Naar de inhoud

Levensverhalen

akke.beakke.be

Misdienaar - Pasen - Sinterklaas

“ Enkele jaren na mijn Eerste Communie, begin van de jaren vijftig, werd ik misdienaar. Na een korte opleiding door de koster, mocht ik de kleren passen. Een lange rode toga en een niet te frisse witte albe daarover. Ik leerde het wierookvat aanmaken, water en wijn uitschenken en elke week diende ik een stuk kerklatijn voor te lezen voor de onderpastoor. Het moeilijkste voor mij was het misboek van de ene naar de andere kant van het altaar dragen. Ik was eerder klein en ik moest dan telkens op de toppen van mijn tenen staan. Ik herinner me een mis op Paasmaandag. Het altaar stond er nog zoals de dag voordien: de mooiste altaarkleden met heel wat kant, zware kandelaars en de mooiste lessenaar met daarop het vergulde, zware kerkmissaal. Ik kreeg al schrik toen ik dit zag. Ik had al problemen met het gewone misboek en de eenvoudige lessenaar. Wat moest gebeuren, gebeurde. Toen ik met veel moeite aan de andere kant van het altaar kwam, had ik kramp in mijn armen en handen. Ik stond op de toppen van mijn tenen en ik haperde met de lessenaar aan de onderste kant van het altaarkleed. Het misboek en de lessenaar kwamen donderend op het tapijt en de pastoor was er vlug bij om nog een kandelaar vast te houden. Ik hoorde hem sakkeren en wat gelach achter mijn rug. Een hele maand mocht ik geen misdienaar meer zijn. Misdienaar zijn was een karwei: elke dag ochtendmis. De kerk was soms koud. Ik zat daar op mijn knieën op een kussentje. De priester vooraan stond met zijn rug naar mij en naar de gelovigen in de kerk. In de hoogmissen was er meer volk, meer wierook, meer gezang en vooral orgelmuziek. Dat was een echte mis vond ik. Misdienaar betekende ook de priester begeleiden met bel en lantaarn als hij het Heilig Oliesel of de communie droeg naar stervenden of zieken, of meestappen in de processie naast de baldakijn waar de pastoor onder liep.”

“In onze parochiekerk, zoals in de meeste kerken, kon men een eigen bidstoel huren. Je kreeg dan een voorbehouden plaats meestal vooraan in de kerk, of vlak bij de preekstoel. Je diende daarvoor te betalen. Elk jaar was er een schrobdag vlak voor Pasen. De pastoor riep af dat volgende zondag na de Hoogmis iedereen zijn privé – bidstoel naar huis mee moest nemen en ze de week erop mocht terugbrengen. Die twee zondagen was dit een drukte van jewelste. De oude jonge juffrouwen huurde een misdienaar in om dit te doen. Zo verdienden ze een centje bij. Ze verdienden ook nog een centje, samen met de koster, met het verkopen van palmtakjes en wijwater. Andere grote momenten waren de komst van paters- predikanten van buitenaf. Die hielden donderpreken over de slechtheid van de wereld. Hun stokpaardje was een kuis leven in en buiten het huwelijk. Zonden van onkuisheid waren grote zonden en tevens gevaarlijk voor de gezondheid: besmetting en algemene verzwakking. De preken van de eigen priesters waren minder lawaaierig, maar wel vervelend. In het algemeen vond ik de missen, ook de Hoogmissen, niet zo interessant.
In die tijd stond de priester nog met zijn rug naar de gelovigen, vrouwen en mannen zaten apart en hier en daar was er nog een Garde Suisse, de ordebewaker die met een hellebaard stond en een langwerpige kepie, zoals de garde van de paus. De misdienaars dienden nog een verbasterd ‘mis- Latijn’ te kennen.”

“ Voor ons kinderen waren de twee gebeurtenissen waarnaar we het meest uitkeken Sinterklaas en de klokken van Rome. Voor Sinterklaas zat alles beter in elkaar: brief schrijven, schoentje zetten ten laatste de dag voordien en oeps: cadeautjes ’s morgens in huis.

Pasen was dit elk jaar op een andere dag. We dienden geen brieven te schrijven en we mochten eitjes zoeken in de tuin of in huis. In de jaren vijftig brachten de klokken soms levende kuikentjes mee en paaseitjes al of niet in chocolade . We keken naar de lucht om de klokken te zien vliegen, maar dat lukte nooit. Sinterklaas en Zwarte Piet of zijn hulpsinterklazen (en ook de valse) kon je nog zien, de klokken nooit.

Sinterklaas viel altijd op dezelfde dag. Dat was makkelijk. Voor Pasen was dit niet zo:je had een vroege of een late Pasen. Wat wel vast stond in april was de eerste april. Dan konden we thuis en op school aprilgrappen uithalen. Het makkelijkste was een klever op de rug plakken.”

Communiatip
De deelnemers mogen het ophalen van herinneringen niet ervaren als een karwei.

Koffie en cichorei

”Ik vertel je een verhaal van Emma van moeder die thuis 's morgens voor de groten koffie maakte in de jaren vijftig. Ze had de koffiekan klaar gezet. Ze deed water in de ketel en zette ze op de kachel en (later op het gasvuur) tot het water kookte. Moeder goot heet water op een mengeling van koffie en cichorei in de koffiezak. Nadien goot ze de drab op het kleine grasperkje op de koer. Koffie malen:: koffiemolen tussen de benen met het schuifje tegen de dijen om zeker niets te verspillen. Koffiemalen was voor ons moeder. Later: koffiemolen aan de muur; elektrisch; gemalen koffie. Einde jaren veertig kon men in de winkels zijn koffie al elektrisch laten malen tegen betaling. Een luxe was een filter in hoge glazen. Toen deed moeder de gemalen koffie in de koffiebeurs, maar eerst deed ze cichorei erin: Goedkoop en goed voor het hart. Er was grove en fijne cichorei. De fijne werd het meest gebruikt. (4 eetlepels koffie + 1 eeetlepel cichorei). Koffiebeurs (koffiebuzze/koffiezak) moest in de koffie hangen. Dan kon die goed trekken. Koffiebeurs kon zelf gebreid worden in fijne katoendraad, maar werd meestal gekocht en was van linnen of katoen. Je moest dan nog de ring aan de zak vastnaaien met sterke draad (= tamboerkesgaren). vroeger gebruik gemaakt van een sok of van het onderste deel van een onderbroekspijp. Koffie malen met schuifje van de koffiemolen naar u toe, anders zou het eruit kunnen vallen. Molen had een klep om te vermijden dat de bonen eruit zouden springen als je begon te malen. Er waren ook molens om aan de muur te hangen, die hadden een glazen bakje. Dat was praktischer. De reuk hangt nog in mijn neus. Maar nog sterker was de geur als we gingen naar een winkel waar er ook een koffiebrander stond. Aanvankelijk was dit meestal een kwart kilo koffiebonen uit grote, blikken dozen. Merken: De Olifant (was slechte koffie); De Rode Pelikaan - Zwarte Kat - Rombouts - Santos -). Deze laatste was een grotere boon, maar was wel veel duurder. De koffie hiervan werd enkel opgeschonken bij speciale gelegenheden zoals het vriendje dat op bezoek kwam, … De koffie zat vroeger in zakken en bakken: Braziliaanse en Kongolese. Bonen in pakjes van een merk kwamen later: Rombouts, De Zwarte Kat, De Olifant. De ouderen merkten op dat de koffie waar men nu veel reclame voor maakt - Douwe Egbert - toen nog niet in Vlaanderen gedronken werd. Juist genoeg malen voor een keer koffiezetten, anders vervliegt de koffie. Hoe fijner de koffie gemalen was, hoe beter.
Melk: Melk bij de koffie? De melk werd gekookt. De ene lustte het vel, de andere helemaal niet Het was soms vissen achter het kleinste velletje.
Suiker: Men deed soms een of meer klontjes suiker in de koffie en de melk. 'Nepsuiker' stond niet op tafel.

“ ’s Morgens gebeurde het zelden dat we allen samen aan de tafel zaten. De ene moest vroeger naar zijn werk of naar de school dan de andere. De tafel was gedekt van ’s morgens zes uur tot ongeveer acht uur. Mijn moeder zei al lachend dat het precies een restaurant was. Een keer werd er voor de groten koffie gezet. Moeder goot heet water op een mengeling van koffie en cichorei in de koffiezak. Nadien goot ze de drab op het klein grasperkje op de koer. Ik heb de koffiemolen nog gekend die men tussen de benen zette om te malen en de koffiemolen aan de muur. Ook liet men de koffiebonen die men los kocht, in de winkel malen. Een luxe was een filter in die hoge glazen. De reuk hangt nog in mijn neus. Maar nog sterker was de geur als we gingen naar een winkel waar er ook een koffiebrander stond.

 Men deed soms een of meer klontjes suiker in de koffie en de melk. De melk werd gekookt. De ene lustte het vel, de andere helemaal niet. Het was soms een vissen achter het kleinste velletje. Ik herinner me ook nog een grote blik van Kwatta met cacaopoeder. Dat was niet makkelijk om cacao te maken. Het eenvoudigst was dat moeder dit in een steelpan maakte. Eten aan tafel verliep niet altijd rustig en gezellig. Er werd nogal eens gekibbeld, of men maakte zich wat boos omdat er iets niet was gedaan. Ook geregeld moest moeder ons sterk aanporren om naar school te vertrekken. Dan was er discussie over het juiste uur. Om een of andere reden was de klok in de keuken altijd wat vooruit gedraaid. De vraag was hoeveel minuten dit keer: vijf minuten tot een kwartier. Dat was ook zo voor vader die een zakhorloge droeg in zijn jasje met een ketting.”

Communicatietip
Verplicht de deelnemers niet herinneringen op te halen. Ze kunnen heel wat redenen hebben: ze willen dat niet doen als er anderen erbij zijn. Luisteren en inwendig meedoen en dat uiten met lichaamstaal is ook prima. 

Levensverhalen en empathie

Levensverhalen en empathie

Deze blog is een bewerking van mijn boek Herinneringen ophalen, Lannoo, 2005. Deze publicatie was bestemd om herinneringen op te halen bij ouderen samen met een begeleider. In deze blog ben jij de ‘begeleider’ .
Ik verzamelde levensverhalen bij mezelf, bij familie, kennissen en bij ouderen in zorginstellingen. Ik bewerkte ze in deze blog voor begeleiders zoals jij. Je houdt van herinneringen omdat ze je een kijk geven in het verleden en in je eigen verleden en dit van de deelnemers. Deze empathische houding zet je aan om associaties te maken met je eigen wereld en die van de deelnemers.

Wie zijn de begeleiders?
Vrijwilligers die empathisch zijn.
Als begeleider van levensverhalen moet je geen speciale training daarvoor volgen. Heel wat begeleiders traden eerder op als activiteitenbegeleiders in zorgvoorzieningen. 
Kijk uit naar nieuwe begeleiders in of buiten de groep. Maak een contactgroep om ervaringen uit te wisselen.

In elk levensverhaal zijn er verwijzingen naar het verleden (oorlogen, rampen, voedselschaarste, invloed van kerk en staat, man - vrouw verhoudingen, beleving van seksualiteit en tederheid…).  
De levensverhalen in deze blog bestaan meestal uit enkele verhalen die bij elkaar aanleunen. 
Je moet de discussies, meningsverschillen, vooroordelen niet uit de weg gaan, maar denk eraan niet belerend te zijn of moraliserend. Vermijd emoties en zorg voor meer rede. Voorbeeld: collaboratie, standbeelden, staatnamen… die verwijzen naar onverwerkt verleden zoals onderdrukking, slavernij.

Aanpak: Start met een persoon die je feedback kan geven.

Bedoeling: je leren inleven in de herinneringen via levensverhalen.  

Begin met een kleine groep die je kent. Je kiest levensverhalen die je zelf direct aanspreken. Je vertelt het verhaal traag, met gebaren en met oogcontact. Je geeft commentaar, je bespreekt de inhouden. Je nodigt uit om te verbinden met het eigen leven.

Tips bij empathische luisteren

1 Positieve gevoelens losweken. 
2 Goed gevoel ervaren. Het plezierig vinden van te luisteren naar anekdotes, van stukjes levensverhalen.
3 Humor en ontspanning. Een begeleider die met een kwinkslag te werk gaat, wordt bijzonder gewaardeerd.
4 Actief zijn met hoofd en hart. Stemmingen, negatieve en vooral positieve gevoelens laten verwoorden. Dus zich niet enkel richten op cognitieve inhouden. 
5 Klagen en negatieve gevoelens. Nogal eens komen bij het empathische luisteren negatieve gevoelens naar boven: vereenzaming, vervreemding, ondankbaarheid, ruzies, uit elkaar gaan, rancune, afgunst ja soms haat. Even passief luisteren, er niet op ingaan (je bent geen therapeut). Gewoon knikken of halfluid mompelen als communicatie: Ik heb het gehoord.
6 Gezelligheid. Een van de positieve gevoelens en stemmingen die meest gewaardeerd worden in de empathische omgang is het oproepen van gezelligheid en nabijheid.
7 Intimiteit en seksualiteit. Tederheid, intimiteit, knuffelen, strelen bespreekbaar maken. In elk geval respect opbrengen voor de persoonlijke levenssfeer van de deelnemers.

Wil je feedback geven? georges.decorte@telenet.be