Naar de inhoud

herinneringen

when i was eleven!
akke.beakke.be

Berichten van 19 september 2005 tot 25 september 2005

Nogmaals 14-18.

Ik heb een kaart van : ARMEE BELGE

PLAN DIRECTEUR Merckem-Poesele-Het sas Boesinghe –Veldhoek- Langemark –Saillant d’ Ypres,edition Anglaise.

14 JULI 1917

SERVICE TOPOGRAPHIQUE

Echelle de 1 a 5000

Secteur Aéronautique

Carte de Destruction d’après photos du 26 juillet 18 heures

Ouvrage détruit

Ouvrage fortement atteint

Tirage du G. C. T. A. 1.-

Wat er op gemarkeerd staat :

Tranchées – Boyaux principaux – Boyaux secondaires – Tranchées abandonnées – Réseaux de fil de fer – Poste d’ écoute – Abri betonné – Baraquements – Parc – Poste de command t – Cimetière – Batteries (copie de la photo) – batterie par renseignements ,Epaulement isolé – Pièce contre avions (ou copie de la photo) – Canon revolver – Mitrailleuse – Lance bombe – Organe de flanquement ,petit canon ou mitrailleuse – Abri contenant probabl t un petit canon ou une mitrailleuse – Observatoire – Panneaux – Voie normale – voie de 1 m. – voie de 0,60 m. – Ligne téléphonique – Caniveau téléphonique – Passerelle – Piste – Dépôt de matériaux – Dépôt de munitions – Drains .

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door joris om 11:08 1 reactie Reageer op dit bericht

Yper 1914-1918

EEN ZIEDENDE,VLAMMENDE EN GIERENDE HEL.

De Vlaamse dichter en schrijver Caesar Gezelle (1876-1939 – een oomzegger van Guido Gezelle) beschrijft in zijn oorlogsdagboek”De dood van Yper” de angst en ellende die dit Westvlaamse stadje in 1915 moest beleven toen shrapnells (granaatkartetsen) en obussen (granaten) de mensen om de oren vlogen.

Half April herbegon het vliegen der shrapnells. Doch de Yperlingen hielden vol;zelfs kleinere obussen kwamen en brandstichtende bommen; maar de mensen werden met het gevaar vertrouwd en ’t zou er erg moeten gaan eer ze voor de tweede maal zouden vluchten. Ze kenden de verscheidene bommen aan ’t verschil van hunnen zang; ze bleven op hun deurpost staan pijpen rooken onder de shrapnells,en de brandbommen liepen ze blusschen.

Dan kwam ineens onverwacht, geweldig als een orkaan, het tweede bombardement.

Ons is de moeite gespaard van zooiets zelf te vertellen. De”Kriegeszeitung der Vierten Armee” geeft het verslag over het stelselmatig te gronde richten van iets zoo schoons, immers “a thing of beauty”, en “ a joy for ever…”

Hier laat ik de “Kriegeszeitung” aan ’t woord :

“Onze majoor nam haastig het besluit dat de toren ( hier is de Halletoren of het Belfort bedoeld – red.) zou platgeschoten worden. Dit bevel was een buitenkansje voor den bevelhebber der mortier-batterij . Gauw werden de bevelen uitgevorderd,de mortier geladen en,daar vliegt de eerste obus naar Yper. Een paar oogenblikken gaan voorbij en dan volgt een doffe slag :’t schot is raak. Daarop wordt het doelen scherp gezet en bij ’t vierde schot was de toren getroffen in zijn voetstuk. Geheel het gebouw rilde. Dan volgen de slagen dapper op malkander. Het achtste schot trof juist den rechtervleugel. Een machtige wolk stof en rook overdekte geheel het gebouw. De wind kwam dien rook weg te vagen die daar had hangen te zweven als eene gordijn. Dan zagen wij dat de rechtertoren tot in ’t midden doorgekloven was. Onverwijld huilden de bommen door den helderen lentemorgen en troffen links en rechts,voor en achter het gebouw. Bij’t zestiende schot stortte de toren ineen. Het puin vloog de lucht in ten allen kante.”

En daarna gaat het beschieten van de stad voorts zijnen gang, maar zoo helsch nu en zoo hevig dat zij die ’t beleefden, sidderden en hunne tranen niet kunnen weerhouden bij het verhaal.

Bij honderden in de dag, bij honderden in den nacht, vliegen bommen als een brieschende monsterhagel,allerhande slag, allerlei zwarte, huilend,snorrend,openberstend op ’t zuchtende puin.

Alles overstemmend gaan de twee-en-veertigers : men hoort ze afkomen van ver, ten minste eene minuut lang voor ze ontploffen, ze gaan, bij schokken als een trein die lastig vooruitkomt en dan opeens davert niet alleen de gansche stad, maar huizen en gebouwen wiegen, als kreeg de aardkorst eene geweldige stuiptrekking.

De nacht komt bij ’t verschrikkelijke van den dag nog de akeligheid brengen van den rooden gloed, en de eindeloze uren. De stad brandt op tien plaatsen te gelijk en zwart staan de huisgeraamten op den hel-lichten grond der wapperende vlammen. – ’t Is een ziedende, vlammende en gierende hel !

Die ’t wagen durft vlucht; mannen kruipen over hand en voet een keldergat uit,een ander in; vrouwen loopen luidop weenend de straat op; te vierklauw ontrennen gespannen den vlammenden vuurpoel, de drijvers slaan volsarms de zweep over hun rossen, hotsen en strompelen,verstellen in obusputten,grabbelen op en vliegen de straat uit. Al de anderen houden zich schuil in doodangst binnen de kelders. Doch daar ook is geen veiligheid. De bommen schampen af op de straatkeien en vliegen ’t keldergat in; of ze komen bijna loodrecht op de huizen af, boren door drie,vier verdiepen als door de boter, en gaan door de stevigste keldervout geheele gezinnen met de dood slaan en delven onder het puin.

Wat kan, eilaas, van eene ellendige stad nog rechtblijven, wanneer ze met zulk eene razernij aan het lijf gegaan wordt !

En dat niet een dag, en uit een gewest, maar maanden achtereen en uit drie kanten, zoo dat op sommige dagen acht bommen in eene minuut binnen de muren ontploften.

Dit is geen menschenwerk meer en ook voor geen menschenpen om te beschrijven.

( Uit:”De dood van yper”, door Caesar Gezelle – Amsterdam 1916)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door joris om 12:00 Reageer op dit bericht

Meer van herinneringen

↑ Terug naar de berichten