GEIRNAERT. (Jozef Lodewijk) Reeds na het feest te zijner eere, in 1856, in Gent, gegeven, moet ik het berigt opteekenen, dat ‘op den 20. Maart, 1859, te Gent, is overleden de Kunstschilder jozef lodewyk geirnaert, Ridder der Leopolds-Orde, Professor van Schilderkunst bij de Akademie dezer Stad, Lid van den Kunst - en Letterkring van Brussel, Lid der Koninklijke Akademie van Schoone Kunsten, te Amsterdam, Lid der Koninklijke Maatschappij van Schoone Kunsten, te Brussel; van de vrije Maatschappy van Schilder- en Bouwkunde, te Parijs’ enz. - Uit dit berigt blijkt, dat ook de voornaam lodewijk bij zijn naam behoort. - Het is voor den geschiedvorscher eene ‘hoogst lastige mode, dat personen in hun leven en werken zich, bijvoorbeeld, alléén, zooals hier, teekenen, jozef, met weglating der andere voornamen, die dan ook gewoonlijk eerst voor den dag komen bij doop, huwelijk en overlijden. - In Mei, 1863, is er op het Kerkhof te Eecloo een Gedenkteeken opgerigt ter nagedachtenis der Eecloonaren, die den Roem hunner Vaderstad vergrooten, en waarop ook zijn naam pronkt. Zie De Eendragt, van Gent, 1859, Nr. 22, en 1863, Nr. 22.
bron: Christiaan Kramm, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van den vroegsten tot op onzen tijd. Gebroeders Diederichs, Amsterdam 1857-1864