Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 219

B53. NADINE DRAAIT BIJ...

           Westende, mei 1942.

        In tegenstelling tot wat Joseph verwacht had, was Nadine helemaal niet in een stemming om te lachen. En zeker niét uit leedvermaak met de tegenspoed die haar ‘ex’-lief daar in Rusland over zich heen had gekregen. Links en rechts werd al genoeg gefluisterd hoe rampzalig het Russische klimaat in de rangen van het Vlaams Legioen had huisgehouden, en eerlijk gezegd had ze eerder medelijden met die stomme kloot van haar... Sneeuwstormen in de toendra moeten trotseren bij een temperatuur van min 40°C , buiten in een open schutterskuiltje: ze mocht er niet aan denken !

        Want op ‘het 'Bad'’ was de tweede oorlogswinter al een hele tijd weggeëbd en de bijhorende calamiteiten zoals gebrek aan vers voedsel en de nijpende kolenschaarste bijna vergeten... De overvloedige haringvangst had veel hongerlijders door het barre winterseizoen gesleurd, in zoverre zelfs dat de meeste mensen nu geen haring meer konden zién !

        Sinds begin mei had de ontploffing van de chemische fabriek van Tessenderlo veel van haar winkelklanten aan het denken gezet. Eerst werd monkelend gefluisterd dat de Witte Brigade deze sabotage veroorzaakt had. Deze knappe heldendaad had weliswaar het halve dorp weggeblazen maar ook de buskruitproductie voor ‘den Duits’ afgesneden. Bravo ! Doch toen bleek dat dit lolletje eveneens 190 dode en 400 zwaargekwetste landgenoten had gekost, verdween uit de vaderlandse volksmond plots de Limburgse Weerstand uit beeld en bleek er énkel een Brits vliegtuig een bom te hebben gegooid en zo de de ontploffing van de fabriek te hebben veroorzaakt.. En in feite niet gegooid, maar per ongeluk laten vallen omdat hij getroffen was door de Duitse Flakkanonnen ,hé... Eén patriot opperde als slag op de vuurpijl (!) dat de Duitsers zelf deze ramp hadden veroorzaakt, door de productie overmatig op te drijven ! Eén oververhitte oven: et voilà ! Een àndere profeet strooide rond dat een ploeg debiele arbeiders van de fabriek zélf verantwoordelijk waren voor de fatale vonk ,toen ze de aanééngekoekte hoop amoniumnitraat met pikhouwelen loskapten..Niet noodzakelijk mannen van de streek ,want er werkten daar ook Russische krijgsgevangenen...Hoe dan ook, de ramp bleef alle klanten van de winkel een hele tijd op de maag liggen. Ze moesten bij het zoeken naar een (mis)dadiger voor deze slachting kiezen tussen de pest en de cholera: den Duits of den Engelsman ,want over "het verzet" werd zedig niet meer gesproken :" Een ware Belg zou zo'n afschuwelijk bloedbad nooit durven aanrichten"...Op den duur wist niemand nog wat hij van deze miskleun moest denken en de sfeer van onbehagen nam overhands toe... "Al chance dat het schoon weer beloofde te worden ,om over iets ànders te klappen.,.."

        Maar toch raakte Nadine met de eerste warme dagen slechts moeilijk haar voorjaarsmelancholie kwijt... Ze vond de stilte in haar uitgestorven omgeving alsmaar zwaarder op haar gemoed drukken. Dit lekkere zachte lenteweer zou in een normaal vooroorlogs seizoen alvast een kleurrijke toevloed van opgewekte toeristen met massa'’s lawaaierige kinderen veroorzaakt hebben... Jammer genoeg was dat nù voltooid verleden tijd.

        De verlaten Distellaan afkijken verkilde haar hart.
        "“ Ik zijn verdimme al negentien, en ziet mij hier nu staan in dit verloren gat !" ” Westende-Bad lag er al ruim een jaar zo verlaten en verloederd bij, met brede strepen stuifzand in de straten, samen gewaaide hopen papierafval van de halfafgebroken reclamepanelen en veel verdord groen in de verwilderde perken... Als enige toeristen kwamen af en toe een paar veldgrijze soldaten verveeld langs de bloemkolen  en de prei in het uitstalraam slenteren, om plots op te fleurden als ze haar blonde pijpkrullen zagen, de sukkelaars !

       "“ Verdimme, als ik het dààrvan moet hebben !..."”
 
        Ze kende hen onderhand bijna allemaal van naam of bijnaam. En als er al eens een peloton van het marinegeschut in slonzig vuil-wit werktenue voorbij marcheerde, vrolijk-op-bevel zingend van ‘Eeee-rika! ’, dan liepen er in de achterste gelederen altijd wel een paar kleintjes die naar haar sluiks een zotte snuit trokken... Man-man, hoe leuk zeg ! Om je rot te lachen ! En dan bedenken dat deze paljassen absoluut de enige ‘toeristen’ waren in Westende... Echt uitzinnig blij werd je daar als meisje-van-negentien niet van !

        En dan moest je al die vervuilde gevels zien met de afschilferende vensterluiken vol zoutkristal: intriest, dat verval. Maar dat ze de zee zelfs niet meer kon zien, vond Nadine nog het ergste ! Want waar de Meeuwenlaan op de Dijk uitmondde kon ze vroeger vanuit de winkel - drie trapjes op - de eindeloze stoet wandelaars overschouwen en in de verte  daarboven van een spie zonnig zeezicht genieten met een steeds wisselend kleurenpalet. Nu werd dit charmante perspectief over het water compleet verpest door een vier-metershoge versperring van kluwen verroest prikkeldraad ! Die op de koop toe nog vol hing met papierafval, dat de winterstormen daaraan hadden vastgehaakt :mooi was ànders !

        Er was zelfs sprake van dat ‘ze’ daar de kop van de straat volledig gingen dichtmetselen met een soortement bakstenen gevangenismuur van vier meter hoog !... Zogezegd om de geallieerde landingstroepen tegen te houden. Alsof die niets beters te doen hadden dan hier dit troosteloze boerengat overhoop te zetten ! ...

        ” Al mochten die gasten voor hààr gerust komen hoor ! Misschien waren er zelfs een paar geschikte 'lovers'’ bij, en brachten die eindelijk een beetje leven in deze kille vervallen brouwerij ! Want op die Duitse knullen was ze al twee jaar uitgekeken: geen enkele die wat standing had, knap was of spiritueel zoals de afgeborstelde officieren in de Weense liefdesfilms van ‘Cinema Nova’... En vooral: met de versleten uniformen van tegenwoordig was onmogelijk te achterhalen hoe ze er thuis ‘voor zaten’, ondanks hun opschepperij over hun welvarend ouderlijk "‘Geschäft" ’! Uit deze grijze massa een knappe rijke jonge vent vissen ,proper op z'n lijf ,met wat spieren aan zijn karkas en schoon tanden in zijn lachebek...Jezus-Maria ,zuchtte ze ,dat  was onbegonnen werk...

        Want voor Nadine stond als een paal boven water dat ze na haar huwelijk geen poot meer zou uitsteken ! Haar uitverkorene mocht zorgen dat zij een leuk sociaal leventje kon leiden, vol boeiende contacten met haar vrolijke vriendinnen en voorname kennissen ! Van het slopende zware slavenwerk in de winkel had ze definitief haar buik vol ! Dus indien de Engelsen zouden komen, dan kon het – in haar ogen enkel maar béter worden voor een jonge maagd van negentien...

        Maar volgens alle klanten van de winkel viel er van de Britten voorlopig weinig moois te verwachten. Die zaten veilig verschanst op hun eiland hun wonden te likken en zich waarschijnlijk vol te vreten met lekkere Amerikaanse hulpgoederen !... In de gazet stond dat zij nu blijkbaar hun bekomst hadden van al dat vechten tegen de oppermachtige Duitsers... Na hun jammerlijk mislukte Griekse veldtocht in het voorjaar van '41 toonden ze, volgens de "‘Signaal"’, héél weinig geestdrift om met grondtroepen nog een uitval naar het vasteland te wagen. Hun R.A.F. wierp wel iedere nacht lafhartig wat bommen op de kuststeden -– zoals Oostende onder andere -– maar troffen daarbij vooral burgers van ‘bevriende naties ’! En daar lagen de Duitse bezetters dan weer niet van wakker... Maar wij Belgen wel !... Neen, de mensen wisten dat ze van de Britten verder geen mirakels moesten verwachten. Want zowel in Azië als in Noord-Afrika kregen de Tommy’s er duchtig van langs en moesten er de ene nederlaag na de àndere incasseren. Diep in hun hart wist iedereen nu langzamerhand wel dat de Engelsen deze oorlog definitief verloren hadden...

        Maar als de Britten dan toch niet van plan waren om in Westende te landen, waarom moesten de Duitsers dan hier zo nodig alles ruïneren met bunkers, veldwerken en versterkingen die toch tot niets zouden dienen ?... Dit zinloos vandalisme maakte de mensen er alvast niet veel vrolijker op... En Nadine zeker niet !

        Want toen ze vorige week Leon hielp met het schrijven van zijn laatste brief naar Joseph was die gast op de koop toe afgekomen met het zotte gerucht dat 'den duts'’ die mooie wandeldijk volledig gingen openbreken om er zware kanonbunkers en allerlei weerstandsnesten in neer te poten, onderling verbonden met lange onderaardse gangen. Alles in onverwoestbaar gewapend beton ! Een soortement tweede Siegfriedlijn, als het ware, maar ditmaal vlak voor onze neus !...

        Normaal zou je al die werken van hieruit niet kunnen zien omdat de Zeedijk nu voor niet-bevoegden strengverboden terrein was... Maar het was een publiek geheim dat alle villa’s langs het strand reeds van hun inboedel waren gestript en vervolgens ondermijnd en de mooie gevels dichtgemetseld... En ook de sluikhandel in dure meubels en stukken uitgebroken loden waterleidingen floreerde té goed om niet opgemerkt te worden... Maar dat ‘den smerigen Duits’ nu ook die mooie promenade op de Dijk moedwillig helemaal omzeep ging helpen, dàt was pas een echte heiligschennis ! Meer nog: een onomkeerbare ramp !


        Nadine had die laatste ontdekking van Leon graag als één van zijn typische kwakkels afgedaan, zoals er zoveel gelanceerd werden in deze lente. Maar een paar dagen nà Leon kwam ook de fotograaf Paul Hazard, haar overbuur, deze ramp in vertrouwen bevestigen, al was het nog een groot geheim... Want hij was in de arm genomen door Jupp-de-keukenpiet-van-de-batterij, - of Feldwebel Deutinger zoals hij hem vormelijk noemde - die bij hem privé de eigen kunstfoto'’s ontwikkelde... Die had hem verklapt dat Jean ‘Peerdepoot’, de bureauchef van de Société, voor dit titanenwerk van de ‘Atlantikwal’ aan zijn commandant Hauptmann Stolz de kadasterplannen moest leveren van alle villa’s op de Dijk... Of beter gezegd, reeksen verkleinde fotokopieën van die plannen in boekvorm, omdat dit handiger werkte. En Jupp was er in geslaagd deze opdracht aan zijn vakbekwame ‘vriend’ meneer Hasard te laten toevertrouwen, omdat diens atelier daarvoor ideaal was uitgerust en het bij deze zielige artistieke hongerlijder weer een tijdje flink wat brood op de plank zou brengen..

        “ Dat alles maakt het juist zo uitzichtloos ! ”, zuchtte Nadine: ” Die Duitsers met hun manie om overal prikkeldraad, mijnenvelden en betonnen bunkers neer te poten helpen Westende-–Bad helemaal om zeep ! Ik hou dat hier niet meer uit !

        ” Toch werkte iedereen vrolijk mee aan die afbraak ! Zogenaamd ‘omdat-een-mens-toch-moest-eten’, maar in feite omdat dit ‘meewerken’ hen absoluut geen windeieren legde, verre van zelfs: ze werden stinkend rijk ! En wat Nadine nog het meeste ergerde was dat ze onder de zonen van deze plots zo welvarende middenstanders nog geen enkele geschikte aanbidder kon vinden...

        Als voornaamste ‘welvarende medewerker’ achter de schermen stond Peerdepoot op de eerste plaats. Maar voor Nadine was die niet interessant want hij had geen zonen: dat was algemeen gekend. De man was het eerste jaar van de bezetting heel discreet op de achtergrond gebleven, om de nieuwe bazen van de badplaats niet voor de voeten te lopen. Maar Hauptmann Stolz van de kustbatterij had via-via al vlug gemerkt dat deze zielige horrelvoet op gebied van plaatselijke infrastructuur en ondergrondse nutsleidingen een onschatbare bron van inlichtingen bezat onder de vorm van kadasterplannen. Die waren onmisbaar om de straten en de zeedijk veilig open te graven. En dus had Stolz deze plannen zonder de minste schroom ‘opgeëist’ ,monsieur Jean incluis...

        Nu werd over monsieur Jean gefluisterd dat hij door Jupp tijdig ingelicht werd welke villa’s door de Duitsers ondermijnd zouden worden... Waarop hij per telegram en uit zuivere compassie de Brusselse eigenaars verwittigde... Die dan juist geteld één week kregen om de waardevolle meubelen te redden. Maar omdat deze ‘inlanders’ meestal in zo'’n klein tijdsbestek geen Schein konden versieren om naar het ‘Sperrgebiet’ te reizen, gaven ze aan monsieur Jean de volmacht om in hun plaats het meubilair weg te halen en ergens in schuren of garages veilig op te bergen. En binnen de kortste keren was heel deze ‘onbaatzuchtige’ reddingsoperatie uitgegroeid tot een verhuisonderneming om ‘u’ tegen te zeggen...

        Ook Briek Erte was zo'’n stille figuur die door de bouwwoede van de bezetter plots een sleutelpositie had verworven... Vorig jaar nog gewone onderhoudsman die in opdracht van ‘Dikke Pappie’, de Ortskommandant, het mooie zwembad van de ‘Lac-aux-Dames’ open hield voor de Duitse soldaten. Hij deed het zó goed dat de ‘Dikke’ hem gelaste met het toezicht op de "‘Operatie Geroofd Lood"’. Immers, de ondermijnde villa’s werden in opdracht van de Duitsers vooraf gestript van hun waardevolle loden waterleidingen. Leon werkte daaraan mee, nu het vissen met de ‘Astrid’ te gevaarlijk was geworden, en hij had Nadine verteld hoe met de sluikhandel in sanitair lood een paar ingewijden een schone cent bijverdienden, Leon incluis...Want Briek, zijn toekomstige ‘schoonvader’, zorgde voor de stockage en de schifting van dat lood ,in afwachting van het vervoer naar Duitsland. In deze grijze zone zouden nogal eens wat leidingen ‘naast den bak’ gevallen zijn, met medeweten van een oogluikende Pappie: een combine waarvan blijkbaar niémand armer werd. Tenzij dan de eigenaars van de villa's...

        Het ging Briek dus tijdelijk erg voor de wind, wist Nadine. En dié man had wél zonen. Twéé knappe gasten zelfs ! Maar Nadine durfde in haar ergste nachtmerries niet te dromen dat zij de rest van haar leven met "‘Madam Erte"’ zou worden aangesproken ! Dat deed teveel denken aan een feeks uit een kindervertelsel ,zo éne met een pukkel op haar neus ! Nee bedankt !
En dus maar hopen op ànder én beter...en ràp een beetje !
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 220

        OVERLEVEN IN "SPERRGEBIET".
Heden ten dage willen de mensen dat niet meer geweten hebben ,en ontkennen ze uit alle macht dat hun voorvaderen destijds "iets met de Bezetter te doen hadden". Dat strookt natuurlijk niet met de rauwe werkelijkheid van toén ,en gaat zéker niet op voor de bewoners van de kuststrook : het zogenaamde "Sperrgebiet". Wie dààr niet min of meer voor of mét de Duitsers werkte - mét zin of met tégenzin - zou die vier jaar bezetting terplaatse simpelweg nooit hebben overleefd !
Ik vertel over dit soort geknoei om twee zaken toe te lichten, en niet om goedmenende burgers in een kwalijk daglicht te stellen. Maar in tegenstelling tot het diepe binnenland, waar de bezetter buiten de steden slechts sporadisch in beeld kwam en het dagelijks leven van de burgers min of meer ‘normaal’ verder liep, was de ‘Sperrzone’ langs de kust één groot afgesloten militair domein ! Het wemelde daar  in de dorpen, velden en wegen van de soldaten en alles functioneerde er onder strikt toezicht van de bezetter. Zelfs in de burgerlijke stamcafés voelden de Duitsers zich volledig thuis, alsof ze in hun éigen Beierse Bierstube zaten. De Belgen waren er dikwijls in de minderheid en pasten zich aan bij die ‘anderstaligen’, zoals het reeds eeuwen in hun aangeboren aard zat. Iedereen, van jong tot oud, sprak zonder complexen een mondje Duits, of althans dàt soort gegermaniseerd koeterwaals wat daarvoor moest doorgaan.

        Zowel ‘Peerdepoot’ als Briek Erte waren zonder de minste twijfel goede vaderlanders en dat zal verder in dit verhaal nog dik in de verf gezet worden. Als zij dan toch voor de bezetter werkten, was het simpelweg omdat ze nu eenmaal in een volledig 'verduitst' ‘Bad’ woonden, en wie in dat bad zat werd nat, willen of niet !

        Komt daarbij dat iedereen die dacht slim te zijn en poten aan z'’n lijf had, in dit verwrongen levensklimaat rap veel geld kon verdienen. Vooral het werkvolk van firma Berenbiet, dat de Duitse bunkers en versterkingen bouwde in de duinen, nam op dat gebied grote risico’s... Zij begonnen, naast het officiële recuperatiecircuit van ‘Pappie & Erte’, sluiks voor eigen rekening ook loden leidingen uit villa’s te strippen... Villa’s die niét noodzakelijk op de Zeedijk stonden, en dus– - op eerste zicht - ook niét – door de Duitse genietroepen ondermijnd werden en dicht gemetseld.

        En hier begon het drama dat maandenlang véél slachtoffers zou eisen...

        Deze bloedige drama'’s met zieltogende werknemers van de aannemer Berenbiet en de goedgemeende medische eerste hulp die Nadine en C° aan deze sukkels verstrekten, brachten haar tenslotte in contact met niet één, maar zelfs twéé geschikte huwelijkskandidaten ! En – hoera ! - uiteindelijk ook met haar toekomstige echtgenoot...

        Maar laat ons niet té erg vooruit lopen: er gebeuren al drama'’s genoeg... 

        Praktisch iedere namiddag, na hun shift bij firma Berenbiet, drongen deze werklui in kleine groepjes van vier-vijf man langs de àchtergevel zo'’n leegstaande villa binnen. En zoals gezegd: zelfs dié huizen waar de Duitsers al aan '’t werk waren geweest. Die mannen voelden zich al vlug ware experts in het neutraliseren van de mijnen en boobytraps en deden gouden zaken... Maar de Duitsers waren noch met het ene, noch met het àndere erg opgezet. Dus liep zo'’n inbraak soms slecht af...En ontplofte de hele rotzooi !

        En telkenmale de mensen van Westende-bad door zo’'n doffe knal werden opgeschrikt, wisten ze dat ze binnen het uur weer een paniekerige stoet voorbij zouden zien strompelen van werkmakkers die dringend medische hulp zochten voor hun zwaargewonde kompaan. Ze droegen het slachtoffer meestal met z'’n tweeën of vieren op een '‘blaffetuur'’ -– een door de ontploffing weggeslagen vensterluik -– de Avenue des Chardons in, op zoek naar de eerste-hulppost van het Rode Kruis. En hier begonnen steeds weer opnieuw dezelfde moeilijkheden...

        En ik zal je vertellen waarom ! De gezusters Rayée, die voor de oorlog een bloeiend immobiliënkantoor hielden, waren de drijvende krachten van de plaatselijke Rode Kruisafdeling. Dat weten we reeds door hun inzet ten behoeve van de vluchtelingen in de schoolkolonie ‘Les Marchevins’ tijdens de 18-daagse veldtocht. Maar nu hadden ze hun z.g. hulppost ingericht in een leegstaand winkeltje van de Portiekenlaan ,kwestie van de kosten te drukken. En zoals de naam het al doet vermoeden bevond de toegang tot dit huis zich in een... portiekje, jawel. Nogal een smàl portiekje, met daarin twee deuren: de deur rechtdoor opende op een – eveneens  smalle gang en de dito trap naar de eerste verdieping, terwijl een deur aan de rechterhand zogenaamd ‘toegang verleende’ naar de kleine winkelruimte waar de eigenlijke hulppost was ingericht.

        Nu was ‘toegang-verlenen’ een groot woord. Want het was absoluut onmogelijk om met een gekwetste op een draagberrie vanaf de stoep de korte bocht naar rechts of naar linkste nemen om de ongelukkige de hulppost binnen te dragen. En met een ‘blaffetuur’ – die meestal breder was dan een gewone draagberrie – was dat sowieso onbegonnen werk. Telkens er dus een villa ontplofte en de werkmakkers met een zwaargekwetste kwamen aangesjouwd, botsten die op een paar toegelopen Westendenaren... En aangezien die àlles wisten over de toegangsbeperking van de R-K-hulppost verwezen zij deze sukkelaars naar twee hoekhuizen waar ze met hun lugubere vracht door de brede ingangsdeur op de hoek wél binnen geraakten. Eén daarvan was het café van het ‘Hotel des Invalides’, het àndere was de groentenwinkel van de familie De Handt... Beide uitbaters hadden een dochter die een stevige EHBO-opleiding genoten had... En zo komen we naadloos weer bij ons Nadine...

        Omdat er redelijk veel slachtoffers onder haar hand ter plekke stierven, kwam ze nogal dikwijls in contact met Jan Loenders, de zoon van de dorpsdokter en moniteur van de EHBO-cursus. En voor de wettelijke afwikkeling van het verzekeringsdossier kreeg ze meestal bezoek van Antoon Berenbiet ,de zoon van de gekende aannemer waarbij het slachtoffer werkte . Dàt waren nu eens twee jongeheren die haar wél iets zeiden, zie !... Knap, van rijken huize en goede stand: die mocht ze niet uit het oog verliezen..
        Maar dat was toekomstmuziek, zoals gezegd.

 

        Ondertussen zat ze natuurlijk opgescheept met Joseph Petré. Kandidaat-officier in het Duitse leger, dat sinds de lente aan het Oostfront weer volop in het offensief was gegaan, ditmaal voor goed, naar men zei... En zohaast dié de Russen uitgeschakeld zouden hebben - wat algemeen dit jaar nog verwacht werd -– zou het eindelijk weer vrede zijn... En zou Joseph naar huis terug komen, met de lauwerkrans van de overwinnaar ! En misschien wel op dat verdomde witte paard, wie weet...

        Lange tijd, terwijl Hitler in de winter voor Moskou op zijn donder kreeg, had ze enkel zijdelings via Leon met Joseph contact gehouden... Tijdens deze duistere maanden zou het bij de mensen nogal idioot overgekomen zijn indien zij zo openlijk zou corresponderen met een Oostfronter ! Daarbij, Ma De Handt had haar jongste goed laten verstaan dat ze elke ‘Feldpostbrief’ die de facteur bracht, onmiddellijk in de stoof zou kappen. Toen...ja !

        Maar ondertussen hadden de Duitsers zich na het vernietigende winteroffensief van de Russen schijnbaar flink hersteld van hun zware tegenslag voor Moskou. Ze gingen in de Oekraïne weer met groot succes in de aanval alsof er deze winter niets gebeurd was. Ze voerden gewoon een herhaling op van hun veldtocht van vorig jaar, maar wilden zich duidelijk geen tweede maal laten verrassen door het harde Russische klimaat. Leon zei dat het daarom bij Joseph, in de noordelijke helft van het Oostfront, door de ijzige winter en de slijkerige lente relatief rustig bleef. Maar nu slokten de machtige Duitse tankspitsen, volgens de gazetten, brede brokken op uit het rijke gematigde zuiden, van het mijnbouwbekken rond de Don tot de rijke olievelden in de Kaukasus. Victories die ze ons aanhoudend met luid bazuingeschal en bonkende paukenslagen in een cascade van ‘Sondermeldungen’ door de strot stompten.

        Door deze Duitse overwinningen werd door de kustbewoners veel meer geklaagd over de zinloze Britse bommen op Oostende, dan openlijk gemord op de bezetting. En stilaan begon er een vreemde sfeer van gelatenheid en achterdocht over de mensen te komen. Want iedereen was er nu - zoals vlak na de 18-daagse veldtocht - wel langzamerhand van overtuigd dat de Duitsers deze oorlog uiteindelijk gingen winnen... Of als het -– zoals enkel de verstokte optimisten nog hoopten - tot een onderhandelde vrede mocht komen, zouden we hoe dan ook hier nog een tijdje met een Duitse bezetting opgescheept zitten... Zich aanpassen werd het ordewoord: roeien met de riemen die men had en er het beste van hopen... Zoals schipper Pylieser had gedaan toen hij na het afblazen van de ‘Operatie Zeeleeuw’ van de Duitsers drie beschadigde Deense vissersboten had gekocht om in de dode momenten op te kalfateren. Het eerste herstelde schip had hij gisteren te water gelaten, vertelde Leon een beetje jaloers...

        Het kwam er dus op aan je verstand te gebruiken. En Nadine was een verstandige meid. Dus besloot zij maar eens grondig te slikken, dat stomme witte paard te vergeten en de rug te rechten. En na te denken hoe ze haar eerste medische hoogstandje in de rol van Florance Nightingale deftig in een troostende brief-aan-de-soldaat kon ophemelen...

        Dat het comateuze Berenbiet-slachtoffer haar eerste EHBO-interventie niet overleefd had, hoefde Joseph niet te weten... volgens Leon eiste hij een goed-nieuws-show uit de Heimat te ontvangen: wel, die kon hij krijgen !
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 221

B54. HET ZIGEUNERMOEDERTJE...

                             Juni 1942.              

        Jupp had het nu al ruim een maand op z'’n heupen, stelde Marie vast. Hij was nors en kortaf tegen haar en dat was ze niet van plan nog lang te verdragen...

        Alhoewel, de sukkel had problemen zàt, dat wist ze ook wel: zijn commandant ,Hauptmann Stolz, knabbelde lustig aan zijn militair keukenpersoneel, en zonder volk kan niemand goed werk leveren. De mannen van Jupp waren tot nu toe normaal vrijgesteld van al dat soldatengedoe, zoals wachtlopen bij de kanonnen, schietoefeningen en drill, juist omdat ze met het keukenbedrijf al ruim hun handen vol hadden. Maar sinds de lente ging het gerucht dat de batterij quasi de betere helft van haar effectief als versterking naar het Oostfront zou moeten sturen, en Jupp vreesde in de eerste plaats het ergste voor zijn eigen persoontje... Want om de besten van de batterij voor het front klaar te stomen, moesten de maaglijders van Jupp opnieuw dienst beginnen kloppen bij het geschut in de duinen... Er was wel vaag sprake dat zijn gepluimd keukenpersoneel zou aangevuld worden met herstelde gewonden en slachtoffers van de vorst in Rusland, en zelfs met zogenaamde ‘Kozakken’, wat dat ook mocht zijn... Maar véél goeds kon Jupp zich daarbij niet voorstellen ,buiten een afgezaagd soldaterkoor...
       Zijn vraag om wat meer vrouwen uit het dorp aan te werven had Stolz afgewezen. Sindsdien draaiden de keukens voor de troep en het lagere kader al een hele tijd vierkant en hij zag blijkbaar zo direct geen mogelijkheid om daar rap iets aan te verbeteren. Goddank kon hij tot nu toe nog de kwaliteit van de officierentafel in het Casino redden, maar Jupp vroeg zich af of dit wel al het kunst- en vliegwerk waard was... Als hij Stolz een paar keer rauwe aardappelen zou voorzetten, zou die meneer misschien begrijpen hoe moeilijk Jupp het in de keuken had... Met het risico natuurlijk dat hij dan nog vlugger borsj zou zitten koken in Minsk of Kiëv of hoe die vervloekte negorijen daar bij de Wolga ,Don of Dnjeper ook mochten heten !

        Tot overmaat van ramp liep op 1 juni het bericht op de batterij binnen dat gisteren hun garnizoenstad Köln vernietigend gebombardeerd werd door de R.A.F.! Omzeggens de halve getalsterkte van de batterij ‘Lakodam’ kwam uit deze getroffen Keulse regio ! Op de BBC uitzending -– die officieel wel niet beluisterd mocht worden, maar ja... - was er blijkbaar sprake geweest van een raid met duizend vliegtuigen en vijfduizend ton bommen ,of moet er nog zand zijn ! Ongehoord beestachtig, die Britten, om zomaar zonder militaire noodzaak heel die historische binnenstad vol onschuldige burgers plat te gooien ! Het gerucht liep dat de Dom volledig in puin lag, en in de voorsteden woedden nog volop grote brandhaarden. Een ravage tienmaal erger dan Londen ooit gekend had ! Hoeveel slachtoffers er waren wist nog niemand, maar op het commando van de batterij werd druk afgewogen wie éérst in spoedverlof voor tien dagen naar de Heimat kon gaan...

        Jupp was bij de uitverkorenen en vertrok hals over kop. Officieel wist hij nog niet hoe het thuis met zijn gezin was gesteld, of zijn dochtertje en zijn vader nog leefden, en wat er over was van zijn "‘Geschäft"’, zijn beenhouwerij... De stadstelefoon daar werkte niet meer... Maar hij vreesde het ergste...
       
Jetje was er niet goed van. De brief die zij van Joseph ontving loog er echt niet om: of ze nu verdomme eindelijk eens wilde uitleggen hoe het zat met zijn voorvaderen ! Als hij ooit wilde opklimmen tot de rang van officier, dan moest hij kunnen bewijzen dat zijn ouders en vier grootouders van zuiver Germaans bloed waren, zoniet kon hij alle verdere bevorderingen wel vergeten ! Aan Marie moest hij deze inlichtingen niet gaan vragen, want in haar ogen bestónd hij niet eens meer ! En ook Leon scheen daar het belang nog niet van in te zien. Maar Jetje moest wel begrijpen dat dit voor hem ‘erop of eronder’ betekende ! En als het ‘eronder’ was, dan stond hij niet meer in voor zijn daden, als ze dat verdomme maar goed beseften, daar in hun comfortabel warm boerengat, veilig afgeschermd van de beestige bloedbad vol verschrikkingen om hem heen !
        Zo'’n brutale afdreiging had ze nog nooit van haar leven meegemaakt ! Joseph was wel héél erg veranderd, de laatste tijd, moest ze zeggen ! Jezus-Maria, was dàt alles wat er van die lieve fijne jongen overbleef ? Een grollende hond, bijtends klaar ?! Om er kou om het hart van te krijgen: zó veranderd, begod ! ...
        Leon monkelde struis, toen zij hem verontrust de brief voorlas: "“ Ja, Tante Jetje, daar verschiet ik niet van...Hij zit al lang op dien ‘wier’, en heeft tegen mij ook al uitgevlogen dat het de hoogste tijd is dat ge het probleem van onze grootouders nu eindelijk eens uit de doeken doet. Maar ik kan hem daar niet bij helpen, tenzij dat ik u wat pousseer om ons getwee eindelijk eens de waarheid te vertellen hoe dat zit met de afkomst van ons vader...Mij hebt ge ook maanden aan een stuk voor de zot gehouden met dat ‘Spook’ van den Dis, dat ik zogezegd gezien heb in dat café in Duinkerke... of niet gezien heb ! Het was volgens u Dis zijn tweelingbroer, weet ge nog ?...Een tweeling, waarvan een koorddanseres van de cirque veertig jaar geleden bevallen zou zijn alvorens te sterven in '‘t kot in den groentenhof van het nonnenklooster. Straffe kost: zo'’n tweelingbroer uit uwen duim zuigen om mijn probleem met dat ‘Spook van Duinkerke’ op te lossen ! ...Maar bon, voor mij niet gelaten ! Want ondertussen weet ik toch zeker dat mijn vader echt dood is en niet bij de hoeren in Frankrijk zit, da'’s voor mij genoeg..."”

        “" Wel, dat heb ik toch al altijd gezegd dat den Dis morsdood was van die obussen, maar ge hebt mij langen tijd niet geloofd ! Dan is het toch hoogtijd dat ook Joseph zijn ogen opent en aanvaardt dat z'n vader Dis een vondeling was. Akkoord, zo'’n kind komt niet uit den hemel gevallen, en heeft natuurlijk een éigen moeder en een vader ! Alleen vervelend dat die niet bij naam gekend zijn ! En het kan goed zijn dat die ongekende ouders van Dis volgens de legende negen kansen op tien waarschijnlijk in de cirque speelden :– ge ziet: ik zijn voorzichtig ! ...Maar hoe gij het ook draait of keert ,vent: volgens de wet bestaan die 'ongekende ouders' niet, punt aan de lijn ! En als dàt Joseph gaat beletten van generaal bij den Duits te worden, is dat een probleem dat hij zelf heeft gezocht !" ”

        “" Wel, Tante Jetje, dan moet ge hem dat maar eens schrijven hé ! Succes ! Maar ik kan nu al zeggen dat de Joseph met dien uitleg niet erg content zal zijn !" ”
 
        Jetje was er blijkbaar toch ook zo gerust niet in als zij zich bij Leon had voorgedaan. Maar tenslotte vond zij zich niet verplicht de vuile was van haar buurvrouw te doen: Marie was oud genoeg om haar eigen boontjes te doppen ! Immers, telkenmale Jetje zich met de beste intenties bemoeid had met het wespennest van het gezin Petré, had ze van haar vriendin het deksel op de neus gekregen ! Wel, Marie moest het nu zelf maar oplossen !
 
        Na een week van rijp beraad kon ze er écht niet meer om heen. Ze had al verschillende halve nachten wakker gelegen om het vóór en tégen van elk initiatief af te wegen en was dat zó beu dat ze het tenslotte Marie voor de voeten wierp.

       
        "“ Luistert, Keuntje, het moet nu gedaan zijn met al die flauwe kul. De Joseph is misschien dood in UW ogen, maar dat belet hem niet van MIJ het mes op de keel te zetten om hem de waarheid te zeggen over zijn afkomst. Want hij moet kunnen bewijzen dat hij van zuiver Vlaams bloed is of ze gaan hem nooit geen officier maken, daar in Rusland... Ik kan niet anders dan hem antwoorden ! Maar ik moet nu rap weten hoe ver ik mag gaan met mijnen uitleg, anders springt die uit zijn vel !"“

        Marie staarde haar lang nadenkend vlak in de ogen, zonder haar écht te zien en haalde tenslotte nukkig de schouders op: ”" Bewijzen ?... Wat valt er te bewijzen ? Dat er niks is ? Gij weet éven goed als ik wie de échte vader is van Joseph ! En da's zékers den Dis niet ! Maar dàt is een héél ànder vertelsel ! En durft daar niks over te spreken of den hemel valt op ons kop ,dat wéét ge ! Tenandere ,niémand stelt vragen over den Dis zélf :officieel is hij de vader van Joseph :punt , gedaan ! Laat ze dus maar gerust voort muzzen over de OUDERS van Dis :die sukkelaar is dood en begraven en heeft het geheim van zijn afkomst meegenomen in zijn graf ! En zolang mijn kinders dààr achter zoeken ,blijft mijn reputatie onbesproken en hebben de kurieuzeneuzen in 't leger van Joseph - om hém niet te noemen - nog wérk genoeg ! Ge zijt toch zelf in der tijd nog naar Veurne geweest op de velo, naar uw vriendin op de ‘Bevolking’ ? En naar de Moeder-overste van het nonnenklooster, nietwaar ? En ge hebt daar geen enkel wettelijk document kunnen vinden over de echte ouders van onze vondeling Désiré Vrooman, lijk dat de nonnen hem gedoopt hebben...Of van Désiré Petré, lijk Bompa Petré hem noemde na den adoptatie. Dat schoon kerstvertelsel van Moeder-overste, over de jonge moeder die dezelfde nacht in de stal van het klooster beviel van een ander ventje Noël Dieudonné, geeft geen enkel wettig verband met onze vondeling, dat heeft de paster zelf nog espres gezegd !" ”
        "“Ow-ow Marie ! Akkoord, geen wettig verband ! Maar wel een logiek verband hé ! In dat klooster wist iedereen dat het meisje een tweeling gekregen had, alvorens leeg te bloeïen: twee jongens, Noël en Désiré ! Terwijl de vermoedelijke vader de nacht van de geboorte Désiré aan de poort te vinden ging leggen en opgepakt werd door de gard-civiek, baarde dat meisje haar tweede kind Noël dat pas na de vroegmis gevonden werd...Die twee jongens zijn apart gevonden door de nonnen, op honderd meter vaneen en met een nacht tussen ! Waarop de paster hen verboden heeft een verband tussen die vent en de twee borelingen te leggen ! Ik versta nog altijd niet waarom...Maar gezien niemand dat dode vrouwmens van de cirk kende is zij door de paniek van het moment in de twee geboorteakten nooit met zoveel woorden genoemd...En die fout hebben ze daarna ook nooit meer durven rechtzetten ! ”"

        Marie moest eens spottend lachen: ”" Dus – lijk ik al honderd jaar zeg is de Dis te vinden gelegd, Jetje ! ... Of hoort ge misschien niet goed ?! Van onbekende ouders, Jetje, officieel bevestigd...Verdimme, '’t is just alsof gijder allemaal verstopte oren heb ! ... Jetje, het kan toch niet simpelder: die onnozelaar in Rusland heeft geen gekende grootouders langs vaders kant ! En dan mag hij nog van geluk spreken!"
    "”“ Hoezo, van gelukspreken !?"
    "”“ Gij leest geen gazet zeker ! ? Luistert Jetje: zelfs al moest Joseph dat kerstvertelsel willen opvissen om officier te kunnen worden, dan schiet hij nog in zijn eigen voet ! Want dat vrouwtje - en ook de vent die de vondeling aan '’t klooster afgaf – waren alle twee waarschijnlijk artiest in de cirque, volgens dat de nonnen dachten toch. Maar geen gewone artiesten, hé mens: in feite waren het rondzwervende Bohemers, nog staffer dieven dan de joden ! En ge weet dat den Duits dat volk niet goed kan verdragen, en hen sinds vorige week allemaal oppakt voor een soort verplichten arbeidsdienst in Polen ! Als Joseph nog veel van z’'n oren maakt en niet goed oppast vliegt hijzelf misschien ook in zo'’n kamp, als kleinzoon van zo'’n rotte stinkende Bohemer, wie weet !" ”

        “"Jezus-Maria ! Zijt ge nu helegans uw vijzen kwijt ? Om zo'’n ongelukkig lot te verzinnen voor uw eigen vlees en bloed ?! Ge gaat mij op den duur nog verplichten hem heel die affaire met de Rudolf uit de doeken te doen ! Is '’t soms dàt da ge wilt ?"
       ” Marie sprong op en siste Jetje in het gezicht: ” "Rudolf ?! Ge zijt niet goed snik zeker ?!... Georgette Neuville ! Als ge dat durft doen, bezie ik u van mijn leven niet meer ! Goed verstaan hé mens ?!"”

        Deze harde woorden raakten rap vergeten toen Jupp min of meer opgelucht terugkeerde uit verlof. Keulen-Stad was weliswaar afgrijselijk door dit massaal bombardement vernietigd - al bleef de Dom op een paar gaten na wonderlijk gespaard - maar de voorstad Porz op de rechter Rijnoever waar Jupp woonde, had niet zo veel geleden. Een beetje verderop in zijn straat waren wel twee zware bommen gevallen die vijf huizen hadden weggeblazen en er een dikke tiental erg beschadigd, maar in de ‘Metzgerei’ van de familie Deutinger waren enkel wat ramen uitgeslagen... Zijn dochter en zijn vader hadden geen schrammetje, en Pa beweerde manmoedig dat hij met de hulp van zijn twee ‘Fransosen’ de zaak binnen de week weer draaiende zou krijgen: Jupp hoefde zich niets aan te trekken ! “
        " Ik had zelfs de indruk dat hij mij liever zag gaan dan komen !" ” lachte hij een beetje zuur. Zijn dochter Erika vond hij wel erg veranderd, een lange opgeschoten bonenstaak van vijftien, nu...Zeer terughoudend vond hij haar, en helemaal niet tot knuffelen geneigd...“
       " Maar ja, ik ben voor haar bijna een halve vreemde, een man die ze al twee jaar niet meer heeft gezien...En dit juist op de leeftijd dat ik haar een warm nest zou moeten geven kreeg dat kind zo'’n harde wereld op haar nek !...Als ik haar hoor heeft ze weinig tijd om eens weg te dromen, wat bakvisjes vroeger toch doorlopend deden... Neen, Erika is een harde tante aan '’t worden, jammer genoeg ! ”"

        Hij zuchte: ”" Kan ook moeilijk ànders, nu zij met de B.D.M.,(de Bond van “Duitse Meisjes), de N.S-jeugdbeweging, verplichte diensturen moet kloppen in het ziekenhuis en de sociale hulppost, middenin de bloedige miserie van de barbaarse luchtoorlog... Van het voortdurend bijstaan van families die tussen de lijken hun verwanten moeten identificeren wordt ge niet erg vrolijk...”

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 222

        B 54/2        MOERASKOORTS.
       Joseph lag midden op de ‘dijk’ van de Wolchov-rivier met zijn nieuwe eenheid, de 5e Kompanie pantserafweer, de vijand op te wachten vlak bij het dorp Myasnoy Bor... De Russen gingen straks vast hun zoveelste poging starten om uit de ‘Wolchovkessel’ - gelegen in de moerassen ten westen van deze dijk - uit te breken. Dit was enkel mogelijk indien zij de zogenaamde ‘dijk’ konden overrompelen die de omsingelde Russische troepen van hun basissen ten oosten van de rivier afsloot...

        Deze ‘dijk’ was ongeveer 10 km lang en, waar Joseph stond, een goede twee kilometer breed en volgde in grote lijnen de linkeroever van de Wolchov-rivier noordwaarts. Op deze smalle strook was de grond droog en liepen zowel de spoorlijn als de steenweg tussen Novgorod en het Ladogameer. Hier was de Rus vier maand geleden doorgebroken in zijn poging Leningrad te ontzetten, maar liep daarbij vast in de dooiende moerassen. In wekenlange verbeten strijd waren de Duitsers met hun Westerse hulptroepen er in geslaagd deze ‘dijk ’over haar volle lengte opnieuw te veroveren en zo het 2e Russische Stormleger in de Wolchov-moerassen in te sluiten... De bedoeling was ze daar te laten verhongeren en iedere dag moesten groepjes uitgeteerde Ivans zich noodgedwongen overgeven. Maar de harde kern trachtte nog steeds zich met de wapens een weg uit de omsingeling te bevechten... Vruchteloos meestal.

        Om de tijd te doden herlas Joseph nog eens het epistel van Jetje dat hij zojuist had ontvangen. Hij voelde niet dat daar iets niet helemaal klopte: Jetje had hem helemaal om haar vinger gedraaid met haar proeve van hoogstaande volksverlakkerij. Met die '‘Lieve Jongen'’ in de aanhef wiegde zij zijn achterdocht al diep in slaap. Ze begreep ook wel (schreef ze) dat hij, zoals ieder normaal kind, absoluut een stamboom vol familie wou hebben, maar hij was nu toch oud genoeg om de waarheid te kunnen aanvaarden. Ze had hem vroeger dat kerstverhaal al verteld en in feite kon ze daar niets aan toevoegen: zijn vader Dis was na de geboorte door onbekenden te vinden gelegd op de dorpel van het nonnenklooster in Veurne ! Mogelijk was dat zigeunermeisje ,dat de volgende morgen doodgebloed gevonden werd in het tuinhuisje van het klooster ,inderdaad de moeder van Dis, en dus Josephs grootmoeder, maar wettelijk was dat nooit vastgesteld... Misschien al goed, want anders zou hij officieel maar een halve of een kwart ‘Kristen’mens meer zijn, en dat zou zijn carrière zeker geen deugd doen hé... Neen, hij kon er zich best bij neerleggen dat Dis geen gekende ouders had: dat was de properste oplossing !... Maar er was méér, schreef ze...

        Het lag nu eveneens aan hem - en hem alleen - – om ook een streep te trekken onder heel die kinderachtige jacht op zijn vermeende  "échte" vader ‘Rudolf ’! Marie heeft nooit geen vent met die naam gekend ! En hij moest vooral stoppen met al die slechte romans waarin hij de laatste jaren een tiental zogenaamde ‘oude vrijers’ van zijn moeder had laten opdraven ! Die mannen verdienden dat niet ! Ze waren sindsdien allemaal brave huisvaders geworden, die niet stonden te springen om hem plots als een bastaardzoon te erkennen en zodoende hun huidig gezin op te blazen. Zijn zoektocht was totaal ongepast, en zinloos bovendien... 

       " “Want zolang er niemand is die uit z'n eigen zomaar verklaart dat gij zijn zoon zijt staat ge nergens, Joseph ! Ge moet dus niet hopen op een ‘vader’ buiten den Dis, want heel die zotte fantasie die gij gemaakt hebt over ‘Rudolf’ berust op een spijtig misverstand ! ”

       "Daarom herhaal ik plechtig: ’Rudolf’ is geen vent van vlees en bloed, jongen. Die naam hebben Marie en ik beginnen gebruiken toen we bakvissen van 16 waren. De zaken van de liefde werden toen nooit bij naam genoemd, en dus vonden alle vriendinnen ondereen een privé taaltje uit om over deze geheimen te spreken... Ik weet: het is moeilijk te geloven, maar uw moeder en ik zijn in onze jonge tijd ook ‘Zotte Trienen’ geweest die hitsig stonden van een schone minnaar lijk dien Amerikaanse filmster RUDOLF Valentino. Wij, just lijk alle vrouwen die zijn films zagen, droomden weg bij de vuile gazettenpraat dat zijn tegenspeelsters flauw vielen van zijn kussen en op slag den hemel zagen...Als vrijer was die filmstar in onze ogen DE MAX, de oppergod van de liefde ! En iedere jongen die achter ons ‘deed’, gaven wij onder ons punten op onze geheime '‘Rudolf-meter'’, van nul tot tien... Zelfs nadat Marie getrouwd was met den Dis, durfden wij in onze zatte momenten ZIJN prestaties nog wel eens in vertrouwen te keuren. Maar ik herinner mij niet dat Dis van z'’n leven boven de ‘drie-Rudolf’-punten is geraakt. Om maar met permessie te zeggen dat Marie met haar vent nooit den hemel heeft gezien. Met de Jupp beweerde ze overlaatst wel op ‘zeven-Rudolf’-punten te zitten, maar dat was zonneklaar alleenlijk om mij te pesten ! ” 

      "“ Het spijt mij dat ik dezen misverstand over dien zogezegde Rudolf niet eerder heb kunnen uitleggen, want het zou u zekerlijk een hoop slapeloze nachten bespaard hebben, en vele spanningen met Marie, misschien zelfs uw vertrek naar Rusland. Maar zolang ge nog niet droog waart achter d’oren, was '‘t niet aan mij om over de geheimtaal van uw moeders jeugdliefdes te spreken. '’t Is pas sinds gij en ik brieven schrijven naar elkaar dat het mogelijk is voorzichtig het juiste woord te kiezen ,zonder iemand te kwetsen...”

        "“ Nu gij de juiste situatie kent van uwen stamboom, kunt gij ook beter de kwalijke invloed daarvan schatten op uw kansen van avancement...Als dit gat u zou beletten om van z'’n leven nog officier te worden, dan kunt gij misschien uw dienst in Rusland opzeggen en naar huis weerkeren: voorwaar een prima zaak nu gij nog in goede gezondheid verkeert...Weet dan, lieve Joseph, dat hier NIEMAND u daarvoor scheef zal bezien, en ook die stomme ruzie met Marie zal zekers rap vergeten zijn."

"  Ontvangt tijdterwijl de hartelijke groeten van uw Tante Jetje,

Georgette Neuville."

       
Onnodig te zeggen dat deze brief lang op zijn maag zou blijven liggen. Jetje had blijkbaar heel wat moeite gedaan om dat epistel ineen te boksen, en naar de gebruikte stadhuiswoorden te oordelen was zij daarbij niet alleen geweest. Hele zinnen waren overduidelijk ingefluisterd door iemand met een schoolopleiding, wat Marie en Leon alvast uitsloot. De vraag was daarbij of deze vreemde ‘souffleur’ in de coulissen hem – (toch een onpopulaire Oostfrontvrijwilliger !–) al dan niet gunstig gezind was. En, eerlijk gezegd betwijfelde hij dat er erg veel openlijke sympathisanten van de Vlaamse Zaak rondliepen in de kring van Jetjes vertrouwelingen...

        Want dat ze haar mentor - man of vrouw - voor 100% vertrouwde, stond als een paal boven water: heel die stamboomaffaire kon je toch moeilijk aan de neus van de eerste de beste passant gaan hangen... Engelborghs misschien ?...In dit geval was het voor Joseph ‘oppassen geblazen ! Of haar nieuwe vriendin uit het juwelenwinkeltje van Oostende? Die was met een jood getrouwd geweest: weinig kans dat deze vamp de ‘Vlaamse Leeuw’ kon zingen... Dan zag hij enkel nog die gemeentebediende van de ‘Bevolking’ in Veurne, maar die kende hij van haar noch pluim...

        En alles wel beschouwd: in hoeverre KENDE hij feitelijk Tante Jetje zélf?... Vriendin van zijn moeder, akkoord... Zelfs dikwijls zijn tweede moeder geweest, waarmee hij als kind was opgegroeid en die als het ware een deel van zijn jeugd had ‘bemeubeld’... Veel warmer dan Marie: de zure rokken van haar schoot had hij als kleine jongen dikwijls nat gehuild terwijl zij z'’n nekhaar streelde... Soms stout geweest tegen haar omdat ze zelden ‘kletsen’ gaf... En haar in zijn puberjaren dikwijls als pispaal gebruikt met zijn opgefokte problemen van de cadettenschool... Maar in feite was zij dubbel zo oud als hij en stamde zij toch uit een héél àndere wereld...Die van ‘de grote mensen’ waarin je als kind met je drama'’s en vragen geen toegang kreeg, of weg gesust werd, of met een kluitje in het riet gestuurd. Als ze al niet uit haar troostende rol viel en volledig naast de kwestie in lachen uitbarstte tot de tranen langs haar neus liepen ! Die oudere vrouwen speelden doorlopend komedie tegen de kinderen en waren in feite voor geen cent te betrouwen... Jetje evenmin als Marie.

        En hij voelde dus wel dat er aan die brief een reukje zat, maar zag zo direct de val niet zitten...Het was niet normaal dat zij zo de nadruk legde op dat kerstverhaal van Dis zijn geboorte ,maar als vermoord bleef zwijgen over de geboorte van Joseph zélf. Hij ,voor zichzélf ,wilde weten  wie ZIJN vader was ,en dat was niét den Dis ! Kop àf ,dat voélde hij aan zijn water ! Maar  de tijd scheen nog niet rijp voor ze dat zou willen openbaren...Daarom besloot hij de zaak even te laten rusten want voorlopig waren er àndere katten te geselen !

       
Zijn laatste bevordering tot Korporaal-Chef (of Rottenführer, zoals deze graad hier officieel heette) had hij alvast binnen, zonder dat de commandant werkelijk moeilijk had gedaan over de situatie van Dis. Joseph stelde in elk geval tot zijn opluchting vast dat ze op het commando van het Legioen nog niet op de hoogte waren van het tranige kerstverhaal met dat zigeunermeisje...

        Houden zo ! dacht hij, terwijl hij als een robot een nieuwe zware patroonband in zijn snelvuurkanon laadde. Aan de opvliegende kraaien boven het verzopen moeras in het niemandsland zag hij nu dat de vijand langzaam maar zeker zijn schootsbereik naderde. En aangezien de vogels niet na een korte vlucht weer neerstreken, maar verder weg naar de wazige einder fladderden, wist hij dat er heel veel mensen bewogen in de groene dampende jungle voor zijn vizier... Mensen?... Druipende moerasmonsters, ja, bedekt door slijkschubben van kwalijk stinkende vodden, met gloeiende ogen en uitgeteerde smoelen vol haar !... Mensen kon je dat niet meer noemen...

        Ze wilden het dus opnieuw proberen, de sukkels: in massale aanvalsgolven de dijk te doorbreken die hen van de hoofdmacht ten oosten van de Wolchow afsloot en in de zompige ‘Kessel’ gevangen hield...Wel, ze deden maar wat ze niet konden laten ! Samen met de ‘División Azul’, de ‘SS-Nederland ’en verschillende Duitse regimenten hielden de Vlamingen deze relatief brede dijkstrook langs de rivier nu stevig in handen. Zwaar geteisterd weliswaar door het giftige klimaat en de onophoudelijke artillerie beschietingen van over de Wolchov, maar ook gehard in de strijd ! Het ‘Legioen’ - of wat daar na vier maanden onafgebroken gevechten nog van over was – zou die rottige Ruski'’s straks warm onthalen !

Het Vlaamse Heer staat immer pal,

Waar ’t winnen of waar ’t sneven zal !

Aan lange lansen, de Leeuwen dansen !

        Zo trachtte Joseph zijn adrenaline op te jagen en zich moed in te pompen om binnen enkele minuten met de slachting te beginnen. Want toen hij vorige maand, na zijn afkeuring bij de pioniers, zijn opleiding bij de ‘2CM-Flak’ aanvatte, was hij erg geschrokken van de uiterst vernielende slagkracht van zijn gloednieuw 20mm snelvuurkanon... Normaal was dit bedoeld om laagscherende vliegtuigen neer te halen, maar tegen grondtroepen was het nog moorddadiger ! Binnen de minuut veegde dat een aanvalsgolf van 100 à 200 man, drie rijen dik, in één enkele maaibeweging van het schootsveld ! Bij vrij zicht, op één kilometer afstand, alstublieft ! En indien, zoals hier vandaag, de lage begroeiing elk dieptezicht belette, vloog de stalen kogelregen toch moeiteloos dwars door een kilometerdikke strook struikgewas heen ! Het enige nadeel van een ‘2CM’ was dat het kanon de vijand zo'’n schrik aanjoeg, dat deze dit moordwapen bij voorrang trachtten uit te schakelen. Het kwam er dus op aan na de eerste vuurstoten rap van schietstelling te verwisselen en met zijn kanon voortdurend in beweging te blijven om de mortiergranaten van het vijandelijk antwoord te ontwijken...

        Het wapen van Joseph stond draaibaar gemonteerd in de bak van een open halfrups-pantserwagen met vijfkoppige bemanning. ZIJN kanon met ZIJN bemanning ! Dit zou hun eerste groepsinzet worden met deze pantserauto: hijzelf als stukoverste, met André de chauffeur, Berten de radio, Conrad de richter en Dolf de lader. Allemaal gasten die hij nauwelijks kende, en tóch hing het grotendeels van ieder van hen af of zij als eenheid heelhuids de avond zouden halen...

        Plots werd ver op de rechtervleugel door de Spanjaarden met M.G.’s hevig eigen vuur geopend: een vuil trucje om klaarstaande aanvallers te ontraden frontaal op te rukken en voortijdig af te leiden naar de buren...In casu de Vlamingen, verdomme !
        Bon, ze stonden er klaar voor...

 

     De wanhopige uitbraakpogingen van de Rus, waarbij deze in opeenvolgende helse vuurvlagen waarschijnlijk zijn laatste munitiereserve verschoot, duurde met korte onderbrekingen tweeënzeventig uur. Keer op keer, op elk moment van dag of nacht rolden de aanvalsgolven uit het moeras naar de Vlaamse stellingen op de dijk. Keer op keer werd hun wanhopig "‘hurrei !" ’ overdonderd door het oorverdovend kabaal van duizenden bommen en granaten. En telkens weer stierven tientallen Russen in het moordende vuur van de Duitse automatische wapens: genadeloos weggemaaid, compleet in flarden geschoten of stomweg met een kleine verwonding leeggebloed en verzopen in het stinkende moeras...

        Maar de dijk van de Vlamingen hield stand tot de laatste stormloop was uitgestorven, ook al sneuvelden er die paar dagen vijftien mannen van het Legioen...Daarna begonnen de Russen zich in steeds grotere groepen over te geven, en liep ook het gerucht dat hun generaal Vlassov het met de Duitsers op een akkoordje had gegooid...

        Joseph en zijn ploegje hadden de slag weliswaar heelhuids overleefd, maar waren lichamelijk compleet uitgeput en psychisch gekraakt door de eindeloze massamoord waaraan ze hadden deelgenomen. Ook al telden ze nadien op de stalen mantel van hun pantserauto zeker veertig littekens van kogelinslagen, toch konden ze die maar moeilijk als moreel alibi aanvoeren voor het bloedbad dat zij hadden aangericht...

        Ze hielpen nog een dag bij het uitkammen van de ‘Kessel’ en het samendrijven van de laatste gevangenen naar het schiftingskamp. En daar gebeurde het mirakel dat niemand voor mogelijk hield! Bij die schurftige bende sukkelaars meende hij plots een bekend gezicht te herkennen...Onmogelijk! ...Of tóch?...Joseph riep hem aan in z’'n Westends dialect... En inderdaad, de vent reageerde! Hij wenkte hem dichterbij en vroeg: "” Witte wien da’k zien ?”" Waarop de vent hem wezenloos aankeek en schor antwoordde: "” Joa’g: de klein van Petré...”Dien zwarte luiszak...  " 
        Hij had dus wél juist geraden :Steiner, verdomme ! Die stomme rooie schoenlapper van over het gemeentehuis van Westende ! Onroestbaar ,zou je zeggen ,want die vent had zo te zien de ontploffing van propaganda-radiowagen in de toendra ,een half jaar geleden ,zonder veel kleerscheuren overleefd ! En nu ook weer een paar moordende maanden in de "Kessel" van de stinkende Wolchov-moerassen !
             Chapeau ,zég !
Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 223

B54Bis.      EEN LAATSTE "SIEG HEIL! "                          

Na de rampzalige nederlaag voor Moskou in de winter van '41-'42 lag Hitler even naar adem te happen in de touwen ,maar niét voor lang. De Duitse voorjaarsoffensieven deden de hoop weer opflakkeren. Rommel rukte met zijn versterkt Afrikakorps op 21 jan 42 in 17 dagen 400 km vooruit, van El-Agheila tot Tobroek op de Egyptische grens. Op 27 mei 42 hervatte hij samen met de Italianen de aanval, wierp de Engelsen op 23 juni over de  grens en werd pas eind juni te El Alamein gestuit, op 100 km van de Nijl. Niet zozeer door de Britse weerstand, dan wel bij gebrek aan benzine. Want op de duur werd 75% van zijn bevoorradingschepen, komend vanuit Italie, gekelderd door RAF-bommenwerpers, gestationeerd op het eiland Malta.             

De Duitse U-Boten torpedeerden echter op hun beurt per maand op de Atlantische Oceaan meer konvooien dan de geallieerde scheepswerven konden vervangen. Daarenboven konden de Engelsen niet beletten dat onder hun neus twee Duitse slagschepen en een zware kruiser (Scharnhorst, Gneisenau en Prinz Eugeen) die werkloos in Brest geblokkeerd lagen ,plots door het Kanaal naar Kiel ontsnapten. Deze zouden later naar Noorwegen doorvaren om er de westerse konvooien naar het Russische Mourmansk te bedreigen.         

Wél voerden de geallieerden in de loop van 1942 verschillende succesrijke commandoraids uit op de Duitse Atlantische kustverdediging. Maar aangezien deze steeds zonder veel verliezen werden afgeslagen kreeg Hitler de bedrieglijke zelfzekerheid dat, mits zijn Atlantikwal verder te versterken, hij elke serieuze invasiepoging in de kiem zou kunnen smoren. Ook al betaalden de geallieerden met hun raids soms zwaar leergeld, toch werd het beoogde doel steeds bereikt en deden zij daarbij een ondervinding op van onschatbare waarde. Zo konden ze op 27/2/42 in Bruneval bij Le Havre de voornaamste onderdelen van een nieuwe Duitse radar voor onderzoek meenemen. En op 28/3 ramde in St-Nazaire een soort zelfmoordcommando een met mijnen volgepropte torpedoboot in de sluisdeuren van het enige droogdok voor Duitse slagschepen in West-Europa en vernielde dat volledig. Op 19 augustus voerde een Canadese divisie een bloedige (maar leerrijke) landingstest uit in Dieppe waar van de 5.000 ingezette manschappen er na drie dagen zware gevechten slechts 1.500 terug in Engeland geraakten. De Duitsers jubelden:  nu hadden de geallieerden vast wel hun lesje geleerd ! Dat zou twee jaar later in Normandië inderdaad  blijken...       

Ook in Zuid-Rusland ging het Hitler angstwekkend goed voor de wind. Vanuit de sector Charkov trokken de As in juni 42 weer in de aanval. Ze veroverden in juli heel de Donbocht en bereikten de brandende olievelden van Maikop op 8/8, Stalingrad op 20/8, de berg Elbroez in de Kaukasus op 21/8 en het oliecentrum Grosny begin september. Maar op 100 km vóór de Kaspische Zee waren zijn troepen totaal uitgeput en het offensief bloedde dood bij gebrek aan voorraden. Alle reserves aan manschappen, bewapening, munitie en brandstof waren opgebruikt. Daarenboven werd de 1.000 km lange noordflank van deze aanvalsspits tussen Voronesj en Grosny in hoofdzaak beveiligd door de minderwaardige "geallieerde  divisies" :Italianen ,Roemenen en Hongaren. Deze roekeloosheid moést onvermijdelijk op een ramp uitlopen !

Omdat het offensief ver vóór het beoogde doel stilviel, ontsloeg Hitler nog een paar legerleiders en liet nu in Stalingrad - een langgerekte industriestad langs de oever van de Wolga - àlles op àlles zetten. Héél de maand oktober werd om de ruïne van elk huis of elke kelder verbeten gevochten. En ook al vorderde het Duitse 6.Leger langzaam maar zeker naar de havenkant ten noorden én ten zuiden van de stad, hun schrikaanjagende verliezen voorspelden een rampzalige winter...De tweede al ,terwijl de éérste nog steeds op de maag lag...

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 224

B55.FRISEURTJE HUSSAK,

‘Coiffeur pour Dames’...

                          Juli 1942.

Jupp voelde zich als nieuwgeboren. De dreiging om in versterking naar het Oostfront te worden gestuurd was blijkbaar definitief afgewend. Leutnant Gleiwitz, het chagrijnige hoofd van de vuurleidingsbunker, was als zoethoudertje met dertig ‘gezonde’ mannen eerst naar de Keulse Heimat in spoedverlof vertrokken om vervolgens van thuis uit recht naar Rusland door te reizen. En iedereen die hem uitzwaaide dacht:" Opgeruimd staat netjes.!"

Op de koop toe had de batterij evenveel vervangers  gekregen om de gaten op te vullen: vooral slachtoffers van het Russische winteroffensief voor Moskou, mannen met vrieswonden en amputaties die hen ongeschikt maakten voor velddienst bij het voetvolk... Jupp vond dat hij zeker niet mocht klagen want hij had in feite twee man bovenop gekregen. Tsjechen, weliswaar, Hussak en Svoboda, en op eerste zicht eerder lijntrekkers dan ijzervreters, maar Jupp zag wel iets in die mannen. Ze hadden vorige winter in Rusland alle twee wat bevroren vingers en tenen verloren, maar lieten dat niet aan hun hart komen...Het Duits dat ze spraken was moeilijk te verstaan en zeer approximatief, maar druk ondersteund door vriendelijk onmilitair handgezwaai ,wat veel goed maakte.

Svoboda beweerde "‘in Zieviel"’ (burgerleven) banketbakker geweest te zijn en bleef dus in de keuken om alvast met uienstoven zijn kunsten te bewijzen. Maar Hussak claimde onversaagd de titel van ‘Coiffeur pour Dames’, en liet tot steun voor zijn vakmeesterschap als een echte hypnotiseur een Praagse gouden medaille aan een lint voor Jupps neus slingeren. Hoe het ventje het geflikt had was een raadsel, maar hij wist reeds dat er vijftien vrouwen op de batterij werkten: ”" Wij delen de winst, chef, sam-sam, und deine Dame gratis frisiert !" ” 

“Deine Dame ?” Die brutale gatlikker was hier nog geen dag en wist al van Marie af ? Een beetje te voortvarend, onze Sigi, vond Jupp, en benoemde hem voorlopig voor één maand tot exclusief verantwoordelijke van de kuisploeg, met – (moest dat tegen slaan) – een mogelijke vaste benoeming tot latrinereiniger in continudienst:

"” Verstanden, du Mistschwein ?!... Und jetzt Raus! "”.

Een klein foutje, besefte Jupp al gauw. Want als verantwoordelijke chef-kuisploeg kon de man natuurlijk moeiteloos in alle hoekjes van de kazerne rondneuzen en met iedereen aanpappen. Vooral de niet-rokers had hij vlug opgelijst en bood hen wekelijks een avond gratis en onbeperkt '‘saufen'’ in een bepaald dorpscafé naar keuze, in ruil voor hun rantsoen tabakswaren. Na afloop bracht hij zijn drinkebroer tijdig terug naar de kazerne, want zelf werd hij nooit dronken. Hij leek de beminnelijkheid zelve, maar beschikte wél over een fenomenaal geheugen. Binnen de week was hij met Jan-en-Alleman dik bevriend, kende hij de doopceel van de vier smokkelende cafébazen in het dorp en begon hij doodleuk met zijn gladde tong en zijn ‘zwarte’ ruilmarkt iedereen gelukkig te maken.

 Hussak stuurde ,na een maand kuisen ,Marie als eerste de arena in om Jupp tot betere gedachten te brengen. Met de dringende boodschap dat het wel jammer was zo'’n goeie coiffeur de schijthuizen te laten uitspuiten...

"“ Goeie coiffeur ?! Maar Marie, hoe weet gij dat ?!”"

"“ Van hem zélf, tiens ! Hij heeft ons in de keuken zijn fotoalbum laten zien van vroeger in zijn Heimat, toen hij die concours had gewonnen van ‘Soir de Paris’: in zijn chique ‘salon de coiffure’, met hém en zijn vrouw vooraan en zijn pa en ma vanachter. Ze deden zowel het knippen van '‘t mansvolk als ’'t krullen van ’'t vrouwvolk ! En voor het blonderen heeft hij z'’n eigen recept: een geheim crèmetje met ‘ôo-oxinée’ (of waterstofpéroxide in '’t Nederlands) Een groot succes want iedereen wilt de dag van vandaag wat blonter zijn hé ! Alleine die Deutsche Soldaten wollen nicht geblondiert worden ! ”",stelde zij spijtig vast.

"“ Deshalb sind wir ja Rheinländer, Schatz ! Nur die blöden Preussen sind blond, und die dummen Mecklenburger ! Ein Mann mit ein Bischen Gehirn (hersens) lasst sich doch den Kopf nicht farben, Mensch !' ”

"“ Maar Schatteke, zoudt ge MIJ niet gaarne eens een beetje lichter van kleur zien op mijn haar, lijk een echte Duitse Mädel ? Toen ik een klein Mädchen was had ik ook bijna wit haar, van de zon en de zeelucht...En zie mij hier nu lopen met mijn triestige houten kop: noch vis, noch vlees ! Het trekt zelfs naar het lichtbruin van ’'t vliegend schijt !"

” En monkelend trok ze hem aan zijn hemd dichterbij om in zijn oor te fluisteren :" En hij heeft zelfs potjes waarmee ik bij mijneigen het haar in mijn oksels en op mijnen buik wat kan opfrissen als ge dat wilt...Da’s toch weer eens iets ànders hé ! ...Zoudt ge niet content zijn van eens op een echte blonte Mädel te liggen? Hé, mijn klein zwijntje, dan kunt ge tijdens ’'t ficken aan ‘je blonde Ilse’ denken, je eerste lief van twintig jaar geleden. Ik zal onderwijl zelfs in '‘t Keuls piepen van 'Joa Jupp joa! Tiefer! Tiefer! Du wild-Schwein !”..".

Bon. Hussak werd dus van de gemakken gehaald en kreeg zijn kamertje in de kazerne om het naar eigen smaak om te toveren tot ‘Friseursalon’. Zijn voorganger, die nu weer door de Russische steppe mocht ploeteren, had altijd zijn gereedschapstas rondgesleept door heel de batterij, maar dat was beneden de standing van onze Figaro...Na een weliswaar hoffelijke rooftocht langs de geschrokken burgercollega’s van Nieuwpoort en Middelkerke geraakte zijn ‘Geschäft’ in een knip volledig uitgerust, schabben vol potjes met huid- en haarcrème, baardwater, odekolon en reukverstuiver-met-rubberpeer inbegrepen. En aan de muur een grote foto van de hoogblonde Kristina Söderbaum, het sensuele hoofdpersonage uit '‘Die goldene Stadt'’: de zogenaamd ‘aangebrande’ Farbfilm die pas deze winter zou uitkomen, maar waar alle meisjes nu al heet voor opliepen... Heel dat kleurrijke decor van Hussaks salon was misschien een "ietsje té" voor een herenkapper in een kazerne, maar het vrouwvolk waar hij op aasde mocht óók wat in de watten gelegd worden, vond hij als excuus tegen de bedenkelijke frons van Jupp...

Marie was in elk geval heel content van zijn kunstgrepen en haar nieuwe kleurtje. En vooral van die ongevraagde massage van haar schouderspieren waar ze het warm van kreeg, plus het aanbod om hem van nu af aan maar ‘Petr’ te noemen...Hij was wél zo geslepen om haar op geen enkel moment van de geanimeerde conversatie in verband te brengen met zijn heer en meester Oberfeldwebel Deutinger, waardoor zij al vlug de illusie kreeg dat zij deze speciale behandeling enkel te danken had aan haar mooie ogen...Een echte charmeur, dat mannetje: misschien wel een ‘negen-Rudolf’-punten waard, als hij niet zo klein was geweest ! Jammer dat damescoiffeurs in het algemeen zo'’n povere reputatie hadden ‘in-bed’, want anders kon ze misschien even wegdromen tijdens de esbattementen van de Jupp...En het leek wel of haar Figaro iets van haar fantasietjes rook, want op het einde schoof hij haar zelfs met een vette knipoog een potje toe met crème om zelf zogenaamd de mogelijks slecht-gedekte haarwortels even bij te kleuren..."”Achtung ! Zehn minuten maximahl ! "” waarschuwde hij met opgestoken vingertje.

Och, en waarom ook niet, zeg ?!...

Door zijn spoedverlof en al die veranderingen bij zijn keukenpersoneel had Jupp niet veel tijd gehad om zich wat te ontspannen met zijn hobby in Studio Hasard. En collega Paul Hazaert had het de laatste weken blijkbaar óók druk gehad, want het atelier lag er ietwat rommelig bij en dat beviel Jupp allerminst. Al die randknipsels van negatieven op de grond en stof op de werktafel ! Hij had een kraakheldere lichtplaat nodig en dat moest hij meneer Paul toch eens goed aan het verstand brengen !

Juist nu hij zoveel werk had ! Drie filmrolletjes met de suggestieve kunstfoto’s die hij van de ‘kleine’ Mariette had genomen moesten nog nagekeken en gesorteerd worden: weliswaar een aangename bezigheid want er waren pikante poses bij en ze had een aantrekkelijk lijfje. Daarbij moest hij doorlopend aan Marie denken zoals die Hussak haar had opgetut...En gaandeweg begon hij te overwegen of hij zijn fotomodel ook niet eens een ander haarkleurtje zou opdringen...Blond stond op foto zoveel engelachtiger dan de ietwat versleten banale brunette die ze van nature was, en aan die valse onschuld kon hij met aangepaste belichting subtiel een pervers tintje geven... Maar hij vermoedde wel dat ze met zo'’n lichte krullekop last zou krijgen met haar broer en besloot die aap één dezer dagen eens wat manieren te leren...

  In de kazernekeuken sloeg het nieuws in als een bom ! Jupp kwam zijn vrouwen om één uur herhalen wat hij zojuist op de radio had gehoord: Prinses Lilian, de kersverse bruid van de koning, had vannacht een zoon gekregen ! Na een vrolijke uitbarsting van moederlijke lachjes bij de rijpere vrouwen en wat dwaas gekakel van Mariette gooide Marie volop roet in het eten :"Wanneer was die wondermooie toverprinses met haar engelengezicht ook weer getrouwd, zei je ?...

Probleem... Want niemand durfde er op te zweren...Na een korte discussie bleek de edelvrouwe immers twee keer getrouwd: eerst kerkelijk door Monseigneur Van Roey en pas een hele tijd làter voor het stadhuis...En wat telde er nu om...heu...bijeen te mogen slapen ? Want dat deed een koning blijkbaar ook, hé, die vuile pitou ! Ha-ha, zeg ! En als ze goed kon tellen, zelfs een stuk vooraleer écht getrouwd te zijn ! ...Dàt voor een KONING ! ...Foei !

Maar allee, de kleine zal vaneigens veel te vroeg gekomen zijn, hé...Met al deze internationale spanningen  die onze Leopold ocharme de laatste tijd heeft moeten verduren ! Eerst dien autobots bij Küssnach in Zwitserland ,met Astridje ,onze jonge Zwweedse koningin :dood hé, ocharme ! En dan die verloren oorlog en al die zever met zijn schijters van ministers die naar Engeland gingen lopen ! Een mens zou voor minder zijn pedalen verliezen hé ! En '’t is tenslotte toch ook maar een vent...En een schone vent op de koop toe, met permisse gezegd ,zo'n frisse krullekop ,lijk hem daar op de foto zo triestig achter dien pinnekensdraad staat te treuren...Da’s toch te verstaan dat die nieuwe prinses hem heeft willen troosten hé...En wie van ons zou er zich niet laten doen als zo'n’ schone vent '’s nachts van al die miseries niet meer kan slapen...

Ja, daar waren ze het allemaal over eens: zo'’n schone vent troosten, daar mochten ze dat arme meisje niet voor miszien...Alhoewel...Veel vuile venten vonden die prinselijke Trien rechtuit gesproken een hete doos, waarmee ze zo ook wel eens wilden uitglijden...

Want eerlijk gezegd...Er waren in Belgenland nog véél meisjes waarvan de venten achter pinnekensdraad stonden te treuren ! Hé Victorine: wat gij ?!...En lijk gij zijn er hier in '’t dorp toch zeker nog een stuk of drie-vier ! Moest gijder allemaal ineens een kind krijgen, de paster zou nogal een kop trekken, peins ik...

Ook Jetje was niet erg te spreken over die Koninklijke uitschuiver. Dat Marie voor haar neus op de vingers tellend slechts met moeite tot zeven geraakte, kon haar niet zo erg schelen...Dat gebeurde blijkbaar ook in de beste families, al was het wel een heiligschendende openbaring...Maar heel die komedie over Leopold die in zijn kasteel van Laken zogenaamd het harde lot van zijn krijgsgevangen soldaten deelde, terwijl hij in feite lustig met de freules in het hooi van zijn Koninklijke stallen dook: dàt vond ze niet komielfo !

 “"Wat nog eens bewijst dat de rijken en de bazen ons voortdurend van alle leugens wijsmaken waar wij blind intuimelen ! Allemaal om ons braaf, godsvruchtig en dom te houden en ons beter te kunnen uitzuigen ! IK ga die Rooie Steiner nog moeten gelijk geven: ge weet wel, dien zotten schoenlapper die indertijd die bommen gesaboteerd heeft waar Dis mee verongelukt is! "”

"“ Waar dat gij nog over spreekt, Jetje ! Dat is verdimme vier jaar geleden, mens ! Dien rotzak is van tien-negen al lang dood: Franco heeft hem in Spanje zijn verdiende loon gegeven en er kipkap van gemaakt ! "”

"“ Ja,vergeet het ! Dien zot zit gezond en wel in Rusland: Joseph is hem daar overlaatst nog tegen ’'t lijf gelopen, zie ! Twéé keer zelfs ! ”..."

Marie versteende, en keek haar vriendin geschokt aan: ”" Als we plezant over dat kind van Leopold klappen, moet gij niet over Rusland beginnen, hé Jetje ! Ge weet dat ik daar niets meer wil van horen ! "”

"“ Maar IK heb een brief van Joseph gekregen die daarover spreekt ! Wilt ge niet weten hoe hij het stelt en wat er nog zoal in staat ?"”

"“ Georgette ! Steekt er voor mijn part de stoof mee aan, met uw verdomde brief! Ik wil die naam niet meer horen, verstaan ! Schluss !" ”

 De brief van Joseph die Jetje zojuist had ontvangen was anders wel interessant...Hij beschreef er zijn laatste tussenkomsten met zijn nieuw snelvuurkanon bij het uitmoorden van de vergeefs aanvallende Russen en de uiteindelijke "opruiming" van het omsingelde moeras. Hoe hij bij de schifting van de krijgsgevangenen plots weer op Steiner was gevallen en hem de raad had gegeven zich zo vlug mogelijk op te geven voor het nieuwe leger van Generaal Vlassov, als hij niet wilde creperen in een van de reusachtige gevangenkampen. Maar hij schreef ook dat hij bevorderd was tot korporaal-chef bij de pantserafweer en nu zijn eigen persoonlijke tank had. En dat hij, door zijn hielwonde, nu in zijn open rupswagen van 't éne gevecht naar 't àndere rééd, zonder nog een stap te voet te moeten marcheren.

Zo eindigde hij zijn inzet aan het Oostfront toch in schoonheid ,schreef hij, want dat de oorlog op zijn einde liep was nu voor iedereen wel duidelijk. In de Oekraïne rukten de Duitse troepen op naar de Wolga, en iedereen wist dat dit voor de Führer het einddoel was van operatie ‘Barbarossa’. Idem voor het Afrika-korps, dat in razend tempo vorderde naar het Suez-kanaal en dààr eveneens halt zou houden...En zelfs de Anglo-amerikanen zullen nu wel inzien dat ze op zee met een maandelijks verlies van 600.000 Brutoregisterton aan kostbare scheepsruimte het best een vredesakkoord met ons kunnen afsluiten. Het Vlaams Legioen ging nog even helpen bij de opruiming van Leningrad, maar daarna was het goed geweest ! Hijzelf verwachte in elk geval tegen Weihnachten weer thuis te zijn om van de emoties te bekomen..

Ja-watte ! Als dat geen goed nieuws was, zeg !

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 225

B56:  PAUL HASARD, LEERLING TOVENAAR.

       Westende, 1 augustus 1942.

Jupp voelde dat er iets scheelde aan zijn zakenrelatie met zijn ‘collega’ Paul. Waar die man in feite steeds losser met hem zou moeten omgaan door de toch aangename werkverdeling die zij onderling hadden afgesproken, werd die stomme Hasard in tegendeel met de dag schichtiger... Die vent voelde zich bij Jupp allesbehalve op zijn gemak, ja leek zelfs bang te zijn !... De Duitser vroeg zich af of de man, als goede patriot, enkel in bijzijn van vreemde militairen zo op de toppen van zijn zenuwen leefde, of meer in het algemeen de stress van de oorlog steeds moeilijker verdroeg...

Niet te begrijpen: de fotograaf verdiende toch deftig zijn brood, nu hij met hem samenwerkte... En Jupp kon zich moeilijk inbeelden dat Paul juist door deze vlotte samenwerking scheef bekeken zou kunnen worden door zijn medeburgers: iederéén in Westende ‘schnabbelde’ toch min of meer met de bezetter...En voor zover hij zich herinnerde had hij die teerhartige sukkel toch nooit afgesnauwd of onheus behandeld. Neen, hij zag geen énkele reden waarom Paul speciaal angst zou moeten hebben voor Jupp als Duitser, of voor de bezetters in '’t algemeen... Die deden hem toch niets... De Engelsmans, ja, met hun geregelde nachtbombardementen op Oostende: dat een bangschijter het dààrvoor in z’'n broek deed of een zenuwinzinking kreeg, dat kon hij nog begrijpen... En nu ook de Amerikaanse luchtmacht begon mee te doen, zou dat er voorlopig niet op verbeteren... Maar wie had er hier in Westende nu in godsnaam last van de Duitsers, Donnerwetter! ?...Ach Scheisse, met die Vlaamse slapjanussen was het ook altijd wat !

Natuurlijk wist Jupp ook wel dat zijn lucratieve hobby niet helemaal koosjer was: pikante foto’s van halfnaakte jonge dames maken en die dan doorverkopen aan gespecialiseerde magazines kon bij pilarenbijters, op eerste zicht, ietwat choquerend overkomen. En moesten ze twéémaal kijken, met een loep bijvoorbeeld, zouden ze hier en daar wel een uitschuiver over de grens van het burgerlijke fatsoen kunnen ontdekken. Maar ze waren tenslotte niet voor burgers bedoeld, maar voor eenzame soldaten hé ! En vuile pornofoto’s kon je dat moeilijk noemen: daarvoor zou hij hier nooit een welwillend model kunnen verleiden, en die simpele Mariette al zeker niet. Zijn collega Paul was natuurlijk op de hoogte van Jupps ‘beeldige’ kunsten, en vreesde misschien ,als het scheef liep –,voor een eventuele verzegeling van zijn atelier... Maar om daarvoor al ruim twee maand met de daver op je lijf rond te lopen, vond Jupp toch een beetje over de top. Hij moest de preutse man over dat heikele onderwerp toch eens wat sussend geruststellen...

Wat hem evenwel veel méér tegenstak was de groeiende vergronding van het atelier die misschien door deze angst was veroorzaakt ! Als Jupp '’s zaterdags bezit nam van de werkplaats vond hij de laatste tijd een slordige stoffige boel, en hij haatte het om zo te moeten werken ! Akkoord, hij kon af en toe uit de rommel op de grond wel een strook filmnegatief gebruiken om bij voorbeeld de gevoeligheid van zijn fotopapier te testen, maar dat mocht voor Paul toch geen reden zijn om zijn afval zo maar overal te laten rond slingeren !

Auw, het liep al tegen Sperrstunde ! Jupp had nu zijn voorlaatste filmrolletje met wondermooie naaktfoto’s nagezien en keerde langzaam uit zijn droomwereld tot de allerdaagse werkelijkheid terug. Also Schluss ! Hij wou er juist de brui aan geven toen hij plots een raar gevoel kreeg. Hij bekeek nu wat nauwkeuriger het gevonden stukje negatief dat hij al een hele tijd als grijsstandaard bij zijn laatste foto’s had gebruikt... Hij voelde het gelijk aan z'’n ellebogen: daar was iets vreemds mee...

Een controle van de zwarte snipper celluloid op zijn lichttafel bracht niet veel duidelijkheid... Maar toen hij het negatief onder de vergroter legde verscheen er een pietluttig stukje landkaart van de kust... Van Westende, bij nader toezicht: de twee huizenblokken langs de dijk tussen het ‘Westend Palace’ en de ‘Arendlaan’... Foto’s van de grote kadastervellen die Paul voor de commandant van de batterij had moeten maken op schaal 1/1000e... Om deze toe te laten er nauwkeurig de geplande bunkers en veldversterkingen bij te tekenen... Maar deze foto’s hier waren veel en veel kleiner... Schaal 1/100.000 ! ... Slordig om dat zo maar te laten rondslingeren, vond Jupp: dat was tenslotte toch ‘Geheimsache’ nietwaar ?!... Daar meende hij zelfs die dreigende stempel te lezen !

Vlug legde hij het strookje negatief onder de microscoop en voelde bij het scherpstellen plots zijn maagzuur opstoten van de schrik. Daar stond inderdaad in Gotische druk de vette stempel ‘Geheimsache !’! En toen hij langzaam en uiterst voorzichtig de rij dijkvilla’s onder de verlichte lens van het objectief doorschoof, verschenen één voor één de betonnen mitrailleursnesten in de dijk met hun schootsvelden ,en de onderaardse verbindingsloopgraven naar de achterliggende huizen ! En dicht bij de hoek van de ‘Arendlaan’ zag hij plots het massieve blockhaus "‘Seidlitz"’ staan, hoeksteen van de kustverdediging ‘Lakodam ’! Onvoorstelbaar !

Versteend bleef Jupp een hele tijd voor zich uit staren, tot hij plots in actie schoot en wild op zijn knieën de grond afzocht naar nog àndere filmsnippers... Zes vond hij er nog, die op eerste zicht gelijkaardige landkaartjes vertoonden !... Zijn eerste opwelling was om Paul, die waarschijnlijk bij zijn gezin boven zat ,onmiddellijk ter verantwoording te roepen voor deze vérgaande slordigheid maar kon zich nog juist herpakken. Dit was nu eens het type-voorbeeld van een situatie waarin hij beter zijn hersens kon gebruiken dan woest in verontwaardigd Feldwebelgeschreeuw uit te barsten...

Het duurde even vooraleer alle stadia van het drama voor zijn geest de revue waren gepasseerd. Foto’s op zo'’n schaal van 1/100.000  noemde men normaal microfoto’s... En microfoto’s van geplande bunkerlinies hoorden enkel thuis in hogere legerstaven... ’Geheimsache! ’... En Jupp kon zich niet inbeelden dat Hauptmann Stolz van de batterij – of gelijk welke àndere militair - bewust aan Herr Hasard opdracht zou geven de dikke rol bouwplannen voor de versterking van de dijk in Westende op microfilm te zetten... Nog afgezien van het feit dat Stolz op zijn bureau met zo'’n formaat niet kon werken wegens gebrek aan de geschikte apparatuur...Tenzij iemand ànders, ver weg, die wél een microfoto kon uitvergroten, dit volumineus pak plannen wilde bestuderen... Voor de verzending van deze zware bundel inlichtingen was zo’'n klein formaat wel erg handig...en zelfs vereist ! Zoals ook de Discrete verzending, vooral..

Jupp haalde even diep adem en hernam de redenering. Als geen énkele militair aan Paul deze vreemde opdracht had gegeven, kwam die dus van een burger, een onbevoegde buitenstaander... Een spion dus, met andere woorden !...

Hij kon niet om het glasheldere besluit heen: Paul werkte voor een spionagenetwerk. Méér nog: als dat ooit uitkwam was die vent een vogel voor de kat ! En zou hij in zijn val natuurlijk Stomme Jupp meesleuren ! Want BIBI had bij Hauptmann Stolz deze Kunstfotograaf Hasard warm aanbevolen om de kadasterplannen van Herr Jean Peerdepoot op een handiger boekformaat te kopiëren...Of anders gezegd: als Stomme Jupp met zijn ontdekking van het complot naar de ‘Kettenhunde’ (scheldnaam voor de Feldgendarmen) liep, kon hij zich net zo goed, hier en nu, meteen voor de kop schieten !

 In diep gepeins verzonken ruimde Jupp het atelier op, sloot af en fietste als in trance het rustig slapende Bad uit naar zijn kazerne in ’Ons Rustoord’...

Friseurtje Hussak was er als de vliegen bij om van Jupps tijdelijke hersendood te profiteren.

"“ Zoals ‘Herr Chef’ wel gemerkt zal hebben zit mijn Zaloon constant vol met klanten die dikwijls van heel ver moeten komen en daardoor veel diensttijd verprutsen. Zou het niet interessanter zijn als ik een tweede Zaloon zou openen op het Bad, voor al de jongens die daar aan de versterkingen op de dijk werken of er in de villa’s gelegerd zijn ?... Het zou hen aardig wat kilometers besparen hé..."”

Jupp begon langzamerhand zijn Pappenheimers genoeg te kennen om wel te weten dat het voorstel van die gladjanus absoluut niet gestoeld was op z.g. zorgwekkende dienstverlet. Maar hij had er geen zin in om de bullebak uit te hangen en zich nog een bijkomend probleem op de hals te halen. Dus gaf hij de leperd twee dagen om met een in detail uitgewerkt voorstel voor de pinnen te komen waar hij met kennis van zaken al dan niet zijn toestemming aan kon geven. Ondertussen kon hij voort piekeren over een mogelijke uitweg uit het spinnenweb waarin hij door Paul Hasaerts schuld verstrikt was geraakt. 

Hij had al even overwogen van krommenaas te gebaren en de zaak op z’'n beloop te laten. Maar wegens de mogelijke militaire schade die daardoor veroorzaakt werd was zoiets voor een Duitse onderofficier ondenkbaar! Nog afgezien dat Pauls spionnenbende steeds driester zou worden en de man met z’'n stomme kop vroeg of laat toch in de val zou lopen. Om vervolgens tóch Bibi mee te sleuren in zijn ongeluk... Dus niét.

Het àndere uiterste - hem zelf gaan aangeven bij de overheid - had hij vanaf het begin verworpen wegens het gevaar opgepakt te worden voor schuldig verzuim en een gebrek aan militaire waakzaamheid. En dan was borsj-koken-aan-de-Wolga nog de zachtste straf die hij kon verwachten...Ook niets om smachtend naar uit te zien.

Hoe hij het ook draaide of keerde: hij kon enkel een geluidloze afloop verhopen door Hasard voor het blok te zetten en hem te verplichten zijn misdadige acties te stoppen... Maar dan liep de amateur-spion het risico door zijn eigen kamp ‘opgeruimd’ te worden als zwakste schakel en potentiële tijdbom ! Of erger nog: dan liep Jupp zelf gevaar door die boeven geneutraliseerd te worden als mogelijke verklikker...

Na dagenlang beraad besloot hij open kaart te spelen: hij kon zowel Paul als zichzelf het beste beschermen tegen de potentiële moordenaars door die mannen een voorstel-onder-heren aan te bieden. Iets in de aard van:

"Schei onmiddellijk uit met dit belachelijke spionnengedoe en ik zal heel deze zaak vergeten. Maar mocht je wraak willen nemen op Paul of mij, weet dan dat ik mijn geheime maatregelen genomen heb om postuum alle vrienden en kennissen van Paul te laten aanhouden. De razzia zal door de overheid op mijn vertrouwelijke aanwijzingen breed genoeg worden opgevat om van heel uw groepje, familie incluis, zeker niemand te missen..."” 

Hij had al dikwijls gemerkt dat het dreigen met een nog groter - maar ongekend - onheil bij dergelijke duistere terreurchantages het meeste effect had. Probleem was nu een formulering te vinden waardoor deze dreigbrief door de tegenpartij niet misverstaan kon worden, maar tevens voldoende vaag - en vooral naamloos -– bleef. Immers, indien het epistel in handen van de Feldgendarmen zou vallen, mocht het geen enkele aanwijzing bevatten die naar Jupp kon leiden... Want dàn was hij zeker een vogel voor de kat !

De volgende zaterdag ging hij niet naar het atelier van Paul, maar bezocht hij na rijp beraad de bazin van het baancafé ‘Cambrinus’, een discrete bar met discrete ‘diensters’ even buiten Lombardzijde... Hij kwam daar soms met zijn leveranciers langs als ze iets vertrouwelijks te regelen hadden en wist dat deze ‘Madam’ hopeloos leed aan professionele amnesie.

In haar buro vertaalden zij samen onder vier ogen de Duitse tekst ,die hij op een vodje had geschreven ,in deftig Vlaams en de dame was zo vriendelijk het uit te tikken op één exemplaar neutraal papier. Waarna ze een fles echte Franse cognac cadeau kreeg en onmiddellijk vergat "‘dien Duts’ na Pasen nog gezien te hebben"...

Hij was er met zijn gedachten niet echt bij toen Hussak hem aansprak over zijn tweede ‘Zaloon’ op het Bad. De lepe vogel had een vooroorlogse kapperszaak opgesnord, centraal gelegen in de ‘Avenue des Portiques’ nummer 4, vlak naast de zogenaamde hulppost van het Rode Kruis in nummertje 2. De tent was eigendom van een Gentenaar die in '’40 naar Engeland was gevlucht en er vroeger enkel in het toeristenseizoen had gewerkt. Het pand stond dus nu al twee jaar leeg te verkommeren, maar was wel nog volledig uitgerust, twee wastafels en vier droogkappen voor dames inbegrepen.

"“ Wenn Sie gestatten, Chef: ich kann nach eine woche sauber machen gleich anfangen mit Friseurarbeiten für Damen und Herren ! Wenn Sie gestatten und okee sagen Chef, und zwei Mann mit Putzen helfen, dann ist alles fertig in eine Woche. Alles so in Ordnung Chef ? Ja ?”"

Wat kon het Jupp ook verdommen ! Hij stuurde de figaro met zijn fiat naar Dicke Papie, de Ortskommandant, om de opeising van het pand te regelen en werkte zijn krijgsplan verder uit om in alle stilte het idiote spionnenclubje rond Paul Hasard te neutraliseren...

Hun gebruikelijke uitstapje naar Oostende, die zondagmiddag, werd niet wat je een hoogvlieger zou noemen. Marie voelde wel dat Jupp al sinds zijn terugkeer uit spoedverlof op een serieus ei zat te broeden –- iets met zijn puberende dochter, waarschijnlijk - maar was verstandig genoeg om hem niet de pieren uit de neus te halen. Nadat hij hun passage langs het rendez-voushotel ietwat afwezig had afgewerkt, besloot Marie om het er in het restaurant dubbel en dik van te nemen, zolang het nog bleef duren: hebben is hebben, en krijgen is de kunst !

“ Als hij onze vrijage wil verbreken, zal hij het zélf moeten zeggen ! ” Zij was niet van plan het hem weer gemakkelijk te maken door plots te beginnen ruziën, zoals na die geile kletsen op haar gat vorig jaar ! En tot hij haar voor de deur van de ‘Stella Maris’ goede nacht kuste, bleef ze opgewekt en poeslief alsof ze niets van zijn zorgelijke snuit merkte...

Maandagmiddag fietste Jupp met Hussak naar het Bad om zogenaamd het nieuwe kapsalon even te bezichtigen, maar reed daarna direct door naar Pauls Fotostudio. Zijn ‘vriend’ was binnen juist in gesprek met Jean Peerdepoot, maar Jupp liet goed merken dat hij Hasard onder vier ogen wilde spreken. Hij zette de knip op de deur zohaast de mankepoot vertrok en zag Paul ogenblikkelijk verstijven.

"“ Ja, Paul, inderdaad, het is serieus ! Ga zitten ! "”

En terwijl hij de man de mantel uitveegde voor de vuile verwaarlozing van het atelier toonde hij de verdachte filmafval die hij op de grond had gevonden.

"“ Microfilms, Mensch ! Das ist doch ‘Geheimsache ! ’ Wo hast du denn den Kopf, mit diesen verdammten Blödsinn ! Spionen werden gleich erschossen: das wissen Sie doch !"

Paul stortte lijkbleek voor zijn ogen ineen. Jupp moest niets meer toevoegen: de overduidelijke gevolgen van de catastrofale ontdekking ontploften in het gezicht van de stomme leerling-tovenaar !

Jupp maakte het kort:" ” Luister goed, vriend ! Ik wil niet weten wat hier allemaal achter schuil gaat ! Maar hoe dan ook: deze onzin moet hier en nu stoppen ! Goed verstaan ?!"”

Paul zat ineen gekrompen met zijn gezicht in de handen te wenen en scheen niet te merken dat de deur naar een mogelijke ontsnapping op een kier werd gezet. Tot Jupp het op z'’n heupen kreeg en hij de kwijlende sukkel met Teutoonse verve een klinkende oorveeg verkocht ! Hij trok het gebogen hoofd bij de haren achteruit en schreeuwde in het betraande gezicht :" ” Stom Schijthuis ! Kijk in m’'n ogen, verdomme ! Versta je goed wat ik zeg ? Die onzin stopt hier en nu, kappisch ?!”"

Hasard knikte verwezen.

"“ Hier, kom mee in '’t atelier !... Drink een Schnaps en verman je een beetje ! Als jij je hersens gebruikt kom je er misschien nog zonder kleerscheuren vanaf !" ”

Hij wachtte tot Paul een beetje bekomen was en zei toen wat rustiger:" ” Versta mij goed: ik wil van deze stommiteit niets horen ! Ik weet van niks en voor mij is er nooit iets gebeurd... Maar als ook je vrouw daarvan op de hoogte was moet zij nu eveneens naar hier komen om te horen wat ik te zeggen heb, verstaat ge ?!"”

"“ Neen-neen! Liliane weet van niks..."”

"“ Bon, dan kunnen wij deze stommiteit onder vier ogen afhandelen... Ik heb een voorstel op papier gezet waarmee we heel dit drama geruisloos kunnen begraven: hier, lees het op je gemak en laat de betekenis goed in je bezinken... En geef het dan door aan je chef, of de idioot die jou in deze zaak heeft betrokken... De bedoeling is dat iedereen goed beseft dat het spel uit is. Lees nu maar... hardop !" ”

Hij schoof het getypte A4 naar Hazard toe die met bibberende hand zijn bril opzette, zijn keel schraapte en met trillende stem hortend voorlas.

“" Wij kennen elkaar, en vernoemen daarom verder geen namen. Ik wil u en uw idioterie vergeten, als gij er direct mee stopt en uit mijn oog verdwijnt. Maar moesten uw medestanders het in hun hoofd halen mijzelf of mijn vriend, drager van dit schrijven, iets in de weg te leggen, dan zal Pappie onmiddellijk op de hoogte worden gebracht. Ik heb daarom meerdere gesloten omslagen met heel de uitleg in verzekerde bewaring gegeven bij vertrouwenspersonen met de opdracht de inhoud aan de autoriteiten te openbaren indien wij zouden verdwijnen of ons iets ernstigs mocht overkomen. Verwittig uw vrienden hiervan, allen, zonder uitzondering. Uw hoofd en dat van uw gezinsleden staan op het spel ! "” 

  Omdat Hasard vragend opkeek, knikte Jupp bevestigend: ” Ja vriend, als de SD of de Gestapo een razzia houden, leggen ze heel de familie van de verdachten op het rooster, vrouwen en kinderen inbegrepen ! Uw kompanen zijn dus verwittigd: stoppen met die rotzooi of heel hun gezin vliegt naar een concentratiekamp in Polen ! Als ze nog één vinger bewegen en u of mij scheef bezien, komt mijn wraakneming automatisch in actie. Mijn onbekende engelbewaarders geven de omslagen met de bewijslast af aan de autoriteiten en dan verdwijnen jouw ex-vrienden samen met onze huidige belagers met heel hun gezin in ‘Nacht und Nebel ’! En dat ik hier geen loze bedreigingen uit, kon je vorige maand in de krant lezen: honderd Brusselse communisten, die zich niet koest hielden, werden opgepakt en naar het KZ gestuurd om wat af te koelen...Dat kan ook met alle leden van jouw clubje gebeuren ! Goed begrepen ?”"

Paul staarde hem nog steeds met paniek in de ogen aan, en vroeg tenslotte schor: "” Herr Feldwebel, zeg mij, alstublief: mag ik aannemen dat u mij niet arresteert ?"”

"“ Inderdaad, gij idioot ! Ik wil vergeten wat ik ontdekt heb als gij uw woord geeft onmiddellijk met deze levensgevaarlijke stommiteiten te stoppen... Binnen een week moet ik het geschreven antwoord van de bendeleider krijgen dat hij mijn voorstel aanvaardt en zich uit onze regio terugtrekt ! Verstaan ?!"

Hasard barstte opnieuw in tranen uit: ”" Dank u... Dank...Ik wist meteen dat u een echte gentleman was ,Herr Jupp ! En dat ik u kon vertrouwen...Dank U !... "

”Jupp keek even op van dat sentimenteel eerbetoon ,maar knikte toen genadig :"Scheisse ! Zorg maar dat ik JOUW vertrouwen kan ,du blöder Hund !"

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 226

B56Bis DE AFGANG VAN HET AFRIKAKORPS.            

 

Ook bij het opgehemelde Afrikakorps keerden in '42 de kansen. Generaal Rommel slaagde er ondanks vier dagen vechten (31/8 tot 3/9) niet meer in het Britse front bij El Alamein te doorbreken en ging uitgeput in verdediging. Hij vertrok met ziekteverlof naar Beieren, maar werd op 23/10 dringend door Hitler naar Egypte teruggestuurd : de vorige avond was de Britse generaal Montgomery in de aanval gegaan met een overmacht aan troepen en materiaal plus een sterke reserve. 'Monty' ,zoals hij verheerlijkt werd genoemd ,brak op 2/11 door de Italiaanse lijnen en begon het As-front op te rollen. Op uitdrukkelijk bevel van Hitler hield Rommel nog twee dagen stand, maar moest dan voor de overmacht zwichten en kon zich uiteindelijk nog met één-derde van zijn korps terugtrekken. De Italiaanse divisies moesten "bij gebrek aan transport" achterblijven en gaven zich massaal over. Rommels terugtocht leek uiteindelijk heel erg op een vlucht naar het westen, want hij verloor de volgende twee weken 1500 km woestijnkust !

   

 

                         

Tot overmaat van ramp landden de Amerikanen - bij hun 'Operatie Torch' - op 8/11/'42 met drie Taskforces (samen een 100.000 man) in de Magreb ,tussen Casablanca en Oran ,en ze ontmoetten daarbij enkel een symbolische weerstand van de Franse Vichy-troepen. Militair gezien was er dan ook geen enkel probleem, maar politiek des te meer :Vichy-Frankrijk en haar overzeese bezittingen waren sinds de wapenstilstand met de As vanaf juni 1940 neutraal gebied en voor het zelfde geld had de USA bijvoorbeeld Zweden kunnen binnenvallen !  

Generaal Eisenhower, de pasbenoemde en beminnelijke opperbevelhebber van de "Operatie Torch", had echter geen enkele gevechtservaring en liet de leiding van de operaties dan ook opgelucht over aan zijn Britse onderbevelhebbers :Alexander voor de grondoperaties ,Tedder voor de luchtvloot en Cunningham voor de zeemacht. Dit veroorzaakte veel wrijvingen met Amerikaanse generaals zoals Patton, maar gaf Eisenhower de tijd zich uit het Franse diplomatiek wespennest te bevrijden. Als door de hemel gezonden nam de volgende morgen admiraal Darlan, opperbevelhebber van alle Franse Vichy-troepen (die "toevallig" in Algiers zijn zieke zoon bezocht) contact op met Eisenhower en bood hem een wapenstilstand aan, in ruil voor de voortzetting van het koloniaal Vichy-regime in de Magreb onder zijn bestuurlijke leiding. Ike aanvaardde dankbaar dit verraad als een "pact met de duivel" en slaagde er na enig touwtrekken in de plaatselijke Franse troepen in zijn legermacht op te nemen onder bevel van de Vichy-generaal Giraud. Churchill had voor deze commandopost de voorkeur gegeven aan generaal de Gaulle, maar deze was in de ogen van de Vichy-officieren een verrader en president Roosevelt stelde zijn veto. Kort daarop werd tot ieders opluchting Darlan in Algiers door een Franse student vermoord. Op wiens aanstichten deze moord gebeurde, werd door de diensten van Generaal de Gaulle nooit erg grondig onderzocht... "Opgeruimd staat netjes"                         

Als tegenzet op Darlans verraad bezetten de Duitse troepen op 11/11 in ijltempo heel Vichy-Frankrijk, op Toulon na. De Luftwaffe begon vanuit Sicilië troepen over te vliegen naar het Franse protectoraat Tunesië, om te beletten dat Eisenhower Rommels Afrika Korps in Lybië in de rug zou aanvallen. Binnen de maand kon Hitler daar tegen de Algerijnse grens én de Amerikaanse dreiging een front met 250.000 man opbouwen zware bewapening en bevoorrading inbegrepen : een waarachtig huzarenstuk !                                                                                                                                                                                                                    

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 227

B57. TEUTOONSE BAZUINEN EN BRITSE "‘KULTUR"’.

                             Westende, nazomer 1942.

Het was al heel de maand augustus magnifiek weer, maar dat hielp de zaken in de badplaats natuurlijk niet vooruit. Benoni Ventiel was de enige die nog dacht, met de verhuur van wat "‘billekarren"’, de Duitsers als toeristen te kunnen uitbuiten, maar dat sloeg lelijk tegen. De soldaten met vrij-van-dienst (–en dan vooral de laatst toegekomen Tsjechische versterkingen)  wilden in groepjes van twee à vier wel eens zot doen en met deze ludieke vehikels door de verlaten straten van het Bad koersen. En er ook in volle vaart mee chargeren op de brede stroken stuifzand die steeds meer de Distellaan versperden. Maar nogal dikwijls mocht de fietsenmaker na zes uur '’s avonds op zoek gaan waar die snaken zijn wielerpark gedumpt hadden. Want zijn mobiele broodwinning na verloop van de afgesproken tijd mooi terugbrengen naar de stal, dat kénden die gasten niet !... En bij de start een waarborg vragen of een pas bijhouden, dat ging natuurlijk bij dit soort toeristen evenmin, alleen al door de bijbelse spraakverwarring waarachter de Tsjechen zich verschuilden.

Gelukkig vond hij zijn gerief meestal rap terug, een straat verder, in de Avenue des Portiques bij het nieuwe kapsalon van de batterij. Daar schenen de verse rekruten op de eerste verdieping een soort ontmoetingsclub te hebben ingericht voor landgenoten, de Hussak-kring, een Tsjechisch Cultureel Centrum als het ware...Alhoewel, cultureel ?... Eerder spiritueel, ja, want er werd een flinke borrel gedronken en godweet wààr ze die vandaan haalden...Waarschijnlijk eigen stook..Maar het Friseurtje zorgde wel dat die gasten boven zijn 'kapperszaak' het niet al te bont maakten met drank en gezang en wierp iedereen op straat die niet op zijn eerste waarschuwing inbond. Want hommeles met zijn Chef, de Herr Feldwebel Deutinger, kon Hussak missen als de pest !

Zijn "‘zaloon"’ had een vliegende start genomen. In de midweek knipte hij koppen in de kazerne ‘Rustoord’, maar op vrijdag, zaterdag en maandag werkte hij op het Bad. ’'s Morgens zaten daar altijd twee-drie soldaten gezellig  koutend te wachten om volgens militaire coupe kaalgepluimd te worden, en tegen vier uur kwamen op maandag de mannelijke burgers en op vrijdag en zaterdag de ‘Dames’ aan de beurt. Meestal werkvolk en bedienden van de batterij Lakodam of de Kommandantur, zoals Briek Erte of de vrouwen van Jupps keuken, en bij gelegenheid een kind van dit personeel samen met z’'n papa.

Nu hij merkte dat Hussak er de wind onder hield, wilde Jupp zich niet te veel met die gang van zaken op het Bad bemoeien. Hij wist dat bij de eerste wrijving met zijn Friseurtje het zou volstaan even de open plaats van latrinekuiser te vermelden om alle rimpels onmiddellijk plat te strijken... Voor het ogenblik hoefde hij tegen dit verwijfd mannetje de beest niet uit te hangen...

En Marie vaarde daar wel bij, want de Tsjech kende haar speciale relatie tot zijn baas en papte stoutmoedig met haar aan telkens hij '‘s vrijdag haar hoogblond coiffure gratis mocht bijwerken. Hij liet tegen haar lachend uitschijnen dat hij niet wakker lag van wetten en reglementen, en onderstreepte met een vette pinkoog dat hij bij gelegenheid heel veel kon fixen... Het volstond van te vragen... En als hij een onorthodoxe gunst nodig had van zijn chef, liet hij eerst bij haar een proefballonnetje op om Jupp om te praten. Dus hélemaal gratis waren zijn diensten niet, zoals Marie al vlug zou ondervinden...

Hoe dan ook, nu Hussak niet meer aan Jupps oren zaagde, kon deze al zijn aandacht besteden aan de vlotte afronding van zijn conflict met ‘Fotostudio Hasard’... Sinds hun aanvaring over die microfilms liep Paul er wel als een geslagen hond bij, maar zorgde er toch steeds voor dat Jupp de werkplaats '‘s zaterdags smetteloos ter beschikking kreeg. Wat al een hele vooruitgang was, vond hij. Nu moest hij die truiartiest nog even over hun nieuwe ‘levensverzekering’ spreken en dan konden ze het incident verder vergeten...

Tenzij natuurlijk de plotse verdwijning van Jean Peerdepoot uit het Bad nog roet in het eten zou gooien. Want niemand had hem de laatste week nog gezien of had enig idee waar die triestige clown kon zitten. Zijn bureau in de put van de "Kleine Tennis" was gesloten en op zijn huurkamer wees alles op een overhaast vertrek. Maar op de gemeente wisten ze van niks en op de Kommandantur had hij geen officiële Schein aangevraagd om naar het binnenland te verhuizen. Die vent was op de vlucht, zoveel was wel zeker ! Maar waarom ?! Aan het gerucht dat hij voor dag en dauw van zijn bed was gelicht door de Gestapo werd weinig geloof gehecht omdat zo'’n aanhouding in een kleine gemeenschap als het Bad hoe dan ook zou zijn opgevallen...

Toen Marie het enigma aan Jupp voortvertelde, gebaarde die van krommenaas. Maar hij voelde met zijn klompen aan dat Monsieur Jean met de noorderzon was vertrokken in verband met die microfilms van Paul...Verdwenen zonder te reageren op het geheim compromis van Jupp ,al was deze vlucht op zich al een duidelijk antwoord...En hij haalde Hauptmann Stolz over onmiddellijk beslag te leggen op de volledige inhoud van Jeans administratie, kadasterplannen incluis, en het gebouwtje in de put van de tennis te laten afsluiten en verzegelen. Er moest daar maar eens voortijdig brand uitbreken hé...

Tegen Paul maakte hij wél een duidelijke zinspeling op de geheimzinnige verdwijning van Mr. Jean. Hij merkte dat Hasard compleet van z'’n melk was na het lezen van wat Jupp zijn ‘verzekeringscontract’ noemde. Op twee kantjes onthulde hij zijn ontdekking van de bijgaande microfilms en zijn vermoeden wie en wat daarbij betrokken was, onder andere Peerdepoot en diens Brusselse relaties...

"“ Ik heb begrepen, beste Paul, dat mijn vriendin Marie vroeger goed met u overweg kon, en heb daarom besloten deze zaak discreet af te handelen... Ge weet ook dat het niet mijn bedoeling is dat deze aantijgingen bij de Gestapo of de Sicherheidsdienst terecht zouden komen. Drie exemplaren van deze brief zullen daarom onder gesloten omslag bewaard worden door mijn vrienden, en normaal zullen deze omslagen ook tot in de eeuwigheid gesloten blijven... Maar moest u of mij iets overkomen dat niet pluis is, dan hebben mijn vrienden de opdracht met deze brieven de autoriteiten te verwittigen, en dan wordt heel dit nest amateurspionnen ‘ausgerotted’. Ik heb uit de plotse reislust van Monsieur Jean opgemaakt dat hij de boodschap al sinds een paar dagen opgevangen heeft. Des te beter ! Als ook zijn vrienden zo verstandig willen zijn, is voor ons deze zaak proper afgehandeld, ja ?..."”

Hasard bleek plots beter Duits te spreken dan hij tot nu toe had laten blijken, of had de zin anders al een paar nachten van buiten geleerd. Want met bibberende stem declameerde hij:”" Herr Deutinger, ich bin Ihnen eeuwig dankbar...”"

Zelfs de uitspraak viel mee...  

       Zoals gezegd: het ging de Duitsers opmerkelijk voor de wind. En ze lieten niet na dat op de radio met veel bazuingeschal aan de wereld te verkondigen. Of het nu ging om hun doorbraak naar de Wolga of om de nakende val van grote industriepool Stalingrad, hun opmars naar het Suezkanaal of het kelderen van hele vloten cargoschepen: om het even ! De ene '‘Sondermeldung'’ was nog niet uitgegalmd of daar zonden ze reeds de volgende uit. Werkelijk, het einde van deze schikkelijke oorlog leek godzijdank in zicht te komen, en dat was voor Jan met de pet geen dag te vroeg !

Even zorgde een Britse landingspoging op de Franse kust bij Dieppe nog voor een korte verwarring in de geesten van de grijze massa: hadden die stomme kaki’s het nu nóg niet begrepen ?! Die paar duizend doden vergrote toch maar enkel de miserie, verdomme ! Het kon alleen het lijden van gewone mensen nog wat rekken...Maar bij het beluisteren van de BBC rechtten de verstokte ‘Engelsgezinden’ de ruggen na al die tegenslagen van de laatste maanden en zagen in hun dromen de Duitsers reeds met de staart tussen de billen afdruipen...

Tot een dag later uit de zoveelste ‘Sondermeldung’  bleek dat primo, de Moffen die rotzooi op de Franse Kanaalkust al aan het opruimen waren, en segundo, dat er bij heel deze tragische vertoning geen enkele Engelsman aan te pas was gekomen. Churchill had voor zijn misdadige krachtpatserij niet eens de politieke moed opgebracht om eigen troepen het vuur in te sturen ! De drieduizend man die hij in dit "Avontuur van Dieppe" had verloren waren allemaal stomme Canadezen geweest. De Duitsers wilden er verder geen woorden meer aan vuil maken ! ...

Wie minder opgezet waren met deze mislukte landing waren de strandvissers. In Westende waren dat er een stuk of tien, waaronder Roland en Robert, de zonen van Briek Erte. Die kregen voordien tegen de prijs van 10 frank een ‘Spezialschein’ om overdag op de ebbelijn met rijen beaasde haken vis te stropen of met een sleepnet garnaal te vangen. Sinds eeuwen vulden de armste strandjutters op deze manier hun mager dieet aan en in de laatste drie winters hadden ze zo volop kunnen meeprofiteren van de wonderbare haringvangsten !... Maar na '‘Dieppe'’ was het definitief uit met de pret: niemand mocht nog voorbij de ontelbare prikkeldraadversperringen op het strand komen, omdat ook deze stroken in ijltempo verpest werden met landmijnen, lichte en zware, maar allemaal even dodelijk !

Indien Nadine nog een aansporing nodig had om weer contact te zoeken met haar oude vlam, dan zorgde het geallieerde debacle in Dieppe daar wel voor. Nu de oorlog in Rusland ver op z'’n einde liep zou Joseph wel vlug naar huis terugkeren, en was er voor hun liefde misschien nog een toekomst weggelegd... Dat zou ze die gast eens rap per geparfumeerde brief laten weten ,zie ! Want de twee àndere huwelijkskandidaten die ze in het vizier had gehouden - de zoon van aannemer Berenbiet en de zoon van dokter Loenders -– hadden beiden bedroevend slapjes op haar charmes gereageerd. Ze wilde die twee vette vissen nog niet volledig uit het oog verliezen, maar het zou stom zijn een zékere vangst zoals de toekomstige officier Joseph Petré daarvoor op het spel te zetten ! En voorlopig kon toch nog niemand haar verwijten met drie hengels tegelijk te vissen hé ! ...

Ze had wel wat last om voor haar brief nog een beetje origineel nieuws te vinden, buiten de verloedering van de badplaats. Want twee maand geleden waren haar medische hoogstandjes bij de ‘verzorging’ van leegbloedende slachtoffers van de ondermijnde villa’s niet in goede aarde gevallen bij Joseph. In feite te begrijpen, aangezien hijzelf dag en nacht rondom zich niets ànders zag dan kameraden die in flarden werden geschoten... Dus hield ze het maar bij Max, de prachtige Mechelse scheper van ‘Bodega Bristol ’: ”Ge kent hem wel” hé !

“Dat stomme beest was tijdens de middagwandeling van zijn baasje Monsieur Dujardin weggelopen achter een konijn in de ondermijnde duinen tussen de Trianon en de ‘Lac’...En ‘Bang ! ’ natuurlijk ! ... Het dier had er nog ruim een uur hartverscheurend liggen janken midden in het mijnenveld.. Tot Dicke Pappie, als goede klant van de Bristol, er van op dertig meter met een geweer en twee kogels een eind aan maakte: vreselijk... Ze hebben Dujardin met een attaque moeten afvoeren naar de kliniek in Veurne...”

                Van Arthur Birnbaum had Nadine niets meer gehoord,  schreef ze...Mogelijk had hij nog naar zijn vriendin Françoise De Bens geschreven, maar nu ze niet meer naar school gingen in Oostende had Nadine ook hààr uit het oog verloren. Naar '’t schijnt vrijt ze stillekes min of meer met een Duitse Gefreiter met een stom brilletje, maar niet in ’'t openbaar...Nadine had wel gehoord dat Pa De Bens als kok naar Duitsland was gaan werken... " “Om van het gezaag van zijn vrouw af te zijn, zeggen de mensen, maar in feite  omdat ge nog moeilijk een deftig restaurant kunt open houden als er geen eten meer is. Een algemene teloorgang om van te blèten, als ge dat vergelijkt met ‘het seizoen van voor den oorlog’...”"

“Het enige wat voor een vrouw het leven op het Bad nog een beetje draaglijk maakte was de komst van een Duitse Friseur. Een hele plezante, die ook ‘Dames deed’. Al het vrouwvolk van onze buurt loopt voor de moment met dezelfde kleur blond rond, maar binnen kort gaat hij vanuit het binnenland àndere tinten opgestuurd krijgen...”  

Ze twijfelde even of ze ook nog over de verdwijning van Peerdepoot zou schrijven, maar liet het zo. Ze herhaalde nog in de vlucht het speelse aanbod uit haar vorige brief: nu de oorlog in Rusland ver op z'’n einde liep moest hij maar zo rap mogelijk terug naar huis komen en z’'n best doen om haar hart opnieuw te veroveren ! ... Daar hield ze nog steeds een warm hoekje voor hem vrij... Maar rap hé,schreef ze flirterig, want als ik lang de deur moet openhouden kon ik wel eens een valling krijgen van de trek! Of kon er sluiks wel eens een àndere kaper binnenglippen ! ...Ik ken er twee die op de loer liggen, voegde ze er ondeugend aan toe...

Zo, haar kantjes waren vol: nu was het afwachten hoe Joseph ging reageren op haar speels uitgestoken hand... Indien niet, dan kon hij stikken, die stijfkop !

 Het bracht natuurlijk meer zaad in '’t bakje, maar alles wel beschouwd had Hussak met zijn burgerklanten meer last dan met zijn soldatenkoppen. Hij trok hen aan om meer inzicht te krijgen in de politieke kleur van de dorpelingen, maar slechts weinig klanten lieten die ‘Duitse’ militair in hun kaarten kijken. De meesten hielden zich op de vlakte als hij onder het knippen wat loos viste naar hun oordeel over de bezetting en het strandverbod, de verdwenen toeristische drukte en naar hun verwachtingen peilde over het verloop van de oorlog...Bij een paar ‘nieuwe vrienden’ die wel mee vooisden liet hij goed verstaan dat Tsjechen geen Duitsers waren en dat zijn landgenoten -– zacht uitgedrukt - in het algemeen niet stonden te springen van geestdrift om in ‘Feldgrau’ dienst te komen doen...

Bij Briek Erte viel dat niet in dovemansoren. Die brave man was content eindelijk ‘nen Duts’ te ontmoeten die begrip scheen te hebben voor zijn diskreet Belgisch patriottisme. En die duidelijk inzag dat zijn werk bij de Kommandantur niet noodzakelijk betekende dat hij doorlopend met een stijf-opgestoken rechterarm rondliep...Toen Briek ook nog uitlegde dat hij tot vorige maand huisbewaker was geweest van de Lac-aux-Dames - dat nu sinds ‘Dieppe’ omgevormd werd tot ‘Stützpunkt’ in de defensieperimeter van de kustbatterij - en er in de catacomben onder het zwembad alle verborgen hoeken en kanten kende, werd het Friseurtje plots één oor!

Verborgen hoeken en kanten, zei hij ? Onvindbaar voor een buitenstaander ? En grote ruimtes ? Konden er een paar man een tijdje in schuilen ? Interessant zeg !

En Briek kreeg als uitsmijter zo'’n flinke walm reukwater over zijn kortgeknipte kop gespoten dat zijn vrouw Yvonne hem heel de avond achterdochtig bleef beloeren :"” Ge stinkt naar de hoeren, Boontje ! Opgelet hé vader ! Als er hier een varkentje gewassen moet worden zal IK dat wel doen, verstaan !"”

 

Jupp kon zijn '‘levensverzekering'’ zonder problemen geplaatst krijgen bij zijn vriend Ferdi, die de gesloten omslag zwijgend aanvaardde en zelfs geen bijkomende vragen stelde...Met het tweede exemplaar, dat hij bij Marie in bewaring wilde geven, ging het niet zo vlot. Hoezo, wat bedoelde hij met ‘verdwijnen’ ? En met dat pompeuze "‘slachtoffer van een aanslag’" ? En wat heeft Paul Hasard daarmee te maken ? En was zijzelf ook in gevaar ? En Leon?...

"“ In wat voor nesten hebt ge u nu weer gestoken ?! Als ik er het fijne niet van mag weten, moet ge maar een andere zot vinden om mee te spelen, verstaan ?!"”

Tenslotte was hij wel verplicht haar vaag uit te leggen dat hij haar vriend Paul gesnapt had bij een Duits-vijandige handeling, waarschijnlijk in opdracht van de verdwenen Herr Jean Peerdepoot...En dat Jupp in deze omslag alles over dat clubje had genoteerd. Indien hem iets mocht overkomen, moest ze die brief zonder verder commentaar aan de Dicke Pappie bezorgen. Hoe minder ze daar verder over wist, hoe veiliger het voor haar was. En het was van cruciaal belang dat niemand wist dat zij deze brief in bewaring had, goed begrepen ?...

   

Die zondag in Oostende deed Marie twee rare ontdekkingen. Toen Jupp haar op een ijsje trakteerde in de gekende crèmerie van de Wittenonnenstraat, zag ze voor het eerst dat de uitstalramen van de juweliersboetiek aan de overkant binnenin met kranten waren afgeschermd. Het luik voor de ingangsdeur was met een paar planken dichtgenageld en overplakt met verweerde anti-joodse propaganda, wat er op wees dat het pand al een tijdje leeg stond...

Het dienstertje van het ijssalon was blijkbaar geïmponeerd door de Duitse onderofficier en kon niets zinnigs uitbrengen. Maar de bazin wist, na wat aandringen, Marie te vertellen dat die ‘Madam Rachèle’ waarschijnlijk naar Brussel was moeten verhuizen...Zéker weet ze het niet, maar "ge verstaat dat wel hé: Rachèle is toch geen echte Vlaamse naam... Surtout, haar man zaliger, die al een paar jaar geleden gestorven is, dien heette Polak, verstaat ge...”"

"“ Een Pool ?”" vroeg Marie onnozel weg.

"“ Mais non...Un Juif, tu comprends ? " fluisterde ze met een wantrouwige blik in de richting van Jupp. "“ Un Juif, et ça c’'est quand’même dangereux aujourd’hui n'’est ce pas... »

« En zij, was zij ook...heu zo...?"”

"“Dat peins ik niet...Zij heette Mortier of Coulier, en daarvan zijn er toch veel hier in de stad: Allemaal goede Vlamingen dat ik weet...Maar de Feldgendarmen hebben haar weggepest, wegens haar vent-zaliger en een oude klacht van de Marine, peins ik..."” 

 

De tweede verrassing beleefde Marie die zondag in hun rendez-voushotel, toen Jupp er op stond haar buik helemaal kaal te scheren ! Mes en kwispel had hij op zak, dus ging hij niet over één nacht ijs! Een jeugdtrauma, waarschijnlijk, juist nu Marie zo'’n moeite had gedaan om zich met het potje crème van Hussak "overal" te blonderen... Zijzelf vond het nogal een koude bedoening, maar god, als hij het zo leuker vond: voor haar niet gelaten !     

Nadien was het zijn beurt om raar op te kijken toen Marie hem, tussen de bedrijven door, vertelde wat Hussak haar bij haar laatste watergolf gevraagd had. De oude leerboeken ‘Engels’ van Joseph, toen die nog school liep in ’'t Atheneum van Oostende ? Wat zou die idioot dààrmee moeten aanvangen, verdomme ! En Engels nog wel !... Daar moest hij het fijne van weten!

 

Zijn Friseurtje had zich blijkbaar aan deze achterdochtige charge van zijn chef verwacht, want hij legde heel rustig uit dat hij, zoals àlle Tsjechische studenten-middelbaar voor de oorlog, intensief Engelse les had gekregen en het ook nog wel een beetje sprak. Maar na tien jaar zat daar natuurlijk wel een spatje roest op, hé, en vandaar...

"“ Maar wat wil je hier nu in godsnaam met Engels aanvangen, als je nog niet eens deftig Duits kunt spreken verdomme ?!"”

"“ Omdat ik hoorde dat de Duitse overwinnaars in ‘Dieppe’ heel veel last hebben gehad om de krijgsgevangen Canadezen te ondervragen, Chef ! Als die idioten vroeg of laat hier ook een landing willen wagen, zou het uitmelken van de krijgsgevangenen al heel wat vlotter verlopen indien wij met een paar man dezelfde taal spraken, nietwaar Chef ,als ge toestaat natuurlijk ,hé Chef ?"” 

"“ Hoezo, met een paar man ?"”

"“ Wel ja, als ik toch de leerboeken vind om mijn oude kennis op te poetsen, kan ik evengoed mijn streekgenoten daarvan laten meegenieten hé ! Die hebben vroeger net zoals ik Engelse les gekregen op school en hebben waarschijnlijk dezelfde latente kennis als ik over gehouden...Dan gaat deze opfrissing in één moeite door ! Klassikale ‘Kultur’ als het ware, hé Chef ! En u gaat toch over de ‘Culturele Opleiding van de Soldaat’ hé Chef ?!...Een cursus Engels naast de reeds bestaande kringen die zich in hun vrije tijd met muziek, literatuur, geschiedenis en modelbouw bezig houden: dat zou toch niet misstaan ?"

"”Bon, als het voor de ‘Kultur’ is, vooruit dan maar...”  Engels, je weet nooit waarvoor dat misschien nog kan dienen."

Daarop werd de kamer boven het kapsalon door Hussaks vrienden fluks omgetoverd tot klas-en-clublokaal met een zwart bord en een paar bakken bier waar ook de Friseur zijn profijtje op nam...‘Kultur’ is tenslotte niet noodzakelijk het monopolie van armoedzaaiers, hé... 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 228

B58: DODE TIJ...

            Westende, Oktober 1942.

Jetje wist dat Leon al een hele tijd op iets liep te broeden, maar ze vond dat hij er zelf maar mee voor de pinnen moest komen. En toen ze op een avond samen het laatste kattebelletje van Joseph over zijn frontinzet voor Leningrad ontcijferden, kwam het er eindelijk uit.

"“ Tante Jetje, wat peinst ge, zou ik dat niet beter eens aan de Jupp vragen, van die Bohemers?" ”

"“ Hoe, wat, Bohemers? !..."”

"“ Wel ja: dat onze bompa van tien-negen een Bohemer was... Lijk dat de nonnen van Veurne zeggen...”"

"“ Zeggen die dat? Contraire! Mij hebben ze altijd verteld ,met de complimenten van den Bisschop ,dat die Bohemers officieel just niks te maken hadden met de geboorte van den Dis. Ulle pa is te vinden gelegd in '’t portiek van het klooster, maar niemand weet door wie ! Méér daarvan hebt ge 't raden... En mijn gedacht kan de Jupp daar geen klaarte in brengen ! Dus houde beter over heel dat gezever van bohemers je mond dicht ! "”

"“ Maar enfin Jetje ! Draait niet rond de pot ! Iedereen weet dat het Bohemerwijf in de kloosterhof van Veurne een tweeling heeft gekregen alvorens dood te bloeien, en dat de nonnen '’s morgens maar één kind meer tussen haar rokken vonden...Ge moet niet voor schoolmeester leren om te verstaan dat het eerstgeboren kind -– onze pa - te vinden werd gelegd door de echte vader: ook een Bohemer die op z'’n vlucht door de portierster werd herkend !" ”

Jetje haalde vermoeid de schouders op :"” Allemaal praat voor de vaak, zonder het minste bewijs... Maar ik herhaal nog een keer mijn vraag: wat heeft de Jupp daar verdimme mee te maken? !”"

"“ Wel, als Duitser weet die van tien-negen min of meer wat ze met de Bohemers van plan zijn ! Nu dat ze de Joden naar werkkampen in Polen sturen, en ook niet veel van Bohemers moeten hebben, zou het toch interessant zijn te weten wat ze met die mensen gaan aanvangen. Vooral door het getetter in '‘t dorp dat ons pa in feite ook zo’'n Bohemer was, en dus ik en Joseph van '‘s gelijke ! Of dan toch halvelings...En dat ik morgen misschien ook naar Polen zal moeten gaan werken..."”

"“ Leon, houd op met dien zever ! De Dicke Pappie waar gij nu voor werkt zal nooit toelaten dat gij met zo'’n vage roddel uit dat nonnenklooster wordt lastig gevallen ! Uw familie staat bij den Duits té goed bekend om zoiets te moeten vrezen. En moest er toch een ambetanterik u daarover komen ondervragen, zal de Jupp die wel rap een schop onder z'’n gat geven ! ...Gij, een Bohemer ! Waar zijt ge dat nu weer gaan halen ? !"”

"“ Wel...'’t Is maar dat de Pylieser graag zou hebben dat ik weer voor hem zou gaan varen... Op den ouden ‘Astrid’ hé, terwijl hijzelf zou schipperen op zijn nieuwe boot, de ‘Stéphanie’...Maar '‘k vraag mij af of het niet veiliger zou zijn, met het oog op dat werken in Polen, van voort te blijven werken voor de Kommandantur... Als ze ambetant beginnen doen om mij op te eisen voor Polen, dan zal Pappie mij stukken beter kunnen verdedigen dan schipper Gerard, peins ik... Wat gij, tante Jetje ? ...”"

  Als ge het korte kattebelletje van Joseph kon ontcijferen, bleek daar alvast niet direct uit dat de Russische verdedigers van Leningrad zich rap gingen overgeven... Akkoord, wat hij schreef was oud nieuws van een maand geleden, maar hij liet wel verstaan dat het Legioen praktisch dagelijks ààngevallen werd door het ingesloten garnizoen van de miljoenenstad, en niet omgekeerd ! Als ze hem mochten geloven beleefden hij en zijn makkers in die modderige tranchées net zo'’n verschrikkelijke drama'’s als de Belgische soldaten destijds in 14-18 in de ‘Dodengang’ aan de Ijzer ! Als Nadientje dàt moest horen zou ze wel verplicht zijn haar huwelijksplannen op een lager pitje te zetten ! En Stance Berkenout, die wat verderop in de Bassevillestraat woonde, had van haar tweeling in het Legioen al even bedrukt nieuws gekregen...Volgens die gastjes schreven zouden de Vlamingen uit een tamelijk rustige frontsector in de ring rond Leningrad verder naar het oosten moeten schuiven om daar de geleden verliezen op te vullen. En zo hoorden ze méér geruchten dat de fut bij de Duitsers er ver uit was.

In feite was zowat overal de hoerastemming over een nakend oorlogseinde aan het wegzakken. Over de voorspelde ‘Duitse stormloop’ naar de Wolga, de ‘Blitzkrieg’ in de Oekraïne, werd niet  meer gesproken... En alles wat de mensen nog opvingen over de verovering van het reusachtig industrieel complex Stalingrad, ging over ‘bloedig lijf-aan-lijfgevechten’ rond de reeds lang totaal vernietigde vleugel van een tractorenfabriek, steeds dezelfde...Het front stond er frustrerend stil... De Duitse vloedgolf was uitgeraasd, zou je zeggen... Ook de brandende olievelden van de Kaukasus waren blijkbaar geen voortzetting van dat offensief meer waard... Het leek wel of de overstroming van Rusland door Hitlers legioenen het hoogste dode tij had bereikt  en op deze uiterste grens nog even zou blijven klotsen, om dan langzaam maar zeker terug te trekken... Een Duitse bliksemoverwinning aan het Oostfront konden ze vergeten, temeer dat er weer een winter voor de deur stond... Al goed dat Joseph schreef over warme winterkleding die ze gingen ontvangen. Na de desastreuze slag voor Moskou, vorige winter schenen de Duitsers hun lesje wel geleerd te hebben...

Ook in Noord-Afrika scheen de geestdrift er een beetje uit te gaan, al waren de mensen het gewoon dat het front daar na een stilstand plots honderden kilometers opschoof, om dan weer weken te bevriezen, bij wijze van spreken... Dus daar was voor Rommels Afrikakorps nog alles mogelijk, met het Suezkanaal op slechts één dag rijden. Al sprak de Engelse radiopost voor het eerst over ‘onneembare vestingen’ in deze smalle zandstrook langs de kust: daar zou "de ‘Woestijnvos"’ zeker zijn tanden op stukbijten ! Wat de oorlog verdomme wéér voor minstens een jaar kon verlengen...

Kwam daarbij dat de Amerikaanse vliegers in klaarlichte dag half Rijsel in puin hadden gesmeten ! Dat kont ge natuurlijk verwachten als ge een bende geschifte negers in zo’'n zwaar machien zette ! Die zwarte gangsters vermoordden op deze manier gewetenloos in één klap over de driehonderd ‘bevriende’ burgers ! Stomme klootzakken: ze moesten toch weten dat ze zo niet veel vrienden gingen bijmaken hé !... En waarom in godsnaam Rijsel ? Voor ’'t zelfde geld kon hun volgende slachtoffer wel Brugge zijn ! Of nog te zwijgen van Kortrijk, Gent of Antwerpen ! Want naar ’'t schijnt hadden die zwarte cultuurbarbaren geen flauw idee over wat ze hier aanrichtten ! Ze vliegen recht naar een punt op de kaart en trekken gewoon hun schuif open, zonder benul van wat zij aanrichten met hun honderden bommen van samen minstens vijftig ton ! Waanzin ! En natuurlijk zonder één Duitser te treffen !...

 Ook voor de ‘Zwarthemden’ van het VNV kwam heel onverwacht een einde aan hun groei: de plotse dood van hun vurige Leider Staf De Clercq sloeg in als een bliksemschicht ! En in zijn plaats zou er een ongekende prof het stuur overnemen: dokter Elias... Een babbelaar op de plaats van een krijger, een diplomaat die een soldaat vervangt... Een teken aan de wand !

In dit wazige klimaat, waarin niets nog scheen te lukken, verloor iedereen zijn moeizaam opgebouwde zekerheden. De Duitsers leken op het toppunt van hun macht te staan en toch te twijfelen... Ze heersten over Europa van de Noordkaap tot de Pyreneeën en van de Atlantik tot de Noord-Afrikaanse stranden, maar toch gaven hun vijanden het niet op ! Dachten die nog een kans te hebben, misschien, omdat de Mof bij dit sinister pokerspel zijn hand overboden had ? Of lieten zij de zaak liever verrotten en hoopten zij dat de reus op lemen voeten wel vanzelf zou instorten zoals in ‘Gullivers Reizen’? Misschien onder de aanhoudende speldenprikken van massabombardementen op cultuursteden, die nochtans enkel de "bevriende" burgerbevolking troffen. En waarbij niemand in de bezette gebieden nog zeker was van zijn leven, en gelijk wie, in volle willekeur, binnen de paar minuten alle gave en goed kwijt kon raken !

Echt om er het noorden bij te verliezen!

 Wie daar schijnbaar niet de minste last van had was Hussak, het Friseurtje ! Wat er in de wereld ook aan drama'’s gebeurde leek hem niet in het minst te interesseren, zolang hij zijn eigen nestje maar verder kon uitbouwen. Die gladde aal had door zijn opgewekte zorgeloosheid iedereen voor zich ingenomen, zijn baas Jupp nog het meest...Zijn kwebbel stond nooit stil, en zo haalde hij moeiteloos bij iedereen de pieren uit de neus. Hij had het nooit over de wisselvalligheden van de oorlog en praatte al zijn klanten naar de mond, maar leek na elke knipbeurt zijn mentale steekkaartenbak aan te vullen. Met Jupp had hij een soort zwijgende overeenkomst afgesloten om alle geruchten die hij kon opvissen aan hem door te spelen in ruil voor hints die het commando onofficieel onder de troep wilde verspreiden zonder de schokgolf van een '‘Bekantmachung’'...

Al wilde de man het niet zo gezegd hebben : heel zijn systeem steunde op ‘Voor-wat-hoort-wat’...Toen Marie liet verstaan dat ze wel graag een ietsje warmere kleur blond wilde proberen, siste hij twijfelend tussen zijn tanden: ” Schwer-schwer, liebe Dame ! ” Zo eenvoudig als zij het voorstelde zou dat zéker niet gaan...

Marie had zoal iets voelen aankomen, toen de Figaro bij de laatste ‘Wasserwelle’ steeds maar stond te vissen naar de talen die een student van de ‘Mittelschule’ hier te verwerken kreeg: Frans, Duits, Engels? Nou-nou ! Die Vlaamse jongens moesten op die manier geen schrik hebben van de vreemde toeristen, hé ! ...En daarbovenop nog aan zelfstudie deden met een cursus Assimil op fonoplaten,hé ! Waar hij dàt gehaald had kon Marie wel raden: van Leon natuurlijk ! Die had het blijkbaar nodig gevonden over de koffergramofoon en de platencollectie van Arthur Birnbaum te zwetsen ! Maar toen Hussak over deze heiligdommen van Joseph begon sloeg ze dicht, en Hussak was te glad om nog verder aan te dringen...Hij zou het vast langs een omweg proberen...

Marie was dan ook niet verwonderd toen Jupp haar op een avond plots vroeg of zij die oude fonoplaten met negermuziek van Joseph nog langer wilde bewaren. Nu ze bij hoog en bij laag beweerde ‘dien onnozele kloot’ uit haar leven geschrapt te hebben, kon ze misschien Hussak een plezier doen door hem Josephs cursus Assimil-Engels uit te lenen. Die kwibus scheen daar heel erg op uit te zijn...En wegens diens experimenten met z’'n haarkleuringen kon je de man beter te vriend houden als je niet plots met een groene haardos wilde rondlopen...

Nou, in godsnaam dan maar: Jupp moest samen met Leon maar eens in de rommel van Joseph kijken of die iets konden vinden dat oorsprongkelijk aan zijn joodse vriendje had toebehoord. Zij was niet van plan haar handen daaraan vuil te maken !

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten