Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 374

D09. WRAAKLUST EN GOUDKOORTS.

 

                     Sinte-Kruis, lente '46.

Het interneringskamp van Sinte-Kruis bij Brugge leek op geen énkel 'Lager' dat hij in zijn vroegere militaire loopbaan had gekend. Nochtans over het leven in barakken moesten ze hem niets meer vertellen ! Toen hij als jonge rekruut van het 'Vlaams Legioen' zijn opleiding kreeg in het reusachtige Poolse legerkamp van Debica, of in Arys in Oost-Pruisen, of nadien in die twee ijskoude Letse legeroefenplaatsen: nooit had hij de beklemming gevoeld die hem hier naar de keel greep. Ondanks de moordende tucht die er toén aan het Oostfront heerste, had hij zich altijd door het groepsverband min of meer geborgen gevoeld, aan het handje geleid en beschut...En alhoewel hij destijds geen voet scheef kon zetten zonder door een instructeur bars tot de orde te worden geroepen, was hem van die àndere kampen steeds een vredige gevoel bijgebleven door de eindeloze vrije natuur rondom, de ruisende bossen, de blonde duinen en de purperen hei...Stomme romantiek, besefte hij nu, dàt wel...

Hier in Sinte-Kruis integendeel keek je overal op prikkeldraad en hoge grauwe baksteenmuren. En énkel de afgebladderde camouflageverf op de dertig houten barakken en de oude stenen gebouwen van de administratie kon met veel goede wil de illusie verwekken van een groen decor...Zelfs grassprietjes waren er niet meer te vinden: naar men zei allemaal opgevreten door de gevangenen tijdens de eerste hongerwinter...Maar aangezien hij bij zijn 'entrée' nu wél een gedeukte soldatengamel gekregen had, bood dat toch een vooruitzicht op gratis eten...En daar bovenop gaven ze hem ook nog een slaapplaats: nummer 36 in 'barak 7'...Wat hem van mens kortweg omtoverde tot 'numéro 736', aangezien hier alles rond cijfers en getallen draaide...En dan nog dikwijls in het "Frans"..."Sette trant sies !"

Maar buiten eten en onderdak stond hij voor zijn verdere overleving volledig op eigen wankele benen. Bij wijze van spreken toch ,want hij hàd er tenslotte maar één meer over...Langs de kant van de pensiongasten was er geen enkel groepsverband dat hem opving, om van enige óntvangst nog te zwijgen...Hij kwam bij een massa gore en slonzige individuen terecht, uitgeteerde navelstaarders die énkel wanhopig bezig waren met hun eigen onzeker toekomst en triestige lot.

Voor de 'collega's' was iedere nieuwkomer enkel interessant als bron van vers nieuws uit de buitenwereld. Maar aangezien hij, na een jarenlang verblijf in de verre vreemde, enkel een paar dagen geleden terug in België was aangeland, zakte zijn nieuwswaarde al meteen onder nul ! Erger nog: hij moest verdomme hiér vernemen dat de Ijzertoren onlangs voor de tweede maal ongestraft gedynamieteerd werd door de superpatriotten ! En dat die nog geen maand geleden ook dokter Borms hadden gefusilleerd: een zieke oude man, vastgebonden op een stoel...Geconfronteerd met zoveel bloeddorst kreeg zelfs het kleine grut hiervan koude rillingen op de rug. Als 'Brussel' zelfs voor een verachtelijke moord op een tandeloze Vlaamse leeuw niet meer terugschrok, dan moest de kleine garnaal vanwege de procureur ook op niet veel mededogen hopen.

Het duurde een paar dagen voor hij zich aan het ritme en de geest van het kampleven had aangepast. En voor het eerst in zijn bewogen jeugd drong het tot hem door dat hij écht 'gevangen' zat, niét in het web van een geordende en geroutineerde staatsjustitie ,maar overgeleverd aan de machtsgeile willekeur van een bende losgeslagen debielen...Die gelegenheidsbewakers waren er blijkbaar énkel op uit hun korte machtspositie zo rap mogelijk te verzilveren ! Want énkel de geinterneerden-met-centen konden al eens een "faveurke" afkopen ,soms openlijk ,soms sluiks via hun advocaat...Maar làng kon dat grapje niet meer duren. Immers, in de buitenwereld groeide, ondanks het overheersende hoera-patriottisme, langzaam de kritiek van eerlijke burgers, die het corrupt geknoei van 'de justice' in de kampen aan de grote klok durfden te hangen...

Jammer genoeg hadden deze verdedigers met hun kritiek geen poot om op te staan, aangezien de geïnterneerden opgesloten zaten in een volledig gerechtelijk vacuüm. Tegen de meesten die destijds door de straatrepressie waren opgepakt moest het dossier met de aanklacht nog worden opgemaakt. Velen waren nog niet eens officieel in verdenking gesteld, laat staan dat een onderzoeksrechter hun 'geval' al eens van dichtbij had bekeken...Maar ondertussen zaten ze wél al bijna twee jaar in het kamp opgesloten ,in "verzekerde bewaring" zogezegd :of "Schützhaft" ,zoals ze dat over de Rijn noemden ! Af en toe werd er wel eens een gelukzak 'gelost', zó maar, door voorspraak van een dorpspotentaat of sluiks vrijgekocht door zijn rijke familie tegen een flinke 'borgsom'...Maar het gros wachtte lijdzaam af wat de dag van morgen zou kunnen brengen...En veel goeds verwachtten zij meestal niet.

Joseph kreeg moeilijk contact met zijn mede-geïnterneerden, omdat niemand wist hoe diep hij in de stront zat, en men er niet op uit was om voor de vriend van een mogelijke massamoordenaar door te gaan ! Wél kwam hij na een discrete benadering van zijn buurman - nummer 734 - te weten dat hij best zo vlug mogelijk een advocaat moest vinden, maar dan enkel één "die-hij-kon-vertrouwen" ! Wat hij begot daarmee bedoelde ?...Wel, liefst niét zo één die in het kamp klanten kwam ronselen, hé ! Want zohaast je zo'n boef je dossier had toevertrouwd en je handje-contantje zijn mooie voorschot had betaald, hoorde je meestal de eerste paar maanden niéts meer van die oplichter !

Maar hoé Joseph in godsnaam contact kon krijgen met zo'n "betrouwbare" verdediger, wist 734 hem ook niet te vertellen...Die van hém trok in elk geval op niéts, want de laatste maanden leek dat heerschap wel van de aardbodem verdwenen ! Die gasten proberen zoveel mogelijk dossiers te groeperen om maar éénmaal de verplaatsing naar de griffie te moeten doen, en ook te trachten die 'zaken' samen voor de krijgsraad te pleiten. Maar op dié manier verdween je in de eenheidssoep en was er van een persoonlijke verdediging hoe dan ook geen sprake meer !

Doch na nóg een week vruchteloos piekeren, leek de Heilige Voorzienigheid zijn probleem te willen oplossen. Of beter gezegd mevrouw Georgette Neuville. Jetje dus... Want op een regenachtige morgen kreeg hij - "numéro 736" - bij het éérste appel de opdracht om stipt tien uur in de 'parloir' zijn advocaat te spreken ! Van alteratie wilde hij al luidop reageren dat hij zo'n geldwolf niet besteld had ! Maar zijn buurman '734' legde hem het zwijgen op: beter éérst eens gaan luisteren wat die kwibus kwam vertellen...Als het zo'n dossierronselaar bleek te zijn, kon Joseph nog altijd weigeren met het uitvlucht dat zijn naasten al een bevriend verdediger op het oog hadden die zéér binnenkort voeling zou opnemen, niet waar ?...

Joseph was maar half gerustgesteld toen hij, samen met nog een tiental collega's, door een gewapende bewaker de 'parloir' werd ingeduwd: een soort brede gang in het hoofdgebouw...Daar moesten ze eerst een tijdje met het gezicht naar de muur gekeerd staan wachten. Tegen de overliggende muur troonde een vijftal heren in pak, elk aan een apart tafeltje met daarop één of meer dossiers. De zaalwachter riep om beurt het nummer van een gedetineerde af en verdeelde de eerste vijf over de rij tafels. Joseph had geluk: hij mocht meteen naar zijn onbekende 'verdediger' die hem kortaf zei te gaan zitten...

Op 't eerste zicht viel dat ventje hem al héél érg tegen, want inderdaad: méér dan een 'ventje' kon je die stijve student niet noemen. Joseph schatte hem nauwelijks een jaar ouder dan zichzelf: dus waarschijnlijk vérs van de universiteit ! Een melkmuil die pas kwam kijken, daar kon hij moeilijk zijn levenslot aan toevertrouwen, vond hij...

De jongen scheen zijn gedachten te lezen, maar hield zich sterk: " Gij zijt Petré Josephus, ja ?.. .Bon, ik ben meester Florizone, advocaat te Nieuwpoort. Notaris Legein heeft mij aanbevolen bij de juffrouwen Coulier Rachèl en Neuville Georgette om uw verdediging voor de krijgsraad te Brugge te voeren...Eerst weliswaar onder uw schuilnaam van Jean-Marie Peters, maar dié kenden ze hier niet, hé ! Maar na wat persoonlijk speurwerk ontdekte ik dat gij nu in 't echt Petré Josephus heet hé ? Dàt is ook de reden waarom het wat geduurd heeft vóór ik wist wààr ge zat !” Met een scheef glimlachje liet hij verstaan dat hij die valse naamdracht nogal kinderachtig vond...

Joseph ging er niet verder op in want het duizelde hem even: " Heeft mijn tante Jetje u uit eigen beweging gevraagd ?!...Verdomme dat doet deugd zie, te weten dat er dan toch nog iémand op aarde zich mijn miserie aantrekt ! ... Maar dat ook Rachèl mee aan de kar zou geduwd hebben, kan er bij mij maar moeilijk in..."

" Rachèl Coulier ? Dat is toch de secretaresse van Legein hé ? Wel, die zit inderdaad als het ware aan de bron...Ik heb toch begrepen dat zij de notaris heeft ingeschakeld om aan mijn adres te geraken...Bon ! Maar nu terzake: als waarborg op mijn voorlopige honorarium hebben die dames bij mijn vriend de notaris twee Deense goudstukken gedeponeerd, die ons qua kosten al een heel eind op weg zouden helpen, altijd in de veronderstelling natuurlijk dat gij mijn opdracht hier en nu bevestigt en ik van mijn kant uw dossier aanvaard...Wat mij betreft, zie ik geen probleem, daar uw collaboratiedossier volgens mij los staat van de uw eventuele betrokkenheid bij de accidentele dood van de heer Pylieser Gerardus. Uw incivisme is bewezen, maar dat die man verdronk door uw schuld is compleet uit de lucht gegrepen ! Die twee dossiers staan volledig los van elkaar - en niet alleen in oogpunt van tijd - wat een gecumuleerde straf uitsluit. Als ge wilt kan ik dat pleiten...Indien niét, blijven wij even goede vrienden, maar dan eindigt hierbij mijn interventie...Ik heb alle begrip voor uw vrees dat ik te jong zou zijn om door de krijgsraad 'au sérieux' genomen te worden. Maar ik kan u verzekeren dat deze volledig ongegrond is: het winstpercentage van mijn gepleite dossiers ligt even hoog als bij mijn oudere confraters...Daarom stel ik u de vraag: gaan we samen in zee ?"

Als hij Joseph met deze laatste uitspraak had willen overrompelen, was hij alvast hiérbij met superglans geslaagd ! Die haalde puffend zijn schouders op: " Ge zegt het zelf hé...Ge komt zowat uit de blauwe lucht gevallen, en trekt daarenboven langs geen kanten op een serieuze advocaat ! In mijn dromen zag ik meer een typ lijk Jakob Van Artevelde, een reus met grijzende baard en vlammende ogen die driftig met zijn armen zwaait !...En wat krijg ik ?..."

" Een melkmuil: ik weet het ! Maar toen ze mij over een SS-er aanspraken, met drie jaar bloedige strijd aan het Oostfront achter de kiezen en gemutileerd voor 't leven, dacht ik ook op een soort Jan Breydel te vallen: een gewetenloze slachter met een ijzige blik, een vervaarlijke vechtjas vol kappen op zijn smoel ! ... En wat krijg IK ?...Een bleek studentje dat zich wegsteekt achter een stoere rosse stoppelbaard, compleet verloren door wat hem overkomt...Zeg nu zélf: wat moet IK daar verdomme mee aanvangen ?!"

Joseph spotte ontgoocheld: " En dan hebt ge mij nog niet zónder baard gezien ! Da's al helemaal om te blèten ! Maar IK kan als referenties van mijn misdadig leven - en tegen alle uiterlijke schijn van kinderlijke onschuld - een honderd dooie bolsjevisten presenteren...Weliswaar gespreid over duizend dagen Oostfront, maar allee, toch wel een serieuze collectie jachttrofeeën hé ! ...Daarom zou ik willen weten: hoeveel van die opgezette koppen hangen er in ùw bureel aan de muur ?...Met andere woorden: welke referenties heeft uw prille loopbaan al opgeleverd ? Hoeveel tevreden klanten hebt gij al van het vuurpeloton gered ?"

Meester Florizone scheen dat luchtig gescherts wel te kunnen smaken en schudde lachend het hoofd: " Ik werk nog maar sinds oktober van vorig jaar, uitsluitend met incivieken, en dan vooral in het lichtere genre. Maar ook dié zaken slepen maanden aan vooraleer het vonnis valt, waardoor mijn palmares beperkt is tot zestien pleidooien. Met één daarvan heb ik de vrijspraak bekomen, en bij de rest heb ik de eis van het ministerie steeds kunnen afzwakken tot minder dan de helft..."

" Ha ,dat belooft ! Wat krijgt een SS-er lijk ik tegenwoordig ? Gaan ze mij - dank zij u, wel te verstaan ! - maar halfdood meer schieten ?"

Joseph legde zo de zwarte humor er wat érg dik op, waardoor Florizone plots omsloeg: " De standaard-eis voor een Oostfronter zonder complicaties is twintig jaar, voor zover hij in België geen bloed aan de handen heeft...Voor deelname aan Duitse klopjachten op partizanen hier ten lande en zo meer, bedoel ik...Dat is niet uw geval, heb ik begrepen... Maar er is wél sprake dat gij overlaatst - dus lang nà de oorlog ! - betrokken werd bij de accidentele dood van meneer Gerard Pylieser, een grote naam van de weerstand in onze Westhoek. Ze hebben hem pas drie weken geleden onder grote publieke belangstelling en met veel pracht en praal begraven ! Zelfs als ik uw onschuld in casu bewijs, is alleen het vernoemen van zijn naam in ons dossier een zware handicap voor ons. Maar als ze zijn dood als mogelijk gevolg van uw eventuele wraakneming bij het SS-dossier willen voegen - wat ik toch betwijfel, hoor ! - dan zou het wel eens érg kunnen stinken voor ons ! Dat is dan ook de éérste bekommernis van de twee dames die mij de opdracht gaven: zorgen dat het accident van Pylieser geen roet in 't eten van den Oostfronter komt gooien...En ik zie wel een mogelijkheid om dat tot een goed einde te brengen..."

" Maar verdomme: twintig jaar bak ,énkel en alleen voor mijn poging drie jaar aan 't Oostfront te overleven ! Die zijn zeker zot !"

" Zég ,niet flauw doen hé ! De SS heeft daar in Rusland geen drie jaar op z'n gat gezeten ,dat ik weet ! Maar voor de rest geen paniek man ! Die twintig brengen we met de "wet-Lejeune" wel terug tot zeven, misschien acht...En als binnen drie-vier jaar de koorts gezakt is, vragen we de voorlopige vrijheid..."

" Maar zó lang procederen, dat kan ik van mijn leven niet bekostigen ! " deed Joseph wanhopig, meer bedoeld om de geldhonger van het advocaatje te testen. Doch dat viel onverhoopt mee: " Ten eerste ben ik als beginnend pleiter héél goedkoop. En vertrekkend van de voorafbetaalde goudstukken heb ik de dames Coulier en Neuville wat voorgerekend, waardoor zij van mijn kostenschatting niet écht wakker lagen...En ten tweede verwacht ik niét dat uw proces zo lang zal aanslepen, ook al zijn er dan nog een tienduizend wachtenden vóór u...Maar de achterstand door overbelasting op de West-Vlaamse krijgsraden wordt nu rap ingehaald, omdat het aantal "Kamers" ondertussen vertiénvoudigd werd ,waardoor ik hoop nog dit jaar uw zaak te kunnen pleiten...En het beroep zie ik ergens in de lente van volgend jaar afgehandeld worden ,dus valt dat allemaal wel mee...En ten derde is er veel kans dat de 'VZW Berkenkruis', dat de verdediging van Oostfronters steunt, flink tussenkomt in de kosten...Wat denkt ge, steken we van wal ?"

 Joseph knikte gelaten, al bracht de lugubere naam van die 'v.z.w.' hem niet echt op vrolijke gedachten !  BERKENKRUIS'  verdomme, het leek wel of ze hem op een erepark van gesneuvelde Oostfrontstrijders gingen begraven !

 

Florizone had hem beloofd iedere donderdagmorgen even langs te komen, want hij had hier nog drie àndere klanten zitten. Met zijn toezegging tegen volgende week voor zakgeld, briefpapier en wat adressen te zorgen, had hij Joseph écht een hart onder de riem gestoken: de toekomst zag er al wat rooskleuriger uit. En dat hij als doodgeverfde nazisoldenier tóch nog hulp kon verwachten van een Vlaamsgezind steunfonds "Berkenkruis", bracht al aardig wat licht aan het einde van de tunnel...

In afwachting wilde hij in het reine komen met het 'Enigma Rachèl'. Door haar te bedreigen een brief te gaan schrijven naar haar vent Polak, had hij verwacht haar als mogelijke verklikster te kunnen neutraliseren. Tóch nam hij bij zijn arrestatie in Nieuwpoort éérst verkeerdelijk aan dat ZIJ hem verraden had als de SS-er Josephuus Petré. Mis dus :zij zat daar blijkbaar voor niéts tussen. Waarom die Steiner dit verraad uiteindelijk voor ZIJN rekening had genomen, snapte hij voorlopig niet, maar dat waren zorgen voor later ! Dat Rachèl zich blijkbaar tóch aan haar beloofde zwijgplicht had gehouden, wees er op dat zij nog steeds bang was voor zijn brief naar haar echtgenoot...Maar dat zij zelfs Jetje geholpen had bij het zoeken van een geschikte advocaat viel helemaal buiten het kader van zijn chantage met Polak ! Haar plotse spontane medewerking aan zijn verdediging kon volgens Joseph maar één reden hebben: Rachèl (en waarschijnlijk ook Jetje) had er persoonlijk voordeel bij dat zijn dodelijke wraak op Pylieser zo vlug mogelijk in de doofpot zou belanden ! Vraag was dan: wélk persoonlijk voordeel ?!

Hij had in zijn korte leven wel al ondervonden dat de mens bij zijn handelingen in hoofdzaak gedreven werd door vier motieven: liefde, haat, de drang naar rijkdom en de angst om te sterven...Dat Rachèl hem - gezien haar leeftijd - bij zijn verdediging zeker niét ter hulp was gesneld uit hevige liefde of sexuele honger lag nogal voor de hand: haar afkeer van Duitsgezinden zat als een kanker te diep in haar gemartelde lijf uitgezaaid. Maar sinds zij wist dat niét Marie, maar wél Pylieser haar verraden had, kon ze nog moeilijk een haat koesteren tegen de Petré's, en al zéker niet sinds Joseph die vent versmoord had...Het derde motief 'lijfsbehoud', de angst om ten onder te gaan, kon enkel spelen in verband met zijn chantage met 'Polak', haar zogenaamd herrezen echtgenoot , maar kon niet verklaren waarom zij zich plots zo inspande om Joseph wit te wassen in de zaak 'Pylieser'. Want dat zij voor haar leven zou moeten vrezen indien Joseph veroordeeld zou worden voor de dood van die schurk, leek hem compleet uit de lucht gegrepen...Alhoewel ,die show met de flitsende lierenaar voor haar neus ,bij hun eerste ontmoeting in de keuken van Jetje heeft haar misschien die paniekreactie bezorgd ? Nee ,weinig waarschijnlijk...

Bleef dus énkel het vierde motief over: winstbejag..

De zeven dagen die hem scheidden van Florizones volgende bezoek vulde hij met de wildste en meest gedurfde financiële constructies. Dat het schrappen van de moordbeschuldiging op Pylieser de duur van zijn gevangenschap aanzienlijk zou verminderen, lag voor de hand. Vraag was welk geldelijk voordeel de twee dames - en Rachel in het bijzonder - in godsnaam konden puren uit zijn lichtere veroordeling...Of was er misschien een verband met die twee blikken goud die Jupp verborgen had ?...

Plots herinnerde hij zich het gesprek dat hij met Rachèl voerde, juist vóór de moord op Pylieser. Hij had haar laten verstaan dat Jupp hem de juiste bergplaats van haar juwelenstock had aangewezen, en dat hij haar onder bepaalde voorwaarden eventueel wel zou kunnen helpen die schat te recupereren...Maar krek op dat spannende moment was Jetje de keuken ingekomen, terug van haar werk in 'Ons Rustoord', en hadden ze dit onderwerp noodgedwongen laten rusten...Ondertussen had Rachel natuurlijk ook liggen piekeren en een middel gezocht om Joseph over te halen hààr de geheime bergplaats van de juwelen aan te wijzen ! Maar zij was slim genoeg om te begrijpen dat heel haar trucjesdoos vol listen, foefjes en vrouwelijk lokaas totaal waardeloos zou blijven zolang hij buiten haar bereik stevig achter de tralies zat...

Dus begon hij te vermoeden waarom 'de zwarte weduwe' er zo gebrand op was hem zo vlug mogelijk ùit de bak te krijgen ! Dat stuk venijn was er natuurlijk op uit om hem na zijn vrijlating in haar eigen spinnenweb te vangen en met de stock juwelen van haar Oostends winkeltje te gaan lopen !

Al zou dat natuurlijk nog geen ramp zijn :het eigendomsrecht over deze doos moest zij maar uitvechten met haar joodse "echtgenoot" Polak: Jupp had tenslotte die "Schmuck" destijds in nogal dubieuze omstandigheden van haar verkregen om haar vrij te kopen uit de klauwen van de GESTAPO ,en deze transactie was toen mislukt. In hoeverre deze overleden Feldwebel toen haar schenking in rechte had mogen aanvaarden ,als wisselgeld voor haar verhoopte vrijlating ,is een open vraag. In feite bleef "De Schat in de Duinen" waartegen Jupp de 10.000 Reichsmarck van Joseph had omgeruild ,beperkt tot zijn eigen gouden munten in de munitiekist die bedolven lag in de abri van de Petré's !

Hij moest dus serieus uit zijn doppen kijken ! En zoals hij het vroeger zei: " Rijden en omzien, Josefien ! "

Maar dat het Rachèl te doen was om heel wat méér dan een verroest blik vol luizige halssnoeren uit haar boutique ,zou hij pas te weten komen als het vér te laat was...

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 375

              D10  TOUWTREKKEN...

                                                                  Sinte-Kruis, zomer 1946.

Met het zakgeld en het pochètje briefpapier dat zijn verdediger Meester Florizone hem bezorgd had, geraakte Joseph weer wat in contact met de beschaafde wereld buiten de muren van het kamp. Al vond hij de benaming van 'beschaafde wereld' voor de bloeddorstige vaderlandse instanties een zeer bedrieglijk eufemisme ! Binnen het nest angsthazen, waarbij hij nu achter prikkeldraad zat opgesloten, weergalmde elk salvo van een vuurpeloton, van élke terechtstelling wààr ook ten lande, nog weken in de gesprekken luid na...Zoals gisteren, toen bekend werd dat de 16 beulen van Breendonck waren gefusilleerd...Al was dat natuurlijk geen verrassing. Maar het was vooral het doodschieten van illustere onbekenden die ons volkje steeds opnieuw de daver op het lijf joeg. Akkoord, de sadistische concentratiekampwachters die daar jarenlang hun lusten hadden botgevierd, of de grote politieke pieten die door hun collaboratie met Duitsland zo hoog op de ladder van de roem en de welvaart waren opgeklommen: dié hadden tenslotte hun eigen lot gezocht. Dat dié de kogel kregen voor hun 'landverraad': tot daar toe...A la guerre comme à la guerre...

Maar wat had dat onbekénd grut ,waar vroeger nooit over gesproken werd ,wel moeten uitsteken om nu zo berooid en roemloos tegen de muur te eindigen ?... Méér en zwaardere vergrijpen dan wat Joseph en zijn collega's op hun kerfstok hadden ?...Dat hoopte natuurlijk iedereen...Maar aan de àndere kant: véél kon dat nooit geweest zijn, zoniet zou toch iémand van de huidige geïnterneerden één van die sukkelaars tijdens de oorlog gekend moeten hebben...Maar neen, ze waren stuk voor stuk "Inconnu au régiment", en juist dàt was zo beangstigend. Vooral omdat de bloeddorst van Justitie blijkbaar nog làng niet was gelest: nog dagelijks werden mensen ter dood veroordeeld. Zoals vorige week professor Daels, de kankerspecialist die beloofd had de medische dienst van het Vlaams Legioen te leiden, maar nadien zijn kat stuurde...Josephs overbuur, 'Nummer 783', wist van zijn advocaat dat de teller sinds twee jaar nu al op méér dan 2000 doodvonnissen stond, en dat er evenveel al levenslang hadden gekregen...

Al deze geruchten waren dus niet van aard om de angstige spanning bij Joseph veel af te zwakken. Maar de week daarop bracht het bezoek van zijn advocaat, meester Florizone, toch wat soelaas. Volgens hem had de minister van Justitie een omzendbrief verstuurd naar de krijgsraden om 'militaire collaboratie' en 'wapendracht-in-het-buitenland" veel bedachtzamer en met de nodige nuance te beoordelen. Zéker als dit wapengeweld nooit tegen onze eigen landgenoten werd bedreven...

" Wat wil dat zeggen, in praktijk ? Voor mij ?..." vroeg Joseph.

" Wel, in uw geval, dat tien jaar ongeveer het maximum wordt, en de eis zelfs tot vijf jaar kan zakken ! En aangezien uw proces waarschijnlijk pas binnen een jaar zal voorkomen, moogt gij u nog aan minder verwachten, want de procureurs worden mét de dag vergevensgezinder. Deelt dat met de "Wet-Lejeune" nog eens door twee ,en binnen twee-drie jaar zijt ge vrij ! Dàt natuurlijk in de veronderstelling dat we de zaak 'Pylieser' volledig van uw SS-dossier kunnen loskoppelen, of het - zelfs nog béter - helemaal in de doofpot kunnen krijgen ! Maar op dàt gebied staan de twee getuigen van het dodelijk accident met Pylieser - t'is te zeggen de heer Steiner en veldwachter Calcoen - ons toch lelijk in de weg..."

" Zitten die dan nog altijd op mijn kap ?! Ik heb die mannen toch niks misdaan ! Ik zou dan wél eens willen weten waaróm en waarvàn ze mij mordicus willen beschuldigen, terwijl het toch grotendeels hùn eigen schuld was dat Pylieser verzoop ! Dat kan Jetje toch getuigen ?! En zou het niet mogelijk zijn die twee zatlappen het zwijgen op te leggen door hen met van alles af te dreigen ?"

" Ja, zoals ?" vroeg Florizone zuinig. Het chanteren van getuigen scheen te botsen met zijn jeugdige idealen. " Wat is me dàt ! Ik zijn toch geen advocaat van de maffia ,dat ik weet !

" Wel, Steiner bij voorbeeld ,de vent die mij verraden heeft ,beter gekend onder zijn schuilnaam Ustinov ! Een Kozak die ook ,juist als ik ,met de Duitsers heeft meegevochten ! Die zoudt ge al het zwijgen kunnen opleggen met de dubbele moord op zijn medevluchters tijdens zijn desertie in de zomer van '44 ! Hij was zonder twijfel de dader of de mededader van dat bloedbad in 'Villa Sybaris' ! En waren zijn slachtoffers Duitse soldaten geweest, zoudt ge nog zeggen: tot dààr toe : 't is oorlog voor iedereen...Maar het waren beiden Tsjechische staatsburgers die hij koelbloedig in de villa 'Sybaris' heeft vermoord, dus in feite vrienden van de geallieerden...En had hij dat in militaire dienst gedaan, dan kon dat nog onder de calamiteiten van de krijgsverrichtingen vallen. Maar hij pleegde die misdaden in burgerkleren tijdens zijn desertie om zijn vlucht te dekken, en was dus niét beschermd door het uniform of het oorlogsrecht ! "

" Ge gaat mij toch niet vertellen dat het gerecht die moorden op deze Tsjechse deserteurs nooit onderzocht heeft hé ?"

" Nooit, meester ! De Duitse Feldgendarmerie misschien wél ,maar de Belse justies noóit van ze leven ! Want bij de bevrijding bleek de moordenaar Steiner-Ustinov plots een kopstuk van de plaatselijke weerstand te zijn en werd dat bloedbad in 'Villa Sybaris' rap-rap als een 'verzetsdaad tegen de vijand' geklasseerd, zonder te zeuren of die vermoorde Tsjechen wel écht de vijand wàren ! ...Als ge nu Steiner er mee zoudt bedreigen dat ge de families van die vermoorde deserteurs gaat overhalen om hem een proces aan te doen, dan houdt hij zijn bek wel ! ...Idem-dito voor de garde: Calcoen is gedurende heel de bezetting het loopjongetje geweest van Oberfeldwebel Heydrich, zeg maar de politieofficier van de batterij ! Hij moest vooral op diens aanwijzing de dorpelingen beteugelen die het in de café's aan de stok hadden gekregen met de Duitse soldaten...En als ge de garde laat verstaan dat dit optreden in feite 'vrijwillige medewerking met de vijand' betekent, dan zal ook Cyriel wel zijn staart intrekken ! "

" Vergeet het ! Tijdens het proces ga ik daar nooit de tijd voor krijgen ! Daarbij, hoe langer ik zo'n zitting rek, hoe slechter het humeur van de rechter wordt ! "

" Natuurlijk ! " beaamde Joseph: " Op het proces zélf is het daarvoor al veel te laat ! Ge moet die twee zatlappen nog tijdens het vóóronderzoek daarmee chanteren, zodat ze hun klacht op tijd inslikken ! Noemt het voor mijn part 'lastige getuigen weren'...Of stond dat soms niet in uw cursus ?...Ik ga u toch uw job niet leren, hé meester ! "

Florizone was niet erg opgezet met deze uitval:

" Getuigen afdreigen doe ik niet, meneer Petré ! Dàt zijn maffia-praktijken !... Ik richt mijn pijlen op de aanklager: dat haalt meer uit. Daarom: tegen mijn bezoek van volgende week moet gij mij een lijst geven van alle gerechtelijke misstappen die Pylieser volgens u ooit beging, misstappen die ervoor zorgden dat hij zo slecht gezien was bij veel dorpelingen in het algemeen, én bij u in het bijzonder...Voor oorlogswoeker en handel met de vijand bij voorbeeld...Of onzedelijke praktijken...openbare zedenschennis en veelwijverij !Misstappen die zogezegd een held van de weerstand onwaardig zijn...Daar kan ik bij de procureur misschien méér mee aanvangen, dan met wat modder te gooien naar twee zatlappen ! Hoe meer vuile details hoe liever ! En als het kan ook de getuigen vermelden, want ànders klasseert de onderzoeksrechter dat als achterklap en flauwe kul !

Joseph schuddebolde ongeduldig :" Mag ik ook de móórden vermelden die Steiner beging ? Op mijn vader, mijn moeder en mijn broer ? En de verklikkingen aan den Duits van zogenaamde 'goede vaderlanders', telt dat ook ? Jetje en Rachèl, u beter bekend als uw opdrachtgeefsters Neuville en Coulier, kunnen er van meespreken en zullen u zelfs nog meer details kunnen geven dan ik ! En als ge Steiner en de garde wat steviger aanpakt dan ge van plan waart, zult ge nogal verschieten wat die allemaal kunnen vertellen over de zogenaamde misstappen van Pylieser ! Waarom denkt ge ànders dat ze hem hebben verzopen lijk een schurftige hond, daar in dien bomtrechter ?!"

" Mijn opdrachtgeefsters hebben mij over deze scabreuze aspecten nooit gesproken...Moorden en verklikkingen ?...Maar zelfs dàn zal het niet gemakkelijk gaan om van al die verzetshelden plots ordinaire boeven te maken hé ! "

" Het is nochtans zó voor veel van hen ! En aangezien gij het proces maar verwacht tegen volgende lente, hebt ge al den tijd om vooràf die gasten onder druk te zetten, zodat er geen 'proces Pylieser' van komt ! Het zijn alle twee lafaards ,die dachten dat accident bij de bomtrechter zonder veel risico in de schoenen te kunnen schuiven van een onbekende zwerver, lijk ik hé ! Maar die twee zijn niet weinig verschoten toen ze te weten kwamen wie ik in werkelijkheid was: een soort wreker uit het verleden die uit zijn assen opstaat en met een vlammend zwaard recht zal zoeken tot de onderste steen boven komt !”

Joseph schoot zélf in een lach om de bombastische beeldspraak die hij uitkraamde, maar vervolgde dan wat rustiger: ” Nu ik zéker weet dat ze mij achter mijn proces niét gaan doodschieten, maar dat ik na hoogstens vijf jaar weer vrij zal zijn, heb ik ruim de tijd om mijn wraak voor te bereiden...Want IK zijn wél van de maffia ! Die twee vieze Charels kunnen dus best niét met hun valse getuigenissen tegen mijn kar rijden, maar er in tegendeel beter voor zorgen dat de stinkende zaak over het verzuipen van Pylieser nù rap en stil in de doofpot verdwijnt. Als ge hen met uw chantage een eervolle uitweg aanbiedt, zullen ze rap eieren voor hun geld kiezen ! Want als ik bij mijn vrijlating in dat strontpotje moet gaan roeren, zullen een paar van die zogenaamde helden van de Weerstand er lelijk besmeurd uitkomen ! "

Florizone had zijn uitleg met stijgende interesse gevolgd, en knikte tenslotte instemmend: " Ik denk dat ik deze week eens met mijn dames ga klappen voor wat meer uitleg...En als de verwikkelingen rond de persoon van Pylieser inderdaad zo belastend blijken als u zegt, dan ga ik onze twee leugenaars inderdaad eens voor de keus zetten: voort liegen tot ze barsten met als gevolg dat ik ze op het proces te schande maak, of héél discreet lang vóór het proces hun klacht intrekken en braaf op de tribune blijven zitten. Want waarschijnlijk zal de hogere leiding van de Weerstand er ook niet op uit zijn om hun zopas gelauwerde held Pylieser ineens van zijn voetstuk te zien donderen als smerige verklikker... Hun zogezegde Vaderlandsliefde mag in oorlogstijd geen dekmantel zijn voor het plegen van misdaden !"

De bel rinkelde onnodig hard: einde van het bezoek ! Joseph stond stijf op: " Bon ! Volgende week hebt ge uw lijst ! En, meester, probeer ook eens te achterhalen wat er met burgemeester Engelborghs aan de hand is...Met dié vent heb ik ook nog een eitje te pellen ! ..."

" Ha ja ?...Hou dan bij uw plannen rekening dat de gemeente Westende die bomtrechter waar Pylieser in verdronk aan het opvullen is hé ! Als zwemvijver voor uw 'vriendjes' zal die dan niet meer kunnen dienen: 't is maar dat ge 't weet ! "

" Och meester, Hamlet zei destijds: " Er is méér tussen hemel en aarde dan gij voor mogelijk houdt ! Verzuipen is niet de énige manier om met de slechteriken af te rekenen, hé... "

Zie-zo, Joseph voelde zichzélf weer goed op dreef...

 

Af en toe sijpelde ook wat wereldnieuws binnen in het kamp, als de wakers al eens een gazet lieten rondslingeren. Zo dreef de joodse terreur in Palestina de Britse mandaathouder langzaam maar zeker in de hoek, en de burgeroorlog in Griekenland nam zo te zien steeds wredere vormen aan. Niét dat de meeste geïnterneerden zich die ver afgelegen bloedbaden erg aantrokken, maar dat de Amerikaan met zijn geplande atoombomproeven in de Stille Oceaan de wereld dreigde op te blazen bleef natuurlijk wél in de geesten hangen. Nu spraken die blaaskaken zelfs van een waterstofbom, duizendmaal krachtiger dan die op Hirosjima, te laten ontploffen in het Bikini-atol en de halve wereldpers vreesde voor een kettingreactie die ook de hele aarde zou verpulveren !

Maar wat nog drukker besproken werd op de koer tussen de barakken was de val van de regering Van Acker... 'Den Achiel' (Premier Van Acker) had tot nu toe de wraaklust van de verzetsgroepen goed in toom weten te houden, maar wie weet hoe zijn opvolger dat ging klaarspelen...Bij al die kommer en kwel was er echter ook goed nieuws: er was sprake dat vanaf augustus de tabak vàn de bon zou gaan, wat die natuurlijk veel goedkoper zou maken. Want nù werd die in 't zwart ook praktisch vrij verkocht, maar dan wél nog tegen een opgefokte prijs...Zo: hoop deed leven !

De dag vóór het bezoek van zijn advocaat kreeg hij tot zijn grote verbazing op het morgenappel een échte brief. Afzender: Neuville Georgette ! Tiens, en Joseph die dacht dat dat mens niet deftig kon schrijven ! ...Uiteindelijk bleek dat Rachel de brieftekst van Jetje op haar werk had overgetypt, wat het leescomfort waarschijnlijk heel wat verbeterd had, ondanks de vele vette inktstrepen van de censuur. Hij maakte daar vooral uit op dat de twee vrouwen nog steeds aan één zeel trokken, een ééndracht die hem nog het meest verwonderde. Want 'normaal' kon je dat moeilijk noemen, gezien de moederlijke liefde die Jetje voor hem voelde, frontaal botste met de aversie die Rachel altijd tegenover de 'smerige zwartzakken' had geuit. Het zou dus eerder voor de hand liggen moesten die twee elkaar over zijn persoontje regelmatig in de haren vliegen ! Maar niét dus ! Wat hem stijfde in de overtuiging dat primo: zijn chantage met de brief naar Rachels wederhelft Polak nog altijd werkte en zo haar wraakzucht binnen redelijke perken hield. En secundo: dat hun beider hunkering naar de verdoken goudpotten de neuzen in dezelfde richting dwong.

Des te beter, dacht hij, terwijl hij de tekst overvloog...

'Beste Joseph...Meester Florizone liet mij weten dat gij dringend nieuwtjes van ONS-EIGEN en van 't dorpsleven had vernomen. Weet dan dat wij het goed stellen en van u hetzelfde hopen, gezien de omstandigheden.

'De brieven waarmee gij rondliept zijn veilig in onze handen. In noodgeval zal Flor er een paar lezen om uw eenzaamheid op te fleuren en in te korten, als ge wilt'..

Joseph moest zwaar nadenken voor hij begreep wat zij bedoelde...Maar zohaast hij in zijn geest de knoppen goed had afgesteld vielen de puzzelstukjes vlot inéén...'De brieven waarmee gij rondliep' verwezen natuurlijk naar de bankbriefjes in zijn kunstbeen dat hij bij Jetje had achtergelaten: zij stelde dus voor om eventueel met een deel van dat bedrag de advocaat te betalen, opdat deze met een bloemrijk pleidooi zijn opsluiting zou kunnen inkorten...

Zo liet Jetje ook in omfloerste volzinnen weten dat 'de steenkapper' - Steiner dus - haar op straat had aangesproken en 'om te beginnen niet content was met het bezoek van de Flor', maar later bijdraaide: een eerste contact was dus alvast gelegd...'Ik peins dat wij met de kalkoenen in de keuken(garde Cyriel Calcoen) niet zoveel last gaan hebben, want met vuile pluimen zijn die veel minder waard'...Wat met andere woorden betekende dat de garde rapper door de knieën zou gaan, want die kon zich geen nieuwe smet op zijn staat van dienst permiteren !

Het laatste nieuws uit het dorp werd blijkbaar helemaal bepaald door de veroordeling tot tien jaar hechtenis van Mariètje Algoet. " Gij gaat die misschien niet meer kennen, maar dat kind heeft nog een hele tijd bij Jupp in de keuken gewerkt. En - navolgens Marie zaliger destijds geshockeerd aan mij heeft verteld - ook voor zijn smerige speciale foto's heeft geposeerd...Maar 't is niet dààrvoor dat ze nu tien jaar heeft gekregen, maar omdat ze haar eigen broer, die haar binst de oorlog een kind had gemaakt, met de koterhaak de kop heeft ingeslagen. IK kan niet alle details op papier zetten, maar de Flor zal u bij gelegenheid wel de hele triestige historie uit de doeken doen, want 't is nogal ingewikkeld."

Joseph herinnerde zich vaag dat Leon hem in Berlijn daar iets over verteld had: een jonge collega van Marie die regelmatig door haar eigen broer werd gekneveld en seksueel mishandeld, of toch iets in die aard...En dat zelfs Jupp in Porz nog een toespeling had gemaakt op een 'doodgeboren' kind dat ze hém in Westende op z'n nek wilden schuiven, en waarvan hij het vaderschap steeds met hand en tand had ontkend... Als Florizone bij zijn volgend bezoek even tijd had, zou hij hem tóch om wat meer details vragen ! Want stél dat Herr Deutinger aan onze kust nóg wat kinderen had lopen, dan kon de Metzgerei van dochter Erika alsnog door een hele bende vreemde snuiters geclaimd worden...

Wat hem eraan deed  denken dat zijn heetgebakende hartsvriendin misschien wel op wat nieuws van zijn wraaklraid zat te wachten. Het was tenslotte al drie maanden geleden dat hij haar achterliet...Haar verhoopte hunkering streelde éven zijn ijdelheid ,al begreep hij onmiddellijk dat Erika's interesse nu - twee maanden over tijd - niet meer uitging naar zijn persoontje ,maar vééél eerder naar de doos gouden munten die hij op haar aanwijzingen  ging recupereren in de abri...Bon ,zohaast meester Florizone hem wat meer houvast kon geven over zijn toekomst zou hij Erika iets laten weten...Want mocht dat wat langer duren dan verwacht ,zou dat meisje wel eens ongeduldig kunnen worden...En vervelend !...En eigengereide initiatieven kunnen nemen die niét in zijn kraam pasten ,haar kennende...

De advocaat bracht hem inderdaad hoopgevend nieuws. Uit het eerste onderhoud met Jetje en Rachel, en op basis van het nauwkeurig lijstje dat Joseph hem bezorgde, had hij een volledig nieuwe kijk gekregen op de persoon van Pylieser en de misdaden die hij wél bedreven had ,maar hem nooit werden aangerekend. Hij zou zich, de eerstvolgende dagen of weken, eveneens grondig bezighouden met het ontwarren van het web vol wraakzuchtige motieven en vetes die de drie hoofdpersonen onderling verbond. Dan zou vanzelf wel duidelijk worden hoe de verklikkingen van Pylieser hem als 'verzetsheld' volledig onmogelijk zouden maken...En meteen blijken hoe zij de garde én Steiner de prang op de neus konden zetten om hen voortijdig tot de aftocht te dwingen...

Dat zag er dus alvast niet slecht uit !

Over Mariette Algoet was meester Florizone heel wat minder spraakzaam en Joseph begreep al vlug waaróm ! Hij had, met één van de eerste pleidooien van zijn carrière, de geïnterneerde jonge vrouw destijds zélf verdedigd en was verstrikt geraakt in de voorgeschiedenis die hij onvoldoende doorgrond had. Hij dacht dat hij met een banale liefdesgeschiedenis te maken had: Mariette had zogezegd op het einde van de bezetting met een Duitser 'gelopen' en er een doodgeboren kind aan overgehouden. Zij was dan bij de bevrijding door de goede vaderlanders opgepakt, kaal geschoren en geïnterneerd in Veurne...Simpel, dacht destijds de jonge advocaat. Tot zij op het proces, na een vol jaar opsluiting, mordicus volhield dat het kind helemaal niet van die Duitser - in casu Jupp Deutinger - was. En dat de dorpspastoor dat kwam bevestigen, maar door het biechtgeheim niet mocht verklappen wie dan wél de vader was... Mariette verloor haar burgerrechten voor tien jaar en werd vrijgelaten..."Eind goed, al goed" beaamde Joseph !

" Misschien...Maar het tweede bedrijf van dat drama loopt minder vlot af ! Want toen zij thuis kwam, nam zij onmiddellijk de pook van de stoof en sloeg haar broer onverwachts achtmaal op het hoofd tot de dood erop volgde, om zich dan vrijwillig bij de garde te gaan aangeven. Bij het onderzoek van deze moord was ik niet meer betrokken ,omdat Algoet een àndere verdediger kreeg toegewezen. Maar ik hoorde dat de vóórgeschiedenis van dit zogenaamde éénvoudige liefdesdrama plots een héél ànder licht op de schuldvraag wierp. Mariette was namelijk als jong meisje dikwijls afgeranseld, eerst door haar zatte vader en na diens dood, door haar broer. En daarbij ook...ehum...seksueel mishandeld. Op perverse wijze, verstaat ge : ik kan het niet verder verduidelijken...Op het proces is Georgette Neuville (tante Jetje dus) zelfs komen getuigen dat zij op hun werk in de kazernekeuken dikwijls blauwe kneuzingen op Mariettes polsen had opgemerkt. Deze bevestigden de bewering van beschuldigde dat zij door haar broer in de kelder aan de plafondbalk werd gebonden vóór de martelingen en het ...ehum...misbruik begon. Zij werd zwanger. Maar haar broer, die haar als énige bij de thuisbevalling hielp, beweerde dat het kind doodgeboren werd, wat zij evenwel ten stelligste ontkende..."

" En hier verschijnt de Jupp ten tonele, zeker ?"

" Inderdaad, haar broer heeft dan geprobeerd met wat roddels die Duitse onderofficier daarbij te betrekken, maar die heeft Mariette gewoon uit de keuken ontslagen en daarmee was voor hém de kous af...Bij de bevrijding echter zijn die roddels een eigen leven gaan leiden en hebben haar rechtstreeks als 'Duitse hoer' overgeleverd aan de kwijlende straatrepressie. Met het gekende gevolg...En vorige week is Mariètte Algoet dus in Assisen voor moord op haar broer veroordeeld tot tien jaar...”

“Tien jaar ?!” riep Joseph verbaasd uit.

“Ja, als inciviek hé ,wegens dat "Vogelen met de Vijand" en bezwaard met het vermoeden van kindermoord : dan schrijven de rechters altijd met dubbel krijt...Maar ze aanvaardden in haar geval ook een hoop verzachtende omstandigheden !..."

" Ha, tóch ?” sneerde Joseph: ”Wel-wel ,ziet eens aan ! ..."

Florizone haalde de schouders op voor deze steek onder water: "In beroep komt ze garantie véél vroeger vrij...Waarmee ik maar wil zeggen dat een uitspraak nooit op voorhand vastligt...Ook de uwe niet ,Petré...Dat is altijd veel eerder een duistere kwestie van touwtrekken..."

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 376

          D11   GEDWONGEN ADEMPAUZE.

 

                                       Herfst 1946.

Een briefje schrijven naar Erika ? Allemaal goed en wel, maar wàt moest hij haar in godsnaam gaan vertellen ?! Met zijn avonturen van de laatste maanden kon hij natuurlijk een boek vullen, maar dat zou haar maar matig interesseren, vreesde hij...Zij zou vanzelfsprekend wel willen weten of zijn wraakraid naar de kust 'gunstig' was verlopen, in de eerste plaats wat het 'afwerken van zijn lijstje' betrof. Maar, haar kennende, zou ze toch vooral op hete kolen zitten over de recuperatie van Jupps goudschat: zeg nu zélf ! En omdat het zijn ego streelde, veronderstelde hij ook dat Erika - ziek van liefdeshonger en met de dag ongeduldiger - smachtte naar zijn spoedige terugkeer...

Vervelend, natuurlijk, dat hij haar nóch over het goud, nóch over zijn voorziene 'Heimkehr' iets zinnigs kon vertellen. Of de schat nog lag waar hij hoorde te liggen en wanneer hij die überhaupt tijdig zou kunnen opgraven, kon enkel Ons Heer gissen. Aan de abri, waarin Jupps munten begraven lagen, had hij de morgen van zijn landing niets abnormaals gemerkt. Heel de zijkant langs de ingang was nu zelfs volledig overwoekerd met de vlierstruiken, méér nog dan in de tijd toen die Britse piloot er verdoken had gezeten. En wat Rachels juwelenstock betrof, weggeborgen in de schouwpijp van de 'Stella Maris': daarvan had Jetje hem verzekerd dat het huis ondertussen nog maar heel zelden bewoond was geworden...

Maar hoe dan ook: als hij binnenkort voor een paar jaren in de bak vloog, kon er achter zijn rug met dat goud van alles gebeuren dat niet pluis was ! Bij voorbeeld: als de Brugse eigenaresse van de 'Stella Maris', na al die jaren van verwaarlozing, op het lumineus idee zou komen om de schouw te laten vegen...Met als gevolg dat de zwarte klusjesman de wonderbaarlijke vondst op zijn bil zou slaan, natuurlijk ! Dan mocht ons Jeftje in de eerste plaats - maar eveneens Erika, en tenslotte ook Rachel - op hun kop staan dansen: achter die juwelenstock zouden ze hoe-dan-ook kunnen fluiten !

De doos goudmunten van Jupp lag onder kubieke meters zand stukken beter beveiligd tegen graaizucht van een oneerlijke vinder...Weinig kans dat iemand het in z'n kop zou halen de ondergewaaide abri helemaal uit het duin op te graven. Tenzij misschien de gemeente Westende geld teveel zou hebben en na het opruimen in de duinen van de betonnen Atlantikwal ook de oude bunkers van '14-'18 zou aanpakken...Maar gezien ze pas twee jaar nà het einde van de oorlog heel schuchter aan de afbraak van de meest recente versterkingen begonnen waren, hoefde hij de eerste jaren niet voor zo'n krachttoer van de gemeente te vrezen ! En tegen de tijd dat het menens werd, zou hij al lang in voorlopige vrijheid rondlopen...Daarenboven vermoedde hij dat die duinen in kwestie privébezit waren van de Baron Crommelincks wat een bijkomende rem zou zijn op de kuisdrift van de gemeente..Wat de burgemeester ,met het oog op de openbare veiligheid ,echter wél vlug en met weinig kosten kon doen was die betonnen gedrochten laten toemetselen opdat in het seizoen de toeristen er niet in zouden verongelukken...In dàt geval was Joseph natuurlijk in de aap gelogeerd...

Hoe dan ook, over die verborgen blikken goud kon hij in zijn brief naar Erika beter zwijgen als vermoord. Zo liet hij haar in het ongewisse of deze dozen nog steeds op dezelfde plaatsen verdoken zaten die Jupp haar in zijn liggingschetsen had aangeduid. Logischerwijze zou Erika aannemen dat hijzelf, onmiddellijk bij zijn aankomst in Westende, het goud in een nieuwe schuilplaats had verborgen. Dit lag zodanig voor de hand dat hij zich nog steeds verweet zo stom geweest te zijn om dit toen nà te laten. Maar haar nù schrijven dat hij de schat pas nà zijn vrijlating zou recupereren zou nóg stommer zijn: zo'n naïeve eerlijkheid zou dat kind enkel op slechte gedachten kunnen brengen ! Dus dat potje kon hij beter gedekt laten...

 

Toen hij zijn briefje herlas, vond hij het inderdaad kort, krachtig en strikt terzake...Om er toch een beetje franje aan toe te voegen, besloot hij: " Het noodlot, m'n lieve Erika, drijft ons hierbij wreed uiteen, alvast voor jaren en, als we eerlijk zijn, waarschijnlijk zelfs voor eeuwig. Gezien ik hier een hele tijd van de buitenwereld zit afgesloten, moet ik mij node neerleggen bij het langdurig gemis van uw geliefde persoon. Ik mag mij derhalve over een eventuele gezamenlijke toekomst voor ons beiden geen enkele illusie maken...Want gij staat daar in Porz volop in het drukke sociale leven en zal wel vlug gecharmeerd worden door een flinke verliefde man...Daarom schenk ik je dan ook met droefenis in het hart je vroegere vrijheid terug om met deze Witte Ridder een nieuw geluk op te kunnen bouwen...

Vaarwel, lieve zoete Erika...Je blijft voor altijd en eeuwig de bron van mijn tederste gedachten.

Uw diep bedroefde,

Jean-Marie."

 

Zo, dat was dan duidelijk. En ook troostend, vond hij...En het sloot niet uit dat hij later, na een mogelijke vervroegde vrijlating en al dan niet met goud beladen, toch opnieuw contact zou kunnen opnemen, of ze ondertussen een àndere vrijer had of niét...Hoe meer hij zijn zalvende volzinnen herlas, hoe meer hij met zichzelf opgezet geraakte. Enkel jammer dat ze dat mooie epistel, in een vlaag van razende zinsverbijstering, waarschijnlijk half gelezen in de haard ging gooien! Maar ja, wat wil je: tijdens de oorlog was er zovéél moois onherroepelijk verloren gegaan...

Enfin, het dééd hem toch iets toen hij de brief sluiks aan Florizone toevertrouwde om op de post te doen. En vroeg hem het epistel liefst onder een officiële omslag van zijn kantoor op te sturen, hé...Want ànders kon Erika nog denken dat hij haar een tranerig drama voorloog om ongestoord met het goud te kunnen verdwijnen ! ...De brief gewoon afgeven aan de censuur van het kamp mocht hij niet riskeren: dié zouden de correspondentie van een 'incivieke verdachte' naar een adres in het schurkachtige Duitsland zéker tot op het bot uitpluizen ! En daarenboven leuk de mooiste passages doorstrepen met hun vettig zwart inktpenseel ! Neen, dank u ! Deze barbaarse verkrachting van zijn geesteskind wilde hij graag vermijden !

 

De advocaat had zijn huiswerk goed gemaakt en het web van onderlinge beschuldigingen tussen Joseph, Steiner, Pylieser en de garde duidelijk in kaart gebracht. Hij overliep met zijn klant vlot wàt daarvan echt wààr was en wàt gefantaseerd. En vooral: welke getuige daarvan een bewijs zou willen aanvoeren...

Tot slot kwam hij nog met een opbeurend nieuwsje: het dossier 'Pylieser' lag ter griffie van de rechtbank in Veurne, als een gewone burgerlijke strafzaak nog steeds op naam van Jean-Marie Peters ,zijnde een onbekende landloper ! Geen énkele verwijzing naar een SS-dossier op de krijgsraad van Brugge ! Kleine vergetelheid van de Nieuwpoortse rijkswacht, die blijkbaar geen rekening had gehouden met de opheldering van zijn ware identiteit...Op het gerechtshof van Veurne was nog niet beslist of er uit hoofde van de verdachte 'Peters' sprake was van 'schuldig verzuim bij accidentele verdrinking' dan wel of het 'slagen en verwondingen met de dood tot gevolg' betrof...Want bij een eerste lezing was het de griffier tóch opgevallen dat die Peters - een wildvreemde zwerver - zo te zien geen enkel motief had om meneer Pylieser iets aan te doen...En daarenboven had de beambte geen flauw idee waar die vagebond van een Peters ergens mocht uithangen: die leek wel in rook opgegaan ! Zolang daar geen klaarheid in gebracht werd, vond de goede man dat hij aardig wat àndere katten te geselen had !  Tenandere, de overleden Pylieser had toch geen familie om hem met dat dossier op te jagen, dus...

Mr Florizone stelde dan ook aan Joseph voor dat hij zich op het gerecht van Veurne voorlopig niet meer zou vertonen om die heren daar rustig voort te laten slapen en vooral geen hint in de goede richting te geven ! Zo kon veel tijd gewonnen worden om in het geniep het slachtoffer Pylieser te compromitteren en de doofpotoperatie uit te lokken...

" Akkoord voor Pylieser, maar vergeet de aantijgingen van Steiner en Calcoen niet hé ! Cyriel beweert dat Pylieser hem, alvorens te verzuipen, toegeroepen heeft dat ik hem opzettelijk in het water had geduwd en met de krukken geslagen ! Of ik dat al dan niet gedaan heb, zal hij nooit kunnen bewijzen, maar Jetje die er bij stond heeft de Pylieser dat in elk geval nooit horen roepen ! De garde heeft dat nà het accident in paniek uit zijn duim gezogen om zijn eigen schuld te verdoezelen..."

" Mogelijk, maar met zo'n uitroepen, die door andere getuigen tegengesproken worden, zal de rechtbank - en zéker de krijgsraad - normaal tóch geen rekening houden..."

" Laat ons dat maar hopen ! Maar als ge hem voor deze leugenachtige beschuldiging een kloot wilt aftrekken kunt ge hem misschien alvast confronteren met wat Oberfeldwebel Heydrich, de Sergeant-Provoost van de batterij, 'hun hartelijke samenwerking' zou hebben genoemd ? Ge moet er natuurlijk niet bij vertellen dat de getuigen die deze bezwarende uitspraak zogenaamd hoorden en zouden kunnen bevestigen – zoals Jupp onder andere - al maandenlang dood zijn, hé, en dat Herr Heydrich zélf onbereikbaar in de Russische bezettingszone van Duitsland zit ! Maar de garde in een klein briefje vragen naar zijn antwoord op deze, voor hém belastende verdachtmaking van collaboratie zou hem al minstens een paar slaaploze nachten bezorgen ! Zijn valse moreel ondergraven: dààr is het mij om te doen ! "

" Maar zijn klacht zal hij daarvoor niet intrekken !"

" Misschien niet. Maar vraag hem ook eens of het wel klopt dat hij in café 'Het Paard' tegen een àndere drinkebroer gezegd zou hebben 'wreed content te zijn dat die smeerlap van een Pylieser verzopen is' ! Ik durf er mijn kop op verwedden dat hij tijdens één van zijn zwelgpartijen iets in dien aard heeft uitgekraamd ! Immers sinds Gerard er destijds voor zorgde dat Cyriel nààst die post van politiecommissaris viel, kon hij het bloed van de schipper wel drínken ! En ge kunt die uitspraak gerust voor waarheid verkondigen, aangezien hij meestal toch te zat is om zich te herinneren wat hij in de dorpscafé's zoal uit zijn botten slaat ! Ik garandeer u dat zo'n vervelende vragen al rap zijn nachtrust gaan ondermijnen, en hem op den duur wel alle goesting zullen ontnemen om betrokken te worden in een proces dat hem geen enkel voordeel kan bezorgen ! ..."

Florizone noteerde een paar sleutelwoorden in de marge van een document en zuchtte: " Bon, ik zal doen wat ge vraagt, maar véél verwacht ik daar niet van...

 

Jetje zat met een gewetensprobleem. Haar hartsvriendin Rachel was een ingewikkelde machinatie aan het uitbroeden om de erfenis van Pylieser langs een grote omweg tóch in eigen handen te krijgen. Zij vond daar recht op te hebben - of minstens op een groot deel daarvan - na al het kwaad dat Pylieser haar had aangedaan met zijn verklikking ! Twee jaar Ravensbrück veeg je niet uit met een verslenst boeketje rozen en een oorkonde, zoals het gemeentebestuur van Westende had gedacht...Zij eiste hààr deel van de koek, of wilde minstens beletten dat de Staat ermee ging lopen als zou blijken dat er geen wettelijke erfgenamen rechten konden laten gelden.

" Maar Joseph kan toch zijn rechten laten gelden ! Ge zegt zélf dat ge in Gerard zijn testament hebt gelezen dat hij onze Joseph Petré als zijn algemene erfgenaam heeft aangewezen ! En aangezien die jongen onder zijn échte naam in Sinte-Kruis gevangen zit, kan de Staat toch geen beslag meer leggen op Pylieser zijn geld ! "

" Oow, m'n Keuntje ! Niet zo rap ! Tegenwoordig spreken de krijgsraden bijna altijd vonnissen uit 'met verval van burgerrechten' of 'confiscatie van goederen' ! Dan blijft de veroordeelde inciviek achter als een dooie pier: zonder een cent en met verbod nog een beroep uit te oefenen ! Een levend lijk, met andere woorden ! Als hij dan niet in dienst wordt genomen door bevriende kennissen kan hij zich beter rap ophangen !"

" Voor de oorlogswoekeraars kan ik dat verstaan, akkoord ! Maar van Joseph is toch geweten dat hij geen nagel heeft om aan z'n gat te krabben ! Wat voor goederen zou de Staat al kunnen aanslaan bij zo een kale luis ! "

" Maar Keuntje toch ! Zijn erfenis van Pylieser, tiens ! Zegge een paar miljoenen, los geschat ! Vier-vijf schoon huizen in de Langestraat van Nieuwpoort, gekocht door die smeerlap tijdens de oorlog met zijn zwart geld ! Notaris Legein heeft op tijd gezorgd dat de 'operatie Gutt' daar na de bevrijding geen greep op kreeg...En dan erft hij ook nog een deel van Pylieser zijn rederij, met minstens de vier vissersboten, die Gerard van den Duits had overgenomen toen Hitler in '41 zijn plan opgaf om "gegen Engeland te fahren"...Vader Legein is wel voor een derde aandeelhouder in de rederij van Gerard, maar de overblijvende twee derden presenteren toch nog een aardig fortuin voor een snotneus van drieëntwintig lijk Joseph ! "

" Dus riskeert hij dat te verliezen bij zijn veroordeling, wilt ge zeggen ?"

" Die kans zit er dik in ! ...Tenzij natuurlijk de erfenis pas geopend wordt als de veroordeling al lang en breed definitief is uitgesproken, zónder dat daarbij sprake is van 'confiscatie van goederen' ! Wat op zich geen probleem zou mogen zijn. Vergeet vooral niet dat die klootgendarmen van Nieuwpoort nog altijd denken dat ze Jean-Marie Peters in de bak hebben gestoken ! Vooraleer Legein achter dat scherm de gezochte erfgenaam Jos Petré officieel heeft opgespoord, kan er wel nog een jaar of twee verlopen"

" Twee jaar ! Dan hebben we toch ruim de tijd ! "

" Misschien, ja...Ware het niet dat notaris Legein voor een derde in die erfenis tussenzit en dat misschien rap ten gelde zal willen maken ! Of bij voorbeeld goesting heeft om die huizen van Pylieser op te kopen voor een appel en een ei : dan zal hij over het openen van de erfenis geen gras laten groeien ! "

" Enfin Zoet, ge zijt gij op dat bureel toch goed geplaatst om Legein zijn plannen van dichtenbij te kunnen volgen, hé ?! Kunt gij die goesting van uw baas niet wat afremmen voor een paar jaar ?"

Rachel keek haar spottend aan: " Enkel voor een paar jaar ? Of voor eeuwig ? Is het dàt wat ge daarmee wilt zeggen, Keuntje: "Om zeep brengen"...? Moeilijk is dat niet, weet ge: het volstaat van een goede reden te hebben...Denk maar aan Pylieser ! Had Joseph hem niet om zeep geholpen, IK zou het met alle plezier zélf gedaan hebben ! Die vent heeft ons verklikt aan den Duits en ik heb door zijn schuld twee jaar lang lijk op een schavot gestaan met de strop rond mijn nek, wachtend op het moment dat de beul goesting had mij van de tabouret te stampen...”

“Ja Keuntje," beaamde Jetje :" Ik peins ook niet dat iemand wakker gaat liggen omdat Joseph de Pylieser verzopen heeft...”

“Wel, met vader Legein is het van 't zelfde: hij zou het fortuin van Gerard aan een SS-er gaan geven, terwijl die landverrader zélf weigert mij mijn eigen goudstock terug te bezorgen ?! Na de verschrikkingen van Ravensbrück heb ik recht om de rest van mijn leven zonder zorgen door te brengen, is het niet met mijn eigen goud, dan maar met de oorlogswinsten van Pylieser ! En als de oude Legein denkt mij dat met vuile streken te beletten, dan moet hij verdomme rap zijn éigen testament in orde brengen ! Ook bij hém zullen er ten andere maar héél weinig zijn dood betreuren, zijn zoon Marcel nog het minste van al ! Die aast al eeuwen lang op de studie van de ouwe ! Als 'Monsieur Papa' de pijp uit is zal het niet moeilijk zijn de afhandeling van Pylieser zijn erfenis een beetje op de lange baan te schuiven, tot na de definitieve veroordeling van Joseph ! Zoontje Marcel Legein is namelijk niet erg rap van begrip..."

Zo, "de pijp uit ! ": het grote woord was gevallen. En Rachel wist van haar tijd in Ravensbrück: zohaast ondereen was afgesproken, dat een hinderlijk persoon moest verdwijnen, wende men vlug aan het idee van zijn of hààr dood...

" En vooral ",sneerde zij: "die vuile ouwe vent zou het bij Sinte-Pieter érg moeilijk hebben om zich uit al zijn louche zaken en scheve schaatsen vrij te pleiten  ! "

" Maar enfin, Keuntje, ge hebt toch altijd gezegd dat uw baas u goed kan verdragen! "

" Ja-ja: een beetje té goed ! Want ik vertel hier thuis ook niet àlles hé ! ...Een wijvenzot is't, ja ! En een vuile hoerenbok ! ...Moest hij niet wat bang van mij zijn en van mijn scherpe tong, hij zou mij met mijn bloot gat al lang over zijn bureau getrokken hebben ! En er passeert geen énkel dossier door zijn handen of hij neemt er in ’t zwart zijn deel van ! Al het geld dat hij iedere week aan de hete meiden van de 'Cambrinus' verbrast moet toch van érgens komen hé ! ?...Een écht witgepleisterd graf is hij, nog erger dan er staat in de bijbel van Mattheus ! "

En het moet gezegd: Rachel kende haar bijbelteksten nog goed vanbuiten  ! Tijdens haar zwarte jaren in 't kamp had haar vriendin Truus, de Zeeuwse in de bovenliggende brits, er doorlopend verzen uit gedeclameerd, maar vreemd genoeg nooit willen verklaren hoe ze aan dat Heilig Boek was gekomen. Waarschijnlijk gestolen van een dode Nederlandse medegevangene, maar wie zou daarover vallen ? Hoe dan ook, het was twee jaar lang hun énige bedlectuur geweest, en die lieve Truus had er iedere avond zo mooi en gevoelig uit voorgelezen..

Tot die rotzakken van een kampbeulen haar tenslotte ,tijdens de laatste hongerwinter ,na een regenachtig morgenappel hadden opgehangen...    

Sindsdien lag Rachel van andermans dood niet meer wakker: als de tijd gekomen was, dan moést het maar...

 

En 'tijd' hàd ze nog wel even. Tijd om van alles te bekokstoven dat geen daglicht mocht zien, en die ze zéker niet aan Jetjes neus zou hangen ! Zoals haar charmeoffensief tegen de jonge Marcel Legein, zoon vàn : een verlegen veertiger die samen met haar de zaak van zijn vader rechthield terwijl dié aan de dames van de 'Cambrinus' zat te prutsen. Marcel was nog steeds vrijgezel, zo'n sukkel die ondanks zijn stand en zijn centen bij de vrouwen geen initiatief durfde te nemen...Maar Rachel had van bij haar indiensttreding onmiddellijk gemerkt dat ze hem ongetwijfeld iedere nacht natte dromen bezorgde en op buro met de minste hint een rode kop kon bezorgen! Van achter haar nieuwe Remington schrijfmachien kon ze hem, via de grote wandspiegel, in profiel naar haar zien gluren. En hem als bij toverslag een stijve bezorgen door, zogenaamd diep in haar werk verzonken, met haar tongspits op haar bovenlip te titsen of dromend traag met een paar vingers over de boezem te strelen...Laatst spande ze voorovergebogen onder haar opgeschorte rok haar nylons aan: man-man, die vent kreeg bijna een beroerte ! En als ze die kousen met lange halen van de volle handen tot boven de knie glad durfde te strijken terwijl hij keek, verdween hij op slag voor een kwartier naar het W.C. !...

Neen, om zoon Marcel voor haar kar te spannen zou ze geen énkele moeite moeten doen ! En om hem in de nabije toekomst naar een discreet hotelletje in Veurne of De Panne te lokken zou ze enkel met de vingers hoeven te knippen. Wel plezant als je wist dat Marcel bij de dood van zijn vader niet alleen zijn studie maar ook zijn hele vermogen zou erven ! Met daarin begrepen ,via verschillende hypotheken ,één derde van het fortuin 'Pylieser'...En om dàt in handen te krijgen hoefde ze niet ééns met die kwal van een Marcel te trouwen ,want daarmee zou ze last kunnen krijgen met Jetje. Het zou volstaan hem een paar jaar heftig op te vrijen en lucratief uit te zuigen...Met een beetje geluk hoefde Jetje daar zelfs niets van te weten...

Maar als het uitlekte, dan was dat ook maar zo. Jetje was verstandig genoeg om leute en labeur gescheiden te houden en zou vlug begrijpen dat Marcel in hun driehoeksverhouding niét de rol van minnaar maar wél van melkkoe speelde.

En als Rachel haar kon laten slikken dat Joseph op dié manier ,langs een omweg via de twee harts vriendinnen ,rijkelijk van Pyliesers fortuin kon blijven profiteren, dan zouden de gewetensproblemen van haar 'Keuntje' wel vlug verdampen...

Daaraan twijfelde zij geen ogenblik. In bed had ze nog nooit een nederlaag geleden...

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 377

D12 : DE STROOMVERSNELLING.

 

                              November '46

De publieke schaamte had dan tóch het pleit gewonnen en het weldenkend establishment gedwongen de beerput van de repressie open te gooien. De kranten durfden steeds meer de wetteloosheid van de interneringskampen aan de kaak te stellen. Twee jaar nà de bevrijding zaten daar immers nog steeds een tienduizend mannen en vrouwen in verzekerde bewaring opgesloten, te wachten of men hen nu zou beschuldigen van enig inciviek misdrijf, dan wel gewoon zonder vorm van proces weer op straat zou gooien. De meeste huidige geïnterneerden waren opgepakt bij hun terugkeer uit Duitsland in de zomer van '45, maar enkelen die bij de bevrijding niét met de bezetter meegevlucht waren ,zaten hier al sinds het Ardennenoffensief van december ’44 of zelfs nog vroeger...

" Het zal nu wel wat rapper gaan." opperde meester Florizone jolig: " Ge verstaat wel dat het in september van '44 onmogelijk was vlug het kaf van het koren te scheiden... Die paar krijgsraden van toén kregen vlak na de bevrijding plots een immense stortvloed van klachten op hun nek tegen alle soorten incivieken, zowel échte als vermeende. Van gewone Vlaamsgezinden tot authentieke landverraders en rascriminelen: al wie tijdens de bezetting naar een Duitser had gelonkt kreeg het spek aan z'n been ! Dit was dan, bij wijze van spreken ,ook het gedroomde moment om van een medeminnaar of een handelsconcurrent àf te geraken ! Op simpele klacht werden toens méér dan vierhonderdduizend dossiers opgesteld, heb ik gelezen ! En honderdduizend mensen opgesloten ,zomaar ! Een onmogelijke zaak ! ”

“Dat kan dan nog een paar jaar duren vooraleer ze MIJN geval gaan bekijken ! ”

“Neen, niet overdrijven hé...Want sindsdien werd het aantal militaire rechtbanken vertiénvoudigd en vanaf de zomer van '45 stelde men ook geleidelijk heelder categorieën geïnterneerden gewoon buiten vervolging. Zoals simpele V.N.V-ers, bijvoorbeeld: in 't begin zaten er hier in het kamp wel een paar honderd van die gevallen, maar die zijn sindsdien allemaal gelost ,of zonder proces terug op straat gesmeten ...En ook de strafmaat is het laatste jaar fel afgesleten en alle verdachten, die voor de krijgsraad nog hoogstens twee jaar zouden gekregen hebben, worden nu simpelweg afgeschoven naar de burgerrechter voor een boete of een verlies van burgerrechten..."

" Zit ik daar niet bij ? Als ze mijn burgerrechten willen afnemen, kunnen ze die gerust allemaal steken waar da'k denk ! En achter een boete kunnen ze fluiten ! "

Maar Florizone kon er niet mee lachen: " Uw groep, de gewone Oostfronters, die vlàk na de bevrijding nog werden gefusilleerd ,komt er nu meestal vanaf met een simpele straf van rond de vijf jaar...Maar vooraleer uw strafeis tot twee jaar is afgesleten en gij in aanmerking zoudt komen voor een burgerprocedure, kan het inderdaad nog wel een tijdje duren..."

" Okee dan: buiten het slechte eten is het hier wel vol te houden...Want als ik het goed begrijp: hoe later mijn zaak voorkomt, hoe minder straf ik ga krijgen ! En hoe meer voorarrest ze kunnen aftrekken ! "

" Oow! Niet te rap hé! Dat eerste is misschien wel juist, maar ge zit hier niét in voorarrest hé Petré ! Die begint pas te lopen als uw dossier voor de 'commissie' is verschenen, die u al dan niet in beschuldiging stelt ! Voor  het ogenblik zijt gij gewoon geïnterneerd, zeg maar :in verzekerde bewaring... Hoofdzakelijk bedoeld om u bij de hand te hebben tegen dat ze tijd en goesting krijgen om uw biecht te beluisteren ! Want het is hier inderdaad een beetje lijk in de kerk hé: de pastoor houdt met zijn penitentie ook geen rekening met de tijd die gij vóór zijn biechtstoel op uw knieën hebt zitten wachten ! "

Joseph was plots zijn goed humeur kwijt: " Maar uw ereloon en de kosten voor mijn verdediging, hoe zit het dààr mee ? Lopen die niet óp als mijn instructie zo lang duurt ? En hebt ge al contact opgenomen met de vereniging "Berkenkruis", waar hier zoveel over gesproken wordt ?"

" Maakt u geen zorgen over geld, Petré ! Die twee goudstukken die Madam Georgette mij in het begin gaf, helpen ons al flink op weg. En inderdaad, ik heb met de V.Z.W "Berkenkruis" gesproken. Die vereniging behartigt financieel de verdediging van alle oud-SSers en was op mijn vraag onmiddellijk akkoord om onze kosten te dragen...Vooral toen bleek dat gij onvermogend zijt..."

Dat laatste kwam er wel wat twijfelend uit, maar Joseph ging er niet op in. Zwijgen is goud ,dacht hij :éérst zien of hij die fameuze "Schat in de Duinen" van Jupp tijdig zou kunnen opgraven...

" Dan is er nóg iets waar we op moeten letten als de eerste ondervragingen binnenkort beginnen: ons imago is van het grootste belang. Die wilde rosse stoppelbaard moet er volledig àf en wij zorgen dat ons haar altijd fris geknipt is ! Ik hoorde ook van madam Georgette dat ge om uw beenprothese gevraagd hebt: vergeet het hé ! Hoe zieliger ge u op uw krukken naar uw rechters sleept, hoe milder de eis van de substituut kan worden: onthoud dat maar ! ...En ik zou het haast vergeten: hoe zit dat met die Britse piloot die in 't begin van de oorlog bij u thuis verdoken zat ? Is dat wààr ? Madam Georgette kwam met dat vertelsel af..."

" Dien Engelsman ? Ponton ? Neen: Bolton ! Brij-Jan Bolton ! Inderdaad: die vlieger heeft in de lente van '41 een dikke week bij ons achter het konijnenkot in de abri verdoken gezeten...Wat is daarmee ? Leeft die nog da-ge-weet ?"

" Dat weet ik niet...Maar als wij kunnen bewijzen dat uw gezin effectief een neergeschoten Britse vlieger voor de bezetter verdoken heeft gehouden..."

" Maximum tien dagen hé: niet overdrijven ! Juist de tijd dat ze nodig hadden om zijn overtocht naar Engeland te regelen, meer niet. En lijk ge dat van die amateurs kunt verwachten: die overtocht ook zéér slécht geregeld hebben ! Stelt u voor: mijn nonkel René moest die piloot met een kano naar de overkant varen ! Een kano verdomme ,zo'n zeildoeken geval op een houten gespante :met moeite zes meter lang op één meter breed ! ...Op hoge zee !...René is onderweg dan ook verzopen, natuurlijk ! Maar Bolton zélf werd door de Kriegsmarine uit 't sop opgepikt, naar het schijnt...In zéér slechte staat, heb ik gehoord: gans vol puisten, en gepakt door mosterdgas...Ik weet het: geen kat die dat begrijpt, maar Jupp, de vrijer van mijn moeder, heeft het verzekerd: mosterdgas ! Dus zou het mij zéér verwonderen moest die arme sukkel vier jaar krijgsgevangenschap overleefd hebben om het nù nog te kunnen navertellen ! "

" Zeg Petré-vent ! Word eens wakker ! Begrijpt ge verdomme niet dat die Bolton voor onze verdediging een waar geschenk uit den hemel is ?!...Ge gaat mij tegen volgende week àlles wat ge u van die affaire herinnert schoon op papier zetten hé ! Alle details over identiteit en data, waarmee we die man misschien nog kunnen opsporen, plus alle getuigen die dat verhaal kunnen stijven ! "

" Getuigen ?! Maar mijn beste vriend, die zijn dóód hé ! Allemaal ! Marie, m'n moeder: dood ! ...M'n broer Leon: dood ! ...Wie nog ? Mijn nonkel René: dood ! Zelfs Pylieser kan niet meer voortvertellen dat hij de René overhaalde om, samen met een vriend, die Bolton bij ons te dumpen. Ook al was dat waarschijnlijk zijn énige heldendaad van héél den oorlog ! ...Stelt u voor: René en zijn onbekende vriend hebben getweeën die piloot vanaf dat boerenhof in Mannekesvere - waar hij met de parachute gevallen was - per velo naar ons huis gebracht...In klaarlichten dag ! Misschien kunt gij die stomme Nieuwpoortse weerstander terugvinden als getuige ?...En mogelijk leeft schipper Titteca nog, die Bolton met de 'Astrid' op zee heeft weggebracht tot de grens van onze visgronden...Al heb ik menen te verstaan dat dié op 't laatste van den oorlog nog in 't concentratiekamp is gevlogen !... Getuigen, man ! ...Zovéél volk stond daar niet op te zien hé, in die tijd ! Ik versta zelfs niet hoe Jetje dat aan de weet is gekomen ! ...Hoogstens van horen-zeggen, zekers, want een rechtstreekse getuige is dat niet...”

“Niemand ànders dat gij weet ?”

“Wie er misschien nóg iets van wist ?...Wel, via mijn toenmalig liefje, Nadine De Handt, heb ik bij dokter Leunders laten nagaan of die geen bericht van Bolton naar zijn moeder in Londen kon zenden op een postkaart van het Rode Kruis...Kort nadien ben ik dan naar Rusland getrokken, maar voor zover ik weet is al die moeite toen op niets uitgedraaid..."

" Niet aantrekken, Petré ! Alles noteren verdomme ! ! De rest doe ik wel...En dan moet er in Berlijn ook iets gebeurd zijn met een joodse jongen die daar verstoken zat en die ge van vroeger kende..."

" Arthur Birnbaum ?"

" Opschrijven man ! Alsof je leven er van afhangt ! De speeltijd is gedaan ! "

 

Hij had weinig contact met de andere bewoners van barak 7, ook al was dat moeilijk te vermijden bij dat doorlopende opeengepakt gewriemel ondereen. Want nu het langzaam winter werd zaten ze vanaf acht uur 's avonds tot zeven uur 's morgens met een zestigtal 'nummers' opgesloten in dat kille houten kot. Twintig dubbele stapelbedden langs de twee lange wanden konden normaal plaats bieden aan een tachtig man. Maar hier en daar mankeerde een strozak omdat de eigenaar, ofwel onlangs 'gelost' was in de vrije natuur, ofwel voor een paar jaar boetedoening verhuisd was naar de Brugse gevangenis 'Het Pandreitje'..

De enige lotgenoot waarmee hij tot nu toe graag een babbeltje sloeg was zijn overbuur nummer 783. Een man van een jaar of vijfenveertig, zo mager als een plank en verwonderlijk genoeg tóch altijd opgewekt. Hij keerde, net als Joseph, ook in het begin van 't jaar uit Duitsland terug, waar hij sinds 'V-day' op een Beierse hoeve ondergedoken had geleefd in 'goede verstandhouding' met de boerin...Hij heette Pier De Cloedt, was Kortrijkzaan en sinds kort weduwnaar met nog zeven van zijn twaalf kinderen in leven. Zijn vrouw was na de winter van '45 in het interneringskamp van Waregem gestorven aan onverzorgde T.B.C. en zijn oudste dochter beviel er drie maanden later - na een verkrachting ? - van een jongentje dat zij vergeefs 'Fidelio' had willen laten dopen...Als souvenir aan "de witte" die haar dat gelapt had...

" Op de gemeente vonden ze dat die naam te sterk deed denken aan de verzetsgroep die haar bij de bevrijding zogenaamd in bescherming nam tegen 'de wettige toorn van de goede Belgen', lijk de gazetten dat noemen...En toen ze zei dat die kleine haar eeuwig aan die beschermers zou herinneren, smeten ze haar bijna van de trappen naar beneden ! Nadien heeft de paster er bij het doopsel dan maar 'Fideel' van gemaakt, sterk tegen zijn goesting. Maar ze kreeg, samen met haar kind, van hem toch een goede post in 't klooster van Wijnendale, en mag dus niet klagen..."

Niet klagen ?! Verdorie zeg, die Pier was wel héél positief ingesteld, vond Joseph !

" En wie zorgt er voor de rest van uw gezin ?" wou Joseph weten: zes kinderen, dat vroeg toch nog wat zorgen in deze moeilijke dagen...

" Och, die vallen wel op hun pootjes ! " wuifde Pier weg: " De vier kakkernestjes zitten goed verzorgd bijeen in ’t weeshuis van Kortrijk. En de twee jongens werken op leercontract bij een aannemer. Een geschikten tiep, want als ik binnenkort vrij kom, mag ik ook bij die aannemer beginnen, zonder 'attest van burgertrouw'! "

" Wel Pier, ge hebt nogal dikke chance zeg ! " spotte Joseph: " Hoe heet dat bouwbedrijf ? Misschien kan ik er ook aan de slag als ze mij binnen een jaar of vijf lossen ?"

" Entreprises Berenbiet Frères uit Harelbeke...Ik heb daar vóór den oorlog ook gewerkt, toen dat nog een klein affaire was, maar met het bouwen van de Atlantik-wal zijn die ferm gegroeid en rijk geworden. En nu breken ze langs de kust alle bunkers weer af die ze tijdens de Duitse bezetting in de duinen hebben gebouwd..."

" Ja, ik ken die firma: in '41 is mijn broer daar ook een paar maanden bij gaan metselen...Zit die baas dan nu niet vast voor economische collaboratie ?"

" Effekens, bij de bevrijding, heb ik gehoord...Maar hij is na een reusachtige boete vrij gekomen en sindsdien werd het bedrijf overgenomen door zijn kozijntje. En nu werken ze gewoon voorts onder sekwester..."

 

De luchtigheid waarmee De Cloedt de wisselvalligheden van het leven opnam, verwonderde Joseph doorlopend. De man scheen allerminst gebukt te gaan onder enige zin voor verantwoordelijkheid: wie twaalf kinderen op de wereld schopt wordt toch verondersteld daar zorg voor te dragen, vond Joseph. Maar Pier wimpelde dat weg: " Die kwamen toen der tijd vanzelf hé ! " lachte hij een beetje idioot. "En de paster stoefte in de congregatie altijd met ons schoon Vlaams gezin, lijk hij dat noemde...Dat stoefen is wel verminderd toen ik in de herfst van '43 op de chantier van Berenbiet een waterfleures opscharrelde en na herstel bij de 'Fabriekswacht' ging. Maar dat was gemakkelijker werk en mijn wachtkot bij de ingang van mijn nieuw bedrijf was in de winter goe verwarmd. "Weverijen Belleville", ge kent ze misschien ?...Plus een gratis uniform: toen ze mij die post aanboden heb ik geen moment getwijfeld ! "

" Nooit gedacht dat ge uw land daarmee verraadde hé, door zo straf voor den Duits te werken ?!"

" Ik werkte niet voor den Duits, maar voor 'Mesieu Savié', lijk dat wij den baas noemden: Xavier Belleville. Zijn grote firma uit Wevelgem maakte vóór de oorlog sjieke Perzische tapijten, maar is tijdens de bezetting moeten overschakelen op camouflagenetten voor den Duts. Vast werk, in winter en zomer, op een boogscheut van mijn kot en met de velo was ik er op twintig minuten ! We waren daar van de 'Fabriekswacht' met drie ploegen van twee man, en het enige wat we moesten doen was het geweer presenteren als 'Mesieu Savié' binnen of buiten reed met de voiture... Niét dat hij ons zag staan, hé, maar den Dutsen officier die dikwijls naast hem zat salueerde altijd vriendelijk terug...En 's nachts iedere twee uur een patrouille lopen rond het fabriek tegen mogelijke sabotage, daar gingt ge niet van dood...Een sjiekere post kon ik mij niet dromen, dat kan ik u verzekeren ! "

" Hoe zijt ge dan verdomme in Duitsland beland ?"

" Dat ik het niet weet man ! De nacht van 2 september '44 had ik de late shift en zijn ze mij en mijn kameraad rap-rap op het werk met een camion komen ophalen. En vóór ik het goed wist zat ik op de trein naar de Hannover, zonder dat ik tijd gekregen had mijn gezin nog te zien ! En tien dagen later hebben ze ons op de Luneburger Heide zonder veel complimenten in de SS divisie 'Langemarck' gestoken, samen met de mannen van de 'Vlaamse Wacht' en al de zware chauffeurs van de NSKK...Plus heel de hutsekluts van Vlamingen die samen met ons naar Duitsland gevlucht waren: V.N.V.-ers, de gastjes van de Vrijwillige Arbeidsdienst, Organisatie Todt, De Vlag en wat weet ik nog allemaal ! Heel die hutsepot kreeg op de Lüneburger Heide het spek aan hun kloten ! Hop, in den SS !"

" Ik weet het: mijn broer was daar ook bij...Chauffeur van de gepantserde 2cm Flak..."

" Petré hé ? Het is daarom dat die naam mij van bij onze ontmoeting iets zei ! Beerke Petré ! Wij noemden hem altijd 'Den Beer', wegens zijn fors postuur...En is dat ùw broer ? Ge zijt twee koppen kleiner dan hém, man ! Dan is hem thuis met alle soep gaan lopen zeker ?! Of heeft de mama soms naast de pot gepist, in der tijd ?..."

Joseph kon er niet mee lachen: " Meneer De Cloedt, 't is niet omdat gij lijk een 'keunebuk' met uw vrouw zaliger omsprong dat gij u moogt permitteren mijn moeder te blameren hé ! Kuist liever voor uw éigen dorpel, vriend ! Of denkt gij nu werkelijk dat heel die resem kinderen op uwen trouwboek allemaal van ù zijn, soms ?"...Zo, dié zàt !... Maar De Cloedt kon er enkel wat mee lachen ,de onnozelaar.

De notities, die Joseph over mogelijke getuigen van zijn relatie met een joodse jeugdvriend en een Engelse vlieger gemaakt had, waren ver klaar. Hij vond ze zelf héél nauwkeurig, helder en zakelijk. Maar naarmate hij dieper in zijn vage herinneringen aan 'Brij-Jan' (Brian) Bolton en Arthur Birnbaum had moeten graven, hoe neerslachtiger hij geworden was. En hoe meer het tot hem was doorgedrongen welk een verschrikkelijke idioot hijzélf geweest was met zijn beslissing om vrijwillig naar het Oostfront te trekken...Jupp had inderdaad gelijk gehad: met zijn puberale hoogmoed had hij héél het gezin Petré naar de verdoemenis geholpen ! Onnodig de schuld voor moeders dood en die van Leon in de schoenen van Pylieser te schuiven: énkel hijzelf, en hijzelf alléén ,had met zijn misdadige branie hun leven vernield, begreep hij nu...Nu het veel te laat was, natuurlijk !

 

Dié week nog werd De Cloedt op een morgen naar de griffie gevoerd om kennis te nemen van de feiten die hem ten laste werden gelegd. Tegen zijn gewoonte in was hij er toch niet erg gerust op: dat werd waarschijnlijk 'wapendracht' en 'hulp aan de vijand' plus daar bovenop 'SS-Langemarck' ,genoeg om van hém een volbloed fascist te maken...Als ze tegen hem maximum vier jaar zouden eisen, mocht hij van geluk spreken: er waren er vlak na de bevrijding voor véél mínder gefusilleerd ! ...

Ook Joseph zag hem met lede ogen gaan, want hij had werkelijk met de simpele man te doen. De laatste dagen had de naïeveling nog wat verteld over zijn plezant werk als fabriekswachter: hoe de arbeiders hem - klak in de hand - in zijn uniform bij het binnen- en buitengaan eerbiedig groetten aan zijn verwarmd wachtlokaaltje. En hoe de Duitse officier, die samen met 'messieu Savié' het bedrijf bestuurde, altijd correct salueerde als De Cloedt het geweer presenteerde... Maar dat de baas hem nooit een knikje gunde, had onze vriend hem niet in dank afgenomen. Hij had dan ook in zijn vuistje gelachen toen die blaaskaak eind vorig jaar ook hier even in het kamp werd opgesloten, al was het dan maar voor een week-end...

" Eén week-end ?!" vroeg Joseph: " Da's niet erg veel hé ...En dan naar het gevang zeker ?..."

" Bijlange niet: de maandag nadien hebben ze hem al gelost en heeft hij een soort huisarrest gekregen in afwachting van zijn proces voor economische collaboratie... Zijn advocaten hadden het op een akkoordje gesmeten met de krijgsauditeur: hij moest uit Spanje weerkeren en zich persoonlijk ter beschikking stellen van het gerecht om de beslagname van zijn bedrijf te laten opheffen...Met een boete van een paar miljoen is hij er later vanaf gekomen ,maar in den bak heet 'em nooit gezeten..."

" Was Xavier Belleville naar Spanje gevlucht bij de bevrijding ? Waarom niet zoals iedereen naar Duitsland verdikke ?! Niet chique genoeg zeker ?"

" Nee-nee, hij is niet gevlucht hé ! Toch niet bij mijn weten...Maar hij moest dikwijls met zijn Duitse officier naar Spanje op zakenreis, officieel om kleurstoffen en sisalvezels aan te kopen voor zijn camouflagenetten... Maar in feite heeft hij al die tijd, volgens dat ze zeggen, met zijn zwart geld daar langs de kust grote stukken duin opgekocht...En toen messieu Savié dààr was, tijdens de laatste reis in de zomer van '44, is den Engelsman geland in Normandië en den Amerikaan in Zuid-Frankrijk en hebben die op korte tijd zijn terugweg naar België afgesneden ! Hij was toen wel verplicht dààr te blijven. Wel niet helemaal tegen zijn goesting, naar het schijnt...Want zijn Duitse compagnon had blijkbaar expres zo lang getreuzeld tot ze daar afgesneden waren en het te laat was, om veilig in Spanje te kunnen blijven...

" Dus uw baas betaalt een belachelijke boete voor de fabricage van legeruitrusting voor de Wehrmacht - iets waarmee hij miljoenen winst heeft gemaakt..."

" Belachlijke boete ! Mijn gat !" onderbak De Cloedt hem :"zékers op z'n minst een paar miljoenen hé !"...

..." en gij, die aan zijn poort in weer en wind de wacht optrok, vliegt voor een paar jaren de bak in ?..."

" Niet in weer en wind, hé! " zei de onnozelaar: " In een goed verwarmd wachtlokaal ! "

 

Joseph had De Cloedt nadien niet meer teruggezien, maar Florizone wist te vertellen dat de man inderdaad vier jaar had gekregen en tien jaar verlies van burgerrechten...Met aftrek van zijn voorhechtenis en de gunst van de 'Wet-Lejeune' mocht hij niettemin hopen binnen het jaar vrij te komen...

" Voor u zal het waarschijnlijk ook dààrop uitdraaien, als we er in slagen uw joodse vriend Birnbaum en de Britse vlieger Bolton als getuigen ter ontlasting op te voeren. Maar zoals ge zegt: de kans is heel groot dat die laatste zijn krijgsgevangenschap niet heeft overleefd...Uw vriendin, Mejuffer Nadine De Handt, heeft mij wel nog het oude adres van zijn moeder in Londen kunnen geven, en dié heb ik het in mijn beste Engels uitgelegd...Al verwacht ik niet dat de vrouw daar, vijf jaar nà datum, nog steeds woont: misschien is ze ondertussen ook al overleden, wie weet ! Het is écht een schot in de nacht...En voor Birnbaum heb ik het Rode Kruis aangeschreven, maar ik weet uit ondervinding dat het maanden gaat duren vóór die antwoorden.."

" Verdomme Meester, vorige maand liet ge verstaan dat die twee getuigen àlles gingen oplossen, en nù komt ge mij gelijk vertellen dat het maar een scheet in een fles was ?! Hebt ge daarvoor geleerd of is het aangeboren: die gave om iemand tot wanhoop te drijven ?!"

Florizone zuchtte diep: " Ik weet het: ik gaf u daarmee misschien teveel hoop, maar zo gaat het nu éénmaal...Veel ups en downs: in een proces moet ge wat geluk hebben...Maar we boekten toch al wat vooruitgang: ik heb zowel de garde Calcoen als die Rudolf Steiner er van kunnen overtuigen dat ze hun getuigenverklaring over de verdrinking van de heer Pylieser dringend zouden moeten herzien ,als ze zélf geen last willen krijgen...En uw chantage schijnt goed te werken, want de Gewestelijke Leiding van de Weerstand heeft mij gisteren al om uitleg gevraagd over onze beschuldigingen ten laste van hun Nieuwpoortse 'Held'...Mij gedacht gaat die zaak geseponeerd worden en een stille dood sterven..."

" Bon " beaamde Joseph: " Dan zijn we toch al een béétje op de goede weg ! "

 

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 378

D13      INTRIGES EN GEKONKELFOES.

 

                             Kerstmis 1946.

Meester Florizone had het toch maar mooi voor elkaar gekregen: kort voor de feestdagen vertelde hij Joseph dat er géén proces meer tegen 'Jean-Marie Peters' gevoerd zou worden. Het parket van Veurne had, op vraag van de Gewestelijke Verzetsleiding, het onderzoek naar de verdrinking van Pylieser stilletjes geseponeerd. Als vriendendienst, zeg maar...Zogenaamd omdat er toch geen benadeelde familieleden of rechthebbenden waren, die bezwaar zouden kunnen laten gelden, maar ook bij gebrek aan een mogelijke beklaagde. Want de griffie van Veurne had moeten vaststellen dat die échte 'Peters' volgens getuigen in een Berlijns bombardement was gebleven ,en zijn valse-naam-drager totaal van de aardbol verdwenen was..De gendarmen van Nieuwpoort hadden blijkbaar vergeten de "ontmaskering van Petré Gerardus" aan Veurne door te spelen... En toen de Gewestelijke Verzetsleiding discreet bij het parket had laten verstaan dat op een mogelijk proces de morele reputatie van hun patriottisch idool zou kunnen besmeurd worden, was iedereen vlug akkoord om deze pijnlijke zaak discreet van de rol te schrappen...Ze hadden zó al werk genoeg !

" Maar gaan Steiner en de garde zich daar zó maar bij neerleggen ?" wilde Joseph weten: " Als ze op het parket van Veurne die 'Pseudo-Peters' niet meer vervolgen als mogelijke dader, riskeren zijn twee kwelgeesten toch zélf aansprakelijk gesteld te worden voor die verdrinking ?"

" Als er tóch een onderzoek zou geopend worden: ja ! Maar aangezien zowel de huidige leiding van het verzet als de onderzoeksrechter onze twee lastposten ervan overtuigd hebben dat het voor iedereen beter is deze zaak te seponeren, is dàt voor die twee krawaten een voldoende garantie dat ze buiten schot zullen blijven. En in feite vragen ze dus niet liever ! "

" Je hebt hen dus niet moéten chanteren met hun misstappen tijdens de oorlog ? De garde voor zijn zogezegde collaboratie met Oberfeldwebel Heidrich en Steiner voor de moord op zijn mededeserteurs in 'Villa Sybaris' ?"

" Ik niét, maar mijn bediende heeft hen daags vóór de beslissing van het parket geconfronteerd met het moraliteitsverslag dat wij van hen op het proces zouden voorleggen...Ikzélf heb daar mijn handen niet willen aan vuil maken. Maar via het parket heb ik nadien toch vernomen dat beide heren als bij toverslag collectief een volledige blackout gekregen hebben over wat er juist die nacht in de Bassevillestraat is gebeurd. Met als excuus: alle twee poepeloere zat na de herdenking van V-Day ! Een bekentenis die hun eventuele belastende getuigenis sowieso waardeloos zou maken ! "  

" Dus ben ik die lastposten definitief kwijt ?"

" Definitief ! En zo kunnen wij ons van nù af volledig concentreren op de ondervragingen door de krijgsauditeur die volgende week gaan beginnen. Zorg daar vooral voor drié dingen: ge moet er proper voorkomen, uw invaliditeit moet zwaar doorwegen, en ge zijt uit jeugdige onbezonnenheid naar het Oostfront getrokken na een banale ruzie met uw moeder ! ...Dus geen politiek gezwets over een christelijke kruistocht tegen het bolsjevisme : mogelijk is de juge één van de loge die het niet zo hééft voor kruistochten ! En zwijgt over misleiding door de bevriende burgemeester Engelborghs: daar zal ik làter wel op terugkomen... Laat ook duidelijk verstaan dat ge àl die jaren zonder onderbreking aan het front hebt gestaan en gedurende héél de oorlog nóóit naar België zijt weergekeerd. Verstaan ?"

" Ja-ja: ik ben dus een berouwvolle onnozelaar, ik wéét het ! Dank u ! Maar hebt ge ondertussen nog niets gehoord van Arthur Birnbaum en die Britse piloot Braai-Jan Bolton ?"

" Bij Birnbaum tasten wij volledig in het duister. Naar het schijnt zou hij volledig illegaal naar Palestina vertrokken zijn en nu meewerken met terreurorganisaties als 'Stern' of 'Irgun', waarvan de gazetten spreken... Of misschien zelfs de 'Haganna'.. Zoiets liet in elk geval zijn zuster uit New York verstaan... Zij wil wél bevestigen dat Arthur met u vóór de oorlog bevriend was, maar weet niks af van de bescherming die gij hem gaf toen hij tijdens de winter van '44-'45 als Italiaanse krijgsgevangene in Berlijn tewerk gesteld was...En aangezien de huidige terreuracties van de joden in Palestina hiér niet erg populair zijn, kan ik voor de rechter met zo'n getuigenis niet veel aanvangen..."

"Jammer, want Arthur zou wel een mooie getuige in mijn voordeel geweest zijn...En Bolton ? Leeft die nog ?"

" Voorlopig nog wél, al schreef zijn moeder dat hij zwaar ziek in een militair sanatorium ligt en ze vraagt hem daar niet lastig te vallen met die 'oude koeien'... Blijkbaar begrijpt ze de situatie van vroeger niet goed, en vermoed zij dat wij de vijand zijn omdat haar jongen ons kwam bombarderen in Oostende. Ik zal haar dus opnieuw contacteren en proberen het adres van haar zoon te pakken te krijgen. Hopelijk is hij een beetje béter bij zijn verstand dan dat oude mens, ànders zijn wij in de aap gelogeerd... En de tijd begint te dringen..."

 

Na het vrijen stak Rachel een Engelse sigaret op en inhaleerde diep: " Het ziet er niet zo goed uit met onze...heu..."erfenis" ,Keuntje...Als wij niet "héél stief" oppassen ,gaan we met ons gat nààst de centen vallen ,vrees ik ! M'n baas heeft mij het dossier van Pylieser gevraagd en dat is een slecht voorteken...De akte, waarin de schipper zijn persoonlijk fortuin aan Joseph en Leon Petré nalaat en als zijn énige erfgenamen erkent, zit daarin. En dààr begint de zever ! Leon ligt zogenaamd begraven op het kerkhof van Nieuwpoort, omdat gij hem in september '44 officieel herkend hebt in het aangespoelde lijk dat ze uit de Geul hadden opgevist. Zijn helft van Pyliesers fortuin gaat dan normaal naar zijn broer Joseph. Maar Legein weet al lang dat dié als SS-er in de bak zit in Brugge, en als de krijgsraad hem veroordeelt is de kans groot dat de staat op héél zijn erfenis beslag legt.. En dan kunnen wij al onze slimme combines vergeten ."

Jetje luisterde,diep in gedachten verzonken. Daarom vervolgde Rachel :"Maar Marcel, de zoon van notaris Legein die op mijn buro werkt, heeft mij zonder te willen op een ander gedacht gebracht. Die sukkel denkt van bij mij aan te pappen en klapt dikwijls uit de biecht. Hij vermoedt dat zijn vader àndere plannen heeft met dat dossier, en het stommelings met het sequester op een akkoord wil gooien. Hij zou de erfenis van Joseph, vóór de veroordeling, aan de staat bekend willen maken, op voorwaarde dat hij de huizen van Gerard Pylieser in de Langestraat van Nieuwpoort aan een klein prijsje van het sequester kan terugkopen...De details van deze smerige combine kénde zoon Legein nog niet, maar hoe dan ook zou Joseph naar zijn fortuin kunnen fluiten !... En wij na hem ,dàt spreekt vanzelf. Dus als we dat op één of àndere manier willen vermijden, zijn er geen zesenzestig oplossingen ! "

Jetje spotte bitter: " Denkt ge nog altijd dat ge de oude Legein zo gemakkelijk aan de kant kunt zetten ?"

" Van-kant-màken, wilt ge zeggen, hé ? Ge moet een kat een kat noemen, Jetje, en niet rond de pot draaien: ja, dàt wil ik zeggen ! Of het gemakkelijk zal gaan, is een àndere zaak...Maar er zijn nog méér mogelijkheden om dat erfenisdossier op de lange baan te schuiven, minstens tot na de uitspraak van Joseph zijn vonnis..."

" Zeg het maar kind: gíj hebt gestudeerd, ik niét ! "

" Wel, door bijvoorbeeld Leon weer tot leven te wekken, of minstens aan de Rijkswacht te verklaren dat de drenkeling, die in Nieuwpoort begraven ligt, zéker de Leon niét is ! Dat ge die zogenaamde identificatie van het lijk van Leon, tijdens de chaos van de bevrijding en na de moord op uw vriendin Marie Petré, enkel gedaan hebt onder de druk van Pylieser, of zoiets in dien aard... En Joseph zou op zijn beurt kunnen verklaren dat hij Leon in Berlijn maanden later nog onderdak heeft verleend: dat die stomme kloot daar gesneuveld is, moet hij er natuurlijk niet bij vertellen ! En ik kan zorgen dat ge één dezer dagen zogezegd een telegram van Leon krijgt waarin hij weldra zijn terugkeer naar huis aankondigt. Dat Leon dus blijkbaar nog leeft zal al voldoende verwarring veroorzaken, én bij notaris Legein én op de dienst 'Bevolking', om het openen van de erfenis minstens voor onbepaalde tijd uit te stellen. Ik zou zeggen: minstens tot nà de veroordeling van Joseph door de krijgsraad. Als dan bij de uitspraak niet geweten is dat hij het fortuin gaat erven van de schipper, dan zullen ze in het vonnis ook de verbeurdverklaring niet uitspreken..."

" Allemaal nogal ingewikkeld, hé... En dan moet ik eerst bij de gendarmen gaan staan liegen dat de Gerard mij destijds gedwongen heeft een valse verklaring af te leggen ?! Als die mij dan niet onmiddellijk geloven, en mij op de rooster leggen, dan zak ik zó door de mand ! "

" Voor één keer dat ik u iets vraag, verdomme ! IK zorg al voor die valse telegram, en zal ook wel Joseph overhalen om over Leon zijn logement in Berlijn te getuigen. Het énige wat gij moet doen is dat telegram aan de gendarmen tonen en wijlen de Pylieser de schuld geven ! Da's toch niet moeilijk hé ! "

" Maar 't is toch veel gemakkelijker in de notaris zijn koffie een slaapmiddel te doen, vooraleer hij met zijn chique voiture volle petrol naar de hoeren van de 'Cambrinus' rijdt ?! Of in zijn cognac ?! Dan vlamt hij onderweg met zijn zijn stijf pietje in alle haast gegarandeerd te pletter op een boom, of verzuipt hij door met z'n "car" van de Langebrug in de Geul te duiken. M'n kop eraf dat daar verder geen haan nog naar kraait ! Ge hebt zélf verteld dat hij iedere dinsdag, na zijn zogenaamde 'four o'clock tea' op de buro, daar bij de vuile madammen van de 'Cambrinus' op de lappen gaat ! Vooraf een sterk pilletje in zijn cognac draaien is toch óók zo moeilijk niet !...De mensen steken het op een attacque van een ouwe hoerenloper en vragen geen rest..."

Rachel bleef haar even verbaasd aanstaren en zei toen koudweg: " Weet ge, Keuntje, wat zo verdomd irritant is bij u ?...Ge ziét er veel stommer uit dan ge zijt ! "

Waarop ze beiden in een schaterlach uitbarstten.

 

Maar Rachel zou Rachel niet zijn, als ze aan een eenvoudig, rechtlijnig plan niet een paar leuke tintjes zou toevoegen...En Marcel, de zoon van de notaris, die evenveel naar haar onderlijf als naar de burozetel van zijn vader smachtte, sméékte als het ware om haar duister complot wat bij te kleuren !

Dus, zohaast haar voornemen vaststond om de oude Legein, min of meer volgens de suggestie van Jetje, van het schaakbord te laten verdwijnen, begon ze zijn zoon Marcel ,die samen met haar  de administratie van "Meneer Papa"  verzorgde ,vakkundig op te jutten. Eerst door hem volop onder haar rok te laten gluren telkens zij meermaals per dag zogezegd achteloos haar nylons aanspande, en de week daarop regelmatig vooroverbuigend diepe inzichten gunde in haar leuke décolleté... En de zaterdag dààrop kreeg ze de slijmerd al zover dat hij een chique suite huurde in een discreet hotelletje van De Panne ,dat ze kende van horen-zeggen...

Toen ze hem lovend de vier hoeken én de plafondspiegels van de slaapkamer had laten zien en hij ver in z'n eentje twee flessen champy soldaat had gemaakt, bleven ze wat doezelig mijmeren over de wreedheden van hun klerkenbestaan... Rachel opperde daarbij voorzichtig dat ze hun heimelijke liefde in feite door de schuld van vader Legein hier in een hotelletje moesten verbergen, terwijl zij tenslotte een béter lot verdienden... En als er niet vlug met de ouwe iéts gebeurde, zou deze nog jarenlang de notariële aspiraties van zijn zoon ,alias haar verdienstelijke minnaar ,beknotten... Zo, het zaad was probleemloos uitgestrooid ,nù het zijne nog ! En toen hij tegen de avond van uitputting en drank ver van zijn stokken viel, begon - opgestookt door dubbelzinnigheden van Rachel - in zijn benevelde geest een weelderige wildgroei van gewaagde toekomstmogelijkheden te ontkiemen... Onder andere drong het plots tot hem door - eindelijk ! - dat een ongeluk met Papa hém niet alleen de notariszetel kon opleveren, maar hem misschien ook zou toelaten zijn erotische aspiraties met Rachel in een vastere vorm te gieten... Nou-nou, flink hoor ,jongen !

Om een lang verhaal kort te maken: na nog twee van die amoureuze retraites in De Panne en tussenin een week brainstormen op het kantoor, kwakte de notaris met zijn 'schoon voiture' aan te hoge snelheid inderdaad door de houten reling van de Langebrug. Hij dreef, gestuwd door de leeglopende spuikom, zóver in zee dat zijn lijk pas begin januari '47 terug aanspoelde op het strand van de Krokodiel.

Het dossier van Josephs erfenis zou daardoor pas màànden later weer op tafel komen, want door dit tragisch voorval duurde het even vooraleer de jonge notaris Legein Junior een beetje zicht kreeg in de complexe zaken van wijlen zijn Papa...Zoals reeds gezegd was onze Marcel niet erg rap van aannemen en kwamen de hand- en spandiensten van zijn schrandere Venus goed van pas om wat krom was recht te trekken ,en omgekeerd. Gelukkig konden de meeste van zijn klanten begrip opbrengen voor deze spijtige vertragingen...

Rachel en Jetje in de eerste plaats...

 

De 'feestdagen' waren in het kamp van Sintekruis wat troosteloos verlopen en de geïnterneerden vestigden met de moed der wanhoop hun blikken op 1947...Eén kon de feestvreugde niet langer aan en verhing zich in het schijthuis.

Ondertussen had Joseph zijn eerste ondervraging achter de rug: verteld wié hij was, wàt hij tijdens de oorlog allemaal had uitgestoken, en wààr hij nadien zo lang was ondergedoken. In één woord: goed meegewerkt. Hij had, zoals Florizone hem had opgelegd, gezorgd dat hij proper voorkwam, erg op zijn krukken doorgehangen en alle ideologische drijfveren geminimaliseerd... De twee ondervragers hadden hem niet vijandig bejegend en hem bijna gecondoleerd met de moord op zijn moeder en zijn broer Leon tijdens de chaos van de bevrijding... Maar, zeiden ze, die spijtige voorvallen kon hij nooit als excuus voor zijn misdaden laten gelden. Immers, deze waren gebeurd lang nà zijn vertrek naar het Oostfront ,en zijn engagement aan de zijde van de vijand kon door de moordenaars - wie ze ook waren - zelfs als verschoning voor hun misdaad worden ingeroepen... Dus kon hij daar verder beter over zwijgen.

Tijdens de tweede ondervraging mocht hij kort de elementen aanhalen die in zijn voordeel pleitten: zijn jeugdige leeftijd, het verbergen van - primo - de Britse piloot Bolton achter hun konijnenkot in Westende en - segundo - van zijn joodse vriend Arthur in de kelder van zijn Berlijns bureel...Vreemd genoeg werden zijn vriendschapsbanden met een jood hem door de ondervragers niet erg in dank afgenomen...Maar die Brit interesseerde hen wel. Had hij soms bewijzen die zijn verhaaltje konden staven ?... Nog niet ?... Dat is dan heel jammer hé...

Toen hij nadien zijn advocaat daarvan op de hoogte bracht, vond deze het spijtig dat Joseph de voornaamste elementen van zijn verdediging al had verraden. Maar hij had ook goed nieuws: Bolton had teruggeschreven !  

" Veel precieze verwijzingen over zijn onderduiking in de abri van uw moeder schrijft hij niet, maar wel in 't algemeen zijn belevenissen sinds hij boven Oostende werd neergeschoten. Hoe hij schuilde bij de boer in de polder van Mannekesvere en daar na twee dagen door de weerstand naar een oude bunker in de duinen werd gebracht, in afwachting van zijn avontuurlijke kanovaart naar Engeland, die dan jammerlijk mislukte. Maar geen details over hoe uw gezin hem daar een week verstopte en verzorgde, zelfs geen namen of precieze data, zodat wij deze getuigenis in feite niet kunnen gebruiken...Ik heb hem onmiddellijk terug geschreven en hem het nauwkeurig verhaal van zijn verblijf bij uw moeder voorgekauwd, met de vraag die tekst met zijn eigen woorden te herschrijven en duidelijk te ondertekenen. Als we dat antwoord op tijd terugkrijgen, zijn we gered ! ... Maar de man is erg ziek, en het is erg de vraag of het zal lukken..."

" Schrijft hij ook iets hoe mijn nonkel René daarbij verdronken is ?"

" Neen, want dat wist hij zelfs niet ! Wél dat ze voor de storm moesten schuilen op een scheepswrak voor de kust, en dat de kano daarbij beschadigd werd. Na twee dagen op dat stinkend wrak is uwe nonkel dan met de lekkende kano in de nacht terug naar de kust gevaren om het scheurtje in Nieuwpoort te laten repareren en Bolton heeft op dat wrak ,zonder eten ,nog vier dagen op zijn terugkeer gewacht. De Kriegsmarine heeft hem daar uiteindelijk opgepikt en in een lazaret verzorgd voor een vergiftiging door mosterdgas die hij, naar zijn zeggen, in dat wrak had opgescharreld...Na vijf maanden hebben de Duitsers hem dan - bij een gevangenenruil via het Zweedse Rode Kruis - naar Engeland laten gaan...Ziet ge: wel een mooi verhaal, maar véél hebben wij er niet aan..."

" Zou het helpen moest ik hem persoonlijk een schoon briefje sturen, denkt ge ? Ik heb daar bij de abri hele raisons met hem gehouden: die moet hij zich toch kunnen herinneren zeker ? Of minstens mijn persoon ?..."

" Misschien... Hiér is zijn adres, al vrees ik dat het te laat zal komen voor het proces... Maar chot, wie weet... Of het is nog béter dat gij uw brief zo rap als ge kunt in het Vlaams opstelt en morgen aan mij laat bezorgen via de geïnterneerde Verstappen Aloïs, die ik morgen bezoek. Kampnummer 542, uit barak vijf dus... Dan kan ik hem nog deftig vertalen en laten overschrijven. Want ik veronderstel dat uw school-Engels met de oorlogsjaren ook wel wat haargroei tussen de benen gekregen heeft, ondertussen... Als ik hem dan per express naar Mister Bolton opstuur, kómt er mogelijk nog iets van... Op hoop van zegen, zullen we  maar zeggen  ! "

  

Diezelfde avond nog herlas Joseph zijn smeekbede, en kon zich geen ogenblik indenken dat deze zonder gevolg zou blijven.

Geachte Heer Bolton, beste vriend Brai-Yan,

Vergeef mij deze dubbele aanhef, maar ik weet niet goed hoe ik u moet benaderen. Tenslotte hebben wij elkaar maar tien dagen gekend. Maar uw kort verblijf bij ons in april 1941 verliep in zo'n emotioneel en levensbedreigend kader - niet enkel voor u, maar ook voor ons, zoals de verdrinkingsdood van mijn nonkel René bewijst - dat het zonder diepmenselijke gebondenheid nooit tot een goed einde had kunnen komen. Daarom noem ik u mijn vriend, en verstout ik mij, nu de oorlog voorbij is, met deze brief op uw menselijke gevoelens een beroep te doen.

Onze beider vrijwillige inzet in deze oorlog heeft ons, elk aan onze eigen kant, veel bloed en tranen gekost. Gij, een RAF-vrijwilliger, ligt naar ik hoorde met een longziekte in het sanatorium, terwijl ik, als ex-Oostfrontstrijder, nu kreupel in de gevangenis verblijf. Ik verwacht het vonnis binnen twee à drie maanden, en de strafmaat (vijf jaar óf minder) zal volledig afhangen van de gunstige getuigenis die gij àl dan niet over mijn persoon zult willen schrijven. Mijn advocaat heeft u de punten herinnerd die voor mij van levensbelang zijn, en ik smeek u deze te willen bevestigen. Inderdaad 'levensbelang', want nóg vijf jaar in deze stinkende gevangenis hou ik niet uit: ik moet op véél kortere termijn weer vrije lucht kunnen ademen...

Ik vertrouw mijn toekomst hiermee volledig aan u toe, beste vriend Braai-Yan, zoals ook gij uw leven aan ons hebt toevertrouwd in de donkere dagen van april '41...

Dat God ons moge bijstaan...

 

Zo, een handtekening en klaar was kees ! Morgen, na het morgenappel zou hij zijn smeekbede aan die Verstappen geven, met het gevoel vanop een tropisch eiland een noodkreet in een fles aan de branding toe te vertrouwen !

De week daarop leek het alsof diezelfde branding een àndere fles met een àndere noodkreet op zijn strand wierp, ook al stond Joseph compleet voor een raadsel wie dan wel de afzender kon zijn... Meester Florizone schoof hem die ansichtkaart sluiks toe bij zijn volgende werkbezoek.

" Beziet ze straks maar eens op uw gemak en zeg mij later maar wat ge er van denkt... Uw zogenaamde 'Tante Jetje', Georgette Neuville ontving die twee weken geleden en weet niet goed wat ze ermee moet aanvangen. Het is een zicht van Saigon, een grote stad in den Indochine, waar voor de moment de Fransen bezig zijn een communistische opstand neer te slaan... Het schrift is wel wat verwaterd, maar ik heb het toch ontcijferd als: " Bien bonjour aux familles et amis ,de la part de Fred Bonheure et Jos Maes. 2.R.E.P... Maar Jetje kent niemand met die naam die haar juist adres zou moeten weten. Toen ze mij daar over sprak heb ik wat opzoekingen gedaan en ontdekt dat 2.R.E.P. staat voor het 'Deuxième Régiment Etranger Parachutiste', of zeg maar de para's van het Franse Vreemdelingenlegioen... Die zijn daar tegen de chinezen aan 't vechten in den Indochine. En in 't vreemdelingenlegioen zitten veel oud SS-ers, ook Vlamingen van de 'Langemark'... Maar gij zijt de énige oud-Langemarker die madam Neuville kent en dus denkt zij dat die kaart, langs een omweg, mogelijk voor u bestemd is... Een soort geheim teken-van-leven van uw oude kameraden... Kent gij die afzenders soms, Fred Bonheure en Jos Maes ?..."

Joseph trok een bedenkelijk grimas: " Bonheure, dat zegt mij iets, al kan ik dat niet direct plaatsen... Maar Jos Maes verdomme ! Zo zijn er misschien wel duizend met die naam, lijk Jansens en Peters: daar moet ik eens goed over nadenken... En voor de rest nog nieuws ?"

" Ja, als ge wilt: ge hebt mij in de tijd gevraagd eens te horen hoe het met oud-burgemeester Engelborghs is afgelopen, hé ? Wel, die heeft hier heel de tijd geïnterneerd gezeten sinds september '44, zelfs de laatste acht maanden samen met u zonder dat ge hem tegen het lijf gelopen zijt...Met een beetje chance gaat ge hem na uw proces terugzien  in 't Pandereitje ,de stadsgevangenis van Brugge ! "

" Chance ?! Godverdomme, zéker niet voor hém, want dat zal zijn beste dag nog niet zijn ! "

" Zég ! Kalmkens aan hé man ! Ik wil geen tweede zaak Pylieser aan mijn been, verstaan !... Laat die vent gerust: met vijf jaar heeft die al genoeg om spijt te krijgen over zijn zondig verleden ! "

En omdat Joseph wrokkig dichtklapte vervolgde Florizone gemaakt jolig: " Weet ge van wie ik ook goed nieuws kreeg ?... Van Juffrouw Birnbaum, de zuster van uw vriend Arthur ! Ze schreef mij dat ze haar broer van uw situatie op de hoogte bracht en dat gij van hém een gunstige verklaring moogt verwachten... Speciaal dan over uw bescherming bij zijn onderduiking in Berlijn. We kunnen nu enkel hopen dat hij daar rap op reageert, vooraleer wij berecht worden door de krijgsraad..."

" En al iets gehoord van Bolton ?"

" Dat zou wel héél rap zijn hé ! Vóór veertien dagen mogen we daar niets van verwachten. Geduld dus maar ,en niks foceren ! "

Vreemd, dacht Joseph, de dagen in het kamp leken zo eindeloos traag voort te kruipen, terwijl er anderzijds waarschijnlijk tijd tekort zal zijn om zijn verdediging rond te krijgen...

      

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 379

               Boekdeel D2.

 

Beslaat de periode van februari ’47 tot december ’47 en vertelt over "De Nieuwe Jood" ,vreemde bezoeksters in het Pandreitje, het geknoei met een testament, de gouden valstrik en de eindafrekening...

 

 C61BIS

"EXODUS 47", de WANDELENDE JOOD "Ahasverus" komt thuis.

                                       Mei '45-mei'48

De Amerikanen en Britten wilden de Duitse concentratiekampen zo vlug mogelijk opruimen en de overlevenden terugvoeren naar hun vaderland ,maar voor veel joden was dat een groot probleem. Ze kónden niet naar hun vorige woonplaats terug wegens o.a. gebrek aan 'papieren' ,of weigerden dat om niet opnieuw slachtoffer te worden van allerlei vervolgingen. Vooral de jongeren werden betoverd door de Zionistische propaganda voor emigratie naar het "Beloofde Land" ,want in dat Britse mandaatgebied Palestina was ondertussen een genadeloze opstand van de plaatselijke bevolking uitgebroken. Onder druk van de Anglo-Arabische petroleummaatschappijen hadden de Britten er met hun Witboek van 1939 de joodse inwijking beperkt tot 1.500 "zielen" per maand. Deze beperking was voor de zionistische Hagana, die nu in de Duitse kampen voor "Displaced Persons" met een 200.000 joodse overlevenden zat opgescheept die allen naar het ‘Beloofde Land’ wilden uitwijken, een uitgemaakte zaak :deze aangroeiende mensenmassa legaal laten immigreren zou 15 jaar duren ! Onaanvaarbaar ! Terwijl de " clandestiene oplossing" een zuivere kwestie van transport en beveiliging zou zijn. Dus voerden die met alle middelen een ongeziene forcing om hun 'stock' kampjoden daar ILLEGAAL binnen te smokkelen ,en kwamen zo voortdurend in botsing met de Britse mandaathouders. Anderzijds vreesden de plaatselijke Palestijnse arabieren door een joodse invasie overspoeld te worden en weigerden de quota te verhogen. De speciale V.N.commissie voor Palestina zag geen uitkomst uit deze patstelling, waardoor Engeland verplicht werd te trachten er verder met ijzeren hand "law and order" te verzekeren.                

Meer en meer zaaiden zowel joodse als arabische terreurgroepen wederzijds met bomaanslagen en overvallen dood en verderf over zowel het platteland als in de steden. Ook al waren de eersten beter georganiseerd, de tweeden beschikten over een zwaardere bewapening, binnengesmokkeld uit de Arabische buurlanden. En terwijl de joodse terreurgroepen Stern, Irgun en Palmach de strijd tegen de Britten nog opvoerden, concentreerde de joodse Hagana zich vanaf eind '46 bijna uitsluitend op de clandestiene immigratie. Onder leiding van Ben Goerion, de latere president van Israel, zette de Hagana het Plan "Aluyat Bet" op poten om zo vlug mogelijk 120.000 jonge joden uit de Duitse D.P.kampen per schip naar Palestina te smokkelen. De eerste negen schepen werden echter allemaal onderschept door de Britse Navy vóór ze de Palestijnse kust konden bereiken en de 8.000 opvarenden op Cyprus geïnterneerd. In Europa waren verder geen boten meer te vinden. Bleef dus Amerika. En hier begon het roemrijke epos van het Hagana-schip "Exodus '47"                      

Een groepje van 42 zeer jonge Amerikaanse joden kon er in Charleston ( februari '47) met ingezameld geld bij een schroothandelaar voor 40.000 dollar de hand leggen op een oude riviercruiser "President Garfield" die sinds het begin van de eeuw pleziertochtjes voer op de Chesapeake Bay. Er was accommodatie voor 400 passagiers maar met wat kunst- en vliegwerk werd dit eventjes verélfvoudigd ! Geen enkel lid van de bemanning had ook maar enige zeemanservaring maar tóch slaagden ze er in ,eind april ,na een avontuurlijke overtocht ,via de Azoren ,Marseille te bereiken. Daar trachtte de Britse regering met druk op de "dove" Franse havenautoriteiten de boot aan de ketting te laten leggen ,doch de "President Garfield" kon tijdig ontsnappen. Na een wekenlange zwerftocht langs Zuid-Franse en Italiaanse havens belandde de roestbak eindelijk op 12 juli '47 in Sète...      

Nu toonden de Hagana-organisatoren wat ze waard waren. Uit verschillende Duitse D.P.kampen voerden ze met geheime vrachtwagencolonnes in drie dagen 4.530 joodse emigranten aan die op 16 juli aan boord werden "gesmokkeld" onder het welwillend dichtgeknepen oog van de Franse autoriteiten. Die waren wàt blij zò deze armoedzaaiers àf te geraken ! Maar de Britse premier Bevin verzette hemel en aarde om de boot nog te laten blokkeren. Vergeefs, ook al weigerde de havenkapitein een sleepboot ter beschikking te stellen om het overvolle wrak buitengaats te slepen. In de nacht van de 17de voer het tot "Exodus '47" omgedoopte schip op eigen kracht zonder veel broks de smalle kronkelende havengeul van Séte uit met zijn 4530 passagiers en 23 bemanningsleden. Evenwel niet onopgemerkt, want een paar handige jongens trommelden de Amerikaanse pers op die uit deze scoop met enkele tranerige artikels een winstgevend slaatje sloeg. Franse kranten, die destijds slechts op vier bladzijden verschenen, beperkten zich tot 10 regels...                

In open zee werd de roestbak echter opgewacht door twee Britse destroyers, die met hun seinlampen de waaghalzen aanhoudend poogden te overhalen hun uitzichtloze onderneming op te geven. Vijf dagen lang schaduwden ze de "Exodus '47", die wegens het slechte weer ieder ogenblik kon zinken, op zijn roekeloze overtocht naar het Beloofde Land. Dank zij het doorlopend pompen geraakte het op 22 juli tot voor de Egyptische kust en stoomde toen noordwaarts richting Haïfa: een schijnmaneuver, want het was de bedoeling 'snachts in Bat Yam op de kust te lopen. In deze badplaats had de Hagana 30.000 gewapende stoottroepen van de Palmach geconcentreerd om de ‘geheime’ ontscheping te beschermen.            

Dit was evenwel de Britse inlichtingendienst niet ontgaan en om aan land een veldslag in regel te vermijden besloot de Navy de "Exodus" in volle zee, buiten de territoriale wateren, te enteren. De oude bak werd door de twee destroyers "gesandwicht" en na een vier uur durend gevecht overmeesterd. Daarbij vielen 3 doden en 146 gewonden...De uitgeputte passagiers werden manu militari overgebracht naar drie gevangenisschepen in de haven van Haïfa, in afwachting van hun internering op Cyprus...            

De wereldpers had echter ondertussen aan dit - voor die tijd toch banaal - incident zo'n ruchtbaarheid gegeven en de Britse premier Bevin dermate gediscrediteerd, dat deze besloot het hard te spelen en een voorbeeld te stellen: de joden zouden terug naar Marseille worden gevoerd. Daarmee hoopte hij eveneens de schuldige laksheid van de Franse autoriteiten aan de kaak te stellen, maar het liep verkeerd af. Hoe dichter de drie gevangenisschepen Marseille naderden, hoe sterker de anti-Britse hetze in wereldpers aanzwol. Met het gevolg dat alle kranten - op aanstoken van de Hagana - de passagiers toejuichten toen die weigerden in de Franse haven van boord te gaan.          

Terwijl de V.N.-kommissie voor Palestina drie weken koortsachtig naar een uitweg zocht, bleven de vluchtelingen in steeds benardere omstandigheden in hun schepen voor de kust liggen. Uiteindelijk vond premier Bevin het welletjes en stelde hen een 24 uren-ultimatum: óf vrijwillig ontschepen in Marseille, óf teruggevoerd worden naar een vroeger concentratiekamp in bezet  Duitsland !                

Slechts 21 vluchtelingen gaven toe. De rest vertrok op 22 augustus met hun drijvende gevangenissen naar Hamburg. Daar aangekomen weigerden ze eveneens te ontschepen en gingen in zitstaking: ze werden toen één voor één van hun schip gesleept en in kampen gevangen gezet ! Daarop startte de Amerikaanse pers een vernietigende campagne tegen de Britse premier Bevin en eisten het beëindigen van het Britse mandaat over Palestina. Het vechten beu, stemde Engeland begin september in met het plan van de V.N. om Palestina te verdelen in een joodse en een arabische staat en trok zich op 29 november '47 uit dit wespennest terug.                            

Het "Aluyat Bet"-plan van Ben Goerion om 120.000 joodse D.P's het land binnen te smokkelen was jammerlijk mislukt: 64 Hagana-schepen hadden wel 60.000 inwijkelingen aangevoerd, maar daarvan was slechts een verwaarloosbaar percentage werkelijk het land Palestina in geraakt. De rest zat op Cyprus gevangen.                  

Maar het "Exodus"-epos had toch, dank zij de pers, de vorming van de staat Israel in een stroomversnelling gesleurd die door niemand of niets nog verhinderd kon worden. De Verenigde Naties erkende het Joodse deel van het vroegere Palestina als de staat 'Israël' ,ook al was dat in het begin slechts een lappendeken van losse nederzettingen. Nu ontbrandde de strijd tussen de twee plaatselijke gemeenschappen pas goed ,maar de loop van de geschiedenis lag vast: de Wandelende Jood Ahasverus had eindelijk een 'eigen' thuis veroverd ,grotendeels ten koste van de plaatselijke palestijnse bevolking...En zou dat tot zijn laatste snik stug blijven verdedigen ,zonder omkijken :"Right or wrong ,my country !"

Right or wrong ? Wie zal het zeggen ?  Betweters in beide kampen waren vertrokken voor het bloedigste conflict van de eerstvolgende honderd jaar...

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 380

D14      ONTGOOCHELING EN BEDROG.

 

                                     Februari 1947.

Toen Joseph op de prentbriefkaart van Indo-china de naam van de afzender had gespeld ,viel hij even in een zwart gat ! Fred Bonheure, ja verdomme ,die naam zei hem inderdaad iets. Maar hij was in de 'Langemarck' zoveel Vlaamse jongens tegengekomen, zelfs mannen uit de streek hier...En later nog in de SS-Kulturstelle op de Fehrbelliner Platz...Maar met de beste wil van de wereld zag hij daar géén Bonheure tussen...Of...Toch misschien ?

Het leek wel of hij plots als een lichtflits door z'n hersens kreeg ! Natuurlijk, verdomme ! Sammellager Grunewald ! Daar was hij, vóór zijn vertrek naar het Canadese 'D.P.Camp Adlershorst', toch nog rap-rap op zijn vroegere wapenbroeder Penny gevallen, zeker ! Die zei getekend te hebben voor het Frans vreemdelingenlegioen ?! En toen hijzelf zich al lachend voorgesteld had als 'De Nieuwe Jean-Marie Peters' had die zotte, onverwoestbare Penny toch gezegd dat hij 'verdween' naar de Sahara onder de schuilnaam van 'Fredje Bonheure'...Maar aangezien Penny toen zei uit de' beschaafde' wereld te willen verdwijnen, en Joseph dus ook dacht zijn ex-wapenbroeder nooit meer terug te zien, was die naam van 'Bonheure' als vanzelf uit zijn herinneringen wéggedeemsterd...

Zo-zo, die sakkerse Penny leefde dus blijkbaar nog ! Bij de Franse para's in Saigon nog wel ! Van avontuur gesproken zeg ! En aan vrouwen geen gebrek, natuurlijk ! Daarbij nog wat bossen van wuivende palmen: dat was weer eens iets ànders dan de stoffige steppen van Rusland hé ! ...Verdomde Penny toch ! Is waarschijnlijk nog fier ook dat hij het in de wereld zover geschopt heeft, de klootzak, om pochend uit het Verre Oosten nog ansichtkaartjes te sturen naar de vrienden en kennissen in dat verzopen keutellandje hier...Zeker om mij een beetje jaloers te maken, hé ?...Al wist Joseph niet direct of hij zijn oude slapie wel écht moest benijden, daar in het verre Indochine...

Immers ,het laatste wat hij ervan gehoord had, was toch dat het de Fransen in hun opstandige kolonie niet echt voor de wind ging...Akkoord, hijzelf zat hier in de bak en Penny liep in Saigon als een vrij man rond, voor zover je dan serieus vrij kon zijn als legionair ! Maar zijn vriend riskeerde toch ieder moment gekeeld te worden door zo'n gluiperige waterchinees, of een giftige pijl in zijn kont te krijgen van een gedrogeerde rijstkakker! ...Neen, eerlijk gezegd en alles goed bekeken: hij wilde niet ruilen met die kwibus...Ook al liep deze dan zogenaamd vrij rond tussen de soldatenhoeren van het broeierige Saigon !

Maar blijkbaar was zijn vriend daar niét alleen: ene Jos Maes had de kaart mee ondertekend en wie dàt dan wel kon zijn, mocht de lieve god weten ! Waarschijnlijk ging onder dié naam een àndere oude kennis schuil ? Hij kon als vriend énkel nog aan John Aspeslaghs denken, maar hij herinnerde zich vaag dat Penny gezegd had dat de John gesneuveld was in de herfst van '44, aan de Narwa-rivier in Estland...Joseph besloot dan maar die Jos Maes even in de ijskast van zijn geheugen te zetten in afwachting van een betere hint. Voorlopig had hij nog wel een paar àndere problemen om zijn kop op te breken !

Want het was nu bijna een maand geleden dat hij zijn smeekbede gericht had naar Bolton, en nog steeds had die niets van zich laten horen. Waarschijnlijk te ziek, of wie weet: misschien zelfs overleden. Uit z'n eigen prille jeugd herinnerde hij zich vaag dat bij Bompa Cattrysse die vergiftiging met mosterdgas destijds ook lang had aangesleept. Maar op 't laatste was één enkele hoestbui voldoende geweest om hem erin te doen stikken...Die grote bloedvlek op de zetel voor het venster van de barak: hij griezelde nog als hij daaraan terugdacht...En stinken , Mariètte !

Ook van Arthur Birnbaum had hij niets meer gehoord, al beweerde diens zuster in New-York dat ze hem onze aanvraag had overgemaakt. Die kloot had het waarschijnlijk véél te druk met het organiseren van aanslagen tegen het Britse bezettingsleger in Palestina ! Nochtans, de hulp die Joseph op gevaar van eigen leven aan Arthur geboden had door hem te verschuilen in de kelder van het Hauptamt op de Fehrbelliner Platz, had zijn vriend toch ongetwijfeld van de dood gered, nietwaar ? Als je nù tenminste de verhalen mocht geloven over de wijze waarop de Duitsers met hun joodse gevangenen waren omgesprongen...Maar blijkbaar beschouwde Arthur dat hij zijn ereschuld tegenover Joseph vereffend had, door hem onder een valse identiteit veilig langs de controle van het 'Sammellager Grunewald' te loodsen ,wie weet?...

En inderdaad, in feite wàren ze quitte, hij en Arthur Birnbaum...En als hij achteraf alles eerlijk overdacht moest hij wat beschaamd toegeven dat hij zich in Berlijn erg op de vlakte had gehouden toen Arthur in moeilijke papieren zat...Daarom besloot hij, met pijn in 't hart, zich er maar bij neer te leggen dat hij van zijn vroegere vriend niet teveel meer moest verwachten...

Maar al bij al: als zijn advocaat, meester Florizone, die twee getuigen "à-décharge" niet ten tonele kon voeren, zag het er voor Joseph op de krijgsraad niet erg rooskleurig uit ! Vooral omdat zijn ondervragers hem nu al twee keer aan de tand hadden gevoeld over vermeende oorlogsmisdaden die Vlamingen aan het Oostfront zouden bedreven hebben. Flauwe kul, natuurlijk ! Dat die heren niet het minste benul hadden van de ware krijgsomstandigheden in Rusland, bewezen ze door regelmatig 'Vlaams Legioen' en 'Langemarck' met elkaar te verwarren. Terwijl iedereen toch wist - of als ondervrager toch hóórde te weten - dat het 'Legioen' enkel gevochten had in de Wolchovmoerassen en aan de Neva voor Leningrad ! Die heren kénden zelfs de juiste data niet: van december '41 tot april '43 ! Joseph moest hen met hand en tand uitleggen dat van de vierhonderdvijftig Vlamingen, die aan deze laatste gevechten aan de Neva begonnen, er na twee weken geen vijftig meer op hun benen stonden ! In april '43 werd dit overschot van het Vlaams Legioen uit het front weggetrokken naar Praag voor een lange rustperiode, en in een nieuwgevormde eenheid, de SS-Stormbrigade 'Langemarck', ondergebracht. Ook dit "detail" schenen zijn ondervragers voor het eerst te horen !

" Deze stormbrigade werd viermaal sterker dan het oude afgedankte 'Legioen', dankzij de snelle aanvoer van tweeduizend nieuwe Vlaamse vrijwilligers..." poneerde Joseph. Maar z'n ondervragers konden moeilijk geloven dat er nog zoveel zotten vrijwillig naar het Oostfront trokken toen de Duitsers al volop de oorlog aan het verliezen waren ! En dat de stormbrigade van de Kerst '43 tot de zomer van '44 onophoudelijk in Estland en de Ukraïne vocht tot ze er opnieuw 90% van de manschappen verloor, verwierpen ze als pure propaganda.

" Toch-toch ! En het is nog niet gedaan ! De povere resten van de stormbrigade werden in september '44 op de Lüneburger Heide ondergebracht in de nieuw gevormde SS-Division Langemarck, ditmaal samengesteld uit 12.000 Vlamingen die uit België waren gevlucht voor de westerse geallieerde 'bevrijders'. Maar vrijwilligers kont ge dat niet meer noemen: die mannen hadden geen keus meer...En tóch hebben zij nog verbeten tegen de Rus gevochten in Noord-Duitsland, van februari tot mei '45, onder andere aan de Oder... Ikzelf was daar het laatste jaar niet meer bij, want ik had het jaar voordien in de Ukraïne koudvuur in mijn oude voetwonde gekregen en ze hadden uiteindelijk heel mijn been afgezaagd. Ik werd dan uit gewapende dienst ontslagen en in Berlijn op een bureel gezet..."

" Maar ge waart er wél bij toen de Langemarck voor Leningrad, tot vijfmaal toe, Russische vrijheidstrijders bij een zogenaamde 'Partizanenjacht' heeft opgehangen !"

" Meneer, ik herhaal voor de tiende keer dat de 'Langemarck' nooit bij Leningrad omtrent is geweest ! Ten tijde van de Partizanenkampf in die sector heeft alleen het 'Vlaams Legioen' daar gevochten, want 'Langemarck' werd pas zes maanden làter opgericht ! Enkel het Legioen vocht bij Leningrad, en dan nog uitsluitend als achterwaartse steun voor de 2. Polizei-division. Wij kwamen nooit in vuurcontact met die partizanen in de frontlijn omdat wij geen enkele gevechtservaring hadden en daar in de weg zouden lopen...Maar ik heb daar inderdaad af en toe een paar stijf bevroren boeren zien hangen, ja ! Doch die waren terechtgesteld door de Duitsers van de Polizei-Division ,zonder dat daar een Vlaming omtrent was, daar steek ik mijn hand voor in het vuur ! "

" Ge liegt ! Wij hebben foto's gezien van Vlamingen die poseerden naast zo'n gehangene ! ..."

"...Die al dagenlang dood was: inderdaad ! ...Er waren van die gasten bij ons die het stoer vonden zich naast zo'n bevroren lijk te laten 'trekken'...heu...fotograferen... Maar ge moet er al een tijdje hangen bij minus 30° Celcius vooraleer ge er zo witbestoven uitziet hé ! Die foto's, waarvan gij spreekt, heb ik ook gezien: die zijn minstens drie-vier dagen nà de terechtstelling van die Russen genomen...Maar uw conclusie houdt geen steek ! Want als ik mij  eens laat 'trekken', zittend op een dikke boomstam, is dat toch geen bewijs dat ik die boom heb omgezaagd, zeker ! En nog minder dat ik schuld zou hebben aan alles wat die houtkapper daar uitstak, hé ! Wel dan ! ..."

 

Dergelijke absurde discussies brachten tijdens de ondervragingen wel wat leven in de brouwerij, en soms kon er ook al eens een lachje af, maar voor Joseph waren het zenuwslopende dagen. Want als hij nadien bij het bezoek van Florizone verslag uitbracht, gaf die hem op de koop toe altijd onder z'n voeten omdat hij beter zus of zo had moeten antwoorden ! Zéér frustrerend ! Maar de man had natuurlijk overschot van gelijk: die huichelaars zouden ieder spontaan gegeven antwoord, daar waar het hén pastte, wel uit het verband trekken en totaal in zijn nadeel uitleggen ! Al goed dat het slopende onderzoek tegen eind februari werd afgesloten: nu was het énkel nog wachten op het proces, en natuurlijk de uitspraak van het vonnis...

 

Rond die tijd ontving hij ook de brief van Jetje, die een rare draai aan zijn leven zou geven.

Ze had namelijk bezoek gekregen van Nancy Penjaert, scheef ze, de 'verloofde' van zijn goede vriend Penny uit Oostende. Zij had haar een recente brief van Penny laten zien, verzonden uit een chinees boerengat, en haar daarvan de laatste regels voorgelezen:

" Doet ook de groeten van mijn kameraad Leon Petré aan zijn tante Jetje en weet mij te zeggen hoe het met zijn broer Joseph is afgelopen. Ikzélf heb Joseph, rond 15 september van '45, nog levend en wél tegengekomen in een Berlijns Sammellager, kort voordat hij naar België ging terugkeren en wij naar Marseille vertrokken... en vérder naar Sidi-Bel-Abes voor onze verdere opleiding in 't Franse Vreemdelingen Legioen !"

Joseph wist meteen dat deze zogenaamd herrezen broer een oplichter was: hij had Leon immers zien begraven op het kerkhof van Steglitz ! Wel niet met eigen ogen ,maar toch :als in een Duits kerkhofregister staat dat je begraven ligt in Grube 3 dan IS dat zo ! Wat hem wél even deed twijfelen was het feit dat die 'Leon' hém niét de beste groeten stuurde, en daarmee een duidelijke wrok tegen 'zijn oude broer' liet blijken... De échte Leon was immers óók zo'n haatdrager geweest, die Joseph steeds openlijk de schuld had gegeven voor zijn gedwongen inlijving bij de Kriegsmarine en de 'Langemarck'... Maar het idee zélf dat zijn Leon nu plots gezond en wel in de Indochine zou rondlopen, was té absurd om er veel woorden aan vuil te maken. Hij besloot dan ook Jetje zo vlug mogelijk te schrijven zich vooral niet door die bedrieger te laten inpalmen...

Jetje schreef ook in haar brief - zo van-god-geen-erg - dat de 'Stella Maris' voor de duur van de kerstweek verhuurd werd aan een jonge Duitse vrouw...Dat een Duitse het - zo kort na het einde van de oorlog - waagde in vijandelijk gebied haar vakantie door te brengen, vond Jetje op zích al raar. Maar de vrouw was na één dag al weer vertrokken, en had in de oude slaapkamer van Marie een échte zwijnestal achtergelaten ! Dat mens had in het rookkanaal van de schouw zitten prutsen, en héél de vloer besmeurd met vettig roet: onmogelijk die balatum nog proper te krijgen !... Dus moest hij niét verschieten, als hij binnenkort terug in zijn oude woonst ging kijken: het eerste jaar was die brandlucht er vàst niét uit te krijgen !

Leuk, dat zij erop rekende hem 'binnenkort' vrij te zien en zijn bezoek verwachtte in zijn oude thuishaven... Maar hij meende Jetje voldoende te kennen om niet te vermoeden dat zij met haar verhaal van haar 'grote kuis' méér bedoelde... Dat die Duitse vrouw hoogstwaarschijnlijk Erika Deutinger was geweest stond voor hem als een paal boven water. En ook, dat zij alvast met de juwelenstock van Rachel was gaan lopen, die haar vader Jupp er in die schouw had verborgen ! Jupp had immers - niet alleen aan Joseph, maar hoogstwaarschijnlijk ook aan zijn dochter Erika - een plannetje gegeven wààr juist de twee dozen met goud en juwelen verborgen zaten: één in de schouw van de 'Stella Maris' en één diep onder het binnengewaaide stuifzand in de abri. Ze wist, door zijn eigen naïef briefje, dat hij voorlopig vast zat in de gevangenis en mogelijk nog geen tijd gekregen had om het goud te recupereren... En gezien ondertussen de vijandige gevoelens van de Belgen tegen de Duitsers wat afgekoeld waren, had Erika haar kans gewaagd, en zélf een raid uitgevoerd naar de kust ! Waarschijnlijk met de hulp van haar goede vriend 'Konrad', alias Gustave Dieudonné ! ...

Al deze details kende Jetje waarschijnlijk niet, al wist hijzelf, door al die intriges van de laatste tijd, ook niet goed meer wié de àndere bedroog en vice versa ! Maar Jetje zal toch wel iets in die aard vermoed hebben, anders had ze hem in haar brief dat stomme verhaal van die Duitse toeriste niet zo nauwkeurig uitgespeld... Natuurlijk kon zij wegens de censuur niet open en bloot naar een gevangene schrijven dat zij zojuist waarschijnlijk van een grote partij juwelen beroofd werd... Hoe dan ook: Joseph voelde zich door Erika bestolen, en géén klein beetje ! Tenslotte had hij het eigendomsrecht op de goudpotten van Jupp verworven, door in ruil aan de Deutingers zijn contant fortuin van 10.000 Reichsmark te overhandigen ! Al goed dat hij nooit geobsedeerd werd door een mogelijke toekomstige rijkdom: hij kon leven zonder dat goud. Maar vroeg of laat zou hij Erika daarvoor toch de rekening presenteren ! En nu maar hopen dat zij geen tijd gekregen had om ook de doos, die in de abri verborgen lag, op te graven...

 

De plotse mogelijkheid dat Leon nog leefde, kwam ook voor Rachel aan als een bliksem bij een heldere hemel. Dat zou verdomme al haar plannen, om Pyliesers erfenis aan Joseph te ontfutselen, naar de kloten helpen ! Maar zij klampte zich vast aan Josephs overtuiging dat het om een oplichter ging... Vermoedelijk was iemand op één of àndere manier te weten gekomen dat Leon erfrecht had op de helft van Pyliesers fortuin en poogde hij deze wetenschap nu op bedrieglijke wijze te verzilveren. Gelukkig scheen Joseph zélf nog niets te weten van Pyliesers erfenis en dus nog minder te vermoeden dat de oplichter bijna zéker op centen uit was, héél véél centen...

Wél wist Rachel dat Joseph Jetje opdracht had gegeven via Nancy Penjaert een vragenlijst naar Indochina te sturen. Zuiver om te testen hoeveel de oplichter van Leons vroegere leven te weten was gekomen. Daarin vroeg hij niet alleen allerlei details over hun gezamenlijke jeugdherinneringen, maar stelde hij ook strikvragen die nergens op sloegen. Zo wilde hij weten hoe de hond heette van nonkel René, terwijl die nooit zo'n beest had gehouden ! Of hoe de naam van Olgatjes oudste zuster luidde, terwijl dat eerste lief van Leon énkel twee broers had ! En tenslotte, wat hem weerhouden had in mei '45, nà zijn laatste bezoek aan de apotheek in de Albrechtstrasse, om even bij de Antwerpse familie 'Bens' binnen te springen ? Aangezien het lijk van Leon, volgens de Duitse kerkhofadministratie, in dié apotheek werd gevonden kon hij moeilijk nà zijn overlijden op visite gaan bij de Oostendse familie De Bens, nietwaar ! Rachel had begrepen dat er in zijn teksten voldoende valkuilen verborgen zaten om de meest geslepen oplichter te doen struikelen. En ze hoopte uit de grond van haar hart dat deze list zou lukken en de bedrieger vlug ontmaskerd zou worden ! ...

Ondertussen was ze druk bezig, achter de rug van haar vriendin Jetje, de jonge notaris Marcel rond haar vinger te draaien. Het hotelletje in De Panne kwam er niet meer bij te pas, nu vader Legein uit de weg was geruimd. Véél te omslachtig, en duur op de koop toe...Daarbij vreesde Marcel toch doorlopend er door een indiscrete stadsgenoot betrapt te worden en over de tong te gaan...Op hun eigen bureel  daarentegen moesten ze niet bang zijn voor pottenkijkers en hadden ze tijdens de middaguren alle tijd om hun zondige lusten bot te vieren...Rachel waakte er echter streng over daar geen gewoonte van te maken, kwestie van haar minnaar scherp en alert te houden. En vooral Jetje niet te verontrusten, ook al beschouwde ze haar fikfakkerijen met haar nieuwe baas absoluut niet als liefdesbedrog ten overstaan van haar hartsvriendin. Maar twéé ijzers in het vuur houden vond ze in haar situatie stukken veiliger ! Want je wist maar nooit of ze Marcel - die overjaarse puber - op den duur wel écht aan de haak zou kunnen slaan...Hij was nu een rijke vrijgezel met klasse, en een gegeerde prooi voor trouwlustig vrouwvolk van heel de Westhoek ! Dus vooraleer dit tot zijn simpele geest doordrong, wilde Rachel graag haar eigen financiële toekomst veilig stellen. En niét uitsluitend te rekenen op de vage mogelijkheid Joseph op te lichten met zijn erfenis van wijlen Gerard Pylieser...

Daarom had ze eens nagepluisd hoe haar minnaar ervoor stond, en dat was, voor zover zij kon zien, picobello in orde ! Ze had al een glimp opgevangen van een paar goedgevulde bankrekeningen, en een dikke stapel waardepapieren in de brandkast... Maar haar ventje bezat ook een tiental mooie huizen in de stad én in Nieuwpoort-bad, waarvoor ze regelmatig brieven naar de huurders moest sturen... En daar bovenop bezat hij nog éénderde van de aandelen in de rederij van Pylieser, met vier schepen in de vaart... Op de huizen van de schipper in de Langestraat had vader Legein destijds al een oogje laten vallen en de zoon zou daar zéker vroeg of laat de hand op kunnen leggen... Gezien deze overvloed was Rachel er zeer gerust in dat ze met haar charmes deze kip met de gouden eieren binnenkort wel wat statig vastgoed zou kunnen ontfutselen, desnoods als "maintenée" ! Al zei haar het leiden van de rederij, als ‘Madame Legein’, óók wel iets ,natuurlijk...En als ze daarbij riskeerde met Jetje te moeten breken, god, dan was dat maar zo...

Alles goed bekeken, vond ze het niet meer zo dringend om die kloot van een Joseph van zijn erfenis te beroven... Dat moest Jetje maar flikken, als ze daar zin in had...

Marcelleke vooraf een beetje pluimen kwam voor haar nu op de eerste plaats.  Beter nù één pietevogeltje stevig in de hand dan tién wazige slappelingen in haar dromen...      

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 381

D15:   BLINDE JUSTITIA....

 

                                 Brugge, maart 1947.

" Goed nieuws, man ! " glunderde meester Florizone in de spreekzaal van het interneringskamp, bij het laatste werkbezoek dat hij aan Joseph bracht vóór het proces: " Die Birnbaum heeft mij geantwoord ! Wel niet helemààl zoals ik had gehoopt, maar toch genoeg om het moraliteitsverslag in gunstige zin te staven...Ik heb het onmiddellijk ter griffie in ons dossier neergelegd onder toevoeging van een beëdigde vertaling. Dit zal zeker zijn effect op de heren van de Krijgsraad niet missen ! "

Het viel Joseph op dat zijn advocaat nogal hoogdravende taal uitsloeg, waarschijnlijk als voorbereiding van zijn pleidooi...en zijn afrekening !

" Wat vertelt hij dan allemaal ?" wou hij weten.

" Wel, woordelijk kan ik het niet herhalen, maar hij begint met te zeggen dat gij vóór de oorlog zijn beste vriend waart in Westende : dat is al iéts ,hé ! En dat gij, ondanks uw rechtse sympathie, nooit aanstoot genomen hebt aan het feit dat hij als Duitse jood voor de nazi's was gevlucht. Dan komt er iets dat niet zo gelukkig zal klinken in de oren van de krijgsraad want hij zegt letterlijk: " Nadat ik en mijn familie op 10 mei 1940 onschuldig als staatsgevaarlijk verdacht werd en door de Belgische Staatsveiligheid op onwaardige wijze naar een Frans interneringskamp werd versleept, heeft mijn vriend Joseph Petré mij nog steeds goed geholpen om mijn verstrooide familie op te sporen." Dat gaan die heren rechters natuurlijk niet graag horen..."

" Waarom niet ? Het is toch de waarheid ?!"

" Een waarheid die kwetst kan ik missen als de pest, Joseph ! Ik moet die mannen zeem aan de baard strijken, géén azijn ! ...Hij zegt dan in 't kort dat hij vanuit dat Franse kamp gedeporteerd werd naar Duitsland, maar gelukkig onderweg kon ontsnappen en uiteindelijk,nà de val van Mussolini ,vermomd als een Italiaanse krijgsgevangene, in de kelder van een Berlijns kantoor te werk werd gesteld. Daar hebt gij hem toevallig ontdekt en via een tussenpersoon een veiliger schuiloord bezorgd, waarin hij de oorlog heeft overleefd. En hij besluit krachtig met: " Ik ben mijn vriend Joseph Petré eeuwig dankbaar dat hij mij daarmee het leven heeft gered ! " Dat is voor 90% een zeer gunstige getuigenis: nu maar hopen dat de krijgsraad dat ook zo ziet ! ...

"Ja, inderdaad..." Joseph kreeg van ontroering een krop in de keel bij de gedachte dat hij bij Arthur toch nog zo'n goede herinnering had achtergelaten...

" En van de heer Bolton heb ik indien mogelijk nog een betere verklaring ontvangen. Hij heeft de tekst, die ik hem had voorgekauwd, in grote trekken bevestigd, en die zit ook al met een vertaling in het dossier ! Maar er is méér: hij zegt op het proces aanwezig te willen zijn en totaal beschikbaar om als getuige te worden opgeroepen ! Het volstaat dat ik hem een week vooraf de juiste plaats en datum laat weten waar ik hem kan opvangen, en hij zal er zijn, hij en zijn vrouw...Maar dan moet het gerecht een beëdigde vertaler Engels-Nederlands aanstellen, en ik weet niet of ze die kosten gaan willen doen...En wie de reis en het verblijf van het echtpaar Bolton gaat betalen is ook niet erg duidelijk..."

Joseph moest er niet lang over nadenken: " Ik verdomme, als het moet ! Maar dan wél in de hoop dat die getuigenis het waard is, natuurlijk...Laat ons zeggen: als ik minder dan drie jaar krijg, en de krijgsraad in zijn overwegingen bij dat vonnis zegt dat ze met de verklaring van Bolton rekening heeft gehouden...Indien er een goede ziel dat bedrag voorlopig wil voorschieten, dan zal ik bij mijn vrijlating het nodige geld wel...heu...'vinden' ! " Hij dacht monkelend aan Jupps goudschat in de abri.      

" Ach zo...'Vinden'..." lachte Florizone: "Goed, ik zal onmiddellijk contact opnemen met het 'N.V. Berkenkruis'...Die zitten meestal goed bij kas ! "

 

De tweede donderdag van maart was het dan eindelijk zover. De eerste kamer van de krijgsraad zou die dag vier zaken behandelen, twee in de voormiddag en twee na de noen. 'Zaak Petré' stond als derde op de rol, na het middagreces. "De beste plaats in de rangschikking ",was zijn advocaat gisteren nog rap komen vertellen: "Na het eten staan de heren al niet meer zo scherp, en als er na het vieruurtje gedelibereerd moet worden, hebben ze alle feiten nog goed in het geheugen...Het is dan aan ons om met onze getuigen een onvergetelijke indruk na te laten hé ! " spotte hij.

" Dus wij krijgen een uurtje om alles uit te leggen ? Veel is dat niet hé, voor die onvergetelijke indruk !"...

" Een uurtje ?! Was het maar waar ! Een heel stuk minder zelfs ! Langer dan twintig minuten gaan ze mij nooit laten pleiten. Als ze al om twee uur beginnen moet de griffier eerst de zaak voorstellen en dan pas start de krijgsraad met uw ondervraging. Als ze het simpel houden, zijn we al een half uur verder. Dan komt de substituut met zijn beschuldiging en de geëiste strafmaat - pak nog een vijftal minuten - en pas daarna mag ik het gaan uitleggen en eventueel Bolton nog aan het woord laten... Vergeet niet dat er àchter ons nog een zaak beoordeeld moet worden, en de krijgsraad wil om vier uur altijd met de deliberatie van de vier behandelde zaken beginnen... Dat neemt meestal twintig minuten in beslag, en nóg eens zoveel voor de uitspraak van de vier vonnissen...Veel speling zit daar niet in, want om vijf uur willen die heren in 'De Leeuw' een pint gaan pakken ! "

" In feite is dat snelrecht ,hé ,en erg serieus kan ik dat niet vinden ,zo vier rechtszaken op één dag !

"Zijt al blij dat ze uw geval niét serieus nemen ,en uw misdaad beschouwen als kattepis ! Zo kunt ge er nog licht vanaf komen !

"Ja ,ge hebt misschien gelijk...En nog iets van Bolton gehoord ?"

" Die ga ik straks met zijn madam in Oostende van de mailboot halen en hier in Brugge onderbrengen. Maar verschiet niet hé, want érg gezond zal hij er niet uitzien, veronderstel ik ! Ik hoop maar dat hij de spanningen van het proces zal aankunnen en niet pardoes van zijn stokken valt, midden in zijn getuigenis  "

 

Erg goed had Joseph niet geslapen toen hij om zes uur gewekt werd. De vier man die voor de krijgsraad moesten verschijnen, zagen er bleek en gespannen uit toen ze na hun schraal 'ontbijt' in de gang zaten te wachten op de gendarmen die hen met de dievenkar naar het Pandreitje zouden voeren. Omdat er in 't oud gerechtshof voor de gedetineerden géén middagmaal was voorzien, had de kok hen als toemaatje elk een dikke homp brood toegeschoven. Daar zaten Joseph en zijn collega's nu al zenuwachtig aan te pulken. Veel werd er niet gezegd.

Toen de gendarmen eindelijk luid pratend binnenvielen, kregen Joseph en zijn lotgenoten zonder complimenten de handboeien aan. Bij hemzelf wierp dat wél eventjes een probleem op, omdat hij dan zijn krukken niet meer normaal kon gebruiken. Tot de bewaker op het lumineus idee kwam de handboei dan maar aan Josephs broekband vast te klikken...Een aftands busje voerde hen van het landelijke Sinte Kruis de ontwakende stad in. Door de vele krassen in de blauw geschilderde zijruit van die oude celwagen ving Joseph een paar flitsen van het verkeer op, ook al was het buiten nog donker. Maar aangezien hij Brugge niet kende, maakte dat hem niet veel wijzer. De gendarmen hadden het onder elkaar over de voetbal en rookten smakelijk hun pijpje: de gevangenen waren duidelijk lucht voor hen...

Plots reden ze de binnenkoer van een middeleeuws gebouw op. Elke gendarm nam zijn geboeide gevangene bij de leiband vast alsof hij met zijn hond ging wandelen en in een rij achter elkaar werden ze naar een gewelfde kelder gebracht, in de cellengang op een bank geduwd en met één handboei in een ring aan de muur geklonken. Eén bewaker blééf, maar de drie anderen verdwenen weer de trap op, waarschijnlijk om buiten nog een pijp te roken. En toen begon het lange wachten...

 

Tegen negen uur werd de eerste naar boven geleid. Joseph schrok wakker toen die om halfelf terug binnenkwam en lachend "Zes jaar !" zei. Dat was minder dan de eis van de substituut: de man had zich blijkbaar aan aardig wat méér verwacht...

Terwijl nummer twee naar boven werd gebracht, kwam er van slapen niets meer in huis. De eerste veroordeelde moest duidelijk wat stoom afblazen en had Joseph als zijn pispaal uitgekozen. Ook al blafte de Rijkswachter af en toe dat hij zijn bakkes moest houden, toch deed de man alle moeite om hard fluisterend zijn toekomstplannen toe te lichten. Als hij vanavond effectief tot zes jaar veroordeeld werd zou hij er hoogstens maar drie moeten doen, rekende hij voor, misschien maar twéé als hij vrijwillig in de koolmijn van Zwartberg ging werken ! En nadien kon hij bij zijn onkel beginnen in de garage...

Joseph was meer geïnteresseerd waaróm hij die zes jaar gekregen had, kwestie van af te kunnen wegen wat hém te wachten stond. De man bleek ex-lid van 'SS-Vlaanderen' te zijn, en had heel de oorlog hiér dienst gedaan... Bij razzia's geholpen en zo...Vlak voor de bevrijding naar Duitsland uitgeweken en óók in de 'Langemarck' gevochten, maar dan wél bij het zware veldgeschut, ver àchter de eerste lijn...Voor deze frontperiode had de krijgsraad niet de minste belangstelling getoond, maar vooral de razzia's op landgenoten en 'terroristen' waren hem zwaar aangerekend.

" Communistische partizanen en ontsnapte Russen uit de koolmijn, dat waren destijds in Limburg echte bandieten en moordenaars ! Die kwibussen van het gerecht hebben niet het minste idee dat wij met onze razzia's enkel de bevolking trachtten te beschermen tegen dat crapuul ! ...Die verdienden verdomme toch niet beter dan geliquideerd te worden, hé ! ...En aangezien de gendarmen er toendertijd te laf voor waren, moesten wij het vuile werk wel doen ! ...Maar dat verstaan die paljassen natuurlijk niet ! "

Zijn bewaker bekeek hem eens vies, maar liet begaan.

 

Het was al over twaalven toen verdachte nummer twee uit de rechtszaal teruggebracht werd. Eis: vijf jaar, wat de man blijkbaar nogal zwaar vond...Zijn bewaker loste 'de blaffende hond' af voor het middageten en maakte zich niet druk toen ze gevieren al fluisterend wat van gedachten wisselden. Joseph meende te verstaan dat 'Nummertje Twee' oorlogsburgemeester geweest was van Middelkerke en hopman (of luitenant) van de plaatselijke 'Dietse Militie /Zwarte Brigade'. Normaal zou Joseph hem moeten herkennen als voornaam personage uit een buurgemeente. Maar die kop zei hem niets...Tenslotte had die man zijn functie daar uitgeoefend terwijl Joseph onophoudelijk aan het Oosfront zat, en praktisch geen énkel contact meer onderhield met zijn geboortestreek...

" En wat verwijten ze u, om die vijf jaar te rechtvaardigen " wou Joseph weten.

De man rammelde minachtend een vijftal paragrafen van het Strafwetboek af, maar toen hij zag dat Joseph er geen barst van begreep, verduidelijkte hij welwillend:

" Met andere woorden, als Belgische reserveofficier verraad te hebben gepleegd door in uniform van de Dietse Militie Zwarte Brigade vijandelijke propaganda te hebben gevoerd, plus het ambt van burgemeester te hebben aanvaard op voorstel van de bezetter...Die mannen zijn zot ! Ik zit hier al drie jaar geïnterneerd, en dan gaan ze mij voor zo'n normale zaak nog eens vijf jaar bovenop geven ?! Als dat straks bevestigd wordt, geef ik mijn raadsman opdracht onmiddellijk beroep aan te tekenen !"

De man bleef gedurende heel het middagreces voort mokken en voor Joseph was het een hele opluchting toen 'zijn' rijkswachter hem om twee uur eindelijk van dat gezaag kwam verlossen ! Maar er schoten zoveel verwarde gedachten door zijn hoofd, dat hij zich pas bij het binnenvoeren in de rechtszaal realiseerde dat de show van zijn leven nu pas écht begon. Hij had zowaar een volle zaal getrokken, zag hij gevleid, en alle ogen waren strak gericht op Kwatta: man-man, nog nooit had hij zo'n publieke belangstelling genoten ! Tot het bij hem doordrong dat minstens driekwart van het publiek was opgekomen voor de strafzaken van zijn drie collega's...En dan nog in hoofdzaak voor de gewezen oorlogsburgemeester...

Terwijl de zielloze griffier schor en schrapend zijn geval in onbegrijpelijke paragrafen van het Burgerlijk Strafwetboek codeerde, speurde Joseph vluchtig opzij de gezichten van het publiek af...Iedereen was uitgedost in zijn zondagse kleren, waardoor Jetje ver de énige was die hij onmiddellijk herkende, vooral omdat ze hem glimlachend met haar wijsvinger naast haar oor een schuchter bonjourtje toewuifde... Misschien zaten er nog twee-drie koppen bij die hem vaag iets zegden, maar iemand die hem aan Bolton deed denken, kon hij niet ontdekken. Meester Florizone, ditmaal indrukwekkend in groot ornaat, beantwoordde echter zijn vragende blik met een geruststellende teutmond: Bolton was blijkbaar op post.  

Met een routineus 'Verdachte-sta-op! ' opende de voorzitter de vertoning. Nu pas kon Joseph zijn aandacht op de heren achter het podium richten. Een majoor van het leger, die door Joseph onmiddellijk als 'de bulldog' werd aanzien, voerde kennelijk het hoge woord. Naast hem zat een wat dommelende burgerrechter, en aan de àndere kant een lagere officier, die er als een venijnig keffertje uitzag. De substituut, op de linkervleugel van het panel, leek nog iets te zoeken in zijn dossier en de griffier, op uiterst rechts, legde fluisterend nog iets uit aan de bode...Toen de majoor Joseph gevraagd had, wie hij juist wàs, en ze zéker waren hun tijd niet te verspillen aan een verkeerde Petré, mocht hij gaan zitten. Niets te vroeg, want Joseph droop al van het zweet en moest zich met één hand aan de leuning van zijn box vastklampen om niet over zijn krukken te struikelen ! Hij zag er waarschijnlijk niet erg gezond uit, want Florizone gaf hem nogal theatraal een bemoedigende tik op de hand. Zo, nu waren ze écht vertrokken...

De substituut las op een drafje de akte van beschuldiging voor, doorspekt met 'paragrafen' en de 'secties' waar geen kat iets van verstond. Maar Florizone volgde nauwkeurig, stipte telkens iets aan in zijn papieren en leek vlug tevreden met de gang van zaken. Toen de voorzitter met zijn vragen begon moest Joseph wéér rechtstaan en de onhandige show met zijn krukken heropvoeren...Pijnlijk.

Verrassend genoeg moest de man eerst weten welke studies hij had gedaan...Koninklijke Cadettenschool ?... Weggestuurd wegens inbreuk op de verkiezingswetgeving ? Wel-wel...Rest van middelbare studies in Oostende met een beurs van het Verdinaso ? Zo-zo...Vader vechtjas bij de D.M.O., de Dietse Militanten Orde ? En omgekomen bij het illegaal ontmantelen van oude oorlogsmunitie ? De man trok bedenkelijk de wenkbrauwen op...En hoe het gezin Petré er uitzag, politiek dacht en er financieel voorzat in het begin van de oorlog moest Joseph ook al uitleggen...Je zàg duidelijk de man besluiten: 'onnozel proletariaat...zonder een hoogeplaatste beschermheer die roet in 't eten zou kunnen gooien'...

Toen kwam hij meer terzake: dat hij zich als achttienjarige vrijwillig gemeld had voor het Oostfront na een ruzie met z'n moeder ontlokte de bulldog een meewarig grimas. Aan alle gevechten deel genomen aan de zijde van de Duitsers tegen de Sovjetunie, eerst met het 'Vlaams Legioen' en later als lid van de 'SS Stormbrigade Langemarck', en dit tot aan zijn beenamputatie in mei '44 ? Inderdaad, alle data klopten, zoals Joseph destijds met hand en tand had uitgelegd aan zijn debiele ondervragers. Vervolgens nog een jaar gewerkt op een Berlijnse 'Kultur Dienststelle' en er wàt gedaan ? Als hoofd van de dactylografie, Vlaamse en Duitse prominenten kaartjes bezorgd voor culturele en sportieve evenementen ? "En is dat alles wat ge op uw secretariaat deed ?..."

Toen hij wat benepen bekende dat zijn typistes zich in hoofdzaak bezig hielden met het 'organiseren' onder het personeel van een ruilhandel in schaarse artikelen en voedingswaren, werd er voor het eerst in de zaal smakelijk gelachen. Ook bij de heren op het podium kon er een verraste grijns af, al tikte de voorzitter vermanend met zijn hamer om de orde te herstellen. Over het samenstellen van propagandablaadjes zoals 'De Vlaamse SS-man' werd niet meer gesproken. Wél dat hij na de inval van de Russische troepen in Berlijn een tijdje onderdook tot hij, bij de aankomst van de Amerikanen in hun sector, even informant was bij hun militaire inlichtingendienst ...

" Betaald informant ?" wou de voorzitter weten.

" Ja, tegen wit brood en dozen 'cornedbeef'..."

Weer barstte er gelach uit in de zaal, maar ditmaal deden de heren niét mee. De voorzitter bladerde wat nors in zijn dossier en viel plots uit: " Wat is dat hier voor een vertelsel van de Duitse jood Birnbaum, dat gij zijn leven hebt gered ?! Iedere nazi had zo wel zijn jood, hé, die hij op gevaar van eigen leven geholpen heeft ! " Een sneer die kon tellen ! Maar Joseph liet zich niet van de wijs brengen...

" Arthur Birnbaum was tijdens mijn laatste jaar op het atheneum van Oostende mijn beste vriend, maar werd in mei '40 door de Belgische Staatsveiligheid gedeporteerd naar een kamp in Zuid-Frankrijk. Tot mijn vertrek naar het Oostfront in de zomer van '41 heb ik geprobeerd contact met hem en zijn familie in Engeland te krijgen, maar dat is grotendeels mislukt. Tot april '44 zat ik praktisch ononderbroken aan het front en verloor hem dan ook uit het oog...Na mijn beenamputatie in Praag werd ik dus uit de gewapende dienst ontslagen, en zoals ik al zei, op een bureau in Berlijn geplaatst. Op 't einde van '44 ontdekte ik toevallig dat Arthur in de kelder van mijn burogebouw verdoken zat tussen de Italiaanse krijgsgevangenen van de onderhoudsploeg... Een duizendste chance, natuurlijk, want wij hadden elkaar van heel de oorlog niet meer gezien...Ik heb hem toen een veiliger onderkomen bezorgd, da's al...Mijn advocaat kan dat beter uitleggen..."

Men kon een naald in de zaal horen vallen ,en Joseph kon van veel gezichten lezen "Een jood ,weeral verdomme...". Maar de voorzitter vervolgde onverstoorbaar: " En van die Britse vlieger is dat ook zoiets zeker ?...Bolton ?"

Nu sprong Florizone op: " Als de Heer Voorzitter het toelaat zal ik de Heer Bolton straks als getuige aan de krijgsraad voorstellen. Hij is persoonlijk uit Engeland overgekomen om zijn redding door leden van het Belgisch verzet en in bijzonder door de familie Petré toe te lichten...Bijkomend zal ik dan het risico uitleggen waaraan wij ons in de paranoïde chaos van het laatste Berlijnse oorlogsjaar tot mei 1945 hebben blootgesteld om onze herrezen boezemvriend Arthur Birnbaum een betere schuilplaats te bezorgen...Mijn cliënt gaat in al zijn bescheidenheid nogal licht over deze echte heldendaden, maar in feite riskeerde héél de familie Petré tijdens de bezetting, en in het bijzonder mijn cliënt tijdens het laatste oorlogsjaar in Berlijn letterlijk hun leven ! De nonkel van mijn cliënt, de genaamde  René Cattrysse, heeft ten andere het leven verlóren bij de poging om vliegenier Bolton met een kano naar Engeland over te varen ! En ik moet er de heren van de Krijgsraad niet aan herinneren dat bij de bezetter op het verduiken van een geallieerde soldaat de doodstraf stond ! De heer Bolton zal dus mijn kroongetuige zijn !"

De bulldog maakte een genadig gebaar: " Meester, ik zie dat de heer Bolton Brian op uw lijst van getuigen staat...Hij zal dus ten gepaste tijd door ons opgeroepen worden om zijn verklaring in het dossier voor ons toe te lichten. Want eerlijk gezegd, meester: ik vind zijn verhaal nogal vreemd ! Maar enfin, wij zullen zien...!" Toen vroeg hij pro forma aan de leden van de raad of er nog vragen waren voor de beschuldigde. Maar iedereen hield een beetje beduusd de mond dicht, en dàt was dàt...

" Bon, dan kan éérst de heer substituut zijn getuige naar voor roepen. Bode ,Ik lees hier: ...meneer Steiner Rudy! "

" Steiner Rudolf ! " riep de bode naar het publiek.

Het was alsof Joseph een bonk op z'n hersens kreeg ! Steiner ,verdomme !

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 382

D16 ...MET DE BALANS.

 

                                         Maart '47.

Het zweet brak Joseph weer uit toen hij de man naar voor zag stappen: één van die gezichten die hem in het publiek vaag bekend was voorgekomen. Dat zondags kostuum van die vent had hem wel even op een dwaalspoor gebracht. Maar nu hij hem daar midden in de zaal met zijn klak zag staan draaien, viel alle twijfel weg. Dat was inderdaad de 'cowboy van de Far-West' die met het verzuipen van Gerard Pylieser in de bomtrechter had meegeholpen...En dezelfde kerel die hem tijdens de confrontatie bij de chef van de rijkswacht in Nieuwpoort als Petré Josephus had geïdentificeerd. Niet uit wrok tegen Joseph zélf, had deze smerige huichelaar gezegd ,want nadat ze elkaar aan de Wolchow wederzijds het leven hadden gered, waren ze beiden zogenaamd quitte...Neen verdomme: énkel uit wraak tegen Marie die hem blijkbaar, met haar klacht voor de 'moordaanslag' op Dis, de terugkeer uit Spanje naar België onmogelijk had gemaakt ! Een totaal leugenachtig verzinsel, waarmee de ambassade in Barcelona destijds hoopte van die zotte anarchist Steiner àf te geraken ! En met dié oude koe komt die verdomse kloot hier acht jaar later nog aandraven zeg ?!...Echt een vuile stoot van de procureur !

Ondertussen was de voorzitter al aan de weet gekomen dat die paljas 'Steiner Rudy' heette, geboren als Duitser ergens in het Ruhrgebied, sinds begin van de jaren dertig genaturaliseerd tot Belg en wonende in Westende...

"Ik zie dat ook gij aan het Oostfront hebt gevochten, maar dan aan de kant van de Russen...Leg dat eens uit! "

" Wel toen wij ons in maart van '39 met de "Internationale Brigades" uit Franco-Spanje moesten terugtrekken, werd ik eerst in Frankrijk geïnterneerd, maar kon later met een Russisch vrachtschip over de Middellandse Zee naar de Sovjet-unie vluchten. Daar werd ik samen met mijn strijdmakkers in werkkampen opgevangen...En toen de fascisten in juni '41 de Sovjetunie laffelijk overrompelden, werden wij kameraadschappelijk opgenomen in het Russische Tweede Stormleger en hielpen wij bij de heldhaftige verdediging van Moskou."

De substituut keek goedkeurend naar zijn getuige, die duidelijk zijn lesje flink van buiten had geleerd. Maar de voorzitter deed de man teken verder te gaan.

" Heu…Hielpen wij bij de heldhaftige verdediging van Moskou…Ha ja :"Toen wij daar de fascisten hadden teruggedreven, werd het roemrijke Tweede Stormleger waarin wij vochten overgeplaatst naar de sector Leningrad om de Duitse omsingeling rond deze heldhaftige stad te doorbreken. In januari '42 maakten wij daar na zware gevechten een diepe bres in het Wolchowfront van de nazi’s ,op een bevroren moerasgebied, maar konden de Duitse tang rond Leningrad toch niet geheel doorbreken en geraakten ter plaatse zelf weer afgesneden van onze vertrekbasis. In die winter heb ik lang tegenover de Vlaamse fascisten van het Vlaams Legioen gestaan en heb ik twee keer persoonlijk te doen gehad met de genaamde Petré Josephus...heu...Petré Josephus..." Hij was weer even de draad van zijn betoog kwijt.

" Dat is de man die daar voor u staat hé ?" hielp de voorzitter hem vooruit. Steiner knikte met een rode kop: "...Heu...heb ik twee keer persoonlijk te doen gehad met de genaamde Petré Josephus...Ha-ja !...Want toen de lente de moerassen deed smelten hebben wij ons moeten overgeven of wij verzopen ter plekke in het slijk. De sterksten onder ons kregen van den Duits de keus zich in te lijven in het leger van de afvallige Witrus Generaal Vlassov. De rest werd krijgsgevankelijk afgevoerd en ze stierven allen de trage hongerdood in het kamp van Starja Russa, dat het zegevierende sovjet-leger een jaar later kon bevrijden. De Vlaamse fascisten van het Legioen zijn medeplichtig aan mijn gedwongen inlijving bij het leger van de verrader Vlassov en de beestachtige uitroeiing van mijn krijgsgevangen kameraden."

Zo, Steiner was aan het einde van zijn lesje. Oef ,hij lachte tevreden ! Ook de substituut knikte weer goedkeurend lijk een schoolmeester bij de proclamatie op de prijsuitdeling. Hij liet de voorzitter met een brede armzwaai verstaan dat de Moor zijn plicht had gedaan: de Moor kon gaan...

Maar voor de vorm vroeg deze of de verdediging soms nog vragen had...

Florizone stond op: " Inderdaad meneer de voorzitter, had ik graag geweten of getuige persoonlijk gezién heeft dat deze Vlaamse fascisten zijn gevangen kameraden naar dat kamp hebben gesleept en hen daar opgesloten hebben gehouden tot de laatste man van honger stierf ?"

" Bah neen, ik zat in een àndere groep hé! "

" En hoe is getuige in die àndere groep - zoals hij zegt - dan zélf aan deze hongerdood ontsnapt ? Toch door dienst te nemen in het leger van de verrader Vlassov en de rest van de oorlog aan de zijde van de Duitse fascisten mee te strijden, nietwaar ?"

De voorzitter fronste even de wenkbrauwen maar liet Steiner toch antwoorden.

"Bah-ja, ik moést wel ,hé meneire ! Het was dàt, of van honger creveren als krijgsgevangene..."

" Maar op het moment dat de Duitser uit heel dien hoop krijgsgevangenen de sterkste mannen uitkoos en gij soldaat werd in het leger van collaborateur Vlassov, wist ge toch nog niet dat uw ongelukkige kameraden in dat krijgsgevangenkamp een maand later gingen sterven van de honger, nietwaar ?"

Daar had Steiner zo direct geen antwoord op. Maar Florizone besloot langs zijn neus weg :" Dus hebt gij ook vrijwillig aan het Oostfront gestreden aan de Duitse kant, juist lijk mijn kliënt ,nietwaar ?...."

Het plotse rumoer op de tribune werd door de voorzitter met een roffel van zijn hamer neergeslagen :" Meester ! Meester, de getuige staat hier niét ter verdenking ! Ik wijs u terecht !"

De pleiter boog deemoedig ,met een vals lachje ,en kreeg genadig toestemming verder te gaan.

" Meneer de voorzitter, mag ik aan getuige vragen welke functie hij voordien uitoefende in het Russische 2.Stormleger, vooraleer naar de Duitsers over te lopen, en in welke sectie hij toen diende bij de Sovjets?"

" Ik was bij de 'Agitprop' en ik riep aan het front over de zware hautparleurs naar de overkant, zuiver om die mannen te doen deserteren ! Want ik sprak in vijf talen hé: onder andere in 't Spaans tegen de fascisten van de 'Division Azul' en in 't Vlaams tegen die van 't Legioen ! "

" Meneer de voorzitter, de Duitsers fusilleerden onmiddellijk alle leden van 'Agitprop' die ze krijgsgevangen namen. Hoe verklaart getuige dan dat hij nu nog leeft en blijkbaar in goede gezondheid verkeert ? Is het niet zo dat mijn cliënt hem bij de gevangenname herkende en hem onmiddellijk en met nadruk verwittigde om over zijn specialisatie bij de Russische Propagandadienst te zwijgen ?"

Steiner knikte :" Wel, dat ging zo: ons omsingelde Tweede Stormleger heeft zich in de lente niet in één blok overgegeven hé. Wij vielen in kleine groepjes van een tien man uiteen: sommige liepen recht naar de vijand om zich over te geven, andere probeerden 's nachts in het moeras door de omsingeling te sluipen om terug in eigen linies te geraken. Dat was met mijn sectie zo het geval, maar ik zijn op 't laatste met nog twee kameraden tóch gevangen genomen geweest...Petré was daar omtrent toen ze mij vingen en heeft mij subiet herkend. Voordien had hij, volgens zijn zeggen, door mijnen 'Vlaamse uitleg' in de hautparleurs, al een gedacht gehad mij van vroeger te kennen...Tijdens de afvoer heeft hij mij kort ondervraagd en mij uitgelegd wat ik moest doen om bij de triage niet subiet gefusilleerd te worden door den Duits...Ik..."

" Ja, dank u! " onderbrak Florizone de woordenvloed: " Geen vragen meer, meneer de voorzitter ! '

De substituut kon met de afgang van zijn getuige absoluut niet lachen. De voorzitter al evenmin en hamerde kwaad om het geroezemoes in de zaal af te stoppen.

" Meester, ík bepaal of de getuige is uitgesproken ! Hij keek vragend naar de substituut, maar deze schudde knorrig het hoofd. "Goed dan, de verdediging mag haar eigen getuige oproepen...Meneer Bolton, Brian! "

 

Het duurde even voor Joseph van de commotie hersteld geraakte toen hij zag hoe een uitgeteerde man door de bode naar voor werd geholpen en daar op een stoel werd neergeplant. Tijdens de verwarring, die met de aanstelling van de tolk gepaard ging, trachtte hij vergeefs in dat levend lijk de pittige piloot te herkennen waarmee hij destijds in de abri zo dikwijls over een betere wereld had liggen bomen. Nu begreep hij de vroegere bittere bedenking van Florizone: " Als hij maar niet van zijn stokken draait midden in zijn getuigenverklaring ! "...

De identificatie via de tolk verliep wat hortend, tot de voorzitter besloot Boltons geschreven verklaring voor te lezen en hem tenslotte te vragen of hij bij zijn standpunt bleef. Had de familie Petré daadwerkelijk mee geholpen aan zijn poging om, na het neerhalen van zijn vliegtuig, terug naar Engeland te ontsnappen ? Na een ogenblik antwoordde de Brit met fluitende stem: " Yes, without their help it would never had been possible...At that moment I did'nt realise in what a terrible mess and lifedanger I had put them, by taking refuge in their home...And only long after the war I heard that their uncle René, my partner in the canoe, had drown during his last search for help...Terrible ! Really, Joseph, I beg you on my knees to forgive me for all the trouble I caused to your family...And I think it's a shame that good people like you are now treated the way you are ! " En zich in een laatste snik tot de voorzitter wendend, echode hij: " It's a real shame ! "

Daarop zakte hij ineen. De tolk die naast hem stond kon nog juist verhinderen dat hij van zijn stoel schoof. In de zaal bleef het een ogenblik doodstil, maar toen de mensen zagen hoe Boltons schouders schokten onder zijn ingehouden snikken, barstte een luid gewoel los. Ook al had het publiek waarschijnlijk niks verstaan van Boltons uitval ,toch bleek het duidelijk blij dat er eindelijk iets  rebels de slaapverwekkende gang van zaken verstoorde ! De voorzitter hamerde er flink op los om de orde te herstellen, maar het duurde nog wel even vooraleer de debatten konden worden verder gezet !

De voorzitter maakte er toen korte metten mee: " Is de verdediging klaar met haar getuige ?" En zonder op een antwoord te wachten: " En heeft de heer substituut soms nog vragen ? Neen ? Dan kan de getuige terug plaats nemen en geef ik nu het woord aan de heer substituut voor zijn requisitoir ! Stilte in de zaal ! "

Joseph zat er verslagen op te kijken. Bolton werd door de tolk en Florizone terug naar zijn plaats in de publieke tribune geholpen, en de heer substituut nam al z'n tijd om van wal te steken tot alle ogen weer gericht waren op Kwatta.    

" Meneer de Voorzitter, meneer de burgerlijke rechter, heren van de krijgsraad. Ik ben akkoord dat de zaak van de Belgische Staat tegen beschuldigde Petré Josephus meerdere facetten heeft...Enerzijds leg ik hem wapendracht in dienst van de vijand en militaire hulp aan de vijand ten laste, zoals bepaald in paragraaf 113 secties van het Strafwetboek. Daarbij beschuldig ik hem van lidmaatschap van een criminele organisatie, zijnde de Waffen SS...De Staat eist daarvoor vier jaar gewone hechtenis... Anderzijds aanvaardt de wet verzachtende omstandigheden in hoofde van zijn jeugdige leeftijd en het feit dat de aangehaalde misdrijven uitsluitend op vreemd grondgebied en nooit tegen landgenoten werden bedreven. Ik dank de heren van de Krijgsraad voor hun aandacht."

Verdomme, dacht Joseph: vier jaar ! En geen woord over Birnbaum of Bolton, zelfs niet over die kloot van een Steiner, die toch zojuist bekende zijn leven te danken aan de tussenkomst van Joseph na het opruimen van de Wolchovkessel ! Verbijsterd keek hij Florizone aan, maar die wierp hem vol vertrouwen een knipoog toe...Wat krijgen we nou !?...Maar veel bedenktijd kreeg Joseph niet, want de voorzitter riep bits, terwijl hij op zijn horloge keek: " Het woord is aan de verdediging ! "

Florizone stond statig recht en, na de klassieke show met de té lange mouwen van zijn toga en het schikken van zijn papieren op zijn tafel, stak hij van wal.

" Meneer de voorzitter, de verdediging aanvaardt de beschuldigingen van wapendracht en hulp aan de vijand zoals de heer substituut ze verwoordde. Deze zijn genoegzaam bewezen, al leg ik sterk de nadruk op de jeugdige onbezonnen manier waarop mijn cliënt in dit avontuur verzeild is geraakt. Na een vlammende ruzie met zijn moeder-weduwe loopt hij van huis weg en, om haar met al zijn branie een hak te zetten, tekent hij een uur later in Oostende een dienstneming bij het 'Vlaams Legioen'. En niét bij de Waffen-SS zoals verkeerdelijk wordt beweerd ! Want pas in het voorjaar van '43 werden de overlevende vrijwilligers van het 'Vlaams Legioen' automatisch overgeheveld naar de SS-Stormbrigade, zonder dat hun mening werd gevraagd ! "

De substituut sprong ertussen: " Kom meester, hij had die overheveling toch kunnen weigeren hé ! "

" Vergeet het maar ! Mijn cliënt had in Oostende getekend als vrijwilliger van het 'Vlaams Legioen' "voor de duur van de oorlog tegen de bolsjevistische Sovjet-unie", in het gedacht dat de Duitsers het daar binnen het jaar gingen opkuisen. Maar dat viel lelijk tegen: de oorlog duurde viér jaar en er was geen sprake van om uw dienstverbintenis halverwege op te zeggen omdat de krijgskansen keerden hé ! Zo werkte dat niet in het Duitse leger ! "

" Dan had hij maar beter uit zijn ogen moeten zien vooraleer te tekenen ! " sneerde de substituut.

" Och " vergoelijkte Florizone: " Zijn kop was zot gedraaid door zijn beschermheer, de burgemeester van het dorp, dat het zijn heilige Vlaamse plicht was de bolsjevistische bedreiging van zijn heimat te gaan bestrijden. Niet zodanig ter bescherming van België, want zoals u weet was toen de mening algemeen verspreid dat België, na het debacle van de achttiendaagse veldtocht en de politieke verwarring die daarop volgde, niet meer bestond. Algemeen werd aangenomen - en door alle gezagdragers en media van dat ogenblik bevestigd - dat wij een deel zouden worden van het onoverwinnelijke Derde Rijk, en dat onze jeugd de heilige plicht had zich daarvoor totaal in te zetten. Deze defaitistische mentaliteit, die toen tot in de hoogste kringen van onze samenleving was doorgedrongen, wordt nu officieel doodgezwegen, maar is binnenkamers genoegzaam bekend om daar niet te veel de nadruk op te moeten leggen...Dàt een snotaap van nauwelijks achttien jaar door deze giftige tijdssfeer misleid werd, kunnen wij enkel betreuren. Maar dat mag ons niet beletten daar begrip voor op te brengen, begrip dat ik nadrukkelijk aan de krijgsraad vraag in overweging te willen nemen ! "

     De substituut onderbrak hem: " En Meester, moeten wij soms ook begrip opbrengen voor de duizenden slachtoffers die onze brave jeugd daar in Rusland aan de zijde van het misdadige fascistische Duitsland heeft vermoord ?!"  

         Florizone zwaaide verontwaardigd met zijn brede mouwen: " Meneer de voorzitter, de heer substituut heeft blijkbaar slecht geluisterd naar de uitleg van zijn eigen getuige ! Deze bevestigde zoëven dat het 'Vlaams Legioen', waarbij mijn cliënt vocht, niets te verwijten valt voor de latere hongerdood van de krijgsgevangenen in het kamp van Starya Russa, dat ver buiten zijn gevechtszone lag ! Maar dat er bij de verbitterde gevechten aan de Wolchovmoerassen aan beide zijden veel soldaten gesneuveld zijn is eigen aan de oorlog ! Om dan bij het doden van een vijand te spreken van moord is zó ver gezocht dat ik deze lapsus voor rekening laat van de onbevoegden !"

De voorzitter deed een sussend gebaar: " Gaat u verder meester ! "

Florizone hervatte: " Laten we ons er dus bij neerleggen dat de krijgsverrichtingen in Rusland beoordeeld zullen worden door de geschiedkundigen. Al moet ik er toch op wijzen dat de verbittering van het gevecht mijn cliënt zijn humane inborst niet deed verliezen en hij een krijgsgevangen vijand - in casu uw getuige, meneer de substituut - het leven heeft gered door hem aan te raden vrijwillig dienst te nemen in het leger van de afvallige Russische generaal Vlassov. Met als resultaat dat uw getuige Steiner als vrijwilliger aan Duitse zijde de oorlog heeft overleefd en hier een zeer duidelijke verklaring heeft kunnen afleggen ten gunste van mijn cliënt ! Waarvan akte ! "

Florizone pauzeerde even door theatraal een slok water te drinken...Het was doodstil in de zaal.

" Om op de diepmenselijke inborst van mijn cliënt verder te gaan, wil ik even terugkomen op de getuigeverklaring van de jood Arthur Birnbaum, die weliswaar in het dossier zit, maar waar men nogal licht is overgegaan... Ook deze jood verklaart letterlijk - en ik citeer - "Ik ben mijn vriend Joseph Petré eeuwig dankbaar dat hij mij daarmee het leven heeft gered ! " En daar bedoelt hij mee dat mijn cliënt hem, nà de aanslag op Hitler en in volle heksenjacht van het laatste oorlogsjaar, een veilige schuilplaats heeft bezorgd op gevaar van zijn eigen leven ! Want inderdaad, nà die aanslag op Hitler in juli '44 hebben de nazi's op afvalligen in eigen rangen zo onverbiddelijk jacht gemaakt, dat de minste verdenking van ontrouw gelijk stond met de strop of het executiepeloton ! Met als resultaat zegge en schrijve 4.000 terechtstellingen ! Vierduizend, mijne heren ! Hulp bieden aan een joodse onderduiker in dié omstandigheden stond voor een lid van de krijgsmacht gelijk met zelfmoord ! En tóch heeft mijn cliënt dit dodelijk risico genomen uit vriendschap voor de jood Birnbaum ! Waarvan akte, meneer de voorzitter ! Ik druk er op ! "

Juist op dit ogenblik kreeg iemand in de publieke tribune een verstikkende hoestbui en trok zo even de aandacht naar zich toe. Het bleek Bolton te zijn. Zijn vrouw trachtte hem te kalmeren, maar ondertussen schoven de mensen rond hem in afgrijzen opzij toen ze het bloed op zijn zakdoek bemerkten. De voorzitter hamerde wat onnozel luidruchtig om stilte. Maar toen de bode hem verwittigde dat de getuige Bolton onwel was geworden, zei hij hardop: " Qu'on le fasse soigner dans le couloir, allez ! "

Een rijkswachter en de bode hielpen Bolton naar buiten, en toen de rust in de rechtszaal enigszins was hersteld, kon Florizone voortgaan.

" U ziet, meneer de voorzitter, dat mijn getuige, de heer Bolton, werkelijk met zijn laatste krachten speciaal van Engeland naar hier is gekomen om te vermijden dat zijn verklaring ten gunste van mijn cliënt zou verdwijnen tussen de paperassen van het dossier. Ook hij heeft benadrukt hoe héél het gezin Petré, in volle oorlogstijd, hun leven in de waagschaal hebben gesteld om hem te helpen terug in Engeland te geraken..."

Weer onderbrak de substituut het betoog: " Pardon meester, uw cliënt had bij deze gewaagde beslissing van zijn moeder niets in de pap te brokken ! Het is dan nu bedrieglijk hém daar voordeel uit te laten trekken ! "

" Meneer de voorzitter, de heer substituut is misschien nog wat jong om over de bezetting met kennis van zaken te spreken ! Maar iedere volwassene die het heeft meegemaakt weet dat de Duitsers zich nooit iets aantrokken van dergelijke haarklieverij ! Indien ze Brian Bolton in het huis van de Petré's hadden ontdekt, zouden ze zonder pardon het hele gezin Petré naar het concentratiekamp hebben versleept ! Waar negen op tien een pijnlijke dood hen wachtte !...Al de rest is larie !"

De voorzitter wierp weer nadrukkelijk een blik op zijn polshorloge en Florizone begreep dat hij moest besluiten: " Tot slot druk ik de hoop uit dat u bij uw strafafweging goed het beeld van mijn cliënt voor ogen zou houden . Het was een snotneus die, opgejut door de flamingante notabelen van zijn dorp, in een bevlieging onbezonnen dienst nam om naar het Oostfront te gaan vechten. Hij kwam daar heel buiten zijn bedoeling in een ware hél terecht waar hij twee jaar lang iedere seconde in vreselijke omstandigheden moest proberen te overleven en dreigde te sterven. De kogel, die uw getuige in zijn hiel schoot, bezorgde hem uiteindelijk koudvuur waardoor zijn been op barbaarse wijze in tweemaal moest worden afgezaagd, zonder veel verdoving... Ik vraag u, is deze knaap zo nog niet genoeg gestraft voor de onbezonnen misstap die hij beging ? Zijn zware invaliditeit zal hem iedere dag van zijn verdere leven daaraan herinneren ! Wat kan een effectieve veroordeling daaraan nog toevoegen ? Ik vraag dus dat uw wijsheid genoegen zou nemen met een voorwaardelijke straf. Dank u ! "

Zo, dat was het dan ! Over het verder verloop van de afhandeling wist Joseph zich 's avonds niets meer te herinneren, buiten het feit dat de volgende zaak uitgesteld werd tot volgende week. De heren wilden, door het uitlopen van de zaak Petré waarschijnlijk hun pint niet missen in 'De Leeuw'...Feit is dat Joseph tegen de avond veroordeeld werd tot vier jaar, waarvan drie voorwaardelijk, en met de mogelijkheid tot vervroegde vrijlating...En aangezien meester Florizone heel uitbundig reageerde, had hij waarschijnlijk nooit zo'n gunstig resultaat verwacht...

Iedereen blij dus.

Pas de week daarop, toen Florizone in de gevangenis van het Pandreitje poolshoogte kwam nemen hoe hij het daar stelde, vernam Joseph dat Bolton, na zijn hoestbui op het gerechtshof, toen ook in de wandelgang was overleden. Dat hij misschien de milde uitspraak van de Krijgsraad aan dàt dodelijk "accident" te danken had ,zei zijn advokaat er niet bij...  

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 383

         D17: HET PANDREITJE.

                                  Brugge, april '47.

" Verdomme! Ze smijten hier weer wat binnen ! "

De sfeer zat meteen goed ,als je doof was ! Al bij de inboeking in de administratie van de gevangenis als "entrant" had het er tegen gezeten: waar moesten ze in godsnaam blijven met een zwaar invalide logé-op-één-been ?! In al de zijvleugels van het complex lagen de cellen, waar ze desnoods nog een veroordeelde bij konden duwen, op de eerste of de tweede verdieping. Maar een kreupele kon je nu toch moeilijk die ijzeren trappen opjagen, hé ! En zijn krukken mocht hij sowieso niet meenemen in de cel: véél te gevaarlijk voor aanvallen op de cipiers !

Na veel vijven en zessen hadden ze hem tenslotte dan maar op het gelijkvloers in de infirmerie gestopt. "Ten voorlopigen titel ! " had de chef schoorvoetend toegegeven, tegen beter weten in: " Die charels van de krijgsraad peinzen zeker dat wij van de vuilkar zijn ! " En voor alle zekerheid hadden ze hem eerst maar eens grondig ontluisd en door de douche gejaagd tot hij blonk als 't kinneke Jezus.

Ook op de ziekenzaal werd hij allesbehalve hartelijk ontvangen. De twaalf bedden waren allemaal belegen. Als dertiende zou hij ofwel op een 'paillasse-par-terre' moeten slapen de eerste nachten, ofwel één van het dozijn 'carottetrekkers' wegdrummen, terug naar die rotcel daar boven. En de volgende morgen wàs het al zover: na het doktersbezoek mocht er een ancien zijn boeltje pakken... Weliswaar onder luid protest, maar zonder veel morele steun van de collega's, die al blij waren dat zíj aan de hakbijl waren ontsnapt. Een half uur later was Joseph de nieuwe eigenaar van 's mans bed bij het venster, zeg maar de beste van de zaal...Met twee propere lakens en heel de bataclan  ! En er bovenop kreeg hij nog een smalle hoge kleerkast van het leger, ook al bezat hij voor het ogenblik nog niets om erin te hangen...Toen de verpleger zelfs een handje toestak om de ene pijp van zijn pyamabroek hoog op te spelden, wist Joseph dat hij het hier goed zou kunnen uithouden ! Hopen maar dat dit mooie liedje nog een tijdje kon blijven duren...Alhoewel , een héél jaar ?...

Het vroeg een paar dagen voor hij werkelijk contact kreeg met zijn kamergenoten, maar na een week was het al Sooi, Pol, Twanne en andere Charels wat de klok sloeg. Zo vernam hij al vlug dat er geen vrouwen in de buurt rondliepen: niks dan mannen...Als Nieuweling én Benjamin mocht hij dus wel oppassen ! Ook dat er in feite drié ziekenzalen waren. In de zijne werden de fysieke gekwetsten verzorgd met sneden, botbreuken en brandwonden. De zaal links herbergde de zogenaamde 'bassers' (Westvlaams voor "hoesten lijk n'en hond") met hun inwendige ziekten, vooral T.B.C...En in de rechtse zaal zaten de 'zotten' en de zelfmoordenaars, kortom iedereen die een vijs los had staan. In zijn eigen groep was de verloop jammer genoeg het grootste: wiens wonden genezen waren vloog zonder pardon terug naar de cel, maar uit de twee àndere afdelingen werd zelden een patiënt levend gelost...Enkel onder een laken met de voeten vooruit...

Ook al verwachte hij niet dat z'n poot er met de tijd weer zou aangroeien en z'n invaliditeit zou verdwijnen ,toch vreesde hij dat zijn verblijf hier in de paradijselijke infirmerie maar van korte duur zou zijn. Daarom was hij vast besloten te genieten van elke seconde. In het kamp was het overal ijskoud geweest, hier voelde het soms warm genoeg aan om even in pyjama rond te lopen. In Sinte Kruis kon je op de duur dat rotte vreten bijna niet meer door je strot krijgen - altijd die gerstepap met gekapte koolblaren ! - terwijl hij hiér op die paar dagen al drie verschillende soepen met stoofvlees had gekregen, lekker dik ! En brood à volonté, mét confituur ! Neen, van honger zou hij hier niet omkomen ! Maar aan het verblijf in de infirmerie zat één groot nadeel vast: je kon niet naast de plakkaten met "Défense de Fumer-Verbooden te Rooken" zien ! En wie het op het w.c. tóch waagde, zette zijn verder verblijf in dit paradijselijk oord sterk op de helling...

De dokter had al bij het eerste onderzoek gesnopen dat Joseph in feite geen verzorging nodig had, en tijdens zijn verblijf hier best een handje kon toesteken. Bij de paperasserij, bijvoorbeeld hé ? Met een diploma van ‘Hoger Middelbaar’ kon dat geen probleem zijn...Voor Joseph niet gelaten, natuurlijk: alles wat zijn statuut hier een beetje kon verstevigen was mooi meegenomen ! Hij kreeg er zelfs nog een rolstoel bovenop !

Maar zoals iedereen keek hij wél uit naar nieuws uit de buitenwereld. Ook al gonsde de gevangenis van allerlei geruchten - en zéker in de infirmerie waar ze zo vrij konden rondlopen en babbeltjes slaan - toch wist iedereen dat die vertelsels dikwijls gewoon uit de duim waren gezogen, of minstens ferm aangedikt. Ze waren dan ook meer bedoeld om de patiënten geestelijk alert te houden of om uit te vissen hoe de anderen er over dachten. De laatste kwakkel beweerde dat koning Leopold, bij zijn terugkeer uit z'n Zwitsers ballingschap op de troon, onmiddellijk een algemene amnestie zou uitvaardigen ten gunste van de politieke gevangenen ,ook al waren de Sossen en de rest van 't links blok tégen  .. Maar vreemd genoeg kon geen enkele advocaat van de veroordeelden dit hoopvol bericht bevestigen, wat er toch op wees dat die heren minder alwetend waren dan ze zich wilden voordoen ! Want die geplande koninklijke amnestie had in de gazetten gestaan ,zei men ,en als ge dié al niet meer kon geloven !

Joseph kon aan zijn advocaat niet vragen wat daar van ààn was, want hij had Florizone sinds de veroordeling niet meer gezien. Misschien wou die even de druk opvoeren om zijn ereloon uitbetaald te krijgen ? Joseph had toch van bij de aanvang laten verstaan dat hij het honorarium zonder moeite kon vereffenen, al was het dan via tante Jetje...Die wist dat zijn vermogen in Franse en Belgische bankbriefjes in de holte van zijn kunstbeen verborgen zat. Eén seintje van hem en dat probleem was van de baan hé ! Dààrvoor hoefde Florizone niet moeilijk te doen !

Maar hij vond wél dat die meneer dat vonnis minstens even kon komen uitleggen, ook al had Joseph hem reeds op de avond nà de uitspraak gezegd zéker niet in beroep te willen gaan...Stel je voor: binnen nauwelijks een jaar was hij weer een vrij man, en kon hij gaan en staan waar hij wou ! Bij voorbeeld zijn barak in Westende weer betrekken: prachtig gelegen om op zijn gemak die goudschat van Jupp uit de abri op te graven ! ...Of zelfs zonder belemmering eventueel terug naar Erika Deutinger te trekken in Porz: eens testen of dat lekker mokkel nog vrij was... Alhoewel, zoals die 'Konrad' – alias Gustave Noël-Dieudonné of hoe die kerel ook mocht heten - daar nog steeds rond haar vodden draaide, kon een voortzetting van zijn relatie met Erika wel eens problematisch worden...En mocht dat zo zijn, kon hij het jonge koppel altijd even een flitsbezoek brengen, al was het énkel maar om daar zijn stock juwelen te recupereren die dat blonde mokkel hier was komen pikken !...Want die geit dacht toch niet dat ze hem eventjes een dikke honderdduizend frank lichter kon maken, hé, zónder dat hij haar stevig aan de oren ging trekken ?! Alhoewel: op de rechtbank was er in het vonnis sprake geweest van zes jaar 'verlies van burgerrechten': zou dat ook inhouden dat hij geen reispas meer kon krijgen ?...Verdomme, waar bleef die kloot van een Florizone toch ?! Die werd toch betaald om dergelijke vragen te beantwoorden, hé !

Al deze problemen wemelden door zijn hoofd, telkens hij zich overdag mentaal van zijn omgeving probeerde af te sluiten. En vooraleer écht in te slapen verloor hij zich 's nachts in de meest bizarre oplossingen...Het was dan ook een hele opluchting toen de verpleger hem op een donderdag verwittigde dat zijn verdediger hem opwachtte in de verbandruimte, die ook als privé-spreekkamer werd gebruikt voor de niet-ambulante patiënten...

" Gij komt uw rekening presenteren, zeker ?" viel Joseph hem bij de begroeting abrupt in de rede: " Met al die getuigenissen ten mijnen gunste heb ik het u ànders wél héél gemakkelijk gemaakt om 't proces te winnen hé ! "

Maar Florizone viel direct op zijn pootjes: " Meneer Petré, had ik al die moeite niet gedaan om die vage getuigen van u uit het verleden op te vissen, dan had ge met de beste advocaat nog altijd vier volle jaren hechtenis aan uw been gekregen ! ...Heu, bij wijze van spreken..",voegde hij er wat gegeneerd aan toe ,met een sluikse blik op zijn opgespelde broekspijp.

Joseph glimlachte sarcastisch: dat éne been van hem begon langzamerhand een sterk moreel wapen te worden ! Tenslotte had het hem al een prinsenbed bij het venster van de infirmerie bezorgd, om nog te zwijgen over de strafvermindering van minstens één jaar die hij aan een medelijdende krijgsraad had te danken ! Voortdoen zo !

" Ten andere, "vervolgde Florizone zijn aanval: " Ge weet het misschien nog niet, maar meneer Bolton is na zijn getuigenis in de gang van het gerechtshof ingestort en kort daarop overleden ! Dat heeft nog aardig wat voeten in de aarde gehad om zijn stoffelijk overschot naar zijn vaderland over te brengen, weet ge ! "

Als schot voor de boeg kon dat tellen. Door de schok raakte Joseph helemaal van zijn melk en hoorde maar half wat de advocaat daar nog allemaal over vertelde. Wél begreep hij dat Florizone de Britse ambassade had kunnen inschakelen en dat die voor de verdere afhandeling had gezorgd, ook financieel...Hij verwachtte dus niet dat de kosten aan Joseph zouden worden doorgerekend, hoogstens wél aan de Belgische Staat.

"Al kan dit administratief monster zich later in het slechtste geval nog altijd tegen ons keren..."

Joseph schoot verontwaardigd wakker: " Zeg, wat een schande ! Dat de heldhaftige geste van die mens om het recht te doen zegevieren moet uitdraaien op een ordinaire discussie over centen ! Moest ik bij mijn geld kunnen, ik betaalde dat verdomme direct uit mijn eigen zak ! "

" Hey stop ! Vergeet dat maar ! Zo'n begrafenis naar het buitenland met een zinken kist kost een fortuin ! Daar zoudt ge de rest van uw leven voor mogen afbetalen ! " Dit scheen Joseph inderdaad wat te kalmeren.

"Maar 't is niet dààrvoor dat ik hier gekomen ben." vervolgde Florizone: " Gezien wij niet in beroep zijn gegaan, is tien dagen na de uitspraak het vonnis nu definitief. Ik neem aan dat wij tevreden mogen zijn met die afloop. Ge krijgt dus vier jaar gevangenis, waarvan drie voorwaardelijk wegens verzachtende omstandigheden. Die slaan enerzijds op uw jeugdige leeftijd, en anderzijds op uw humane tussenkomsten die het leven gered hebben van drie door de vijand vervolgde personen. Drie, dat wil zeggen dat de krijgsraad ook de redding van de heer Steiner aan de Wolchov in rekening heeft genomen...Dit doet mij bijna denken aan opgezet spel van de substituut, die zijn eigen getuige dingen heeft laten vertellen die onze zaak ten goede zijn gekomen ! Maar hoe dan ook, ten laatste op 30 maart 1948 komt gij vrij, en misschien zelfs vroeger, wegens goed gedrag..."

" Zoiets had ik ook al berekend, "onderbrak Joseph dit zegebulletin: " Maar hoe zit dat met die zes jaar 'verlies van burgerrechten' ? Kan ik dan in die periode nog een reispas krijgen ? Want nà mijn vrijlating zou ik zo rap mogelijk naar Duitsland moeten om een geldkwestie te regelen, en misschien blijf ik daar wel aan een vrouw plakken, wie weet...Hoe zit dat ?"

" In elk geval: wie geen burgerrechten heeft, krijgt geen reispas, zo is de toestand nù ! Maar tegen dat ge vrij komt kunnen we wel een verzoekschrift indienen, en zéker winnen moest ge van plan zijn daarna niet meer naar het vaderland terug te keren...Ze zijn gastjes lijk u blijkbaar liever kwijt dan rijk...Maar dat is zorg voor later ! Voor het ogenblik moeten wij zien dat ge deze strafperiode zo goed mogelijk doorkomt. Ik neem aan dat deze opname in de infirmerie u nogal bevalt, maar hoe lang die gaat duren hangt af hoe braaf, opgewekt en dienstwillig ge zijt. Met een humeur als vandaag staan uw kansen slecht, ik zeg het u maar beter vlakaf. Zohaast ze de minste agressiviteit bespeuren hebt ge er gelegen ! Gebruik dus uw gezond verstand! ...Bon, mijn tijd zit er op...Madame Georgette Neuville vroeg om volgende donderdag op bezoek te mogen komen...Geen bezwaar ?...Okee dan: houdt u goed ! "        

Tante Jetje ? Wat zou dié hier komen doen ? Toch geen pakje boterhammen komen afgeven, hé ! Dat zou echt iets voor haar zijn !...Of een taart met een vijl in ! Nee-nee, die wilde natuurlijk weten wat ze met het geld uit zijn prothese moest aanvangen...En dan kon hij meteen eens uitvissen wat er juist gebeurd was met die schouw op Marie's slaapkamer in de 'Stella Maris', en een nauwkeurige beschrijving vragen van die haastige, jonge Duitse toeriste...Een week huren, en na één dag al terug wég: daar klopte iets niet ! Dat wees duidelijk naar Erika die met een gecoteerde schets van haar vaders verborgen goudschat in de hand een vruchtbaar flitsbezoek aan "die schöne Nordseeküste" had gebracht ! Maar vooraleer hij haar het mes op de keel zette, moest hij er natuurlijk helemaal zéker van zijn dat die brutale teef er inderdaad met zijn juwelenstock vandoor was ! Want mocht dat niét zo zijn, moest hij opletten dat hij met te nadrukkelijke vragen Jetje - of erger nog, Rachel - niet op leuke gedachten zou brengen...Die waren ook niet op hun kop gevallen hé !

 

De eerste week vloog om. Zo, nog hoogstens vijftig te gaan...En terwijl hij voortdurend overwoog of hij misschien beter een brief zou schrijven naar dat kreng in Porz, twijfelde hij over de juiste aanpak. Al stond één ding vast: hij moest laten verstaan dat hij kortelings vrij zou komen, zonder te specifiëren wanneer ! En hij mocht niet meer zo stom zijn als in zijn eerste epistel, waarin hij verklapt had dat hij voor jàren vast zat ! Dat was natuurlijk haar vrijkaartje geweest om ongestoord in haar eentje het initiatief voor de 'goldrush' te nemen, goed wetend dat ze van zijn kant voorlopig geen weerwerk moest vrezen !... Of, béter nog: hij moest zéker laten uitschijnen dat hij de goudschat in de abri reeds gerecupereerd hàd. Zoniet zou zij de volgende vakantie wel eens met een grote spade terug naar Westende kunnen komen, de feeks ! En verdomme niét om kleine zandkasteeltjes op het nat strand te bouwen, maar om diépe putten te graven!  En niét in 't fijn zand langs de branding ,maar in zijn abri ,verdomme !...Doch eerst eens zien wat Jetje over het flitsbezoek van Erika te vertellen had...

 

En wàt Jetje hem die donderdag te vertellen had, was zekers niet niks ! Om haar op bezoek te ontvangen moest hij met zijn rolstoel naar de refter, want enkel de niet-ambulante patiënten van de infirmerie kregen visite van hun familie aan hun bed. Het was druk in de zaal en het duurde even vooraleer hij haar in het gewoel van blèrende of spelende kinderen gevonden had...

Jetje pinkte een traan weg, maar beweerde toch dat hij er goed uitzag. En zou hij niet gemakkelijker rondlopen met zijn kunstbeen in plaats van met die onhandige invalidenkar overal tegen te botsen ?

Maar Joseph zei kortaf: " Tante Jetje, zwijgt daarover ! Zolang ik hiér zit mag er geen sprake meer zijn van die poot ! Moesten ze hier te weten komen dat ik een beenprothese heb, dan moet ik die aandoen en vlieg ik met mijn klieken en klakken buiten uit de infirmerie ! En dan is't voor eeuwig gedaan met het schoon leven...Nee-neen, houdt gij die poot maar stillekes bij, totdat ze mij lossen: normaal binnen vijftig weken, bij goed gedrag...Ten andere, mijn centen zitten erin verstoken, dat weet ge...En ik heb aan Florizone laten verstaan dat hij de afrekening voor al zijn moeite maar aan u moet geven: dat gij dat wel voor mij gaat betalen...Misschien dat hij zich tegenover een vrouwmens wat gaat inhouden ! ...Maar vertelt eens: wàt voor nieuws in de wereld daarbuiten ?"

" Ja, ventje, verschiet niet hé ! Ik heb weer bezoek gekregen van Nancy Penjaert van Oostende. Zij had al de antwoorden bij op de lijst met vragen die wij langs hààr naar den Indochine hadden gestuurd, ge weet wel: een dikke maand geleden...En verdikke allemaal juist hé ! Ik heb geen foutje kunnen ontdekken. Maar ge moet zélf maar eens zien: ik heb hem hier bij, zie..."

Ze wilde vlug in haar handtas beginnen graaien, maar Joseph hield haar tegen: " Stop ! Niet als de bewaking het kan zien, want alles wat het bezoek aan de gevangenen wil geven, moet langs de 'Surveille' passeren ! Vouw die brief tot in een bolletje en schuif het verdoken onder uw hand over tafel: ik zal het strak in de infirmerie wel bestuderen. Maar ik kàn het niet geloven dat die maat van Penny ,daar in 't Vreemdelingenlegioen van den Indochine ,onze Leon zou zijn ! "

" Pertang, Nancy kreeg van hààr ventje, de Penny, al de bevestiging dat die zogenaamde 'Jos Maes' wel degelijk onze Leon was. Hij noemde in zijn brief wel geen namen, maar schreef toch letterlijk - en ik heb het speciaal overgepend - " het betreft het ventje van 18 jaar dat in de winter van '44-'45 bij mijn afdeling '2cm-ers' aan de Oder vocht. Of ànders gezegd: garantie de jonge broer van de strijdmakker waarmee ik aan de Wolchov stond en die in april '44 het koudvuur in zijn voetwonde kreeg toen wij de Dnjester overstaken. Samen met de John Aspeslaghs zaliger "...Dat schijnt mij toch een serieuze getuige..."

" Ja, als Penny dat zo formuleert, dan is er bijna geen twijfel mogelijk...Maar als de Leon nù nog leeft, daar in de Indochine, wie heb ik dan in godsnaam onder zijn naam zien begraven in "Grube Drei" ,dat massagraf van Steglitz ?

Ja ,ge vraagt daar al zoiets !

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten