Naar de inhoud

herinneringen

when i was eleven!
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Gedicht

Een onbekend schrijver over een spoorwegongeluk :

Who is in charge of the clattering train ?

The axles creak and the couplings strain;

And the pace is hot, and the points are near,

And Sleep has deadened the driver’s ear;

And the signals flash through the night in vain,

For Death is in charge of the clattering train.

Ongeveer:Door wie wordt de razende trein toch bestuurd ?

De assen die kraken, de koppeling schuurt;

En de snelheid is woest, en de wissel ligt voor,

Verdoofd door de slaap is ’s bestuurders gehoor;

Signalen die flitsen vergeefs door de nacht,

De Dood heeft de razende trein in zijn macht.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door joris om 11:17 Reageer op dit bericht

Christelijke leering voor de katolieke jonkheid

3.Mogen wij wel twijfelen aan eenige deelen des geloofs ?

Neen; maar wij moeten al wat ons van de heilige Kerk voorgehouden wordt, vastelijk gelooven en belijden.

3?Waarvan heeft God den mensch gemaakt ?

Hij heeft het lichaam van Adam gemaakt van aarde en eene ziel daarin gestort;maar Eva, van eene ribbe genomen uit Adam.

2.Wanneer zal Christus komen oordeelen ?

Op het uiterste der wereld, hoewel dat ons de dag onbekend is.

Christus heeft tegelijk voorzegd dat eenige teekenen zijn komst zullen voorkomen of voorafgaan, te weten :1.eene geweldige vervolging die de booze antichrist zal teweegbrengen of verwekken.2.verscheidene schrikkelijke rampen of plagen, zoals hongersnood,oorlog, pest.3.een vuur dat alle dingen, die op de aarde zijn, verslinden of ontbinden zal, of verteren.

1.wat heeft Christus gedaan na zijne dood ?

De ziel van Christus, vereenigd met de Godheid, is nedergedaald ter helle.

Hel beteekent onderaardsche plaats. Men moet wel onderscheid maken tusschen 4 plaatsen :a. de hel der verdoemden,plaats van eeuwige staffe; b.het voorgeborchte der hel, waar de zielen zijn der kinders die zonder doopsel sterven;c. het vagevuur, plaats van tijdelijke straffe en zuivering;d.het voorgeborchte der oudvaders. De zielen der 1ste en 2de plaats moeten Gods aanschijn voor alle eeuwigheid derven; de andere, alleen voor eenigen tijd. De ziel van Christus is, zoo niet tot de andere voorzeker tot eene dier plaatsen nedergedaald, te weten, tot het voorgeborchte der oudvaders.

3.Waarom is Christus nedergedaald ter helle ?

Om de zielen van de heilige oudvaders en ook van anderen, die in gods liefde gestorven waren, te troosten en te verlossen.

6.Zullen de dooden tot den laatsten dag toe zonder oordeel wezen ?

Neen : want elk wordt terstond na de dood bijzonderlijk geoordeeld; maar dan zullen de lichamen te zamen met de zielen, en dat in de tegenwoordigheid van alle menschen, geloond worden.

6.Wat is te zeggen verrijzenis des vleesch ?

Dat de doode lichamen der menschen door de macht gods wederom uit de aarde zullen opstaan en levend worden.

7.De doode lichamen zullen verrijzen : elk in zijn natuurlijk en volmaakt wezen, maar nochtans zeer verscheiden in hoedanigheid.

8.De lichamen der heilige menschen zullen glorieus zijn, d. i. heel klaar en schoonblinkend, licht, subtiel en onlijdelijk.

9.De lichamen der verdoemden integendeel zullen duister zijn en vuil, zwaar, grof en heel gesteld om te lijden.

1.Waar gaan de zielen der overleden christenen als zij van deze wereld scheiden ,

Tot eene van deze drie plaatsen, te weten : tot den hemel,tot de hel, of tot het vagevuur.

Het vagevuur is eene plaats onder de aarde in dewelke de zielen der overleden christenen of geloovigen gezuiverd(of gevaagd) worden, namelijk door het vuur en andere pijnen; en zij worden er gezuiverd van alle schuld van tijdelijke pijnen die zij voor hunne vergeven zonden nog te lijden hebben.

8.Voor wie is de hel ?

Voor die welke buiten het waarachtig geloof sterven, en ook voor die welke gelooven, maar buiten de liefde Gods met doodelijke zonden verscheiden.

5.Wat verbiedt het zesde gebod ?

Overspel,Onkuischheid en alle oneerlijke aanrakingen, in wat manier en onder welke personen dat ze mochten geschieden; ja ook oneerlijke woorden, zangen en gebruik van onzuivere boeken en beelden.

7.Wat middel is er tegen de onkuischheid ?

Ten eerste, het lichaam onthouden van overdaad. Ten tweede, schuwen het gezelschap van ongelijke personen; ten derde, gedenken de goddelijke tegenwoordigheid; ten vierde, dikwijls te biechten gaan en den raad van den biechtvader volgen.

Die eenige onzuiverheid gedaan heeft, moet het biechten. Maar ’t is niet genoeg te zeggen dat hij door onkuischheid gezondigd heeft; hij moet daarbij verklaren in wat manier hij gezondigd heeft; maar hij zal dat met eerlijke woorden te kennen geven.

6.Hoe moeten wij Misse hooren ?

Met groote eerbiedigheid en aandachtigheid.

*Die de jaren van verstand(7 jaar) bereikt heeft is op doodzonde verplicht , de Zondagen en geboden heiligdagen,Misse te hooren; tenzij hij om een gegronde reden verontschuldigd is. Zoodanige redenen zijn : ziekte,krankheid,ziekenzorg,afweren van groote tijdelijke schade, b. v. door brand,overstrooming,enz.

4.Welke zonden moeten wij belijden ?

Alle doodzonden die wij na een neerstig onderzoek gevonden hebben en indachtig zijn, daarbij voegende het getal en alles wat de zonde mag veranderen of zeer bezwaren.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door joris om 15:14 Reageer op dit bericht

't +

                  ’T Kruiske

’t Eerste dat mij moeder vragen

Leerde,in lang verleden dagen,

  Als ik hakkelde,ongeriefd

Nog van woorden,’t was, te gader

bei mijn ‘ handtjes doende :”Vader,

    geeft me ‘ en kruisken,als ’t u belieft !”

 

‘k Heb een kruiske dan gekregen,

Menig keer,en wierd geslegen

    Op mijn’ kake, zacht en zoet…

Ach, ge zijt mij, bei te gader,

Afgestorven,moeder, vader,

    ’t geen mij nu nog leedschap doet !

 

Maar, dat kruiske, ’t is geschreven

Diep mij in den kop gebleven,

    Teeken van mijn erfgebied :

Die den schedel mij aan scherven

Sloege, en hiete ’t kruisken derven,

    Nog en hadd’ hij ’t kruisken niet !

                     

                  Guido Gezelle (23.2.1896)

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door joris om 10:06 Reageer op dit bericht

 

Legende over de schepping van de moeder

Toen God de moeder schiep,maakte hij heel wat overuren.Een engel kwam eens kijken en zei :”Heer,wat bent u lang bezig met deze figuur !  antwoordde God :”Heb je die speciale vereisten van het lastenboek niet gezien ? Zo beweeglijk dat ze zou moeten zijn ! Een compositie van wel 160 mobiele delen. Zenuwen als draden,een schoot die plaats biedt aan wel tien kinderen. Zich bukken vooral moet ze kunnen,om al die voorwerpen weer op te rapen die overal in huis rondslingeren. En een zestal paar handen zou ze moeten hebben om alles te helen,van builen op het hoofd tot pijn in het hart…”

De engel schudt er zijn hoofd bij :”Zes paar handen,dat lukt toch nooit”. Waarop God antwoordt :”Met die handen zal het nog wel lukken,maar die drie paar ogen die een moeder moet hebben…”

“Behoren die tot het standaardmodel ? vroeg de engel.

God knikte :”Een paar om door gesloten deuren te kijken,terwijl ze vraagt : Wat doen jullie daarboven ? – ook als ze dat al lang weet. Een ander paar in het achterhoofd,om te kunnen zien wat ze niet zou moeten zien,maar dat ze wel moet weten. En natuurlijk de gewone ogen die het kind aankijken dat zich onmogelijk gedraagt en die toch blijven zeggen,zonder een woord te spreken : Ik begrijp je en hou van je.”

De engel :” Ga toch maar slapen,Heer. Morgen is er nog een dag”. “Neen, dat kan niet. Ik ben juist bezig met iets te maken dat op mij gelijkt. Dat zij zichzelf geneest als ze ziek is,dat heb ik al geprogrammeerd. Dat ze een bende van wel 30 kinderen gelukkig kan maken met zelfbereide verjaardagstaart. Dat ze springende en dansende kleinen kan leren dat voeten niet gemaakt zijn om te schoppen, maar om te lopen en te dansen.”

“En denken”, vroeg de engel., “kan zij ook denken ?”- “Niet alleen denken,maar ook oordelen. En compromissen sluiten. En vergeten !”

De engel ging op de figuur toe en streelde met de vinger over de wang. “Daar is een lek”,zei hij. “Geen lek is dat”zei God. “Dat is een traan. Voor momenten van vreugde en blijdschap,en voor ogenblikken van droefheid en ontgoocheling,van pijn of eenzaamheid. Die traan ? Dat is een ventiel voor als het allemaal te veel wordt…”

Naar H. Wenke

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door joris om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Nogmaals 14-18.

Ik heb een kaart van : ARMEE BELGE

PLAN DIRECTEUR Merckem-Poesele-Het sas Boesinghe –Veldhoek- Langemark –Saillant d’ Ypres,edition Anglaise.

14 JULI 1917

SERVICE TOPOGRAPHIQUE

Echelle de 1 a 5000

Secteur Aéronautique

Carte de Destruction d’après photos du 26 juillet 18 heures

Ouvrage détruit

Ouvrage fortement atteint

Tirage du G. C. T. A. 1.-

Wat er op gemarkeerd staat :

Tranchées – Boyaux principaux – Boyaux secondaires – Tranchées abandonnées – Réseaux de fil de fer – Poste d’ écoute – Abri betonné – Baraquements – Parc – Poste de command t – Cimetière – Batteries (copie de la photo) – batterie par renseignements ,Epaulement isolé – Pièce contre avions (ou copie de la photo) – Canon revolver – Mitrailleuse – Lance bombe – Organe de flanquement ,petit canon ou mitrailleuse – Abri contenant probabl t un petit canon ou une mitrailleuse – Observatoire – Panneaux – Voie normale – voie de 1 m. – voie de 0,60 m. – Ligne téléphonique – Caniveau téléphonique – Passerelle – Piste – Dépôt de matériaux – Dépôt de munitions – Drains .

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door joris om 11:08 1 reactie Reageer op dit bericht

Yper 1914-1918

EEN ZIEDENDE,VLAMMENDE EN GIERENDE HEL.

De Vlaamse dichter en schrijver Caesar Gezelle (1876-1939 – een oomzegger van Guido Gezelle) beschrijft in zijn oorlogsdagboek”De dood van Yper” de angst en ellende die dit Westvlaamse stadje in 1915 moest beleven toen shrapnells (granaatkartetsen) en obussen (granaten) de mensen om de oren vlogen.

Half April herbegon het vliegen der shrapnells. Doch de Yperlingen hielden vol;zelfs kleinere obussen kwamen en brandstichtende bommen; maar de mensen werden met het gevaar vertrouwd en ’t zou er erg moeten gaan eer ze voor de tweede maal zouden vluchten. Ze kenden de verscheidene bommen aan ’t verschil van hunnen zang; ze bleven op hun deurpost staan pijpen rooken onder de shrapnells,en de brandbommen liepen ze blusschen.

Dan kwam ineens onverwacht, geweldig als een orkaan, het tweede bombardement.

Ons is de moeite gespaard van zooiets zelf te vertellen. De”Kriegeszeitung der Vierten Armee” geeft het verslag over het stelselmatig te gronde richten van iets zoo schoons, immers “a thing of beauty”, en “ a joy for ever…”

Hier laat ik de “Kriegeszeitung” aan ’t woord :

“Onze majoor nam haastig het besluit dat de toren ( hier is de Halletoren of het Belfort bedoeld – red.) zou platgeschoten worden. Dit bevel was een buitenkansje voor den bevelhebber der mortier-batterij . Gauw werden de bevelen uitgevorderd,de mortier geladen en,daar vliegt de eerste obus naar Yper. Een paar oogenblikken gaan voorbij en dan volgt een doffe slag :’t schot is raak. Daarop wordt het doelen scherp gezet en bij ’t vierde schot was de toren getroffen in zijn voetstuk. Geheel het gebouw rilde. Dan volgen de slagen dapper op malkander. Het achtste schot trof juist den rechtervleugel. Een machtige wolk stof en rook overdekte geheel het gebouw. De wind kwam dien rook weg te vagen die daar had hangen te zweven als eene gordijn. Dan zagen wij dat de rechtertoren tot in ’t midden doorgekloven was. Onverwijld huilden de bommen door den helderen lentemorgen en troffen links en rechts,voor en achter het gebouw. Bij’t zestiende schot stortte de toren ineen. Het puin vloog de lucht in ten allen kante.”

En daarna gaat het beschieten van de stad voorts zijnen gang, maar zoo helsch nu en zoo hevig dat zij die ’t beleefden, sidderden en hunne tranen niet kunnen weerhouden bij het verhaal.

Bij honderden in de dag, bij honderden in den nacht, vliegen bommen als een brieschende monsterhagel,allerhande slag, allerlei zwarte, huilend,snorrend,openberstend op ’t zuchtende puin.

Alles overstemmend gaan de twee-en-veertigers : men hoort ze afkomen van ver, ten minste eene minuut lang voor ze ontploffen, ze gaan, bij schokken als een trein die lastig vooruitkomt en dan opeens davert niet alleen de gansche stad, maar huizen en gebouwen wiegen, als kreeg de aardkorst eene geweldige stuiptrekking.

De nacht komt bij ’t verschrikkelijke van den dag nog de akeligheid brengen van den rooden gloed, en de eindeloze uren. De stad brandt op tien plaatsen te gelijk en zwart staan de huisgeraamten op den hel-lichten grond der wapperende vlammen. – ’t Is een ziedende, vlammende en gierende hel !

Die ’t wagen durft vlucht; mannen kruipen over hand en voet een keldergat uit,een ander in; vrouwen loopen luidop weenend de straat op; te vierklauw ontrennen gespannen den vlammenden vuurpoel, de drijvers slaan volsarms de zweep over hun rossen, hotsen en strompelen,verstellen in obusputten,grabbelen op en vliegen de straat uit. Al de anderen houden zich schuil in doodangst binnen de kelders. Doch daar ook is geen veiligheid. De bommen schampen af op de straatkeien en vliegen ’t keldergat in; of ze komen bijna loodrecht op de huizen af, boren door drie,vier verdiepen als door de boter, en gaan door de stevigste keldervout geheele gezinnen met de dood slaan en delven onder het puin.

Wat kan, eilaas, van eene ellendige stad nog rechtblijven, wanneer ze met zulk eene razernij aan het lijf gegaan wordt !

En dat niet een dag, en uit een gewest, maar maanden achtereen en uit drie kanten, zoo dat op sommige dagen acht bommen in eene minuut binnen de muren ontploften.

Dit is geen menschenwerk meer en ook voor geen menschenpen om te beschrijven.

( Uit:”De dood van yper”, door Caesar Gezelle – Amsterdam 1916)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door joris om 12:00 Reageer op dit bericht

Brief uit polen

Miedzyrzecz. 9 02 19??

DZIEKUJEMY Z LIST IPACZKE KTORA OTRZYMALISMY BAROZO NAM POMOGTA H OBECNYCH CIEZKICH CZASACH DLNAS; CHHCIELISMY ZWAMI UTRZYMAC KONTAKT OSOBISTY JEZELI BYTBY MOZLIWY H JAKIS MOZLIHY SPOSOB ZACO ZGORY DZIEKKKKUJE MY; ZNASZEJ STRONY JESTESMY BARDZO CHETN DO PROWADZENIA KORESPODENCI I UTRZYMYWANIA KONTAKTU LISTOHECO PODAJEMY SHOJ ADRES

BABALA HELENA

HL HOJSKA POLSKIEGO 14 B/3

66_300 MIEDZYRZECZ

GORZOW H L K P

Deze brief kwam bij mij toe lang geleden,verzonden “Lotnicza par avion”. Kan iemand deze ,zo goed als mogelijk afgetypte brief in het nederlands vertalen? joris.morlion@tiscali.be

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door joris om 10:54 Reageer op dit bericht

Oorlog 1914-1918

De dodengang

De beroemde DODENGANG van Diksmuide is wellicht het oord waar de bezoeker het best kan aanvoelen hoe verwoed de weerstand was en hoeveel heldhaftigheid er nodig was om stand te houden, tijdens die eindeloze oorlog 1914- 1918, waar elk stukje grond zo hardnekkig betwist werd, waar roemvolle en in-treurige herinneringen om de voorrang strijden.

Deze gang waar elke divisie, elke soldaat, heel het leger in de modder geploeterd, gestreden en geleden heeft, en waar de besten hun bloed hebben vergoten; deze gang was de hele tijd lang de ziel van de weerstand op onze frontlijn, tot eindelijk het groot Offensief van 1918 de doorbraak verzekerde.

Gedurende vier lange jaren was deze akelige gang, vooruitgeschoven stelling van de Belgische verdediging, slechts door de smalle Ijzer van de vijandelijke linie gescheiden, het toneel van een voortdurende en moordende strijd. Gevechten met bommen en “minenwerfer”, voortdurend alarm waarbij het ontploffen der granaten, het miauwen der obussen en het scherpe gefluit der kogels om beurten overheerste; zo zag de loopgraven-oorlog er gedurende vijftig maanden uit, onbeweeglijk en ontmoedigend, waar zelfs de dappersten dikwijls moesten toegeven dat de doodsangst hen gevangen hield.

In deze enge schacht waar dag en nacht de onzichtbare Dood rondwaarde, waren zelfs de weinige kalme ogenblikken niet zonder gevaar : dikwijls betekenden ze niets anders dan het naderen van nog groter onheil.

De Dodengang ontstond als volgt :

De overstromingen tussen Nieuwpoort en Diksmuide hadden de Duitsers tot staan gebracht. De belgen begonnen metr het graven van deze loopgracht. Maar dit moest in open terrein gebeuren, zonder de minste dekking en onder geweldig vijandelijk vuur. Er werd dan besloten, om de verliezen aan mensenlevens te beperken, dat ondergronds zou gewerkt worden met zgn. “ sappen “. Maar weldra bemerkte men dat de Duitsers van hun kant uit hetzelfde deden. Toen de tegenstanders nog maar enkele meters van elkaar verwijderd waren,was men verplicht te stoppen. Deze plaats werd aan beide zijden het “Sappenhoofd” genoemd.

Op dit enig punt waar de Duitsers erin slaagden de linkeroever van de Ijzer te bereiken,vestigden zij zich voor de duur van de oorlog in een bunker op amper 50 m. afstand van de Belgen. Ze werden bevoorraad met een vlot, dat ’s nachts overgetrokken werd.

Aan Belgische zijde, op de uiterste rand van onze linies, bevonden zich twee schildwachthuisjes. In 1917 bouwden onze troepen er een reusachtige bunker, die de welluidende naam “Muizenval” kreeg. Daar de Duitsers meermaals tot het Belgisch sappenhoofd doordrongen, waarbij lijf-aan-lijfgevechten plaatshadden met de bajonet, deed de Muizenval uitstekend dienst om deze infiltraties te voorkomen. Er werden inderdaad aan drie kanten van de betonnen muren kijkgaten aangebracht, zodat elke ongewenste bezoeker tijdig opgemerkt werd.

Verder naar het Noorden toe was alles overstroomd, daar strekte zich het onbereikbare en onbegaanbare “Nomansland” uit.

De Dodengang zelf werd langs drie zijden onder vuur genomen door de vijand die zich op de rechteroever bevond :

1. vooreerst waren er de beruchte “Bloemmolens”, een sterke reeks duitse bunkers, ondergebracht in de voormalige bloemmolens van Diksmuide. Deze bevonden zich tegenover de huidige IJzertoren, aan de rechteroever.

Van daaruit werd deDodengang beschoten met goed opgestelde machinegeweren en kleine mortieren. Bij het begin van de Dodengang “Ruiterschans” genoemd, vielen vele van onze jongens ten offer aan dit moorddadig geschut.

2. Tegenover de Dodengang waren er ook Duitse stellingen, van waaruit de Belgen bestookt werden met mortiergranaten en bommen.

3. Steeds op de rechteroever, in de bocht van de stroom zaten, omgeven door een legendarische faam, de Duitse scherpschutters gekend als de “maaiers van de Dood”.

De verbindingen met de achterste linies werden in stand gehouden door twee loopbruggen :

1. Eén brug liep recht naar de kerk van KAASKERKE, vanwaar men ’s nachts zakken droge aarde ging halen ( Vaderlanderkes ) om de grachten te herstellen. Het was een hele karwei, zo in het donker op waggelende planken met een zak op de rug. De Duitsers kenden de ligging van die loopbrug goed en schoten er blindelings naar. Daar vielen heel wat doden en gewonden.

2. Een tweede loopbrug ging in de richting van LETTENBURG (weg naar Nieuwpoort ) en werd gebruikt om de wacht af te lossen. De gewonden werden eveneens langs deze weg afgevoerd, terwijl voedsel en munitie aangebracht werd. Er lagen ook Decauville-rails om de zware mortierbommen aan te voeren.

In de omgeving van die tweede loopbrug bestonden verschillende loopgrachten, komend van STUIVEKENSKERKE, die voor een gebrekkige verbinding met de Dodengang zorgden, namelijk langs de Eendengracht die nog voor het bereiken van de Ruitersschans,aan de Mijlpaal 16 eindigde.

De eenheden die de Dodengang bewaakten verbleven er drie dagen ; na de aflossing kregen ze drie dagen rust in een kantonnement achter het front. De gesneuvelden werden ter plaatse begraven, over het algemeen zonder identificatie, enkel met de vermelding “Gesneuveld voor het vaderland “. De gewonden werden achter de gevechtslinies gebracht, om vervolgens te worden verzorgd in hospitalen, waar ze herstelden of stierven.

Moge dit beknopt relaas U helpen beter te begrijpen wat voor onze heldhaftige soldaten dit oord van verschrikking heeft betekend!

Rondschrijven aangeboden door de Koninklijke Touring Club van belgië aan de bezoekers van de Dodengang.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door joris om 22:57 Reageer op dit bericht

Uit Canada

Het Kerstfeest dat ik mij het best herinner

Wie was het aardige meisje met het geschenk voor de vreemdeling ?

Ik werd geboren en groeide op op een boerderij in Vlaanderen in België . De boerderij was eerder groot in verhouding tot de andere boerderijen van de streek,en onze familie was groot. Ik had drie broers en drie zusters. Voor elk van ons was er veel frisse lucht, en ook hard werk. Hard werk kan nooit iemand kwaad, zei mijn vader altijd, en hij was daar zelf een levend voorbeeld van.

Bij ons waren alle dagen gelijk. Zelfs Kerstmis kon je moeilijk onderscheiden van de andere dagen; alleen ging ik die dag twee keer naar de kerk. Dat was moeders wet; zij was zeer kristelijk en je kon niet aan die wet ontkomen. Met onze fietsen reden we naar de kerk, die in het midden stond van ons klein dorp, en ik zat daar bij mijn vrienden.

Soms was het gesneeuwd met Kerstmis. We noemden dat dan “ een witte Kerstmis “.

Toen ik nog een kleine jongen was, maakte sneeuw me dolgelukkig. Ik moest naar buiten; ik liep door de velden om de voetsporen van vogels en dieren te volgen. Sneeuw zegde me iets. Ik wist dat in sommige landen de sneeuw een halve meter dik lag met kerstmis. Ik had dat gelezen in de boeken. Ik las ook dat in Engeland en Kanada Kerstmis een buitengewone dag is, en inderdaad….

Op 23 juli 1965 waren al mijn uitwijkingsformulieren in orde. Ik nam afscheid van alles wat me dierbaar was. Het was hard, maar niet te hard, omdat ik een strenge opvoeding gekregen had. Elf dagen later arriveerde ons schip in Montreal. Winnipeg was mijn volgende halte. Op een boerderij in Fort Whyte, niet ver van de stad, had een landbouwer werk voor me : 50 tot 60 koeien !

Na een maand werken gaf de landbouwer me een check van s 142, en met deze check ging ik naar de bank, nieuwsgierig om mijn eerste dollars te zien. Ik stapte de eerste bank binnen die ik zag,en ik stond daar, schuw en hulpeloos. “ ja “ en “ nee “ was alles wat ik kon uitbrengen. Daar was een aardig jong meisje, heel gewoon, met donkere haren, die bijna tot op de schouders reikten, en een klein beetje krulden. Ze keek in mijn richting.

“Kan ik je helpen, meneer ?”

Ik weet niet of ik ja of nee zegde, maar ze hielp me. Elke maand keerde ik naar haar terug en iedere keer hielp ze me, met een vriendelijke glimlach ophet gelaat, en ze keek me aan met haar mooie, wonderlijke, betekenisvolle ogen. Het speet me dat ik geen Engels kon spreken, en ik was er zeker van dat ze het wist. Ze was zo vriendelijk, en alles wat ik kon zeggen was : “Dank je “.

Daags voor Kerstmis ging ik opnieuw naar de bank en ze was daar weer. Misschien was het omdat het Kerstmis was, maar ze was nog vriendelijker dan ooit te voren. Ik geloof dat ze wist dat ik alleen op de wereld rondliep, en ze wilde me wat warmte schenken.

“Ga je naar huis met Kerstmis,” vroeg ze met zo’n zachte stem.

“ Nee – te ver,” antwoordde ik.

“Waar is je thuis ?” wilde ze weten.

“België,” zei ik

“België,” herhaalde ze; “Een goede vakantie dan,” zei ze.

En dan, in mijn beste Engels, traag en duidelijk, zei ik : “Ik wens je een gelukkig Kerstfeest !”. Ze stopte en keek me aan met haar wondermooie ogen. “Dank je,” zei ze, en niemand kan dat zeggen zoals zij dat zegde. Ik keerde terug naar de hoeve.

Op kerstdag, om ongeveer 10 uur, toen ik van de schuur naar het huis ging, naderde een mooie wagen.

“Is uw naam Robert Doom ?” vroeg me de man achter het stuur.

“Ja,” zei ik.

“ Dit is voor jou, “ zei hij, “van mijn zus die werkt in de bank.”

Hij wenste me een gelukkig Kerstfeest en vertrok. Ik had zelfs niet de tijd hem te danken.

Ik opende het geschenk. Het was een mooie, blauwe, warme wollen trui. Ik stond daar, helemaal alleen met mijn gedachten, een zwellend hart, tranen in de ogen en met een mooie dure trui in mijn handen. Mijn eerste Kerstfeest in Kanada was als het eerste Kerstfeest in mijn leven.

Dat zal ik nooit vergeten. Iedere keer als ik mijn check kreeg, ging ik naar de bank met mijn blauwe trui aan, maar het meisje was er nooit meer. Waar is ze ? Wie is ze ?

Waarom gaf ze een vreemdeling zo’n mooi geschenk ? Ik zal het nooit weten .

Eén iets wat ik van haar leerde, en wat ik haar wou zeggen, al weet ze het misschien veel beter dan ikzelf, is dit : wat je wil behouden, verlies je ; wat je geeft , houd je voor immer.

En sindsdien, elk Kerstfeest, gaan mijn gedachten terug naar haar, en naar mijn eerste Kerstfeest - het Kerstfeest dat ik mij het best herinner – in dit grote land .

Door Bob Doom

Bob Doom heeft de 2de prijs gewonnen in de prijskamp van The Tribune voor “Het Kerstfeest dat ik mij het best herinner”, met dit verhaal van een onvergetelijk eerste Kerstfeest van een inwijkeling in Kanada.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door joris om 14:31 Reageer op dit bericht

3 Engelse Spreekwoorden

A nod is as good as a wink to a blind horse
Een goede verstaander heeft maar een half woord nodig

A bird in the hand is worth two in the bush
Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht

Birds of a feather flock together
Soort zoekt soort
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door joris om 15:53 Reageer op dit bericht

Meer van herinneringen

↑ Terug naar de berichten