Elk heeft zo zijn lievelingsvakken op school. De mijne waren talen en geschiedenis. Heel lang wilde ik archeoloog worden. Ik zag me onbekend…
Elk heeft zo zijn lievelingsvakken op school. De mijne waren talen en geschiedenis. Heel lang wilde ik archeoloog worden. Ik zag me onbekende culturen ontdekken, schatten bloot leggen, zoals Schliemann en Howard Carter ... Voorzichtig steentabletten of schitterende juwelen van hun eeuwenoude stoflaag ontdoen.
Het heeft niet mogen zijn. Archeologie was in die tijd een heel erg dure studie. Het zijn dus talen geworden en geschiedenis is altijd mijn dada gebleven. Of toch één van, want ik heb er heel wat!
Aardrijkskunde daarentegen ... ik haatte elk uur! Lag het aan de leerkrachten? Ongetwijfeld voor een stuk wel. Als je als leerling of student bewondering hebt voor je leraar, je laat meeslepen door zijn enthousiasme, dan doe je ook zijn vak graag. Voor geschiedenis heb ik schitterende leerkrachten gehad, zowel in het secundair als aan de universiteit. Mevrouw Raes was onze lerares geschiedenis in het hoger middelbaar. Stijlvol, elegant, heel intelligent was ze. Ze bracht ons een kritische ingesteldheid bij voor feiten en gebeurtenissen, leerde ons achter de façade van de dingen kijken, toonde ons de verbanden die onder de oppervlakte lagen.
Aan de universiteit kreeg ik les van professor Dhondt. Een monument. Hij hield een heel auditorium moeiteloos geboeid door zijn visie op de moderne geschiedenis. Examen afleggen was een gebeurtenis op zich. Hij zat bedolven onder de boeken achter zijn bureau, stelde een vraag - de mijne was: aanleiding tot de Franse Revolutie - liet je twee minuten praten, zei dat het goed was en boog zich weer over zijn papieren. Hij had meteen door of je de leerstof inzichtelijk gestudeerd had of niet.
Maar ik dwaal af. Aardrijkskunde, daar wilde ik het over hebben. In het lager middelbaar hadden we een leraar. Ik zal zijn naam niet noemen, maar hij had enkel aandacht voor de kleurtjes waarmee de lijntjes getrokken werden. In een ruitjesschrift wel te verstaan. Twee ruitjes van de linker marge en vijf ruitjes van de bovenrand. Daar schrijven we de titel met rode inkt. Inkt, jawel, want stiften waren er in die tijd niet.
De dame in het hoger middelbaar had ongetwijfeld veel talenten, maar lesgeven hoorde er niet bij. Les na les kregen we cijfers gevoerd. Hoeveel ton aardappelen, steenkool en weet ik veel wat nog er in welk land geproduceerd werden. Of welke rivieren er allemaal in China en Japan stroomden. Of welke de hoofdsteden van de Afrikaanse landen waren, aan te stippen op een blinde kaart, uiteraard.
Omdat ik nu eenmaal een goede en plichtsgetrouwe leerling was, kende ik het ook allemaal en ik behaalde goede cijfers. Maar ik heb het nooit onthouden.
En zo gebeurt het dat ik de Kilimanjaro moeiteloos in Tokio situeer, mijn atlas nodig heb om te kijken waarvandaan mijn reislustige vrienden en kennissen me nu weer een kaartje gestuurd hebben en blindelings mijn GPS volg, nooit echt wetend in welk stuk van de wereld ik nu weer gereden heb.
't Heeft ook zijn voordelen: de wereld is altijd nieuw. Programma's over verre streken, geïsoleerde gebieden, bruisende steden, ze blijven me boeien. En zo bereiken die leerkrachten aardrijkskunde toch nog hun doel!
We trekken er graag eens een weekendje op uit. Het hoeft niet ver te zijn, als er maar interessante dingen te zien zijn of als de natuur er …
We trekken er graag eens een weekendje op uit. Het hoeft niet ver te zijn, als er maar interessante dingen te zien zijn of als de natuur er maar mooi is of beide. Vaak maken we gebruik van een Flair-bon, maar vrienden leerden ons Weekendje-weg kennen en daar hebben we al vaker leuke hotelletjes op ontdekt die je voor een zacht prijsje de luxe van vier sterren laten ervaren.
D'r is iets raars met die sterren, stel ik vast. Ooit las ik een handleiding over wat er bij hoeveel sterren hoort. Hoeveel sterren krijg je voor een douche, voor een aparte WC, voor een kleurentv op de kamer, voor internet ... en zo gaat het verder. Voor vier sterren moet je al behoorlijk veel in huis hebben.
En toch. De ene vier sterren zijn de andere niet. Frankrijk, Duitsland, België en Nederland, ze kennen ze niet toe volgens dezelfde criteria. En zelfs binnen één land zijn er soms grote verschillen.
Zo logeerden we in werkelijk prachtige hotels, met uitgebreide ontbijtbuffetten, maar net zo goed in piepkleine kamertjes met een mini-douche en een sober ontbijt. En toch kreeg het hotel telkens weer vier sterren.
Een vriendin beweert dat het ook te maken heeft met de merknamen die in de kamer herkenbaar zijn: een bed zus, gordijnen zo, sanitair zip ...
Ik heb het nog niet kunnen achterhalen.
Laatste probeerden we er weer eentje uit. Vier sterren en spiksplinternieuw. Prachtig uitzicht, midden een poldergebied, het zag er de ideale plek uit om even alle stress af te gooien en heerlijk te onthaasten in de weidse natuur.
Tot we er kwamen! Onze royale kamer bleek net iets breder dan het tweepersoonsbed, de douche was zeker niet berekend op een BMI die hoger ligt dan 25 - hadden we dus even geluk dat we op onze voeding letten - en wat een zithoek verondersteld werd te zijn, beperkte zich tot een smal salonzeteltje. Al goed dat we geen televisiekijkers zijn, want vanuit ons bed hadden we zo ongeveer een verrekijker nodig om de tekst op het schermpje te lezen.
Het ontbijt was navenant. Een miniglaasje fruitsap - één soort wel te verstaan. Piepkleine potjes met één theelepeltje jam erin. Flinterdunne plakjes kaas en ham in vieren gesneden. De broodjes, de pistolets zeg maar, zagen er lekker uit. Tot we ze probeerden in tweeën te breken. Het bleken - letterlijk - gebakkenluchtbolletjes te zijn! Er zat helemaal geen kruim van betekenis in! Dan maar een croissant uitgeprobeerd. Die lag als een baksteen op onze maag en had niets van het luchtige ontbijtkoekje dat men in Frankrijk (en bij ons) op de tafel tovert.
Maar het uitzicht was adembenemend, de wandelingen heerlijk en in de omgeving lagen zulke leuke stadjes dat we ons geen moment verveeld hebben.
Kreeg het hotelletje van ons maar twee sterren, ons weekend verdiende er minstens vijf! En daar ging het toch om!
Patrick Janssen heeft in naam van het stadsbestuur van Antwerpen excuses aangeboden aan de joodse gemeenschap voor oorlogsmisdaden gepleegd …
Patrick Janssen heeft in naam van het stadsbestuur van Antwerpen excuses aangeboden aan de joodse gemeenschap voor oorlogsmisdaden gepleegd door politiemensen en stadsbedienden. Hij benadrukte dat niemand van de huidige generatie bij deze wandaden betrokken was. Doordat hij er niet bij zei - althans we zagen het niet op tv - dat het aantal collaborateurs ook tijdens de oorlog beperkt was, kreeg een hele schare Antwerpse stadsbedienden en politieagenten plots het label 'jodenvervolger' opgeplakt. 't Zal je opa of je vader maar zijn ... Misschien was hij juist iemand die joden hielp ontsnappen of die de boel saboteerde.
Zo belangrijk waren die excuses voor Janssen nu ook weer niet, want hij zat in het buitenland en had een filmpje laten maken.
De paus heeft dan weer in één pennentrek 400 priesters zaligverklaard. Ik kijk er telkens weer een beetje verbijsterd naar, naar het gemak waarmee mensen tegenwoordig zalig en heilig verklaard worden.
In het missaal dat ik voor mijn plechtige communie kreeg, stonden de levens van al die heiligen uitvoerig beschreven en ik huiverde bij die vreselijke marteldoden die deze mensen moesten ondergaan voor ze het etiket 'heilig' mochten dragen.
Nu volstaat het om je job naar behoren te doen om op het hoogste kerkelijk pied-de-stalle te mogen staan. Een moeder Theresa bijvoorbeeld. Geen kwaad woord over deze vrouw, maar zoals zij zijn er duizenden. En die komen niet eens in de pers. Of de vorige paus. Of koning Boudewijn. Wat deden die om 'heilig' genoemd te worden.
Propaganda, een ander woord heb ik er niet voor, niet voor die zogezegde excuses, niet voor die express-heiligen.
Als elk staatshoofd, elke regeringsleider, elke burgemeester, elke .... , ja waar houdt het op? - zijn excuses moet aanbieden aan elk volk, elke groep, elke mens tegenover wie één of andere vorige generatie in de fout is gegaan, dan zullen er nog veel excuses geformuleerd moeten worden!
Door wie is Vlaanderen allemaal ook weer onder de voet gelopen? Door de Romeinen, door de Germanen, door de Spanjaarden, door de Oostenrijkers, door de Pruisen, door de Duitsers, door de Hollanders ...
Moeten al die staatshoofden zich nu verontschuldigen omdat Alva het hier te bont maakte, omdat de keizer-koster een betweter was, omdat Napoleon het zo groot zag, omdat Willem I een protestant was ...
Is het niet zo dat we er veel beter aan zouden doen om lessen te trekken uit het verleden, leren om wat vreedzamer met elkaar om te gaan, zonder het verleden uit te melken en voor een of ander karretje te spannen, al naar gelang het uitkomt?
Laten we aandacht hebben voor elkaar. Laten we onze stem horen, zodat nieuwe oorlogen, nieuwe discriminaties niet meer kunnen. Laten we binnen onze gezinnen en families luisteren naar wat we elkaar te vertellen hebben. Laten we zinloos geweld voorkomen. Laten we respectvol met elkaar omgaan.
En laten de regeringsonderhandelaars deze boodschap misschien ook in de praktijk brengen. Dan zal Joëlle Milquet eindelijk misschien 'oui' zeggen op de gerechtvaardigde eisen van de Vlamingen!
Mijn grootmoeder langs vaderszijde was erg gesteld op een netjes verzorgd graf. Vooral met Allerheiligen en Allerzielen moest alles piekfijn…
Mijn grootmoeder langs vaderszijde was erg gesteld op een netjes verzorgd graf. Vooral met Allerheiligen en Allerzielen moest alles piekfijn in orde zijn.
Zo ver ik me als kind kan herinneren, gingen we op Allerheiligen met haar naar het kerkhof. Eerst werden de dichtste familiegraven bezocht. Nauwkeurig onderzocht ze of elk familielid wel een pot chrysanten op het graf gezet had en vooral, hoeveel koppen die chrysant wel had.
Ach, die chrysanten met koppen ... je ziet ze haast nooit meer, althans niet in mijn streek. Op een dag waren ze verdwenen, vervangen door die massieve toestanden met kleine bloempjes. En nog wat later vond je zo ook nog in allerlei kleuren. Kleur op een kerkhof ...
In mijn kinderherinneringen is een kerkhof een oase van wit en rust, met het zacht ritselen van bladeren, het stille voortkabbelen van gesprekken, soms met een onderdrukte snik voor een onlangs overleden geliefde, met ontmoetingen van oude bekenden ...
Na het kerkhofbezoek gingen we bij haar thuis koffie drinken, met een bruine boterham en boerenhesp en smout. Het grote brood werd met het broodmes voorzien van een kruis en dan driftig op de boezem gesneden. De hesp, dat was de taak van mijn grootvader. Plechtig werd de hesp van de haak getild, van zijn witte hoes ontdaan en dan sneed pepé met een vlijmscherp mes heerlijke sneetjes boerenhesp af. Het liefst at ik smout op mijn boterham. Door mijn gevoelige lever mocht ik dat maar met mondjesmaat en dus smaakte elke boterham dubbel lekker.
In die tijd zaten de mensen nog in het schemerdonker, bij de Leuvense stoof, pepé in zijn zetel, met zijn voeten op de kachel, memé aan de andere kant en wij, mijn ouders en ik, op stoelen errond. Eigenlijk, nee, ik zat op een voetbankje, zodat ik de kooltjes hoorde snorren in de kachelpot.
Toen ze in de tachtig was, namen wij haar taak over en we zorgden ervoor dat ze op 1 november fier haar wandeling op het kerkhof kon maken. 'Ga je voor mijn graf zorgen?' vroeg ze met aandrang, toen ze wist dat het einde naderde. En 'Ga je voor mijn stoof zorgen?' We beloofden het haar plechtig.
Nu, dertig jaar later, zorg ik nog steeds voor haar graf en voor haar Leuvense stoof. De stoof staat in mijn bureau, een stukje nostalgie, vaak bedekt met papieren en boeken.Voor geen geld wil ik ze missen en ik hoop dat mijn dochter ze later ook koestert.
En elk jaar ga ik naar het kerkhof. Toen mijn dochter een jaar of vier was, nam ik haar voor het eerst mee. 'Wat is dat hier?' wilde mijn wijsneus weten. 'Dat zijn de tuintjes van de dode mensen', zei ik haar. 'Sommige mensen willen een tuintje, als ze dood zijn'. Ze vond het niet zo gek. Opa had ook een tuin, een grote dan, waar hij graag in werkte en waar hij een heus kippenhok in getimmerd had omdat zijn kleindochter per se kippetjes wilde, zoals bij de bevriende boer. En dood, ja dat kende ze ook wel. Had ze al niet goudvissen in een mooi kistje in de tuin begraven ... Dus waarom zouden sommige dode mensen geen tuintje willen. En ijverig hielp ze mee bloemetjes planten en harken.
Veel later zaten we op een ijskoude oktoberdag de witte letters van het graf te schilderen, want de tijd had ze doen verbleken. Onze vingers waren verkleumd, maar het was zo'n intiem moment, zoveel harmonie, dat ik er nog altijd een warm gevoel aan overhoud.
De laatste jaren ontfermen we ons ook over de oude graven naast mijn grootouders. De namen zijn nog nauwelijks te ontcijferen. Ze horen toe aan Engelsen die hier ooit zijn neergestreken en die hier ook gestorven zijn.
'Will I ever know why?' staat er op één graf. Ik glimlach weemoedig, plant een chrysant op het graf en hark alles netjes bij. Mijn dochter bekommert zich intussen over het andere graf.
En dan bekijken we het allemaal nog een keertje. 'Zo memé', zeggen we, 'je graf mag gezien worden!' En we stappen weg, de drukte weer in.
Sinds de jaren tachtig heeft het wij-gevoel in onze maatschappij plaats gemaakt voor het ik-gevoel. Als een langzaam werkend gif is het soci…
Sinds de jaren tachtig heeft het wij-gevoel in onze maatschappij plaats gemaakt voor het ik-gevoel. Als een langzaam werkend gif is het sociaal weefsel ermee doortrokken.
Ik denk aan een aantal berichten in de kranten en in het Open Venster van Humo: ouders die zich rot ergeren aan het feit dat hun tieners niet zo maar in de winkelstraten mogen skaten, buren die vinden dat een speeltuin te veel lawaai maakt, een groot aantal inwoners van de Brusselse rand en Brussel die niet willen dat er vliegtuigen overvliegen en - kers op de IK-taart: al die fanatieke Franskiljons die wel graag in een Vlaamse gemeente komen wonen, maar die het vertikken om de taal van 'la bonne' te spreken.
Stuk voor stuk aparte verhalen met een gemeenschappelijke kern.
Ouders die niet snappen dat skatende jongeren levensgevaarlijk zijn voor kinderen en oudere weggebruikers, die niet de snelle reflex hebben om weg te springen als zo'n skater uit de bocht gaat. Ouders van wie ik me afvraag hoe het er bij hen thuis toe gaat. Mogen de kinderen daar misschien hun muziek loeihard spelen, tot wanhoop van de buren? En doen de ouders hetzelfde? Leuke buurt moet dat zijn!
Of buren die het niet kunnen hebben dat kinderen zich 's zomers in de belendende tuinen of op het speelplein uitleven. Dat een speelplein niet tot 's avonds tien uur open moet zijn, dat is evident. Dat het werkelijk een plein voor kinderen moet zijn, dat spreekt ook!
Vrienden van mij wonen aan een binnenpleintje. Allemaal schattige huisjes. Zo'n beetje verscholen voor de drukte van de stad. Ideaal voor een tienerbende die er komt hangen met blikjes bier, breezers en een luide radio.
Dat kan niet door de beugel. En wie is er de oorzaak van? Opnieuw de ouders die niet durven optreden of die liever niet weten waar hun kroost uithangt, als zij maar met rust gelaten worden.
Brussel is al meer dan vijftig jaar een luchthaven en wie in de buurt van een luchthaven komt wonen, weet dat er vliegtuigen opstijgen. Bovendien zorgen die voor werkgelegenheid. Als we al die verschillende actiecomités mogen geloven, hebben ze geen probleem met de luchthaven, zo lang de vliegtuigen niet boven hun dak vliegen. En dat ze klagen over iets wat ze van te voren wisten ... dat willen ze niet gehoord hebben. Nee, de maatschappij en de economie moeten zich aan hen aanpassen.
Brussel is trouwens ook op andere vlakken een haard van egoïsme en onverdraagzaamheid. Het lijkt er langzamerhand op alsof iedereen zich daar aan bemoeizucht te buiten mag gaan. Duizenden Franstaligen zijn de oude kern van Brussel ontvlucht, weg van de migrantenbuurten, weg van de andere culturen, naar de rust en de kalmte van het Vlaamse platteland.
Alsof er intussen geen Vlaamse ontvoogdingsstrijd had plaatsgevonden, alsof de Vlamingen nog altijd in de modder ploeterende keuterboertjes waren, zo arrogant gaan die Franskiljons met de Vlaamse gemeenten om. Hardnekkig weigeren ze om Nederlands te leren. In geen enkel ander land zou zoiets mogelijk zijn. Ook in Wallonië niet!
Alle Vlamingen die indertijd uitgeweken zijn naar de mijnstreken, hebben er Frans moeten leren en hebben zich in de Franse cultuur moeten integreren. Dit principe geldt voor elk land in Europa of daarbuiten.
Alleen in Vlaanderen menen fanatieke Franstaligen dat ze boven elke aanpassing verheven zijn. En omwille van de commercie en de klandizie, spreken de winkeliers Frans. Geen wonder dat het FDF zo sterk staat in die gemeenten!
Turkse jongeren vinden dat ze Armeense en Koerdische zaken in de as mogen leggen, want in hun thuisland zijn er soldaten omgekomen in een grensconflicht. Identiteit noemen onderzoekers dat. Vernielzucht noem ik dat. Gebrek aan respect voor een medemens.
Uiteindelijk komen al deze ergernissen uit op hetzelfde punt: IK WIL WAT IK WIL EN IK WIL HET NU. Bovendien: IKKE IKKE EN DE REST KAN STIKKEN.
Als oud-68-er zie ik dit met lede ogen aan. Wat moet deze generatie met de te grote consumptiedrang, met de onmiddellijke bevredigingsdrang, met de te grote agressie die telkens opnieuw verschoond wordt, vraag ik me af ...
Ik kan enkel mijn eigen stoep schoonvegen.
Hans Van Temsche gaat in cassatieberoep, zo meldde zijn advocaat. Zijn cliënt had immers geen eerlijk proces gekregen. Ik verslikte me in mi…
Hans Van Temsche gaat in cassatieberoep, zo meldde zijn advocaat. Zijn cliënt had immers geen eerlijk proces gekregen.
Ik verslikte me in mijn eerste lepel soep. Geen eerlijk proces? Te veel media-aandacht vooraf?
Woedend word ik bij dergelijke uitspraken! Elke cultuur aanvaardt het principe van schuld en boete. Wie de grenzen van de welvoeglijkheid, van het respect voor de medemens overschrijdt, wordt teruggefloten. Logisch lijkt me dat.
En wie koelbloedig drie mensen neerschiet enkel en alleen omdat ze toevallig een andere huidskleur hebben, die moet gewoon uit de maatschappij verwijderd worden. Daar moeten verder geen woorden aan vuil gemaakt worden.
Hans Van Temsche mag al blij zijn dat we in een cultuur leven waar de doodstraf niet letterlijk uitgevoerd wordt en hij mag al helemaal in zijn handjes wrijven dat hij niet in een moslimcultuur leeft. Daar doen ze wel wredere dingen met moordenaars. (En als ik me laat meeslepen door mijn verontwaardiging over de feiten, dan durf ik ze nog toejuichen ook.)
Wraakroepend vind ik het, de manier waarop de advocaten van Van Temsche de verdediging gevoerd hebben. Hun cliënt was ontoerekeningsvatbaar omdat hij Asperger heeft. Waarom niet! Met één enkele ongegeneerde uitspraak wordt een volledige bevolkingsgroep - en vergeten we niet dat ongeveer 10% van de mensen een ASS heeft - ontoerekeningsvatbaar verklaard en in staat om gruwelijk berekende moorden te plegen.
Want dat ze berekend waren, dat heeft de moordenaar zelf toegegeven. En dat ze racistisch waren.
Geen eerlijk proces! Ik vraag me af hoe die advocaat zou redeneren mocht het zijn kind, zijn moeder, zijn familie zijn.
En dan kwam de kers op de taart: ik snap niet, zei hij, waarom die burgerlijke partijen altijd zo van hun neus maken. Zij hebben met de straf niets te maken. Als ze hun centen krijgen volstaat het.
Daar kwam het op neer.
Dat juist de strafmaat onderdeel is van het rouwproces, dat je als slachtoffer nooit je geliefde terug krijgt, dat het besef dat de moordenaar de kans niet krijgt om nog een keer toe te slaan, dat juist die elementen deel uitmaken van de ethiek van onze samenleving, dat wil deze advocaat niet snappen.
Ik zie er maar één verklaring voor: cliënten ronselen uit het crimineel milieu. Als je als geharde crimineel een advocaat kunt vinden die zonder enige scrupule voor jouw zaak pleit en daarbij niet aarzelt om op de ziel van het slachtoffer te trappen, ja, dan zit je goed.
En plots moest ik terugdenken aan een arts die ik jaren geleden kende. Hij wilde voor de verzekeringen werken en hij legde me zijn strategie uit: als hij voor het slachtoffer aangesteld was, dan zou hij er alles aan doen om een maximale vergoeding in de wacht te slepen. Als hij voor de tegenpartij werkte, dan zou hij er alles aan doen om de noden en de problemen van het slachtoffer te minimaliseren.
Ook toen smaakte mijn soep me niet meer.
Wereldwijd neemt het geloof in het creationisme en het intelligent design toe. Wat in het boek Genesis staat, moet letterlijk genomen worden…
Wereldwijd neemt het geloof in het creationisme en het intelligent design toe. Wat in het boek Genesis staat, moet letterlijk genomen worden, meer nog, het is wetenschap. In de binnenlanden van de Verenigde Staten wordt de leerlingen in de lessen biologie bijgebracht dat Darwin er niets van gebakken heeft. Nee, hij was een zondige wetenschapper. De mens is op de zesde dag door de schepper eigenhandig op deze planeet uitgezet. Ga heen en vermenigvuldig u.
Tijdens mijn studietijd moesten we de gedichten van De Harduijn kunnen verklaren, niet zijn vrolijke en wulpse wereldse gedichten, maar zijn mystieke gedichten die hij op latere leeftijd schreef, toen de schrik voor het hellevuur dichter kwam.
Bijbels kon je toen nog niet kopen, tenzij een wel heel erg gekuiste versie, en dus trok ik naar mijn overbuur pastoor. Van hem kreeg ik de hele Canisius mee: twintig delen bijbel en evangelie met annotaties, zodat de pastoors de verhalen op de juiste manier aan hun kudde konden uitleggen.
Gelukkig had ik een goed geheugen, want ik heb meer tijd besteed aan het lezen van de voetnoten in de Canisius dan eigenlijk wenselijk was. Voor mij ging een wereld open! Adam en Eva, tja, die waren uit elkaar gemaakt, en hun kinderen, tja, die deden het dan toch met elkaar om meer kindjes te maken en was dat geen incest? Ja, dat was het wel, maar het was een eenmalige noodgreep van God geweest.
Ik weet niet of die Canisius nog altijd gebruikt wordt, maar als ik de creationisten bezig hoor, dan herinner ik me die voetnoten weer.
Hoe is het nu toch mogelijk, denk ik dan, om datgene wat wetenschappelijk bewezen is, namelijk de evolutieleer, zo maar onder tafel te vegen? Omdat we geen genen gemeenschappelijk kunnen hebben met de apen? Omdat we de bekroning van de schepping zijn? Omdat we geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis?
Wat een onvoorstelbare arrogantie! Alsof wij het centrum van het heelal zijn! De nieuwste theorieën over het heelal hangen een heel ander beeld op! Ik kan iedereen de boeken van Brian Greene aanbevelen.
Zelf vind ik een cyclisch heelal het mooist. Niets heeft een begin en niets heeft een eind. En daar ergens tussen in, een stofje in de oneindigheid, zitten wij.
Nochtans is er een gemakkelijke manier om wetenschap en intelligent design te verzoenen: laat die goddelijke schepper nu toch die hele evolutie voorzien hebben om de mens op zijn verantwoordelijkheid te wijzen.
Maar ja, dan heb je die apen weer ... Queen Victoria was eveneens 'not amused', toen ze te horen kreeg dat ze het biologische nichtje van een aap was. Dus toch maar voor die god met zijn baard?
Lees Dawkins!
Ik wil even mijn hart luchten over ritsen. Nee, niet die dingen die op de meest onmogelijke ogenblikken klem zitten en omhoog noch omlaag wi…
Ik wil even mijn hart luchten over ritsen. Nee, niet die dingen die op de meest onmogelijke ogenblikken klem zitten en omhoog noch omlaag willen, maar het fenomeen waarbij je een automobilist in de file laat schuiven.
Ik doe nogal wat kilometers, ik schreef het al, en dan luister ik naar de radio. Vroeger altijd naar radio 1, maar sinds ze daar de duobaan en het Amerikaanse dr. Phil en Ophra-toontje ingevoerd hebben, wil ik al eens naar Klara overschakelen, kwestie van mij niet te veel te ergeren.
Vanmorgen bleef ik hangen. Ik belandde midden een verhaal over ritsen, dat met die auto's dus. Wie het weet-mens-van-dienst was, weet ik niet, maar het vond dat een chauffeur optimaal van de ruimte gebruik moest maken. Dat heette dan doorstoten tot helemaal vooraan in de file, tot net voor de plek waar die chauffeur die al een half uur aanschuift eindelijk denkt dat hij aan de beurt is, om zich dan ritsend in de file te nestelen. Dat werd hoffelijkheid genoemd.
Ik noem dat profitariaat en ik was heel blij de presentatrice te horen zeggen dat ze zo blij was als twee wegreuzen juist gingen voorkomen dat zulke dikke nekken lekker door sjeesden, door naast elkaar te rijden.
Nee, hoor, zei het weet-mens, dat is juist heel ergerlijk. Trouwens, je moet er altijd van uit gaan dat een chauffeur eigenlijk niet weet dat hij naar een wegversmalling komt. En hij pikte in op het voorbeeld van de presentatrice, over een splitsing ergens van een autosnelweg, waarbij de dikke nekken maar blijven doorrijden op het lege vak en dan vlak voor de afslag toch nog vlug, hup, tussen de aanschuivende chauffeurs, in het goede vak springen.
Terwijl ik op mijn stukje snelweg reed, zag ik in gedachten het weet-mens na het programma in zijn vier maal vier, suv, dure wagen van het werk of dergelijke meer springen en de weg op stuiven. Er zou er wel eentje zo vriendelijk zijn om hem te laten ritsen. Een weet-mens laat je immers niet wachten.
De SPa heeft een nieuwe voorzitter. Een vrouw. Op zich zou het een goede zaak moeten zijn, nog eens een vrouw die door het glazen plafond st…
De SPa heeft een nieuwe voorzitter. Een vrouw. Op zich zou het een goede zaak moeten zijn, nog eens een vrouw die door het glazen plafond stoot. Jammer genoeg lijkt deze vrouw mij geen aanwinst voor de politiek: de uitstraling van een blok ijs en een stem die snerpt als een slecht geolied karrenwiel. Ik kan haar alleen een snelcursus mediatraining aanbevelen, zodat ze toch wat empathischer overkomt. De binnenkant ... daar weten we toch niets van. Bij geen enkele politicus.
En dan die speech! Wat we er op tv van te zien kregen, was van een verregaande banaliteit en plat populisme. Dat belooft! De SPa gaat een sterke oppositiekoers varen, zei de IJsmadame. Hard tekeer gaan tegen de oranjeblauwe regering. En om haar woorden kracht bij te zetten, gaf ze meteen een voorbeeld van toekomstig slecht politiek bestuur: kinderkes van veertien jaar in de bak draaien.
Mijn maag draaide toen ik het haar hoorde snerpen. De jonge kriminelen die naar een federale jeugdinstelling gaan zijn allesbehalve kinderkes. Het zijn geharde boeven die niet terugschrikken voor moord, geweld, wapens, drugs en andere zwaarwichtige feiten. Het gaat om misdaden die niet met drie maanden in een gesloten instelling - en na drie weken een voetbalmatch van een topclub als beloning - opgelost raken. Deze jongeren rekenen er gewoon op dat ze binnen de kortste keren weer op straat en aan de slag kunnen. Die hebben lak aan alle regels en totaal geen respect voor de gewone burger als u en ik.
Maar voor de SPa is dit geen politiek correct denken. Tot het één van hen overkomt, denk ik dan. Benieuwd of ze nog zouden vinden dat de veertienjarige die hun grootmoeder het ziekenhuis of het crematorium in slaat, meteen op de koffie zou mogen komen.
En dan dat geslijm van sommige partijgenoten. De SPa heeft geen establishment, zei André Vannieuwkerke. Allicht stuurde hij tegelijk duizend schietgebedjes naar een of andere ijsheilige en hoopte om dankzij zijn kruiperige opmerking de volgende keer opnieuw een verkiesbaar plaatsje te krijgen.
Er kwam geen reactie, schreef de journalist.
Van hem zou ze geen last hebben, zei Patrick Janssen in het journaal, hij had werk genoeg in Antwerpen.
Stevaert is goed ondergebracht als goeverneur van Limburg.
Nu nog Vandelanotte.
Ik vraag me af hoe lang Paul Breyne nog van zijn pensioen is.
Uit een vorig leven had ik nog een collectie wijn. Ach, niet zo heel groot, ik schat zowat zeventig flessen. Het was goede bewaarwijn, maar …
Uit een vorig leven had ik nog een collectie wijn. Ach, niet zo heel groot, ik schat zowat zeventig flessen. Het was goede bewaarwijn, maar ik was er nooit toe gekomen om hem op te drinken. Eigenlijk was ik het bestaan van die kistjes helemaal vergeten. Ze sluimerden op zolder en dat is nu niet de plek waar ik elke week kom.
Tot het gesprek in juni, tijdens een etentje met vrienden, over wijn ging. Plots herinnerde ik me mijn voorraad. Toen ik begon te tellen, bleek die wijn de eerbiedwaardige leeftijd van 20 tot 25 jaar bereikt te hebben!
Er werden grapjes gemaakt over pisse vinaigre en over wijnazijn, maar bij iedereen groeide toch de nieuwsgierigheid: zou die wijn nog drinkbaar zijn.
En dus werd een wijnproeversgenootschap opgericht. Om de twee maanden komen we samen. Ik daal een paar weken vooraf langzaam af met een achttal flessen, laat ze rustig bekomen, en dan proberen we ze uit. Uiteraard met een lekkere maaltijd, want enkel wijn, da's ook maar niks.
In augustus hielden we onze eerste bijeenkomst. Acht flessen werden deskundig geopend en gedecanteerd, besnoven, gewalst, geproefd en van commentaar voorzien. De ene smaakte wat beter dan de andere, maar uiteindelijk hangt dat ook van je eigen voorkeur af. Het is verbazingwekkend, maar de wijnen hebben het overleefd! De ene al wat beter dan de andere, en van een enkele fles heb ik wijnazijn gemaakt, maar ook al drinken we kritisch - en het zijn toch wel kenners, mijn vrienden - goede wijn kan dus wel degelijk bewaren!
Omdat de vrienden niet willen dat ik telkens kook, hebben we nu afgesproken dat ik de wijnen op verplaatsing lever en dat we telkens bij iemand anders vergaderen!
Maar gisteren wilde ik nog een keertje koken - ik werd zestig, remember! Het werd een heerlijke avond! Vermits we wat te vieren hadden, openden we de avond met enkele champagnes - nee, die waren geen kwart eeuw oud! Het eten was lekker, de wijnen vielen allemaal mee. We kwamen tot de ontdekking dat wijnen uit een zelfde kistje toch anders konden smaken.
In december komen we weer samen. En straks gaan we discreet naar de glasbak!