NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • Algerije 1 - Hoe het begon
  • 2 - Op weg naar Khenchela.
  • 3 - De eerste periode in het huis in de stad.
  • 4 - Naar het grote prefab gebouw
  • 5 - De uitrusting van het gebouw, de keuken.
  • 6 - Het leven in de compound
  • 7- Het dagelijkse leven
  • 8 - Toerisme in Algerije
  • 9 - Het einde
  • Korea, hoe het begon!
  • Het vertrek naar Korea
  • Het leven in Korea
  • Sinterklaas
  • Hondensoep
  • Nummer 76 en 78
  • Coco
  • Groot feest
  • Salami of droge worst
  • Uitstapjes
  • Nu het toch over afscheid gaat...
  • Fugu
  • Een Koreaans sprookje
  • Vliegtuigperikelen
  • Afscheid
  • Rwanda Eerst even naar Phoenix
  • Rwanda, Milles Collines
  • Rwanda, Anekdotes
  • Het Amerikaanse avontuur
  • De ontvangst
  • Het nieuwe huis.
  • Onderweg en aankomst in Bandon by the sea
  • Het grote huis in Maple Creek.
  • Zalmen vangen
  • Maple Creek
  • Naar BelgiŽ
  • Naar Spanje
  • Manolo Cortes
  • Bestolen
  • Naar Angola
  • Nog een kikker
  • Separatorvlees
  • Amerikaanse worsten.
  • Nog meer worsten...
  • Gerookte bloedworsten
  • Bloedworst
  • Reebok
  • Nog meer beesten.
  • Nog altijd van den hond..
  • 't Is van den hond.
  • Manolo Cortez
    Zoeken in blog

    Keukenverhaaltjes en weetjes
    Herinneringen uit een lange keukenloopbaan

    07-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.3 - De eerste periode in het huis in de stad.

    Elk huis met enig aanzien had een bewaker; een "gardien". Een stoere man die niet zo maar iedereen binnen laat en het gespuis en schuim van de straat wegjoeg... Onze overjarige autochtone "gardien" die in dienst was als bewaker, heette zoals de helft van het stadje, Mohammed, en hij hield de wacht bij de voordeur. Hij fungeerde als portier en als "tolk - parlofoon". Behalve de deur openmaken (en weer sluiten) was het ook zijn taak om de vuilnis buiten te gooien... Gooien, want de huisvuilomhaling in het stadje werkte op een zeer ecologische manier; 's avonds werd de vuilnis, ieder voor zijn deur, zo maar los, op een hoop in de straat gegooid. De koeien en geiten kwamen dan 's nachts op bezoek en pikten alle groenresten, het GFT, er uit. In de loop van de voormiddag kwam er dan een mannetje rond met een karretje die er nog wat blikjes en dergelijke uit pikte. De rest werd nadien door enkele "stadswerklieden" op een grote stootkar geschept en weggevoerd.

    Mohammed had de slechte gewoonte om op de meest onverwachte tijden, liefst in het midden in de nacht, zijn radio loeihard aan te zetten.... en het soort muziek dat daar uit weerklonk was nu niet direct het genre waar wij wild van waren... of het juist wel werden!

     Niet verder vertellen, maar na enkele dagen heb ik zijn radio gesaboteerd... er kwam geen noot muziek meer uit. 't Waren lelijke toeren van mijnentwege maar zo kregen wij wel de nodige rust op de gepaste tijden... (Het toestel was nog wel herstelbaar, ik heb maar één draadje van een transistor losgemaakt!!)

     Stilaan konden we beginnen aan onze taak. Lief kreeg als eerste een hulpje toegewezen, een rijzige magere vrouw met zwarte tatoeages op haar aangezicht. Geen nood als ze over de straat liep droeg ze een wit maskertje.... Ze heette Zohara, later werd ze tot "grote Zohara" gedoopt want al gauw kwam er een "kleine Zohara" bij... het waren beide Berbervrouwen.

    De bevolking van de streek behoorde tot de Berbers, en zij wilden absoluut niet dat wij hen ook maar als "Arabe" zouden betitelen of zelfs maar er zouden van verdenken om "Arabe" te zijn. Les Arabes...Bwahh!  

    De streek tegen de kust is Kabilië, en de bevolkingsgroep zijn les Kabyles.

    Les Kabyles... Bwahh!  Van racisme had men daar nog nooit gehoord.

     Het huis had een grote poetsbeurt nodig en daar konden de twee Zohara's aan beginnen. Maar alles moest hun nog aangeleerd worden. Het gebruik van poetsmaterialen of opmerken dat er iets niet al te schoon meer is, dat hadden die vrouwen blijkbaar nooit geleerd. Het enige poetsmiddel dat ze kenden was "Javel".... Het ruikt wel degelijk ontsmet na het gebruik ervan.

     De wasmachine (die was er! Ingevoerd uit Europa) aan de draai houden dat was een ander paar mouwen want de grote waterleiding, die langs de straatkant, werkte maar een paar uur per dag. 's Morgens twee uur en 's avonds ook nog eens een uurtje of zo. Als het water dan stroomde, werd het opgevangen in een betonnen reservoir en daarmee moesten we het dan de rest van de dag doen. Indien een wasmachine terwijl aan de gang is en zonder water valt, stopt de machine en wacht tot er opnieuw water komt. Dat was dan wachten tot er een nieuwe voorraad water was of de wasbeurten beter plannen wat niet altijd lukte.

    Als vlug hebben we een krachtige elektrische pomp op de grote waterleiding gemonteerd, zodat het debiet van de binnenleiding vertienvoudigde en we op een uur tijd het reservoir boordevol konden pompen en alle emmers en grote ketels werden ook nog eens gevuld. Ook het spoelwater van de wasmachine werd weer opgevangen en kon nog gebruikt worden voor sommige poetswerkzaamheden.

    Toen we later terug in België waren shockeerde het ons telkens weer dat er hier zoveel water verspild wordt...!

    Het water werd uit het reservoir passeerde enkele filters en werd dan, gelukkig maar, via een pomp door leidingen in het huis verdeeld.

    Daarenboven kwam er nog elke dag een ezelskarretje langs met daarop een watertank die in de loop van de voormiddag nog water bijvulde.

    Een ander probleem met water was, dat het absoluut ondrinkbaar was. Het werd betrokken uit een poel die eufemistisch "bron" genoemd werd en waar ook de ezels, de kamelen, de koeien, de schapen en geiten kwamen drinken en de vogels deden er hun gevoeg in...

     Men had ons verteld dat er enkele kilometers daar vandaan een kleine bron was die zuiver drinkbaar water leverde. Deze bron lag in een wei en door het morsen van de drinkende koeien stond de bak, met inderdaad zuiver water, midden in een grote modderige plas... Het water werd naar België naar een labo gestuurd om te testen en het werd drinkbaar verklaard.

     Drinkwater halen uit deze bron behoorde ook al gauw tot de dagelijkse taken. We vulden dan bij de bron een serie jerrycans met water waarvan we thuis een gedeelte koelden om fris drinkwater te hebben. De rest diende voor de keuken...

    Op een zekere dag mocht ik van Lief alleen, zonder haar, water gaan halen. Ze wilde niet meer mee...!

    De dag daarvoor was ze in de modder rond de bron uitgegleden en was met haar hagelwitte jurk in het slijk gevallen... en de koeien keken haar aan en lachten haar uit. Dat beweerde ze toch... De volgende dag was de bui wel over en gingen we weer dapper alle twee, twee emmertjes water halen...

     De elektrische toestellen functioneerden meestal wel. Er waren wel regelmatig elektriciteitspannes maar die duurden nooit lang. Daar viel mee te leven... Elke keer als er een onweer kwam opzetten hadden we prijs, dat wisten we na een tijdje al op voorhand. Het elektriciteitsnet werd in Algerije aangelegd door de Fransen en hetzelfde probleem bestaat zelfs nu nog in Frankrijk...! Daar worden, nu nog, niet waterdichte, transformatoren voor buiten, gebruikt die regelmatig ontploffen tijdens een stortbui!

     Boodschappen doen om voeding aan te kopen dat was mijn taak. In het stadje waren verscheidene slagerijen, diverse groentestalletjes, een grote winkel die een assortiment 'droge voeding' verkocht en een overdekte markt waar eens per week, op woensdag (soms) verse sardines verkrijgbaar waren...

    Soms was het wel eens moeilijk om aan groenten te komen maar het viel wel mee. We hebben maar een keer meegemaakt dat er als groente keuze was uit rapen of wortelen en wortelen of rapen.... Om de dag veranderde de keuze. Ook was er eens een rantsoenering van de aardappelen. De groenteverkopers mochten nog hoogstens een kilo aardappelen per klant verkopen. De oplossing daarvoor was even leep als eenvoudig. Iedereen die bij ons woonde bracht, als hij van zijn werk thuis kwam een kilo aardappelen mee. Uiteindelijk hadden we zelfs een kleine voorraad aangelegd.

     Vlees dat was er wel, zelfs in overvloed zolang je maar tevreden was met lam, schaap of taai rundvlees. Vlees aankopen was telkens weer een avontuur.

     Er waren meerdere slagers in het stadje. Die hadden als uithangbord een geslacht lam dat buiten aan een haak voor hun deur hing. Als je vlees nodig had, nam de slager een grote machete, een soort kromzwaard, en begon onderaan bij de hals van het lam en hakte er een stuk af... De slager legde dan zijn hakmes aan de linkerkant op de weegschaal en enkele brokken vlees aan de rechterkant. Als de weegschaal in evenwicht kwam werd het vlees netjes verpakt in een oude krant en dat was dan voor 10 dinar. Wou je meer hebben dan moest je twee porties kopen. De slager raakte er nooit wijs uit hoe het eigenlijk werkte met een vraag als: geef mij eens een kilo vlees.... Om een lamsbout vragen was helemaal onbegonnen werk.

     Een lamsbout, of twee, kopen ging als volgt: als er een slagerij was waar het afhakken van het lam reeds gevorderd was tot aan de eerste ribbetjes, dan ging je de slagerij binnen en kocht je gewoon de rest van het lam. De prijs berekenen mocht je ook zelf doen want de slager raakte er nooit wijs uit... Later wist ik dat het hakmes 800 gram woog, dus zoveel keer een kapmes maal 10 dinar en dan waren we er... (Soms toch...) Ik maakte de berekening dan op een kleine zakrekenmachine en toonde het bedrag aan de slager, en de slager ging altijd akkoord.

     Doorgaans stond in dergelijke slagerijen meestal ergens een afgebladderde geëmailleerde schaal, waarin enkele bloederige vuilwitte ballen lagen uitgestald. Met een krant werden de vliegen er af en toe eens afgewaaierd. Bij mijn vraag wat voor dingen dat zijn, kreeg ik een verveeld lachje en in moeizaam Frans; "les rognons d' en bas".... "de nieren van daar beneden"...

     Echt nat achter mijn oren was ik toen niet meer. Ik was niet voor niks met een verpleegster getrouwd, daar leer je wel eens wat van! Mijn kennis van anatomie was daardoor voldoende ontwikkeld om te begrijpen dat die "nieren van daar beneden", de teelballen van een ram zouden zijn. Ik had die bloederige dingen toen nog nooit gezien en mijn aangeboren nieuwsgierigheid dwong me ertoe om te proberen, wat en hoe, en zeker hoe het smaakte... maar voorzichtigheidshalve om het toch eerst eens uit te testen.

     Eens thuis, terug in de keuken, stond ik daar dan met twee "witte nieren", dat is een andere beschaafde naam voor de ballen. En nu? Ik had geen handleiding, in geen enkele van mijn kookinstructies stond aangegeven hoe je ermee aan de slag moet gaan. Toevallig stond er op dat ogenblik in de keuken een ketel met bouillon op het vuur. Niet beter wetende heb ik de kloten toen in de pot gemikt, in de veronderstelling dat ze zo wel gaar zouden worden.

     De ballen werden niet gaar. Ze zijn voordien reeds ontploft!. Letterlijk. Met een luid pjsst.. spatten ze open. De korrelige binnenkant tonend, totaal verscheurd en gerafeld.... terwijl de bouillon langs alle kanten weg spoot. De witte nieren leken nu meer op aan hasjiesj verslaafde zeesterren!

     Eieren kopen was ook zo een heikel punt. Je wist nooit wat je in je handen zou krijgen. Elk ei moest eerst opengebroken worden in een kommetje om te kijken of er geen kuiken in wording in zat...en of het niet rot geworden was en pas dan kon het ei gebruikt worden. Als je toevallig een rot ei openbrak... laat me er niet aan terug denken...

    Spek met eieren stond dus nooit op het menu.

     Op een keer had ik een kistje kleine groene pepertjes gekocht. Van die pikante venijnige dingetjes. Ik wilde ze opleggen in azijn om zo te dienen als een soort 'pickles'. De bedoeling was dat de grote Zohara die zou voorbereiden, dus de pepertjes van de steeltjes en zaadlijsten ontdoen, want daar zit het meeste "pik" in. Er was toen blijkbaar veel werk voor de meiden want na drie dagen stonden de pepertjes er nog altijd en begonnen stilaan te verschrompelen. Daarom zou ik het op een avond zelf doen. Maar, ik als onwetende Europese kok had nog nooit zo een massa pikante pepers schoongemaakt en kende de gevaren ervan (nog) niet. Ik herinner mij nog zeer levendig dat ik tijdens de werkzaamheden even naar het toilet moest, om een plasje maken. Toen ik terug kwam veronderstelde Lief dat ik een nieuwe versie van de vogeltjesdans aan het oefenen was!

    Bovendien begonnen 's nachts mijn handen vreselijk pijn te doen... allemaal door die ellendige pepertjes.

    De meid, grote Zohara, lachte mij de volgende dag ook nog eens uit omdat ik pijnlijke handen had na het verwerken van de pepertjes. Pijnlijk was dat, op de twee manieren...

    Ik had maar olie aan mijn handen moeten smeren, wist Zohara mij duidelijk te maken. Dan gebeurt zoiets blijkbaar niet. Het klopt nog ook!

    En vergeet het niet, de handen goed wassen na het bewerken van pepertjes. Of bij het verwerken van zeer scherpe pepersoorten rubberen handschoenen dragen! Absoluut oppassen, zeker als je naar het toilet moet.

    Dus in de keuken wordt sterk aanbevolen om altijd eerst de handen wassen voor het toiletbezoek en daarna nog eens! Niet vergeten!

    07-07-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    06-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.4 - Naar het grote prefab gebouw

    Tijdens ons verblijf in dit burgerhuis was men een paar kilometer verderop een nieuwe "residentie" aan het bouwen, waar in de toekomst alle leden van de firma samen zouden wonen of kunnen logeren.

    Dit zou een vrij grote "compound" worden. Een omheinde ruimte, met één bewaakte ingang, midden in een immense braakliggende vlakte...

    Het pand werd opgesplitst in twee delen. Links zou een prefabgebouw opgetrokken worden met hotelfunctie, onder mijn bevoegdheid, dienstdoende voor de "passanten". Dit houten gebouw stond op betonnen "poten" ongeveer dertig centimeter boven de grond, om bij eventuele (mogelijk zijnde) overstromingen niet onder water te lopen. Rechts daarvan waren een zestal huisjes gebouwd waar de directeurs en medewerkers van een Brussels bouwbedrijf hun residentie kregen. Verder was er nog een "salle polyvalente" die diende als klaslokaal en ook als ontspanningsruimte. Er waren inderdaad kinderen aanwezig! Een viertal kinderen die hun eigen privé leraars hadden!

     In één van die huisjes woonden twee Franstalige Belgische ingenieurs. Zeer vriendelijke en sympathieke jongens. Jean-Marie en Edgard, zo heetten ze, zouden op een avond op visite komen bij ons en uiteraard een hapje mee-eten..

    De dag voordien waren we naar een markt geweest. Naar Biskra, een volgens de normen van het land, nabije stad, ongeveer 150 kilometer verder zuidwaarts. Zoek maar even op de wereldkaart. Het stadje is gesitueerd aan de noordelijke rand van de Sahara.

    We kwamen een ietsje te laat, de markt was zo goed als afgelopen maar toch nog even gaan kijken of er wat te vinden was. Er was nog een kraam waar vlees verkocht werd en de handelaar had nog één kamelenschouder op het rek liggen. Dat zou dan de hoofdschotel worden voor de bezoekers van morgen ! Gelukkig heeft de verkoper het gewicht van de vliegen die er op het vlees zaten er niet bij gerekend.

    ’s Anderendaags om twee uur ’s namiddags begon er een alarmbelletje te rinkelen, het bezoek zou om acht uur komen en hoelang zou dat soort vlees wel moeten stoven om gaar te worden ? Toevallig had ik nog nooit kameel klaar gemaakt... dat stond in België nergens op het menu.

    Dus het veilige voor het onveilige gekozen en het vlees maar opgezet. Gewoon, zoals men Vlaamse stoofkarbonaden maakt maar dan met Frans bier; dat bestond daar toen… In Algerije gebrouwen onder licentie van de Franse brouwerij, '33 Export. Het merk bestaat nog maar behoort nu tot de Heineken groep.

    Na een drietal uren stoven eens gaan controleren, maar het vlees was nog beenhard.

    Uiteindelijk rond acht uur, dus zes uur later, was het vlees aanvaardbaar mals maar het mocht zeker nog een uurtje langer opgestaan hebben.

     De jongens hebben er smakelijk van gegeten, zij vonden ook dat het “stoofvlees” wel een ietsje malser mocht geweest zijn maar in het buitenland mag men niet te kritisch zijn, niet waar ? De kwaliteit van vlees is zeker niet overal ter wereld gelijk…

    Toen was er één van de twee mannen, die toch wat onraad begon te ruiken en vroeg welk soort vlees ze nu eigenlijk gegeten hadden ?

     ’t Was geen probleem, een goede gastronoom kan veel appreciëren. Later toen wij zelf ook in de compound woonden was er nog een voorval waar dezelfde twee mannen bij betrokken waren, en dat grappig genoeg is om het hier te verhalen, maar alles op zijn tijd.

     Terwijl wij probeerden om ons zo goed en zo kwaad mogelijk te organiseren in het huis, begon het project voor de bouw van een fabriek meer en meer vorm te krijgen. Er kwamen nu regelmatige bezoekers langs, bijvoorbeeld, personeel van de firma, die dan bleven logeren.

    Zo stond op een namiddag onaangekondigd de grote baas van de firma aan de deur. Monsieur Gabella, de PDG. Nu noemt men zo een baas, op zijn Engels, de CEO...! Mr Gabella was op zijn minst gezegd een mysterieus figuur. Niemand kende zijn echte nationaliteit. Sommigen beweerden dat hij een Canadees was, anderen beweerden dat hij Fransman was, nog anderen verwedden hun geld op een "pied noir", dat is een in Algerije geboren Fransman... Maar ik vond dat hij er uitzag en zich gedroeg als een Italiaan, van welke maffiaclan? Chic maatpak, das, hagelwit hemd, en glanzend gepoetste schoenen, vooral aan dat laatste herken je de echte "Président directeur géneral" De PDG!

    Hij wilde de in opbouw zijnde fabriek bezoeken en zocht iemand die voor hem wat foto's kon maken. Mijn fototoestel lag altijd grijpensklaar en wij samen op weg naar de fabriek. Aan de ingang van de fabriek had de "gardien" zich dwars over de inrit neergelegd. Zo was hij er zeker van dat niemand kon passeren tenzij ze hem zouden plat rijden... Maar er was één detail; hij lag er bij te slapen !

    De auto even aan de kant gezet en we gingen te voet verder. Mijnheer Gabella stapte voorzichtig over de slapende man heen, ... die schrok wakker, keek omhoog naar de chic uitgedoste man en vroeg zeer gevat: "eh ben, on ne dit plus bonjour aux gens?" (Zegt men geen goeie dag meer tegen de mensen?)

    Of de carrière van de bewaker hiermee afgelopen was, ik heb er niets meer van gehoord.

     Bijna wekelijks kregen we jonge herdertjes over de vloer die een greepje antieke Romeinse munten te koop aanboden. Khenchela lag in een gebied dat vanaf de eerste eeuw tot ongeveer de zesde eeuw na Christus bezet of bewoond geweest is door Romeinen. De Romeinen bouwden er verschillende steden en sommige daarvan, vooral de kleinere, lagen er nog steeds onaangeroerd, tot puin vervallen bij. Je kon er vrij rondwandelen in de stille straten waar de karrensporen goed te zien waren, diep in de straatstenen uitgesleten. De hoge stenen zuilen in stukken gebroken. Zulke steden waren ondertussen overwoekerd door struikgewas, vooral door vijgenbomen en stug hoog gras. Je verwachte er elk moment een oude Romein tegen het lijf te lopen.

    Als de herdertjes daar in de buurt kwamen lieten zij hun schapen grazen terwijl ze zelf zochten naar verloren muntjes.... Die munten waren er blijkbaar massaal te vinden. Het waren heel kleine muntjes, één centimeter doormeter ongeveer, gemaakt van een zeer zacht materiaal. Het metaal deed met aan tin denken, waarin een beeltenis ruw met een hamer of zoiets, geslagen was.

    Op een zeker ogenblik dacht ik dat het vervalsingen zouden geweest zijn maar bij nazicht hier in België kreeg ik er toch wat geld voor maar ik heb er nooit veel aan verdiend. Amper genoeg om te recupereren wat ik er aan uitgegeven had... Slimme jongens die Berbers! En domme toeristen!

    Af en toe kwamen er ook gespecialiseerde werklieden toe, zoals op een keer twee Franse mannen. Zij kwamen om een hijskraan uit de haven van Algiers vrij te krijgen, om die kraan dan op een speciaal onderstel naar Kenchela te slepen en de kraan nadien te monteren. Een van de twee zou dan blijven om de kraan te bedienen. Dat schijnt een gespecialiseerde job te zijn, gebonden aan het type kraan.

    Die hefkraan moest dienen om het prefabgebouw waar wij later zouden intrekken, op te bouwen.

    Door allerlei omstandigheden, ondermeer een onstabiele, te losse ondergrond bestaande uit woestijnzand, duurde het heel lang eer er aan de echte opbouw kon begonnen worden.

    Bovendien plooide de draagarm (la flèche) van de kraan, door een foute inschatting van de kraanman. Te veel gewicht aan de arm waardoor deze kraakte. Toen was het weer wachten tot er een nieuwe kraanarm arriveerde... en tot overmaat van ramp viel de kraan enige dagen nadien om, daarbij een drietal panelen van het houten gebouw in stukken hakkend... De oorzaak was de onstabiele bodem, waardoor de kraan zijdelings begon over te hellen.

    Hoelang het juist geduurd heeft weet ik niet meer, maar met een grote vertraging konden we dan uiteindelijk het nieuwe gebouw betrekken.

     Dat gebouw bestond uit, vooraan een grote vierkante blok waarin de keuken en het restaurant zich bevonden. Daaraan verbonden was een lange centrale gang van waaruit, zowel links als rechts, telkenmale vier kamers bereikbaar waren. Er waren in het totaal ongeveer twintig eenpersoonskamers. Ongeveer... omdat sommige kamers ook andere functies konden hebben zoals een koele stockeerruimte voor dranken...

    De kamertjes waren niet erg groot, ze hadden een venster dat doorzichtig was van binnenuit maar niet andersom, de getinte ruiten beschermden daardoor tegen de hitte en tegen indiscrete blikken. Elke kamer had een individuele airconditioner. Tijdens de zomer gromde het gebouw schrikwekkend door de massa ronkende koelingmachines... De buitentemperatuur was in de zomer ongeveer 40 graden ... Gelukkig was het een droge warmte, dat is heel wat minder onaangenaam dan een tropische vochtige hitte. Maar afkoeling was wel echt nodig al was het maar om een beetje te kunnen ontspannen. Dezelfde airconditioners konden in de winter ook verwarmen, want het kon 's winters behoorlijk koud worden.

    Om de nodige energie voor de ganse de compound te leveren was er een krachtige dieselgenerator geïnstalleerd en steeds waren er, verplicht, drie vaten dieselolie in voorraad. Daarnaast was er een Algerijnse "gardien" die moest zorgen dat de aanvoerslang voor de diesel tijdig overgebracht werd van het ene vat naar het andere.... waardoor de generator gegarandeerd elke dag wel eens stilviel...

     De 50 hertz frequentie van de generator konden we perfect instellen door een televisietoestel te gebruiken als meetapparaat. Eens het toestel aangesloten was op de stroom van de generator en het beeld schuine balken vertoonde, betekende dit dat de generator te snel of te traag draaide. Als het beeld perfect horizontaal bleef staan en niet "rolde" hadden we perfect de noodzakelijke 50 hertz ingesteld.

    Nadat er verscheidene radiootjes, klokken en andere kleine elektrotoestellen gesneuveld waren leerden we snel dat alle toestellen die op de generator aangesloten waren eerst moeten losgekoppeld worden vooraleer opnieuw op te starten. Anders branden de transformatoren in die toestellen door...! Technisch is dit omdat de eerste paar draaibewegingen die de generator maakt eigenlijk golven gelijkstroom opwekt van liefst 220 x 1,4 = ongeveer 300 volt. Bij een perfect werkende en aangesloten generator zal zoiets natuurlijk nooit gebeuren, maar dit was Algerije.... we moesten nog veel leren....

    Een andere, vrijwillige, bezigheid van mij was het herstellen van de airconditioners. Regelmatig vielen die dingen in panne maar gelukkig was het meestal slechts een interne zekering die doorbrandde, waarschijnlijk door de spanningsschommelingen die wij daar in den beginnen mochten ervaren... Om een ernstige panne te herstellen had ik één toestel zo goed als volledig uit mekaar gehaald om te kijken hoe de boel in mekaar zat, hoe het werkte en om reserveonderdelen te hebben...

    Na enige weken werden we dan aangesloten op een hoogspanningsnet van 600 Volt. Daarna kregen we praktisch geen elektriciteitspannes meer.

     Uiteindelijk had ik ook niets met de energievoorziening te maken, ik was de kok, maar in nood mag en moet iedereen helpen... Toevallig heb ik ook wel wat kaas gegeten van elektronica en elektriciteit in het algemeen... en dat is ook waarom ik later in Korea terecht gekomen ben!

     Dezelfde "gardien" die moest zorgen voor de dieselvoorziening van de generator had als tweede opdracht het bewaken van de enige toegangspoort tot de compound. "Gardien", betekent toch bewaker??!! Dus iedereen die wou binnenkomen werd eerst gecontroleerd.

    Op een namiddag, ik was bezig in de keuken, zie ik een kleine vrachtwagen het terrein oprijden en een stapel "roofing", rollen asfaltpapier om daken te dichten, opladen met de hulp van de "gardien". 's Avonds vroeg men mij wie die roofing daar weggehaald had? Waarop ik alleen maar kon antwoorden; weet ik veel! De roofing bleek gewoon gestolen te zijn. Mannen, zeg maar dieven, hadden met een smoesje de bewaker om de tuin geleid en de rollen roofing op hun vrachtwagen geladen en er mee vandoor gegaan, richting wijde woestijn...

    06-07-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    05-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.5 - De uitrusting van het gebouw, de keuken.

    Mijn departement, de keuken, was redelijk goed ingericht. Het type, kleine grootkeuken. Een solide fornuis met zes branders en twee ovens. Gas in flessen was de brandstof en er was steeds een grote reserve aan gas voorzien. Er stonden permanent zes grote flessen in voorraad en een handig systeem om zonder dat het vuur doofde over te schakelen naar een nieuwe fles als de vorige leeg was.

    Er was een groot koffiezetapparaat, dat de ganse dag aanstond. Een rij zeer ruime wasbakken maar geen afwasmachine... omdat de watervoorziening in het begin nogal onregelmatig was. En misschien ook wegens de kostprijs. Een lokale werkvrouw koste minder per dag dan de afschrijving van een kleine industriële afwasmachine...

    Er was en groot werkvlak voorzien en voldoende klein materieel. Het was een ruime keuken waar het vlot werken was.

    Na enige weken werkte de watervoorziening ook probleemloos. Een tractor met watertank reed permanent op en af naar een bron om daar zuiver water op te pompen. Dat water werd voor alle bewoners van de compound geloosd in een diepe waterput, uitgerust met een pomp. Nadien werd het water gefilterd door speciale keramische filters die naar het schijnt zelfs collibacillen konden tegenhouden... Verder leek het alsof er normale waterleiding was in het gebouw. Douches incluis.

     Die douches waren geïnstalleerd, samen met een serie toiletten in een aparte zaal.

    Door een of andere toeval in het concept en ook omdat, door de beschadigingen die het gebouw opgelopen had door de vallende hijskraan, was er een te klein kamertje ontstaan, veel te klein om een bed in te zetten. Daar hadden de werklieden tijdens het opbouwen dan maar een extra badkamer, met toilet van gemaakt... Omdat er geen plan was hadden diezelfde werklieden geen rekening gehouden met de draairichting van de deur waardoor gans de badkamer opnieuw diende geïnstalleerd te worden maar nu tegen een andere wand, anders georiënteerd. Ook het toilet hebben de mannen moeten verplaatsen maar daardoor waren nu in de houten vloer, mooi op een rijtje drie perfect uitgezaagde ronde gaten ontstaan. Een redelijk groot gat waar de afvoerbuis van het toilet doorheen gezeten had, een enigszins groter gat dat gediend had om de afvoerleiding van de wasbak door te laten en een piepklein gaatje, voldoende groot om een koperen waterleidingsbuis door te steken.

    Zittend op het toilet had men een prachtig uitzicht over deze drie openingen want zoals het geschoold werkvolk past, hebben ze die drie overgebleven gaten nooit dichtgemaakt...

    Toen heeft een grapjas er een bordje boven gehangen; boven de grote opening: Voor dagelijks gebruik.

    Boven de kleinere opening ; voor de specialisten. Boven het piepkleine gaatje stond er het volgende : voor de artiesten! Pour les artistes.

     In de zeer ruime koelkast was een tank aangebracht voor gekoeld water, gecontroleerd door een vlotterkraan in de toevoer. Daaraan een kraantje dat te bereiken was van buiten af. Zo kon iedereen koel water drinken op gelijk welk moment van de dag.

    Er was zoals reeds vermeld altijd koffie ter beschikking voor wie het wilde. Maar om koffie op te schenken heb je koffie nodig. Daarom, de eerste keer bij de lokale kruidenierszaak om koffie te kopen.... Welke kwaliteit, variëteit of merk, je kon kiezen; er was ongemalen gebrande koffie uit een grote blikken bus of er was ongebrande koffie uit een jute zak...

    Wat doe je dan? Ik kocht gebrande koffie. Mits een kleine vergoeding kon de koffie ook gemalen worden. Maar ... grote Zohara vond dat ik niet goed bezig was... Grote Zohara was ondertussen gepromoveerd tot keukenmeid... mijn linkerhand. Koffie branden dat doe je zelf! Anders doen de verkopers in de winkel er kamelenkeutels en andere rommel bij, toch volgens de theorieën van Zohara. Dat begreep ik toch uit haar geanimeerde discours. Vooral, de groene, ongebrande bonen kunnen veel langer bewaard worden... Daarin had ze gelijk. Zohara demonstreerde dan hoe zij op de Berbermanier groene koffiebonen brandde in een gewone gietijzeren braadpan... Al schuddend met de pan boven een grote gasvlam tot er rook uit de bonen komt. Daarna de bonen zo snel mogelijk, al blazend en waaierend buiten afkoelen... maar haar koffie was toch niet zo denderend om er veel van over naar huis te schrijven. De op voorhand gebrande koffie smaakte beter, al dan niet gemengd met kamelenkeutels...

     Toevallig had ik net voordien in een boek uit de jaren tachtig van twee eeuwen geleden, dus 1800 en een beetje, een hoofdstukje gelezen waarin de schrijver de lezers waarschuwt dat je moet opletten bij het kopen van gemalen koffie. Een malafide winkelier zou drie schuiven in zijn toog hebben... Eén met koffie die al eens gezet geweest is en daarna terug gedroogd! Eén met koffie die vermengd werd met cichorei of gemalen eikels... en één met de echte koffie. Naargelang de “smoel” van de koper kreeg je dan het een of het andere; "à la tête du client", zegt men in Frankrijk en in Algerije...

     Verder was er aan de keuken een kleine voorraadkamer en een zeer grote koelruimte verbonden. Een dubbel geïsoleerde koelcel zo groot als een slaapkamer.... Het enige probleem, grote Zohara wou er niet in gaan. Ze had een heilige schrik van dat donker hol waarin het zo koud was en dat zo gromde.... Tricité, tricité.... peur...! Dus eventjes vragen, "Zohara wil je even de wortelen uit de koelruimte halen"... dat ging niet! Ik mocht het zelf doen.

    De beide Zohara's waren inderdaad meegekomen naar het nieuwe gebouw... Het waren alle twee goede werksters... waar we konden op rekenen.

    De grote Zohara bleef in de keuken helpen, de kleine Zohara hielp mijn vrouw bij het opruimen van de kamers en het doen van de was en de strijk. Later hebben we nog een tiental andere werkvrouwen binnen gehaald maar die allen even snel terug buiten stonden... De reden waarvoor, daar valt een heel boek over te schrijven maar steeds omdat ze geen benul hadden wat "werken" is! Alleen wisten ze dat ze daarvoor geld konden krijgen.... dat wilden ze wel! Alhoewel, Lief heeft nog heel lange tijd een betrouwbare "Amama" in dienst gehad als extra hulp.

     Dan was er ook nog het restaurant of eetzaal, what's in a name?

    Veel fraais was daar niet van te maken. Tafels en stoelen die waren er gelukkig wel maar behoorlijke bergkasten of ander meubilair was bijna onvindbaar in Algerije. Misschien wel in Alger of een andere grote stad maar niet in het boerengat dat Khenchela was. Het restaurant zag er dus uit zoals elk restaurant in de Oriënt, met TL- verlichting, tafeltjes met formicablad en tafelkleedjes in "toile-cirée", de TV op volle bak terwijl niemand er naar keek...  

    Met behulp van een paar Vlaamse werkkrachten hebben we ook nog een "bar" geïnstalleerd, uitgerust met een casettespeler en disco lichten, zodat we wat vertrouwde muziek konden spelen. In een hoek van de eetzaal hebben we ook nog een half afgesloten ruimte gecreëerd waar ik "mijn bureau" kon zetten. Ik moest de inkomende gasten behandelen zoals de reizigers in een hotel. Paspoorten controleren en dergelijke en hun aanwezigheid rapporteren aan de politie...

    Maar de politie, dat waren mijn beste vrienden niet.... Verder wel wat meer daarover...

     Als hulpje voor de "zaal" had ik iemand aangenomen, een ongehuwde jongeman, die bij zijn tante woonde... Hij heette Bibicha! Zo wilde hij genoemd worden. Blijkbaar de verkleinende vorm van Béchir of Bachir...

    Bibicha was een grappige kerel die zeer goed Frans sprak en altijd zeer "goed gezind" was. Hij noemde Lief, "ma soeur" en ik was "son frère"...! Op tijd beginnen, dat was zijn enige probleem... zijn tante oversliep zich blijkbaar nogal eens.... en dan oversliep hij zich vanzelfsprekend ook!

    Daarentegen, 's avonds was hij met geen stokken naar huis te krijgen... het zou eens moeten lukken dat hij van een van de gasten een biertje of wie weet, misschien een Grand Marnier zou krijgen....

    Echt dronken heb ik hem echter nooit gezien.

    Maar omdat hij bier durfde te drinken viel hij niet in de gratie van de twee Zohara's. Alcohol drinken dat mag niet van Allah... en dat wisten (nu nog) wij vreemdelingen ook wel...

     In het contract dat we getekend hadden met de firma stond zeer duidelijk vermeld dat we ons niet mochten uitspreken over zowel politieke als religieuze kwesties. Noch negatief, noch positief! Op straffe van ontslag!

    Dus er werd niet negatief geregeerd op het drinken van alcohol, en ook niet positief...!

     En er was in de grotere steden vlot bier, wijn, af en toe zelfs cognac en champagne te koop, zij het tegen zeer hoge prijzen. De wijn was zelfs uitstekend. Meestal zware rode wijnen en rosé was er ook. Ik bewaarde de rode wijn in een gekoelde kamer... Op "woestijntemperatuur" zou hij anders ondrinkbaar zijn..!

    "Cuvée du Président", herinner ik mij nog goed. Dat was een krachtige rode wijn met een alcoholgehalte van ongeveer 15 procent, het paradepaardje onder de Algerijnse wijnen, die ook geschonken werd in de vliegtuigen van Air Algérie, door ons al snel smalend "Couscous Airways" genoemd... Alhoewel, er was niets mis met die maatschappij, integendeel zelfs.

    Witte wijn was moeilijker te vinden... Maar dat was niet zo erg want vis was al even moeilijk te vinden.

     Soms reden we een kleine driehonderd kilometer noordwaarts naar de haven van Skikda om daar sardines of misschien met wat geluk nog een andere soort vis te vinden.... om dan nog eens driehonderd kilometer terug te keren... Daarvoor konden we wel een comfortabele Peugeot 503 gebruiken. Ter plekke reden we met een kleine Renault R4. De kleine Peugeot 304 waarmee we gekomen waren was in beslag genomen door iemand die hoger in de pikorde stond.

     Op een van de speurtochten naar vis was het zelfs zo erg dat Lief, ik was er toen niet bij, terug keerde van Skikda met enkel zes citroenen.... de vissers waren niet uitgevaren want er was een feest geweest de dag voordien... Maar ze had wel drie ananassen gevonden, - een restje van de feestdagen? - dat was dan toch iets.

     We profiteerden tijdens die ritjes er dan wel van om 's middags in een prima Frans restaurant te gaan eten en soms 's avonds bij de terugkeer, nog eens... Men had in dat restaurant elke dag een aanvoer van verse vis... Omdat wij zo ver moesten rijden was het meeste reeds verkocht voor we ter plekke waren. Telefoneren om te reserveren? Vergeet het maar. Een telefoongesprek moest aangevraagd worden aan een "operateur" en als er dan een antwoord kwam in het genre van "il y a trois jours d'attente"... dan had je geluk. Ik herinner mij niet of we wel een telefoon hadden ter plaatse..!?

     Op een keer hebben we eens zoetwatervis gegeten. Rivierbarbeel. Barbeau méridional... is de Franse naam. Een lange slanke karpersoort met een snor...

    De twee reeds vermelde kornuiten, Jean Pierre en Edgard hadden de vissen ergens uit een overschaduwde kreek "gevist" door een staaf ontstoken dynamiet in het water te gooien... We hebben er met zijn twaalven lekker kunnen van eten. Van de vissen, niet van het dynamiet! Het was ongeveer een emmer vol redelijk grote vissen... maar ze zaten wel vol graten, zoals alle karpers trouwens!.

    Donderdag was soms 'visdag'. Af en toe kwam er op donderdag een verkoper van verse sardines op de markt... maar je moest er snel bij zijn want zijn vis was altijd vlug uitverkocht.

     De twee mannen met het dynamiet, Edgard en Jean-Pierre, beide ingenieurs van de bouwfirma, zullen vooral beroemd blijven door nog een ander roemrucht feit.

    Ze woonden samen in het eerste huisje rechts, bij het binnenkomen van de compound.

    Op een stukje grond dat tussen de huisjes vrij was, hadden ze na zwaar zwoegen een put gegraven van dertig centimeter diep en deze gevuld met tuinaarde. Waar ze die zwarte aarde vandaan gehaald hebben is tot hiertoe een goed bewaard geheim.

    Zelfs waren ze er in gelukt om een omheining omheen hun tuintje te bouwen met behulp van brokstukken van Romeinse zuilen en wat kippengaas. De streek daar lag bezaaid met massa's brokstukken uit de Romeinse periode, van rond 600 n Chr.

    Dat was dan hun tuintje, een ongelooflijke luxe in een streek grenzend aan de rand van de Sahara. De mannen hadden er sla en radijsje en worteltjes in gezaaid en ze stonden elke morgen en elke avond vol trots en bewondering hun tuintje te aanschouwen. Alle groenten groeiden als kool. Letterlijk dan.

    05-07-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    04-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.6 - Het leven in de compound

    In het laatste huis woonde de directeur van de firma met zijn vrouw en hun vier kinderen.

    De kinderen hadden hun eigen schooltje en leraars, een videospeler en een fietsje maar toch verveelden ze zich meestal rot. In een land als Algerije is er niet veel vreugde te rapen voor (verwende) kinderen qua ontspanning. Zo kregen ze soms ook wel eens een huisdier. Een hond, een schildpad, daarna hadden ze nog een ezeltje gehad en nu zouden ze graag een konijn hebben.

    Goed, het konijn kwam bij hun inwonen. Het zat in een kooi maar af en toe moet er toch eens gespeeld worden met het konijn, nietwaar…?

    Het onverhoopte rampscenario deed zich voor: langoor ontsnapte!

    Het terug te pakken krijgen was een ander paar mouwen. Telkens er geprobeerd werd het beest te vangen kroop piet konijn onder ons grote prefabgebouw dat op die betonnen peilers stond. En niemand kon daar onder. Ook geen kind... maar voor een konijn was het een koud kunstje!

    Het onvermijdelijke gebeurde enige dagen nadien. Konijnen krijgen snel honger! Op een mooie morgen was er van de sla en de radijsje van Jean-Pierre en Edgard niet veel meer over. Alleen wat afgeknaagde groene sprietjes. Piet konijn was onvindbaar. Soms vertoonde het zich wel eens maar verdween dan even snel weer in zijn schuilplaats onder het grote gebouw.

    Enkele dagen later, op een avond wandelt de vrouw van de directer door de compound en blijft even staan praten bij de twee mannen. Het rook er lekker, waarop zij vraagt wat de mannen aan het bereiden zijn, het ruikt toch zo goed.

    Onze sla was het laconieke antwoord !

    Zelf heb ik behalve drie kalkoenen, die dienst deden als afvalopruimers, op een keer een niet zo 'n alledaags huisdier gehad...!?

    Op de straat had een man mij een woestijnvosje te koop aangeboden. Hij vroeg er vrij veel geld voor maar zo een schattig kijkend vosje, met zo een grote oren en ogen en dat bovendien zachtjes piepte als je in zijn ogen keek... en ik was verkocht.

    Maar het liep fout af. De woestijnvos, of "fenek", is een schuw nachtdier. De vos zat voorlopig in een ren naast de kalkoenen en had niet eens een hok om zich in de dag te verschuilen... Daarom, het beestje kwijlde van de goesting bij het zien van de kalkoenen maar kon ze niet te pakken krijgen en kon tijdens de dag onmogelijk slapen bij gebrek aan een donker hok. Het beestje kwijnde op enkele dagen weg... Op een mooie avond het ik het vosje zijn vrijheid terug gegeven en misschien zwerft het nu nog ergens rond in de Sahara...!

    Minder exotisch was de kolonie landschildpadden die in het eerste huis in commune leefden.

    Tijdens avondlijke autotochtjes tochten kon ik ze gemakkelijk verzamelen. Het werd 's avonds altijd vroeg donker, ook in de zomer, je bent daar al heel wat dichter tegen de evenaar dan hier in Europa, dus wordt het ook vroeger donker ..! In het licht van de koplampen van de auto zag je dan blijkbaar een kei de straat oversteken... maar na de zoveelste wandelende kei realiseerde je, je wel dat wandelende keien niet bestaan. Het waren "Griekse" landschildpadden die de restwarmte van het donkere asfalt opzochten voor de nacht viel, maar of ze daar ook veel voedsel vonden weet ik niet.

    Na een tijdje had ik een hele school schildpadden bijeen gevonden. Ze zaten vrij op de binnenkoer van het oude huis te slapen, te spelen of te vechten in het zonnetje... en ze ontdeden me van nogal wat afval van tomaten en sla.. ook afval van courgettes en worteltjes bleken ze graag te eten.

    Er werden ook verwoede pogingen tot paren gedaan maar of daar iets van voort gekomen is, ik vrees van niet.

    Buiten alle regels om hebben we eens een schildpad, goed verpakt in een koekjesdoos meegenomen als handbagage in het vliegtuig... (Mag niet!!!) Het diertje heeft nog jaren gelukkig verder geleefd in België en kreeg de welklinkende naam; "fakroen". Wat schildpad betekent in de Berbertaal.

    Maar ik was daar vooral om voor de catering van de werkende mens te zorgen. De voeding die ik met de bestaande mogelijkheden kon bereiden, was vrij eenvoudige kost. Vlees was er wel, maar zeer eentonig aan keuze en van lage kwaliteit. Taai rundvlees, een behoorlijke biefstuk was onmogelijk te vinden. Ik kocht het vlees wel in grote stukken om het daarna zelf te versnijden maar zelfs stukken als de entrecote was droog en taai. Een filet was zo dik als een kinderarmpje... Soms was er iets wat ze kalf noemden. Lamsvlees of schapenvlees was er in overvloed. Kippen waren er ook, maar zeldzaam. Een keer heb ik konijnen kunnen kopen. Ossentong lukte soms ook als ik gedurende enkele weken een tong kon sparen in de diepvriezer.

    Vermits er geen varkensvlees was, was er ook geen gehakt, geen worst, geen charcuterie... niets! Wat voor Vlamingen heel erg is...

    Zulke dingen invoeren was onbegonnen werk. Het duurde veel te lang vooraleer de producten door de douanediensten zouden geraken. Als de douanen het al zouden doorlaten. Toch is er iemand in geslaagd om een kistje Belgisch witloof, Algerije binnen te smokkelen, zonder het aan te geven of te betalen uiteraard! (Het witloof zat verborgen in de kraanarm die dringend moest ingevoerd worden...!)

    De keukenmeiden, grote en kleine Zohara, wilden ook wel eens proeven van die, voor hun  nieuwmodische groente, maar spuwden vol afschuw ons Belgisch witloof, zo ver het wou vliegen…

    Lokale groenten waren er tijdens de lente en zomermaanden ruim voldoende en er waren veel soorten verkrijgbaar. Fruit was in overvloed aanwezig. Perziken, meloenen, druiven, appels, pruimen, mandarijnen en vijgen... keuze genoeg.  Ook waren er tijdens de herfstmaanden verse dadels te verkrijgen. De dadels werden dan onrijp verkocht en smaakten dan niet lekker maar als ze een paar dagen bleven liggen veranderde de structuur van de dadel in een zoete kleverige vrucht. Zeer smakelijk was dat. De Algerijnen beweerden dat zij de beste dadels ter wereld voortbrengen; de "deglet nour", "lichtende dadel" betekent dit. Deze dadels waren oorspronkelijk afkomstig van Biskra, een stad niet zo ver verwijderd van Khenchela. Nu worden ze vooral gekweekt in Algerije, Tunesië en Libië. Later, eens terug in België kochten wij regelmatig een doos "Deglet nour" dadels om cadeau te geven aan vrienden en kennissen.

    Als amateur van paddenstoelen heb ik één keer een soort wilde paddenstoelen kunnen kopen, en natuurlijk ook gegeten, maar spijtig genoeg weet ik niet welke soort het was, en heb het ook nooit kunnen uitvissen... Het waren kleine zwarte, vrij taaie paddenstoelen... Meer weet ik er niet van.

    De woensdag was in theorie onze vrije dag, waar in de praktijk niets van in huis kwam... Op woensdag werd dikwijls naar Skikda, de havenstad, gereden om vissen te kopen... (en op restaurant te gaan eten...)

    We passeerden daarbij een klein dorpje, "Ain Fakroun", zo heette het en dat betekent "bron van de schildpad". Op een zonnige dag stond in het midden van het dorp een politieman. Getooid in wit uniform, met witte helm, stond hij het verkeer te regelen. Dit betekende dat hij recht veerde als hij in de verte een auto zag aankomen om dan met gestrekte arm in het midden van de baan te gaan staan om het "verkeer" te regelen. Op die dag zat Lief aan het stuur van de "Pigeot 503", ( uitspreken als pigeot cinq cent, trois) en eerlijk gezegd, Lief was een wilde chauffeur...!

    De politieman, arm omhoog gestoken, liet haar stoppen.... De man komt naar de auto gestapt, ziet een vrouw aan het stuur zitten, slaat wit uit, begint te stamelen, ... madame, madame ... vous roulez trop vite ...

    De man was totaal de kluts kwijt. In wat voor tijden leven wij toch, moet hij gedacht hebben. Als vrouwen nu ook al met een auto mogen rijden...

    Lief heeft zich deemoedig voorgedaan, zich geëxcuseerd en gezegd dat ze het nooit meer zou doen... Dan mochten we verder! Terwijl keek de agent mij toch maar heel meewarig aan...! Lief vreesde dat ik zou beginnen om de agent voor te stellen, om haar toch maar op zijn boekje te schrijven want dat ze altijd te snel rijdt, enz... maar ik heb (toen) wijselijk mijn mond gehouden.

    Tijdens onze afwezigheid kookte de grote Zohara voor de gasten. Traditioneel kwam er dan couscous op tafel... In het begin was er wat weerstand tegen dit inheemse gerecht maar al snel keek iedereen uit naar de woensdagse couscous. Toch beter dan sardines, want daar zitten veel te veel gaten in volgens de niet kenners. Zelfs als ze al gefileerd zijn.

    Couscous bereiden is een ingewikkelde aangelegenheid. Zohara kwam speciaal vroeger naar haar werk om op tijd klaar te zijn voor de middag. Couscous uit pakjes of een blik, dat bestond daar niet!

    Eerst de aankopen doen, dat werk was voor mij.

    De couscous zelf, het griesmeel, la semoule, die koop je tegenwoordig gewoon in elke goede supermarkt. In Algerije kon dat in elk winkeltje, hoe klein ook, gekocht worden.

    Groenten: dat hangt af van het seizoen. Maar elke vaste groente is bruikbaar. Courgettes, wortelen, raapjes, pompoen en kikkererwten in 't Frans pois chiches genoemd, dat zijn de meest gebruikte groenten. Maar ook tuinbonen met de groene peulen er nog aan, witte bonen, aardappelen, kool, alles kan gebruikt worden....

    Dan het vlees. Ik zal het hier verder hebben over couscous met lamsvlees, dat is in Algerije ook de meest bereide versie. De beste stukken om te gebruiken zijn de lamsschouder, ook de nek en voor de zondag, excuseer, de vrijdag, neemt men de koteletjes... Enkele merguez worstjes zijn altijd mooi meegenomen. Kip kan ook maar vermits kip niet zo vlot verkrijgbaar was maakte ik daarmee geen couscous.

    Zohara hakte het vlees eerst in regelmatige brokken, één per persoon. Het been moet er in blijven en een randje vet moet er aan zijn, dat zijn de beste stukjes! Voor de mannen!

    Dan : neem enkele dikke uien en vele tenen knoflook. Rasp die fijn. Zij deed dat steeds met een rasp, een goedkope blikken keukenrasp van enkele centen ... Ook hebben we een “couscousière” nodig om een degelijke couscous te bereiden.

    Eerst het vlees met de uien en de knoflook in olie aanstoven, niet laten kleuren. Doe dit in het onderste deel van de couscousière. Het vlees daarna bestrooien met allerlei kruiderij, wat in voorraad is. Nu zouden we daar ras-el-hanout kunnen voor gebruiken maar de Algerijnen kenden dat niet. Ras-el-Hanout, is Marokkaans! Dus Zohara gebruikte kruidnagel, zwarte peper, gestampte korianderzaadjes, karwijzaden en nepsaffraan. Saffloerbloempjes zijn dat, die geven wel een sterke gele kleur maar weinig of geen smaak. Vermits dit hier niet zo vlot te vinden is kan het vervangen worden door kurkuma of door echte, dure saffraan... Ook enkele laurierbladeren... en mocht er nog iets anders van kruiden in de voorraadkast liggen, dan mag dat er ook wel bij.

    Het vlees overgieten met veel water en er enkele verse tomaten in stukken gesneden bij doen. Plus een schepje tomatenpuree mag ook.

    Nu het vlees zachtjes laten sudderen. Dit duurt al gauw een uur en dertig minuten. Als het geen lamsvlees is maar vlees afkomstig is van een schaap dat reeds enkele keren opa of oma geweest is,.. dan is twee uur pruttelen zeker nodig.

    Nu de couscous zelf, het griesmeel.

    Zohara deed dat als volgt. Zij nam een kopje droge couscous per persoon. Volgens onze normen is dat veel te veel, maar van de overschot kan een zoete couscous, met boter en rozijnen, gemaakt worden voor de volgende dag. Dan deed ze de couscous in een grote, ruime kom, zo een kleine wastobbe en goot er een kommetje koud water over uit.

    Na enige tijd is dat water opgeslorpt en dan werd de couscous goed doorgeroerd tot alle korrels los kwamen. Weerbarstige brokjes wreef ze tussen haar, netjes gewassen handen, tot elk korreltje los was.

    Dan kwam het bovenstuk van de couscousière te voorschijn.

    Dat bovenstuk, in feite een zeef, werd dan op het onderstuk van de coucousière gezet waar het vlees stond in te sudderen. Tussen de randen stopte ze een oude keukendoek om de chapeau goed te doen aansluiten. Dat was zijn tulband zegde ze dan... Enfin, dat begreep ik toch!

    Dan ging de couscous in de zeef boven op de pot met het stovende en stomende vlees. Deksel er op en nu een tijdje wachten tot de stoom door de couscous opborrelde.

    De couscous ging er dan weer uit, naar de grote kom. Besprenkelen met wat koud water en alle korreltjes weer los wrijven. Ik kan jullie verzekeren dat je daar vuurvaste vingers voor nodig hebt....

    Dit stomen en losmaken moet tot drie maal toe gedaan worden. Elk korreltje is dan gestoomd en los van het andere. De laatste keer wordt er een klomp boter door de couscous gewerkt. Ja, boter, zibda... Maar alleen als ’t feest is! Vermits het bij ons alle dagen feest was, werd er ook elke keer boter gebruikt...

    De groenten !

    Die worden eerst gereinigd, geschild en dergelijke, en daarna in redelijk grote stukken gesneden en apart gaar gekookt, in gezouten water, dat is alles....

    De geweekte kikkererwten kunnen zowel samen met het vlees meegekookt worden of

    uit een blik genomen worden. Men kon op de markt reeds voorgeweekte of gaar gekookte kikkererwten kopen. Dat was nog altijd beter dan kikkererwten uit een blik of bokaal.

    Nog een bosje verse koriander fijnhakken en dan konden we beginnen met het opdienen. Het vlees was ondertussen ook wel gaar...

    De couscous, het griesmeel, werd dan op een grote ronde koperen schaal geschept op een hoge berg. Het vlees, één stuk per persoon, werd netjes op en rond de couscous geschikt en als versiering werden er enkele kleurige groenten naast gelegd.

    De gehakte koriander werd nu over de schotel gestrooid en de rest ervan ging in het overblijvende vleesnat. Dit stoofvocht van het vlees ging mee naar tafel in een grote kom, een soepterrine, en een beetje van deze soep werd apart gemengd met harissa.... dat was de “pil pil”, voor de amateurs.

    Deze pikante saus werd afzonderlijk opgediend. Ieder nam wat hem of haar beliefde.

    De gasten aan tafel nemen dan een berg couscous op hun bord, scheppen daar wat van het vleesnat over en nemen er enkele stukken groente bij. Dan een lepel in de rechterhand en een stuk vlees in de linkerhand en ...val aaaaan... !

    Niet te vergeten; eerst de handen wassen....!

    Een schepje pikante saus er over uitgeschept, dat pept de smaak natuurlijk op.

    Als drank, geen wijn, geen bier maar cola of Fanta, water kan natuurlijk ook. Koffie of thee, dat is voor nadien.

    Maar al snel hadden we begrepen dat een glas rode wijn ook perfect smaakt bij couscous...

    Couscous is evenals in Marokko een geliefd gerecht in Algerije, maar wordt normaal alleen bereid als er gasten komen of voor de "vrijdag". De dag dat men niet werkt en vijf keer per dag naar de moskee gaat om te bidden. (Voor mijn zielezaligheid?)

    Het woord, couscous is zowel het woord voor de deegwaar zelf als voor het afgewerkte gerecht dat samengesteld is uit gestoomde couscous, gekookte groenten en stukken vlees gestoofd in een geurige soep, of saus... zoals hierboven beschreven. Couscous, zoals wij het nu kennen gelijkt zeker en vast niet op het oorspronkelijke, het originele gerecht. Waarschijnlijk was gierst de eerste graansoort die couscous genoemd werd. Best mogelijk want gierst is nu nog steeds een basisvoedsel in Afrikaanse landen onder de Sahara. Later is couscous een soort deegwaar geworden die gemaakt werd door grof gemalen harde tarwe te bewerken samen met fijne bloem en een ietsje water. Deze bewerking was zeer tijdrovend en arbeidsintensief. De gezeefde grootste korrels worden samen met fijne bloem tussen de handen gerold door vrouwen tot er korreltjes ontstaan die men dan laat drogen in de zon. Als de korrels droog genoeg zijn worden ze gezeefd om verschillende korrelgroottes te verkrijgen. In de Mahgrebijnse winkels wordt couscous dan ook altijd aangeboden in de versies ; grof, middel of fijn...

    Dit zeven en opschudden van de korrels in grote zeven, zou een geluid gemaakt hebben dat omschreven wordt als kès kès... De stap naar het woord couscous is dan niet moeilijk meer.

    De couscous die wij nu kennen is fabrieksmatig gemaakt in dezelfde fabrieken die gewone pasta zoals spaghetti en macaroni fabriceren. De Cecco, bijvoorbeeld, die maakt tonnen couscous.... maar verkoopt ze vooral onder andere merknamen.

    De couscouskorrels zijn uiteraard het hoofdbestanddeel van het gerecht. De “garnering” kan nogal eens verschillen naargelang de plaats waar de couscous bereid wordt. Met kip, met lamsvlees, met vis, met merguezworstjes of met een combinatie van alle drie, “Couscous Royal” wordt het gerecht dan wel eens genoemd.

    Maar ik was eigenlijk aan het schrijven over de kwaliteiten van de grote Zohara als keukenhulp. Couscous bereiden kon ze als de beste. Ook twee soorten soep, een witte en een rode. Chorba! Chorba beida was een blanke soep en chorba ghar... (diepe keelklank) was een rode soep. Uiteraard met tomaten en lichtjes pikant.

    Ik heb haar eens getoond hoe wij aardappelkroketten maken.

    Aaah,   patata sferia.... repliceerde ze (Bolletjes aardappelen)

    Zij had voordien vermoedelijk bij een Franse familie gewerkt en had daar blijkbaar ook kroketten zien maken, of wie weet, zelf moeten doen.... want toen ik haar vroeg om verder te werken lukte het wonderwel goed.

    Een keer heeft zij iets heel speciaals gemaakt. Een recept dat ik nog nooit ergens gelezen had of waarvan ik ooit maar gehoord had. Ook niet in de Marokkaanse keuken.

    Zij maakte lamskoteletjes met suiker, alstublieft.....gekaramelliseerde lamskoteletjes.

    Neem mooie lamskoteletjes, met een beentje aan, en kruidt deze sterk met:

    kruidnagelpoeder, ofwel even enkele kruidnagels fijn stampen in een mortier....

    Kaneelpoeder, zwarte peper, zout en veel suiker...

    Om te bakken; boter, een luxeproduct aldaar.

    Nu, die koteletjes overdadig kruiden met het kruidenmengsel, bakken in veel boter in een grote braadpan, bestrooien met de suiker en lichtjes laten karamelliseren. Het vlees mag lichtjes “rosé” blijven als je de Europese trend wil volgen.

    Nadien heb ik het in België een paar maal geserveerd tijdens recepties maar met wisselend succes. Sommigen vinden het maar niks, anderen vinden het "zeer gedurfd"...!

    Zohara serveerde de koteletjes wel samen met een droog gestoomde couscous die afgewerkt was met boter, rozijntjes, stukjes dadel, zoute citroen, kaneel en "valse" saffraan... Daar passen die zoete koteletjes perfect bij...

    Over de kleine Zohara heb ik minder te verhalen, zij werkte bij mijn vrouw om bedden te dekken en dergelijke, kamermeid dus..... Soms kwam ze in de keuken, meestal om te helpen bij het aardappelen schillen of om de afwas te doen.

    04-07-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    03-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.7- Het dagelijkse leven

    Een ander evenement dat maar een keer voorgevallen is tijdens ons verblijf, was de grote "mechoui" die op een dag georganiseerd werd. Er werd hoog bezoek verwacht en de meest authentieke en gastvrije feestmaaltijd dat men dan kan voorzetten aan zijn gasten is een méchoui. Mechoui, betekent eenvoudigweg ; gebraden vlees. Een gebraad aan het spit!

     Hiervoor wordt een gans lam of schaap, naargelang de hoeveelheid verwachte bezoekers, aan een primitief spit, zijnde een dun boomstammetje, geregen en gebraden boven een houtskoolvuurtje.

    Het lam wordt speciaal voorbereid, de buik mag niet te ver opengesneden worden zodat er nadien nog verscheidene kruiden kunnen ingestopt worden zonder dat ze er uitvallen.

    Aan de staart moet nog een pluimpje wol blijven hangen en niet te vergeten, de kop moet aan het beest blijven.

    Dan wordt de buikholte gevuld met de lever, het hart en de niertjes, knoflookteentjes, grof zout, munt en diverse andere groene kruiden, wat er ook maar in de woestijn ter beschikking is. Met een paar fikse steken naait men de buikholte weer dicht.

    Nu wordt een lange, zelfs zeer lange, spitse paal in de lengte door het schaap gedreven zodat zeker aan weerskanten één meter van de paal er uit steekt. Dan wordt het schaap goed vast gemaakt met ijzerdraad, dat is de eenvoudigste en veiligste methode.

    Ondertussen hebben enkele enthousiaste medewerkers een groot houtvuur aangelegd en daarnaast een greppel gegraven van zo een dertig centimeter diep. Aan de beide uiteinden van de greppel wordt een soort driepoot gesjord ( zoals bij de scouts) waarop het spit kan rusten en draaien.

    Er wordt niet vergeten om eerst de staart van het schaap te snijden...

    Nu wordt er een klein beetje gloeiende houtkool in de greppel geschept en het schaap of lam erboven gehangen op de driepikkels. Om beurt gaan enige medewerkers nu draaien met de paal zodat het beestje zachtjes aan en regelmatig braadt boven de gloeiende kolen. Het wordt een langdurige proces, 4 tot 5 uur is de normale tijd om een heel lam te braden tot het doorbakken is. Wij Europeanen zouden het sneller kunnen beëindigen omdat lamsvlees voor ons nog een beetje rosé mag zijn. Niet voor de Noord-Afrikanen. Vlees moet "bien cuit" zijn.

     Nu de staart nog. Wel die dient als borsteltje. Er zit nog een pluisje wol aan de punt en dat wordt regelmatig in gesmolten boter met water en zout gedoopt en gebruikt als borsteltje om het lam tijdens het braden in te strijken.

    De man die het vuur regelt heeft een zeer belangrijke functie, hij moet er voor zorgen dat de hitte niet te hevig wordt, anders zou het lammetje of schaapje verbranden...

    Regelmatig wordt er dan een beetje gloeiende kolen met een schoffel onder het schaap bij geschept.

    Om beurten wordt door iedereen eens aan de paal gedraaid.

    In Algerije is er geen sprake van om tijdens deze voorbereidende werken bier of wijn te gaan drinken zoals dat hier zeker zou gebeuren om zo te ontaarden tot een zuipfestijn. Met een beetje geluk zet er iemand een pot thee boven een houtvuurtje...

     Indien men dreigt tijd te kort te komen om het schaapje te doorbraden, dan voert men het lam naar de lokale bakker en wordt het daar nog een tijdje in de bakkersoven verder gaar gemaakt.

     Nu nog het opdienen.

     Indien u ooit uitgenodigd wordt voor een Noord-Afrikaanse méchoui, pas dan op dat men jou niet aanduidt als sz eregast. De eer zal je dan te beurt vallen om het lekkerste stukje van het lam geoffreerd te krijgen... Nee, het zijn niet de testikels, maar het erestukje is het oog !

    Het lam wordt op een grote koperen schaal gelegd en naar de plaats gebracht waar er zal gegeten worden.

    Eerst voor iedereen, de handen wassen.

    Het oog wordt door de gastheer met de vingers uit de kop gehaald en aan de eregast gegeven, als deze het dan goedkeurend knikkend opgegeten heeft valt iedereen aan...

    Attaque ...!

    De repen vlees worden met de handen van het schaap gerukt en staande opgegeten. Nadien zet men zich wel bij aan tafels om wat rustiger aan, verder te eten en ook wat sla en warm, vers gebakken brood te gebruiken.

    Het feest stopt niet voordat er geen draadje vlees meer aan het karkas zit!

    Geen wijn of bier, wel cola of spuitwater...

     Veronderste nu dat je gasten zult krijgen maar waarvoor een heel schaap te veel is, dan kan je nog altijd naar de straathoek gaan waar het letterlijk elke dag braderij is van alleen de koppen van schapen of lammeren.

    Op een straathoek was zo een koppenbrader aan het werk... Eén keer ben ik er geweest. Boven een dikke laag zacht gloeiende houtskool waren twee dikke buizen in twee stevige muurtjes gemetseld en op die buizen lagen, mooi in het gelid, een hele resem schapenkoppen. Nooit heb ik er op gelet hoe lang het duurt vooraleer een kop voldoende lang gebraden is, maar de "bakker" was toch reeds vroeg bezig met het opzetten van zijn handeltje.

    Op een keer wilden we wel eens proberen of zo een kop ook eetbaar zou zijn!?

    Er was een nieuwe "directeur de chantier" aangekomen voor de werf . Hij logeerde eerst bij ons. Later woonde hij apart in een huis, ergens ten velde. Een Limburgse, traag sprekende, gezapige kerel. We zijn later nog heel lang bevriend geweest met zijn echtgenote die toen in Antwerpen woonde. Op mijn vraag of hij samen met mij "proefkonijn" wilde zijn, om zo een gebraden kop te proeven, ging hij dadelijk akkoord.

    Dus op een mooie middag ben ik naar de schapenkoppenverkoper gereden en heb me daar een gebraden schapenkop aangeschaft. Tien dinar koste het. Niet echt veel maar toch ook niet weinig, het was dezelfde prijs als voor een hele kilo vlees.

    De verkoper wou ook eerst weten of ik wel zeker was dat ik zo een kop wilde kopen.

    Hij wou de kop in stukken hakken met een soort zware bijl maar toen de kop in twee gekliefd was heb hem doen stoppen. De rest zou ik zelf wel verder doen. In de mondholte stak trouwens nog een prop hooi.... die heb ik eerst laten verwijderen en er verder niets over gezegd aan mijn tafelgenoot.

     Omdat het niet echt gemakkelijk is om met mes en vork zo een kop te eten, hebben we het maar met de handen gedaan. Een kom sla erbij en een homp vers brood, de fles rode wijn binnen handbereik!

    De hersentjes waren gelukkig goed gaar. Mijn kompaan was niet verzot op hersens, dus wie heeft ze wel opgegeten?..

    Maar de tong die was nog half rauw. Dat is normaal, het duurt minstens drie uur in kokende bouillon vooraleer, ook zo een klein tongetje, gaar is.  

     Alles bijeen genomen was het een geslaagde maaltijd en we zouden het zeker nog eens over doen maar het is er niet meer van gekomen tot nu enige weken geleden, toen heb ik hier thuis nog eens een schapenkop gebraden, gewoon in de oven, en samen met mijn neef hebben we de kop smakelijk verorberd. De tong had ik er op voorhand uit gehaald en apart gekookt.

     Dit doet er mij ook aan denken dat de broodvoorziening in het stadje prima in orde was. Overal in Algerije werd, toen toch nog, drie keer per dag brood gebakken... In Khenchela waren wel meerdere bakkers, maar we gingen altijd naar dezelfde, deze die het dichtst bij was, dat is logisch, toch?.

    's Morgens, reeds vrij vroeg, werden de eerste baguettes gebakken en konden dan, nog warm, meegenomen worden. Er stond altijd een rij kinderen bij de bakker aan te schuiven, ruziënd, duwend en trekkend, omdat ze het Britse "queuën" nog niet geleerd hadden. Tegen de middag was er weer vers brood en 's avonds om zeven uur was het de laatste "bak". ’s Namiddags als de bakker zijn oven aan het afkoelen was, kwamen de huwbare dochters aandraven met bakplaten vol ongebakken deegballetjes die in de nog warme oven tot koekjes werden gebakken. Gewoontes die duidelijk stammen uit de Franse periode, alhoewel er verschillende landen zijn waar deze manier om de restwarmte van een bakkersoven te gebruiken, in zwang zijn. Of de bakker een vergoeding vraagt voor dergelijk dienst, ik zou het niet weten, waarschijnlijk niet.

    Soms, ... omdat de bakker zich verslapen had - bakte Zohara een soort keihard brood, galette, genoemd. Galette was gemaakt van fijn griesmeel gemengd met fris water en gist. Maar het deeg was zo vast dat de gist niet erg veel effect had. Een galette bleef een keihard brood. (Maar onbederfelijk voedsel in de woestijn...)

    Dergelijke platte koek, van een centimeter dik, bakte Zohara in een aardwerken schaal op een gasvuur met grote, zachte vlam. Ter vervanging van een houtskoolvuurtje waarschijnlijk. Het bakken van de galette gebeurde ook altijd buiten... Waarom? Misschien omdat het zo in de woestijn ook gedaan wordt. Of wegens de rookontwikkeling, maar de keuken was uitgerust met een goede dampkap... maar zoiets kenden die mensen destijds natuurlijk niet. Soms bakte Zohara iets gelijkaardigs, maar gemaakt van gewone witte bloem. Dergelijke koeken waren al een ietsje zachter maar bleven toch naar onze normen, bijna oneetbaar taai of hard!

     Tijdens de ramadan was het de periode dat de markt en de winkels voedingswaren in overvloed hadden. Vooral het snoepgoed was sterk vertegenwoordigd. In alle straten stonden stalletjes die er anders niet waren, waar allerlei zoetigheid uitgestald lag. Zalabia, baklava, cornes de gazelle, gevulde dadels, vijgenballetjes, dat zijn enkele van de zoetigheden die ik mij nog herinner.

    Maar ook de andere handelaars die grondstoffen voor de voeding verkochten hadden plotseling een veel groter assortiment dan tijdens de andere dagen. Dat was een goede periode om de schapraai eens goed aan te vullen. Voor mij was het een goedkope periode want het personeel moest niet gevoed worden... Daarenboven betrouwden de twee Zohara's mijn keuken niet erg.... Elke keer wilden ze weten of er geen bier, of andere alcoholische drank in de gerechten verwerkt was? Voor hun kookte ik soms apart... niet voortvertellen, maar dikwijls groente of vlees dat de gewone gasten zeker niet zouden op prijs zouden stellen of wat ik hun niet durfde voorzetten, zoals bijvoorbeeld ingewanden.

    Op een mooie keer waren we verwittigd dat er ergens "ten velde" een everzwijn geschoten was. Die beesten vernielden de graanvelden en werden daarom afgeschoten maar ze werden niet gegeten. We mochten het dier gaan halen want geen in Allah gelovende Algerijn die ook maar aan het beest zou raken. We hadden een Volkwagen busje en een paar medewerkers zijn toen het everzwijn gaan ophalen. Waar het geschoten was weet ik niet maar het was niet erg ver weg, want de ploeg was snel terug, met everzwijn!

    Alle Belgen waren heel tevreden omdat er nu eindelijk eens een ander soort vlees op tafel kon komen maar paniek brak uit bij de keukenmeiden... Ik vreesde zelfs dat ze zouden weg gaan... Weer hetzelfde, gedurende een week durfden ze niet te eten bij ons... omdat er misschien toch maar één varkenshaartje tussen hun tanden zou kunnen terecht komen...

    Grappig was ook dat de Volkswagen bus ook diende om op donkere avonden de vrouwen naar huis te voeren! Ze durfden dan niet zo goed te voet langs de onverlichte straten lopen... Begrijpelijk, er is op dat punt nog steeds niet veel veranderd, in tegendeel....

    Maar toen ze wisten dat het everzwijn in hetzelfde busje vervoerd geweest was als datgene dat als taxi diende voor hen... Uren hebben ze geschrobd om de auto van alle everzwijnsporen te ontdoen. Binnen, buiten, met Javel, en emmers water om de bus toch maar grondig te ontsmetten...

    Pittig detail! In vele Arabische of Moslimlanden is het verboden om als vreemdeling een lokale vrouw of vrouwen in je auto te hebben! In sommige landen staan daar strenge straffen op. Hoe het in Algerije was weet ik niet want er waren twee personen waaronder ikzelf, die van de politie een bewijs gekregen hadden dat we autochtone vrouwen in de auto mochten hebben. We hadden nooit last van de politieagenten want die kenden ons wel. Maar zo waren we ook veilig in andere dorpen of steden.

    Kerstmis was in aantocht en dat leverde weeral een grappige situatie op. De gasten zouden graag kalkoen eten met kerstmis! We waren toen enkele dagen voor Kerstmis en iedereen verwachte dat er kalkoen op het menu zou staan. Nu was dat in een land als Algerije niet zo evident.

    Ikzelf had wel drie levende kalkoenen in een hok zitten, die als opruimdienst fungeerden. Kalkoenen eten alles, zeker groenteafval, maar die beestjes waren nog iets te klein voor de pot of de oven.

    We zouden naar de markt gaan in Batna, een stad een honderdtal kilometer zuidwaarts, om eens te kijken wat daar op de markt zoal te vinden was. We dachten toen nog niet eens aan kalkoenen. Wandelend over de markt, wat zien we daar? Tientallen levende kalkoenen in een geïmproviseerde ren, met de verkoper er midden in. Dus toch kalkoen met kerstmis! Ik kies er de twee dikste uit, we spreken de prijs af. Kalkoenen zijn duur nietwaar, zeldzaam in Algerije, ja, ja…!!

    Dus probleem opgelost... maar hoe raak ik met twee levende kalkoenen naar huis ? Honderd kilometer over de bergen met twee rondfladderende kalkoenen in de auto? De verkoper stelt mij voor om de dieren ter plekke te slachten en dan kan ik ze gemakkelijk meenemen. Goed idee dat moet ik dan weeral niet zelf doen. Meer nog! De verkoper zegde; ga verder uw boodschappen doen en tegen dat jullie terug hier zijn, zullen de kalkoenen geslacht zijn en gepluimd ! In de prijs begrepen. Gratis service!

    Mij goed, dat was een heel gemakkelijke regeling. We gaan dus verder inkopen doen; enkele camembertkazen, die waren daar ook verkrijgbaar en nog wat dranken, cognac en een paar flessen champieper, omdat kerstmis in aantocht was, en zo verder… Kaarsen voor de kerstboom en wat linten en andere parafernalia ter versiering...

    Mij restte nu nog om de kalkoenen op te halen. De verkoper stond glimlachend te wachten met twee schriele beestjes, in elke hand één, niet veel groter dan een kip…

    Ja, dat waren absoluut de kalkoenen die ik gekozen had, durfde ik ook maar te twijfelen aan zijn eerlijkheid, kalkoen ziet er groot uit maar eens gepluimd blijft er niet veel van over, enzovoorts. Veel kon ik niet inbrengen, er was geen bewijs mogelijk dat hij mij mooi aan het afzetten was !

    Uiteindelijk heeft de kalkoen toch gesmaakt maar de porties mochten een iets groter geweest zijn.

    03-07-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    02-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.8 - Toerisme in Algerije

    Een kerstfeest zonder kerstboom, dat is geen kerstmis. Na lang zoeken hebben in de buurt van de fabriek een kromgegroeide, knoestige den gevonden. Dennen groeien niet zo goed in woestijnzand, daardoor was het was de enige "kerstboom" die in een straal van twintig kilometer te vinden was.

    Het omhakken van een boom werd streng bestraft door de wet. Groen en vooral bomen, waren in die buurt een zeldzaam verschijnsel. Als dieven zijn we 's nachts het boompje gaan omhakken met de keukenbijl.

    Mooi was de boom met zijn kromme stam niet, maar getooid met de linten uit de merceriewinkel, de kaarsjes, en enkele knalrood geverfde gloeilampen was het de mooiste kerstboom van heel Algerije..

    Of we ook "Stille nacht, heilige nacht" gezongen hebben herinner ik mij niet meer.

    Maar de champagne was lekker...

     Om de drie maanden mochten we naar België voor twee weken, of iets dergelijks, in ieder geval voor een kort verlof. We kregen van de firma de nodige vliegtuigtickets aangeboden in toeristklasse, die we dan in het bureau van Air Algérie, mits bijbetaling, omwisselden voor businessclass tickets...

    Dan vloog je tenminste een beetje comfortabel en, we werkten er toch voor...!

    In België was het dan natuurlijk tot vervelens toe op familiebezoek gaan en alle belevenissen weer eens in geuren en kleuren gaan vertellen... Tijdens een van die tussendoorse pauzes heeft Lief er van geprofiteerd om in België een operatie aan de aders in haar benen te laten uitvoeren. Alles was voordien reeds tot in de puntjes gepland! De periode dat we in België waren was juist lang genoeg voor de operatie maar het gevolg was wel dat Lief bij de terugkeer naar Algerije zich niet al te vlot meer kon verplaatsen. Toch mocht ze terug keren want als nazorg moest ze zoveel mogelijk in beweging blijven. Waarschijnlijk om de bloedsomloop te stimuleren en om flebitis te voorkomen. Ze kon wel moeizaam gaan, maar zich haasten en spoeden, dat was er niet bij. In de luchthaven van Alger moesten we een tweede vlucht nemen naar Constantine. Een stad op 180 kilometer ten Noorden van Khenchela. Daar stond dan een wagen van de firma, met bevriende chauffeur natuurlijk, ons op te wachten om daarna samen terug naar "huis" te rijden. Openbaar vervoer was er niet, misschien één keer per dag een bus, ik weet het niet, we hebben er in ieder geval nooit gebruik van gemaakt.

    De luchthaven van Algiers was een grote internationale luchthaven een waar kruispunt voor veel luchtvaartmaatschappijen waar je alle stammen van gans Afrika zag passeren maar de infrastructuur was redelijk primitief. Daarom moesten de passagiers te voet naar het vliegtuig wandelen... Die keer dat we terugkeerden toen Lief haar benen volledig ingezwachteld waren raakten we zo achter op de andere passagiers, tot er toch een buschauffeur was die zo'n compassie kreeg met die kreupele vrouw dat hij met zijn lege bus ons is komen oppikken en ons aan de trap van vliegtuig afgezet heeft, als dat een service is!?

    De operatie aan Lief haar benen werd uitgevoerd kort voor de kerstperiode. Tijdens diezelfde kerstperiode zijn er een drietal vrienden op bezoek gekomen. Het was toen we de petieterige kalkoenen gekocht hebben en we een kerstboom illegaal zijn gaan omhakken.

    Zijzelf hebben enkele uitstapjes gemaakt naar gekende toeristische plaatsen, en er zijn er heel wat in Algerije. Voor de rest van de wereld totaal onbekend maar absoluut de moeite waard om te bezoeken. Ik denk nu aan de Romeinse stad Timgad die gebouwd werd door keizer Trajanus in de eerste eeuw n. Chr. en die in 1982 toegevoegd werd aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Een andere bezienswaardigheid was Hamman Meskoutin. Een warmwaterbron die in de loop der tijden een zeer veelkleurige versteende waterval gevormd heeft door de afzetting van diverse lagen kalk afkomstig uit het hete bronwater. De lokale attractie bestond er in om eieren hard te koken in het opborrelende naar zwavel ruikende, kokende water. De eieren kon je per plekke kopen van vrouwtjes die daarmee rijkelijk hun brood verdienden... De site lag dan ook vol eierschalen!

     Woensdag was onze vrije dag en zo konden we samen met de drie vrienden een tochtje maken naar de Sahara, toch tot enkele tientallen kilometer diep er in want de Sahara is een ietsje groter dan mijn achtertuintje...! We reden toen met de Volkswagen bus... Met vijf personen in een Peugeootje of Renaultje bij grote hitte, dat is niet aangenaam. We hadden een "design" plooistoeltje meegenomen in geval we ergens zouden uitstappen... want Lief kon niet goed stappen met haar ingezwachtelde benen... zeker niet in het losse zand... ! Daarvoor moest de stoel dienen, zo kon ze zich neerzetten als het nodig was... en er was plaats genoeg in de bus om de stoel mee te zeulen. ..

    Zo is ook die "cultfoto" ontstaan van mij, zittende op een chic stoeltje midden in de Sahara. Wel zijn er bepaalde personen die beweren dat de foto genomen is op het strand van Blankenberge.... De foto is door de ouderdom nogal van een belabberde kwaliteit. Zeker omdat de foto gescand werd van de vergeelde originele foto op papier... !

     Tijdens die uitstap vond ik ook een vruchtje, gelijkend op een kleine meloen, ook de stengel en bladeren deden me denken aan meloen... Toen wist ik niet welke plant het was en daarom had ik een vrucht meegenomen om er meer info over te verkrijgen bij de inwoners van Khenchela.

    Mohammed, de "gardien" van het vroegere huis was nog altijd in dienst en hij wist mij te zeggen dat de vrucht "trés bon, spécial pour les hommes" gebruikt wordt...

    Vandaag weet ik dat het over een "kolokwint" gaat. Een vrij giftig plantje dat vroeger nogal toegepast werd in de kruidengeneeskunde maar waarvan nu, toch in Nederland, het gebruik verboden is... Of het ooit toegepast werd, "pour les hommes", ik weet het niet, maar misschien is het een nieuwe toepassing... Ikzelf heb er voorzichtigheidshalve geen experimenten mee uitgevoerd.

     Tijdens dezelfde periode hebben we ook een uitstapje gemaakt naar een nabijgelegen barietmijn. In de industrie wordt dit bariet omgezet tot bariumsulfaat en dit bariumsulfaat wordt in de aardolie-industrie gebruikt als oppervlakte-actieve stof; het verhoogt de dichtheid van de boorvloeistof bij het boren naar petroleum. Op de barietktistallen was dikwijls een laagje azuriet te vinden, een mooi donkerblauw mineraal... Dus mooie verzamelstukken.

    Om die barietmijn te bereiken moet men door een smalle holle weg rijden. Die baan was dwars door een oude begraafplaats gegraven... Daardoor stak er uit de zijwanden van de weg allerlei knoken, schedels en andere vergane menselijke beenderen, die door de regen uit de klei los gespoeld werden....

    Op de terugweg naar huis bekent een van de gastpassagiers dat ze, want het was een zij, een menselijke schedel meegepikt heeft die daar blijkbaar langs de weg lag...

     Behalve dat de diefstal, of was het grafschennis, een oneerbiedige daad is ten opzichte van de overledene was er verder eigenlijk geen kwaad geschied. Hou oud die begraafplaats was, dat weet ik niet en ik heb het nadien ook niet aan iemand gevraagd om zo zeker geen moeilijke vragen te moeten beantwoorden. Het uitgraven van die weg was door de overheid gedaan, dus...!

     De schedel werd op een kast gezet in het restaurant, twee bierflesjes getooid met een kaars er naast, en zo heeft die schedel daar wel enige tijd gestaan.

    Tijdens de Nieuwjaarsfuif heeft de schedel nog dienst gedaan als danspartner... Een deken over zijn kop en er was een extra danspartner...!

    Na twee weken was iedereen vergeten dat die schedel daar stond te grijnzen op de kast.

     Op een keer verwittigt men mij dat er een minister of iets dergelijks op bezoek zou komen naar de werf, gewoonlijk, "de chantier" genoemd, en of het mogelijk zou zijn om die delegatie bij "ons" te ontvangen en de minister met zijn gevolg een behoorlijke maaltijd voor te schotelen.

    Zo geschiede ook.... De hoge gast en zijn gevolg, begeleid door een politie-escorte, kwam aan rond het middaguur. Wat ik hun voorgezet heb weet ik niet meer, waarschijnlijk wel de "plat du jour", maar van een ietsje betere kwaliteit dan gewoonlijk. De minister heeft na de maaltijd nog beaamd dat hij goed gegeten had en is begeleid door dezelfde politie-escorte terug weg gereden.

     De volgende dag kwam een politieauto de compound binnen gereden, zonder loeiende sirenes maar toch met veel gedruis. Er kwamen vier politieagenten uit gestapt, liepen kordaat het restaurant binnen, stapten recht naar de schedel en zonder commentaar of verklaring namen zij de schedel mee. De volgende dag kreeg ik een bericht dat ik mij bij de politiecommissaris moest melden...

    Dit was de eerste keer, dat ik moest komen, normaal als de politie mij wilde zien, kwamen ze zelf maar ik voelde de bui wel hangen...

     Nu bleek de minister tijdens de maaltijd de schedel bemerkt te hebben die op de kast stond in het restaurant en de minister zou daarover een opmerking gemaakt hebben. (terecht misschien?)

     Nu wilde de commissaris weten van waar die schedel kwam, wat die schedel daar deed, van wie die schedel was, enzovoort... De volledige uitleg.

    Ik heb de commissaris toen ten stelligste verzekerd dat ik niet wist van wie die schedel was.... maar hij bedoelde van wie in ons huis die schedel was? De eigenaar? Iedereen had zijn schedel blijkbaar nog... voor zover ik wist... Toen het verhoor dreigde uit de hand te lopen heb ik tenslotte gelogen dat die schedel gekocht was van een onbekend herdertje,... door een logé die reeds vertrokken was, dat de gast daar tien dinar voor betaald had... daar tegen kon mijnheer de "commissaire" niet veel inbrengen. Wel vond hij het erg oneerbiedig om met de overledenen te spotten...

    't Is waar, mijnheer de polies...!

     De commissaris begon toen mijn verklaring op een ouderwetse schrijfmachine uit te tikken... Drie vellen papier met carbon werden tussen de rollen van de machine gedraaid en met twee vingertjes tikkend... Ik heb hem het rapport drie keer laten herschrijven omdat ik (zogezegd) nooit akkoord kon gaan met hetgeen hij geschreven had... Vooral de zin dat de schedel in de zaal stond, "pour embellir la salle"... dat heb ik echt waar, nooit gezegd...! (Om de zaal te versieren.)

    In ieder geval, de schedel werd in beslag genomen en dat bleef ook zo.

    02-07-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    01-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.9 - Het einde

    Wanneer en waarom de sfeer na een hele tijd begon te veranderen kan ik mij niet juist meer herinneren. Maar het begon uit de hand te lopen toen een groep West-Vlaamse monteurs kwam logeren voor lange tijd. Ze waren met een twaalftal personen en werkten voor een Kortrijks constructiebedrijf. Hun objectief was om op zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk uren te werken, want ze werkten voor een uurloon, om op die manier zo veel mogelijk te verdienen.

     Dat ging enkele weken goed, zonder moeilijkheden maar de jongens werden stilaan overspannen. Er was bij de firma in Khenchela geen enkele verstrooiing te vinden voor iemand die geen initiatiefnemende job had, er was geen uitgaansleven, geen cafés, geen TV, wel een videospeler met "tapes" die iedereen al vijf keer gezien had, elke avond kaart spelen verveelt ook na een tijd, maar vooral, de mannen misten hun vrouw... Hun vrouw zat thuis (hopelijk) te wachten op hun terugkeer, en er was geen enkele vorm van contact mogelijk. Er was ook geen telefoon, geen enkele andere communicatiemogelijkheid. Brieven misschien, maar die bleven twee weken onderweg.

     Het gevolg daarvan was de mannen hun frustraties begonnen uit te werken, in het begin onder mekaar... alle dagen was er wel een hoog oplopende ruzie, zelfs vechtpartijen, voor een onnozele futiliteit en tenslotte begonnen ze mij en Lief ook het leven zuur te maken... Ze werkten gemiddeld tien uur per dag, met het blote bovenlijf in de brandende zon en zonnecrème hadden ze niet nodig... De effecten van een zonneslag lieten niet lang op zich wachten natuurlijk en ze hadden nog meer klachten allerhande, ondermeer vonden ze het eten niet meer te "vreten", altijd maar schaap, en zo meer... Toen er ook nog een was die het nodig vond om mij 's nachts aan te vallen, was de maat vol.

     Nu, op het ogenblik dat ik dit neerschrijf, weet ik uit ervaring dat het beter is om de minder mooie momenten uit je eigen leven zo snel mogelijk te vergeten, en alleen het mooie en het aangename te onthouden. Ik denk dat elke normale persoon dat zelfs spontaan doet.

     We waren exact een jaar en een dag in Algerije geweest, het was er voor het grootste deel zeer aangenaam geweest, boeiend, uitdagend, maar in een zielige kleingeestige sfeer verder doen, trok ons absoluut geen van beide erg aan.

    Toen bovendien ook de firma liet blijken dat ze niet van plan waren om ons steun te verlenen was de beslissing snel genomen...!

     Andere en betere!

     We waren aan een avontuurlijk leven begonnen en we zouden verder gaan in die richting... Geen plaats voor kleinzielig gezeik!

     We zijn zelfs nog zo vriendelijk geweest om te wachten tot er opvolgers kwamen voor ons. Dat ging vrij vlug, een week of zo wat... zo lang konden we wel stand houden. (We waren ook wel verplicht om te wachten tot de firma ons de vliegtuigtickets gaf...!)

     Nadien zijn we nog een paar keer bij de firma langs geweest in Lauwe om een en ander te regelen en uit te klaren, waar ze na enkele maanden bekenden dat ze nog van plan geweest zijn om ons terug te vragen... Iets wat we het toch niet zouden gedaan hebben....

     De volgende stap was om een nieuwe job, een nieuwe uitdaging te vinden, wat vrij snel gelukt is.

    Ongeveer een jaar later waren we in Korea.... en dat werd dan werkelijk de grote belevenis, een totale verandering. Ik ben zelfs veranderd van beroep!

     Dat is stof voor een volgend verhaal.

     

    01-07-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    15-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Korea, hoe het begon!

    Korea

     Deze foto is de enige foto die toegevoegd is bij de volgende 73 pagina's. Lief en ikzelf in onze goede tijd...! De foto is genomen ergens in Korea... ik weet niet meer waar!

    Merkwaardig is dat Lief hier geen hoed draagt! Doorgaans was zij bekend als "The lady with the red hat".

     Het oorspronkelijke Koreaanse schiereiland werd in 1948 opgedeeld in twee onafhankelijke staten; de Republiek Korea, Zuid-Korea en de Democratische Volksrepubliek Korea, Noord-Korea. Beide landen verkeren officieel nog steeds in staat van oorlog, alhoewel er door Zuid-Korea pogingen ondernomen worden tot een hereniging.

     Wij verbleven vanzelfsprekend in Zuid-Korea. Toen was het zelfs niet mogelijk om als westerling Noord-Korea binnen te komen! Verder zal ik gemakshalve, kortweg, het woord, "Korea" gebruiken zonder meer, waarmee ik dan Zuid-Korea bedoel!

     Deze herinneringen aan ons verblijf in Korea zijn geschreven, ongeveer 32 tot 36 jaar na de feiten. Daarom ontstaan regelmatig gaten in de chronologie van het verhaal waar ik dan omheen draai door omschrijvingen te gebruiken zoals "zoiets als" of "lang geleden".

     Ons verblijf begon in de loop van 1979 of 1980, hier zit reeds het eerste gat in mijn geheugen, en duurde tot 1984. In het totaal toch vier jaar. We hebben ginds in twee verschillende steden gewoond, hebben kennis gemaakt met fantastische mensen en hebben prachtige ervaringen opgedaan. Vooral twee missionarissen spelen in dit verhaal een belangrijke rol. (Alhoewel ze geen van beide er in geslaagd zijn om ons te bekeren.)

     Vermits het verslag niet chronologisch verloopt zal ik in aparte stukjes herinneringen ophalen naargelang het onderwerp. Zo zal het, aangezien ik oorspronkelijk kok was, uiteraard nogal dikwijls over voeding en eten gaan en vanzelfsprekend ook over feest vieren. Maar het zal vooral gaan over het leven in dat land, over de kennissen, de vrienden, en ook over Lief, mijn echtgenote, die jammer genoeg sinds 2012 overleden is. Ook voor haar was het verblijf in Korea een uitzonderlijk boeiende ervaring.

     Hoe het begon

     Ons vorige verblijf in Algerije had exact één jaar, plus een dag, geduurd. Het was nu begin 1979 en we stonden terug in het koude en vochtige België.

    Na onze terugkeer was de volgende stap een nieuwe job - een nieuwe uitdaging - vinden, wat vrij snel gelukt is. Ongeveer een jaar later zijn we via die nieuwe betrekking in Korea beland. Dat werd dan werkelijk de grote ervaring, een totale verandering. Ik ben daarvoor compleet veranderd van beroep!

    De eerste zaken die nu moesten georganiseerd worden was het vinden van een woonst, een vervoermiddel en het belangrijkste, een nieuwe job!

    Logeren kon wel voor een tijdje bij één van de twee respectievelijke moeders of schoonmoeders maar zoiets mag niet te lang duren. Maar voor eventjes kan het wel en dat was ook vlug opgelost.

     Een tweedehands auto was ook snel gevonden. Reeds jaren hadden we een goede relatie met garage "Van Looy" in Lier. Toen een Alfa Romeo-garage. Door allerlei omstandigheden was garage "Van Looy" onze "huisgarage" geworden. Lief, mijn vrouw, had nooit een andere garage gekend en zij was er vriend aan huis. !

    Fons en Maurice waren toen de "bazen" en de aankoop van een auto ging ongeveer als volgt:

     - Maurice welke auto heb je staan? Zo iets dat past voor mij!

    - Hij wees een kleine Daihatsu aan... Dat is nog een goeie!...

    - OK, pak maar in. Wanneer kan ik er mee vertrekken?

    En voila, auto was gekocht...

     Maar er lonkte nog iets anders!

    Tijdens ons verblijf in Algerije hadden we kennis gemaakt met Chris, de werfleider van een Belgische constructiefirma. Toevallig was deze werfleider ook de chef van de bende die ons ginds het leven zo zuur maakte dat we er vertrokken maar hij zelf was een vriendelijke kerel. Alleen had hij wat moeite om zijn meute in toom te houden. Hij werkte in België voor de Kortrijkse firma die ook het prefabgebouw geleverd had waarin we in Algerije verbleven. Hij vertelde ons dat zijn firma bezig was met het fabriceren van "mobilhomes" of "motorhome's", want er bestond nogal wat onenigheid over de benaming van dat soort voertuigen. Er zouden reeds een drietal prototypes klaar zijn of toch bijna.

    Deze informatie had ik in mijn oren geknoopt en volgens de gekregen inlichtingen zouden deze prototypes verkocht worden aan zeer redelijke prijzen. Dat zou in één keer twee problemen oplossen. En een woonst, en een voertuig tegelijk.

    Het autootje dat reeds gekocht was mocht ik gelijk wanneer terug naar de garage brengen, dat was dus geen probleem.

     De mobilhomes die, de nu niet meer bestaande Kortrijkse firma bouwde, bleken echte juweeltjes te zijn. We hadden wel een redelijk centje verdiend in Algerije en we hebben ons toen een dergelijke luxueuze mobilhome aangeschaft; een prototype, custom made, zoals men dat noemt. Een jaloerse vriendin van Lief wist op te merken: ’t is precies een bordeel... Zo zag het huis op wielen er inderdaad binnenin ook wel uit, de wanden volledig bekleed met groen fluweel en verder alles in voltapijt. Alle nodige comfort was aan boord, airconditioning, zelfs een centrale stofzuiger. Alleen was er geen open haard...

     Het woongedeelte was gemonteerd op een chassis van een Volkswagen LT 35. Dubbele achterwielen, zes (trage) versnellingen en een 2500 cc zescilinder dieselmotor, 110 per uur, 3,5 ton. 't Was wel een bom op wielen. Onder de wagen waren drie tanks gemonteerd met vijfenzeventig liter diesel, vijftig liter benzine voor de 220 volt generator en een tank met LPG voor de verwarming, het gasvuur en de koelkast. Ook nog een set extra batterijen, maar die konden normaal gesproken niet ontploffen!

     Met die mobilhome hebben we reuzetijden beleefd...

    Jonge neefjes of nichtjes meenemen op uitstap was altijd een feest. De flikken lieten ons soms stoppen, zo maar om eens binnen te kunnen kijken. Ooit ben ik er in geslaagd om een agent een pint aan te bieden. Maar zijn maat mocht het niet weten... Ssttt...

    In Antwerpen kwam zelfs de vuilkar langs om het vuilnis op te halen toen we op de Vlaamse Kaai stonden. In Huy heb ik een kippenkraam (bijna) omvergereden en de postbode bracht er brieven geadresseerd aan : les gens du mobilhome en face de la poste à Huy!….

    Echt waar!…

     Later tijdens ons verblijf in Korea werd de mobilhome gestald in garage Van Looy. De garagisten gingen dan met de mobilhome op braderijen en ander feestelijkheden staan om hun eventuele klanten te ontvangen. Zo konden ze frisse pintjes of jenevertjes aan de klanten aanbieden en hun gasten op een comfortabele manier ontvangen. En ze onderhielden in ruil de machine (gratis) op en top… Zo konden we nadien elke keer, tijdens een latere korte vakantieperiode, in een perfect onderhouden en startensklare mobilhome stappen bij een tussentijdse terugkeer uit Korea…

    En zo hadden we nu ook onze woonst en vervoermiddel tegelijkertijd.

     Nu nog werk vinden, want na het betalen van de mobilhome was de kas bijna leeg. Maar onze respectievelijke moeders staken ons af en toe wel eens een hapje brood toe.

     Mijn jongste zuster werkte op dat ogenblik in het toenmalige Crest-hotel. Het gebouw is nog altijd te zien langs de Antwerpse ring. Nu heet het wel Crowne Plaza Antwerp. Zij deed er een eenvoudige keukenjob om wat centjes bij te verdienen maar ze was het werk beu. Ik mocht onmiddellijk haar job overnemen. Het bracht maar weinig op, maar ik was aan het werk en na een overleg met de personeelschef bleef ik er werken met de bedoeling om via hun zusterhotels de wijde wereld in te trekken, op de internationale toer.

    Een van de weinige dingen die ik mij nog herinner uit die korte periode was dat de Hollandse keukenchef Peter de Grote heette en dat hij graag "Poulet grande merde" klaarmaakte... en vooral het oersaaie, fantasieloze werk! Maar ja, de Crest-hotels zouden mij de wereld insturen!

    Op een mooie dag, want deze dag werd later aanzien als een heuse mooie dag, kreeg ik een krant toegestopt door een collega-kok, met op de laatste bladzijde een paginagrote advertentie van de Antwerpse firma "Bell Telephone". De firma zocht techniekers om naar Korea te gaan.

    Om het kort te houden: ik ben met die Gazet van Antwerpen naar Bell Telephone gestapt, de advertentie getoond aan de dame achter de balie, en een goed half jaar later waren we in Korea!

     De paginagrote advertentie toonde een foto van een deftig uitgedoste jongeman in maatpak met een aktetas aan de hand met daaronder de tekst: "Ik ga naar Korea voor Bell Telephone". Later hoorde ik dat hij Luc Seghers heette. In kleine lettertjes, onderaan de advertentie stond ook te lezen dat je een A2-diploma elektronica of aanverwante nodig had, dat de firma een opleiding zou geven en dat je verondersteld werd te willen werken in het buitenland, in dit geval Korea!

     Ondanks dat ik dit diploma niet had, kon ik toch aangenomen worden op voorwaarde dat ik een test zou afleggen over mijn kennis van de elektronica. Nu was "prutsen" met elektronische circuits altijd mijn hobby geweest. In Algerije had ik uit deze kennis al dikwijls mijn voordeel kunnen halen. Veel toestellen, radiootjes of schakelingen - die nooit gewerkt hebben - had ik ooit wel eens gebouwd, zo wist ik toch wel vrij goed wat er binnen in zo een elektronisch circuit gebeurde.

    De af te leggen test was doodsimpel en ik werd aangenomen. Een dokterscontrole, nog enkele andere toetsen over vreemde talen en een IQ-test kwamen er bij. Het resultaat van deze laatste test heb ik nooit geweten. Misschien best zo! Nog een verdere screening in verband met motivatie, enzovoort. en ik mocht op 1 augustus 1979 bij de firma beginnen.

     Het beginnen bij de firma hield in dat we een opleiding zouden krijgen. Deze lessen werden gegeven door leraars van de firma zelf in hun eigen leslokalen.

    Er waren ongeveer zestien kandidaten meen ik mij te herinneren. De opleiding moest leiden tot het kunnen in werking houden en eventueel terug in dienst stellen van een computergestuurde telefooncentrale. Toen nog iets vrij nieuw in de telefoniewereld! Uiteindelijk zouden de besten van de groep ook de "software" mogen leren en de andere werden ingezet om de "hardware" op poten te zetten en in dienst te houden.

     Het verschil met keukenwerk kon echt niet groter zijn.

     De opleiding

     De opleiding werd gegeven in klaslokalen gelegen langs de Antwerpse Amerikalei. De leraar was en reus van een kerel van meer dan twee meter en hij had lange blonde bakkebaarden. Zijn naam was Boudewijn. 't Ging er in de klas helemaal aan toe zoals vroeger. Niet te laat komen, twee per twee aan een bank zitten, geen flauwe kul vertellen en met twee woorden spreken.

    Boudewijn was een strenge leraar. Straf schrijven was er niet bij. Af en toe een test en wie het niet goed gedaan had kreeg een uitbrander van jewelste! Of we dachten dat de firma ons daarvoor betaalde???

     Voor mij was alles nieuw. Ik had nooit elektronica geleerd op schoolse wijze en moest plotseling een elektronenstroom proberen te volgen op een schema. Ik begreep het wel maar nogal traag en om heel eerlijk te zijn; ik had er veel moeite mee. 's Avonds in de mobilhome, waarmee we toen op de Vlaamse kaai in Antwerpen stonden, op tien minuten wandelafstand van de klaslokalen, werd het dan telkens weer ijverig studeren en proberen te begrijpen wat we die dag geleerd hadden.

    De opleiding voor het "hardware"-gedeelte heeft twee maanden geduurd en aan het einde van de lessenreeks zouden we een praktijkoefening doen in Hoei. Huy en Français...

     In Hoei was een telefooncentrale in aanbouw en zo konden we kijken hoe het systeem werkte "in het echt". Omdat Huy meer dan honderd kilometer verwijderd ligt van Antwerpen zouden we logeren in een hotel in Luik. Telkenmale een treinreis van een half uur 's morgens en 's avonds nog eens. Ik besliste toen om er gewoon met de mobilhome naar toe te rijden!

    Zo hebben we verschillende weken in Hoei gestaan, ergens op een pleintje vlak tegenover de post. Tijdens de weekends reden we terug naar beter bekende oorden.

     Ik voelde wel aan de reacties van Boudewijn dat hij mijn kennis niet al te hoog inschatte. Waarschijnlijk had hij zelfs gelijk! Maar...

    Daar in Hoei veranderde plotseling alles. Nu was de telefooncentrale geen getekend schema meer op een blad papier maar een reële machine waar je kon aan prutsen, die je kon vastnemen, er mee spelen en er aan knoeien. Dat opende een heel ander perspectief en terwijl de meesten er nu met hun mond vol tanden stonden bij te kijken als een koe naar een trein was ik al vrolijk bezig met draden aan te sluiten, de gepaste weerstanden en condensatoren vast te solderen op de plaatsen waar het nodig was, en toen de eerste tuuut, tuuut, uit de kast kwam, barstte een spontaan applaus los.

     Door deze aanpak steeg ik enorm in Boudewijn zijn achting en mocht ik na de hardware-opleiding mee naar de "software". We zouden er tot "programmeur" opgeleid worden. Nogmaals een drietal maanden software studeren. Nu zal ik niet proberen om uit te leggen wat "programmeren" betekent want dat kon ik toen niet en dat kan ik nu nog altijd niet.

     Toch een poging; software is een kunstmatige intelligentie, zijnde een programma, dat door een "programmeur" in een computer gestopt wordt zodat die machine zich intelligent begint te gedragen. Software kan je niet vastnemen. Het is een serie 'binaire' getallen die in een machine gebracht wordt waardoor de machine bepaalde functies kan uitoefenen of berekende commando's geven. Die serie getallen geeft de nodige instructies aan een machine, ook een computer genoemd!

     Indien je hier niets van begrepen hebt; geen nood, er zijn er meerdere die het niet begrijpen.

     Maar ikzelf vond die software razend interessant. Hoe zo een computer, geladen met sofware werkt, aan een snelheid die letterlijk onvoorstelbaar is. Hoe je door de juiste getallen in een computer te "plakken" er een resultaat kan uithalen. Het leek wat op puzzeltjes oplossen. Boeiend, boeiend. Met andere getalstelsels leren werken. Het binaire stelsel begrijpen, logische functies leren, octaal kunnen rekenen ondanks dat de computer een zestien bits hexadecimaal geheugen had. Zie je; Latijn voor de ene, boeiende materie voor de andere!

     Na de cursussen werden we dan overgeplaatst naar het hoofdhuis van de firma. Een enorm groot gebouw dat in de volksmond gewoon "Den Bell" heette. Het gebouw is nu eigendom van de stad Antwerpen en niet toevallig woon ik nu nog altijd in diezelfde buurt.

     Het was toen de enige periode in mijn leven dat ik aan een "bureau" gezeten heb... en er veel geleerd heb. Bijvoorbeeld hoe je de krant kan lezen zonder dat de chef het opmerkt. Hoe je moet zorgen dat je altijd werk hebt, zelfs als er niets te doen is, hoeveel koffie je per dag kan drinken zonder zenuwachtig te worden, enzovoort... Hoogst interessant allemaal.

     Maar nu was het wel "voor echt". Ik kreeg een stapel "programma's" voorgeschoteld (toch nog in de keukensfeer?) die reeds geschreven waren maar die niet functioneerden naar behoren. Mijn taak was dan om de fouten eruit te halen. Het betrof uitsluitend programma's die statistische gegevens verzamelden over de werking van de telefooncentrale.

    Zo heb ik er ook nog een behoorlijke portie gegevensvergaring, scanningprincipes en de interpretatie ervan als cursus bij genomen.

    Zeer boeiend allemaal. "Er bestaan leugens, er bestaan grote leugens en er bestaan statistieken.", was één van de gevleugelde uitspraken toen.

    En ook nog:

     - Sinds de Tipp-Ex is uitgevonden werkt hier niets meer!

    - Schrijven jullie maar met een potlood, zo kan je je stommiteiten weggommen!

    - Je moet niks kennen, alleen weten op welke bladzijde de oplossing van het probleem staat!

     Op een mooie vrijdagnamiddag, net voor het weekend, komt er een telefoontje toe bij René, de afdelingschef

     - Leo? Die is in de Filippijnen.

    - Jan? Die is in Mexico.

    - Ik? Ik kan hier toch niet weg...!

    - Nicolay? Die is nog nieuw (en nog nat achter zijn oren) maar ''k zal het eens vragen...

     Of ik, wij in feite, volgende woensdag konden vertrekken naar Korea?

    En zo geschiedde!

    Alles moest toen razendsnel gebeuren. We hadden een weekend en twee werkdagen de tijd om ons startklaar te maken. Woensdagmorgen rond tien uur vertrok de vlucht richting Korea.

    Lief had reeds lang voorzien dat we wel eens onverwacht snel zouden moeten vertrekken en gelukkig waren al onze bezittingen slechts uit de mobilhome samen te rapen. Maar toch! Paspoorten en al de andere nodige documenten had de firma reeds klaar liggen. De familie veronderstelt op zo een moment toch wel dat je nog even komt afscheid nemen. en overal koffie drinken en taart eten, want in Korea zal je dat niet krijgen hoor!

     Wisten zij veel...!

    15-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    14-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het vertrek naar Korea

    De vlucht ging met Sabena tot Zurich en van daaruit met KAL, Korean Airlines naar Seoul, de hoofdstad van Zuid-Korea. Zo een vlucht duurde ellendig lang. Ongeveer 20 uur. Er was een stop in Dubai maar daar mochten we niet uit het vliegtuig. Er was gelukkig nog een tweede stop in Manilla, de hoofdstad van de Filippijnen. Daar was ook een tussenlanding en konden we eindelijk uit het vliegtuig en de benen even strekken. En een San Miguel, een Spaans biertje drinken aan de bar in de transitzone. Op die luchthaven was het iedere keer gloeiend heet en het waaide er altijd. Maar misschien was dit elke keer toeval? De hitte van de woestijn kenden we nog van in Algerije maar dit hier was een onaangename, vochtige, tropische hitte.! Maar de San Miguel lenigde de ellende.

     Bij de aankomst in Seoul stond een vertegenwoordiger van de firma ons op te wachten in de luchthaven. Hij bleek de lokale personeelschef te zijn. Onderweg van de luchthaven naar het centrum van de stad wist hij al een en ander te vertellen over het leven ter plaatse.

     De eerste weken zouden we logeren in een hotel en de volgende dag moest er niet gewerkt worden. We mochten uitslapen en als eerste taak kennismaken met de leden van het bureau, de "office" genoemd. Dit bureau lag ergens in de stad, zeer hoog in een torengebouw.

    Hier begint zachtjesaan geheugenverlies op te treden. Hetgeen ik nu neerschrijf is ondertussen reeds ettelijke jaren geleden en sommige onbelangrijke of minder interessante zaken zijn geleidelijk uit mijn geheugen verdwenen.

     Het leven in het hotel herinner ik mij nog wel. Het Shilla-hotel was een luxueus hotel van hoge standing. Een authentiek Koreaans hotel en geen internationale tent zoals bijvoorbeeld een Sheraton of een Hilton. Het hotel bevond zich in het centrum van Seoul, had een taxfree winkelgalerij, zes restaurants en een gezellige cafetaria. Er was een "free" shuttle bus waarmee men zich als hotelgast in de stad kon verplaatsen.

    De verblijfskosten kwamen op rekening van de firma. De voeding was voor onze rekening. Gelukkig had het cafetaria van het hotel een uitgebreide menukaart en de prijzen waren heel schappelijk. Bovenop voorzag de firma een maandelijkse "living allowance", een bedrag waarmee je de dagelijkse kosten kon betalen. Dus voorlopig geen financiële zorgen. Er was als vervoer een auto van de firma voorzien voor mij. Die auto werd bestuurd door een Koreaanse chauffeur. Het leek wel een luxeleventje dat er mij te wachten stond?!

     Seoul was en is uiteraard nog, een enorme stad met op dat ogenblik elf miljoen inwoners. Heel wat anders dan Antwerpen!

    Hier in België spreekt men van Seoel, naar de Franse schrijfwijze en uitspraak. De Koreaanse en ook de Engelse uitspraak is : "soul". Zoals de Engelse vertaling van "ziel" en de schrijfwijze is in beide talen Seoul. In het Koreaans is dit wel de "geromaniseerde" schrijfwijze van 서울. In Korea gebruikt men een ander schrift en natuurlijk ook een andere taal: het "Hangul"! Voor Westerlingen een aartsmoeilijke taal om te leren. Er is nergens een verband met een westerse taal te herkennen. Ingewijden weten dat het Fins en het Hongaars op enige manier verwant zijn aan het Koreaans.

    Proberen om de taal aan te leren was onbegonnen werk. Personen die het gedaan hebben weten te vertellen dat je er gemiddeld acht jaar over doet vooraleer je, als een Westerse taal sprekende persoon, een beetje behoorlijk en verstaanbaar Koreaans zou kunnen spreken. Zo vertelde een pater, die hier later nog verschillende keren aan bod zal komen, het volgende ; de eerste keer dat hij een mis in het Koreaans zou opdragen, draaide hij zich om aan het altaar om een of andere liturgische zin uit te spreken, daarbij de klemtoon fout legde en er iets uitkraamde als ; "Laat ons allen onze broek afdoen"... Als het niet waar is, is het wel een mooi verhaaltje. En er wordt toch verondersteld dat paters of pastoors nooit liegen?

     Aan het werk

     Al vlug begon de dag dat er diende gewerkt te worden.

    Hoe die werkzaamheden zouden verlopen zou ik snel genoeg te weten komen.

    De eerste weken zou ik aan de slag gaan tijdens de klassieke kantooruren. Een "nine-to-five" job. 's Morgens kwam een auto van de firma me oppikken aan het hotel. Die auto, met chauffeur, stond te wachten ergens op een centrale parking tussen tientallen andere wagens. Ik noemde dan de nummerplaat van de auto aan de portier van het hotel. Die riep de cijfers van de nummerplaat door een luidsprekersysteem. Het noemen van de cijfers aan de portier kon zowel in het Engels als het Koreaans. Yuk, ku, il ie... zo klonk het in het Koreaans en het stond heel "habitué". Nine, six, one, two, kon ook...

    En dan daagde de gevraagde auto op.!

    De Koreaanse nummerplaten hadden inderdaad maar vier cijfers. In geschreven letters stond er wel een stads- of gebiedsnaam op de nummerborden. Privéwagens waren er (toen) amper en wie er wel een had liet zich rijden door een chauffeur.  

     Bell had toen een veertigtal kleine Koreaanse autootjes. Pony's, van Hyundai. (Een model dat nu niet meer gemaakt wordt) Het bleken legendarisch sterke auto's te zijn. Er wordt beweerd dat ze tot 500.000 kilometer konden afleggen vooraleer ze bezweken.

    Een auto van de firma werd gedeeld door vier personeelsleden. Tijdens de werkuren was het de chauffeur die met de wagen reed en er werd een beurtrol opgesteld zodat iedereen minstens om de vier weekends de beschikking had over de auto. Onderhoud en zorgen dat de benzinetank altijd vol zat was het werk van de chauffeur, in dit geval voor ons, ene Mister Lee. Elke auto had zijn vast verbonden chauffeur. Dus eens er een wagen toegewezen was, kreeg je de chauffeur er bij. Drie verschillende "drivers" heb ik zo van nabij gekend. De eerste, nu in het begin, was Mister Lee. Later kwam er nog een Mr Park en het langst van al reden we met Mister Oh. Met die man was ik na een tijdje echt bevriend. Hij mankte een beetje. Een kwetsuur opgelopen bij het leger. Hij was de vader van vier dochters wat hem erg ongelukkig maakte. Geen zoon hebben in Korea is een droevig lot.

    Dikwijls vertelden we in de auto sprookjes of "vertelseltjes" aan mekaar. Hij vertelde vanzelfsprekend Koreaanse sprookjes en ik de verhaaltjes die wij hier kennen. Hij kwam af en toe zelfs bij ons thuis eten, iets wat weinige collega's van toen kunnen vertellen. Koreanen zijn erg gesteld op hun privacy en respecteren ook streng het privéleven van iemand anders. Ik inviteerde hem af en toe om te testen hoe mijn Koreaanse kookkunst (kunst?) smaakte. Ik kreeg van Mr Oh, een amper voldoende, maar dat was al heel goed vond ik toen, voor een beginneling... voor een "computerhead"... Zo noemde men ons daar.

    Anderzijds was hij de eerste, sinds hij wist dat ik kok geweest was, om samen ergens langs de straat aan een kraampje, een of andere lokale culinaire specialiteit te gaan proeven. Later wel wat meer over het Koreaanse "streetfood" en ik heb ook een mooi verhaaltje over een haas en een schildpad genoteerd, een sprookje dat Mr Oh me verteld heeft.

     Als je 's avonds eens weg wilde met de auto moest je onderling afspreken wie de auto zou houden zodat de chauffeur, die ginds "driver" genoemd werd, wist waar hij de volgende morgen de wagen zou terugvinden. Er werd ons trouwens aangeraden om niet (te veel) zelf met de auto te rijden. Rijden in een miljoenenstad waar de verkeersregels nogal vrij geïnterpreteerd worden, is inderdaad heel gevaarlijk. Maar na enige maanden waren de "Belgen" de schrik van de weg in Seoul!

     Op een keer probeerden we toch om op eigen houtje een uitstapje te maken met de auto... We hadden natuurlijk wel een kaart van Zuid-Korea maar alle steden worden aangeduid in het "Hangul" en in die taal worden andere schrifttekens gebruikt... Dus niet eenvoudig. De namen van de grootste steden kon ik wel ontcijferen. Het Koreaanse schrift bestaat uit groepjes. Elk groepje vormt een "lettergreep". Zo is Se-oul geschreven als = 서울 !

    Maar wij dus met het autootje op weg en wat dacht je? Natuurlijk, verloren gereden! Nog erger : ik was ergens langs een koeienpaadje hopeloos in de modder vast gereden. En uiteraard geen mens te bekennen, zo dacht ik toch.

    Zoals heel dikwijls, wat overal ter wereld gebeurt, van waar ze komen, je weet het niet, maar plotseling stonden er minstens acht inboorlingen rondom ons autootje te lachen en te grappen, daarbij naar onze neuzen wijzend... (long nose, white face.)

     Ze maakten gebaren die er op wezen dat ze ons er wel uit zouden halen. We wilden uitstappen om de auto lichter te maken maar de mannen deden teken dat we moesten blijven zitten. Met acht mannen hebben ze de auto opgepakt, uit het slijk gelicht en even verder op het droge weer neergezet. We hebben allebei iets gepreveld dat als "kamsa hamida" (dank u) zou moeten klinken, hebben eens vrolijk gezwaaid en zijn voorspoedig weer thuis geraakt zonder verdere kleerscheuren.

     Indien je de auto niet kon hebben, nam je een taxi. Een taxi nemen was absoluut geen luxe. Taxi's waren een doodgewoon dagelijks vervoermiddel in Korea en spotgoedkoop. Er reden er dan ook duizenden rond. Bijna altijd groen of geel gekleurde Pony's. De chauffeurs probeerden nooit om je te bedriegen door omwegen te maken of door te veel aan te rekenen. Er was een meter in de taxi en dat bedrag betaalde je ook. Niets meer, niets minder. Soms was je wel eens verplicht om zelf de weg te wijzen. Ook weer omdat de stad zo groot was en niet iedereen het stratenplan van zo een uitgebreide stad uit het hoofd kon kennen. Al heel snel leerden we hoe dit te doen, het uitleggen in het Koreaans waar we heen wilden, want de "taxidrivers" begrepen geen letter Engels. Laat staan Nederlands?!

    Het grappige was dan dat de taxichauffeurs soms dachten dat we Koreaans konden spreken, omdat we de weg konden wijzen. Maar wij zegden gewoon enkele zinnetjes fonetisch na en wisten zelf niet wat we vertelden...! ( Links, rechts, rechtdoor en zo van die dingen...)

     Dan was er het werk zelf.

     Bell Telephone had een tiental telefooncentrales in Korea die door hen zelf, tenminste, door hun werknemers, geïnstalleerd en onderhouden werden. De rest van de honderden centrales die het land nodig had werden onder licentie gebouwd door Samsung, een toen reeds welbekende Koreaanse elektronicagigant. De laatste maanden in Korea heb ik trouwens gewerkt in de gebouwen van Samsung. Bell Telephone had mij "verkocht" aan die firma.

     De Belgische centrales werden permanent onder controle gehouden door de Belgische werknemers van Bell. Eén daarvan was ik dus! Er waren ook Koreaanse bedienden aanwezig die daar hun opleiding kregen om later de hoofdverantwoordelijke te worden voor die centrale, want na een tijd zouden alle centrales overgaan in Koreaanse handen; de KTA, Korean Telephone Authority. De bevindingen die in de Belgische centrales opgedaan waren door ons, werden doorgegeven aan Samsung. Deze tien centrales waren de testcentrales van waaruit gecontroleerd werd of alles naar behoren functioneerde. Officieel werden wij dan ook "testers" genoemd.

     Ik kwam terecht in één van zulke centrales waar ik gewoon doorwerkte aan de taak waar ik in België al mee bezig was; het "updaten" van computerprogramma's die statistische gegevens verzamelden. En heel stilaan werd ik daar specialist in en kon ik door "mijn" programma's aantonen dat er zich bijvoorbeeld fouten voordeden in een centrale of dat de centrale te zwaar belast werd en nog veel meer. Soms konden deze statistieken zelfs fouten ontdekken waar anderen zich reeds maanden "rot" naar gezocht hadden. Uiteindelijk was wat ik deed een gewone kantoorbaan. Ik was een bediende geworden gespecialiseerd in statistieken. Maar het bleef ontzettend boeiend!

     Doorsnee ging het er zo aan toe: een viertal Koreaanse bediendes stond in voor het dagelijkse onderhoud en controle van de centrale. Op het ogenblik dat zij ergens iets raars ontdekten of er zich een fout voordeed, gaven zij dat door aan ons, de Belgische "specialisten". Doorgaans waren we met zes Belgen. Drie softwarekerels en drie hardwaremannen. Veel volk zal je denken voor een telefooncentrale, (als je er al een benul van hebt wat dat juist inhoudt) maar de centrales bevonden zich nog in een testfase. Daarom was er ook meer gespecialiseerd personeel nodig!

    Zo hebben we ooit met zijn zessen gezocht naar één bit, die door een onbegrijpelijke fout in het computergeheugen verkeerd gezet was. Eén bitje, één!

    Het ganse werkgeheugen van de computer, uitgeprint op listings lag verspreid open op de vloer, en ieder met een blad papier in de hand moest dan vergelijken, wat er zou moeten staan met wat er in realiteit in het geheugen stond!

     Verder uitweiden over het werk dat ik daar verrichtte zal ik niet doen. Tenzij het later misschien nog zou nodig blijken. Want voor iemand die geen kennis heeft van techniek en zeker van telefonie zou alles toch maar als Chinees of Latijn klinken.

     Veel interessanter en boeiender was het dagelijkse leven in Korea. Vier jaar wonen en leven en Korea, dat doet wat met een mens. En niet omdat het leven er saai was.

    14-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    13-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het leven in Korea

    Het leven zoals het is?

    Hoelang we juist in het Shilla hotel verbleven weet ik niet meer maar het kan wel een tweetal maanden geweest zijn. De firma zocht ondertussen naar een geschikt appartementje ergens in een buitenwijk van de stad. Dit zoekwerk werd overgelaten aan een "broker", een immobilliënkantoor. Op het ogenblik dat ze een woonst vonden die geschikt was, mochten we zelfs gaan kijken of het ons aanstond. Het probleem was dat er praktisch geen geschikte appartementen te vinden waren in de stad. Er heerste een echt woningtekort. IJverig werden er dan ook overal nieuwe woonblokken opgetrokken.

    Op een dag was het dan toch gelukt. We konden intrekken in een klein net appartementje in een wijk, een "dong", die Shin Banpo heette. Het Nieuwe Banpo, Blok 303, appartement nummer 110. Ik zie de indeling van het appartement nog altijd voor mijn ogen. Ik moet ze er zelfs niet voor sluiten!

    Twee slaapkamers, een ruime woonkamer, een keuken met doorkijk op de leefruimte, badkamer met ligbad en nog een was- of berghok. Opvallend, in elke Koreaanse woning aan de ingang, in ons geval was dit in een klein inkomhalletje, is er een schoenenkast ingebouwd. In die kast zijn altijd verschillende paren aanstekers, slippers of pantoffels te vinden... kies maar.

    Een Koreaanse woning ga je nooit binnen met je schoenen aan. De reden is niet om je op je sloffen onmiddellijk thuis te voelen maar om de vloer niet te beschadigen!

    Traditioneel worden Koreaanse woningen verwarmd door een systeem dat "ondolverwarming" genoemd wordt. “Op de buiten” heb ik dergelijke oorspronkelijke verwarmingssystemen nog gezien. De met steenkool gestookte vuurhaard bevindt zich aan een kant van het huis en de uitlaat van het vuur loopt, door verschillende kanalen, onder het huis door. Deze rook zorgt zo voor de verwarming van de woning. Iets wat men hier nu als zeer modern beschouwt en "vloerverwarming" noemt. De vloer die de verwarmingskanalen afdekt, wordt gemaakt van aangestampte leem of klei om aldus een egale warmteverdeling te bekomen. Daarop legt men dan grote bladen papier gedrenkt in een soort olie die verhardt tijdens het drogen, best te vergelijken met een vernis! Dat glanzende papier is zeer mooi, redelijk slijtvast en decoratief maar het kan uiteraard heel gemakkelijk beschadigd worden, zeker als je er met je lompe schoenen gaat over lopen. Vooral hoge hakken geven letterlijk de doodsteek aan het fragiele papier!

    Daarom, iedereen die een Koreaans huis betreedt ontdoet zich eerst van zijn schoeisel en trekt pantoffels aan, die men van thuis heeft meegebracht, ofwel gebruikt men een paar slippers die in de pantoffelkast van ieder huis te vinden zijn. Wij hadden na enige tijd voor elke kennis die op bezoek kwam "zijn" of "haar" paar "sloefkes" klaar staan. Dus geen gesleep meer met pantoffels in een plastic tasje als je ergens op bezoek ging. In openbare gebouwen zoals hotels of banken, geldt deze regel niet... ook niet in hotelkamers! Die gelegenheden worden aanzien als openbare plaatsen en daar hou je je schoeisel aan.

    Ook nu nog hebben de meeste moderne Koreaanse gebouwen nog altijd de "ondol" verwarmde vloeren. Alleen gebeurt de verwarming nu wel op een modernere manier, namelijk niet met hout of fossiele brandstoffen maar met warm water dat uit een verwarmingscentrale komt die een ganse wijk van warmte kan voorzien. Deze centrales worden wel met (slechte kwaliteit) steenkool gestookt en de hoge wit en rood geschilderde schoorstenen (zoals vroeger bij de barbier) waren overal van ver te zien.

    Dit soort gemeenschappelijk verwarmingssysteem had wel zijn nadelen!

    Vermits de verwarming centraal georganiseerd was had je zelf ook geen controle over de verwarmingstijden. Zo werd er 's morgens slechts gedurende enkele uren verwarmd. Van wanneer tot wanneer weet ik niet juist meer, maar in de loop van de voormiddag koelde het fel af. De Koreaanse overheid redeneerde waarschijnlijk dat je maar moest werken. Zo zou je het wel warm hebben...

    Naargelang de buitentemperatuur, werd af en toe wel een beetje bijverwarmd maar de warmte was in ieder geval duidelijk gerantsoeneerd. 's Avonds kregen we wel en aangename temperatuur.

    Nu moet je weten dat de winters in Korea heel, maar dan ook heel koud, kunnen worden. Zo heb ik ooit om zes uur 's morgens de aanduiding - min 24°C - gezien op de thermometer.

     Zeer belangrijk, hoe was het weer in Korea? Dat is een klassieke vraag en als je dan als antwoord krijgt, min 24°C in de winter, dat schrikt velen nogal af. Maar door de band genomen is het aangenaam leven in Korea. Wel heel vochtig warm in de zomer en soms zeer koud in de winter.

    Seoul kent duidelijk afgetekend vier seizoenen. De beste periode is het voorjaar, van einde maart tot en met juni, ook de nazomer en herfst van half augustus tot en met oktober. De temperatuur is dan zeer aangenaam en er valt weinig regen en 's avonds koelt het af.

    Volgens Mr Oh, verkiezen de vrouwen de lente en de mannen de herfst...

     In de zomermaanden juli en augustus kan het tropisch warm en vochtig worden en het doet soms aan de moessonperiode van het Indische continent denken. Op de meest onverwachte momenten krijg je een plensbui over je hoofd. Wie geen airconditioning in huis had trok naar de grote hotels omdat het daar in de lobby altijd fris en droog was. Of in de supermarkt kon je je hoofd in de koeling bij de groenten steken. Vooral kinderen heb ik dat dikwijls zien doen. Wij zijn ooit eens zonder doel gaan rondrijden met de auto om een beetje af te koelen, want de wagens hadden allemaal een eenvoudige airconditioning.

     In de winter wordt het dan ijzig koud maar is het wel overwegend droog. Zelfs zo droog dat alles knettert door de statische elektriciteit. Er valt zo nu en dan een sneeuwbui en die sneeuw blijft ook liggen. Op de wegen wordt een deel van die sneeuw opgeruimd maar het is onbegonnen werk. Zout strooien helpt niet omdat zout slechts werkt tot min zestien graden. Daarom werden de wegen in de winter bestrooid met een soort grind en zand dat een betere grip gaf aan de wagens op de weg. Toch gebeurden er zeer weinig aanrijdingen. Misschien omdat de meeste chauffeurs beroepschauffeurs zijn.

    Zo belde op een eerste sneeuwdag in december, een werknemer van Bell, naar het bureau om te melden dat hij niet op het werk kon geraken omdat er sneeuw lag. De uitbrander die de kerel toen gekregen heeft, was naar het schijnt, eentje om niet snel te vergeten.

     Het heeft wel niets met het weer te maken maar af en toe voelde je goed dat de aarde trilde. Lichte aardbevingen komen vaak voor in Korea. Denk daarbij maar aan Japan waar het nog veel meer gebeurt. Daarom ook waren alle telefooncentrales "quake-proof" gebouwd. Zo zag ik in ons appartementje op een keer de planten uit zichzelf bewegen. Maar ook de vloer bewoog mee. Dan begrijp je snel dat je een aardbevinkje hebt meegemaakt.

     Tot zover over het weer waar toch altijd graag over gepraat wordt.

     Eens het appartementje toegewezen was kwam de verhuis. Die verhuis was heel eenvoudig; er was niets te verhuizen behalve de valiezen die we vanuit België meegebracht hadden.

     Van de firma kregen we een bepaalde som, hoeveel juist weet ik ook niet meer, maar het was vrij veel, waarvan je "huisgerief" kon kopen. Je mocht het bedrag integraal gebruiken, je kocht wat je wilde en moest daarvoor geen verantwoording afleggen.

    Dus dat werd dan op zoek gaan naar "meubelen en huisgerief", (een Lief had ik al,) samen met de chauffeur die als tolk fungeerde.

    Eerst moest het bedrag dat ons daarvoor toegewezen was, opgehaald worden bij de directie, "den office" van "den Bell"!

     De Zuid-Koreaanse munt is de won. Aangeduid als ₩ . Nu zou ik het equivalent niet meer kennen ten opzichte van de dollar of Belgische frank van toen. Maar het was een kleine munteenheid. Dus je rekende altijd met duizenden won. En de munten en biljetten waren ook vrij klein.

    (Nu is de waarde: voor 1 euro krijg je ongeveer 1.300 won.)

     Toen we de financies voor de meubelen gingen ophalen kregen we een schoenendoos vol Koreaanse bankbiljetten mee om onze aankopen te doen. We hebben daarmee de nodige potten en pannen (zeer belangrijk, voor mij toch...) en een paar zetels en een zitbank gekocht. Ook een wasmachine, een oventje, een gasvuur, een radio en een televisietoestelletje waarvan ik later veel spijt had. Een televisie in een land als Korea, is compleet waardeloos!

    Toen ik het toestel de eerste keer inschakelde was er blijkbaar een Amerikaanse film aan de gang. Het toestel stond dan ook afgesteld op het kanaal van het Amerikaanse leger; het AFKN, American Forces Korean Network. Het eerste beeld dat ik te zien kreeg was dat van een vechtersbaas die een dreun gaf op iemand zijn smoel. Ik heb het toestel afgezet en nooit meer ingeschakeld!

     Al het nog nodige kleine materieel konden we bijkopen in de nabijgelegen lokale supermarkt waar ongeveer dezelfde dingen verkocht werden zoals dat in België het geval is. Algemene voeding, drank, klein keukenmateriaal, onderhoudsproducten... zoiets toch! Ik heb nog altijd een vierkanten aluminium schaal die uit die periode stamt, en die ik nu nog gebruik om cakes in te bakken

     Men had ons aangeraden om naar een bepaalde supermarkt te gaan om de eerste aankopen van voeding te doen. Daar deden veel buitenlanders, vooral Amerikanen, hun aankopen en de keuze was er volgens de ingewijden groter dan elders.

     Ik ben er alleen naar toe geweest, ik was toch nog altijd de specialist in culinaire aangelegenheden. Stiekem hoopte ik dat Lief nu misschien een beetje zou leren koken omdat ik zo veel weg van huis was, maar het is ijdele hoop geweest.

     Met een pak geld waarvan ik absoluut de koopwaarde voor voeding niet kon inschatten ben ik dan naar de supermarkt getrokken. Het ging er juist aan toe zoals hier; karretje nemen, alles stond uitgestald in rekken en neem maar, betalen aan de kassa. Een kind kan de was doen!

    Soms zag de suiker er wel anders uit dan hier en een flesje water bleek nadien een sterke alcoholische drank te zijn... maar het was best haalbaar. Er waren veel, soms onbekende, groenten te verkrijgen. Ook verse, even onbekende, vissen en ook vlees, vooral rundvlees en varkensvlees. Altijd in flinterdunne lapjes gesneden. Later zou ik wel leren wat er mee aan te vangen! Van alles ging een beetje het karretje in. Dat moest toch eens geprobeerd worden!?

     Aan de uitgang van de supermarkt zag ik een astronomisch groot getal verschijnen op het display van de kassa. Een bedrag ongeveer dubbel zo groot dan wat ik aan geld bij me had. En toch had ik ettelijke duizenden won op zak!

    Het is nog positief afgelopen. Eén van de uitbaters sprak wat Engels en begreep wat er gebeurd was. Hij heeft de boodschappen in zijn auto geladen en mij naar "huis" (klonk raar toen) gebracht, om daar de ontbrekende cash te ontvangen. Later ben ik nog dikwijls terug geweest naar die supermarkt maar al vlug ontdekte ik dat er in het supermarktje vlakbij, ook allerlei lekkers te vinden was. Veel goedkoper, en ik kon er te voet naar toe. Men bracht ook de boodschappen naar huis als je dat wou.

    Aan de uitgang van dat kleine supermarktje zat altijd een bloemenvrouwtje waar je los, per stuk, bloemen kon kopen. Ook decoratief materiaal zoals dikke biezen, mos en groene takjes waren te verkrijgen voor enkele centen, excuseer, won! De kleine muntjes die over waren na mijn aankopen in de supermarkt spendeerde ik altijd bij dat vrouwtje en ik leerde "Ikebana", de Japanse bloemensierkunst. Toch de basisprincipes ervan. Eens wilde ik een cursus Ikebana volgen maar er waren alleen vrouwen aanwezig en ik voelde mij er niet echt welkom. Gelijkheid van man en vrouw...vergeet het maar?!

     Ook was in Korea naar de kapper gaan, volgens mij toch, ook een ramp. Ik ben nooit graag naar de kapper geweest maar soms moet het toch eens.

    De kapsalons in Korea worden bemand door jonge vrouwtjes. Er werd ook beweerd dat sommige kapsalons verbloemde bordelen zouden zijn. Best mogelijk. Ik voelde mij er nooit echt op mijn gemak. Zeker niet omdat je niet begrijpt wat die "grietjes" allemaal achter je rug zitten te giechelen en te fezelen. Je wordt er wel goed "gesoigneerd". Koffietje, sigaretje, manicure, terwijl zitten ze aan je haar en lijf te prutsen en elke keer moesten die grieten even komen kijken of ik wel borsthaar heb? Dat schijnt een fenomeen te zijn dat men in Korea niet kent. Of voorzien zijn van borsthaar nu een pluspunt of een minpunt was? Ik weet het nog altijd niet. Als de meisjes even kwamen piepen resulteerde dat telkens weer in een giechelpartij...

     Ik had mijn ongenoegen over het kappersbezoek eens uitgesproken aan Mister Oh, de chauffeur waarmee ik zeer lang heb rondgetoerd, en hij wees mij een sportclub aan. Daar zou ook een kapsalon zijn. Only men, wist hij er nog bij te vertellen. Dus wij daar naartoe. Mr Oh heeft de kapper uitgelegd wat ik wilde en ging in de auto zitten wachten.

    En inderdaad... Opluchting. Een man als kapper. Een netjes uitgerust kapsalon met een reusachtige spiegel aan de wand waarin je heel de achterliggende sporthal kon overzien. Toen de kapper mijn haar gewassen had, ik mij terug recht kon zetten en de handdoek voor mijn ogen verdween, zag ik in de spiegel minstens twintig poedelnaakte mannen staan die mij van achteraan in de zaal stonden aan te staren...

     Het was als kiezen tussen de pest of de cholera!.

     Vrienden en kenissen

     Zo woonden we nu - voor echt - in Korea, in Seoul de hoofdstad van Zuid-Korea. Het leven werd stilaan een routine. Ik had een "nine-to-five" job. Lief ging op verkenning in de stad, leerde er met de taxi haar weg te vinden, en ontdekte al gauw dat er voor niet-werkende vrouwen wel heel wat verstrooiing te vinden was, als je het maar zelf organiseerde.

     Lief had al heel vlug contact, en onderhield relaties, met allerlei personeel, vooral met secretaresses van diverse ambassades. Zowel van de Belgische, als de Nederlandse, als de Engelse ambassade. Zij was dikwijls op stap met een groepje Filippijnse vriendinnen - bloedmooie jonge dames - en op alle societyrecepties werd ze uitgenodigd (of liet ze zich uitnodigen) en elke zaterdag was er wel ergens een tuinfeestje, van de nodige hapjes voorzien, dat opgeluisterd werd door een bekend strijkkwartet bestaande uit vier Koreaanse gehandicapte violisten. Ik mocht dan mee, gelukkig maar. Het leven kon saaier zijn.

     Zo hadden we op een dag thuis een buffetje georganiseerd voor vrienden, kennissen en relaties van toen. Er waren 24 genodigden van 12 verschillende nationaliteiten! Zo was er een Chinees bij met een Luxemburgs paspoort! En allemaal mee-eten!!!

    Engels was de voertaal. Alleen de Fransen begrepen nooit iets... de "Qu' est ce qu'il a dit..." was dan ook constant te horen..

     Lief liet ons aansluiten bij de RAS, de Royal Asiatic Society waarmee we veel uitstapjes gemaakt hebben naar diverse culturele aangelegenheden. Ondermeer naar de grensovergang te Panmunjon, waar in een houten gebouwtje de militaire machten van beide Korea's, Zuid en Noord, met getrokken wapens tegenover mekaar staan en de wacht hielden. Komisch en angstaanjagend tegelijk. De twee Korea's, Noord en Zuid, verkeren officieel nog altijd in staat van oorlog!

     Dit geeft misschien de indruk dat we ons een beetje asociaal gedroegen ten opzichte van de Belgische collega's? Niets is minder waar!

    Ik was wel een van de oudere medewerkers. Ik was toen - even tellen - halfweg de dertig. De meeste anderen waren inderdaad jonger. Maar al heel snel was ik bevriend geworden met een paar collega's van het werk en gingen we bij mekaar thuis op visite en elkaars bier opdrinken. Over het algemeen kwamen heel wat werknemers van de firma bij mekaar over de vloer maar altijd, eerst de schoenen uittrekken voor je binnen gaat!

     De Belgische vrouwen hadden onderling al vlug een "clubje" opgericht. De "klungelclub", van het werkwoord; "klungelen"... knoeien! Er was maar één statuut; elk lid moest iets  kunnen, een handenarbeid bijvoorbeeld, en die kennis of kunde aan de anderen doorgeven. Zo werden er sjaals gehaakt, macramé geknoopt, aan yoga gedaan of cursussen in gelaatsverzorging gegeven. De uitdrukking; "iets nuttigs doen", stamt ook nog uit de deze periode.

     Grappig fait divers! Er was een nieuw pasgetrouwd koppeltje aangekomen. Alleen getrouwde paren mochten samen naar Korea. Niet getrouwd was, niet mee! Wet is wet!

    Maar nu was er een probleemgeval. Het nieuwbakken vrouwtje van een pas aangekomen koppeltje voldeed niet aan de verwachtingen. Wat ze in bed deden, dat weet ik niet, maar de jongedame in kwestie was geen groot genie in keukenaangelegenheden en als manlief 's avonds thuis kwam stond er nooit iets eetbaars voor hem klaar. Het vrouwtje bleek in het geheel niet te kunnen koken. (Waar heb ik dat noch gehoord? Lief was beroemd om het feit dat ze niet kon koken..!) De nieuwelinge haar onkunde was aan de oren van de office gekomen. De personeelschef heeft mij toen gevraagd of het niet zou mogelijk zijn om het pas getrouwde koppeltje eens uit te nodigen en tijdens een gezellig gesprek aan het vrouwtje voor te stellen om haar een paar kookinstructies te geven. Een beetje opleiding te geven... gezien meer leraarservaring kon dat toch niet moeilijk zijn...?!

    Wij hebben toen een gezellig babbeltje gehad, een glaasje gedronken, een hapje erbij... Stilaan deden we dan het gesprek wenden naar het onderwerp "koken". Ik stelde het vrouwtje kwansuis voor dat ik af en toe wel eens wat raad kon geven als dat zou passen in haar kraam...

    Ja, maar... Alle kunstjes die de hond kan, moet hij ook doen. Dat was haar antwoord!

    Hoe het verder met het koppel vergaan is weet ik niet.

     Ook hadden we reeds van in het Shilla-hotel contact met een jong koppeltje uit de Antwerpse Kempen, Pol en Poel waren hun namen! (Zou een merk van kledij kunnen zijn.) Pol werkte eveneens in de softwarebranche en was specialist in taxatie. Poel, was een heel lief, knap en sympathiek vrouwtje afkomstig van Retie. Hoe het juist in mekaar zat, weet ik niet meer maar zij had een familierelatie met een pater die toen ook in Seoul verbleef.

    Al vlug leerden wij die pater-missionaris kennen. Hij bleek Luc te heten en sprak gewoon "Vloms" zoals wij allemaal, met een duidelijk Kempens accent. Ons moeder en ons vader zijn van Tielen!

    Twee jaar later toen we een korte vakantie konden nemen in België, zijn we bij de vader en moeder op bezoek geweest. Het waren toen reeds vrij bejaarde mensen. Het was de bedoeling om hun te overhalen om eens naar Korea te komen om er hun zoon te bezoeken. We zijn er nog in geslaagd ook om hun te overtuigen. We hebben hen uitgelegd hoe zulk een lange vliegtuigreis in mekaar zit en dat het niet echt onoverkomelijk is, ook niet voor onervaren reizigers.

    Toen enkele maanden nadien de ouders in Korea aangekomen waren hebben we hun daar ook nog een bezoekje gebracht. Ze waren uitermate tevreden dat ze de verplaatsing gemaakt hebben.

     Luc was een pater Salesiaan. Een pater van Don Bosco, zeg maar. En niet te vergeten, een Salesiaan laat zich niet op flessen trekken, daarom brouwen de Salesianen ook geen bier. Zo beweren ze zelf. Samen met zijn Vlaamse confrater Marc en nog enkele Italiaanse missionarissen haalden ze dakloze kinderen van de straat (uit de goot) om hun een scholing en een thuis te geven. In de school konden die jongens, want het waren jongens, een vak als metaalbewerker aanleren.

     De herinneringen aan, en de samenwerking met, beide paters maakt een heel aangenaam deel uit van ons verblijf in Korea. Vanaf het ogenblik dat er ergens in de loop van ons verblijf een nieuw gevormd Vlaams-Koreaans koppeltje trouwde en er soms ook kinderen bij kwamen, kwamen de paters er gegarandeerd aan te pas. Gelijk welk feestje dat er gegeven werd, Luc en de Marc moesten er bij zijn. Bovendien waren zij aangename en onderhoudende gasten, en ze fungeerden zowat als huisorkest. Luc bracht altijd zijn accordeon mee en Marc zijn gitaar. Ambiance verzekerd!

    Soms gingen we zo maar voor de lol naar de mis bij de paters. Een mens zou toen voor minder godsdienstig geworden zijn. Zo heb ik ooit stiekem in de sacristie een kliekje rosé opgedronken die eigenlijk moest dienen voor de mis... ! Foei!

     Mudang, pansori en kisaeng!

    Om over de godsdienst en enkele speciale culturele verschijnselen verder te gaan.

    De Koreanen zijn niet heel erg godsdienstig aangelegd. Er bestaan wel veel oude boeddhistische tempels en monumenten maar dat zijn doorgaans relieken uit vroegere tijden. Naast het boeddhisme worden er veel andere godsdiensten aangehangen onder andere het katholicisme...

    Er bestaat daarnaast ook nog een vorm van "animisme" - zoals in animo - een geloofsvorm waarbij nog in geesten en dwalende, soms kwaadaardige zielen geloofd wordt. Dit animisme wordt ook sjamanisme genoemd. In Korea wordt dit sjamanisme nog levendig in stand gehouden. Zo hebben we op een zaterdagnamiddag, dank zij de organisatie en in opdracht van de Royal Asiatic Society, een sjamanistisch ritueel kunnen bijwonen. Normaal worden zulke rituelen gehouden op aanvraag van de familieleden van een persoon, om hopeloze problemen van ondermeer gezondheid, liefde of geldproblemen op te lossen. Het ritueel dat wij mochten meemaken was om de "slechte geesten van de wielen" te verjagen. In de buurt waar het ritueel gehouden werd, gebeurden de laatste weken verschillende auto-ongelukken. Daarom!

    De volgende dag stond in de krant te lezen dat er in die buurt twee accidenten gebeurd waren met auto's.

    In Korea is de sjamaan bijna altijd een vrouw, die mudang genoemd wordt. Er werd toen een ritueel, een vertoning, opgevoerd waarbij de mudang allerlei schorre, krijsende geluiden produceerde, af een toe wat pijlen met een kleine boog wegschoot en tenslotte een kip de kop afhakte... Zij was voor de gelegenheid gekleed zoals een Merlijn op leeftijd, punthoed inbegrepen maar zonder baard. De vertoning heeft meer dan een uur geduurd.

    De meeste mudangs beweren dat ze over het vermogen beschikken om als bemiddelaar op te treden tussen de mens en de geestenwereld. Deze sjamanistische priesteressen treden, tegen vergoeding, ten behoeve van cliënten of familie in contact met goden en geesten. De mudang fungeert als laatste redmiddel bij ziekte, als de dokter of apotheker niet meer kunnen helpen..

    Opmerkelijk was dat tijdens het ritueel de omstanders de mudang regelmatig grote bankbiljetten toestopten. Deze biljetten bevestigde de mudang dan aan haar punthoed. Een komisch gezicht. Ik hoorde nadien dat zo'n ritueel een dure zaak is en daardoor lang niet voor iedereen is weggelegd.

    Iets anders typisch Koreaans, is de heel speciale muziekstijl, de "pansori". Na zes uur 's avonds was er op de radio altijd een uitzending van "pansori" te horen. Eerst komt deze zangstijl over als een zeer primitief ruw hoogtonig gezang maar stilaan, ondanks men er niets van begrijpt (ik toch), begon ik dat soort raar "gekrijs" meer en meer op prijs te stellen.

    Pansori heeft een bijzondere betekenis binnen de volksmuziek van Korea. Het is een lang monotoon episch gezang, waarbij de zanger(es) begeleid wordt door een muzikant met slecht één trommel, de gosu.

    Pansori is een "een-persoons-opera" vooral vanwege de bijzondere, felle gelaatsuitdrukkingen en gebaren die de zangeres daarbij maakt. Soms is er ook een danser in het spel. De pansori-zangeres, meestal een vrouw, behoort net als de sjamanen tot de laagste klasse van de samenleving. Dit veranderde geleidelijk toen pansori ook in adellijke en Koninklijke huizen opgevoerd werd en nu op de nationale radio. Sommige gereputeerde pansorizangeressen behoorden toen tot de "National Treasures".

    De Pansori artieste, de kwangdae, zingt met een waaier in haar hand. De waaier wordt bewogen om de bewegingen van de danser te begeleiden en wordt uitgevouwen om de overgang naar een andere scene aan te geven. De gosu zorgt voor begeleiding met een trom, bespeeld met één trommelstok, maar ook door verbale geluiden (chuimsae, een soort schreeuw). Ook van het publiek wordt chuimsae verwacht tijdens het optreden, vergelijkbaar met het olé tijdens flamenco optredens, waarbij ook een waaier gebruikt wordt. Deze laatste alinea wist Wikipedia mij mede te delen.

    Nog een ander fenomeen zijn de Koreaanse "Kisaeng". Kisaeng zijn vrouwelijke entertainers, in Korea vergelijkbaar met de Japanse geisha of de hetaerae uit het oude Griekenland. Kisaeng zijn geen prostituees, al wordt vaak ten onrecht gedacht dat dit wel het geval is, maar het zijn jonge vrouwen die muziek maken en dansen voor leden uit de hogere of rijke klasse. Toen wij in Korea waren bestond het fenomeen kisaeng nog altijd. Hun reputatie was toen wel een ietsje anders maar het waren zeker geen prostituees. Misschien een beetje te vergelijken met de "entraineuses" in sommige bars in Europa... (Of Antwerpen) Zeer opvallend chic gekleed, glaasje meedrinken, de schouders of de hals masseren. Sigaretje roken... zulke dingen. Pokeren. Ik weet het ook maar van horen zeggen! Ik behoorde niet tot de hogere of de rijke klasse!

    13-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    12-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sinterklaas

    Vanaf het tweede jaar van ons verblijf vormde ik samen met Marc en Luc het vaste Sinterklaasteam en trokken wij het land af om Sint-Niklaas in de Koreaanse cultuur te introduceren. De grootste ketter werd toen tot Sinterklaas aangesteld. Marc was zwarte Piet, Luc speelde accordeon en zong sinterklaasliedjes. Lief was de schminkster van dienst en dan was er ook nog de chauffeur die ons rondreed en een extra hulpje, een vriendin van Lief, om het nodige voedsel, drank en sigaretten aan te halen voor de acteurs. (Stop met whisky drinken! Sinterklaas die naar de whisky stinkt, dat kan toch niet?!)

     Zo trokken we gedurende meer dan een week rond, van hotel naar hotel. Er waren optredens in de Belgische en de Nederlandse ambassade, in een progressief Amerikaans schooltje waar de juf de "echte" Sint wilde leren kennen aan haar kiddies. Twee acts in Seoul voor de kinderen van de werknemers van Bell en nog eens in een privéwoning. Het laatste optreden was verder weg in de stad Gummi, voor een andere afdeling van Bell. Ook daar was het altijd feest bij Jules en Marieke. Na mijn optreden ging ik mij dan snel omkleden en voegde mij tussen de andere gasten. Ik was dan zogezegd te laat gekomen. Waarop de kinderen; Fons, joh... je hebt wat gemist. Sinterklaas is hier juist geweest. Spijtig dat je te laat bent!

    En zeer belangrijk; ik werd de hele week betaald door de firma.

     Op een keer tijdens de voorbereiding van zo een Sinterklaasoptreden, alhoewel er weinig aan voor te bereiden was, reden we op een avond naar de twee paters, samen met de reeds genoemde Paul en Poel... Paul was nu de chauffeur van dienst.

    Om ons reeds in de juiste stemming te brengen had Paul een stuk gekrulde tuinslang op een borstelsteel geschoven, zo had hij een staf voor Sinterklaas. Een rode deken over zijn schouders gedrapeerd en met een uit krantenpapier geplooide mijter op zijn hoofd hadden we een Sinterklaas van den Aldi! Poel had zich helemaal in het zwart gekleed, ook haar gezicht zwart gemaakt en met bloedrode lippenstift rijkelijk de contouren van haar lippen bijgewerkt, duidelijk zwarte piet. Ik was den ezel, bij gebrek aan een paard en moest zwijgen!

     Nu hebben we ons bij de paters een ietsje te rijkelijk bediend van die smerige Koreaanse whisky die gaten in de maag brandt, met als gevolg dat Paul, in het Vlaams gezegd; goe zat was! (Ik voor een keer niet, of toch maar een beetje.)

     Begin 1980 en later ook nog bestond in Korea de "curfew", de avondklok! Een gevolg van de steeds aanwezige oorlogsdreiging door Noord-Korea. Na middernacht mocht er niemand nog op de straat zijn. Er waren wel uitzonderingen; zo mochten buitenlanders wel in een auto rijden. Maar om de paar kilometer stond er een gewapende legerpost waarvoor je dan telkens moest stoppen. Een soldaat scheen dan even met een zaklamp in de auto en als er vreemden in zaten mocht je zo zonder verdere commentaar doorrijden.

    Maar nu zat er een zwart geverfde vrouw met bloedrode lippen aan het stuur, iemand met een papieren hoed op zijn kop die duidelijk dronken op de achterbank lag, en nog twee passagiers die in kennelijke staat verkeerden. (Alcoholcontroles bestonden toen niet...!)

    Bij elke stop scheen een soldaat met zijn zaklamp in de auto, begon dan bulderend te lachen en riep zijn compagnons erbij om ook eens naar die bende gekken te komen kijken.

     Tijdens een Sinterklaasparty, in een groot hotel in Seoul, werden wij geïnstalleerd in een kamer van het hotel. Dat ging altijd zo, we moesten toch een verkleedplaats hebben en een ruimte waar we onze privé-spullen veilig konden achter laten, enzovoort. Eens het team dan perfect beschilderd, geschminkt en aangekleed was, trokken we na het telefoontje dat het startsein gaf, naar de zaal waar het feest doorging. Op een keer komen wij uit de lift, waar een oud vrouwtje stond te wachten tot de lift zou komen. De deur van de lift schoof open, het vrouwtje ziet de kleurrijke vreemde bende, zwart en wit bijgeschilderd en toegetakeld met lange baarden en punthoeden... en zijgt neer voor onze voeten! Flauw gevallen. Gelukkig was er een dokter in de zaal!

     Heb ik al gezegd dat mijn specialiteit kwestie van werk, de statistieken waren?

    Tijdens een ander Sinterklaasfeestje komt er een iets ouder kind naar me toe, installeert zich comfortabel op mijn schoot en haalt een briefje uit zijn jaszak. Mijn papa heeft dit briefje meegegeven zegt hij, en papa vraagt om dit eens te lezen. "Wanneer denkt sinterklaas dat hij nu eindelijk eens de resultaten van zijn statistiekprogramma XYZ, zal binnenbrengen? Papa van "..." en de naam.

     In het Amerikaanse schooltje komt een klein jongetje op mijn schoot zitten en vraagt of het waar is dat ik met een slee, getrokken door rendieren uit de hemel kom? Toen ik positief antwoordde, keek het jongetje mij ongelovig aan, met : "come on man, are you kidding me?" !

    Er is geen jeugd meer zoals vroeger!

     Koreaanse keuken

     De Koreanen zijn zeer fier op hun keuken. Volgens hun is dit de beste keuken ter wereld, of toch minstens die van Azië. De meeste Belgen hadden daar toch andere ideeën over!

    Het is inderdaad een keuken waar men wel even moet aan wennen maar eens zover, kan men heel goed verder leven met dit soort voeding.

    Er waren in het land ook verschillende andere soorten keukens en restaurants te vinden, vooral de Japanse en de Chinese stijl. "Western food" werd in alle grote hotels aangeboden waarbij hamburgers en dergelijke de standaardmaaltijd vormden. Ik denk dat ik in Korea niet één hamburger gegeten heb.

    Eens heb ik een tijdlang samengewerkt met een Chinees uit Taiwan. Hij sprak uiteraard Chinees en hij kende al vlug de allerbeste Chinese restaurantjes waar we niet aten wat er op de kaart stond maar wat "Mister Wong" op speciale aanvraag bestelde... Heerlijk was dat!

    Soms begrepen de Koreanen zijn Chinees "dialect" niet. Dan tekende hij met zijn wijsvinger, een Chinees karakter op de palm van zijn hand, met als resultaat dat er plots een begrijpende grijns op het gelaat van de andere verscheen. Het Koreaanse schrift is dan ook een "verbeterde" versie van het Chinees en er worden ook gewone Chinese karakters gebruikt in het Koreaans. Let wel op want er bestaan een viertal hoofdtalen dacht ik in China, maar de schrifttekens blijven min of meer dezelfde... (Ik ben al tevreden met het feit dat ik een beetje behoorlijk "Vlaams" kan schrijven en spreken... Laat het Chinees maar voor wat het is!).

     De Koreaanse keuken kent als basisvoedsel rijst, groenten, vis, zeewier en tofu. Vlees is een luxe product dat doorgaans alleen bij speciale gelegenheden wordt gegeten. Vis wordt gekookt, rauw of gedroogd gegeten. Een typische maaltijd bestaat uit een hoofdelement zoals vis, tofu of soms vlees en een groot aantal bijgerechten zoals minstens rijst, soep en kimchi. Kimchi komt altijd op tafel. Kimchi van kool, komkommer of daikon, de grote, lange witte, Japanse radijs.

    Rijst werd altijd gemengd met gerst. Dit had te maken met een tekort aan rijst van eigen bodem. De soepen waren altijd zeer eenvoudige groentesoepen, die slechts een heel korte kooktijd kregen.

    Drie, vijf tot soms wel twaalf bijgerechten worden geserveerd, afhankelijk van de gelegenheid. De typische smaakgevers bestaat uit sesamolie, sojasaus, knoflook, gember, suiker en chilipepers, welke de pittige smaak geven.

     Koreanen eten aan een lage tafel, zittend op een kussen met de benen gekruist. Een marteling voor westerlingen.

    De schikking van de maaltijdelementen is bijna even belangrijk als de smaak. Er wordt een kommetje rijst per persoon voorzien. Meestal met een deksel er op om de rijst warm te houden en een klein kommetje soep. Er wordt gegeten met een lepel en met korte dunne metalen chopsticks. Dat is even wennen in het begin.

     Het is ook de gewoonte dat je als gast aan het einde van de maaltijd een liedje zingt... Ook een marteling voor veel westerlingen... (Zoals ik bijvoorbeeld) Het was zelfs een reden om een invitatie af te wimpelen. Als je uitgenodigd werd bij iemand thuis was dat wel een teken van erkenning...

     De Koreaanse keuken is sinds vele jaren bezig aan een internationale doorbraak. In veel grote steden vindt je nu overal Koreaanse restaurants en de principes van het fermenteren van groente zoals de "kimchi" is op dit ogenblik "hot" in vele driesterrenkeukens!

     Enkele gekende gerechten.

     Bulgogi (불고기)

    Zeer populair gerecht waarvoor zelfs speciale restaurants bestonden. Dunne lapjes vrij vet rundvlees, gemarineerd in sojasaus, sesamolie, knoflook, suiker en zwarte peper. Bereid op een grill, vaak aan tafel. Het is een hoofdgerecht en wordt geserveerd met rijst en bijgerechten.

    Bulgogi betekent letterlijk "rund op vuur" en wordt ook wel Koreaanse barbecue genoemd.

     Bibimbap (비빔밥)

    Een goedkoop gerecht en heel geschikt voor een snelle lunch. Het betekent gemengde rijst of gemengde maaltijd. Rijst bedekt met verschillende groenten, rundvlees en ei, geserveerd met een pasta van pepertjes.

     Kalbi (갈비)

    Een tegenhanger van de bulgogi. Ribben van rund, gebakken op een houtskoolvuurtje in het midden van de tafel en vergezeld van rijst en diverse bijgerechten. Het vlees dat hiervoor gebruikt wordt klasseren we hier als "soepvlees". Het vlees op de rib wordt op een speciale manier ingekerfd zodat het een lange dunne lap vormt en wordt ook gemarineerd zoals de bulgogi. Door het marineren wordt het toch mals genoeg.

     Kimbap (김밥)

    Betekent letterlijk zeewierrijst. Rijst met reepjes groenten, ei en ham, opgerold in zeewier en gesneden. Dit is een populaire snack bij kinderen voor bij de lunch. Lijkt op de Japanse sushi.

     Kimchi (김치)

    Gefermenteerde groenten, meestal kool, komkommer of witte radijs. Gewoonlijk ingemaakt in pekel samen met kleine gedroogde visjes of garnaaltjes, gember, knoflook, groene ui en veel chilipepers. Er bestaan ontelbare variaties, zoveel als er koks zijn, wordt gezegd. Kimchi wordt altijd gegeten als bijgerecht bij elke maaltijd, zelfs het ontbijt.

     Naengmyeon (냉면;冷麵)

    Een typisch zomergerecht. Betekent letterlijk koude pasta. Dit gerecht bevat verschillende soorten noedels en wordt geserveerd in een grote kom met ijs, dunne reepjes rauwe groenten en vaak een gekookt ei of koud vlees.

     Songpyeon (송편)

    Een soort taart, geserveerd tijdens Chusok, het traditionele "midden-herfst-feest". Rond één november. Wordt gedecoreerd met sesam, sojabonen en kastanjes en smaakt flauw zoet.

     Speciale gerechten die verkocht werden in restaurants die zich daarin specialiseerden was de "fugu", de zeer giftige kogelvis die een deskundige bereiding nodig heeft indien men er niet wou aan dood gaan. En er gebeurden af en toe ongelukken met deze vis.

     Zo ook kon men hondensoep eten in speciale restaurants. Iets wat we tot twee keer toe geprobeerd hebben maar als westerling laat men je niet binnen in dit soort restaurants. Daarom was het voor ons alleen mogelijk om deze "soep" te eten achter "gesloten deuren" of bij een privé persoon.

     Bij een maaltijd met gasten kan er behoorlijk wat gedronken worden. Liefst bier maar ook een dagelijkse drank gemaakt van geroosterde gerst die gekookt wordt met water. In de winter werd dit drankje warm gegeven, in de zomer koud. Deze drank werd dikwijls aangeboden als verwelkoming als je ergens binnen kwam. In een restaurant of koffiehuisje bijvoorbeeld.
    Tijdens de zomer kreeg je altijd een koud vochtig doekje aangeboden om je aangezicht en handen te verfrissen. In de winter was dit eenzelfde warm doekje. De doekjes stonden dan in een ketel op een vuurtje warm te blijven. Deze geste werd op veel plaatsen herhaald, zo ook bij de kapper.

     Frisdranken zoals cola en dergelijke waren overal verkrijgbaar. Onder andere in de vele straatstalletjes. Er was wijn te koop maar dat was zeker niet de dagelijkse drank voor de Koreaan. Er bestond een witte wijn van behoorlijke kwaliteit maar de rode was echt niet lekker. Met een beetje geluk konden we wijn kopen via het Amerikaanse leger die Californische wijnen hadden, zoals de wijnen van "Gallo". Die was natuurlijk van een heel aanvaardbare kwaliteit.

     En dan, wat aten wij thuis zoal?

     Wat wij exact aten dat weet ik natuurlijk niet meer maar wel kan dat ingedeeld worden in viertal groepen.

    - Gewone dagelijkse kost... Niet die van Jeroen Meus! Maar de mijne! Er waren diverse soorten groenten verkrijgbaar, ook veel voor ons onbekende groenten. Aardappelen, reeds geschild en verpakt per twee stuks in een plastic zakje! Witte of gele. De gele waren de lekkerste. Wij geven de aardappelen aan de varkens en dan eten we het varken op. Zo beweerden de Koreanen. Als vlees was er dus veel varkensvlees. Het had wel een speciaal smaakje, de smaak van de beer..? Er was ook rundvlees dat altijd met de snijmachine flinterdun gesneden werd. Na enige tijd ging ik bij de slager wel uitleggen en vragen, desnoods toonde ik het, wat ik wilde. Biefstuk voor bij een speciale gelegenheid bijvoorbeeld.

    Er was ook gevogelte. Kip, kwartels, heel af en toe konijn... Maar wij zijn visliefhebbers! Dus kwam er ook veel vis op tafel. Vissen die ik niet noodzakelijk kende. Zo herinner ik mij nog de "pomfret", (zilverbraam) een typische vis uit de warme zeeën... Een platgedrukte vis die rechtop zwemt... Niet buitengewoon lekker maar wel spotgoedkoop. Er was ook veel diepgevroren "pollack" verkrijgbaar, een soort grote Arctische wijting. Deze vis werd reeds op voorhand in dunne plakjes gesneden, verkocht. Er was enorm veel vis verkrijgbaar, veel inktvissoorten, ook oesters en mosselen maar ik vond die mosselen niet lekker. Alle andere Belgen wel! Ik vond dat ze naar algen smaakten en ik vond dat niet smakelijk!

     - Dan probeerde ik soms om zelf "Koreaans" te koken. Al vlug had ik mij enkele kookboeken aangeschaft. In het Engels geschreven natuurlijk door Amerikaanse dames die in Seoul gewoond hadden. Het beste boek dat ik heb is van een Koreaanse schrijfster die gevlucht is uit Noord Korea (toen het nog mogelijk was) en nu in de VS woont en daar in het Engels een boek heeft opgesteld. Het Koreaans koken lukte met vallen en opstaan. Maar de Koreaanse keuken is een zeer arbeidsintensieve keuken en daar had ik niet altijd zin in om mij een paar uur bezig te houden om een gewoon potje eten te koken.

     - Af en toe probeerde ik dan om iets typisch Belgisch of Vlaams te maken. Liefst als er gasten kwamen. Dat werd dan iets als een ossentong in maderasaus met champignons en kroketjes... Of een "videeke"! Konijn in biersaus, of stoofvlees en niet te vergeten "echte Vlaamse bloedworst"... Later wel veel meer daarover.

     - Als er een groot internationaal gezelschap op bezoek kwam, en dat gebeurde zeer regelmatig, werd het telkens weer een buffet gevuld met een hele gekookte zalm en een grote paté gemaakt van kippenlevers met de nodige entourage erbij. Zo at ieder wat hem of haar beliefde... Alhoewel er weinig problemen waren op dat punt. Mensen die het internationale leven gewoon zijn doen nooit moeilijk over hun eten... ! Drank vinden ze veel belangrijker!

    12-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    11-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hondensoep

    In een ander avontuur, want zo kan het wel genoemd worden, speelde pater Luc weer een grote rol. In Korea wordt, zoals wel geweten, soms hond gegeten. Hondensoep wordt er aanzien als een krachtig opwekkend voedsel dat nodig is als de krachten beginnen af te nemen. Vooral mannen blijken daar nogal eens last van te hebben, toch volgens de Koreanen. Er bestaan trouwens veel landen waar hond op het menu staat.

     Hond wordt in Korea verwerkt in een soep, hondensoep! Deze hondensoep - want dat is een beetje de vertaling van het Koreaanse woord “poo shin tang” - wordt verkocht in speciale restaurants, die er dan ook hun enige specialiteit van maken.

    Wij werkten nu al drie jaar in Korea en wij wilden ook wel eens een hondensoepje proeven. Het kan toch niet om ergens zo lang te wonen en nooit geproefd te hebben van die lokale specialiteit. Maar... in de speciale restaurants zouden we nooit binnen mogen. Vreemdelingen worden daar geweerd als de pest en we zouden met alle mogelijke argumenten vriendelijk aan de deur gezet worden. Daarbij, onze taalkennis was absoluut onvoldoende om de restauranthouders te overtuigen van onze onschuldige bedoelingen.

     Dus wij hadden een gids nodig die Koreaans kon spreken en die de zaak kon regelen voor ons. Geen enkel probleem, Luc was als gids het meest geschikt, hij kwam veel op straat en kende Seoul als zijn binnenzak en vooral, hij sprak perfect vloeiend Koreaans. (Toch naar eigen zeggen.) Dus wij hebben hem gevraagd om ergens in zo’n restaurant een tafel te reserveren voor een achttal vrienden, langneuzen, hijzelf daarbij inbegrepen.

    Het lukte! Volgende woensdag zou het hondensouper doorgaan.

     Enkele dagen voordien nog even naar Luc gebeld om te vragen of alles in orde zou komen?

    Ja, ja, maar ik heb tegen onze zusters, dat zijn de nonnekes die voor hem en zijn confraters kookten, gezegd dat ik woensdag niet zal komen eten omdat wij “poo shin tang” gaan eten in de stad. Nu stellen de nonnen voor om zelf hondensoep te maken, want zeggen ze, die westerlingen zullen dat toch niet lusten en ’t kost zo veel geld en hun vrouwen mogen niet mee in ‘t restaurant en nog een hoop redenen om er voor te zorgen dat zij die de soep zelf zouden mogen maken. Waarschijnlijk in de hoop om zo de resten te kunnen opeten?

     Akkoord! Het werd dus hondensoep bij de paters en bij de nonnen! Het voordeel was nu dat de vrouwen ook mee mochten komen. In de speciale restaurants werden vrouwen absoluut geweerd. Hond is voor de mannen, daar komt geen vrouw bij te pas!

    Maar onze vrouwen hadden reeds lang andere regelingen getroffen en zij zouden samen ergens pateekes of zoiets gaan eten, koffie drinken en wat kletsen onder mekaar.

     De nonnekes wisten niet dat de vrouwen niet zouden meekomen en hadden voor hen frieten voorzien, ingeval ze de hond (hoogstwaarschijnlijk) niet zouden lusten of willen eten.

    Met zijn achten zaten we aan een lange tafel, elk met zijn kom hondensoep, een kommetje rijst en kimchi... Over die kimchi zal ik het even verder nog wel hebben.

     De soep zelf zag er niet erg uitnodigend uit en lekker was volgens ons ook een ander begrip. Niets om over naar huis te schrijven. Echt slecht was het niet maar het "wringt" in de keel bij het slikken. ’t Probleem schijnt tussen de oren te zitten, maar we hebben er ons dapper, zij het met lange tanden doorheen gezwoegd. En die kom met frieten stond daar nog te lonken. Het werd uiteindelijk hondensoep met frieten…

    Luc heeft ook nog een bokaal mayonaise op de tafel gezet.

    Als ik dit hondenverhaal in België vertel kan ik meestal op niet al te veel sympathie rekenen. Dus ik zou zeggen aan de mensen die nu hun hondje knuffelen; sorry! Maar ik beloof niet dat ik het nooit meer zal doen!

     Kimchi

     Behalve frieten en mayonaise kwamen er ook een paar extra kommetjes kimchi op de tafel. Ik herinner het mij niet duidelijk meer, maar toch ben ik er zeker van. Dit omdat een maaltijd zonder kimchi onmogelijk is in Korea. Zoiets als een Vlaming of een Nederlander die geen patatjes krijgt bij zijn vleesje.

     Het woord "kimchi" is op dit ogenblik aan het doordringen in de Westerse keuken sinds hier een paar inventieve chefs begonnen zijn met het fermenteren van diverse groenten. Maar vraag aan de doorsnee Vlaming of Waal wat ‘kimchi” is? Geen reactie of een schouderophalen.

    En toch, doe even de moeite en tik “Kimchi” in een zoekrobot zoals Google en er zullen ettelijke bladzijden te voorschijn komen, handelend over kimchi.

     Bijna alle Vlamingen die voor het eerst in Korea kwamen, zoals ik, vonden die kimchi zo goed als oneetbaar. Gegiste, zeer sterk pikant gekruide stukjes kool!. Bovendien stinkt het goedje.

    Voor iedereen was het aanvankelijk wel erg wennen aan de smaak maar alles went, beweerden ook de dames; alles went, behalve een vent!

    Kimchi went ook..!

     Kimchi is een basisvoedsel uit de Koreaanse keuken. (Hoe arm een Koreaan ook moge wezen, kimchi zal hij eten)

    Rijst en kimchi, daarop kan men principieel in leven blijven.

    Kimchi is te vergelijken met zuurkool, ... maar dan anders.

    Tijdens het najaar, de maanden september, oktober liggen de straten in de Koreaanse dorpen en steden vol met stapels reusachtig grote Chinese kolen. Vier keer groter dan het model van kool dat wij hier kennen.

    Daarnaast liggen kruiwagens vol verse gember, bergen groene lente-uien, ontelbare tressen rode pikante pepertjes en stapels knoflook. Dat is het nodige voor kimchi.

     Elke huismoeder gaat dan de straat op om de vereiste hoeveelheid kool en andere ingrediënten in te slaan. Dit om kimchi te bereiden voor de winter die er staat aan te komen. Een overlevingsrantsoen voor de komende ijskoude maanden. Zo ging het er toch oorspronkelijk aan toe. Maar de tijden zijn veranderd en nu wordt kimchi ook verkocht in alle Koreaanse supermarkten, in een speciale vacuüm verpakking. De stevig gekruide versie van de kimchi - want er bestaan enkele varianten - is ook in België verkrijgbaar in de Aziatische supermarkten.

     In Korea kan het zeer koud worden. Zoals reeds aangehaald, minus 24°C in de maand januari is echt geen uitzondering. Als we toen ’s morgens de auto startten, sloeg de motor doorgaans wel aan maar de olie in de versnellingsbak was door de koude veranderd in een soort margarine en men had twee handen nodig om de versnellingspook te verzetten. Zelfs de bladvering van de Pony lag dan lam tijdens de eerste kilometers. Het metaal was zo koud dat alle vering eruit verdwenen was.

     Het bereiden van de kimchi is een vrouwenaangelegenheid. In Korea koken de mannen niet, behalve in de restaurantkeukens. Raar maar waar, hetzelfde als het hier was, 50 jaar geleden.

     De kool voor kimchi wordt gefermenteerd in een weinig gezouten maar sterk gekruide pekel. Door een melkzuurgisting ontstaat een zuur milieu waarin de kool uit zichzelf bewaart. Het is een vrij ingewikkeld proces maar anderzijds is het doodgemakkelijk om te doen. De kool wordt behandeld met toevoeging van ongeveer drie procent zout, wat weinig is, en daardoor gaat ze spontaan aan het gisten. Zuurkool wordt op identiek dezelfde methode gemaakt en daar is toch ook niets mysterieus aan! Zuurkool wordt in fijne reepjes gesneden, maar voor kimchi worden de koolbladeren in zijn geheel gebruikt.

     Het hierboven beschrevene is enkel het principe. Kimchi zonder rode peper of gember is geen kimchi. Bij kimchi komen daarom nog enkele extra ingrediënten om er smakelijke kimchi van te maken. Gember, reepjes groene ui, veel rode hete peper, soms kleine gedroogde garnaaltjes en dikwijls daikon een soort dikke witte rammenas, ook bekend uit de Japanse keuken

     Van de koolbladeren worden pakketjes gemaakt waarin al die smaakgevers verstopt zitten. Deze pakjes gaan dan in grote bruine geglazuurde kruiken. Er wordt een lichte pekel van drie procent zout, over gegoten, en tijdens de herfst, wanneer het buiten nog lekker warm is, zal de kool nu spontaan aan het gisten gaan. De fermentatie stopt vanzelf als het kouder wordt. Het tijdstip om de kimchi te bereiden is daarom vrij belangrijk. Juist op het kantelmoment; warme zomer, koele herfst.

    Na een week of wat, of zelfs korter, is de kimchi klaar voor consumptie.

     Als je zelf kimchi zou maken of gekocht hebt, bewaar het product dan in een goed sluitende container want de geur kan geweldig penetrant zijn. Wie ooit in de buurt van een zuurkoolfabriekje gewoond heeft, kent daar alles van.

     Kimchi wordt bij elke Koreaanse maaltijd geserveerd. De kool wordt dan in kleinere hapklare stukjes gesneden en is bedoeld als bijgerecht. Koreanen eten met stokjes, zoals de Chinezen en veel andere Aziaten, en dus moet de kool in hapklare stukjes verdeeld worden. Let wel op, die Koreanen hebben blijkbaar een grotere mond dan wij. Toch aan de stukken kimchi te zien!

     Heel opvallend is het hoge gehalte aan vitamine C dat kimchi bevat, afkomstig van de rode pepers. Deze vitamines blijven ook goed intact in het zure pekelvocht.

    Kimchi wordt soms verwerkt in soepen en in stoofgerechten, zeker aan het einde van de winter als de kimchi erg slap en zuur geworden is, zo dat hij niet meer aangenaam smaakt. Kimchi wordt steeds en altijd bij elke maaltijd gegeten, ook bij het ontbijt.

    Eens je de smaak te pakken hebt, ben je zelf ook verloren.

     Af en toe maak ik thuis nog wel eens een lading kimchi. Het product bewaart gedurende weken, maanden zelfs, in de koelkast. (In een goed gesloten bokaal wegens de geur.)

    Volgens Lief is kimchi goed voor de vooruitgang van de achteruitgang... en zij kon het weten.

     Streetfood

     Zoals reeds aangehaald was Mister Oh, gedurende lange tijd onze chauffeur. Behalve dat hij een bekwaam chauffeur was, was hij ook een echte smikkelaar. Hij at graag, en hij kende alle lekkere eetstalletje in de stad. Zoals in veel Aziatische landen kennen de Koreanen ook een brede waaier aan "streetfood" zoals men dat noemt. Hamburgers en hotdogs behoorden daar niet bij. Wel reusachtig grote oesters, octopus, kwal en gedroogde inktvis... Ook allerlei soepjes met daarin gevulde deegkussentjes. 's Avonds bij het vallen van de duisternis vertoonden de straten van Seoul een feeëriek schouwspel. Tientallen karretjes, meestal een soort stootwagens, installeerden zich dan op diverse plaatsen in de stad, deden hun olielantarentjes branden en een wolk van etensgeuren verdreef weldra de walm van de uitlaatgassen.

     Een van die fast food specialiteiten was pindaetok. Een soort pannenkoek gemaakt van een beslag dat bereid werd van fijngemalen mungboontjes.

    Pindaetok was een van de eerste zaken uit de Koreaanse keuken die ik zelf leerde bereiden! In het Koreaans wordt het zo geschreven: 야채빈대떡

    Rijst koken, dat kende ik al van vroeger.

     Als je het woord pindaetok in het zoekvak van Google tikt krijg je heel wat “hits”.

    Geschreven als "bindaetok" lukt het ook. Er is weinig verschil in klank tussen een P en B klank in het Koreaans, evenmin als tussen een R en een L. Net zoals bij de Chinezen! De Koreanen noemen zich trouwens de Han Chinezen. De Chinezen van het zuiden, met als taal het "hangul".

     Samen met Mr Oh ging ik dikwijls een portie pindaetok proeven. We go ... eat? Stelde hij dan voor, met vraagtekens in zijn spleetoogjes ...

     Mister Oh sprak behoorlijk Engels maar niet helemaal perfect, zoals hierboven reeds te lezen staat. Maar we begrepen mekaar, beter dan hier de Limburgers de West-Vlamingen begrijpen.

     Hij heeft eens aan de oude dametjes die pindaetok verkochten gevraagd hoe ze het maakten? Zo ben ik aan het recept gekomen. Het is in feite zeer simpel, zoals zo dikwijls.

     Men neme groene mungbonen en zet deze een nacht te week in water. ‘s Anderendaags zijn de boontjes dan dik gezwollen en kunnen de groene vliesjes er gemakkelijk af gehaald worden. Nog gemakkelijker is het om reeds voorgepelde mungbonen te gebruiken.

    Ik hoor jullie al vragen, wat zijn mungbonen? Simpel: de kleine groene boontjes waaruit de sojascheutjes of taugé ontspruit. Hier te koop in de reformwinkels of Aziatische supermarkten (katjang idjo in het Indonesisch).

     Die boontjes moeten gemalen worden tussen twee molenstenen. Dat is een probleem om dit hier na te doen. In Korea hebben ze daar speciale molens voor. Ik doe het in een krachtige blender en zeef de massa nadien. Het resultaat is dan een dik vloeibaar beslag. Hierbij wordt wat gewone bloem gedaan tot het beslag voldoende dik is, en voor alle veiligheid en voor een beter bakresultaat, doe ik er ook nog een ei bij.

     De pindaetok’s kunnen dan gebakken worden in een gewone anti-kleefpan, zowel natuur, met vlees, met paddenstoelen als met zeevruchten.

     Om te beginnen kun je er best eentje natuur proberen, mocht je het zelf eens willen maken.

    Neem een pan met dikke antikleefbodem, een tefalpan zeg maar, doe er toch maar een beetje olie in en probeer het eerst met een klein lepeltje deeg. Zeker geen grote pannenkoek maken van het begin af. Zo kun je controleren of het bakproces naar behoren verloopt. De pan mag niet te heet zijn, een pindaetokje moet traag bakken. Uitdrogen zelfs. Draai ze om met behulp van een spatel. Omgooien zoals een pannenkoek zal echt niet lukken. Het resultaat is een dikke, een beetje korrelige pannenkoek met een speciale structuur en smaak. Zeer voedzaam, maar dat zoeken we nu niet bepaald in deze tijden!

     Tijdens het bakken kunnen ook reepjes, groenten, vlees of paddenstoelen toegevoegd worden. Zoals in een Limburgse spekpannenkoek. Zoiets! Bij het opdienen mogen ze bestrooid worden met snippers lente-ui.

     Om ze te eten doop je gewoon een afgescheurd stukje van de koek in een klein kommetje met sojasaus en that’s it! Daarom doe je ook geen zout in het beslag!.

    Enne… pindaetok eet je liefst met chopsticks en niet met mes en vork!

     Een andere keer zouden we één van die grote oesters proeven.

    De oesters die aan de eetkarretjes verkocht werden, waren werkelijk gigantisch groot. Eén oester bedekte ruimschoots een dokwerkershand en was zeker zo dik als een Belgische pistolet!

    De verkoper brak de oester dan open met behulp van een grote schroevendraaier waar hij een punt aangeslepen had of met een smalle beitel.

    Eens de oester zichtbaar werd, begon je al spontaan te slikken. Zo een monstrueus weekdier. Nog nooit gezien! Op mijn vraag heeft de oesterman het beestje in zes stukken gesneden. Toen schepte hij er een kwak vies walmende "kochu jang" over en… proef maar! Kochu jang is een saus van gefermenteerde bonen, de geur kan je je er wel bij inbeelden, vrees ik.

     Met de moed der wanhoop slurpten we dan, ieder zijn oester leeg. Plotseling voelde ik iets hards tussen mijn tanden. Voorzichtig uitgespuwd... en wat bleek: het was een kleine maar mooie witte parel. Ook de verkoper beweerde dat hij zoiets nog niet dikwijls gezien had.

    Ik heb het pareltje, want erg groot was het niet, wel van prima kwaliteit, bewaard, en later heb ik het verwerkt in een ringetje voor Lief. (Ik leerde nadien inderdaad om zilveren juwelen te smeden!) Zo heb ik toen reeds geleerd dat zilver en echte parels niet goed samen gaan. Zilver moet af en toe gepoetst worden en een parel verdraagt dat poetsen niet goed. Hij wordt daardoor ofwel dof of kleurt zwart. Dus een lang leven was het pareltje niet beschoren. Maar mocht ik het toevallig ingeslikt hebben, het zou ook niet lang geleefd hebben!

     Op een avond, het begon reeds te schemeren kwamen we zeker een half uur te vroeg aan bij de centrale. Goed op tijd vertrokken, vlot verkeer en zo gebeurde het; te vroeg. Deontologisch ga je geen half uur te vroeg naar je werk toe, dat is verboden door de vakbond... Dus stelde Mr Oh voor om nog snel een hapje te gaan eten. Aan de overkant van de centrale stond sinds een paar dagen een nieuw eetstalletje. Een vrouwtje stond aan de bakplaat en ze verkocht slechts één gerecht; gekookte en dan gebakken darmen met groenten. Ja, dat was wel een afknapper, maar na wat gepalaver met de kokkin en mijn goedkeuring dat ik het wel zou eten, bestelde Mr Oh twee porties gebakken stinkdarmen. Het vrouwtje gooide per persoon een schep reeds voorgekookte ingewanden op een bakplaat, goot er allerlei onbekende vloeistoffen over uit, husselde alles door mekaar en dan gingen er nog allerlei groenten bij... Als allerlaatste nam ze een reusachtige schep van iets dat er uit zag als sambal... en mengde dat met al de rest. Mr Oh keek mij vragend aan en ik haalde mijn schouders even op... "Wait and see... eh... taste"!

     De eerste hap ging nog. Toen sloeg de brand uit... Vreselijk pikant was dat spul... Het voordeel was wel dat je zo de darmen niet proefde. Het vrouwtje die zag dat ze te veel van het vurige rode spul op haar bereiding gekieperd had excuseerde zich, ze was nog maar pas nieuw in de business en ze zocht nog een beetje naar de juiste verhoudingen!

    Maar stelde ze voor, we zouden een glas soju, een inheemse graanalcohol, krijgen om zo de hitte van de pepers te temperen.

    Indachtig dat één, geen is, hebben we er nog een tweede glas soju bij besteld dat betaald werd door Mr Oh. Ik kon toch niet achterblijven en dan hebben we nog maar een derde rondje besteld.

    Mr Oh was de eerste die het opgaf. I can 't eat this, was zijn commentaar. Too hot!

    Ik wilde mijn gezicht niet verliezen en heb moedig nog enkele happen meer genomen maar heb het toen ook moeten opgeven.

    Eens het vuur uit mijn mond verdwenen was begon de alcohol zijn werk te doen.

    Zo kwam het dat ik te laat op het werk verscheen en dat ik van gans de nacht niet veel zinnigs meer uitgespookt heb!

    11-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    10-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nummer 76 en 78

    Nu ik het toch over eten heb, een ander grappig voorval is het volgende.

     Nu kan men hier bij ons, in bijna alle kleine restaurantjes eten afhalen, na het al dan niet besteld te hebben. Dat bestond jaren geleden ook reeds bij de Koreanen. Zij kenden het waarschijnlijk al voor de afhaalchinees hier bekend was. Gewoon een telefoontje naar het restaurant; iets bestellen en dan werd het bestelde in ijltempo afgeleverd door een jongen op een fiets met een soort reuze thermosbox achter op zijn rammelend vehikel.

     Maar wat te doen als je geen Koreaans spreekt???

     Toch lukte het eens. We kwamen in een restaurant waar de “maître” Engels sprak!

    Of toch iets dat er een beetje op leek.

    Hij gaf ons een menukaart, zoals hier bij de Chinees, met elk gerecht genummerd, en zelfs een soort Engelse vertaling er bij. Prachtig was dat natuurlijk! En gemakkelijk voor ons.

     Als we zouden telefoneren moesten we naar “mister Kim” vragen. Hijzelf zou dan de bestelling noteren.

    Enkele weken nadien op een zondagmiddag was het zo ver. Alle supermarkten gesloten en niets of te weinig te eten in huis en geen zin om uit te gaan eten.

    Even proberen om een bestelling door te geven aan mister Kim.

     We hadden snel gekozen, zo iets heel simpels, onnozels, zo wat “flied lice” of dergelijke en een stukje vlees.

     Mister Kim, himself kwam aan de telefoon in ik gaf de bestelling door: één keer nummer 76 en één keer nummer 78. Met plain lice erbij...

     Ok, Ok, we will hully...!

     10 Minuten later ; de telefoon rinkelde! Of ik wel zeker was dat ik “numbel 76 en numbel 78” wou hebben?

    - Ja, zeker, doe maar!

     Weer 10 minuten later, telefoon. Of ik wist dat ik daarvoor zeker 20 minuten zou moeten wachten op het bestelde?

     - Ja, ja, OK, we hebben tijd, ’t is zondag...

     45 Minuten later. Het jongentje op de fiets brengt de bestelling :

     - Varkensmaag, mooi kruisgewijze in ruitjes gesneden, in één of ander donkere, bruine saus.

     - Varkensniertjes, in waarschijnlijk dezelfde bruine soja-achtige saus.

     - Een reuzekom witte “plain lice”.

     De delivery boy begreep geen jota Engels maar had wel een nieuwe spijskaart bij waarop we konden lezen dat het bestelde klopte met de opgegeven nummertjes.

     Alleen was het nu een nieuwe versie van de kaart, een andere dan degene die we enkele weken voordien gekregen hadden. Alle nummers stonden vier plaatsen verschoven..

     Lief en haar vriendinnen

     Terwijl ik aan het werk was, had Lief natuurlijk zeeën van vrije tijd. Er was wel het dagelijkse onderhoud van het appartementje te doen maar toch bleef er voor haar heel wat tijd over.

     Vermits taxi rijden een koud kunstje was in Seoul begon zij snel de weg te vinden naar de vriendinnen. Via de Filippijnse vrouw van een secretaris van de Belgische ambassade kwam ze in contact met de Filippijnse gemeenschap in Seoul. Allemaal bloedmooie vrouwtjes. Die allemaal konden koken... en waarvan ik wel een en ander geleerd heb... Van koken bedoel ik! Want in de Filippijnen is het nog steeds zo dat de vrouw kookt voor haar man en de kinderen... Mij was zo een geluk niet beschoren... Maar dat vond ik niet erg!

     Samen trokken de vriendinnen regelmatig naar "Charity bazaars", liepen theekransjes af, gingen shoppen (onnodig geld uitgeven betekent dat) en gingen lunchen in het cafetaria van het Hyatt hotel want een van de vrouwtje haar man was daar executive chef van de keuken.

    Heel achteraf bleek dat Filippijnse vrouwtje niet zijn echte vrouw te zijn... maar ja?!

    Het belangrijkste is wel dat we via die chef van dat Hyatt hotel in contact gekomen zijn met Geert. Geert was een Belg, maar als Amerikaan genaturaliseerd. Hij oefende de functie van "Food and Beverage Manager" uit in een "Best Western", het "Chosun" hotel. Zodanig kenden de twee chefs mekaar.

     Geert is nadien teruggekeerd naar de VS, naar Phoenix, Arizona, en heeft daar zijn eigen restaurant opgestart, "The white Truffle".

    Die "White Truffle" heeft er ons toe aangezet om naderhand in de VS te gaan werken bij een Amerikaanse familie, ik als kok en Lief als "nanny". Dat verhaal is te lezen in het deel "Het Amerikaanse avontuur".

     Lief is altijd bekend geweest voor haar hoed. Zij droeg die hoed overal en altijd. Zij kwam niet buiten de deur of zij moest een hoofddeksel op hebben. Liefst een hoed en liever nog, een heel grote hoed. Anders voelde zij zich naakt?! Zo beweerde ze toch.

    In Korea droeg zij lang een knalrode breedgerande mannenhoed. Zodanig zelfs dat ze herkend werd door die rode hoed.

    Op een dag werd ze door Luc, de pater, naar een Koreaanse jongedame gestuurd die zilver smeedde en haar werk ergens in de stad tentoonstelde. Geen juwelen, wel gebruiksvoorwerpen zoals kannetjes, schaaltjes en kelken in zilver, speciaal voor de erediensten in de kerk. Toen Lief binnenkwam in de tentoonstellingsruimte werd ze onmiddellijk begroet door de juffrouw die er tentoonstelde met de woorden ; Hello Mrs Nicolay... Waarop Lief verwonderd vroeg; How do you know me? De jongedame wees naar haar rode hoed... Luc had haar komst reeds aangekondigd met als tip; "The lady with the red hat!"

    Lief heeft ongeveer tijdens dezelfde periode van de Filippijnse vriendinnen kennis gemaakt met Lois, een Amerikaanse dame die werkte als assistente bij een dokter in het Amerikaanse leger. Hoe die twee, Lief en Lois, - het klinkt als een merk voor sacochen - met mekaar in contact gekomen zijn, had iets te maken met een facelift die Lois had laten uitvoeren. Een facelift is in werkelijkheid een operatie en had dus heel wat nazorg nodig. Het was Lief die dit deed maar hoe die twee met mekaar in kennis gekomen zijn, 'k zou het niet weten. Maar op een mooie keer was Lois thuis een regelmatige gast.

    Tijdens onze latere ervaringen in de Verenigde Staten kwam Lois ook weer prominent op het toneel.

    Zo bezitten we een wafelijzer (ik heb het nu nog) dat Lois uit de VS - uit Las Vegas, want daar woonde ze - meegebracht heeft naar Korea. Bij ons vertrek later is dat wafelijzer over de Noordpool mee naar België gekomen. Van daaruit vertrok het dan enkele maanden later terug naar de VS en is het per boot terug naar België gekomen. Het wafelijzer heeft meer dan de toer van de aarde gemaakt, minstens 50.000 km.

     Om een of andere reden ben ik toen ook begonnen met het maken van yoghurt. Hoogstwaarschijnlijk op aanvraag van Lief want zij at graag een yoghurtje. Maar yoghurt was in Korea niet verkrijgbaar. Er bestond toen wel de "Yakult" die pas ingevoerd was uit Japan. Maar dat waren dezelfde prutsflesjes als degene die je nu hier ook vindt en de smaak was niet lekker. Bovendien werd Yakult verkocht aan de prijs van kaviaar. Aziaten zijn geen zuivelverbruikers. "Yakult" is trouwens geen echte “yoghurt”, wel een product dat andere melkzuurfermenten bevat, waar niets fout mee is, maar het is niet hetzelfde.

     Ooit geprobeerd om zelf yoghurt te maken?

    Doodsimpel is het! De eenvoudigste methode bestaat er in om te starten met een commerciële yoghurt van goede kwaliteit. Dus ben ik eerst gestart met een potje dure, gekochte yoghurt. Die yoghurt was verkrijgbaar in de grote hotels - of gratis via de keuken van de Hyatt -. Later werkte ik verder met een yoghurtstarter, in poedervorm, die opgezonden was vanuit België. Na enkele proeven had ik de techniek van het yoghurt maken goed onder de knie.

     Nu komt de Amerikaanse vriendin, Lois dus, op bezoek en proeft de homemade yoghurt. Nice, delicious, great, wonderful, enzovoort...

     Of ik voor haar ook yoghurt wou maken?

    Maar, vroeg ze, niet met Koreaanse melk, want daar was ze vies van. Amerikanen, hé ! (Het zijn geen racisten hoor! Oh nee!)

    Lois zou mij Amerikaanse melk bezorgen.

    Goed, zo gezegd, zo gedaan!

     Dan een lading yoghurt opgestart met een brickverpakking Amerikaanse melk van het merk Gloria. Ik herinner het mij nog zeer levendig.

     Het productieproces gestart zoals het hoort en ’s anderendaags zou de yoghurt klaar zijn...

    Dan. Oh, desillusie, de yoghurt was mislukt... Dit was de eerste keer!

    Verdomme toch, wat had ik hier mispeuterd?

     Ik had maar één verpakking van de Amerikaanse Gloria melk. Snel een nieuwe “batch” opgezet maar nu met standaard Koreaanse melk, melk gekocht in de lokale supermarkt. ‘s Anderendaags: een pracht van een yoghurt als resultaat.

     De Amerikaanse vriendin, Lois, was zeer tevreden. You nice guy, enzovoort. Ze zou mij eens een konijntje vangen als het pas gaf... Aan Lois heb ik nooit verteld dat ik daarvoor Koreaanse melk gebruikt had. Laat de 'onnozelen' maar in hun wijsheid.

     Volgende keer; weer hetzelfde scenario. Lois komt met een brick melk van het merk Gloria. Ik maak er yoghurt van en ... weer mislukt.

     Dan beginnen er natuurlijk lampjes te knipperen; hier scheelt entwat!...

     Even gaan kijken op de lege melkverpakking naar de samenstelling van de melk. Het was melk speciaal gecreëerd voor het Amerikaanse leger in het buitenland, aub! Alle natuurlijke vetten waren vervangen door plantaardige vetten, vitaminen zus en zo toegevoegd en een massa bewaarmiddelen er bij gekwakt.

     Mijn arme, moeilijk verkrijgbare, yoghurtbacteriën stierven gewoon in die zogenaamde melk, bij gebrek aan eerlijke voedingstoffen in dat vijandig milieu vol bewaarmiddelen.

     Nadien heb ik geen yoghurt meer voor haar moeten maken. Toch niet van Amerikaanse melk. Ze was het beu, denk ik. De Lactobacillus Bulgaricus en Streptococcus Thermophilus zijn mij er nog altijd dankbaar voor. (Dat zijn de twee fermenten die nodig zijn om gewone yoghurt te bereiden.)

     De vogeltjes

     Het eerste vogeltje dat in huis kwam was "Ping ping", een Japans meeuwtje. Om dezelfde reden waarom later ook Coco, de papegaai, bij ons beland is. Het was het vogeltje van een koppeltje dat terug naar België vertrok en die het vogeltje in veilige handen wilden achterlaten. Waarom wij daarvoor uitverkozen werden, weet ik niet. Zeker niet gezien de reputatie die ik had om nogal ongewone beestjes in de pot te durven draaien!?? (Ik had een supermarkt ontdekt waar ze rijstvogeltjes op spiesjes, en ook konijn, verkochten...)

    Het vogeltje had al een naam: Ping ping... Dus bleef het fladderding zo heten.

    Opmerkelijk; na enkele weken zagen wij regelmatig kleine neusjes van kleine Koreaanse kindjes juist boven de vensterbank uitsteken en maar kwebbelen: pin pin, pin pin... Ik heb ze niet kunnen vragen hoe ze de naam te weten gekomen zijn? Het onoverkomelijke taalprobleem!

     De eerste "ping ping" is op een rare manier aan zijn einde gekomen, en later zijn er nog enkele andere het zelfde lot beschoren geweest.

    Ping ping was heel eigen aan ons en had absoluut geen schrik, hij voelde zich deel van de familie! Hij vloog vrij rond, zat gelukkig altijd op de rand van dezelfde deur met zijn staart in dezelfde richting zodat de schade die hij (zij?) aanrichtte door zijn uitwerpselen niet al te groot was.

    Als ik in de keuken groenten aan het snijden was zat hij op de rand van de snijplank en dan schoof ik af en toe een stukje wortel toe, of een andere groente die hij wel lustte. Als hij te dichtbij kwam waarschuwde ik hem wel; ping ping let op of ik snij je tenen er af. Dan wipte hij weer even achteruit.

    Als Lief de afwas deed zat hij op de rand van de gootsteen tussen het zeepschuim en pikte dan de druppel weg, die altijd wel aan een kraan hangt. Niet omdat hij geen drinken in zijn bakje had maar blijkbaar was hij gefascineerd door de opzwellende druppel die uit de kraan kwam... en pikte die dan op!

    Zo is hij op een keer toen Lief aan de telefoon geroepen was, uitgegleden op het gladde metaal van de afwasbak en in het zeepsop gevallen en daar verdronken... Ik was er niet bij toen het gebeurde. Grote consternatie ten huize Nicolay... Iets wat Lief nooit deed, deed ze toen wel... Ze heeft mij opgebeld op het werk om het vreselijke nieuws te melden: “Ping ping is verdronken... Help!”

    We hebben een periode van drie dagen rouw ingelast...

    10-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    08-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Coco

    We hebben ook lange tijd een klein papegaaitje gehad. De papegaai heette Coco of Jacko naargelang... Welke soort het juist was weet ik niet maar de meeste siervogels in Korea werden ingevoerd uit Australië en in dat land zijn een massa "halsbandparkieten" te vinden die sterk gelijken op de "papegaai" die wij hadden. Ik heb ooit de naam "Noroe" gehoord maar verder weet ik er niets van. Coco of Jacko was wel een reuzegrappig beest!

     De papegaai hadden we geërfd van een pas getrouwd koppeltje dat ook bij Bell werkte maar hun verblijfsperiode was om, en zij moesten - met of zonder spijt - terug naar België. Hetzelfde als gebeurde met de baasjes van de eerste ping ping.

    Zij hadden nog niet zo heel lang daarvoor de papegaai gekregen van iemand, en zo een dier mee naar België nemen, ja, begin daar maar eens aan!

     Enfin, Coco of Jacko kwam bij ons wonen. Hij werd afgeleverd met kooi en al, een klein zakje eten en enkele laatste zoete woordjes.

    Hij kon "yoboseo" in het Koreaans zeggen, dat is gewoon goedendag, en ook enkele Vlaamse woordjes. Zoiets als: “Cocooke, braaf manneke”. Of het een mannetje of een vrouwtje was hebben we nooit geweten.

    Maar belangrijk, Coco moet eten krijgen... anders zou hij niet lang stand houden.

     Dus ik ben even naar de markt geweest om wat zaadjes te kopen. Ook een zak met pinda’s - of apennootjes- meegebracht. Nog in de pel. Dat zou Coco wel lusten, zo dacht ik.

    Mengeling voor zangvogels, stukjes appel, rozijntjes, allemaal goed, zonnebloempitten, gierst... dat lustte hij wel. De apennootjes, dat was andere kost. Die wou hij niet eten!

     Zeer grappig om te zien. Een papegaai kan op één poot op zijn stok zitten en zijn andere poot gebruiken als een hand. Dus Coco nam een apennoot in zijn poot (klauw), beet de bolster eraf, proefde de noot en spuwde dan, met een misprijzend gebaar, de noot ver weg door de tralies van zijn hok.

     Zijn hok, dat diende alleen maar als slaapplaats. Overdag mocht hij vrij rondvliegen, zoals alle andere vogeltjes die we ooit gehad hebben. Hij zat graag boven op zijn kooi. Voor ons was dat een voordeel want papegaaien maken vreselijk veel rommel. In een straal van een meter rondom zijn kooi waren overal zaadjes en pellen te vinden..

    Maar waar Coco het liefst zat, was op Lief haar hoofd. Hij had wel alle moeite om daar in evenwicht te blijven, om niet van haar haar te schuiven, maar vogel zijnde is dat geen groot probleem. Als Lief toevallig aan de telefoon geroepen werd, was Coco er als de kippen (kippen?) bij om op haar hoofd te landen. Ook terwijl Lief de afwas deed zat Coco op haar hoofd, haar haren door zijn bek trekkend, alsof hij het aan het fatsoeneren was.

    Als ik een dutje durfde doen, zat hij op mijn buik. Toen was er al veel plaats op die buik! Als ik mij dan af en toe omdraaide, wipte hij een paar keer omhoog tot ik terug stil lag.

     Als er bezoek kwam en het was een vrouw die toevallig een gouden kettinkje droeg, was ik er als de kippen bij (ik) om haar te vragen dat kettinkje even uit te doen. Anders beet Coco met zijn sterke bek het kettinkje in twee stukken! Nu vraag je je af hoe dat kan? Coco was ervan bezeten om bij de mensen op hun schouder te zitten en de meesten lieten dat ook toe, vonden dat zelfs grappig, tot Coco iets glinsterend zoals een kettinkje te pakken kreeg!

     Op een mooie avond komen we thuis en heb ik onderweg een doosje “Planters Peanuts” gekocht. Kennen jullie die ronde blauwgele doosjes met een pindamannetje erop afgebeeld? Ik ben enkele nootjes, zo uit het doosje, aan het knabbelen.

    Plotseling komt een schril geluid uit de papegaaienkooi. Het klonk erg opgewonden.

     - Enne, Coco, wat is er manneke ???

    Coco maar kijken en reikhalzen naar het doosje. Ah, ha, hij kent dat blijkbaar?!

    Ik geef hem een nootje.

    Nooit heb ik een beestje zo smakelijk een nootje zien opeten.

    Hij moet waarschijnlijk dat soort nootjes al gekregen hebben bij de vorige eigenaar.

    En nog één,.. en nog één...

     Nu had ik toch nog steeds die zak met apennootjes die ik voordien ooit gekocht had in de kast staan. Ikzelf ben ook niet zo verzot op pinda’s en pindasaus is ook niet direct mijn meug.

    Mijn 'spaarzame keukenmeid' reputatie haalde weer de bovenhand.

    Enkele pinda’s gepeld, in het doosje van “Planters” gestopt en dan: kijk eens Cocooke, kijk eens, lekkere nootjes. Coco, kijken, en ja, ja, reikhalzend wacht hij af.

    Hij krijgt een nootje.

    Coco, proeft even, argwanend en... juist, nootje door de tralies... Mij daarbij bekijkend alsof ik hem wou vergiftigen.

     Misschien omdat de geroosterde smaak ontbrak ?

     Daarom, enkele nootjes geroosterd, met een drupje olie, en een weinig zout. Weer de nootjes aangeboden in het doosje, Coco trapt weer in de val, lekker, lekker.

     Maar, wat denk je? Afgekeurd ! Daar ging het nootje weer door de tralies.

     Daarmee denk ik dat het duidelijk is dat dieren, ook vogels, wel degelijk een smaakgevoel hebben. Nadien heb ik een doosje echte “Planters” nootjes voor hem gekocht. Af en toe kreeg ik er ook wel eens eentje. Planters was het enige nootjesmerk dat er in Korea verkrijgbaar was. Het was Amerikaanse import. Daarom heb ik nooit met een ander merk "peanuts" de proef kunnen hernemen.

     Behalve apennootjes at Coco graag zonnebloempitten, gierst, appel en worteltjes. Maar het liefst had hij een "stylo", een balpen!.

    Coco mocht mee aan tafel zitten bij ons als we aten. Indien wij geen aanstalten maakten om een stoel voor hem bij te zetten aan tafel krijste hij gans ons "kot" overhoop! Ook als er bezoek kwam moest en zou hij mee aan tafel zitten... Hij zat dan op de leuning van een stoel, met een stuk papier onder zijn afvoersysteem. - Dat viel wel mee, maar het moest wel voorzien worden... - Terwijl wij dan aten kreeg Coco een oude balpen die hij in 10 seconden tot splinters herleidde. Na de balpen maakte hij lucifers van een houten "chopstick"... Daarna was zijn vernielzucht verzadigd en bleef hij rustig zitten om zijn avonturen die hij die dag beleefd had te vertellen aan het gezelschap aan tafel .

    Soms vertelde Lief mij dan, dat Coco die dag weer een paar ringen of een ander juweeltje afgewerkt had. Het was de periode dat ik leerde om zilveren juwelen te maken. Heel primitief ben ik daarmee begonnen. Er kwamen geluiden aan te pas als het harde getik van een hamertje op metaal, het geluid van schuurpapier en van een draaiende motor, enzovoort. Coco kon elke klank perfect nabootsen.

     De meeuwtjes

     Behalve Coco en de eerste "ping ping" hebben we nog meer kleine vogeltjes gehad. Twee zebravinkjes behoorden ondermeer tot de eerste extra bewoners van onze woonkamer. Ze mochten overdag vrij rondvliegen maar ze hadden een mooie grote bolvormige kooi met daarin een klein gesloten nestje, gemaakt van hooi of iets dergelijks. Zeer schattig om te zien hoe de twee vogeltjes mooi naast mekaar in het nestje zaten juist met hun kopjes buiten, en kwetteren maar.

    In Korea werd elke avond om zes uur stipt de nationale hymne gespeeld op de radio - ze zijn erg patriottistisch in Korea - en dat was het sein voor de vinkjes om op dat signaal naar hun nestje in de kooi te vliegen. Elke dag opnieuw. Wij sloten dan het deurtje en de volgende morgen maakten we het deurtje weer open en dan vlogen ze weer rond in de woonkamer of ze zaten ergens op een deurrand... altijd samen.

     Na de zebravinkjes, die gewoon gestorven zijn zonder reden op te geven, hebben we nog een hele serie "Japanse meeuwtjes" gehad. Dat zou de juiste naam geweest zijn van dit soort vogeltjes. Toen ik later een foto toonde aan een "specialist" in vogelen, werd dit ook bevestigd. Het internet heeft nu, veel later, nogmaals bevestigd dat het inderdaad Japanse meeuwtjes waren. Om het simpel te houden noemden we ze allemaal "ping ping. Zo werd "ping ping" bijna synoniem voor "Japans Meeuwtje". De vogeltjes hadden wel de onhebbelijke gewoonte om elke keer met veel gespat van water een badje te nemen op het ogenblik dat er bezoek kwam. Dit was echt opvallend want het gebeurde elke keer opnieuw.

    Hun kooi stond achter de zitbank. Als er een "vreemd" iemand, of meerdere personen met ons aan het praten waren op die bank, kwam één van de vogeltjes in het drinkbakje zitten om met veel vleugelgewapper het water uit het drinkbakje over de gasten heen te spatten, ondertussen zelf luid kwetterend. Als je dan wat aandacht aan hem (haar) schonk ging de bui over.

     Zoals de zebravinkjes de nationale Koreaanse hymne herkenden, herkenden de meeuwtjes de "speelgoedsymfonie" van Leopold Mozart. Wij luisterden altijd naar één van de twee Koreaanse klassieke zenders op de radio omdat de lokale popmuziek niet direct onze smaak was. En de Koreanen zijn zeer sterk in klassieke muziek. Dat kan je hier in België wel bemerken aan het aantal Koreaanse deelnemers aan de Koningin Elizabeth wedstrijd. (Maulice Label, Beldi, Malia Callas... )

     De speelgoedsymfonie is een kort muziekstuk waarin een assortiment kinderfluitjes en ander speelgoed te horen is, vooral fluitjes. Zo ook een fluitje, gevuld met water dat een vogelgeluid nabootst. Als de "ping ping's" dat hoorden begonnen ze mee te kwetteren dat het een lieve lust was... Alleen bij de speelgoedsymfonie gebeurde dat. Bij een ander muziekstuk deden ze het nooit. Toen heb ik een cassette gekocht met dezelfde symfonie, en toen gebeurde er niets. Waarschijnlijk omdat de hoge tonen die op een cassette opgenomen zijn, veel minder hoog weergegeven worden dan via een radiozender. Natuurlijk afhankelijk van de kwaliteit van de cassette en van de versterker!

     Een ander grappig voorval met de vogeltjes ging zo: er was een lek ontstaan in een aanvoerbuis van het warme water van de vloerverwarming. Om het lek te herstellen, kwamen er twee werklieden met een paar enorm dikke laskabels die aangesloten waren op een centrale laspost... (Onlogisch, maar dat was hun probleem...)

    Toen Lief de deur opende zagen de werklieden de vogeltjes in huis rondfladderen waarop zij teken deden dat ze zouden ontsnappen als de deur zou openblijven, door hun zware kabels...! Lief heeft toen de magische woorden uitgesproken: Ping ping, allée, naar uw kot... ondertussen een wijds armgebaar makend. De vogeltjes vlogen naar hun kooi en gingen daar op hun stokje zitten... Die twee werklieden zijn dit voorval misschien nu nog aan hun kleinkinderen aan het navertellen...

     Onze dagelijkse routine zag er zo uit: Lief stond altijd als eerste op en ging daarop naar de badkamer. Daarvoor moest ze voorbij de vogelkooien, want op een zeker ogenblik stonden er twee kooien. Eén kooi met de papegaai, en één met de meeuwtjes. Lief zei dan altijd: "Dag mijn klein engeltje" tegen de ping ping's... en als tweede: "Dag Coco", tegen de papegaai... De "pingen" kwetterden dan even en Coco liet een gegrom horen... Elke dag hetzelfde scenario.

    Op een zekere morgen staat Lief op en ik hoor Coco met een fijn stemmetje als eerste zeggen: "Dag mijn klein engelke"! Vanaf toen leerde Coco enorm snel bij.

     Zo waren er de yogalessen!

    Ene Mister Kim kwam yogales geven aan een viertal dames, vriendinnen van Lief. De dames waren daarvoor uitgedost in een kleurrijke "bodysuit". De vertoning ging door in een vrije kamer in ons appartement.

    Mister Kim begon dan:

     - Hands up, palms down...

    - Bend your knees

    - Sit down

     De man sprak op zo een lijzige toon en herhaalde elke zin drie, vier keer, zodanig dat de papegaai er bij in slaap viel. Niet per toeval, maar telkens weer. (Dus yoga werkt!)

    Eén van de jongedames, Marie-Paule, had altijd moeite om haar evenwicht te bewaren tijdens de oefeningen, zeker als ze op één been moest staan. Als ze dan dreigde te vallen, slaakte ze spontaan een gilletje en dat was het sein voor Coco om wakker te worden. Hij begon dan te lachen en te krijsen als wilde hij zeggen: hou alsjeblief op!

    Waarop Marie-Paule dan weer: laat die papegaai zijn bakkes houden... gevolgd door enige scheldwoorden die hier niet geschikt zijn voor publicatie. ...

      Deze en andere vogeltjes, zoals de zebravinkjes konden heel eenvoudig gekocht worden van een ambulante "vogelhandelaar"... (Mozart?). Een man die regelmatig zijn toer deed tussen de huizenblokken en met een vogelfluitje klanten lokte. Zoals een roomijsverkoper. Ook kooien, voedsel en dergelijk was bij hem te koop...

     En niet te vergeten... Twee goudvissen hebben we ook nog gehad... Kim en Lee. Die woonden in een grote ronde vissenkom... maar die konden niet vliegen of ook niet spreken.

     En een roodwangschildpadje! Die leefde in een grote, met water gevulde, platte schaal die op de kast stond en ze heette Bertha! Maar Bertha heeft op een keer het hazenpad gekozen, zij het zeer traag.

     Zilver smeden

     Zoals reeds aangehaald ben ik in Korea begonnen met het maken van zilveren juwelen. Dat kwam stomweg tot stand wegens allerlei omstandigheden.

    De belangrijkste reden waarom ik het wou doen was omdat ik een hobby zocht. Iets om mij bezig te houden tijdens mijn vrije tijd. Postzegels verzamelen was daarbij niet direct de hoofdbetrachting.

    Ook heb ik reeds aangehaald dat wij een "living allowance" kregen, een bepaalde som per maand om de dagelijkse levenskosten te dekken. Sommigen hadden daarmee niet genoeg. Wij hielden er geld aan over.

    Lief was altijd al een liefhebster van edelstenen geweest en mij boeide het ook wel. Er was toen, en nu misschien nog wel, een reusachtig grote edelstenenmarkt, ondergronds gelegen, in Seoul. Allerhande edelstenen lagen daar zo maar te koop net als bij de kruidenier waar je naar toe kon gaan om een paar snoepjes te kopen. Als ik nu als hobby zou leren om zelf juwelen te maken kon ik daarin de ter plaatse gekochte edelstenen verwerken.

     De Koreaanse valuta was waardeloos eens ze buiten het land gebracht werd. Geen enkel land aanvaardde de Koreaanse won. Daar bestonden twee oplossingen voor: ofwel kon je met die won dollars kopen op de zwarte markt en die dollars op een Koreaanse bankrekening plaatsen, als buitenlander kon dat. Op een zeker moment kreeg je voor die buitenlandse valuta 13% interest. Dat is heel wat anders dan nu! Maar dan was het natuurlijk geweten dat je geld had op een bankrekening. Misschien is dat in zulke landen niet echt veilig. (Ik heb een keer de veiligheidsdienst zonder mijn medeweten in huis gehad toen we met vakantie waren in België!!! Mogelijk omdat mijn familienaam hun niet echt zinde. Klinkt nogal Russisch)

     Maar je kon ook edelstenen kopen met je teveel aan geld, die stenen dan in je broekzak naar Europa brengen en ze daar (proberen te) verkopen. Dat laatste hebben we dikwijls gedaan, zodanig zelfs dat ik later, zoals wel geweten is, een mineralen- en edelstenenhandeltje opgezet heb hier in België. Wel eerst een cursus edelsteenkunde gevolgd aan de ACAM - ACED, (Academie voor mineralogie en edelsteenkunde). Zelf heb ik daar ook nog enkele jaren les gegeven. Als onderwerp : Lichtbreking in edelstenen! 't Kan verkeren zei Bredero!

     Lief had relaties aangeknoopt met een Amerikaanse familie. Waar zij al die contacten vandaan haalde, ik weet het niet, maar daar was Lief ongelooflijk sterk in.

    Alle Amerikanen in Korea werkten voor het Amerikaanse leger. Korea heeft ook nu nog een grote Amerikaanse troepenmacht op zijn grondgebied, het AFK , American Forces Korea, als bescherming tegen een eventuele aanval van Noord-Korea. De Amerikanen hebben er zelfs hun eigen radio- en televisiezenders. Het AFKN... American Forces Korea Network.

    Maar zo hadden ze ook een uitgebreide bibliotheek waar iedereen kon uit putten zonder al te veel formaliteiten te vervullen. Via die relatie van Lief ben ik lid geworden van de Amerikaanse legerbibliotheek en vond daar de eerste boeken over "How to make your own silver jewelery".

     Het idee om zelf juwelen te maken was eigenlijk niet zo uitzonderlijk. Alles was aanwezig. Een edelstenenmarkt en Seoul had verschillende zilversmeden, iets wat je hier bij ons niet vindt. De eerste leerboeken over smeden vond ik in de bibliotheek van het Amerikaanse leger. De nodige werktuigen voor edelmetaalverwerking heb ik op een originele manier verkregen. De taal speelde daarin een rol. Een zilversmid in de stad die wat Engels kon spreken beloofde mij om de elementaire werktuigen te kopen als ik hem 100 dollar gaf. Dus twee mogelijkheden: ofwel zou ik voor 100 dollar "tools" verkregen hebben zonder te zoeken, ofwel zou ik honderd dollar kwijt zijn. De man bleek eerlijk te zijn.

     Later in België ben ik dan uitgebreide lessen "goudsmederij" gaan volgen en beide leraars daar waren bijna jaloers op mijn mooie handgemaakte werktuigen uit de prehistorie. Zo noemden zij mijn "gerief"... Ik heb die tangetjes en schaartjes en ringstaken nog altijd, al beginnen ze nu wel sporen van vermoeidheid te vertonen. Later leerde ik dan een "winkel" kennen waar ik meer werktuigen en aanverwante zaken kon verkrijgen. Met een chauffeur als tolk er bij, lukte dat wel.

    Zilver was ook te koop zoals je hier aardappelen kan kopen. Met goud heb ik ginds nooit gewerkt, tenzij één keer. Toen heb ik een afgedankte gouden tand van Lief en een van mij samen gesmolten en er een gouden ring van gemaakt voor Lief. Als steen heb ik er een druppelvormige lapis lazuli in gezet. "Den duvel en z'n moer"... Dat ringetje is nu verdwenen, ik weet niet meer waar het is... iemand heeft het, maar ik weet niet meer wie!

     Mijn zilversmidatelier heb ik dan in het eerste appartementje geïnstalleerd in een heel klein kamertje. Ik denk dat het kamertje voorzien was als kinderkamer, maar wij noemden het de meidenkamer. Nu werd het mijn atelier! Maar als ik er aan terug denk, het was echt zo primitief als het maar kon zijn. Toch heb ik daar achteraf beschouwd op mijn eentje heel veel geleerd.

    In het totaal denk ik dat wij in drie verschillende appartementen gewoond hebben en de laatste zes maanden in een hotel. Een groot "resorthotel". 't Was alleen een beetje afgeleefd maar het was er rustig. Zelfs daar had ik mijn ateliertje opgezet in een hoekje van de kamer.

    De eerste juwelen die ik maakte, verkocht ik ginds aan de verschillende jonge vrouwtjes die er verbleven en die graag wel iets van mij wilden kopen.

    08-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    07-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Groot feest

    Dan was er ook nog het grote evenement: een Vlaamse kermis, die we eens opgezet hebben.

    Waarom we daar aan begonnen zijn, weet ik niet meer maar de bedoeling was om voor de paters Luc en Marc wat extra financies bijeen te sprokkelen. (En gewoon om eens een feestje te bouwen.)

    We waren overeengekomen dat het feest - want dat moest het worden - op de paters hun terreinen zou doorgaan. Zij leefden in een afgesloten "compound" waar men alleen in kon komen via een enige poort. Dus controleren wie er zou binnenkomen, kon op die manier heel gemakkelijk gebeuren.

    Het feest zou iets worden als een Vlaamse kermis. Er kwam een Koreaanse meisjesgroep een folkloristische dans opvoeren. Er was een ballengooikraam, een viskraam, een mini-rommelmarkt waar ieder zijn overbodige spullen kwijt kon, een Koreaanse paardenmolen, een poppenkast, maar het belangrijkste was toch de organisatie van:

     - Een frietkraam

    - Een biertent

    - Een voetbalmatch België - Korea...

     Hoe de voorbereidingen hiervoor verlopen zijn, daar weet ik ook niet alles van want we hebben het slim gespeeld en alle werk "gedelegeerd". Met een tiental, denk ik, waren we, en ieder had zijn taak en als ieder zijn taak naar behoren uitvoerde kwam alles tip-top in orde. En zo gebeurde ook!

     In de biertent zijn, ik weet het niet meer juist, maar het was zoiets als drieëntwintig vaten van 30 liter bier verkocht... en heel de entourage die erbij hoort zoals frisdrank, chips, nootjes, enzovoort.

     Frieten, dat weet ik nog wel, want dat was mijn verantwoordelijkheid. Honderd kilo geschilde aardappelen zijn erdoor gegaan. Mochten er driehonderd kilo geweest zijn, ze zouden ook verdwenen zijn. Op een zeker ogenblik stond er een rij gegadigden van hier tot in Tokio aan te schuiven voor een frietje. De twee frietketels, wat eigenlijk omgebouwde elektrische rijstkokers waren, konden die overmacht natuurlijk niet de baas. Er was mayonaise, pickles, ketchup, pekelharing en zure mosselen. De mammoetsaus en de andalouse moesten toen nog uitgevonden worden.

     De voetbalmatch is verlopen in het voordeel van de Koreanen! Maar dat was zo afgesproken. De Koreanen moesten winnen. Zij waren de gasten, dus ze mochten winnen, zo simpel is het soms. Als scheidsrechter hadden we een Duitser opgescharreld. Het voordeel hiervan was dat niemand iets begreep van zijn bemerkingen. De rode en de gele kaarten hebben gediend om de biertent te versieren...

     In het totaal zijn er ongeveer driehonderd gasten geweest en de winst, het exacte cijfer weet ik ook niet, maar het was iets meer dan ongeveer 20.000 frank van toen, dat is nu ongeveer 500 euro. Maar die waarde (de koopkracht) toen lag veel hoger dan nu!

     Een spijtig maar tegelijk grappig incident deed zich voor toen, ik zal hem maar Jos noemen, een serie luidsprekers voor het omroepsysteem aan het installeren was. Jos wordt weggeroepen voor iets, en zo staat zijn ladder en een haspel met luidsprekerkabel te wachten. Toen hij terug kwam, was een Koreaan bezig verder te werken aan de montage van de luidsprekers. Jos, nogal kort van stof, en de Koreaanse kunde niet erg hoog inschattend, roept reeds van ver: "Dat hij daar met zijn poten afblijft want ze kennen er geen kl...ten van!" De Koreaan, van op de ladder, antwoordt hem in een perfect Nederlands maar met een duidelijk West-Vlaams accent: "Dat zou ik zo maar niet durven zeggen!".

    De man bleek een confrater, ook een Salesiaan, te zijn van de Belgische paters, die Nederlands geleerd had in Kortrijk! De Jos is er nog altijd niet goed van!

     Een ander groot feest werd het nogmaals toen de ambassade een "Belgische week" zou organiseren in Seoul. Daarbij inbegrepen was er in het restaurant van het Best Western, "Chosun hotel" een speciale menukaart ter beschikking met enkel en alleen typisch Belgische gerechten. Allemaal Belgische specialiteiten zoals Noordzeegarnalen, witloof, gerechten met bier, paling, konijn, waterzooi en zeetong. Het bereiden van die gerechten zou overgelaten worden aan Herman Meeus, toen de voorzitter van de "Dertig Meester-koks van België". Dus niet de eerste de beste. De man was ooit nog leraar geweest bij ons in de hotelschool toen ik daar het laatste leerjaar volgde.

    Dit festijn zou doorgaan een paar weken nadat we zouden teruggekeerd zijn van onze vakantie in België. We zijn één keer samen naar België geweest op verlof. Lief heeft dat meerdere keren gedaan.

    De ambassadeur had ons gevraagd, eens in België, om Herman een beetje voor te lichten over hetgeen hij kon verwachten in Korea. Ik kende zogezegd toch een ietsje meer van de Koreaanse markt, wat er ter beschikking was, en wat niet. Voor mij was het belangrijkste dat we zo in België ergens naartoe konden gaan met een speciaal doel, bijvoorbeeld een bezoekje brengen aan een oude bekende! Want ik kende Herman Meeus nog goed!

    We werden in zijn restaurant "Alta Ripa" prinselijk ontvangen en zijn er een hele dag blijven plakken. Er waren asperges op het menu. We hebben over Korea gepraat en de conclusie was dat er geen enkel probleem zou zijn; alle grondstoffen werden vanuit België per vliegtuig verzonden, zo kon men ook nooit voor verrassingen staan.

     Tijdens die Belgische week bevonden wij ons in Gummi, 250 kilometer van Seoul vandaan, dus hebben we ook niet veel meegemaakt van die week. Ik heb nog een menukaart met een massa handtekeningen erop want we zijn blijkbaar toch ergens samengekomen: Geert, de man die naar Amerika zou verhuizen, Herman Meeus, wij twee, een paar vrienden en de mensen van de ambassade…

     Er stond onder andere konijn gestoofd in Liefmansbier op de menukaart. Blijkbaar werd er niet al te veel van verkocht want er is een massa van dat bier verhuisd naar Gummi, tot in onze kamer van het hotel waar we toen woonden. Elke avond kraakten we een grote fles Liefmans voor we gingen slapen en er waren veel flessen te kraken!

    Ook was er een vracht kaas over. Onder andere kaas van Wijnendale, een halfharde kaas met "wreed" stinkende, gewassen korst... ongelooflijk lekker, zeker als je in een land zoals Korea nergens kaas kan vinden.

     We hadden die kaas gestockeerd in de minibar. Je kent dat soort kastjes wel met een assortiment (te betalen) drankjes voor de gasten. Maar wij gebruikten de minibar als koelkast(je). Toch kwam er elke morgen een meisje kijken of er iets uit dat kastje gebruikt was. Nooit dus!

    Maar de keer dat zij het kastje openende toen die kaas erin lag is ze kokhalzend en walgend weggelopen en we hebben haar nooit meer terug gezien.

     Aziaten lusten absoluut geen gegiste melkproducten zoals kaas. Wel eten ze hond, bebroede eendeneieren, gefruite kakkerlakken en schorpioenen, slangensoep, duizendjarige eieren, enzovoort. Ieder zijn meug. Wij aten kaas en dronken er Liefmans bij.

    Zo is Liefmans lange tijd mijn favoriet bier gebleven.

     Ook zijn we toen met de hele "Belgische week-bende" een boottochtje gaan maken. Mijn geheugen vertoont hier weer eens grote gaten. Het is dan ook allemaal zo lang geleden. Lief had toen, aan het gips op een foto te zien, haar voet gebroken. Dat was gebeurd door op een ongelukkige manier uit de bus te stappen en zo de hiel van haar schoen te breken, plus een voetbeentje.

    Ik steun mij nu op foto's waarin een vrolijke bende op een platbodemschuit te zien is. Er staan ook een paar mensen bij die ik absoluut niet meer herken. Of hadden we toen al te veel Liefmans binnen, wie weet?

     Wat ik me nog wel goed herinner is dat er van op die boot kon gevist worden. Het water waarover we vaarden was kristalhelder en hoogstens een meter diep. Je kon de vissen zo zien zwemmen.

    Als vislijn kreeg je een rol visdraad met een haakje aan en het enige dat je moest doen was dat haakje in het water hangen en even wachten. De vissen hapten zo naar de lege haak! De visjes bleken een soort kleine baarsjes te zijn, hoogstens een hand groot. Vooraan op de boot stond een Koreaan te vissen maar wel met een echte vislijn.

    Hij haalde een vis binnen. Bekeek die goed. Beet de kop er af. Doopte de vis dan in stinkende, walmende, gegiste rode bonensaus en... ziezo: sashimi op zijn Koreaans... met graten en al. Ik heb die man zeker vier of vijf van die vissen zo zien binnenspelen. Als je dan weet dat baarzen heel venijnige scherpe vinnen en graten hebben.

     Iets minder feestelijk, maar nu we het toch hadden over Lief haar gebroken voet! Haar gebroken voet is niet het enige "accident" dat ze daar aan de hand heeft gehad. Op een voormiddag komt Mister Oh mij opzoeken in de centrale op een abnormaal uur. Het was in de late voormiddag. Niemand gaat op zo een moment naar huis of komt er pas aan.

    Toevallig was het juist 1 april. Ook de Koreanen kennen die onnozele grappen die er wel eens per 1 april uitgehaald worden dus begon Mr Oh maar met me te verzekeren dat wat hij nu zou vertellen geen aprilgrap was.

     Lief ligt in het hospitaal!

    Ik moest daarom mee, want blijkbaar moest ik iets tekenen in het hospitaal. Mr Oh was thuis langsgekomen om Lief op te halen. Zij bleek zich ziek en ellendig te voelen en heeft dan gevraagd om haar naar een kliniek te voeren en dat had de brave man dan ook ogenblikkelijk gedaan.

     Alles bij mekaar was het erg en niet erg. Lief had een longontsteking opgelopen. Vermoedelijke dader was de schone lucht van de door uitlaatgassen zwaar gepolueerde stad, Seoul. In het hospitaal had men haar in de materniteit moeten leggen bij gebrek aan andere kamers. Niet erg, zo had ze dat ook eens meegemaakt, maar het nadeel was dan wel dat ze een week lang alle dagen zeewiersoep te eten kreeg. Want zeewiersoep zou zeer goed geweest zijn om het "zog" te stimuleren. Ook heeft ze daar met haar linkerhand leren eten met chopsticks, iets waar ik niet in slaag. Haar rechterarm lag vast aan allerlei buisjes en kabeltjes van diverse toestellen en baxters.

    Alles is later snel goed gekomen. !

     Pensen maken

     Helmut was een Duitser en hij was vriend aan huis geworden. Hij werkte voor een Britse elektronicafirma die geluidsapparatuur fabriceerde. Hij was een echte Duitser in hart en nieren en woonde in Düsseldorf. Hij kreeg regelmatig heimwee, vooral naar de Duitse keuken. Zo kreeg hij soms visioenen van cafés waar grote potten bier geserveerd werden met gebakken bloedworst erbij. Dat deed bij mij een lichtje knipperen, bloedworst, ja dat was een idee!

    Bloedworst maken in Korea!

     Bloedworst maken, dat kende ik. Ik had vroeger thuis dikwijls gezien hoe mijn moeder het deed en de samenstelling was geen probleem. Die kende ik ook. Alleen, de nodige grondstoffen vinden in Korea, dat was een ander paar mouwen.

     Dus op jacht, met “mister Oh”, onze chauffeur, gids en tolk.

    Eerst en vooral moest er een slachthuis gevonden worden. Dat was er, een verschrikkelijke vieze bedoening, maar ’t was een slachthuis. Ze hadden er zelfs varkensbloed, maar het bloed was gestold. Normaal moet het bloed vers zijn en geroerd worden om de fibrinevezels eruit te halen en dan bewaard te worden met een scheutje azijn erin om het vloeibaar te houden. Nu, ik zou dan maar proberen om het bloed te mixen in de bekermixer. Brood was te vinden bij de Zwitserse bakkerij en al de andere ingrediënten waren vlot te vinden, alleen de darmen waar de worsten moeten in afgevuld worden, hoe daar aan te komen?!

     Dus weer naar het slachthuis en met handen en voeten proberen uit te leggen wat ik nodig had. Maar het product “worst” is in Korea totaal onbekend.

    Toch was er één verkoper die varkensdarmen had... recht uit het varken komend, met de inhoud er nog in. Een kinderbadje vol blubberige darmen…

    Dus van de nood een deugd gemaakt en ik met die darmen naar huis. Toen ik ze uitkieperde in de gootsteen is er een ernstige echtelijke ruzie ontstaan...

    Darmen ruiken niet bepaald fris en de smurrie die er uit komt ziet er nog minder appetijtelijk uit. De rest van de dag heb ik Lief niet meer gezien. Ze kwam heel laat al snuffelend terug binnen... Ze bleef, ze zal waarschijnlijk honger gehad hebben?!

    Later heb ik gezouten, geprepareerde darmen laten opsturen vanuit België.

     Alle grondstoffen verzamelen, heeft vele dagen in beslag genomen. Eerst alles zoeken, later alles ophalen maar dan kon de bereiding ook echt beginnen.

    Dat leverde geen enkel te vermelden probleem op. Natuurlijk was het een redelijk bloederige bedoening. Door de primitieve apparatuur die ik had, was het ook een werk van lange adem.

    Ik herinner mij nog dat de worsten gewoon via een trechter gevuld moesten worden. Een "worstenhoorn" om op een vleesmolen te zetten was er niet te vinden. Nadien heb ik zelf een "teutje" gemaakt uit blik, want eens ik wist hoe het pensen maken te realiseren was, heb ik het nog verscheidene keren herhaald.

     Toen de bloedworsten dan eindelijk gekookt waren, wat een feest jongens en meisjes!

    Er bestaat een mooie foto van Helmut die triomfantelijk een bezemsteel, vol hangend met worsten, omhoog steekt van op het terras. Helmut heeft bij het eerste maaksel geholpen. We plakten beiden van het bloed.

     Later heb ik nog massa’s bloedworsten gemaakt en iedereen die op bezoek kwam kreeg steevast bloedworst met appelmoes te eten. Sommigen kwamen juist daarom.

     Toen dan de darmen uit België toekwamen bij de douane moest ik aan de douanier gaan uitleggen wat er in dat pakje zat.

     - What is this?

    - Eh,… intestines, bowels, to make sausage… Eh…

    - This no drugs ?

    - No.

     Toen stak hij zijn wijsvinger in het pakje en likte er eens aan... Europeans, all crazy... you know… !

     Hij heeft mij dan maar laten gaan!

    Met dezelfde Helmut ben ik later eens in een netelige situatie terecht gekomen.

    Helmut werkte zoals reeds vermeld eveneens in de elektronicabranche maar wel in de geluidsversterking, audio apparatuur dus. Hij werkte bij een mij onbekende Britse firma.

    Graag had hij eens gezien hoe een telefooncentrale werkt. Zo een centrale produceert geen muziek maar ondanks dat is het interessant om te begrijpen en te zien, hoe zo een gigantische elektronische machine werkt.

    Op een avond had ik Helmut de centrale binnen gesmokkeld. Moeilijk was dat niet want niemand controleerde ons.

    Maar zoals reeds een paar keer vermeld; Zuid Korea was en is nog steeds in oorlog met Noord Korea.

    Regelmatig werd dan een aanval van de Noord Koreanen gesimuleerd. Ook op onverwachte momenten. De bevolking moest dan zo snel mogelijk van de straten verdwijnen in een soort ondergrondse stad.

    Het verkeer viel stil en de radio gaf de nodige instructies aan de bevolking.

    Vrij akelig was dat wel... gelukkig was het nooit voor echt.

    Tot....!

    Op de avond dat Helmut onaangekondigd in de centrale aanwezig is dringt er een Noord Koreaans vliegtuig het luchtruim van Zuid Korea binnen... Direct groot alarm... Voor echt dit keer. Het was een piloot die met een militair vliegtuig weg vluchtte uit Noord Korea... zo bleek later.

    Overal geloei van sirenes, alles in de stad en in de centrale wordt verduisterd en alle Koreaanse personeelsleden en bediendes stormden gewapend het dak van de centrale op...

     Na afloop heeft men ons gelukkig ongemoeid gelaten want hoe ik anders de aanwezigheid van een onbekende Duitser in de centrale zou moeten verklaren. Ik weet het niet!

     Kaas

     Na enig verblijf in het buitenland, nu in Korea, krijgt een mens nogal eens visioenen over het “lekkere” eten van het moederland. Voor een doorsnee Belg gaan die dromen doorgaans over frieten en bier. Chocolade voor de vrouwen. Kaas en wijn behoort ook tot deze groep, zuurkool en bloedworst speciaal voor mij.

     Aan alles is een mouw te passen. Veel zaken zijn op te lossen door het ontbeerde product zelf te maken. Zo kan, mits enige kennis, ook kaas zelf gemaakt worden.

    Kaas is in Azië niet zo gekend, kaas is er niet inheems. Wel is er tofu, een sojakaas maar dat is iets heel anders dan "echte" kaas. Aziaten hebben bovendien problemen met de vertering van zuivelproducten. Ze mankeren een bepaald enzym, of iets dergelijks, om melkeiwitten te verteren. Of hapert er wat aan hun chromosomen, wie weet?

     Een oude pater benedictijn heeft op een mooie keer uitgelegd hoe zij kaas maken en zij wisten ook waar ik de geschikte melk ervoor zou kunnen vinden. Die Duitse paters hadden hun eigen Holsteiner koeien, maar logeer maar eens je eigen koe in een klein Koreaans appartementje op de derde verdieping.

     Vijfenveertig kilometer reed ik om de melk te halen. Tot bijna aan de grens met Noord-Korea. Akelig was dat, de Zuid-Koreaanse stoorzenders stonden daar opgesteld om radio-ontvangst uit Noord-Korea onmogelijk te maken. Dergelijke stoorzender produceert een hevig knetterend geluid in de luidsprekers van de radio in de auto. Het geknetter hoorde je altijd, gelijk welke zender je ook maar probeerde te kiezen! (Veel later heb ik hetzelfde fenomeen meegemaakt toen we in de Provençe kampeerden, in de buurt van de krachtige middengolf zendmasten van radio Monte Carlo.)

     De melk was te verkrijgen in een soort modelboerderij waar ook iets educatiefs aan verbonden was. Een soort school of iets dergelijks. De melk was gegarandeerd zuiver... en mocht zo rauw verbruikt worden.

    Twintig liter verse onbehandelde volle melk van echte koeien, bracht ik dan elke keer mee, geen rommel uit brickverpakking. Daarmee konden dan twee kazen van ongeveer één kilogram gemaakt worden.

     Soms viel het wat tegen maar we - we, want er was nog een tweede gegadigde in het spel - hebben dikwijls mooie kaasjes gemaakt, zacht smeuïg en zonder al te veel zweetvoetengeur. Soms ook te droog of te zout. Maar zoiets leer je met vallen en opstaan.

     Later, terug in België wilde ik zelfs een heuse kleine kaasmakerij opzetten. Gelukkig heeft Lief me toen weer tijdig met beide voeten op de aarde gebracht. Ga jij maar terug “software” plegen of weer koken of les geven. Dat laatste heb ik dan ook gedaan maar pas vijf jaar later… (Ik heb ook een kwekerij van tropische vissen willen opstarten, en een brouwerij, een reisbureau, een productie van gezondheidsstenen en een goudsmederij. Die laatste twee zijn wel gelukt!)

     Toch ben iker ook nog in geslaagd om bij mijn moeder thuis een poging te doen om een soort camembert in mekaar te knutselen. En dat lukte. Als schimmelstarter gebruikte ik de korst van een gekochte camembert. Dat was in Korea niet mogelijk want daar hadden ze geen camembert of brie te koop. Behalve gepasteuriseerde camembert uit een blikje aan de prijs van goud.

    07-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    06-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Salami of droge worst

    Na mijn succesvolle experimenten met bloedworst was het “zot mij in de kop geslagen”.

    Nu wilde ik “salami” maken.

     Voor zij die absoluut niet weten hoe worst gemaakt wordt: om een worst te maken heb je zuiver gemaakte darmen van een varken nodig. In Korea vond ik die niet, tenzij darmen die levend uit de buik van het varken kwamen. Maar daar mocht ik thuis niet mee binnenkomen of het zou er nog geen klein beetje stuiven... Darmen ruiken inderdaad walgelijk.

    Een bevriende slager uit België heeft mij toen een pakje gezouten darmen opgezonden. Ook dikkere darmen die geschikt zijn om er worsten van het type “salami” van te maken. Darmen zijn hier in Europa te koop voor een prikje en bij een bevriende slager soms wel te koop, alhoewel ze nooit zullen tentoongesteld liggen in de koeltoog tussen de hamburgers en de cordon bleu’s.

     Goed, ik had nu dikke darmen geschikt om als vel te dienen voor “salami”, want zo bleef ik mijn project noemen.

    Totaal gespeend van welke kennis dan ook over het maken van droge worst, ben ik dan aan de slag gegaan. Wat gaat er in droge worst of salami, want uiteindelijk is dat bijna hetzelfde?!

    Vlees, varkensvet, zout, salpeter, kruiden, een klein beetje suiker. Zoiets ongeveer.

    Als vlees: varkensvlees of rundvlees.

    Ergens moet ik dan toch een boekje gevonden hebben met als titel: hoe zelf droge worst maken?!

    Vooral zeer hygiënisch werken blijkt belangrijk te zijn.

     Ook nu was het probleem weer om de juiste grondstoffen te vinden.

    Gehakt rundvlees was wel te vinden in de supermarkten maar dat vlees zag er altijd verdacht rood uit, tot daar aan toe, maar het was ook veel te fijn gemalen.

    Dan geprobeerd om te vragen of grover gemalen rundvlees zou te verkrijgen zijn.

    Onbegrijpende blikken waren dan het resultaat ...

    Have no - This meat, very good, you make hamburger!

     Eerst geprobeerd om zelf rundvlees tot een aanvaardbare gehaktmassa om te toveren. Gewoon met een hakmes. Paardenwerk, niet voor herhaling vatbaar!

     Dan op zoek naar een gewone slager. Niet een uit de supermarkt. Maar kleine slagerijen zijn in een grootstad amper te vinden. Een van hen had wel het juiste vlees maar het woord "hygiëne" kwam niet voor in zijn woordenboek.

     Kortom het werd een mislukte zoektocht maar toch bleef ik geduldig experimenteren. Elke keer ik een worst gestopt kreeg, want zo noemt men dat: “worst stoppen”, was het toch weer hoopvol afwachten of het dit keer misschien zou lukken.

    En, nee hoor!

     Ik had opzettelijk gewacht tot het winter werd om aan het experiment te beginnen, zo had ik geen problemen met koeling. In Korea kan het ’s nachts vriezen tot min 24°C maar de lucht wordt daardoor ook knetterdroog, veel te droog bleek achteraf. (Nu weet ik dat wel!)

     De eerste dagen is er niet veel bijzonders te bemerken aan een drogende worst en pas na nog enkele dagen begint de worst op een droge worst te gelijken.

    Eens aaiend over de worst wrijven, er tegen praten, de beste wensen van ’t vrouwtje overbrengen, dat zijn allemaal goede hulpmiddelen maar die leiden niet noodzakelijk tot een beter resultaat.

    Bij mij toch niet. Een schietgebedje tot de heilige Rita hielp ook niet.

     De worst werd altijd te droog aan de buitenkant maar bleef binnenin vochtig en klef.

    Dan papieren kapjes over de worsten gehangen en alle dagen de ronde gemaakt met de bloemenspuit. Kwestie van een vochtige atmosfeer te creëren. Daardoor zou de worst minder snel uitdrogen. Het hielp allemaal niets.

     Een keer hebben we eens van dergelijke worst gegeten. De gasten vonden de "salami" lekker, misschien uit beleefdheid gezegd, maar ik was niet tevreden. Daarbij aan de gasten; als je vier jaar in Korea woont en in die vier jaar tijd geen droge worst meer gegeten hebt, dan vind je nadien alles lekker!

    Het probleem loste uiteindelijk zichzelf op: er waren geen darmen meer!

    Ik had geen zin om nog eens een honderdtal dollar te betalen om een pakje darmen naar Korea te laten opzenden en daar strandde dan het project.

     Toch kan droge worst maken niet zo moeilijk zijn.

     (En dat is helemaal juist want nu anno 2016 maak ik droge worst alsof ik nooit iets anders gedaan heb...)

     Bibliotheek en tweedehands verkoop

    Wij onderhielden zeer goede relaties met de ambassade, zowel met de bediendes als met de ambassadeur persoonlijk en met zijn echtgenote.

    Men had in de ambassade een massa boeken die daar ooit toegekomen waren met de bedoeling om daarmee een bibliotheek op te richten voor de Belgen in Korea. Voordat Bell in Korea arriveerde zullen er wel niet erg veel landgenoten in Korea gewoond hebben en zo was van dat project niet veel in huis gekomen. Maar de boeken waren er nog.

     Zo kwam het idee tot stand om die boeken in de handen van Lief te geven om een bibliotheek te beginnen, bij ons, in ons (eigen) appartement. Door omstandigheden woonden we toen in een appartement dat in feite te groot was. Dus plaats genoeg. De boeken werden uitgestald, niet in een aparte ruimte maar gewoon in onze woonkamer. We hadden daar toevallig een perfect geschikte kast voor.

    Vooral in het begin kwamen er nogal wat gegadigden naar de boeken kijken of lenen. Of om naar het gekwebbel van Coco te luisteren. En allemaal mee koffie drinken! Meestal was het gewoon uit nieuwsgierigheid dat men langskwam maar er was nu toch een echte bibliotheek ter beschikking voor de Belgen. Er waren boeken in alle (verstaanbare) talen en wij zorgden er zelf ook nog voor dat alle tijdschriften en de Vlaamse kranten van onze collega's-landgenoten niet meer in de vuilnisbak terecht kwamen maar dat ze werden bewaard als lectuur. Via de Amerikanen hadden we zelfs een stapel Playboys en Penthouses. Een aanwinst waar ik geen bezwaar tegen had.

     Toen alle playboys uitgekeken waren, ben ik begonnen met de serie verzamelde werken van Cyriel Buysse tot de laatste letter uit te lezen. Heerlijke literatuur was dat, van "den bourgeois van Nevele". Doorgaans las ik die boeken als ik nachtdienst had. Het was dan zalig rustig en niemand die kwam storen. (Ik werkte een tijdlang in "shiften". Zo heb ik dat ook eens meegemaakt!)

    Om een boek uit te lenen moest er niet betaald worden. Er was wel een boete voorzien voor wie zijn boeken te laat terug bracht! Een boete die steeg naargelang het aantal dagen dat men te laat was. Het waren zoals te verwachten, altijd dezelfden die te laat hun lectuur terug brachten... Maar rijk is Lief van haar bibliotheekwerk niet geworden, integendeel!

     Iedere werknemer van Bell die in Korea toekwam kreeg bij zijn aankomst een schoenendoos vol lokale munt om daarmee "meubelen en huisgerief" te kopen. Daardoor dook er na een drietal jaar een nieuw probleem op. Als die werknemers terugkeerden naar België was er niet een die er aan dacht om ook maar iets van de meubelen mee te nemen naar België! Ik meen ook dat het eigenlijk niet mocht, de aangekochte meubelen werden dan eigendom van de firma! Een beetje logisch ook!?

    Als er het laatste jaar nog nieuwe medewerkers toekwamen, kregen zij die tweedehands meubelen van hun voorgangers, en minder geld in de schoenendoos.

     Werknemers die lang in Korea gewoond hebben, zoals wij, hadden zich natuurlijk ook heel wat persoonlijke spullen aangeschaft, kwestie van het leven zo comfortabel en aangenaam mogelijk te maken. Maar als die werknemers dan uiteindelijk toch vertrokken, dan stond men daar met bijvoorbeeld een fiets, of fitnesstoestellen, ski's of een opblaasbare rubberboot. Ik noem zo maar wat, maar dergelijke zaken zijn daar ooit aangekocht geweest door medewerkers. Die spullen naar België sturen of meenemen per vliegtuig was niet te betalen of het loonde de moeite niet. (Alhoewel er de mogelijkheid bestond om eigen goederen per container naar België terug te sturen.)

    Zo ontstond een tweede dienst waar iemand die vertrok - alhoewel men daarvoor niet echt moest vertrekken - zijn persoonlijke spullen kon achterlaten of brengen, met de bedoeling om die te verkopen.

    Een soort "Opnieuw &Co", "Kringloopwinkel" of een tweedehandswinkeltje... geëxploiteerd door Lief!

     Daarvoor hadden we een kamer ingericht waar alle spullen - want dit initiatief had heel veel succes - tentoongesteld werden. Alleen Lief wist van wie, welk voorwerp was. Zij noteerde de minimumprijs die de verkoper er voor wou en zijn adres, telefoon en eventuele bankrekeningnummer. Wij verdienden er niets aan maar hadden zeer snel door dat er toch voordelen aan verbonden waren.

    Het volgende voorval zal dit duidelijk illustreren.

     Ook ambassadeurs vertrekken na een vastgestelde periode terug naar België of worden overgeplaatst. We hebben zo in het totaal drie ambassadeurs gekend.

    Ambassades hebben een apart kanaal waarlangs allerlei speciale of luxe voedingswaren binnen kunnen komen. Een diplomatiek kanaal. Zij hebben - of kunnen hebben - de beschikking over de beste wijnen, diepgevroren kwaliteitsvlees uit Argentinië, kaviaar, foie gras, sommige Belgische specialiteiten, noem het maar op.

    Toen de voorlaatste ambassadeur vertrok, vond hij het blijkbaar jammer om zijn blikjes lekkere Chatka-krab achter te laten voor zijn opvolger en zo kregen wij zes blikjes krab van topkwaliteit aangeboden voor de verkoop.

     Al wie de volgend dagen en weken bij ons op bezoek kwam heeft lekkere krabcocktail gegeten als voorgerecht. En succes dat wij daar mee hadden!

    Dat was dus het voordeel. Wij zelf hadden de eerste keuze. De verkoper wist ook niet wie zijn spullen gekocht had. (Of eventueel opgegeten.)

     Ontspanning

     Ieder zal ginds wel voor de ontspanning gezorgd hebben aangepast aan zijn eigen wensen. Een restaurantje meepikken gebeurde wel eens maar wat wij gewoon zijn, een beetje natafelen met een koffietje en een drankje of andere toestanden, dat bestond daar niet. Het was eten, betalen, en buiten! Wat wel mocht, en dat is eigenlijk fantastisch: men mocht zijn eigen wijn meebrengen naar een restaurant. Korea had wel eigen geproduceerde wijnen maar slechts enkele soorten en zeker geen wijn van hoge kwaliteit. Men bracht dus zijn eigen fles - lekkere - wijn van thuis mee en die fles werd aan de bediening gegeven. Men betaalde dan een kleine som voor de dienst. Iets wat hier bij sommige traiteurs ook bestaat of toch bestaan heeft. Wat men dan betaalt, wordt het flessengeld of stopgeld genoemd.

     Een echte belevenis was wel die keer dat we de originele "Peking duck" zouden eten in een authentiek Chinees restaurant, gevestigd in het luxueuze Shilla-hotel.

    De eend was bereid zoals ik verwacht had, de huid was zeer "crispy", knapperig bruin gebraden. De eend werd op zijn geheel aan tafel gebracht. Het vel werd er eerst in dunne schijfjes afgesneden door een ober die daar blijkbaar in gespecialiseerd was. De sneetjes knapperig vel werden dan in kleine pannenkoekjes gerold samen met een waaiertje gesneden uit lente-ui. Dan bestreken met een likje pruimensaus en met de hand gegeten. Als tweede "gang" werd het vlees in plakjes gesneden en opgediend met fijn gerapte of gesneden groenten en terwijl we aten bracht men het overblijvende eendenkarkas terug naar de keuken. Daar zou er een soep van gekookt worden die als laatste gerecht gegeten wordt, om de gaatjes te vullen!

    De soep zag er niet erg smakelijk uit, de kleur was vuilwit want dat soort soep wordt afgewerkt met melk, iets wat volgens mij zeer "on-Chinees" is. Nu was het een dienster die de soep ronddeelde uit een terrine. Ik werd eerst bediend, volgens ons is dat fout, maar volgens de Koreaanse normen helemaal juist!

    Ooit hoorde ik een ober zich verontschuldigen met - het doordenkertje - ; "Sorry sir, but we have to serve the ladies first!"

    Dus ik werd eerst bediend, toen was het de beurt aan Lief. Het jonge dienstertje was zo zenuwachtig dat ze de terrine met hete soep in Lief haar nek liet vallen om dan gillend weg te vluchten!

    Lief had altijd dergelijke pech. Dit moet de derde keer geweest zijn dat ze de soep over haar hoofd en kleren heen kreeg. De twee vorige keren was telkens in een hotelschool.

     Iets helemaal anders.

    Wij hebben in Seoul bijna elke week een prachtig klassiek concert meegemaakt met optredens van de grootste meesters en dirigenten. Er waren twee grote culturele centra in Seoul. Het "Sejong Cultural Center" was het centrum dat wij doorgaans bezochten. Een concertje meepikken was ook heel eenvoudig. Lief zorgde in de loop van de week voor tickets en dikwijls kwam ik recht van het werk naar de concertzaal. Omkleden was niet nodig! Dus zeer laagdrempelig en de kaartjes waren niet duur.

    Dirigenten zoals Willy Boskovski, Eugene Ormandy, Lorin Maazel, Herbert Von Karajan, Sir Neville Marriner, Maxim Sjostakovitsj, passeerden de revue. Er waren er meer, maar dit zijn de belangrijkste die ik mij nog herinner.

    Opera's als Madame Butterfly, La Bohème, de musical Evita, het ballet "Copelia" uitgevoerd door "The Royal Welsh Saddler Ballet", zijn enkele voorstellingen die nog fris in mijn geheugen liggen.

     Korea had twee klassieke radiozenders van zeer hoge kwaliteit. Elke zender had ook zijn eigen symfonisch orkest. Het waren dikwijls deze zenders die voor de organisatie van de klassieke concerten zorgden.

     Zo zou dirigent Maxim Sjostakovitsj ook een optreden verzorgen. Er was in het begin wat herrie omdat hij eerst in Japan optrad en de Koreanen haten de Jappen hartsgrondig, en met reden. En er was ook nog wat strubbeling omdat Sjostakovitsj van oorsprong een Rus is, en Rusland is ook niet de meest bevriende natie van de Koreanen.

     Grootvader, Dmitri Sjostakovitsj kwam niet zelf dirigeren om de eenvoudige reden dat hij reeds in 1975 overleden is. Maxim, zijn zoon en dirigent zou het optreden verzorgen in het “Sejong Cultural Center”, samen met zijn zoon, ook een Dmitri Sjostakovits Junior, die pianist is en tevens de jongste van de drie! Dus de kleinzoon van de oude Dmtri.

     Vader en zoon speelden de muziek gecomponeerd door hun overleden vader, respectievelijk grootvader. Onder andere zijn vijfde symfonie en het tweede pianoconcerto. Maxim dirigeerde het orkest en de jonge Dmitri zat aan de vleugel als solist. Geweldig, drie keer Sjostakovitsj op één podium.

     Muziek beschrijven is moeilijk maar laat ons maar zeggen dat het een puik concert was. Dat is het minste wat er van te zeggen valt. Na afloop ging vader Maxim naar zijn zoon toe om hem te feliciteren en gaf hen daarbij de “accolade”. De vaderlijke of broederlijke kus. Daarbij mekaar een schouderklopje gevend. Hugging zouden de Amerikanen dit noemen.

     De koele Koreanen hadden zoiets nog niet dikwijls meegemaakt en barstten in een luid applaus los, stampend met de voeten op de grond. Encore, encore. Hoeveel bisnummertjes de Sjostakovitsjen gegeven hebben weet ik niet, maar de belevenis was wel onvergetelijk...

     De Zwitserse Eugene Ormandy hebben we nog zien optreden toen hij al stokoud was. Aan het schavotje waar de dirigent op staat tijdens het dirigeren, had men twee extra trapjes moeten bouwen omdat Ormandy anders het dertig centimeter hoge verhoogje niet op kon...

     Het meest indrukwekkende was de uitvoering van de negende symfonie van Ludwig van Beethoven. Op een gigantisch podium waren twee symfonische orkesten opgesteld... Samen ongeveer 120 uitvoerders. Achteraan twee koren, samen ook meer dan 100 zwartharige zangers, mannen en vrouwen, gekleed in het zwart en het wit...

    Vooraan de vier zangers, solisten... Twee mannen, twee vrouwen!

    Fantastisch, om nooit te vergeten, dat is het enige dat ik hierover kan zeggen!...

     Wij waren de enigen die klassieke concerten bezochten.

    Maar een bevriend koppel had een Koreaanse poetsvrouw in dienst genomen. Deze vrienden hadden op een dag van de poetsvouw een paar tickets gekregen voor een klassiek concert. Het Koreaanse vrouwtje had de kaartjes ook gekregen van haar broer, die bij één van de grote KBS orkesten speelde. Vrijkaartjes dus.

    Onze vrienden waren absoluut niet geïnteresseerd in dergelijke muziek en zijn zo vriendelijk geweest om ons de kaartjes te schenken. We zouden in de zaal juist naast het Koreaanse poetsvrouwtje zitten. Wij moesten dan maar "liegen" dat haar werkgevers niet konden komen omdat hun konijn plotseling ziek geworden was of iets in die aard!

     In de zaal zitten wij naast het meisje, ze was nog vrij jong, en we vertellen dus het leugentje om bestwil. Het orkest begint te spelen en wij vragen welke muzikant haar broer is? Maar die zou pas tijdens het tweede gedeelte opkomen. Pauze, de stoelen voor het orkest worden verplaatst en de stoelenzetter bleek de broer in kwestie te zijn. Welk muziekstuk er daarna gespeeld werd, ben ik vergeten maar het eindigde op drie "kletsen" met de cimbalen. Het vrouwtje naast ons roept triomfantelijk; there is my brother... wijzend naar de cimbalenkletser...

     We hebben ooit zelf opgetreden voor een publiek bestaande uit een paar duizend toeschouwers! Wij, dat was een groepje vrijwilligers van divers pluimage. Walen, Vlamingen, mannen, vrouwen, jongens, meisjes en kinderen.

    Dit optreden kaderde in een project waarbij elk land dat voldoende vertegenwoordigers had in Seoul (of Korea) één of meerdere folkloristische nummertjes zou brengen, typisch voor hun land.

    Voor België werd er een muzikaal begeleidingsgroepje samengesteld bestaande uit twee gitaren en een tamboerijn (typisch Belgisch toch?). Toevallig waren er nogal wat Waalse medeburgers in het groepje en zij brachten een Waals liedje; "Nos estans firs di nosse pitite patreye". Nous sommes fiers de notre petite patrie, wat ook enthousiast door de Vlamingen meegekweeld werd. Dan werd door de Vlamingen gezongen over dat hutje op de purperen hei met een boom erbij, en Lief heeft kwezelmanieren getoond en aan de Koreanen gedemonstreerd hoe je een sjaal moet haken, ofte "crocheteren". Zij weigerde te dansen, ook niet in ruil voor een ei of voor een koe, maar ons kwezelke liet zich op het einde toch verleiden tot een danske... met mij!...

    06-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    05-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Uitstapjes

    Behalve concerten bezoeken en zelf optreden maakten we ook wel eens een uitstapje zoals elke zondagstoerist. Heel dikwijls werd dat gedaan samen met Madame Kim, de Belgische echtgenote van Mister Kim, een authentieke Koreaan. Madame Kim, die eigenlijk Claire heet, was de senior secretaresse van de Belgische ambassade. Ze had twee zonen die toen voorzichtig teenager konden genoemd worden. Een Il Yong en een Billy! En ze hadden een poes als huisdier. Dikwijls mocht Coco mee naar Madame Kim. De poes probeerde dan elke keer om Coco te pakken te krijgen en de stomme papegaai wist duidelijk niet dat een kat een levensbedreigend dier is voor domme vogels. Als Coco dan probeerde om met zijn klauw de neus van de poes te aaien, brak elke keer weer herrie los. Een onmogelijke strijd waar nooit verliezers of winnaars uitkwamen, want Coco zat altijd, voor alle veiligheid, in zijn kooi!

    Ok, ja, Coco ging dikwijls mee op bezoek bij de kennissen. Dat deed hij graag. Hij zat dan in zijn kooi, achteraan in de auto, rond zijn stokje te draaien. Dat was een teken dat hij in zijn nopjes was.

     's Zondags reed de familie Kim regelmatig, samen met ons en met nog een gemengd koppel, Duits - Koreaans, ergens naar den buiten en organiseerden daar een picknick op Koreaanse wijze. Mr Kim bracht zijn typisch Koreaans kacheltje mee waarin een aangepast soort steenkoolbriketten brandde. Volgens hem was dat een geschikte brandstof om vlees op te roosteren. Dat vlees was ofwel varkensvlees of rundvlees, in flinterdunne plakjes gesneden. Dit vlees werd eerst gemarineerd in sojasaus, sesamolie, suiker, gehakte gember en gehakte knoflook en ten slotte werd er rijkelijk zwarte peper over gestrooid. Het vlees mocht daar minstens enkele uren in trekken!

    Ter plaatse, waar de picknick gehouden werd, stookte Mr Kim zijn vuurtje op, tot het lekker gloeide en de plakjes vlees gingen dan gedurende enkele seconden op het rooster boven het gloeiende blok. Dus enkele tellen roosteren aan een kant en nog een paar tellen roosteren aan de andere kant. Zo bakte Mr Kim het vlees voor iedereen. Om de minuut kregen we een dun lapje vlees op ons bord geschoven, waar al wat rijst opgeschept was, en een portie sla die van thuis was meegebracht... en de kimchi, niet te vergeten! Rijst was voordien reeds op het kacheltje gekookt terwijl de steenkoolbriket opwarmde. Mr Kim zelf, at als laatste en zorgde er voor dat er geen kruimeltje meer overbleef.

    Dan kwamen de flessen whisky of dergelijke, of koele flessen bier te voorschijn.

    Nooit heb ik geweten dat er bloednuchter terug naar huis gereden werd. Madame Kim werd wel elke keer gepromoveerd tot bestuurster van dienst. Gelukkig maar!

     Een andere keer zouden we naar zee trekken om te picknicken. Een tentje opzetten vlak aan de waterlijn, een vuurtje stoken van wrakhout en dan op zoek gaan naar iets om te eten want aan zee eet je geen vlees, maar... juist ; vis! Al snel hadden we door dat als je je blote voet zo ongeveer een halve meter diep in het natte zand wurmde, je af en toe iets hards voelde, iets als een steen... Maar dat waren geen stenen maar een soort schelpdieren... die wij gemakshalve "clams" noemden. Clams eten is eenvoudig. Je neemt je zakmes en breekt de schelp open en slurpt het beest eruit.

    Iets wat je je hier niet kan voorstellen; maar er kwam net een visser uit zee in een klein bootje, en die manoeuvreerde moeizaam zijn boot het strand op. De visser had een paar grote kanjers van mij onbekende vissen bij, maar Mr Kim - hij was de baas van de keuken - koos voor de drie grote pijlinktvissen die de visser gevangen had. Inktvis is zeer geliefd bij de Koreanen. Ook octopus, die rauw gegeten wordt. Misschien onder invloed van de Japanse keuken?

    De pijlinktvis, of calmar, zou een lekker hapje worden. Met een paar flesjes soju er bij om alles door te spoelen.

    Nu stond er een klein pannetje gevuld met water plus een scheut zeewater op een gasvuurtje. De inktvis werd in stukjes gesneden, de tentakels bewogen hierbij nog een beetje. Er ging wat sojasaus in een kommetje met een scheut azijn erbij. En nu soppen maar. Een stukje inktvis met behulp van je chopsticks gedurende een paar seconden in het pannetje met kokend water dopen, daarna in de sojasaus, en hop. Als je een stukje van de tentakels nam kleefde dat zich met zijn zuignappen vast aan de binnenkant van je kaak. Als alle inktvis op was kreeg ieder nog een slok van het ondertussen wel zeer zout geworden kooknat als afrondend soepje. Maar dat was dan weer een goede aanleiding om nog maar eens een fles soju open te maken.

     Iets gelijkaardigs overkwam me toen we een eiland zouden bezoeken dat juist zoals de Mont-Saint-Michel in Normandië een eiland was bij hoog water, maar waar je te voet kon naar toe wandelen bij eb. Op het eiland was een oud klooster of kasteel om te bezoeken, ik weet het niet meer, want ik ben nooit tot daar geraakt. 's Morgens zeer vroeg reeds moesten we opstaan om zo op het droge al wandelend tot aan het eiland te kunnen gaan en toch nog tijdig terug te zijn voor de lunch, voor het tij weer te hoog zou opkomen.

    Na een paar honderd meter lopen zag ik dat er Koreaanse vrouwtjes iets aan zoeken waren op de nu droog liggende zeebodem. Ik wist direct wat ze zochten: oesters!.

    Zodanig ben ik nooit aan de andere kant geraakt want ik bleef plakken aan een oesterbank. Toevallig had ik een Zwitsers zakmes bij me, en meer heb je in zo een geval niet nodig.

     Gekookte ham en zalmen maken

     Behalve pensen, salami en kaas heb ik ook geleerd om gekookte ham te maken.

    Er waren wel blikken ham verkrijgbaar, ingevoerd door de Amerikanen, “SPAM” genaamd. Omdat dit product uit blik amper eetbaar is, vind ik het woord SPAM perfect gekozen om er de ongewenste rommel op je PC mee aan te duiden. Want rommel was het, die SPAM uit blik. Er bestond nog een tweede kwaliteit, een Koreaans namaakproduct dat helemaal niet te vreten was.

     Dus zelf ham koken was toen de enige oplossing om iets te bekomen dat wel lekker was! Eigenlijk is het zelfs niet zo moeilijk, toch niet als je in Korea woont en als de omstandigheden daar wel een beetje anders zijn dan in België op een appartementje. Maar er stelt zich de vraag of het wel de moeite loont om ook zelf ham te maken?

    Als de mogelijkheid bestaat: doen!

     Maar voor het koken van ham en het roken van zalm moet ik mijn verhaal beginnen op het ogenblik dat we in de stad Gummi, aankwamen en daar resident zouden worden in een hotel.

     Tijdens het vierde jaar dat we in Korea woonden werd ik door Bell overgeplaatst naar de fabriek van Samsung die gelegen was in Gummi. Een middelgrote stad op ongeveer 250 kilometer ten zuiden van Seoul.

    Gummi was en is nu nog de stad waar alle elektronische en andere industrieën samen gegroepeerd zijn. De Koreanen noemden de stad daarom ook Korean Silicon Valley.

    Samsung, Daewoo, Huyndai, SsangYong, zijn enkele van de gekende concerns die er gevestigd zijn.

     Wij werden er gelogeerd in een groot hotel, gelegen midden in een bosrijke omgeving. Tijdens de weekends was het er altijd druk door de vele toeristen die er kwamen om te genieten van de rust, van de mooie natuur en om te wandelen. De firma wilde ons niet in een lokaal huisje logeren omdat het risico op koolmonoxidevergiftiging niet denkbeeldig is als je ondeskundig een huis verwarmt met "ondol", een verwarmingssysteem met steenkool. En wij waren inderdaad geen deskundigen want het systeem dat "ondol" heet, bestaat in Europa niet. Jaarlijks gebeurden er in Korea trouwens heel veel ongelukken door koolmonoxide-uitwasemingen. De kranten stonden er telkens weer vol van.

     Dus we verhuisden naar een hotel waar we gelogeerd werden in een grote "suite". Alles in het hotel was een beetje aftands maar het was er best aangenaam leven. Geen onderhoud te doen en het eten staat altijd klaar in het restaurant. Ik werd gebracht en opgehaald, van en naar het werk bij Samsung, en dat door een vrouwelijke autobestuurster, iets ongewoons in Korea. Haar naam was miss Lee. Er was maar één probleem. Miss Lee kon "haar poten" niet thuis houden en gedroeg zich dikwijls vrij handtastelijk in de auto. In een personenauto ga je dan als passagier achteraan zitten, maar dan wilde zij niet vertrekken. Miserie, miserie, zou Jaak Van Assche nu zeggen. Gelukkig was de personenwagen dikwijls bezet en dan voerde zij mij weg met een heuse toerautobus waarin plaats is voor veertig passagiers. Daar was ik dan veilig voor haar klauwen!

     Ondanks de kapsones van Miss Lee begint na een tijdje toch de verveling lichtjes toe te slaan!.

     Ik had wel mijn zilversmidatelier geïnstalleerd en Lief kon lange wandelingen maken langs klaterende bergriviertjes, maar in het stadje zelf was niets bijzonders te beleven. Gummi was een "slaapstad".

    In de onmiddellijke buurt was ik voordien reeds een paar keer geweest, goed vermomd als Sinterklaas, bij Jules en Marieke Loontiens. Jules behoorde tot de staf van Bell en beiden waren reuzegezellige en sympathieke mensen. Zij hebben ons ook in contact gebracht met weer een missionaris, maar deze keer was het geen Belg maar een Duitser. Hij heette Herbert en behoorde tot de orde van de Benedictijnen. De voertaal was Engels... en af een toe een woordje Duits.

    We waren nu voor de tweede keer bevriend geworden met een missionaris en of alle missionarissen zo zijn, ik weet het niet, maar het resultaat was wel dat we nu nog altijd niet bekeerd zijn, maar we hebben met en door Herbert veel dolle pret beleefd!!!

     Herbert was de pastor van een kleine parochie. Die parochie was een paar kilometer verwijderd van het hotel waar wij logeerden. Met de bus en gedeeltelijk met een taxi was die afstand vlot te overbruggen. Een half uurtje of zowat.

    Herbert woonde in een klein huisje en had een jong meisje in dienst dat voor hem wat huishoudelijk werk deed, onder andere de kook. Er was ook een oude man, hij zag er toch oud uit, die in de dag betonnen snelbouwblokken maakte. Dat bleek de bron te zijn van Herbert's inkomsten. Van de giften van zijn parochianen kon hij amper nieuwe knopen kopen om aan zijn broek te zetten. Zo beweerde hij toch. Ook heeft hij geprobeerd om aardappelen te kweken op een lapje grond dicht tegen zijn huisje. En wist hij te vertellen: ik heb de aardappelen in de lente geplant en toen ze geoogst werden zijn er evenveel uit de grond gekomen als ik er in gestopt heb. Dus aardappelen kweken deed hij niet meer.

     Al vlug waren we goed bevriend met Herbert. Het meisje dat voor hem kookte vroeg of ik haar niet een beetje kon helpen, of tips geven, om gerechten te koken die Herbert speciaal lekker zou vinden. Zo viel de eerste keer het Duitse woord "schinken", gekookte ham.

     Volgens mij moet een gekookte ham een lichte rooksmaak hebben, (mijn smaak zeg ik wel...).

    Zo ontstond het idee om een rookschouw te bouwen. Dat ging perfect op Herbert's domein. Er waren de nodige betonblokken om in een paar tellen een klein hokje te bouwen waarin kon gerookt worden en ik zag mezelf daar ook al zalmen in roken. Dat was het begin!

     Voordien in Seoul had ik al een poging ondernomen om zalm te roken maar dat lukte niet goed omdat het kastje waarin ik rookte te klein was en dus te warm werd binnenin. Makrelen roken daarentegen ging dan weer heel goed. Dat eerste metalen rookkastje werd gemaakt op de school van Don Bosco maar nadien is het in de vergetelheid geraakt en verdwenen.

     Het rookhok werd nu gebouwd met betonblokken. Er bovenop kwam een schuin liggend dak, een zinken golfplaat die dienst deed als afdekking en er werd een houten balk in gemonteerd waar het te roken materiaal kon aan opgehangen worden. Een rokend vuurtje werd aangemaakt in het speciaal type Koreaans kacheltje en de rook die daar uitkwam werd door een brede afvoerbuis naar het rookhokje geleid. Het kacheltje kon van plaats verwisseld worden naargelang van waar de wind kwam en zo hadden we een pracht van een rookinstallatie gebouwd!. De oude man was de "watchman". Hij lette op het vuur zodat er niets te heet werd en dat de vuurhaard constant bleef roken... en hij deed dat goed!

     Om een gekookte ham te maken moet de ham eerst gepekeld worden. Dat heb ik gedaan in een sterke pekel die gemaakt was van water met zeezout en daar allerlei kruiden bijgegooid. Wat ik toen juist gebruikt heb aan kruiden weet ik niet meer, er was nogal wat lokaal spul verkrijgbaar. Een echte ham ofte "hesp" zouden we niet maken, dat zou veel te veel zijn en ook te moeilijk om te verwerken. Dus heb ik een groot stuk vlees gekocht, gesneden uit een varkensham, een groot stuk varkensgebraad zouden we nu zeggen, en dat stuk werd gebruikt als zijnde een ham. Er lag nog wel een stevige laag vet op het vlees. Nu een ramp voor de doorsnee consument maar dat betekent wel dat zulk vlees ook veel smaak heeft. Moderne ham van nu smaakt naar niets. Mr Herta?

     Het vlees heeft ongeveer 24 uur in de pekel gelegen en daarna nog een paar dagen, zelfs een week lang in de koelkast, om het zout gelijkmatig in gans het stuk vlees te laten doordringen. Dan ging de "ham" in de "rookkamer" voor 24 uur en daarna heb ik ze "gekookt" in een kruidenbouillon gedurende een tweetal uur. Dergelijk stuk vlees mag niet echt koken. Het kookvocht mag niet warmer worden dan ongeveer 80° C, anders droogt het vlees uit omdat de vleessappen er dan uit lopen.

     Ten slotte wilde ik de ham persen om ze nadien vlot te kunnen snijden maar ik vond niets dat zwaar genoeg was om als pers te fungeren en dan hebben we de "ham" in een metalen kom gelegd met een plankje daarop en de ham onder de poot van ons bed geschoven in het hotel.

    Prachtig geperst was die hesp de volgende morgen en wij hadden goed geslapen met de voeten lichtjes omhoog.

     De volgende dag konden we reeds ondervinden dat het een lekkere ham was. Herbert was tevreden over mijn kookkunsten.

     Toen ben ik begonnen met het roken van zalmen ...

     In Korea waren zalmen vrij gemakkelijk verkrijgbaar. Maar altijd als hele vis. Om gerookte zalm te maken was dat geen probleem, daarvoor heeft men de hele filets van zalm nodig. Het soort zalm dat in Korea verkrijgbaar was, is dezelfde soort als die in de VS voor komt. Een andere soort als de Atlantische zalm. Minder vet en dus een ietsje droger. Maar om te roken was die zalm perfect.

    Na enig zoekwerk hadden we ergens in de stad een grote openbare vismarkt ontdekt en daar kon je gemakkelijk zalmen krijgen. Na een tijdje ging Lief zelfs helemaal alleen (met chauffeur) zelf zalmen kopen. Iets wat ze nog nooit gedaan had en nadien ook nooit meer gedaan heeft!

     Ik fileerde die zalmen dan in de keuken bij Herbert en bestrooide de filets daar met fijn zout. Dat zout mocht dan een hele namiddag intrekken en 's avonds gingen de zalmfilets mee naar het hotel om daar bestrooid te worden met grof zeezout, om zo een nachtje in de badkuip uit te lekken. Het zout trekt vocht uit het visvlees! Dit uitlekken was niet te riskeren bij Herbert thuis want het liep daar vol verwilderde honden en katten die alles kwamen stelen wat er ook maar te vinden, en liefst ook te eten was. Ook moeten de filets regelmatig gedraaid worden. 's Morgens gingen de zalmen dan uit het bad, en wij er in! In het eerste appartement heb ik ook eens levende forellen in de badkuip gehouden, toch voor twee dagen, tot er heftige ruzie ontstond met Lief. De forellen verloren de strijd en zijn dan de diepvriezer in gegaan.

     De volgende dag gingen de zalmfilets dan weer naar Herbert, naar de rookkamer. Vierentwintig uur roken in "koude" rook leverde een prachtige, lichtjes gekleurde, niet zoute zalm op. De oude man verstond de kunst van het roken, ondanks het geen techniek is die zij in Korea kennen. Eens het systeem perfect werkte, verkocht ik ook zalmen aan de kok van het hotel. Wat die er mee deed weet ik niet maar op de menukaart van het hotel was geen gerookte zalm te vinden. Trouwens gerookte zalm was een onbekend product bij de Koreanen.

     Dit maar om aan te geven dat we ook met het hotelpersoneel goed overeen kwamen. Als ik bijvoorbeeld een auto wou hebben moest ik het maar vragen en dan kreeg ik een minibusje. Een "Bongo", een model van Hyundai dat hier in België nooit ingevoerd werd.

    Met die Bongo-bus stond ik eens ergens geparkeerd in Gummi, te wachten op iemand. De radio stond aan en ik probeerde om een zender te vinden die een beetje aanvaardbaar muziek uitzond. Plotseling vond ik een zender waar perfect Frans gesproken werd. Na aandachtig luisteren bleek het pure communistische propaganda te zijn. Toen ik probeerde om dit voorval aan een paar Koreanen bij Samsung te vertellen werd ten stelligste beweerd dat zoiets onmogelijk kon zijn!

    Wat daar toen gebeurde, is nog steeds een mysterie.

     Maar we waren zalmen aan het roken...

    Voorts diende die zalm als presentje als we ergens uitgenodigd werden. En dat werd meer op prijs gesteld dan een bosje bloemen. Ook ten tijde van de bloedworsten nam ik dikwijls enkele bloedworsten mee als cadeautje voor de gastvrouw of -heer.

     Wijzelf en Herbert aten ook regelmatig zalm, uiteraard! Wij waren stilaan het voedsel van het hotel beu geworden, het was ten andere niet van echt goede kwaliteit, en ik kookte nu dikwijls in de kamer ons eigen potje. Met als enige kookapparatuur een elektrische braadpan met deksel en thermostaat. Dus als ik wat maakte waren het eenpansgerechtjes of koude schoteltjes.

     Lief moest daarvoor in de loop van de dag naar de markt om het nodige aan te kopen want ik was bezet in de fabriek. Boodschappen doen, iets wat ze nog nooit gedaan had en ook niet graag deed omdat ze, eerlijk waar, van de basisgrondstoffen niet al te veel af kende. Mijn schuld, ik heb het haar ook nooit geleerd! Maar zalm kon ze reeds perfect aankopen.

     Dan wou ze op zekere dag op de markt een fazant kopen. (Dat kon in Korea) De verkoper probeerde om haar een mooie kleurrijke fazantenhaan te verkopen maar Lief moet mij ooit horen zeggen hebben dat de fazantenvrouwtjes beter zijn omdat ze malser vlees hebben en ze wilde dus geen mooie mannetjesfazant maar een "smakelijke" vrouwtjesfazant. Er moet zich daar op de markt een heroïsche strijd afgespeeld hebben tussen de verkoper en Lief. Zij wou een vrouwtje en de verkoper wilde alleen een haan afstaan. Ik had er willen bij zijn... en we hebben fazantenhen gegeten!

     Een andere keer wilde ze een levend konijn kopen voor Herbert, zo maar als geschenk, zodat hij er later kon mee kweken. Het was enkele dagen voor ons definitief vertrek naar België en dat zou dan een mooi afscheidscadeau geweest zijn... Een konijnenmoer!

     Om voort te kweken heb je een vrouwtje nodig, dat is ook zo bij de konijnen! Lief gaat dus een vrouwelijk konijn kopen. Maar eens op de markt wist ze niet hoe een vrouwtje te vragen. De verkoper verstond wel het woord "rabbit" en dus vroeg Lief dan maar een "mama rabbit"!. De verkoper gaf haar een konijn, maar was dat nu wel een vrouwtje??? Ze twijfelde aan de eerlijkheid van de verkoper. Daarop heeft ze gevraagd: show me if it is a mama! Ik zou zelf het verschil niet zien tussen een mannetjes- en een vrouwtjeskonijn denk ik! Weken nadien kregen we een brief van Herbert met de mededeling dat "mama rabbit" perfect haar taak volbracht had!.

    05-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    04-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nu het toch over afscheid gaat...

    Op zekere dag vraagt Herbert of ik een maaltijd zou willen bereiden, een feestmaaltijd, voor zijn verjaardag omdat die in aantocht was. Zo kon hij zijn "confraters" eens uitnodigen, iets wat hij voordien niet kon wegens financiële redenen en wegens het vele werk dat daaraan verbonden is. We spraken een datum af. Er zouden een twaalftal personen aanzitten, aan het banket... zoals Toon Hermans het zegde.

     Een week of zowat voor het feestje bij Herbert zou doorgaan krijg ik een bericht van Bell dat mijn termijn in Korea erop zat en dat het nakende vertrek voorzien was op... de datum weet ik niet meer maar het was wel vóór het feestje bij Herbert gepland was!

     Ik heb me toen in allerlei bochten gewrongen om de firma te overtuigen dat ik op het spoor was van een ernstige softwarefout. Dat was wel (gedeeltelijk) waar. Dat ik daar een week zou voor nodig hebben om dit probleem op te lossen... en dat was een beetje gelogen! Ik kende de oplossing al lang... maar ik had het verslag daarvan nog niet doorgegeven.

    Maar mijn plan lukte, het vertrek werd een week uitgesteld en het verjaardagsfeestje bij Herbert kon nog tijdig doorgaan en tegelijk werd het ook een beetje ons afscheidsmaal.

    Toen het verjaardagsfeest doorging, het was een middagmaal, zaten er dus twaalf paters (ik wilde al apostelen schrijven) aan tafel. Ook de Koreaanse keukenmeid en de oude man; de specialist in betonblokken maken en zalmen roken. Lief zou op professionele wijze de bediening van de gasten verzorgen... en ik stond weer in de keuken!...

     Aan tafel zat ondermeer de oude "father Thomas". Of hij een "ongelovige Thomas" was, is niet geweten maar hij werd dikwijls door zijn confraters geplaagd wegens zijn naam.

    Speciaal voor hem had ik een heldere kippenbouillon gemaakt... op aanvraag van Herbert, welteverstaan! Die bouillon was gemaakt van kippenpoten. De looppoten van de kip, niet de billen!!! Die poten had ik ontdekt op een heel klein buurtmarktje. Herbert had aan zijn medepaters reeds verteld dat de soep gemaakt was van kippenpoten, waarop allen ongelovig reageerden. Maar dat alles was opgezette poppenkast.

    Toen Lief de soep ging uitscheppen, kreeg elke pater zijn kommetje gevuld, en puur toevallig kwam er een gekookte kippenpoot in het kommetje van father Thomas terecht. Elf paters zaten schuddebuikend te lachen. De twee Koreanen begrepen er niets van.

     Nog even terzijde vermelden dat op het marktje waar de kippenpoten verkocht werden ook hanentestikels te koop waren en het grootste spektakels was een verkoper die een opengesneden beer (je leest juist, een beer) voor zich liggen had, en stukjes vet verkocht, gesneden uit de buik van de beer. Blijkbaar een kwakzalver. Op zo een moment is het echt jammer dat je de taal niet spreekt en geen fototoestel bij hebt. Maar misschien ook gelukkig, want foto's van dergelijke zaken worden niet altijd geapprecieerd. !

     En of de drank tijdens de feestmaaltijd overvloedig vloeide? Zeker en vast wel.

     Korea produceert een behoorlijk lekkere witte wijn maar de rode wijn was spijtig genoeg niet te "zuipen". Er was ook een lokale "whisky" verkrijgbaar maar als je daar wat te veel van dronk begon je hoofd drie dagen nadien spontaan opnieuw te bonken als je er alleen nog maar aan dacht. De volksdrank was "soju" een heldere drank, doorzichtig als water. Het spul was trouwens verpakt in flesjes als ware het mineraal water. In het begin waren er vele die "soju" gekocht hebben in de supermarkt in de waan dat ze mineraal water bij hadden. Soju is een gedistilleerde drank die meestal gemaakt wordt van rijst maar vaak ook met zoete aardappel, gerst en maniokwortel. Het alcoholgehalte van het goedje bedroeg ongeveer 25 tot 40 procent.

    Je werd er wel stomdronken van en je kreeg er ook garanti een "king size headache" van! De drank van het laagste allooi was "makkolli", een melkkleurige rijstwijn. Het alcoholgehalte zou maar vier à vijf procent geweest zijn maar de Koreanen werden er toch behoorlijk dronken van. Aziaten verdragen veel minder goed alcohol dan Westerlingen, dat is bewezen!

     Als een groep Koreanen op uitstap ging in een huurautobus werd eerst en vooral de bus volgestouwd met grote kruiken "makkolli". Die werd tijdens de rit dan soldaat gemaakt. Als je toevallig tussen zo een bende zatte feestvierders terecht kwam was je gezegend, dat kan ik je verzekeren!

    En bier, hoor ik sommige nu denken. Wel dat was er. Zeer aanvaardbaar bier zelfs dat in 1920 voor het eerst in het land gebracht werd door Duitse brouwers. Crown was één van de merken, maar vooral populair en misschien ook wel het beste bier was OB. De afkorting van Oriental Breweries. Bier werd altijd gedronken uit de fles. De flesjes moesten op de tafel blijven staan tijdens het gelag, zodat iedereen kon zien hoeveel de feestvierders wel gedronken hadden!

    Een toevallige driver vroeg mij eens, wat ik liefst drink; whisky of bier? Waarop ik in alle eerlijkheid antwoordde dat in dat geval bier mijn voorkeur geniet.

    Maar repliceerde de chauffeur daarop; van whisky wordt je toch veel sneller dronken?!

    Dat is Koreaanse logica! Rare jongens die Koreanen!

     Op zekere dag vertelde Herbert ook eens dat hij soms gegeneerd was. Sinds hij die Belgen kende lagen er altijd stapels lege flessen tegen de achtergevel van zijn huisje. Wat moesten zijn medebroeders daar wel van denken?

     De reebok

     Ook mag ik zeker niet vergeten om de historie te vertellen van de handel in reebokvlees die we opgezet hebben. Weer met hetzelfde doel: de kas van Herbert spijzen.

     Herbert wist mij op een keer te melden dat hij zeer gemakkelijk een soort reebok kon verkrijgen. Het zou niet om een echte reebok gaan maar om een beestje dat er sterk op lijkt, zo wist hij er nog aan toe te voegen.

    Zijn parochianen jaagden op die beesten met de enige bedoeling om het bloed van het dier te drinken omdat ze er van overtuigd waren dat ze daardoor ook heel snel zouden kunnen lopen. Met het vlees deden ze niets. Dit soort bijgeloof wordt signatuurleer genoemd.  - De signatuurleer is een theorie die inhoudt dat uiterlijke kenmerken van bijvoorbeeld planten die overeenkomsten vertonen met delen van het menselijk lichaam, ook een gunstige invloed op dit deel van het menselijk lichaam zouden hebben. De keren dat het toevallig klopt, berust op louter toeval. Hier was het dus de kracht van het dier vervat in zijn bloed. Dus als ik het bloed van het dier zal opdrinken zal dit bloed er voor zorgen dat de kracht in mij overgaat. Kannibalen eten hun medemens op wegens dezelfde manier van denken -.

     Het diertje waar het hier over ging, bleek bij nader toezien geen reebok maar een “muntjak” te zijn, een kleine hertachtige, origineel een in Zuid-China voorkomende hertensoort. Nu vindt men ze zelfs verwilderd in de Nederlandse Veluwe naar het schijnt. In Engeland worden ze al lang gekweekt voor de jacht. Het is een klein hertje, ongeveer zo groot als een uit de kluiten gewassen hond en vooral opvallend zijn de twee scherpe lange tanden die uit hun onderkaak omhoog steken.

     Goed, elke zondagmorgen werd een gevangen muntjak binnen gebracht bij Herbert. Het dier werd gevangen in een strik zodat het lichaam onbeschadigd was. Maar wel perfect leeg gebloed. Ik ontdeed het dan van de huid en verwijderde de ingewanden... In het buitenland moet je één en ander kennen en kunnen om te overleven! Het vlees mocht daarna de hele nacht "besterven". Dat gebeurde in de slaapkamer van Herbert, want de buitenwereld was erg belust op vers vlees. De naam van de roofachtige, op vlees beluste onverlaat, was hond of kat!

     ’s Anderendaags probeerde ik dan het hertje te verkopen. Dat was vrij eenvoudig. Ik werkte toch in de telefooncentrale!? En ik kende de software van die telefooncentrales, bij manier van spreken, toch van buiten? Het was dus voor mij een eenvoudig klusje om Herbert’s telefoonlijn taksvrij te zetten zonder sporen na te laten. (Op een slinkse manier door enkele bits te wijzigen in het computergeheugen!) Zo belde ik de dames van alle “notabelen” van Bell Telephone en de secretaresses van diverse ambassades op om porties van de “reebok” te verkopen.

     Een boutje voor mevrouw zus en een stukje van de rug voor mevrouw zo, en een kilootje ragout voor die knappe secretaresse van den ambassadeur, plus enkele koteletjes voor de meid, enzovoort. Ik noteerde nauwgezet de bestellingen en ging dan op maandagavond het beest versnijden in de gewenste porties.

    Alles werd dan netjes verpakt in boterpapier dat we speciaal voor dit doel gekocht hadden, en de bestellingen werden in een reistas gestopt. ('t Was een groene tas van de BBL, de toenmalige Bank van Brussel Lambert, nu ING geworden) Deze reistas ging ‘s nachts in een koelkast van het hotel waar wij woonden. Aan de receptie van het hotel vertelde ik elke keer dat er mensenvlees (yang gogi) in de tas stak. Ze hebben het nooit gecontroleerd!

     Dinsdagmorgen vertrok Lief dan met de langeafstandsbus naar Seoul om alle pakjes af te leveren aan de juiste bestemmeling. Aan de busterminal in Seoul stond de auto van de Belgische ambassade haar op te wachten en met dezelfde auto werd alle vlees netjes afgeleverd op de juiste bestemming.

    De ambassade stelde die auto ter beschikking van Lief omdat er nog altijd een regeltje bestaat dat zegt: voor wat, hoort wat! Daar kom ik later nog wel op terug, maar de ambassadeur die er toen was, was ons, vooral Lief, heel goed gezind. In een auto van de ambassade was Lief ook veilig tegen eventuele ongewenste nieuwsgierigheid. Want illegaal geslacht vlees verkopen was ook in Korea niet toegelaten!

     Hoeveel winst de verkoop van het dier opleverde weet ik niet meer maar het was een zeer rendabele bezigheid, dat kan ik met zekerheid vertellen. Neem maar aan dat de aankoopwaarde van het beestje minstens verhonderdvoudigde! Een mens mag tien procent verdienen, niet waar? Lief trok haar gemaakte onkosten van bus en eventuele taxi er af en het resterende bedrag ging in de parochiekas van Herbert. Voor Lief was het een gezellig dagje uit geweest en de volgende dag aten we, als er waren, samen met Herbert de restjes van het vlees op!

    En ik kan je verzekeren, muntjak is lekker, heel lekker, net reebok!

     Het tweede hondenbanket

     Ook was er nog het legendarische tweede hondenbanket.

     Na de eerste hondensoep bij de paters in Seoul is er nog een tweede sessie gekomen, nu bij Herbert in Gummi.

     Weer hetzelfde scenario als vorige keer. Nu had de oude man, - die van de betonblokken -, een restaurant gespecialiseerd in hondensoep, "poo shin tang", gereserveerd. We waren met een twintigtal personen die hondensoep wilden proeven en het restaurant was voor alle andere bezoekers gesloten. Herbert en de oude man waren natuurlijk ook uitgenodigd.

    Ongeveer driekwart van de gasten waren daarvoor speciaal uit Seoul gekomen. (250 km daar vandaan). Een paar vrienden van vroeger en een groot deel van het personeel van de Belgische ambassade. Ook Helmut Schmidt en zijn vrouwtje waren aanwezig. Helmut is de Duitser die mij het idee bezorgde om bloedworst te fabriceren. Iedereen kon overnachten in hetzelfde hotel waar wij reeds lang voordien onze intrek genomen hadden.

    Helmut maar vooral zijn vrouwtje dachten dat de uitnodiging als grap bedoeld was, hond eten, grapje zeker?! Zij zijn verontwaardigd terug naar het hotel gegaan en eens terug thuis hebben ze hun poedeltje nog eens extra vertroeteld. Maar we zijn vrienden gebleven!.

     Bij deze gelegenheid mochten ook de vrouwen meekomen, het restaurant was toch gesloten voor het gewone publiek en daarom mocht het voor één keer. Maar de vrouwen kregen geen hondensoep, voor hen was er ragout van geit voorzien. De regels zijn zeer strikt. Hondensoep is niet voor vrouwen, zo simpel is dat. Een vrouw eet geen hond! (Hond voor de bokken en geit voor de geiten???)

     Het was weer dezelfde ervaring als d e eerste keer: lekker is anders! Misschien zit het toch tussen de oren, maar we hebben het weer eens meegemaakt en een memorabele avond beleefd. De vrouwen waren gelukkiger, zij vonden de geitenstoverij best smakelijk.

    Herbert en de oude Koreaan hebben er zeker en vast van genoten. Wij ook en vermoedelijk had de alcohol daar wat mee te maken!

    Volgens de baas van het restaurant moet er bij hondensoep een speciale witte alcoholische drank geserveerd worden, een drank van Chinese origine, die je in één teug moet opdrinken. Kaoliang voor de Chinezen, Gaoliangjiu in het Koreaans, in een verstaanbare taal; sorghumwijn, met een alcoholgehalte van 58°. Ad fundum!

     Raar aan het drankje was dat het afschuwelijk slecht smaakte, maar des te meer je er van dronk, des te beter begon het te smaken. Na elke slok moest je luid "kampei" roepen... en er zijn nogal wat "kampeis" gepasseerd.

     Op een zeker ogenblik komt de serveerster, of was het de eigenares, de zaal binnen met een klein schaaltje met daarop een langwerpig stukje vlees, iets als een worstje. Zij vroeg wie de eregast was ! Ogenblikkelijk ging er bij iedereen een alarmlampje knipperen, die Koreanen eten dan ook alles… alarm!

    Na een korte beraadslaging hebben we de oude Koreaan tot eregast gepromoveerd, wat zeker geen slechte keuze was. Hij was de oudste van het gezelschap en had toch het feestje geregeld en zo paste dit perfect in de Koreaanse geplogenheden.

    De man kreeg dus het lekkere hapje. Ik zie nog altijd het beeld voor mijn ogen van de man die het verdacht stukje vlees tussen zijn chopsticks smakelijk zit af te knagen. Er bleek een beentje in het worstje te zitten. Was het dan toch niet wat we dachten dat het was?

    Toch! Het was de penis van de hond maar er was een beentje ingestopt om het stukje vlees recht te houden. Grote hilariteit bij de vrouwen die nu naar eigen zeggen, eindelijk begrepen hoe de grote truc in mekaar zit.

    Ik heb het beentje later meegenomen naar België en daar door een slager laten controleren op de oorsprong. Hij wist het niet onmiddellijk maar dacht dat het om het scheenbeen van een geit kon gaan, waarschijnlijk juist gedacht. Ik heb dit "penisbeen" nog lang in mijn bezit gehad maar ben het nadien kwijtgespeeld.

     Jaren later toen het internet algemeen toegankelijk werd en steeds meer informatie vrijgaf, ontdekte ik plotseling dat een "penisbeen" werkelijk bestaat! Maar in "onze" penis (die van de hond bedoel ik) zat wel degelijk een geitenscheenbeen. Het was niet het natuurlijke bot.

     Dit zegt Wikipedia : Het penisbot of penisbeen (baculum, os penis) is een bot dat wordt aangetroffen in de penis van veel zoogdiersoorten, waaronder een groot deel van de roofdieren en knaagdieren en enkele soorten primaten. Bij andere zoogdieren, waaronder buideldieren, hyena's, haasachtigen en de mens, ontbreekt het penisbot.

     Sommige diersoorten, bijvoorbeeld verschillende soorten galago's, zijn enkel goed van elkaar te onderscheiden door de vorm van het penisbot. De walrus heeft het langste penisbot, met een lengte van rond de zestig centimeter.

     Hoe iedereen na de braspartij in het hotel gesukkeld is, ik zou het niet weten. Wel weet ik dat er 's morgens één, op de trap van het hotel gevonden is!

    Wat sommigen nog wel wisten, was dat we aan tafel afgesproken hadden dat we de volgende morgen, op zondag, met zijn allen, naar de mis bij Herbert zouden gaan.

    Herbert had zijn "kriegsbemahlung" aangetrokken, zo noemde hij zijn bruine pij, en hij celebreerde zelf de mis.

    Bijna iedereen van de groep was aanwezig en we hadden heel wat bekijks van de Koreanen... Een bende nog duidelijk niet nuchtere bleekneuzen achteraan in de kerk. Half staand, half liggend! White face, long nose!... Misschien nog een walm van alcohol verspreidend.

     In Koreaanse katholieke kerken komt men ook rond met de schaal... vreemd! Een universeel verschijnsel blijkbaar! Herbert wist na de mis te vertellen dat de opbrengst van de "schaal" die zondag wonderbaarlijk gestegen was. Er lagen nu ook briefjes in, veel zelfs, en geen rosse muntjes zoals gewoonlijk.

    04-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    03-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fugu

    Als het over straffe kost gaat… wat nu komt is straffe kost, letterlijk. De fugu!

    Het is die vis, de kogelvis, waar vele Japanners verlekkerd op zijn en deze rare “goesting” af en toe met de dood mogen bekopen.

     Deze vis wordt eveneens verkocht in speciale restaurants die alleen deze vis op het menu hebben staan. De eethuizen zijn van buitenaf zeer gemakkelijk herkenbaar. Zij hebben de opgeblazen “kogelvis” als logo. Een groene bol, bezet met grove stekels.

    De fugu is een vis die zich razendsnel kan volzuigen met water en daardoor de vorm van een grote bol aanneemt. De aanvaller schrikt er zo van dat hij het beestje dan met rust laat. Mocht hij toch opgegeten worden, dan was het ook voor de agressor de laatste aanval geweest.

    De fugu bevat een enorm sterk gif!

     Over de bereiding valt er niet veel te vertellen. De vis wordt in de regel even in een hete bouillon gedoopt maar vooral rauw gegeten als sushi of als sashimi. De lever (of milt) zou het beste stukje zijn maar ook het gevaarlijkste.

    Mister “Oh” onze chauffeur, sprak altijd over fugu als zijnde, danger fish.

    De vis bevat een vergif dat honderden malen sterker is dan cyaankali. (Het vergif dat Agatha Christie met kwistige hand door haar geesteskinderen liet rondstrooien.)

    Enkele milligrammen van dit fugu-gif zijn voldoende om een mens te doden. Een hoeveelheid die de kop van een speld nog niet eens kan bedekken.

    Dit gif bevindt zich vooral in het bloed, de ingewanden en in de geslachtsorganen van de vis. De koks die dergelijke vissen verwerken krijgen een opleiding van enkele jaren vooraleer zij bekwaam genoeg zijn om de vis op de juiste manier voor te bereiden. Vooral het reinigen moet zeer minutieus gebeuren.

    Als de kok faalt bij zijn werkzaamheden dan wordt het een drama. Het klantenbestand van het restaurant daalt daardoor spectaculair. Vooral omdat ’s anderendaags in grote letters in de krant staat hoeveel doden er weer gevallen zijn. Bijna elke dag lazen wij artikelen over restaurant zus of zo, gesloten wegens klanten gestorven na het eten van “blowfish”.

    En die klanten betaalden uiteraard de rekening niet meer! Naar het schijnt zou een portie fugu tussen de honderd en de tweehonderd US dollar kosten. (Nu).

     Voor de kok bleef er maar één oplossing over: hara kiri! In een land als Korea was het verliezen van klanten omdat ze stierven in jouw restaurant een schande die alleen maar kon uitgewist worden door ze zelf in de dood te volgen. Schande over de familie brengen was een ernstige zaak. Zelfs bij een gewone aanrijding tussen twee personenwagens was de eerste taak een doek over de nummerplaat hangen zodat ze onherkenbaar werd!

     Hoe fugu smaakt weet ik niet, ik heb de vis spijtig genoeg nooit gegeten! Ik wilde wel maar het is nooit gelukt. Anders hadden jullie misschien onze avonturen nu ook niet kunnen lezen! Fugu eten heb ik nooit gedaan maar zoals dikwijls, als het gerecht peperduur is en zeker hier, als men het overleefd heeft, dan kan het alleen maar lekker geweest zijn.

    Te vergelijken met truffels. 't Is duur, dus het is lekker. Maar van truffels kan je niet dood gaan.

     De fugu zelf op zijn geheel heb ik dikwijls gezien. De vissen lagen te koop op de centrale grote vismarkt van Seoul. Geel en groen gevlekt, een kilo of vier, vijf per stuk. De twee konijnentandjes in hun muil duidelijk zichtbaar. Ik heb ze zelfs aangeraakt maar daarna voor alle veiligheid toch maar zo goed en kwaad als het ging mijn handen afgeveegd. Je weet maar nooit. Naar het schijnt kan het gif zelfs door de huid dringen.

     Als ik 's morgens juist na zes uur terug kwam van een nachtshift, dat gebeurde af en toe wel eens, ging ik altijd even langs die grote vismarkt die zo 's morgens vroeg in volle activiteit was. Gewoon kijken was al voldoende, de creaturen die daar uitgestald lagen tartten soms elke verbeelding.

    Op een keer wou ik een zalm hebben. Dit was wel helemaal in het begin dat we in Seoul woonden. Zalm heet in het Koreaans zoiets dat als Oooh klinkt. Zoals Mister Oh! Het was 's morgens vroeg en nog schemerdonker. Een verkoper toonde een mooie grote vis en ik begreep iets dat klonk als Oooh...  

    Thuis gekomen bleek ik een heel andere vis gekocht te hebben... Welke soort het was weet ik niet maar we hebben de vis wel smakelijk opgegeten...

     In de telefooncentrale

    Mijn werk in de telefooncentrale zal voor de meesten niet zo erg interessant klinken, maar om de nerds of de techneuten een indruk te geven.

    De centrale was van het type 10 CN. Gestuurd door twee processors die onderling via een "bus" gekoppeld waren. Dus één computer controleerde de andere... maar ze verdeelden het werk onderling. De computers hadden heel originele namen: "A" en "B".

    Het werkgeheugen van de computers was amper 256 K per computer... en een kloksnelheid die draaide rond het miljard. Gans het systeem werkte in "real time", tekens in periodes van 20 milliseconden. Er was geen "harddisk" maar een "drum" wat in feite hetzelfde is. De capaciteit daarvan ben ik vergeten maar dat was zeker niet enorm veel. Nu, tegenwoordig zit een even groot geheugen in een zakrekenmachientje van 5 euro. Maar de software die de machine toen bestuurde was geschreven in "assembler". Dat is een ongelooflijk krachtige programmeertaal waarmee met een minimum aan geheugen een maximum aan snelheid en vermogen kan gehaald worden. Maar... waar ook veel fouten kunnen insluipen! Denkfouten van menselijke oorsprong!

     Nochtans gebruiken alle huidige programmeertalen nog altijd dezelfde principes van de originele assembler. In de software rekenden we 'octaal, dat is rekenen volgens een achtdelig stelsel... Ondanks dat het geheugen van de computer een zestien-bits geheugen was, uitgerust met chips van Intel. Normaal rekenen we in de wiskunde "decimaal", met een tiendelig stelsel.

     Wij schreven de software-instructies in assembler en vormden die dan zelf om tot bits, en die bits werden dan weer omgezet tot 'octale' getallen. Die konden we rechtstreeks in het geheugen van de computer "typen" om zo correcties aan te brengen terwijl de processor "liep". Als alle rode lampjes onmiddellijk aanfloepten, betekende dit doorgaans dat de "correctie" fout was! Fout gedacht!

     Het systeem kon 20.000 telefoonabonnees de baas. Afhankelijk van de hardwarecapaciteit van de centrale kon iedereen gedurende 10 of 15 minuten telefoneren zonder het overbelastingsignaal te krijgen. Die capaciteit werd uitgedrukt in "Erlang". 0,2 Erlang, dat was een krachtige centrale. 0,1 Erlang was normaler. Maar nu ben ik waarschijnlijk Latijn aan het vertellen?

     Over één incident zou ik nog graag verhalen... of twee!

     De eerste stommiteit is snel verteld. Door een foute "input" ben ik er ooit in geslaagd om ongeveer twee en een half miljoen Koreanen zonder telefoon te zetten. Twintig minuten heeft het geduurd vooraleer de noodkreten van het volk ons in de centrale bereikten. Toch is deze blunder afgelopen zonder uitbranders om de eenvoudige reden dat de opdracht mij gegeven was door iemand die hoger in rangorde stond dan ik, de baas zeg maar. Hij moest eigenlijk zelf die aanpassingen uitvoeren maar had geen zin. Daarom mocht ik het doen! Op de koop toe had hij nogal slordig de instructies gegevens. Toen het dan fout liep, kon hij mij niets verwijten want ik had het werk gedaan dat hij eigenlijk hoorde te doen! Daarom hield hij ook zijn mond.

     Een tweede incident was heel wat spectaculairder.

    Een telefooncentrale werkt op een spanning van 48 volt. Altijd en overal! Achtenveertig volt gelijkspanning. Dat is een spanning die ongevaarlijk is, men kan die aanraken zonder dat er iets van gevoeld wordt. Die spanning wordt aangevoerd langs dikke koperen staven van tien centimeter hoog en zeker een centimeter dik, omdat er een enorm grote stroom, dus het vermogen door die "baren" moet kunnen stromen.

    Op een keer waren techniekers van de "hardware" bezig met zulke nieuwe koperen "baar" aan te sluiten. Toen liep er wat fout. Eén kant van de "baar" was al vastgemaakt aan de positieve spanning en het andere einde viel op de tegenpool, de minpool, waardoor er een gigantische kortsluiting ontstond waarin een vermogen ontwikkeld werd dat men zich moeilijk kan voorstellen. Het resultaat was wel te zien. Een enorme rosse steekvlam en er bestond geen koperen baar meer, ze was "opgebrand", gesmolten en in damp vervlogen. In de centrale verspreidde zich een donkere rosse rookwolk en na enkele seconden zag men geen hand voor ogen meer.

     De beide computers knipperden even, eentje viel uit maar startte onmiddellijk weer op. Maar er steeg een rookpluim op uit de computer die nog werkte.

    Men had ons geleerd dat in geval van brand in een centrale er nooit brandweer aan te pas mocht komen want dat die nog meer schade zouden aanrichten dan dat er al was. (water op elektronica!)

    Toen heb ik voor alle veiligheid de centrale afgeschakeld. Dus niemand in de omgeving kon nog bellen. Het roken in de computer stopte en toen heb ik het systeem na een paar minuten opnieuw opgestart. Na vijf minuten draaide alles terug als voordien.

     Enkele dagen later kwam er een "onderzoekscommissie" uit België om te controleren wat er juist gebeurd was. Toen vroegen ze me waarom ik die centrale gestopt had?

    Daarop heb ik in alle eerlijkheid geantwoord dat er ons tijdens de opleiding nooit verteld was, wat er in zo een geval moet gedaan worden. Ik heb er niets meer van gehoord.

     Ietwat grappiger nu. Op een nacht zit ik moederziel alleen in de centrale en was waarschijnlijk een boek aan het lezen (van Cyriel Buysse.) Ik droeg toen altijd een grote lederen tas bij mij, een met een schouderriem, zeg maar een "sacoche". Ik begon zo wat rare streken te krijgen, zie je?!... Daarin stak allerlei varia zoals sigaretten en een aansteker. Ik rookte toen nog. Ook een zakdoek, portefeuille, een notaboekje, nog wat rommel en mijn nachtboterhammetje...

    Mijn tas staat voor mij op de tafel en plotseling begint de tas uit zichzelf te bewegen...

    Even nadenken! Ik had niet gedronken, geen druppel, dus ik zag alles helder. En een tas kan niet uit zichzelf bewegen. Toen ik tot die conclusie gekomen was, kwam er plotseling een rat uit de tas gesprongen...

    Ik heb dan maar honger geleden die nacht want mijn "boke" moest ik niet meer hebben en de tas heb ik grondig ontsmet met Dettol!

     Enkele dagen later begon één van de computers heel rare dingen te doen. Vermits de tweede computer, "B", dat onmiddellijk ontdekte, deed deze de foute computer dadelijk stoppen. Maar dat betekende wel dat er iets heel erg mis aan het lopen was.

    Gelukkig was het mogelijk om de slecht functionerende computer uit te schakelen, de andere deed dan het werk wel alleen.

    Een snelle controle gaf onmiddellijk de verklaring: één of ander knaagdier had zijn woonkamer geïnstalleerd boven op de printplaten waarop het geheugen van de computer gemonteerd was. De resten van het beest zijn ontbijt waren nog duidelijk terug te vinden. Stukjes brood, een halve appel, snippers zilverpapier van de chocolade die mijn collega gisteren kwijt gespeeld was. Het beest had wel nette toiletmanieren want al zijn keutels lagen mooi in een hoekje bijeen en zijn gele pipi kleurde het computergeheugen kanariekleurig.

    De boef in kwestie was kennelijk een rat!

     Enkele uren later zagen we inderdaad een rat door de centrale lopen... mogelijk op zoek naar de chocolade die wij als eerste hadden weggehaald uit het geteisterde computergeheugen.

    Iemand heeft een foto van de rat gemaakt, juist toen hij kwam piepen van onder de computer. De fotograaf heeft er ook er een naam bij verzonnen. 't Werd Freddy, Freddy de Rat! Ik herkende onmiddellijk het beest als zijnde de snoodaard die aan mijn boterham gebeten had.

    Een familieverpakking rattengif heeft de wandaden van Freddy vroegtijdig gestopt.

    De schade die het mormel aangericht had, beliep rond het miljoen Belgische frank zo wist de firma nadien te melden.

     Nog eentje. Op een andere nacht hoorde ik een raar gestommel in de centrale. Hoogst ongewoon want ik was daar helemaal alleen... dacht ik toch.

    Even gekeken en het bleek een persoon te zijn van Koreaanse origine en hij stond blijkbaar niet erg stevig op zijn benen.

    Aan zijn uniform te zien was hij de "watchman", een nachtwaker die misschien zijn verplichte ronde aan het doen was maar onder invloed van de alcohol zijn weg verloren was in het gebouw.

    Hij had een fles in de ene hand en een glas in de andere. Hij lalde wat en zelfs mocht hij perfect Koreaans gesproken hebben, ik zou er evenveel van begrepen hebben als nu, niets dus!

    Hij vertrok zijn mond in een grimas en probeerde iets uit te brengen dat op "drink" moest lijken. Hij plofte het glas, waar duidelijk alle vierentwintig zijn collega's al eens uit gedronken hadden, voor mijn neus en vulde het met een heldere drank uit de fles. En zonder te morsen.

    Drink, commandeerde hij weer. Het goedje was, denk ik, een Chinese alcohol, kaoliang genoemd, iets wat afschuwelijk smaakt en waar je direct paardendronken van wordt.

    Hij nam zelf ook nog een slok en is dan zwijmelend verder getrokken.

     Nog een laatste!

    De avond voordien was het weer ergens feest geweest en de volgende morgen waren onder mijn schedeldak twee kameeltjes een strijd op leven en dood aan het uitvechten. Het hotste en botste langs alle kanten. En elke bots deed me vreselijk pijn.

    In de centrale besloten de kerels van de hardware dan maar om mij bij hen in dienst te nemen omdat ik toch niet in staat zou zijn om "nuchter" te denken. Hier! Zegde een van de kerels; hou die twee draadjes vast terwijl wij iets uittesten. Ik kreeg ook een hoofdtelefoon opgezet en als ik een bericht zou horen moest ik hen verwittigen. Jullie kennen die berichten wel, zoals: "Het nummer dat u gekozen heeft is niet in dienst"... Zulke berichten zijn natuurlijk op voorhand opgenomen en worden niet gesproken door een juffrouwtje dat speciaal daarvoor is ingehuurd! Maar ginds waren die boodschappen ingesproken in het Koreaans, waar wij geen jota van begrepen! We konden wel aan een nummer uitzoeken welke boodschap het was. Die keer, tijdens de simulatie van een langeafstandsverbinding, die morgen met de zere kop, hoorde ik zo een mededeling, voor mij en ook voor de anderen totaal onbekend!

    Na wat zoekwerk bleek het te gaan om een bericht dat zegde dat de gevraagde verbinding onmogelijk kon tot stand gebracht worden omdat alle mogelijke lijnen overbezet waren.

     Het komt hier op neer; je probeert te bellen van Antwerpen naar Leuven. Veronderstel dat alle verbindingen naar Leuven bezet zijn dan zal de centrale, zonder dat je dat weet, een andere richting kiezen en proberen via Brussel naar Leuven te gaan. Desnoods nog eens via Hasselt, enzovoorts... Als dat allemaal mislukt, dan krijg je dergelijke boodschap... (In Korea toch)

    En laat dat nu juist de oorzaak zijn waarom één van mijn statistische "tellers" nooit terug keerde naar nul. En die teller moest normaal gesproken altijd op nul staan! Een fout waar ik reeds maanden naar gezocht had en niet vond.

     Hiermee is het bewijs geleverd dat je met een glas te veel op, ook succesvol werk kunt afleveren! Het leven in een telefooncentrale hoeft absoluut niet droog of saai te zijn. Zo herinner ik mij ook nog een nacht dat een collega het mandolineconcerto van Antonio Vivaldi keihard vanuit zijn "gettoblaster" door de centrale gejaagd heeft. Onvergetelijk, zou Eddy gezegd hebben...

    03-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea
    02-06-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een Koreaans sprookje

    Over een zeemeermin, een haas en een schildpad.

     Rijdend in de auto met Mister Oh aan het stuur, vertelden we regelmatig sprookjes aan mekaar. Ik vertelde zo van "Hansje en Grietje" of van "De zeven geitjes" en Mr Oh vertelde over de "De schildpad en de haas".

     Niet over die haas die eerst een slaapje ging doen omdat hij dacht dat hij tijd genoeg had om de koers te winnen van de landschildpad, maar over een zeeschildpad en een haas. (The turtle and the hare). Bemerk dat "turtle" staat voor zeeschildpad. Een landschildpad is een 'tortoise" in het Engels!

     Zoals de meeste sprookjes beginnen: er was eens een haas! Die was een uiltje aan het vangen aan de rand van de zee. De zee kabbelde rustig, het zonnetje scheen en alles was peis en vree. Plotseling ontstond er onrust in het water en een grote zeeschildpad dook op uit de golven en klauterde log en moeizaam het strand op.

     De schildpad keek naar de haas, en de haas bekeek de schildpad.

    Daarop vroeg de schildpad:

    - Ben jij een haas?

    - Ja, dat zie je toch antwoordde de haas.

    - Ik woon in de zee en heb nog nooit een haas gezien, antwoordde daarop de schildpad.

    - Ik heb nog nooit een schildpad gezien repliceerde de haas.

    - Zo onder water leven dat moet toch wel een wonderlijk leven zijn vroeg de haas zich luidop af.

    - Zou je het eens willen meemaken vroeg de schildpad?

    - Ja, maar ik kan niet onder water leven wist de haas. Ik zal verdrinken.

     Maar neen, de schildpad kende een toverspreuk waardoor de haas onder water zou kunnen ademen. Indien dat mogelijk zou zijn, dan wou de haas zeker eens een kijkje nemen op de bodem van de zee. Zeker omdat de schildpad naar eigen zeggen in het paleis van de zeekoning leefde.

     De schildpad omschreef het paleis van de zeekoning als iets adembenemend prachtig, iets wat de haas zeker nog nooit gezien zou hebben. Een waterpaleis met doorzichtige wanden, met honderden kleurige vissen, zeemeerminnen, zeesterren en borrelende luchtbelletje te allen kante.

     Ja, dat wou de haas wel eens meemaken.

    Hij klampte zich vast aan de hals van de schildpad. Die sprak een toverspreuk uit en hop, daar gingen ze onder water.

    Reeds de duik naar beneden was fantastisch. Overal felgekleurde vissen, wonderlijke octopussen, knoestige kreeften en flitsende vissen.

    Zij kwamen al vrij snel aan bij het paleis, nog een stevige duik en daar arriveerden ze in een ongeëvenaard prachtig onderwaterpaleis. Zoiets moois had de haas nog nooit gezien.

     Alle tinten azuurblauw en smaragdgroen glinsterden in de wanden. Het paleis was gevormd uit een reusachtige luchtbel waarin iedereen gemakkelijk kon rondwandelen of zwemmen, de vissen konden naar binnen en weer naar buiten door de wanden. Door kleine watervalletjes was de ruimte verdeeld in verschillende kamers en zalen.

     - En? Vroeg de schildpad. Wat vind je hiervan?

    - Zoiets prachtigs had de haas nog nooit gezien, moest hij toegeven.

     Daarna werd hij voorgesteld aan de zeekoning, een statige figuur met lange grijze haren en een warrige  baard, een brede mantel en een drietand in de hand. Hij had iets triests in zijn blik, zo leek het toch.

    - Wees welkom in mijn paleis, sprak de zeekoning. Kijk maar rond, je mag overal rondlopen, straks zien we mekaar weer.

     Ondertussen leek het of er meer bezoekers in het paleis aankwamen en langzamerhand zag de haas meer en meer sprookjesachtige creaturen rondlopen, zwemmen of kruipen. Grote, kleine, met schubben, zonder schubben, met tentakels, met scharen, sommigen met een staart andere met een bovenlichaam als een mens. De haas dwaalde met grote verwonderde ogen door het paleis, overal was er wel wat te bewonderen, allemaal even onwerkelijk en overweldigend mooi.

    Zijn aandacht werd getrokken door twee zeemeerminnen die achter een watermuurtje klaarblijkelijk een vertrouwelijk gesprekje voerden. Hazen zijn ook nieuwsgierig.

    Toen hoorde hij het!

    “Dit is toch wel erg van het prinsesje dat zij nu reeds zo jong zal sterven". De zeekoning ziet er toch zo triest uit. Alleen de lever van een haas kan haar redden. De vissenmedicijnman heeft gezegd dat alleen het eten van een hazenlever haar leven kan redden". (Dat had de koning gelezen in het grote Piet Huysentruyt kookboek)

    Laat ons maar hopen dat de schildpad snel een haas te pakken kan krijgen.

     Ohlala, de haas kreeg snel het plannetje door. Hij, hij was de haas die ze nodig hadden om de lever te leveren. (Wat een toevallige woordspeling!)

     Hazen zijn ook slim en een ontsnappingsplannetje had de haas dan ook snel klaar.

    Hij ging terug naar de schildpad en vertelde dat hij per toeval het gesprek van de twee zeemeerminnen gehoord had en dat hij waarschijnlijk de haas was die ze nodig hadden voor de lever?

    De schildpad bekende zijn snode en euvele daad om de haas naar de zeebodem te lokken maar er was toch geen weg terug. Niemand zou de haas ooit weer buiten laten. Zonder nieuwe toverspreuk zou hij toch niet terug kunnen en alleen de schildpad kende die spreuk!

     - Ja, maar... Het was nu weer aan de haas.

     Jullie weten blijkbaar niet dat hazen hun lever uit hun lichaam kunnen halen? Als wij een beetje moe zijn of we hebben wat teveel gegist berkensap gedronken, dan halen we onze lever uit onze buik en wassen hem even in de zee. Daarna moet de lever een uurtje drogen in het zonnetje en dan is ie weer goed en fris voor een poosje! Toen jij, schildpad, uit het water opdook was ik net een uiltje aan het vangen terwijl mijn lever lag te drogen op het strand. Ik heb mijn lever niet bij me!

     De schildpad wist niet wat hem overkwam. Zijn mooie plannetje, waarvoor hij door de zeekoning bevorderd zou worden met een gouden streep tot schildpad, eerste klasse, viel in duigen.

     Maar, zei de haas. Er is toch geen enkel probleem. We gaan eventjes mijn lever halen. Die ligt daar vast en zeker nog op het strand. Dus breng mij vlug terug naar boven, we halen mijn lever, en ik blijf daarna hier tot de prinses weer beter is.

     Het plan werd goedgekeurd. De toverspreuk om door het water te kunnen reizen werd weer opnieuw uitgesproken en weg waren ze... naar de oppervlakte van de zee. De schildpad was een goede navigator en ze kwamen terug boven water op dezelfde plaats waar ze vertrokken waren.

     De haas sprong nu, als een haas, van de schildpad zijn rug en rende weg in ijltempo. Hij koos het hazenpad!

     Wat er nadien met de prinses en de schildpad gebeurde, wist Mister Oh niet te vertellen. En er komt ook geen varken met een lange snuit.

     Mister Oh kende veel van dit soort sprookjes. Hij had vier dochters, misschien juist daarom.

    Elke keer als het weer eens sinterklaastijd was, bakte ik voor alle kindjes van Bell een speculaasje, dat ging dan in een roze sok samen met een mandarijntje en nog een of andere prul, een kinderhand is gauw gevuld! Voor de dochters van Mister Oh bakte ik dan wel vier grotere mooi met de hand geboetseerde of gemodelleerde "speculaasmannekens" en voor zijn "madam" die ik nooit gezien heb, ondanks dat Mr Oh en ikzelf, mekaar zeker twee jaar gekend hebben, bakte ik dan een grote sinterklaaspop. Dit alles werd bij mij thuis gebakken in een mini-oventje waar hoogstens acht speculaasjes tegelijk in konden.

     Tijdens een weekend hadden we een uitstap gemaakt in de buurt van de stad Gummi en we hadden daar enkele zeer oude tempels bezocht, ondermeer de "Hein sa" waar een bibliotheek te bezoeken is die reeds bestond voor Gütenberg de boekdrukkunst had uitgebonden. De Koreanen zijn daar zeer fier op en zij beweren daarom dat zij de uitvinders zijn van de drukkunst. Het verschil is dat bij hen telkens een volledige "pagina" uit hout gesneden was. Gütenberg drukte letter per letter en dat was bijgevolg een veel soepelere methode om mee te werken!

    Dit terzijde. Maar tijdens onze uitstap zat ergens langs een straat een oude Koreaan met lange grijze puntbaard voor een kooitje waarin een drietal langharige cavia's opgesloten zaten. Op een of andere manier konden die beestjes de toekomst voorspellen. Hoe de voorspelling juist verliep, weet ik niet want als "computerhead" geloof(de) ik niets van dergelijke flauwekul!

     Na het weekend moest er weer gewerkt worden en Mister Oh bracht mij weer naar het werk. Ik wilde hem vertellen over die cavia's die we gezien hadden tijdens onze uitstap. Maar hij begreep niet over welk diertje ik het had. Ik kende het Engelse woord voor dergelijk schepsel wel, maar het wou mij niet te binnen schieten op dat moment. Je praat nu ook niet alle dagen over cavia's als je in de computerbusiness zit. Dan maar het beestje beschreven; bruin, wit gevlekt, grote oogjes, korte ronde oortjes, konijnentanden, schattige beestjes. Niets! Hij wist niet waarover ik het had. De volgende dag herinnerde ik mij het woordje wel. Guinea pig, zo heet dat soort knaagdier in het Engels.

    Mr Oh keek in zijn Engels - Koreaans woordenboek... en toen een, ahhh, we call it mallemotte! Naar het Nederlands vertaald: marmot!

    Juist het woord waarvoor men ons in de middelbare school waarschuwde dat dit een foute benaming is. Een cavia is geen marmot, maar heet een Guinees biggetje of een cavia. Lief werd er later ook nog eens aan herinnerd toen ze in Mongolië een echte vette marmot in haar eetkom voorgeschoteld kreeg!

     Met verlof naar België

     Om de twee jaar mochten we met verlof naar België of naar ergens anders, desgewenst naar Benidorm. Toen het aan ons was om ook eens vakantie te nemen konden we het zodanig plannen dat we tijdig in België zouden zijn om de trouw van mijn zuster Linda mee te maken. Dus even met de firma overleg gepleegd en we konden naar België vertrekken, op het juiste ogenblik, om goed op tijd aan te komen voor het huwelijk.

     We mochten zelf kiezen met welke luchtvaartmaatschappij we zouden vliegen en zelfs langs waar we zouden vliegen. Zo waren er collega's die via de VS naar Europa gingen. Dat kon allemaal. Alleen het grootste gedeelte van de trip moest met Sabena (zaliger) gebeuren, maar dat doet hier verder niets terzake. Wij wilden gewoon rechtstreeks naar Europa met een korte tussenstop in Bombay. Nu Mumbai in India.

     We waren nog nooit in Bombay geweest en dit was nu het juiste moment, gewoon even een stop van een drie- of viertal dagen in Bombay en dan verder naar België, op naar het trouwfeest.

     De tickets werden besteld, maar in Korea dook steeds hetzelfde probleem op: er waren te weinig vluchten om het land vlot te kunnen verlaten. Er waren nooit genoeg zitjes ter beschikking op de vliegtuigen! En vooral te weinig vluchten naar Japan en daar lag de uitvalsbasis van waaruit men kon vertrekken naar "gelijk waar".

     Dus afwachten, we stonden stand-by, valiezen gepakt en op het ogenblik dat er ook maar twee zitjes zouden vrij komen op gelijk welk vliegtuig, op naar Japan, GO !

    Waarom nu al dit bovenstaand geleuter? Gewoon om aan te duiden dat we op een totaal onverwacht, niet geprogrammeerd moment, vertrokken zijn.

     Toch zijn we kunnen vertrekken zonder al te veel moeilijkheden. Op een vliegtuig van "Pan Am" naar Japan hadden we niet eens twee zeteltjes naast mekaar maar na 20 jaar huwelijk maakt men zich daar niet zoveel zorgen meer over. Na ettelijke uren vliegen met drie verschillende luchtvaartmaatschappijen landden we, midden in de nacht, in Bombay.

     Ik weet niet of jullie ooit in India geweest zijn maar gelijk waar en op gelijk welk ogenblik van de dag of nacht staat daar steeds een “ontvangstcomité” klaar. Vooral aan de luchthavens. Schoenenpoetsers, ambulante handelaars, slangenbezweerders, riksha-drivers, bedelaars en uiteraard taxichauffeurs die hun vehikel aanprijzen als zijnde zeer betrouwbaar en vooral, uitgerust met een meter, wat ginds zeer belangrijk is.

     Dus zo een taxichauffeur gecharterd en hem als opdracht gegeven: breng ons naar een hotel!

    ’t Was intussen drie uur ’s nachts geworden, lokale tijd. Natuurlijk brengt die taxichauffeur ons naar een Sheratonhotel, daar kreeg hij waarschijnlijk de hoogste commissie. Maar ja, iedereen moet leven.

    Geld kon mij op dat ogenblik toch niet zo veel schelen (met de zakken vol edelstenen!) maar we beslisten dat we maar één nacht in die dure tent zouden blijven en dan ’s anderendaags naar een ander hotel zouden zoeken, een hotel met meer modeste prijzen.

     Dus na een korte nacht volgde een mooi ontbijt, 't personeel was vriendelijk, dat waren we niet gewoon in India, want we kenden India nog heel goed van de tijden dat we met de bus door India naar Kathmandu in Nepal reden. Toch maar op zoek naar een ander hotel.

     De shuttlebus van het hotel bracht ons naar het centrum van de immens grote, vuile en drukke stad en dan, als eerste, een plan van de stad kopen... zo moet dat !

     Terwijl we over één of andere laan lopen, ik liep zoals elke rechtgeaarde boerenbuitenste echtgenoot als eerste, hoor ik achter mij een kreet van verbazing en nog wat herrie in het Engels, zoiets als “how are you? “, “fine, thank you!“ en zo nog wat, en dan een luide kreet: MARC .!   Die laatste gil kwam van Lief !

     Mijn broer!!! Hij stond daar gewoon, zo maar, vlak voor onze neus. Midden in Bombay, op een zonnige voormiddag op het trottoir, voor een kraampje waar er stadskaarten en andere prullaria te koop lagen!

     Marc, zo heet mijn broer, kwam op dat ogenblik puur toevallig voorbij in een taxi, zag ons lopen en liet de taxi gewapenderhand stoppen en kwam ons achterna.

     De rest van het verhaal:

     Mijn broer was op een soort wereldreis, alhoewel hij het zo nooit genoemd heeft, hij was voordien al bij ons op bezoek geweest in Korea en is nadien verder gereisd naar Japan, nog even terug geweest, en verder hoorden wij er niets meer van. We hebben nog een kaartje toegestuurd gekregen uit New York en ook nog eentje uit Nepal.

     Marc wou ook naar het trouwfeest van onze zuster gaan maar hij vloog met een “budgetticket”. Hij was enige tijd voordien in India aangekomen en door zijn goedkope ticket was hij verplicht om weer vanuit New Delhi te vertrekken. Hij had vier dagen de tijd te veel en dacht; in Bombay, daar ben ik nog nooit geweest... toen heeft hij een treinticket gekocht, enzovoort.

    In een stad, van toen, acht miljoen inwoners, zijn we mekaar, puur toevallig, gewoon op het lijf gelopen!!! Nog maar eens het bewijs dat de wereld zeer klein is.

     Oh, ja, we zijn in het Sheraton gebleven. We hebben samen in onze kamer de ganse namiddag bier uit de fles zitten drinken en scrabble gespeeld. Zeer boeiend was dat. Wij reizen om te leren zongen we lang geleden in de lagere school.

    De volgende dag hebben we toch nog een mooie wandeling in de stad gemaakt waarbij we een kleurrijke optocht gezien hebben waar de hindoegod "Ganesha" merkelijk de gevierde was en terwijl heeft een overvliegende grote meeuw op Lief haar hoofd "gesch...en". Toen we even nadien konden uitrusten op een bank kwam een wilde aap onze lunch, bestaande uit een pak koekjes, wegpikken!

     Maar we kwamen op tijd voor het trouwfeest.

    02-06-2016 om 00:00 Lees ook keukenweetjes eveneens geschreven door Nicolay  


    Categorie:Reisverhalen
    Tags:Korea


    Foto

    Hoofdpunten blog keukenweetjes
  • Exotisch vlees
  • De Sint bracht yacon
  • Champignons van den Aldi

    Blog als favoriet !

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Categorieën
  • Etymologie (5)
  • Grondstoffen (31)
  • Keukentheorie (36)
  • Maak het zelf (35)
  • Paddenstoelen (15)
  • Reisverhalen (53)




  • Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!