even mis­troostig:" Dat zijn geen echte bommenwerpers, hé vent!  Die hebben ze overlaatst nog rap-rap aangekocht met het geld van de "Nationaal Collecte", ge weet wel: die leurders aan de kerk bij 't uitgaan van de Hoogmis, verleden jaar!  De regering had er geen cent voor over en dan hebben de oud-strijders of de boyscouts het geld bijeen moeten bedelen, met collectebussen 'lijk voor de te­ring-lijders!...Als ik me goed herinner hebben ze er zo hoop-en-al een klein dozijn kunnen aankopen, van die oude goedkope bommenwerpertjes, maar zeker niet méér!  En aan de vaart waaraan ze de vliegmachines tegenwoordig naar beneden kletsen, zullen er nu nog niet teveel van overblijven...De Fransmans, ja dié hebben échte bommenwerpers!  En de Engelsmans allicht ook een kluts. Maar wij!? Doe me niet lachen, hé : dat zijn àànvalswapens ,en dat màg niet van de Sossen !"             

Triestig peinzend slurpte hij aan zijn Export en toen Joseph aanstalten maakte om op te breken zei hij moedeloos: "Nee, 't gaat slecht, jong...Als ze stoefen hoe heldhaftig die van ons daar vechten, dan is het ver om zeep!  Ik wed dat den Duits al bij Namen zit. Daar heb ik indertijd mijn dienst gedaan...Schoon wijven, daar, dàt wel..."

              

Leon wist er ook alles van, van die neergeschoten Engelse piloot: schipper Titteca van de 'Charlotte' had hem met moeite aan boord kunnen trekken, maar kreeg het bloed uit de kapotte schouder niet gestelpt...   

" Och arme toch! ", zuchtte Marie.    

Ja, die sukkelaar was op dek leeggelopen 'lijk een gekeeld varken: niets meer aan te doen...Enfin, verdiend loon voor 'n Duitser, dachten ze...'t Is maar nadien dat ze aan z'n soldatenboek zagen dat het een Engelsman was: 'Englische Air Force' stond er op, of zo iets...    

" Die klootzakken van 't Jonkershof gaan zekerlijk een fameuze fakkel smoren! " voorspelde Leon vastberaden, alsof het aan hem lag om dat te beslissen.                   "Zie, daar is die vlieger vet mee! ",en geërgerd blies Marie in het kommetje van haar handpalm de petroleumlamp uit.          

 

Alsof het daarmee nog niet genoeg was, haalde de D.C.A. (of Défence Contre Avions, zoals dat heette) de volgende middag een Frans vliegtuig naar beneden, maar ditmaal liep het minder dramatisch af: de piloot kon een noodlanding maken op het hulpvliegveldje van Koksijde.

Rond vier uur werd Oostende voor het eerst gebombardeerd, en zo'n barbarij zou de stad in de loop van de oorlog nog ruim een dertigtal keer moeten verduren, échte bombardementen !

Joseph werkte juist op de scheerzolder de kaart bij aan de hand van de laatste berichten, toen hij de houten vloer onder zijn voeten voelde trillen, en het doffe gerommel van de inslaande bommen de ruiten liet rinkelen. Iedereen op straat vroeg zich af wat er nu weer aan de hand kon zijn...Hij besloot met een paar jongens mee te lopen naar hun hoge 'uitkijkpost' op de duintop bij de 'Welkom'. In de verte ontwaarden ze de rookpluim achter de havenhoofden van Oostende: waarschijnlijk een paar hotels of zo die in de fik stonden...Werkelijk beang­stigend...      

's Avonds repte het legerbe­richt er met geen woord over, maar Maurice, de patron, wist dat er méér dan tien burgers waren gedood.                       

" En geen énkele soldaat ?!",vroeg er één agressief, alsof hij vond dat die er eerst allemaal aan moesten, voor de burgers aan de beurt kwamen...          

" Dat zeggen ze nooit, hé vent! ",zei de patron gewich­tig. "Dat is geheim , 'secret militaire', hé:  den Duits mag dat niet te weten komen..."             

De nieuwslezer legde wel erg de nadruk op de terreur­aanval op Hasselt." Met zware verliezen voor de plaatselijke bevol­king..." 

De Ardense Jagers hadden zich met succes op de lin­keroever van de Maas teruggetrokken, om daar de statische verdedigingslijn te versterken...      

" Voilà, heb ik het niet gezegd! ? We zijn al meer als d'helft van 't Walenland kwijt!", zei die triestige tooghanger van gisteren bitter.        

" Morgen zijn we er misschien helemaal van af..." medi­teerde een andere flamingant hardop, maar merkte aan de blik van de baas dat hij verder beter z'n kop dicht kon houden!  

...Ten zuiden van het Albertkanaal werd nog steeds hardnek­kig weerstand geboden tegen een sterke vijandelijke infiltratie...              

" Hoe ze dat flikken, versta ik niet goed: al de schiet­gaten van die betonnen bunkers langs het kanaal zien uit op de oever van de overkant, en nu worden ze langs achter aangevallen...Hoe kunnen ze dan hardnekkigen weerstand bieden, verdomme!'t Zal daar nondedju fameus stinken, als ge 't mij vraagt... miljaarde! "...       

...Franse troepen waren in zware gevechten gewikkeld rond Turnhout ten noorden van Antwerpen...               

" Dat zijn van tien-negen die zatte gasten die hier eergiste­ren passeerden!",veronderstelde Joseph's gebuur, "veel tijd om hun kater te verzuipen hebben ze niet gekregen! ..."              

Volgde weer een oproep tot de bevolking om uit te zien naar saboteurs en parachutisten. Elke verdachte persoon moest onmiddellijk aan de gendarmerie gemeld worden...    

"Hoe kunt ge die herkennen, die...heu...verdachte din­ges", vroeg Sooi Coene , niet meer helemaal helder.    

" Aan hun bakkes, natuurlijk! ",zei zijn maat overtuigd " Ze zien er uit 'lijk brigangs, met een loensen blik, en niet goed geschoren en zo..."            

Sooi dacht eens diep na, en bekende verschrikt: "Maar miljaarde!  Dan heb ik er zo al veel gezien...de zondagavond... op café..."        .             

Ze gierden het uit!  De mop van de dag! ...


French refugees flee

<!--[if gte mso 9]>
Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 136B

EERSTE VLUCHELINGEN.

De volgende morgen bij het boodschappen doen bemerkte Joseph de eerste vluchtelingen, voor het gemeentehuis: een dik bestofte open vrachtwagen, hoog opgetast met meubeltjes, beddegoed en klerenbundels, waartussen een drietal kinderen lagen te slapen. De vuilgrijze bomma zat inééngezakt te soezen in de cabine, een sjaal als stofmasker voor mond en neus. Twee vreemde vrouwen, ook al wit bestoven, stapten juist de bakke­rij buiten, elk met een groot rond boerenbrood in de arm. Drie mannen in hemdsmouwen hingen voorover gebogen onder de beide motorkapvleugels als aan een sterfbed consult te houden. Die verdomde mekaniek liet hen weer eens overduidelijk in de steek.                

" Heetgelopen ",dacht Joseph van op een veilige afstand, wegens de straal stoom die langs de nikkelen radiatorknop sis­send ontsnapte. Een paar taterwijven op hun dorpel, achter hem, volgden het hele gedoe met de grootste interesse, al leunend tegen de deurpost, de dikke blote armen als een bumper op de boezem gekruist. Ze waren zichtbaar wàt fier, hem bij de scène aan de overkant kosteloos commentaar te kunnen geven, heet van  de naald:                 

" Hals over kop moeten gaan lopen, die mensen, toen den Duits voor Maaseik stond...en nu al twee dagen onderweg, 't is toch wreed, hé! "...                 

" Ja, hé, en ze zijn al verschillende keren gemitrailleerd geweest door de vliegmachiens, en van de route geduwd door de militaire colon­nes die alsmaar op- en afreden! ..."    

" Ja, hé, en daarbij nog drie keer een 'platte tuub' gekregen!  En nu weeral in panne! ...Mensen toch, 't is gods­ge­klaagd! ..."       

Hun medelijden was nog maar pas gelucht, of ze merkten al hoe voorbij de kerk een koppel boerenkarren kwam aangereden, in trage tred getrokken door een dubbel span Brabanders en volgeladen zoals de stomende vrachtwagen aan de overkant, torenhoog. Het hele gezin lag tussen de rommel te dommelen of wezenloos rond te staren, de starre angst nog in de ogen.  

Achter elke kar liep een bonte koe gebonden, onwillig voortge­sleurd, de poten stijf en paniek in de bloeddoorlopen bologen. Zonder stoppen of omzien sjokten de vluchters als verdoofd traag voorbij en achter elkaar het dorp weer uit, richting Nieuwpoort, schommelend en wiegend volgens de onregelmaat waarmee de ijzerbeslagen wielen knerpend put en bult in de kasseiweg afmaalden.

De roep ging zoals vanouds, dat het dappere Belgische leger zich uiteindelijk weer achter de beschutting van de Ijzer zou terugtrekken, om daar de ultieme slag te leveren, zoals in '14. Een uitkomst voor wie verder vluchten kon, maar voor de mensen van het dorp en omliggende niet zo'n erg leuk vooruitzicht: in de vorige oorlog waren van Westende geen twee stenen héél geble­ven!  Dus als de militairen zonodig een duel op leven en dood wilden knokken, dan graag ergens anders, als het even kon...  

In de 'Tramstatie' wist Odette, de waardin - van horen zeggen, hé  - dat een volledige Vlaamse divisie zich langs de kanten van Tongeren 'en bloque' had overgegeven. De vluchtelingen met de zwarte vrachtwagen kwamen uit die streek, en hadden moeten sprinten "lijk zot" om niet door de doorgebroken Duitse tanks te worden ingehaald en verpletterd. Want die mannen zien naar niets!  En ze zagen ook nog hoe de Belgische gendarmen twee nonnen fusilleerden langs de wegkant, want deze droegen bottines van parachutisten...Verklede Duitse spionnen ,vaneigens!                .                       

" Ge moogt niemand meer vertrouwen, hé! Maar nonnen ! God-ten-ere, wat een situatie!  Verraad en sabotage, 't is al wat de klok slaat! ..."           

" Allemaal de schuld van die zwart­zakken! ",riep de Miesten van Juliette, een vaste klant, die uit zijn vierde pint het recht puurde om van zijn hart niet langer een moord­kuil te maken:

" We hebben het veel te ver laten komen! ...Ze hadden al een jaar geleden allemaal in de bak moeten vliegen, dan was er nu niets gebeurd! " En hij lachte kwaadaardig toen Joseph overhaast opstapte.

" Zwartzakken ? Spionnen ? Zo'n paar losse beschuldigingen van een zwijmelende zatlap zijn tegenwoordig al voldoende om iemand in 't gevang te krijgen...Merci! " 

Buiten reden een paar zwetende fietsers voorbij. Vreem­den, en zo te zien geen toeristen, want veel te zwaar bela­den, met pak en zak op stuur en bagagedrager. Ook zij zagen niet om en duwden verwoed op de piepende pedalen: de Ijzer, de veilige eindmeet, lag nog slechts op vier kilometer...            

Iets verderop kwam Twanne, de garagist van het dorp, bedenkelijk naar de dampende motor van de zwarte vrachtwagen kijken. Hoog in de lucht bromden een paar vliegtuigen voorbij, zonder enige reactie vanuit de luchtafweerkanonnen rond het Jonkershof: die hadden hun lesje blijkbaar geleerd...

 

  Die vluchtelingen deden Joseph plots weer aan Arthur denken, die ook compleet uit zijn huiselijke kring en gezapige dagelijkse doen was weggerukt. Wie weet waar dié nu rondzwierf. Tenzij hij erin geslaagd was vóór de gendarmen te vluchten of zich tijdig ergens te verstoppen...Want Annita Lansens had wél de vrouwen, maar geen mànnen zien oppakken...

Die knagende onzekerheid...zo ging het niet verder. Joseph moést en zou er het fijne van weten en besloot het huis van zijn vriend eens van wat dichterbij te gaan bekijken. Langs de voordeur kon hij niet binnen, dat had hij halvelings eergisteren al gemerkt, maar langs de garage, vanachter?

En inderdaad: de blauw-witte zijdeur naast de garagepoort zat niet op slot. Hij wierp een schichtige blik over zijn schouder, maar op eerste zicht had niemand in de omgeving hem in de gaten. Vlug de fiets naar binnen geduwd en met de voet de deur toe gezwiept: hij stond in het halfduister van hun 'vertrouwde studeerkamer'. Vreemd, maar nu Arthur niet bij hem stond voelde de sfeer alles behalve 'vertrouwd' aan en het duurde even voor hij deze rare beklemming van zich af kon zetten...

De "studeerkamer" leek niet rommeliger dan gewoonlijk, ja omzeggens hetzelfde als vier-vijf dagen geleden toen hij samen met zijn vriend dat roze bevelschrift van de garde had vertaald. Maar toen zijn blik bij de bureeltafel bleef hangen kreeg hij bijna een stom in de maag: het blad lag vol scherven van de stukgeslagen blaker erboven! ...Dus tóch!  Dit was hun afgesproken geheime teken om te beduiden dat Arthur tegen zijn wil was weggevoerd, net alsof hij door de nazi's zou zijn opgepakt en niet kon verzekeren spoedig terug te komen...Joseph voelde een bittere smaak in de mond, nu hij zich herinnerde hoe ze destijds zo stom en lichtzinnig met deze zuiver theoretische mogelijkheid hadden gespeeld. Gespééld verdomme !! Luguber om te bedenken dat het nu 'in 't echt' was uitgekomen en ze er beiden mee geconfronteerd werden.

Maar veel tijd om te grienen kreeg hij niet: hij moest zoals afgesproken 'HET TESTAMENT' uitvoeren en de eed gestand doen, die hij toen half-lachend gezworen had. Alles wat hen verbond moest in veiligheid worden gebracht, al hun mooie herinneringen bewaard... Met de bedoeling dat er bij Arthurs terugkeer aan het kader van hun vriendschap niets zou ontbreken... Makkelijker gezegd dan gedaan. En nog een geluk dat de villa tijdens de paar dagen dat het onbeheerd stond niet door de soldaten was geplunderd. Of door de buren, want daarvan deden ook al heel rare verhalen de ronde. In Oostende, bij voorbeeld,  hadden na het eerste bombardement de zogenaamde redders naar ze zegden meer gestolen dan mooi was om zien...

Bon, eens kijken waar Arthur écht van hield...Zijn dure jazzplaten, natuurlijk, en de draagbare koffergramofoon...,zijn boeken van Karl May en een paar àndere...,zijn affiches van de negro-singers, de raceauto's, de luchtschepen en de transatlantische watervliegtuigen... Dat zal het zo ongeveer wel moeten zijn, zeker ? Zijn nu nutteloze schoolboeken zullen we maar vergeten, hé: die zal hij niet missen, voorlopig toch niet ... Alhoewel, die tien Assimilplaten met de cursus 'Engels' kunnen er ook nog bij...

" Ik schat dat ik beter tegen donker even terug kom met het karretje achter de vélo, dan is alles in één rit verhuisd...En heb ik de ondertussen wat tijd om eens dieper na te denken..."

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 137

B03BIS:DE NOODLOTTIGE DOORBRAAK BIJ SEDAN

 

De tankspitsen van de zeven (!) Duitse Panzerdivisies waren onverwacht snel door de Ardennen opgerukt naar de Maas. Nét zoals ze in hun plan "Fall Gelb" hadden voorzien verrasten ze daar de voorhoedes van het 9.Franse Leger die pas begonnen waren zich op de linker oever in te graven. Het is misschien pijnlijk te herhalen dat, nà het incident te Maasmechelen op 10/1/40 alle geallieerde hoofdkwartieren volledig op de hoogte waren van dit Duitse plan om door de Ardennen bezuiden Namen naar de zee op te rukken, maar het als waanzin hadden verworpen….

                                     

Op 13/5 veroverden de Duitsers vier bruggenhoofden over de Maas tussen Namen en Dinant en de volgende nacht één serieuze ten zuiden van Sedan. Daardoor werden de Franse troepen rond deze stad op juist dezelfde wijze omsingeld als in 1871 ! Door paniek bij de Franse bevoorradingsdepots vielen de Franse tanks op het slagveld met trosjes zonder benzine en werden door de Stuka's aan flarden geschoten als pijpen in een schietkraam op de kermis. De roekeloos doorstotende Duitse tankspitsen sloegen de vér-achterliggende Franse troepenreserves uiteen ,waardoor een bres in hun front ontstond van 50 km breed en 25 km diep.

               

Maar 100 km meer naar het noorden, bij Gembloers, ging het minder vlot :daar werd op 14 en 15 mei de doorbraakpoging van een Duitse Panzerdivisie door o.a. de Franse 15.Division d'Infanterie Motorisée en de 1.Div. Marocaine afgeslagen. Voor beide eenheden werd het echter een Pyrrusoverwinning waarin ze doodbloedden.

           

Maar omdat de bres van Sedan dreigende vormen aannam, moesten de Fransen kort daarna terugtrekken op het kanaal Brussel-Charleroi en op 16/5 zelfs tot achter Mons.                                                

Ook in Leuven sloegen de Belgen en de B.E.F. aanvankelijk samen verschillende Duitse aanvallen met succes af. Maar op 16/5 waren de Duitse Pz.Div. tot 95 km ten westen van Sedan in open onverdedigd terrein ACHTER de Franse lijnen doorgebroken en begon de ramp zich duidelijk af te tekenen. En door de capitulatie van het Nederlandse leger vreesde men nu eveneens voor een Duitse doorbraak via het zuiden van Antwerpen.

Daarom gaf de Franse opperbevelhebber het sein om de K-W-linie te verlaten en in vier dagen terug te trekken op de lijn Terneuzen-Gent-Schelde-Oudenaarde. Maar nu sloeg de Brabantse bevolking eveneens in paniek op de vlucht en verstopte alle aftochtwegen...         

De verwarring werd de volgende dag nog groter toen de divisies, die Antwerpen in het noorden en het oosten dekten, via de Scheldetunnels en twee noodbruggen aftrokken naar het Waasland. De luchtverversing en de verlichting van de tunnels was uitgevallen want de verantwoordelijke technische diensten waren samen met het stadsbestuur reeds op de vlucht geslagen. De doortocht van de troepen onder de Schelde moest dan ook dikwijls onderbroken worden omdat veel paarden en manschappen bezwijmden door de uitwasemingen.        

In de vroege morgen van 18 mei verlieten de laatste eenheden van de B.E.F. geruisloos Brussel dat door de burgemeester "open stad" werd verklaard en de daaropvolgende dagen trok het oprukken van de Duitse Panzer-divisies door de bres van Sedan alle aandacht.       

Op 17/5 echter hadden de Duitse tankisten een eerste maal bevel gekregen hun opmars te staken omdat Hitler gealarmeerd werd door de leugenachtige verslagen van een jaloerse Rijksmaarschalk Goering. Deze beweerde dat zijn Luftwaffe een nakende Franse tegenaanval uit het zuiden had ontdekt die de panzerspitsen zou kunnen afsnijden...Deze aanval kwam er inderdaad toen een zekere Général de Gaulle met zijn tanks bij Laon gedurende drie dagen de Duitse achterhoede met succes aanviel, alvorens persoonlijk te worden weggepromoveerd tot machteloze staatssecretaris en in de Londense mist te verdwijnen.

        

Midden deze chaos kregen de Duitse tanks op 18/5 wél nog toelating van de Führer om op grote schaal "verkenningen" uit te voeren, maar ondanks dat dubbelzinnig en wazig bevel (waarmee Hitler zich tegenover zijn generaals wilde indekken) stootten ze toch verder door, richting Kanaal.

                

In Antwerpen staken die dag de eerste Duitsers de Schelde over, maar moesten het volgende etmaal in Zwijndrecht zware straatgevechten leveren om er de Belgen te verdrijven. Die konden zich echter hervatten en twee dagen later zonder veel tegenslagen stevig achter het kanaal Terneuzen-Gent stelling nemen.

                                               

De terugtocht van de Britten uit Brabant naar de Schelde verliep vanaf 18/5 minder vlot. Omdat ze met een breed spoor van grondige vernielingen de Duitse opmars poogden te vertragen, raakten ze in zwaar conflict met de plaatselijke bevolking én de drommen wanhopige vluchtelinge.Ze werden daarenboven voortdurend bestookt door de Luftwaffe, wat de door hen veroorzaakte ravage in vele steden als Ninove en Aalst nog aanzienlijk vergrootte. 


Toch slaagden de Britten er in vanaf 21/5 hun verdedigingssector op de Schelde tussen Oudenaarde en Cambrai stevig te bezetten en drie dagen lang te houden. Maar ten zuiden van Cambrai werden hun linies van bij den beginne overrompeld door de snel naar Abbeville vooruitstormende Duitse tankdivisies. De Britten zullen ze "voor de eer" op 23/5 vanuit Arras in de flank aanvallen om dan het volgende etmaal, aanhoudend gebombardeerd door de Stuka's, haastig terug te trekken naar de Leie...

Vanaf dit ogenblik laat de nieuwe Britse premier Churchill (in opvolging van de uitgeputte Chamberlain) de eerste maatregelen onderzoeken om te pogen de B.E.F uit dit hopeloos wespennest naar Engeland terug te halen...Onder andere via de havens van Nieuwpoort en...DUINKERKE ! Maar dàt is een ànder verhaal...

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

deel 138

B04a:   DE HULPPOST IN DE "MARCHE­VINS".

 

               Westen­de, 13 mei '4O

                                      

In de namiddag stond plots Nadine, z'n liefje, met haar fiets voor het tuinhek van de barak.

Joseph had haar sinds het uitbre­ken van de vijandelijk­heden, een paar dagen geleden, niet meer ontmoet, maar met al de sensaties die hem hadden overspoeld leek het wel een eeu­wig­heid...Wat zag ze er toch weer net en fris uit, in die losse bloemenjurk, en de zon als goud in haar wilde blonde Shirley-Temple-krullebol. Ze was ontegensprekelijk het netste meisje van heel de streek, zelfs met Oostende erbij, en veruit de vinnigste, want hersens had ze ook... 

Dat al de Birnbaums 'wég' waren, wist ze natuurlijk al: Annita Lansens had haar verteld hoe de vrouwen als dieven werden afgevoerd. Maar ze had ook voor waarheid horen vertellen dat de mannen reeds in de voormiddag van 10 mei werden opgepakt toen ze samen voor het eerst bij de garde gingen 'stempelen'. Joseph vond dat ze daar nogal koel over heen gleed, maar drong niet verder aan.

Dan viel Nadine maar meteen met de deur in huis. Of hij geen zin had om met haar mee te werken, als helper van het Rode Kruis :er moesten twee hulp­posten opge­richt en bemand worden om de vluchtelingen te verzorgen die, volgens de nationale RK-leiding in Brussel, in dikke drommen uit het verre binnenland naar de Westhoek kwamen afgezakt, op weg naar het veilige Frankrijk :

" Eén hier bij de tramhalte van de 'Welkom', de andere in het dorp voor het gemeentehuis..."

Ze zouden enkel wat kleine wondjes moeten behandelen, vooral aan de voeten, préciseerde ze, en voor de rest wat eten uitde­len :brood en soep en drinkwater...

" Maar hoe zouden ze dat kunnen bekostigen :de mensen van het dorp zijn al niet rijk ", had hij opgeworpen. " Een paar dagen wilden die misschien wel de Barmhartige Samaritaan spelen, maar dat probleem met de vluchtelingen kan makkelijk nog een maand of twee aanslepen, en zo maar geven en géén merçi krijgen wordt ge rap beu! "        

Geen nood, het gemeentebestuur leverde alles :voedingswaren en eetgerief, tafels en banken. En de voor de medische hulpmid­delen zorgde het Rode Kruis. Het enige wat de jonge helpers moesten leveren was hun jeugdige inzet, plus wat tijd en mankracht.                                     

" En zo'n sterke beer 'lijk gij, " fleemde ze, "nu de scholen gesloten zijn, hebt ge toch zekers niets beters te doen...Ik doe in elk geval mee...Als gij ook zoudt helpen dan kunnen we samen in de zelfde équipe staan en veel bijéén  zijn...zonder dat de kwezels erover strunkelen"

Ze keek hem met gespeelde onschuld diep in de ogen. Joseph kreeg een raar gevoel in zijn buik :zeg, wat had dit mokkeltje met hem voor ? Zo had hij haar nog nooit meege­maakt! Ze leek hem nu van alles voor te spiegelen, wat ze vroeger altijd zo preuts en stug had afgewimpeld, de gevoelloze feeks!                 

Hij ging wat dichter voor haar staan en greep haar hand waarmee ze speels aan de fietsbel prutste. Ze liet hem begaan en haalde zo nadrukkelijk diep adem dat het leek alsof ze weer haar bolle borstjes oppompte. Een oude truc waar hij steeds opnieuw intrapte. Wéér staarde hij gebiologeerd naar haar bloes, en plots proestte ze het uit : wat was die weer even lekker met zijn neus vooruit in haar vampenval gedonderd!

"Allee, wat is 't ?", fleemde ze, " Doede mee met mij?"    

Joseph schraapte zijn keel ,want hij herinnerde zich haar numero van vorige zomer in hun garage en zijn ontslag als boodschappenjongen dat daarop volgde :" Alleen als we samen équipe vormen, gij en ik en niemand ànders!", drong hij aan.                    " Maar natuurlijk, gijse zot! Het is toch zekers daarom dat ik het vraag, hé!" 

Hij ging maar al te graag door de knieën, maar strib­bel­de voor de vorm nog wat tegen :" Als moeder akkoord is...Ik zal het haar vanavond vragen."

                                       

Die wàs akkoord, maar op één voorwaarde :"Als het maar niet te lang duurt... En vergeet niet :het onderhoud van den groenselhof gaat voor! Voor àlles!", benadrukte ze nog eens, " Met dien oorlog zullen we de patatten en de groensels goed kunnen ge­bruiken...En als er bij '’t Roodkruis overschot van eten is, vergeet dan niet van 't mee te nemen, voor den hond en de kiekens..." 

                                      

Als naar gewoonte ging hij na het avondeten een kijkje nemen in de 'Lekkerbek'. De zaken gingen goed en de volle gelagzaal stond stijf van de tabaksrook. Joseph bleef liever buiten op de vensterbank zitten met nog twee jonge gasten, want daar binnen werd volop gediscussieerd over die vuile landverraders en spionnen en hij had de latente vijandigheid voelen zinde­ren toen ze hem bemerkten.

Maar zohaast het legerbericht begon, ging alle aan­dacht naar de nieuwslezer...

                                               

...Tussen Samber en Maas, en bij Sedan werden drie vijandelijke tankcolonnes teruggeworpen, na hevige gevechten met de Franse gemotoriseerde infanterie...

                                          

" Ze zijn daar dus ook al over de Maas en van tien-negen mogen we ook Namen en Dinant verder vergeten, "dacht Joseph." Zo te horen boeken we de ene overwinning na de andere, maar wel steeds dieper het binnenland in, dichter bij huis...Morgen stoppen we de Duit­se opmars nog met veel bazuingeschal voor...Brussel of Gent, als het zo'n gang blijft gaan!"

                                    

Hij luisterde verder maar met een half oor, want de uitleg van de nieuwslezer werd alsmaar onduidelijker. Toen de straffe prestaties van de luchtafweer opnieuw sterk in de verf werden gezet, zwol het geroezemoes in de zaal even aan en uit de schampere opmerkingen begreep hij dat de D.C.A.-batterij van 't Jonkershof vorige nacht roemloos was weggetrokken. Dàt was dus de reden waarom er vandaag niet meer op de overkomende vliegtuigen was 'gevlamd'!

Hij hoorde nog dat de Fransen zich ten westen van Breda op voorbereide stellingen terugtrokken, wat dat verdomme ook mocht betekenen: Nieuwpoort lag tenslotte ook ten westen van Breda! Maar wel ruim HONDERD KILOMETER ten westen!

De Hollandse havenstad Rotterdam was zeer zwaar gebombardeerd, maar dat interesseerde nu écht geen kat meer: iedereen had het over die van 't Jonkershof, die als dieven in de nacht waren ver­dwenen. En de mitrailleurstellingen op de dijk van Westende-Bad lagen er ook verlaten bij....

" Eindelijk schoonschip!",bromde Joseph bij de herinne­ring aan die nare nacht, een half jaar geleden, toen hij met Leon op het pikdonkere strand voor de Lac-aux-Dames door die verdomde zatlap onder vuur werden genomen...                

"Ja, eindelijk schoonschip! Ik hoop dat ze voort de beest uithangen in hun eigen Walenland en verdomme allemaal kreve­ren aan het front, de smeerlappen :niet méér dan hun verdiende loon!"

                                       

De volgende morgen begonnen Joseph en Nadine, samen met nog vier andere jongelui, met de inrichting van 'hun' hulppost  bij de tramhalte, maar dat liep alles behalve van een leien dakje. Van bij het begin, toen ze nog volop bezig waren met het rechtzetten van het afdak, kwamen al veel 'refugiés' bij hen langs voor alles en nog wat :blaren op de voeten, een zonne­slag, ontsmetten van zwerende wonden op het achterwerk bij de fietsers...              

Preutsheid en onkunde bij de jonge R-K-helpers vierden hoogtij en ze wisten zich dikwijls geen raad, ook al hielden ze zich groot, als missiona­rissen in de Kongo. De meisjes hadden zich zelfs een wit hoofddoek omgeknoopt, met in lippenstift een rood kruis boven de neus, om de illusie van belangloze mensenliefde nog te versterken.         

Maar ze merkten al vlug dat de passanten van deze inter­na­tionale instelling, die de jongelui zo bereidwillig wilden dienen, soms méér hulp verwachtten dan zij in hun overmoed konden opbrengen... Ze kregen aangiften te verwerken van zoek­geraakte familieleden en vrienden, die "hier zeker al waren voorbij getrokken, of misschien achterop geraakt, ze wisten het niet juist"...        

En de aanvankelijke hulpeloosheid tegenover de drin­gende verzoe­ken lokte soms bittere en schampere opmerkingen uit, tot harde verwijten van incompetentie toe. Tot overmaat van ramp bleken héélveel van hun klanten uit het Walenland afkomstig, gestampte bosapen die hun 'patois' voor een wereldtaal hielden en het moeizaam gebroddeld schoolfrans van onze jongens en meisjes zeer tactloos weghoonden met :" Mee keeskie dee ,nondedjie ,se kojon de mee deu pié ?!"                       

Pas nadat eerst de veldwachter, en later de burgemeester in eigen persoon poolshoogte kwamen nemen hoe de zaken draaiden en de jongelui daarop hun hart konden luchten, begon de organisatie dank zij goede raadgevingen langzamerhand wat vlotter te lopen. Charel, de gemeentewerkman, zorgde voor een groot prikbord waarop alle berichten van en voor verdwaalde familie werden uitgehangen. En dokter Loenders beloofde hen om regelmatig bij de hulppost langs te komen en er de iets ernstiger medische probleemgevallen over te nemen.           

Tegen vier uur was iedereen pompaf en twee 'helpers' gaven er zelfs de brui aan :of ze morgen nog terug zouden komen konden ze niet beloven...

                                                   

Zo ging het niet verder :er moest dringend versterking komen en een werkdagindeling met twee ploegen van 6 à 7 uur, om de vluchtelingenstroom van bij zonsopgang tot tegen valavond te kunnen verwerken...            

Want deze was in de loop van de dag steeds sterker geworden en pas stilgevallen toen de einder boven de zee van oranje langzaam in purper overging.

En morgenvroeg dreigde de drukte nog stukken sterker te worden...                                            

De veldwachter kwam in het donker helpen bij het oprui­men van de stand en vertelde dat het Nederlandse leger had gecapituleerd. Maar Joseph was te moe om er op te reageren en zijn Nadientje stond bijna te grienen van uitputting. Juffrouw Rayée, het hoofd van de plaatselijke R-K afdeling, beloofde nog voor morgenvroeg een toer te doen om méér jonge en minder jonge vrijwilli­gers te rekruteren.

Toch zag Joseph de kans om de garde een paar pijnlijke vragen te stellen :wat was er nu met de twee gezinnen Birnbaum gebeurd ?

" Aangehouden, hé man! Die stonden op de zwarte lijst van de Sureté: Duitse burgers kunnen in tijd van oorlog een gevaar zijn voor den Belgischen Staat, hé!"

" Maar den éne was een violist van de opera en den àndere een tapijtenmarchang ! Hoe kunnen die nu een gevaar opleveren ?!"

" Dat moet ge aan de geheim police vragen, hé vent.. Maar ik zou wat voorzichtig zijn, in uw plaats, want al de Verdinaso's staan ook op die lijst, verstaan ?" De latente vijandigheid voor het ancienniteitsverlies na de dood van Dis borrelde weer op.

" Ik zijn toch geen Verdinaso !"

" Ge komt uit dat nest, en dat is al 't zelfde !"

Zo, dat wist hij weeral...

 

15 mei was op velerlei gebied een keerpunt. Toen de garde de hulppost kwam openen, kon Joseph hem direct éven apart nemen :of hij alsjeblieft misschien al iets méér wist van de Birnbaums ?

" Maar vent, dat heb ik gister toch gezegd :die bende spionnen zitten veilig opgesloten in 't gevang van Veurne! Méér weet ik daar ook niet van, hé! De rest moet ge maar aan de gendarmen van Nieuwpoort vragen!"

Ach zo: Veurne...Nu wist hij toch al iéts! Met de fiets was het maar drie kwartiertjes rijden, maar hij moest daar natuurlijk wat vrije tijd voor vinden... Door die stomme vluchtelingen zat hij hier praktisch héél de dag vast!

De burgemeester had ervoor gezorgd dat de hulppost verplaatst kon worden van de tramhalte naar binnen in de 'Marche­vins', een moderne kinderkolonie aan de overkant van de baan, een vijftig meter de duinen in. Normaal bestemd als zeeluchtkuuroord voor astmatische bleekneusjes uit het Brusselse, was het tijdens de mobilisatie door het leger opgeëist en omgevormd tot een reservelazaret met vijftig bedden. Drie militaire bran­cardiers speel­den er diskreet - zeg maar zéér diskreet - voor huisbewaker, maar voor de rest was er geen kàt. Deze mannen leefden daar werkelijk zoals God-in-Frankrijk, waarschijnlijk totaal vergeten door hun chefs, en zélf deden niet erg veel moeite om daar ook maar de minste verandering in te brengen...onder het wijze moto "Pour vivre heureux ,vivons cachés"                                                                               

Juffrouw Rayée slaagde er toch in, ondanks haar handi­cap van 'oude vrijster', deze drie gasten wakker te schudden en warm te krijgen voor haar winkel :bij elke shift van de R-K hulpploeg zou één brancardier bijstand verlenen, in de eerste plaats als would-be doktoor, maar ook als gratis leverancier van verband of geneesmiddelen. Daar puilde hun magazijn toch van uit, en tegen een 'bon-pour' met een dikke rode stempel wilde de " Caporal-Chef-de-Poste" daaruit wel wat putten, zolang de boekhouding van zijn stock maar klopte...

                     

Dat het magazijn nog àndere schatten verborg, zou Joseph pas twee weken later ontdekken, maar voorlopig kreeg zijn ploeg enkel de beschikking over een bijgebouwtje als refter, annexe keuken, annexe infirmerie, met alles erop en eraan. In de tramhalte bleven de drie nieuwe hulpkrachten, die Juf­frouw Rayée had opgetrommeld, fungeren als vooruitgeschoven info-antenne en kreeg Joseph enkel de werkelijke hulpbehoevenden toege­speeld: ja, hun organisatie begon eindelijk wat soepel te draai­en...

       

Die dag werd aan het front zwaar gevochten : het was nu van erop of eronder. De Franse 15. Gemotoriseerde Infanterie-divisie had weliswaar bij Gembloers de Duitsers zwaar teruggeslagen, zo heette het, maar bij Sedan braken de Panzers in dikke drommen door, compleet ten noorden van de Maginotlinie .De Belgen en het Britse Expeditie Korps hielden stand op de beroemde K-W lijn, een versperring van een soort aanééngeklonken ijzeren tuinhekken, die van de Kempen onafge­broken tot tegen Waver liep, om Brussel en Leuven te bescher­men. In de propagandafilm, die vorige winter in de 'Tap' was ver­toond onder de ronkende titel "Ons Leger Waakt !", waren deze tuinhekken met veel tamtam sterk in de verf gezet, als even­waardige dubbelganger van het oninneembare Albert kanaal...          En aangezien er aan het Albertkanaal van ‘verdedigen’ al lang geen sprake meer was, stemden de afschrikking en de sterkte van die tuinhekken eerlijk gezegd wel wat tot nadenken, hé...

                               

Erger was het gesteld in Nederland. Door de capitulatie van de Hollanders moesten de Fransen - "Onze Fransen",zei de veldwachter - op I6 mei van Breda terugtrekken naar Antwerpen, of, wie weet, misschien zelfs verder. Dat was met moeite slechts een honderd kilometer hier vandaan, vijf uur met de fiets...Als het een beetje tegenviel, konden onze zatte Zuiderburen morgen opnieuw voorbij Westende defileren, maar dan wél in omgekeerde richting ,en liefst wat minder zat...

                         

Joseph had geen zin meer om nog langs de 'Lekkerbek' te passeren voor zijn gebruikelijke pint. Het legerbericht kon hem gestolen worden, met al die leugens die ze uitkraamden. Maar vooral schrok hem die vijandigheid af, die hij vroeger nooit had ondervonden vanwege zijn kennissen uit de buurt. Het leek wel of hij de pest had ! Daarbij, hij voelde zich te moe, en ook de kaart boven zijn bed liet hij voor wat ze was :Sedan, dat lag God-weet-waar in Frankrijk en morgen was er - net als het fameuze Eben-Emaal - mis­schien al geen sprake meer van...

                                 

Hij droomde wild van z'n Nadien­tje, die warm tegen hem aanlag, en voortdurend aan die zware pinhelm op zijn kop trok, die hem het zoenen belette... Toen ze hem uiteindelijk harte­loos uit het vliegtuig duwde en zijn valscherm niet openging tijdens de vreselijke val, schrok hij juist voor hij in zee zou storten scheeuwend wakker, kletsnat van het angst­zweet. Zo'n smerige streek had hij nooit van haar ver­wacht...

        

De volgende morgen, 17 mei, was Leon al naar zijn schip vertrokken, toen Joseph nog bokkig van de nachtmerrie het ontbijt binnenschrokte...Marie droeg hem een karwei op waarmee hij wel heel de voormid­dag zoet zou zijn: drie nieuwe konijnenhokken timmeren in de kelder van de 'abri',want de jongen werden te groot om nog langer bij de moeder te blijven...

 Na de middag konden de nesten hun nieuwe kwartieren betrekken, juist op tijd vóór zijn shift begon.

           

Nadientje deed opvallend vriendelijk en hij vergaf haar zwijgend die rotstreek van vannacht. Maar zijn geplande 'uitstap' naar het gevang van Veurne scheen bij haar niet erg door te dringen...Bon, hij vond het ten andere hoogtijd worden om eens wat dieper in te gaan op de zoete verlokkin­gen die ze hem eergisteren zo wulps had voorgespiegeld...

Maar de drukte aan hun hulppost slorpte hen onmiddellijk op, in wat ze bijna dagelijkse routine begonnen te vinden.

Tot in de late namiddag dat verrekte elite-pelo­ton Hollanders binnenviel..        .                 

Een lichtgrijze sliert fietsers reed plots de inrijpoort van de 'Marchevins' binnen op van die voorhistorische velocipèdes :gladde helmen op hun kop als reuze eierdoppen, die afliepen tot in de nek, het geweer schuin over de rug en de bepakking op de bagagedrager. Ordelijk, dàt wel, en goed gedrild, maar hautain en zelfzeker als de pest!         

Duitsers!" ,dachten de mensen eerst, door die vreemde uniformen, en drumden in paniek de hulppost binnen. Maar toen de kopman met opgestoken hand plots iets riep in de aard van " Pelooo...tàn! Afziii...ttàn!", en zijn dertig volgelingen hun vehikels proper per koppel in elkaar haakten als schragen op de markt, flitste het Joseph door het hoofd :"Ollanders!"...      Verdomme, wat hebben dié hier verloren ?! Die hebben eergiste­ren toch al gecapituleerd, die Kezen ! Maar verdere gelegenheid tot meditatie was hem niet gegund, want de kranige kopman - waarschijnlijk een officier of zo, met die zwarte revolver­tas aan de gordel - kwam met blinkende kaplaarzen op hem toegestapt:

" Maakt u hier de dienst uit? Ik wil de chef-de-post spreken ! Bent u dat ?!"...

Toen Joseph verbouwereerd met zijn mond vol tanden ten­slotte knikte, wees de beunhaas hem kordaat de weg naar de keuken :" Ha, "Kwiesien"! Goedzo! Ik wil...vouloir fourage...heu, frico ? victualiën...heu, eten...mjam-mjam, compris ja ? ... pour dertig man... hommes, trente! "  

En hij maakte als Keizer Caesar een wijds gebaar over zijn legioen hongerige hufters, waarna hij met lichtelijk over­slaande stem riep alsof heel het dorp het moest horen :"Ser­geant-Majoor de Ruyter!... Laaat Aaantredéen Voooor Dee Kùch!"                 

Tevreden wendde hij zich weer tot Joseph, maar toen die hem verbijsterd blééf aankijken, vloog hij plots uit :" Nou! Hup-hup, vent! We hebben niet de hele dag de tijd ! Viete, viete!!"

Tableau !!

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 139

LUITENANT JONKHEER VAN PRAET TOT SLOOTEN.

Joseph probeerde hem in zijn mooiste Vlaams ("Ha, jij spreekt Hollands :fijn zo !") uit te leggen aan die meneer (" Luitenant, alsjeblief!")... meneer de luitenant, dat ze enkel eten gaven aan de vluchtelingen, burgers dus. Maar dat werd vlot weggewimpeld :"See la geer ,garçon ! Foo feer een sakkerfies ! Pour la Patrie" En toen hij Joseph zag wankelen ,deed hij er nog prekerig een schepje bovenop :"Zijn wij niet allemaal 's Heren kinderen ?" De dijk brak ,het leger stroomde binnen...

                                             

"Dus, mooi zo, de hongerigen spijzen zoals Het Boek het voorschrijft!... Nou, m'n mannen hebben ook honger, hé, en hoe vlugger ze verzadigd worden zoals De Heer het wil, des te vlugger zijn we weer foetsie! O.K? Brood, beslag, en koffie is voldoende! Het hoeft niet altijd kaviaar te zijn, hé jongeman!"... Al goed, want Joseph kon zich met de beste wil niet voorstellen wat die verwaande "Lefkees" met die kaviaar bedoelde....                   

                                

Meneer de Luitenant lachte wat toegeeflijk met zijn  open mond  en paniekerige snuit ,maar aange­zien de hongerlijders al met hun eetketeltje op één rij kwamen aangestapt, bleef er niets anders over dan vlug voor hen uit de refter in te draven, waar de rest van de ploeg helpers samen met een paar gechoqueerde vluchtelingen machteloos getuige waren van zijn overhaaste tactische terugtocht.              

" Elk een half brood !",riep Joseph om zijn gehavend figuur te redden, " een doosje sardienen...en een jatte koffie! En drie pakken 'Solo' margarine, want ze zijn met dertig!"                      

Na nog een ogenblik van verlammende twijfel schoot iedereen toch aan 't werk en werden de vreemde militairen vlot be­diend. De luitenant bleef keurend naast hem staan tot de laatste man z'n portie had gekregen, zei nog eens "Mooi zo!" en schoof zonder boe of ba bij de sergeant-majoor aan tafel alsof Joseph lucht was. Een paar soldaten schersten wat naar de would-be verpleegstertjes, maar aangezien die er geen barst van verstonden, en hun toevlucht zochten in hautaine preutsheid of stom gegiechel werden er verder geen potten gebroken...

                                    

Bij het opstappen zei de luitenant genadig :"Nou, dat was dan fijn...",en de heren reden op hun idiote fietsen even ordelijk weer weg als ze gekomen waren.

                              

Nadine was vies gezind :"Ge had ze nooit mogen binnenla­ten! ", verweet ze hem, maar geërgerd snauwde hij haar af: " Waarom hebde gij ze dan niet tegengehouden, ge stond er toch ook bij?! Gijder hebt verdomme allemaal goed spreken, maar als er iets serieus te beslissen valt, zijde niet thuis...Dat is gemakkelijk! " 

                                                     

Maar ze zeurde voort: "En ge hebt gezegd dat gij de chef waart en dat is niet waar! Verre van ! D'er is hier geen chef dat ik weet!"                

" Dan is het miljaarde nondedju hogen tijd dat er één komt! ", en daarmee kon ze het stellen, die piskous!

Joseph herinnerde zich plots zijn amoureuze plannen voor vandaag en legde er zich nors bij neer, dat hij die voorlopig kon verge­ten...      

Die avond ging hij toch maar een kijkje nemen in de 'Lekkerbek',maar onthield van al de bla-bla op de radio enkel dat er zwaar gevochten werd tussen Duitse en Franse tanks ten zuidwesten van Charlesville-Mézières. Toen hij er nadien de atlas op nasloeg, vond hij dat stadje bij Bouillon, én Sedan.        

" Tiens tiens, Sedan! Daar was gisteren ook al sprake van! En ten zuidwesten... dat betekent dat ze daar ook al over de Maas zijn geraakt, en nog niet zo'n klein beetje!...En aangezien ze altijd het nieuws geven met een dag of twee vertraging..."        

Leon wist te vertellen dat een vijan­delijk vlieg­tuig een geslaagde noodlanding had gemaakt op het strand bij Oostduin­kerke.             

" Zijde wel zeker dat het een Duits is?", vroeg Joseph spottend. Over z'n eigen bedenkelijke Hollands avontuur zweeg hij wijse­lijk...    

Tijdens de nacht hoorden ze op de Koninklijke Baan het aanhoudend geronk van autocolonnes, die richting Nieuwpoort reden. Ze vroegen zich af, of het misschien 'hun Fransmans' wa­ren, die al terugtrokken na hun zogenaamde ‘slag bij Breda’? Na een uur werd het opnieuw stil, dus hadden die gasten ofwel veel verliezen geleden, ofwel zich verdeeld over meerdere aftochtwegen...Dat laatste leek meer voor de hand te liggen, overtuigde Joseph zichzelf...En hij dacht terug aan zijn eigen aftocht en de smalende beden­kingen van zijn lief ,vanmiddag.

                  

En voor hij weer droomloos in slaap viel, nam hij een wilde wraak op haar, tijdens zijn eenzame trektocht door de kale tuin van zijn stereotype fantasmen.

" Ze zal verdomme doen wat ik zeg!..."  

 

Omdat de drukte toch pas tegen de middag begon, vond Joseph de volgende morgen een gaatje om op de fiets even  naar Veurne op verkenning te gaan.

Maar dat 'even' viel érg tegen! De baan zat vol zwaar verkeer van militairen, zowel Belgen als Fransen en Britten. Plus de langgerekte sliert vluchtelingen er tussendoor, die zijn tergend trage slakkengangetje nog verder afremde. En in Veurne-stad liep er nog méér volk dan met de Boeteprocessie. Voor hij bij het gevang - in feite de afgedankte oude Rijkswachtkazerne - iemand van het personeel te pakken kreeg die op zijn vraag wilde antwoorden was hij al twee uur ouder.

" De zwarte lijst? Die mannen zijn al van eergister wég, vent! Verbannen naar Frankrijk, allemaal!"

"Allemaal? Weet ge soms of de drie mannen Birnbaums er ook bij waren?"                  

" Ik zeg ALLEMAAL! Of verstaat ge geen Vlaams?"     

" En verbannen naar wààr?"

" Och, een héél stuk voorbij Parijs!"

" En de vrouwen ook ?" vroeg hij op goed vallen uit.

" Vrouwen? Daar waren geen vrouwen bij, vent, jammer genoeg!" Een vet lachje voorspelde niets goeds.

Daarmee moest hij het stellen.

 

De rest van de dag en ook de volgende, I9 mei, ver­liep eentonig, al nam de drukte gestaag toe. Meer en meer 'refu­gees' trokken te voet voorbij, kinderwagens ,fietsen en karre­tjes voortduwend, zwaar beladen met hun schamele bezit­tingen... Blaren en voet­kwetsuren moesten aan de lopende band verzorgd worden, in een gevoelloze monotone routine.                                                                    

De keukenprinsessen begonnen te experi­mente­ren met een dikke vette groentensoep, die wonder­lijk genoeg enkel aftrek vond tegen de vroege avonduren. Maar de afwas stelde steeds meer problemen: niemand van de ploeg voelde veel voor deze vuile karwei...Tot Louis, de korporaal-chef-brancardier-huisbewaarder van het nood-laza­ret, dé oplossing vond :wie wilde eten moest eerst zijn eigen tafelge­rief in een paar potten heet water schoonspoelen, zo proper als ze dat zelf wilden: "A la guerre comme à la guerre !" Zo ging er wel veel bestek 'verlo­ren',maar het magazijn was onuitputtelijk en dus trok niemand zich daar verder iets van aan...                                              

Ondertussen werd de haven van Oostende nog maar eens gebombardeerd en af en toe over­vloog een grijs jacht­vliegtuig tegen wel vijfhonderd per uur huilend de stroom vluchtelingen langs de baan. Dat joeg iedereen in paniek de duinen in, op een paar apathische slaapwandelaars na, oude mensen wie het allemaal niets meer kon schelen en die zich moedeloos afvroe­gen waarom ze in Godsnaam langs de baan zouden slapen, als ze thuis zo'n goed bed hadden staan...                                                

De vliegers mitrailleerden zelden :hun gierende motoren volstonden om de panische schrik bij de voortsjokkende zwer­vers levendig te houden. Ze reserveerden hun kogelbanden voor de aftrekkende kaki legercamions, of de zwarte 'traction-avants' ,waarmee de heren legerdokters en zelfs gewone officie­ren-met-dame vlug veiliger oorden opzochten. Deze personenwa­gens waren zonder uitzondering getooid met een dikke matras op het dak, al dan niet overtrokken met een Rode-Kruisvlag of een laken beschilderd met dit beschermende symbool. De mensen spraken er schande over en de jonge vrijwilligers van de hulppost ergerden zich rot aan dit misbruik van 'hun' vlag, want daardoor werd ook hun eigen status, waar ze terecht fier op waren, schromelijk gedevalueerd.

                                     

Joseph had met stijgende verbazing iedere avond de landkaart bijgewerkt :op 2O mei had de radio de val van St-Quentin toegegeven en 's anderendaags was er sprake van een ver­woede tankslag bij Amiens, honderd kilometer meer naar het westen...Hij begreep er geen snars meer van, want de Belgen vochten nog rond Gent, en in Brabant... als je de nieuwslezer mocht gelo­ven, tenminste! En als Kortrijk zwaar was gebombar­deerd - "met veel verlie­zen onder de burgerbevolking" - betekende dit toch dat deze stad nog van ons was, of niet soms?...Hoe liep dan miljaarde die frontlijn, verdomme?!  

                                 

Nadine was weer poeslief, dus besloot hij morgen nog eens zijn kans te wagen...

                                          

Die avond van 22 mei kwam Leon met het nieuwsje, dat een bende vreemde soldaten op de kaai paniek veroorzaakt hadden omdat ze op eerste zicht grijze Duitse uniformen droegen. Maar later bleken het Hollanders te zijn met van die zotte fiet­sen, zeker een stuk of dertig, en dat ze zich daar goed aan 't innesten waren.


Maar Joseph haakte er niet op in :van tien-negen zijn het dezelfde kaaskoppen die een paar dagen geleden de 'Marche­vins' binnenvielen, met al hun kouwe kak! En daar zweeg hij liever over...

<!--[if gte mso 9]> </w:latentst

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 140

B04BIS:      DE WEDLOOP NAAR ABBEVILLE.

 

Toen de Duitse pantzerspitsen op 19/5 's avonds op 80 km van de Kanaalkust stonden ,vaardigde de Franse opperbevelhebber generaal Gamelin het bevel uit om, gelijktijdig van het noorden en het zuiden uit, de Duitse wig naar de zee af te snijden. Maar zijn woorden waren nog niet koud of hij werd bedankt voor de moeite ,zot verklaard en vervangen door Generaal Weygand, die het stoere bevel nog dezelfde avond introk wegens gebrek aan munitie. Toen begon het débacle ,en ontstond er paniek in de hogere Legerleiding.

Want de volgende dag ,op 20/5 ,veroverden de Duitsers Abbeville ,een Kanaalhaven aan de monding van de Somme ,waardoor ze de Belgen, de BEF en drie Franse legers in Vlaanderen en de Pas-de-Calais omsingelden. De Duitsers wierpen nu alle gemotoriseerde infanterie divisies naar voor om de doorbraak van de Panzerspitsen te verbreden.

Dié dag ook begon het op alle fronten te kraken en brak in alle Geallieerde gelederen het besef door dat ze de oorlog gingen verliezen . Er gebeurde in de groeiende paniekgolf van alles terzelfdertijd. Vooral verslagenheid bij de troep ,waar niemand als laatste wilde sneuvelen vooraleer de wapenstilstand werd afgekondigd. Maar ook woede en razernij bij het lager beroepskader van het leger ,dat héél goed begreep dat énkel de jarenlange verwaarlozing van de nationale weerbaarheid ,het profitariaat en de gemakszucht dit débacle hadden veroorzaakt. Ze zagen plots overal "verraders" bij de hoge politiek en "spionnen" in eigen rangen ,maar vooral "les étrangers" moesten het ontgelden ! En gestuwd door drank en slaapgebrek namen velen het recht in eigen handen...

Laat ons dus even de tijd nemen om in te zomen op een waanzinnige uitwas van het patriottisch extremisme van die dagen. Een paar uur voor de intocht van de Duitsers in Abbeville werd in de stedelijke muziekkiosk de leider van VERDINASO Joris Van Severen door dronken Franse militairen vermoord samen met nog twintig andere "verdachten". Zomaar. Niemand weet waarom ,en van een ernstige bestraffing van de moordenaars is later nooit iets in huis gekomen. Wel interendeel ,de Franse officier die de executies leidde kreeg een straat naast de kiosk naar hém vernoemd.

Hoe Van Severen in Abbeville was terecht gekomen ,is ook een waanzinnig verhaal. Hij was op 10 mei door de Belgische Staatsveiligheid aangehouden ,verdacht - zonder het minste bewijs - een potentiële medewerker van de Duitsers te zijn ,en opgesloten in "het Pandreitje" ,de gevangenis van Brugge. Maar door de dreigende nadering van de vijand werd hij op 15 mei ,samen met 77 lotgenoten op transport gezet naar Frankrijk. Wegens de Duitse doorbraak naar het Kanaal raakte dit konvooi in Abbeville  geblokkeerd en werden de "traitres" (zoals ze nu door de Fransen genoemd werden) in paniek eerst onder de plaatselijke muziekkiosk opgesloten ,tot er tenslotte de volgende dag 21 van hen werden afgemaakt. Zomaar ,willekeurig : uit Duitsland gevluchte joden en anti-fascisten uit alle hoeken van Europa ,plus acht Belgische extremisten van links en rechts ,waaronder dus Van Severen en zijn adjunct Reykaert...

          

Dat waren natuurlijk niet de énige slachtoffers van de "spionitis" die sinds de aanloop naar de oorlog de geesten vergiftigde. In totaal nam de Rijkswacht, op basis van vooraf opgemaakte "zwarte lijsten" van de Belgische Staatsveiligheid, tussen 10 en 15 mei 1940 een 3.000 Belgen en 3.000 vreemdelingen als "staatsgevaarlijke verdachten" in hechtenis. Vervolgens werden ze naar Frankrijk afgevoerd door àndere instanties die meestal niet beschikten over de dossiers en hun gevangenen voor alle gemak maar als "landverraders" betitelden. In feite ging het bij de Belgen meestal om linkse of rechtse "extremisten". Plus een paar vrouwen omdat bij de arrestatie hun man niet thuis was...Bij de opgepakte buitenlanders ging het hoofdzakelijk om gevluchte Duitse én Oostenrijkse anti-fascisten en joden ,die na de "Anschluss" en de "Kristalnacht" van onze gastvrijheid waren komen genieten. Voeg daarbij nog een kluts Italianen die voor Mussolini waren gaan lopen en Spaanse republikeinen die Franco niet lustten ,plus de joden die aan bloedige pogroms uit Polen en de Balkan waren ontsnapt...Kortom ,de Staatsveiligheid had op haar lijsten een 400.000 Belgen én buitenlanders staan die ze "verdacht" vond ,voor een grote meerderheid volkomen onterecht.

De meeste "verdachten" geraakten in losse konvooien tot in Zuidwest-Frankrijk waar ze in de reeds bestaande kampen bij de vluchtelingen van de Spaanse burgeroorlog werden opgesloten. Na de Franse capitulatie (22/6/40) hielpen de Duitsers de '‘rechtse' gevangenen’ terug naar huis ; de ‘'linksen'’ en de joden eindigden merendeels in de nazi-concentratiekampen…...

Maar keren we terug naar het front. De nieuwe Generalissimus Weygand zocht gedurende drie dagen vergeefs een mogelijkheid om de Duitsers te stoppen, maar toen hij op 22/5 besloot het stoere plan van zijn voorganger toch maar uit te voeren was het te laat. Wel werd de voorhoede van Rommels 7.Pantzerdivisie op 23 mei bij Arras door een geconcentreerde tankaanval van de B.E.F. uiteengeslagen, maar weer deden de Stuka's tegen de avond dit plaatselijk Britse succes teniet. Toen had Churchill het begrepen en besloot de B.E.F. uit Frankrijk terug te trekken. WISHFULL THINKING...      

Op 24/5 waren de geallieerden samengedrongen tegen de kust in een driehoek begrensd door Gravelines-Valenciennes-Leie-Deinze-Afleidingskanaal-Maldegem-Heist. Op dat ogenblik kregen de Duitse tanks een tweede maal bevel te stoppen ,in het Franse département du Nord een stabiel front te houden en niet verder aan te vallen. Ze dienden z.g. de komst van versterkingen, bestaande uit niét-gemotoriseerde infanteriedivisies, af te wachten. Daarbij pochte Reichsmarchal Goering dat hij "de zielige resten van de vijand" verder desnoods enkel met de Luftwaffe kon vernietigen, zonder hulp van de "kostbare tanks"...Maar hij wou vooral beletten dat de zelfzekere tankgeneraals met alle roem zouden gaan lopen, waarmee ze de populariteit van de nazi-leiding dreigden te overschaduwen.

                                              

Ondertussen was de voorbije week de toestand in de Belgische sector langs de Schelde ook erg verslechterd. Vanaf 20 mei vormde het "Bolwerk Gent" de sluitsteen van onze defensie-frontlijn die van Terneuzen tot Oudenaarde met 12 divisies was bezet. Na 48 uren van zware gevechten slaagden de Duitsers er in ten noorden van Oudenaarde een stevig bruggenhoofd over de Schelde te veroveren, maar bij Zelzate werden ze op 21 en 23 mei tot tweemaal toe terug over het kanaal geworpen, vooraleer hun doorbraak uiteindelijk slaagde. Onze troepen waren evenwel zo uitgeput dat op 23 mei besloten werd tot een gedeeltelijke terugtocht op de Leie en het afwateringskanaal Deinze-Maldegem-Heist-aan-zee.

                                                  

Want diezelfde dag had ons leger ook Gent moeten ontruimen, niet onder Duitse druk maar onder dwang van het stadsbestuur en de bevolking. Het verloor daardoor niet enkel de voornaamste verankering van de met beton-bunkers versterkte frontlijn, maar ook de broodbakkerijen, de grootste munitiedepots en de brandstofreserves rond deze stad...          

Op 24 mei begon bij dageraad dan de "slag aan de Leie" met hevig artillerievuur en zware bombardementen van de Luftwaffe in de sector Menen-Kortrijk. Onze hevige tegenaanvallen konden evenwel niet beletten dat de Duitsers tegen de avond verschillende bruggenhoofden over de Leie veroverden bij Wevelgem en Harelbeke ,en deze de volgende dag uitbreidden in de richting van Roeselare en Ieper. Maar aan het afleidingskanaal bij Deinze werd de aanvaller, na 48 uren van bloedige gevechten, terug op de rechteroever geworpen !        

Op 25/5 echter forceerden de Duitsers een doorbraak tussen Deinze en Nevele, waarna het 7.- en het 15.Linie ,wegens gebrek aan munitie ,het niet meer zagen zitten en zich massaal overgaven. Een hevige tegenaanval van de 1.Divisie Ardense Jagers om de bres te dichten zou op 27/5 uitdraaien op bloedige verliezen aan beide zijden en de aangeslagen Duitsers aanzetten tot allerlei oorlogsmisdaden tegen de burgers. In Vinkt kozen ze uit wraak 86 mannen uit onder het mom van "Heckenschütze" (franc-tireurs) die in de namiddag koelbloedig werden afgemaakt. In Deinze stuurden ze een groep inwoners als levend schild voor zich uit, waarbij 29 gewone burgermannen het leven lieten...       

Maar sinds 25 mei was Churchill er in geslaagd, dankzij de rustpauze aan het westelijke front van de zak (op het kanaal van Béthune) - en ondanks de hevige aanvallen van de Luftwaffe,- in de Zuid-Britse havens voldoende scheepsruimte bijeen te schrapen. Daarmee hoopte hij altans een deel van de ingesloten BEF vanaf de stranden tussen Nieuwpoort en Dunkerque te kunnen ontruimen (Operatie Dynamo).

Vanaf 26 mei begonnen de Engelsen de Leie-stelling te verlaten, om zich de volgende dagen zo ordelijk mogelijk naar het noorden terug te trekken, met "onnodig" zware vernielingen van bruggen en wegen de vijand zoveel mogelijk vertragend...Na de Belgische overgave (28/5) vielen ze eerst op de spoordijk van de lijn Hazebroek-Ieper terug, verlengd over de Ijzer naar Nieuwpoort-bad (29/5), dan op de lijn Bovenijzer-Oostduinkerke (30/5) om uiteindelijk slag te leveren op het kanaal Veurne-Bergues tot De Panne (31/5 en 1/6).        

Ondertussen draaide ,wonder boven wonder ,de "‘Operatie Dynamo" ’op volle toeren ,maar dàt bekijken we later in detail ,vooral omdat de Nieuwpoortse vissersboot 'Astrid' met schipper Pylieser en scheepsjongen Leonneke Petré daarin een avontuurlijke maar ook gevaarlijke rol speelden...

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 141

           B05:   DE ZELFDE HOLLANDERS.               

      Westhoek, 19 mei '4O

 

Joseph had gelijk :het waren in Nieuwpoort inderdaad de zelfde Kaaskoppen als het groepje dat hem voor schut had gezet in de hulppost van de 'Marchevins'. Maar van "innesten op de kaai", zoals Leon dacht, was écht geen sprake !

Luitenant Jonkheer van Praet tot Slooten, - want zo heette de beunhaas - was met zijn peloton Nederlandse marinefu­se­liers op de avond van 17 mei, na zijn bezoek aan de gaarkeuken van Joseph, in een leeg­staand hotel van Nieuwpoort-bad ingetrok­ken. Gedurende een paar dagen verkenden ze de mogelijkheden om een boot te vinden naar 'de overkant', omdat het gerucht ging dat de volle­dige vissersvloot en alles wat varen kon bevel had gekregen naar Brest of Dover uit te wij­ken. Ze werden echter overal afgewezen en ten einde raad beslo­ten ze op I9 mei hun geluk in Duinkerke te beproe­ven...

                                          

Maar aan de Bel­gische grens bij Adinkerke veroor­zaak­ten ze even heibel, want de Franse gendarmerie weigerde Hollandse mili­tairen 'binnen' te laten, - en zeker geen gewapende ! - omdat Nederland onder de Duitse druk had gecapi­tuleerd. Dat feit alleen volstond reeds om hen in de ogen van het fiere Franse volk te degraderen tot minus­sen en lafaards, tot bange hazen die bij het eerste schot op de vlucht waren geslagen. Dat de luitenant met zijn mannen zo nodig naar Enge­land wilde om daar "de strijd voort te zetten", vonden de grenswachters helemaal "des couillonades", want hier in Frankrijk viel nog voldoende te vechten, eventueel als lid van het Vreemdelingen­legi­oen...        

Na wat parlementeren, - want de Jonkheer meende een deftig mondje Frans te spreken - zouden ze dan toch door mogen, maar zonder wapens en uniform, wat totaal onaan­vaardbaar was in 's ridders ogen. Met het gevolg dat de over­werkte gendarmes hen koudweg afwimpelden en terugstuurden ! Na een korte krijgsraad besloten ze dan maar de grens sluiks langs één van de vele smokkelpaden over te steken en op de kaart leek het jaagpad langs het kanaal van Hondschoote daar­toe het meeste aange­wezen. 

" Picco-bel­lo !", zoals de adellijke beunhaas het ietwat volks uitdrukte.

            

De luitenant maakte er zowaar een echte militaire opera­tie van :in groepjes van vijf man en met twee minuten tussen­tijd sprintten ze op de fiets in het holst van de nacht het smalle jaagpad naast het kanaal af met rechts de dekking van de dijk en links de hoge hagen wuivend riet.

Tien kilometer verder, bij de brug van Bergues, sloot het peloton weer aaneen en een half uur later stonden ze aan de haven van Duinkerke.

                              

Ze ontbeten met de rest van het brood dat ze bij vorige hulpposten hadden afgeperst en splitsten zich weer in zes ploe­gen van vijf man om het volledige havengebied af te schui­men. Maar 's avonds konden ze enkel hongerig en vermoeid rapporteren dat de Fransen hen door dat vreemde uniform telkens voor Duitse valschermspringers hadden aanzien. En dat zodoende de mogelijkheden om hier als groep in te schepen quasi nihil waren...

                  

De volgende morgen, 2I mei, werd de haven van Duinkerke door de Luftwaffe plat gebombardeerd en de Hollanders ontsnapten ternauwernood heelhuids uit de hel van huilende Stuka's, laaien­de loodsen, een inferno van kantelende kranen en huizenhoge fonteinen als, bij geluk, de schril gierende bommen  in het drabbige dokwater insloegen.  

De bijtende carbidwalmen en de gillende paniek op de kaaien, bezaaid met brandend puin, kreupele karren allerhande en bloede­rige paardenkrengen, dreef hen weer het open veld in, ver voorbij de gore buitenwijken van de stervende havenstad.

Dat was dan dat...Verder trekken naar Calais of Boulogne had weinig zin, want daar dreigde de toestand nog erger te worden dan hier.

                                   

Ze zaten wat uitgeblust met een knorrende maag bijeen in de droge greppel van een korenveld en een paar piotten maak­ten daar dankbaar gebruik van om hun miserie eventjes te vergeten in een vluchtig hazenslaapje...Het overleg,  hoe het nu verder moest, liep al vlug vast... Tot sergeant Kruyff het idee opperde terug te gaan naar België en in de haven van Nieuwpoort een vis­sersboot op te eisen. Die mensen daar waren makkelijker te imponeren, hadden ze gemerkt...Er lagen waar­schijnlijk nog boten genoeg in de haven, na de gedeeltelijke evacuatie, en alles was daar nog rustig geweest, twee dagen geleden...             

" O.K.",zei de luite­nant, maar eerst moesten ze aan eten gera­ken. Dus overvielen ze -'krachtdadig, maar correct'- wat verderop een boerderij en tegen de avond propten ze hun pens vol eierkoek en speen­varken. Juist voor het ochtendgloren fietsten ze, volgens het beproefde procédé, de grens weer over langs de zelfde weg die ze gekomen waren en tegen de middag streken ze neer naast de veldkeuken van een Waalse Genieploeg, op de kaai van Nieuw­poort. Maar niet om te "nesten", zoals Leon het noemde...              

Jonkheer van Praet tot Slooten liet zijn laar­zen poetsen, zijn uniform af­stoffen en trok met sergeant-majoor de Ruyter op zijn hielen en het opeisingsbevel in de hand de stad in. Maar zowel op het stadhuis als bij de Rijks­wacht vingen ze fameus bot en toen ze het lijstje met reders afdweilden, werden ze overal roem­loos wandelen gestuurd.     

Terug aan de haven klampten ze schipper Titteca aan en boden hem vijfhonderd gulden plus dertig fiet­sen voor een trip naar 'de overkant'. Maar toen deze de wis­selkoers nakeek en die gekke vehikels in 't oog kreeg, schoot hij in een onbe­daarlij­ke lach !...En terzelfdertijd in de wiek van Hollands Glorie, wat Titteca zich nog lang zou beklagen, mil­jaarde nondedju !!              

Ontmoedigd en mistroostig sopte het groepje de bodem van ketels uit de veld­keukenwagen van de genie schoon. Tot weer die sakkerse Kruyff met de oplos­sing voor de pinnen kwam :" Luitenant, waarom zouden we de schuit van die vent niet gewoon kapen? Sergeant Vissers en Heresma kunnen zeilen als de besten en misschien krijgen we zelfs de motor aan de praat"...Binnen de vierentwintig uur konden ze er zeker mee in Engeland geraken en na hun overval op de boerde­rij in Bergues kwam het op een stunt méér of minder ook niet aan...                 

De krijgsraad wikte en woog alle facetten van het voor­stel voorzichtig af en met groeiende ijver werden de details van het plan verder uitgewerkt, onder­broken door sluikse verkenningen van de felbegeerde sloep en zijn naaste omgeving ...            

" Iets voor middernacht hebben we hoogtij ", schatte Vissers, en Heresma meende dat de wind uit de goede hoek kwam, al was deze wel wat aan de slappe kant...                                              

Toen de operatie theore­tisch op poten stond en iedereen wist wat hij moest doen, kreeg de Jonkheer een bevlieging van ancestrale ridderlijk­heid :voor al die fietsen was aan boord toch geen plaats en ze dreigden een snelle inscheping enkel in gevaar te bren­gen...Dus schreef hij, bijgelicht door een zak­lamp, een offi­ciële overdracht van het Koninkrijk der Nederlanden aan de 'Schipper van het Vaartuig N.53 CHARLOTTE '.     

De dertig fietsen van zijn dappere eenheid werden hierbij als vergoeding achtergelaten voor het gebruik van voornoemd vaar­tuig door de Nederlandse Strijdkrachten, en aldus kon de schipper in kwes­tie er in volle eigendom over beschikken...          

Ziezo, dat was dan weer fijn geregeld.   

In een gespannen stilte plaatsten ze hun monsterlijke voorhistorische tweewielers ordelijk tegen de voorgevel van de havenkapiteindienst en de luitenant schoof zijn schenkingsoorkonde plechtig onder de deur door.           

Een uur later zeilden ze traag - zéér traag - de Ijzermonding uit, werkelijk als dieven in de nacht…...

De volgende morgen stapte Joseph in alle vroegte naar zijn werk in de hulppost ,ook al was zijn shift nog niet aan de beurt.

Dit gaf hem ruim­schoots de tijd om bij de drie soldaten-brancar­diers-lijn­trekkers even te gaan buur­ten. Die mannen hadden zich machtig geïnstalleerd in wat in feite enkel een wachtlo­kaal hoefde te zijn en op orde en netheid viel niets aan te merken. Iets wat tussen haakjes Joseph heel erg verwonderde :on­danks het totaal ontbreken van een dreigende controle door hun hypothetische oversten, hiel­den die gasten hun woonruimte krakend proper. Maar voor de rest lieten ze het blijkbaar niet aan hun hart komen :ze waren nog niet klaar met eten, en op de tafel stonden twee potten confituur, een blik smeerkaas en een doosje paté. Op het gasvuur dampte geurig een kan koffie en er was zelfs condensmelk en klontjessuiker...M'n liefje, wat wil je nog meer !

Wat Joseph nog het meeste trof was het prachtige radiomeubel in de andere hoek van het lokaaltje, waaruit zachte klassieke muziek klonk. Heel wat ànders dan de Jazz, swing en blues die hij van Arthur kende.

" Het Witte Paard van Beethoven", verduidelijkte Louis, met de kalme fierheid van de kenner. "Nooit van gehoord " dacht Joseph maar knikte toch eerbiedig, want verder dan "Daar bij die molen" reikte zijn vaderlandse muziekcultuur niet. Tenzij men "M'n Vlaandren heb ik hartlijk lief" van meester Denolf ook cultuur wilde noemen. Wat hij betwijfelde...               

De Vlaamse nieuwsberichten zouden juist beginnen. Hij kreeg zonder vragen aan de tafel een kop koffie aangeboden en mocht meeluisteren.       

Aan het kanaal Gent-Terneuzen en op de Leie hadden onze troepen de vijand bij zijn doorbraakpogingen zware verliezen toegebracht...                     

" Het is altijd hetzelfde", spotte Louis, " Als we een grote overwinning hebben behaald, trekken we rap een eind achteruit ! Ik vraag me af waarom..."            

" Zwijgt nondedju eens met uw gezever, ik versta niet wat ze zeggen !" siste zijn kameraad, die hier als korporaal blijkbaar de lakens uitdeelde.

...Bij Abbeville konden sterke Franse tankformaties de vijand tien kilometer terugslaan...

" Dat ligt verdomme bijna aan de kust van 't Kanaal !", kon Louis niet nalaten uit te roepen, maar hij klapte dicht onder de bestraffende blik van z'n postoverste.      

...Voor de kust van Narvik...

" Narvik ??", vroeg Louis zich hardop af.

" Buiten, nondedju !",riep de chef woedend, terwijl hij gebiedend zijwaarts naar de duinen wees, " Hup Oeste !...Dehors! Gijse tetterteef !"...Uit die zalvende bijnaam maakte Louis echter op dat hij met de uitvoering van het bevel nog even kon wachten.   

"...zware zeeslag geleverd, waarbij de Kriegsmarine meerdere schepen verloor. Het Franse en Engelse Expeditieleger kon de havenstad na heldhaftige gevechten in goede orde ontruimen en veilig naar hun thuishavens terugkeren."                                          

En dat was, tot grote opluchting van Louis, het einde van het dagelijkse sprookje :" Dat de Noren zich ondertussen alléén uit de slag moeten trekken, en heel hun land nu ver in handen is van de Duitsers, is van minder belang "...sneerde hij nog.

" Wat wilt ge :Narvik !",suste de korporaal, "waar gaan ze het zoeken...Dat interesseert toch geen kat !... Maar ik herhaal het voor de laatste keer, hé ventje :als ze het nieuws geven, moet ge uw bakkes houden ! Die explicaties van u kan ik missen 'lijk m'n schoonmoeder.'t Is mijn consigne de toestand aan het front te volgen, om klaar te staan als we in gang moeten schieten..."             " Ja, Chef !" Louis salueerde glimlachend geheel volgens het boekje. Joseph bleef nog wat rondhangen in het wachtlokaal en liet zich 's middags uitnodigen aan tafel :een doos corned­beef, Canadian Kingcrab en perziken in eigen sap...Hij be­greep waarom die gasten niet gehaast waren om hun bewakingsop­dracht te beëindigen..

Nadine kwam ook te vroeg opdagen, lang voor hun shift begon :ze hadden nog een uur de tijd en Joseph dacht verlek­kerd "nu of nooit, vooruit met de geit, ... Weer u scherp en eind als een sol­daat !"

" Ha, daar is m'n schat !",deed hij uitgelaten en toen ze hem wat verwonderd aankeek, vervolgde hij geheimzinnig :" Komt ge ook eens kijken wat deze prinsen hier iedere godgansche dag in hun botten slaan ?"           

Maar de postoverste bleek met al die belangstelling niet erg gediend en loodste hen zonder veel complimenten de deur uit :" Allee oeste ! De l'air !" en deed of hij het heel druk had met zijn paperassen. Achter zijn rug schoven ze inderdaad de deur uit, maar bij vergissing de verkeerde, die hen niet naar buiten leidde, maar naar de grote feestzaal van het complex...

Verdomme ! Zoiets hadden ze nog nooit gezien ! Een ruime halfronde zaal, met aan de voorzijde één plafondhoge muur van glas over de volledige breedte van de buitengevel, nu afge­schermd door ietwat zonverschenen beige gordijnen die het warme licht van de zomer op de binnenkoer temperden tot een romige zachte schemer. Driekwart van de rode tegelvloer was bezet door grote ronde tafels, elk ordelijk omkranst met een tiental stevige stoe­len. Links naast het panoramisch venster een mooie gemetselde spiegelbar en rechts een vijftal mollige fluwelen fauteuils en driezitten rond een monumentale schouw...Dàt allemaal voor een Brusselse schoolkolonie van bleke astmalij­dertjes ?!         

Op de teentoppen liepen ze naar de zonnewering en loer­den door een spleet tussen de gordijnen over de geplaveide speelplaats. Verderop, achter een strook laagbegroeide dui­nen, schuifelden gestaag groepjes vluchtelingen over de Koninklijke baan voorbij, als in een vreemd irreëel toneelstuk waarin Joseph zich slechts een toeschouwer voelde.            

Achter zijn rug keurde Nadine verrukt-wippend de wulpse vering van een brede driezit. Ze trok Joseph, die twijfelend naar haar toekwam, lachend naast zich neer.

" Tien keer beter dan in de cinema !",fluisterde ze geheim­zinnig. Maar hij begreep niet precies of dit sloeg op de mollige stoffering van de Hollywoodiaanse boudoirs in de films, dan wel op het pri­maire comfort in de achterste rij houten klapstoe­len van de 'Cinema Nova' in Nieuwpoort. Of misschien had ze niet zo'n goede herinnering aan zijn laatste avances tijdens 'Tarzan de Aap­mens' van vorige winter, met die houten rotleu­ning tussen hen in, en die pinnige kletskop op de rij voor hen, die als­maar nadrukkelijk afkeurend had gesist om hun ongepast gegie­chel tijdens de dramatische momenten.

Zo heel erg ver was Joseph toen niet gevorderd op zijn speurtocht in de zwoele jungle van haar...ondergoed. Zou ze soms dàt bedoelen ?...

Maar verder piekeren leek niet meer zo belangrijk, toen Nadine zich lui halfliggend achterover liet glijden, zijn hand nog steeds in de hare geklemd. Hij volgde haar wijkende buste als een volleerd tangodanser, zijn arm om haar zachte warme lenden. En toen haar hoofd in de gecapitonneerde arm­steun zonk, kon haar mond de zijne niet meer ontwijken. Dat bleek ook helemaal niet de bedoeling, wel integendeel, want haar nagels duwden hard in zijn nekhaar en ze wrong haar gezicht zo driftig heen en weer, alsof ze moeite had het deksel op het potje te doen passen!                 

" Het is hier de moment om te tonen wat ik kan !" dacht Joseph en trachtte voorzichtig met zijn tongspits "op z'n Frans" ach­ter haar lippen te dringen, maar ze hield haar gladde tandjes koppig opéén geklemd. En de gesteven witte boezelaar, waarmee ze haar imago van ziekenverpleegster meende te moeten benadrukken, beletten hem de knoopjes vooraan haar bloes los te pulken. Dus bedroop hij zich maar met de zoete hoop zijn vlakke hand achteraan in haar rokceintuur te wurmen om zo tot bij haar blote billen te geraken. Ze begonnen juist aan een adembenemende worsteling van gemompel en gegrom, toen een deur hard dichtsloeg, en een idioot onder krachtdadig gefluit van " Prospère, yoep-là-boem !" de zaal instapte...          

" Hé, Joseph !" galmde het door de gewelven, gevolgd door het hartverscheurend gekuch van een teringlijder.               

Don Juan gluurde over de rugleuning van de canapé en zag, toen het rode waas voor zijn ogen optrok, Louis meesmuilend midden in de zaal staan

" Gaston, de korporaal, is helemaal mis :ge kunt langs hier niet naar buiten..."         

" Verdikke ! Hadde niet wat kunnen wachten om dat uit te vinden !"

Nadine bracht haar kleren in orde en kroop recht op de ligbank :"Had dan zelf wat ràpper geweest hé !", kaatste ze terug naar Joseph en alle drie schoten ze in een lach, zij haar tandjes bloot, Louis wat treiterend en Joseph zuinig als een boer met kiespijn...

" Dat zal ik goed onthouden !", beloofde hij haar met dreigende spot, " houde maar vast !..." En hij troostte zich met de ijdele hoop, vandaag weer wat te hebben bijgeleerd over de duistere kron­kels van de bedorven vrouwenziel...

Als om hem nog meer op stang te jagen, begon ze koudweg over iets héél ànders :" Zeg, weet ge 't al van meester Engelborghs ? Die stond ook op de zwarte lijst van Arthur ! Eerst hebben ze gezegd dat hij met de laatste mobilisés naar 't front was getrokken, maar dat is zever in pakstjes :ze gingen hem aanhouden lijk àl de Dinaso's en mee naar Frankrijk sturen. Dat is naar 't schijnt mislukt omdat iemand hem op tijd verwittigd heeft en hij is kunnen gaan lopen..."

" Hoezo, gaan lopen ? En waar zit hij dan nù ?"

" Zeg slimmeke ! Als ze dàt eens wisten hé !"

Plots moest Joseph weer aan de laatste woorden van Arthur denken :dat Engelborghs als een échte vader voor de Petré's had gezorgd en misschien daadwerkelijk zijn échte vader was...Die goede man werd nu als een wild konijn opgejaagd door de rijkswacht... Verdomme, dacht Joseph, alsof ik nog geen zorgen genoeg aan mijn oren heb !

Toen ze een halfuurtje later hun shift begonnen, vloog juist een Duitse ééndekker houterig traag over, en wierp even rustig als een zaaiende boer, handsvol strooibriefjes uit, die neerdwarrelden tussen de voortstrompelende sukkelaars langs de 'Grote Baan'. Later zouden alle vluchtelingen, die in de loop van de namiddag nog bij hun hulppost aanklopten voor wat mondvoorraad of voetverzorging, ook zo'n briefje tonen, want alle wegen langs de kust vanaf Oostende schenen er vol van te liggen !

Op de voorkant stond in het Frans en het Engels een oproep tot de soldaten om zich over te geven :verder bloedver­gieten was zinloos, want, zoals op de keerzijde in een schets werd verduidelijkt, waren ze langs alle kanten omsingeld.            

Joseph had om vijf uur op de radio in het wachtlokaal uit allerlei berichten opgemaakt dat de oorlog nu een beslissende  wending nam, en de postoverste kreeg met de hulp van een Waalse onderwijzeres die Duits verstond, op Rijkszender Berlijn bevesti­ging van de wildste geruchten:                  

De Duitse tankcolonnes waren dus, zoals hij reeds ver­moedde, vanuit Sedan in de Ardennen doorgestoten naar Abbevil­le aan de kust, en hadden zodoende een Franse legergroep, het Britse Expeditiekorps en de resten van het Belgisch leger in een zak gesloten tussen het kanaal Gent-Terneuzen, de Leie, de Somme en het Nauw van Kales...Omsingeld, even angstaanjagend als een wurging.     

Uit zijn dagelijkse belevenissen kon Joseph zich zonder moeite voorstellen wat dit betekende, want in deze omsingeling zat ook het gros van de burgerlijke refugiés opgesloten :naar schatting zo'n klein miljoen uitgeputte oudjes, vrouwen en kinderen, die uit vrees voor de Teutoonse barbaren have en goed in de steek hadden gelaten, in de hoop langs Frankrijk om veiliger oorden te bereiken ...

Maar de aftocht van de geallieerde strijdkrachten, aan­houdend bestookt door Panzer en Stuka's, verhoogde onge­twij­feld de paniek en de hysterie op de volge­propte wegen. Joseph dacht aan de berooide sukkelaars die nu nog uit de Westhoek naar het zuiden trachtten af te zakken, botsend op de stroom uitzinnige gekken die, wegens de Duitse doorbraak in Noord-Frankrijk, reeds rechts-omkeer maakten in de ultieme hoop via Boulogne of Calais toch nog weg te geraken naar Engeland.            

Het moet daar een ware heksenke­tel zijn, vreesde hij... Want daar bovenop kwam nog de trieste miserie van de duizenden zieken en gekwetsten, de afgepeiger­de oudjes, die tevergeefs bij de plaatselijke bevol­king aan­klopten voor een glas water, tenzij tegen een woekerprijs ! Velen legden  zich gewoon in een droge gracht of greppel te slapen in de hoop niet meer wakker te moeten worden...Het weer was ver het enige lichtpunt in deze troosteloze tijden :zo te zien zou het nog wel een paar dagen zonnig blijven, wat het overnachten onder de blote hemel draaglijk maakte...                                 

De hele dag door verliep de trage trek van trainerende troepjes voorbij de 'Marchevins' nog onverstoor­baar oost-west, richting De Panne, maar wilde geruchten als zou de grens daar gesloten worden voor de trieste exodus had de obstinate gedre­venheid wat aangevreten. Wat voor zin had het nog verder te vluchten, als men toch recht in de klauwen van het Duitse beest liep ?... Meer en meer mensen bleven vertwijfeld bij de hulppost samenklitten. Nadine wist al te vertellen dat vluch­telingen in Westende-Bad brutaal leegstaande villa's openbra­ken of die van de Waalse militaire bezetters opnieuw betrokken, voor een eerste comfortabel onderdak sinds dàgen...En dat ze blijkbaar niet meer van plan waren nog verder te trekken. De politie liet oogluikend begaan :  " Als ze er op deze manier in slagen voor zichzelf te zorgen, vallen ze ons minder lastig voor eten en nachtlegering..." De champetter had al genoeg zever rond zijn oren en tegen zo'n imense zwerm wanhopige zwervers was hij toch niet opgewassen !

Leon kwam tegen valavond opgewonden thuis van zijn werk aan de haven :

" Schipper Misten Titteca is om twee uur met de tij terug binnengelopen ", lachte hij, " met z'n eigen schip, de 'Charlotte', maar zonder die Hollanders !"

Marie keek verwonderd op van haar fornuis:" Hoe is hem die kunnen kwijtspelen ? Hij heeft ze toch niet overboord gesmeten, zeker ?!"        

" Zwijgt, 't is een hele historie !" zuchtte Leon gewich­tig, " Hij heeft het aan de toog van 'De Vuurtoren' met veel lawaai uit de doeken gedaan..."

" Ja, dat ken ik !", spotte Marie, " met veel lawaai, en met veel pinten ook zeker !"...Maar Leon liet zich niet van de wijs brengen :

" Vanmorgen, toen hij wist dat die Hollanders er met z'n Charlotte van door waren, is hem ze gaan zoeken op zee met de 'Josephine' van zijn nonkel Roger ! Hij dacht zo :als die soldaten geen mazout hebben getankt vooraleer er vanonder te muizen zullen ze zeker niet ver geraken, want de reservoir was ver leeg, gisteravond, dat wist hem ! En nog geen tien mijl uit de kust kreeg hem ze al te stekken ! Het was windstil en enkel onder zeil geraakten die soldaten alleen maar met de stro­ming nog wat vooruit. Maar toen de Titteca's de Charlotte wilden enteren, riep die luitenant een commando tegen zijn mannen van " Legt aan !" en die hebben allemaal hun geweer bovengehaald ! Ge kunt wel denken wat voor smoel de Titteca's toen trokken, hé !                        

Ze hebben dan een helen tijd boord aan boord liggen roepen en tieren, totdat die Hollanders akkoord gingen om de Misten terug op z'n Charlotte te laten komen, maar enkel op voorwaarde dat hij genoeg petrol uit de Josephine zou overtanken om hen voort naar Engeland te brengen, en dan op z'n ééntje terug te varen naar Nieuw­poort. Ze zijn dan aan het pompen geslagen, maar dat ging niet rap genoeg vooruit, en na een tijdje vond die luitenant er wat anders op! Hij heeft zijn soldaten zonder veel complimenten doen overstap­pen op de Josephine van nonkel Roger, en die is met die gasten richting Dover moeten vertrekken, met de loop van een geweer in zijne rug ! Miljaarde nondedju, en vloeken dat hem deed tegen zijne kozze !! Die was er nog bleek van !...Enfin, het zal nog wel een koppel dagen duren voor hij terug binnen­loopt in Nieuwpoort, zodat hem wat kan afkoelen... In elk geval was de Misten danig content dat hijzelf van dat smerig soldatenvolk verlost was, en z'n Charlotte zonder scha terug had !"               

Marie trok twijfelend de wenkbrauwen op :" Misten zal geen tijd krijgen om lang content te zijn, denk ik ! Als de Roger gezond weerkeert snijdt die hem de stroot over, daar mag hem vast op rekenen !"...

<!--[if gte mso 9]> <w:lsdexcep

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 142

B06:  MENSENSMOKKEL.

In de vroege ochtend van 24 mei, nog voor zonsopgang, schrok Marie plots wakker en hoorde buiten haar naam roepen:  haar broer, nonkel René Cattrysse, stond wild op de voordeur te bonken.

" Ja-ja ! Een momentje ! Miljaarde, staat uw kot in brand, of hebt ge nog een stuk in uw kloten ?! Is dat nu een uur om een christelijk mens uit z'n bed te sleuren verdikke!..."             

" Allee Marie, doet iets aan uw voeten, en geeft me een tas koffie...Maar rap, 'k heb niet veel tijd !"

De jongens kwamen ook kijken wat er gaande was .

" Schipper Pylieser vaart met de eerste hoge tij van­avond uit..."

" Dat is toch geen reden om m'n voordeur af te breken, hé vent !"       

" Zwijgt, en luistert, in plaats van te staan blèren !" Het was voor haar broer blijkbaar ook vroeg dag geweest en ze wist dat ze dan het jennen best achterwege liet: een slapende hond geef je beter eerst een tas koffie...Dus jutte ze de Leuvense stoof op, terwijl hij zijn lever lichtte: om tien uur vannacht zouden ze uitvaren en als Leon besloot mee te gaan moest hij voor de middag aan boord zijn...                      

" Dat is de weg vragen naar de kerktoren! Leon vaart toch altijd mee !"                  

" Dat weet ik ook, maar deze keer is 't iets speciaal: het kan een dag of drie-vier duren voor we terug binnen lopen, dus doet hem er goed aan wat proper kleren en wasgerief in z'n plunjezak te steken ..."

" Wat is 't, vaarde naar Ijsland misschien ?",kon ze niet nalaten te gekken.  

René vond de flauwe kul van zijn zuster geen antwoord waard, maar loosde nadrukkelijk een wanhopige zucht: Leon mocht natuurlijk altijd weigeren om mee uit te varen, want het kon gevaarlijk worden op zee met al die laagvliegende gevechtsvliegtuigen en zo, maar dan moest de baas het nu meteen weten. Om voor deze tocht nog tijdig een andere scheepsjongen te vinden indien Leon forfait zou geven...

Dat vond Marie verdacht en terwijl ze de koffie uit­schonk kreeg ze na aanhoudend indringende vragen, met horten en stoten het hele verhaal losgepeuterd:

Notaris Legein was gisteren bij de schipper binnengeval­len met de vraag of hij vijf gezinnen uit het Walenland met zijn sloep naar Engeland wilde varen... Aangezien Pylieser nog een hypotheek op de boot had uitstaan bij de notaris, wierpen ze het uiteindelijk op een nogal ingewikkeld akkoord: de vijf auto's van de Walen, twee grote Fords, een Pontiac en twee sjieke Minerva's, dekten het risico van oorlogsschade aan het schip. Als alles goed verliep, waren er vier auto's voor de schipper en één voor Legein..       

" Wat hebben wij daarmee te maken ?!" vroeg Marie agressief. Maar plots scheen haar een licht op te gaan: " En als het slecht afloopt ?"         

" Dat hangt er vanaf, hoé slecht, hé !", grinnikte haar broer, " De schipper is vrijgezel, zonder naaste familie: voor  hem is het 'Anker-of-Kruis',en hij speelt het gaarne grof..."        

"Ja,grof...ik kan me dat herinneren..." ,zei Marie zuur, zonder meer uitleg.   

" Voor ons, voor mij en Leon, ligt dat natuurlijk lich­telijk anders...", gaf René toe, " maar ge moet het gevaar nu ook niet gaan overdrijven, hé:  we varen 's nachts uit, en dan zijn er geen vliegers...Daarbij, er valt vast en zeker een goede cent mee te verdienen: de schipper weet ook dat ik geen onnozelaar ben die hij met een lekstok content kan stellen...Er zal boter bij de vis moeten zijn, dat beding ik wel, juist voor we losgooien ! Zoniet, mag hem alleen vertrekken !...Maar Pylieser is geen uil: hij zal goed betalen, daar leg ik m'n kop naast !"

" Naar Engeland, verdikke !",glunderde Leon," zo ver ben ik nog nooit geraakt ! Gij gaat toch mee, hé nonkeltje, ook als de baas wat minder betaalt ?... Miljaarde ! 's Nachts, op het kompas: dàt is pas echt varen, lijk de Ijslanders !..."             

Nonkel René glimlachte: " Stelt u d'r maar niet teveel van voor, want buiten de stormlamp in de mast ziede onderweg geen kloten ! En ingewikkeld is het ook al niet, dat blind varen naar de overkant: eerst dertig mijl noord-west, dan dertig west, en ge botst gegarandeerd op de Engelse kust tussen Dover en Ramsgate, of op één van die kleine haventjes in die streek. Zelfs met een sterke stroming uit het Nauw van Kales is dat onmogelijk te missen: binnen de twaalf uur zijn we daar ! We zetten dat volk op de kaai, zorgen dat we nog wat drinkgeld afpersen, en een kwartiertje later zijn we weer weg, recht naar 't oosten ! Tien mijl uit de kust gaan we wat slapen, en tegen vijf uur in de namiddag varen we op ons duizend gemakken  terug naar huis. We moeten enkel zorgen dat we voor het krie­ken van de dag terug de geul binnen geraken, anders zouden de curieuzeneuzen wel eens wat vragen willen stellen en dat kunnen we missen 'lijk een schoonmoeder!..."    

" En de vliegers, en de zeemijnen, daàr spreekt ge 'lijk niet van !", voer Marie uit, maar René onderbrak zijn jongste zus betut­telend: 

" Allee, zeverkont, spreekt geen dwaasheid ! Tussen hier en Ramsgate liggen geen mijnenvelden en die vliegeniers slapen 's nachts bij hun mokkels: dààr valt in 't donker heel wat ple­zan­ters te beleven dan in 't echte 'Nauw-van-Kales' ! Ha-ha !"       

Leon lachte uitbundig mee om deze grotemannenmop van zijn oompje en dook proestend weg onder de zwaaiende hand van zijn moeder, die de kleinerende spot door haar broer toch nijdig op iémand moest afreageren:      

" Gijsse melkmuil ! Houde manie­ren, hé!" Maar René stond nors ongeduldig recht van tafel en greep met zijn vuilverweerde klauw de witkatoenen mouw van haar pon:     

" Wat is 't, Marie, gaat hem mee of niet? Ik moet het nu weten: eier of jong !"      

" Ik mag mee, hé Moedertje, ik mag mee, hé ?"  En om de pil wat te vergulden voegde hij er met een gemaakt kinderstem­metje aan toe: " Nonkel Reneetje zal goed voor mij zorgen !.."       

Ze proestten het alle vier uit en Joseph, die zich heel die tijd wat naar de achtergrond gedrongen voelde, greep zijn broer speels-jaloers in de nek: " Gijsse vuile gelukzak ! Ik vraag mij alleen af waarom de schipper nù wél de overtocht riskeert, en niét toen we het hem vroegen voor de Birnbaums..."                 

René keek wat geprikkeld om naar die vervelende moeial achter hem en siste: " Omdat we toens de zeemijnen nog niet wisten liggen ! OK ? Maar ondertussen is de halve vissersvloot van Blankenberge en Oostende al overgestoken, langs de vaargeul van maalboten, zonder de minste tegenslag. We weten nu dat het veilig kàn, langs die grote bocht !...

Daarmee ging Marie door de knieën: " Het is hem geraden dat hij goed voor u zorgt ! En hangt verdomme de held niet uit, hebt ge 't verstaan?!" Tegen haar broer grauwde ze: " 't Is op uw woord dat hem meegaat, onthoudt dat goed !...Hij is nog maar een kind, en met al dat schieten...:ik ben er niet gerust in !...En laat u door den Pylieser niet in 't zak zetten, hé: boter bij de vis ! Ik ken die smeerlap ! Liegen en bedriegen...",maar toen zweeg ze abrupt.          

René grinnikte geheimzinnig en greep onder zijn zwarte schipperstrui naar de borstzak van zijn hemd:

 " Hier zie, de boter ! Tegen dat het een dagje langer mocht duren: ...één, twee, drie, vier...",en hij telde twintig brieven van honderd frank op de keukentafel. In stilte hadden ze allen meegeteld, en toen Marie ernstig naar hem opkeek, lachte haar broer niet meer.    

" Wat is dat ?" vroeg ze, "Gestolen geld?"    

" Met de beste groeten van die smeerlap van een schipper !", bromde hij kortweg, en stapte naar buiten, helemaal niet fier over de opdracht die hij zojuist had volbracht: de kleine Leon was inderdaad nog maar een kind...En nog wel een kind van zijn zuster, een deel van zijn bloed dat hij voor een handsvol zilverlingen had meegelokt in een duister avontuur...En waarvan geen kat wist hoe het zou aflopen…...

Aan de haven was het veel drukker dan gewoon­lijk. Tegen en onder de loodsen stonden kriskras wel een dertigtal leger­vrachtwagens, weelderig gecamoufleerd met takkenbossen, wat een vrolijk-zomerse noot gaf aan de gewoonlijk zo grauwe kaaien vol zwarte netten en roestig visserstuig.                              

Verderop, tegen de hangars van de vismijn, krioelde het van de paarden, die in de schaduw van de afdaken een grondige onderhoudsbeurt kregen, waarschijnlijk de eerste sinds weken. De brave beesten lieten zich gelaten een stortbad welgevallen met de brandlans van het vrijwillige pompierkorps van de stad...De ogen dichtgeknepen, als droomden ze van betere tijden, toen ze nog niét opgeëist waren en met de boer het stoppel­veld met dampende verse voren omploegden, met Bles of Bella aan hun zijde...

Een dozijn getrokken stukken veldgeschut en diverse tweelingmi­trailleu­sen op driepikkels kregen heel wat bekijks van de Nieuwpoortse belhamels, die met moeite door norse schild­wach­ten op afstand werden gehouden. Evenwel zonder veel over­tui­ging, want de vechtlust was er duidelijk uit en op de brutaal overvliegende Stuka's durf­den de bemanningen zelfs niet meer schieten, uit angst een bom op hun kop te krijgen...       

Groepjes afgepeigerde soldaten lagen, zaten en hingen rondom in de schaduw, of schoven lusteloos aan bij de dampende veldkeuken waar een vies visluchtje weinig culinaire excessen beloofde...   

Maar ja, de koks waren bij hun esbattementen blijkbaar aangewezen op de plaatselijke hulpbronnen en in de haven van Nieuwpoort was dat nu eenmaal pladijs, te nemen of te laten...                                     

Het was er stoffig warm op het middaguur en een zwakke zucht uit het zuiden bracht nauwelijks wat verfrissing. Een paar burgers slenterden onwennig tussen de stugge verfomfaaide militairen om wat nieuws te garen van het front en erachter te komen hoe het nu feitelijk stond met de oorlog. Maar de soldaten waren Walen, en al spraken de meeste burgers wel een mondje Frans, toch ver­liep het contact uiterst stroef: " Ces sales Flamins" waren voor geen zier te vertrouwen, allemaal spionnen, 'ces Boches du nord'... Enfin, dat zegden in elk geval hun officieren, maar dezen waren ook in hun eerste leugen niet gestikt, jammer genoeg!                 

Ja, natuurlijk wisten ze al dat de Duitsers in Noord-Frankrijk waren doorgestoten naar de zee, en dat er geen sprake meer was dat het leger stand zou houden op de Ijzer, zoals in '14...                

" Mais qu'est ce qu'on s'en fout ! Qu'on en finisse, nondedieu !"...De toestand was hopeloos. Ze waren nu al twee weken onophoudelijk in het getouw, van links naar rechts ge­stuurd om bressen te dichten, vooruit gerukt en weer terug gedreven, bevel en tegenbevel opgevolgd, cafés geplunderd louter om de dorst te lessen en om eten geschooid bij de boeren: " Merde nondedieu ! Le bordel espagnol, quoi ! Cette vie de chien ! Qu'on en finisse !"                 

En overal ten velde werden de soldaten door hun landgenoten wandelen ge­stuurd, gemeden lijk de pest: de inkwartiering bij de burgers moest met geweld worden afgedwongen, want de mensen waren doodsbang dat hun bivak in een dorpskom een luchtaanval van de Luftwaffe zou uitlokken en als ze in stelling wilden gaan om een stad te verdedigen kreeg de staf gegarandeerd alle notabe­len uit de streek op de nek ,met het dringend verzoek ergens anders te gaan spelen!            

Nu liep weer het gerucht dat de Engelsen er ook de brui aan gaven en terug over het Kanaal wilden via de paar havens die nog in onze handen waren. Dat het Belgisch leger daarbij zou opgeofferd worden om hun aftocht te dekken, was als idee niet erg geschikt om het moreel van onze troepen tot euforische toppen op te krikken. Met als gevolg dat een volledige Vlaamse  eenheid zich in blok zou hebben overgegeven, zei men... Niemand wist of het waar was, maar de Walen rond de vistrog haakten maar àl te gretig in op dit gerucht, dat hén bevestigde als de enige ware patriot­ten.

" Ces Flamins sont des Boches comme les autres, quoi !", zei de korporaal, en het brave burgermannetje knikte gelaten en lafhartig...Ook al herinnerde vijfhonderd meter verderop het reusachtige 'Albert-monument' aan de honderdduizend doden van '14-'18, gevallen in de strijd tegen de 'Boches' bij de verde­diging van hun aller vaderland en waarvan er tachtigdui­zend géén Frans spraken...Maar ja, wie denkt daar nog aan...              

De 'artilleurs' waren het hoe dan ook kotsbeu: " Tu comprends, on ne va pas se laisser massacrer ici pour des prunes, alors que les Boches s'amusent à violer nos femmes chez nous, merde !"...Een mooi excuus om de twee hoerenkasten op de kaai gouden zaken te laten doen.                          

Tot overmaat van ramp bleken hun officieren geen verbin­ding meer te hebben met de staf van het regiment (als die er al ooit geweest was !) en daarom hadden ze ten einde raad maar besloten in de loop van de namiddag naar Nieuwpoort-Bad te trekken: daar stonden nog genoeg hotels en villa's leeg om de manschappen deftig onder dak te brengen...'t Werd verdom­me tijd ! Eindelijk weer eens in een proper zacht bed slapen en een warm stortbad nemen ! Wie weet misschien het laatste, voor ze eraan gingen of krijgsgevangen geraakten...…

In de stuurhut van de 'Astrid' stouwde Leon zijn vettige plunjezak in de bak onder de brits van de schipper. De ver­trouwde stank van warme olie en rotte vis kon hem niet deren: dat hoorde nu eenmaal bij het werk waaraan hij zijn hart had verpand. Dit was z'n wereld, hier ! Wat daar buiten nog omging: die schurftige legertroep op de kaai, de verdwaasde vluchtelingen in de stad, het krijgs­gewoel in de verte, de vliegtuigen en het afweergeschut, dat alles raakte z'n koude kleren niet, nu hij onder zijn klompen de oude dekplanken kon laten bonken boven het holle ruim.                 

Zorgvuldig rolde hij de dikke grijze henneptrossen in ordelijke cirkels langs de lage verweerde borstwering, waarop de veelkleurige verfschilfers getuigden van het ruwe labeur en de povere pogingen die zijn voorgangers hadden ondernomen om de boot wat op te frissen...Vroeg of laat moest hij ook zo'n schip hebben, iets langer misschien en met een zwaardere motor. En als het enigszins kon met twee bokken, één over elke boord. En met een moderne 'T.S.F.',waarmee hij Radio Oostende kon oproepen, zoals die ijzeren treilers in Zeebrugge...Een rosbruine plunjezak plofte voor zijn voeten op het dek: hij schrok zich een beroerte ! Wég droom...

" Tjui !", groette René lachend vanop de blauwe steen boven hem, " g'Hebt het vuur aan uw gat, zeker ?!" Een paar snelle treden langs de roestige ijzeren kaailadder vol zeewier en hij sprong lenig op de borstwering aan boord. " We zijn nog lange niet weg, hé vent ! Of zatte misschien met de poepers dat we zonder joen gaan vertrekken !?"  

" Ikke bang ?!...Maar, sukkelaar, zonder mij geraakt ge nog niet zonder broks voorbij het staketsel met uw zatte botten!", sneerde Leon toen z'n nonkel-machinist zijn plunjezak naast die van zijn kozijn onder de brits van de schipper stouwde. De lijfreuk van René, een zwaar mengsel van bier ,pis ,zweet en tabak, deed inderdaad denken aan een wilde nacht bij 'de wijven'...                   " Gauw, rappen duvel, steekt eens een handje toe, ik heb nog wat drank op de kaai staan!"       

" Heb ik het niet gedacht, dat ge weer aan de zuip zijt geslagen !",gekte de kleine. 

" Ventje, de dag dat ik mij daarmee moet bezatten, hang ik me op !...'t Is water en fluitjesbier voor de passagiers, snotter ! Die mogen geen dorst lijden onderweg, heeft onze schipper gezegd, maar aan ons droog keelgat veegt hem z'n kloten !"

Zonder dieper in te gaan op de snode voornemens van hun patronaat sjouwden ze samen twee kratten literse 'Export Van den Heuvel' en een bak 'Spa Reine' naar het donkere dompige visruim onder dek.              

" En wat heeft de schipper nog meer aan interessante dinges gezegd ?", vroeg Leon, terwijl hij demonstratief duim en wijsvinger tegenéén wreef: " Hoe staat het met de centen ? Nog wat goed nieuws opgevis?"                   

" Dat is hem nu gaan regelen met die gasten op 't bureel van notaris Legein. Binnen een uur moeten wij daar gaan teke­nen dat wij akkoord zijn met wat zij overeen kwamen."                 

"Hoezo, akkoord-zijn?"                 

" Wel ja, wij twee riskeren toch ook 't één en 't ander, door in zo'n rotte situatie, met zo'n klein schip en zoveel volk een overtocht naar Engeland te maken. En vergeet niet dat we ook nog terug moeten geraken, hé, nadat we die gasten daar veilig aan de wal hebben gezet ! Voor hen is de miserie dan wel voorbij, maar wij zijn dan nog maar in de helft van ons risico, hé makker !"

" Risico, risico, wat is dat nu voor zever ! We hebben wij met ons gedrieën al honderdduizend mijl op de 'Astrid' gevaren," overdreef hij lichtelijk, " en er is nog nooit over risico gesproken, dat ik weet!"       

" Maar nu is het oorlog, hé ventje ! Wij moeten veilig tussen twee zatte messentrekkers trachten door te ritsen die elkander ondertussen om zeep willen brengen met bommen en granaten ! Alleen de schipper kan dat, zonder broks te maken, en zo'n exdepise...ex...heu ex-dinges...moet beloond worden: bibbergeld is niet voor de kiekens ! Als die mensen absoluut mordicus in Engeland willen geraken en wij zijn de enige zotten die hen willen overvaren, dan zeggen wij: " Het is zoveel frank, Meneertje,  te nemen of te laten ! En als ge't soms te duur vindt, leert dan maar rap zwemmen, hé !"...Ik weet wel: gij zoudt dat gratis voor niets willen doen, gij, enkel voor de leute en de span­ning, maar ik wil nadien een stevige pint kunnen pakken op hun kosten en meer dan één, als het eventjes kan ! Santé !...Ten andere, wij riskeren misschien onze pels, maar de schipper kan daar bovenop ook nog z'n boot verspelen, hé ! Want dien is zelfs nog niet helemaal zijn volledigen eigendom: hij is hem nog aan 't afbetalen aan de notaris...'t Is daarom dat Legein er tussen zit: z'n centen staan mee op 't spel, en dan denkt ge wel twee keer na !"                

" Dat schip zal toch niet zinken zeker, omdat er dertig man op staan !

" Nee, maar we kunnen wél onderweg uit het water gescho­ten worden door één of andere klootzak van een vlieger, hé, of den Engelsman kan de boot confisqueren en aan de ketting leggen - en wij in den bak omdat we in feite die mensen daar binnensmokkelen... Want vergeet het niet: wat we gaan doen is tegen de wet ! Ge weet nooit zeker wat er allemaal kan gebeuren..."

Erg vrolijk klonk dat niet ,maar René kon niet vermoeden hoe dicht hij bij de waarheid zat, met zijn sombere orakels..

<!--[if gte mso 9]>

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten