1962 – Zondag 22 juli : B.J.B.-Fietsenrally te Leest Voor de allereerste keer in de BJB geschiedenis van het gewest Mechelen werd er door de BJB een fietsrally georganiseerd. Men rekende er op een massale deelname van de BJB-meisjes. De deelneemsters kwamen samen op de koer van het patronaat om 12u30 en de start werd stipt om 13 uur gegeven. Elke deelnemer kreeg een reisplan mee. (GvM, 21/7)
1962 – Zondag 22 juli : B.J.B.-Feesten te Leest Het gewestelijk B.J.B.-zomerfeest kende te Leest een meer dan flinke bijval. ’s Morgens na de mis grepen de ziftingen plaats in de weide van burgemeester Miel Verschueren. In de namiddag gingen de meer dan 250 BJB-leden, voorafgegaan door talrijke vaandels, zeer stijlvol naar het lof dat opgedragen werd door onderpastoor Verbist (foto onderaan). Daarna werd terug naar het feestterrein getogen waar het verdere programma werd afgewerkt. Op de tribune waren aanwezig : E.H. Van Campenhout en E.H. Verbist, onderpastoor te Leest, burgemeester Verschueren, oud-burgemeester en tevens erevoorzitter van de B.B. Victor De Laet, dhr Van den Branden voorzitter van de B.B. Leest, meester Huysmans kassier der raffeisenkas, Apers zaakvoerder en de heren Gust De Prins en Jules Peeters bestuursleden van het inrichtend comité, Louis Van Roy provinciaal leider en de gewestelijke leiders van Mechelen, noord en zuid, de heren Van den Bosch Rik en Teck Louis van Tisselt. Na de openingsformatie en het vendelzwaaien dat zeer ordelijk verliep werd een gebed opgedragen door Rik Van den Bosch uit Bonheiden die ook de micro verzorgde, wat faciliteiten en uitslagen betrof. Elf afdelingen namen deel aan een open en sportieve strijd.
1962 – 28 juli : Huwelijk Francois Van den Bergh met Hilda Diddens Die dag vond het huwelijk plaats van Francois Van den Bergh en Hilda Diddens. Ze vestigden zich in de Dorpstraat en kregen vijf kinderen : Chris, Gon, Werner, Ilona en Gwen. (Foto’s onderaan)
1962 – 29 juli : De K.Fanfare St Cecilia nam deel aan het Zomerfeest te Hombeek “Op 29 juli j.l. nam deze vereniging deel aan het Zomerfeest ingericht door de Vrolijke Vrienden van Hombeek-Heike en gaf er een zeer hoogstaand concert.” Andere optredens van deze Leestse fanfare waren gepland op 5 augustus (de Braderijfeesten te Strombeek-Bever), 26 augustus (Jubileum-festival te Zemst-Laar), te Battel op 30 september en op 7 oktober te Kalfort-Puurs.(“DB”, nr.7 en nr.8 van 1962)
Foto's : -Onderpastoor Verbist droeg het lof op tijdens de B.J.B.-feesten. -De B.J.B.-meisjes van Leest anno 1960. -Bruid Hilda Diddens in de hal van het gemeentehuis. -Links achteraan een broer van de bruid Marcel Diddens, achter hun moeder Mathilde Vloebergh. -Huwelijksfoto van Hilda en Francois. -De Koninklijke Fanfare Sint-Cecilia rond 1965.
1962 – Julinummer “De Band” : Verslag Boerengilde “De gildevergaderingen voor het seizoen 1961-62 werd besloten met een spreekbeurt over “Selectieve onkruid bestrijding” door de heer Frans Van der Kuylen. Op dit ogenblik zijn er zo wat een 2.000 verschillende soorten bestrijdingsmiddelen op de markt (hierbij zijn insecten en ziektebestrijding gerekend). Hiervan zijn ook verschillende soorten met dezelfde uitwerking maar die onder verschillende benamingen verkocht worden. Voor onkruidbestrijding bestaan een groot aantal soorten maar alle zijn niet onfeilbaar en vaak wordt door de fabriek slechts het commerciële doel nagestreefd. Al deze middelen op een enkele voordracht behandelen is onbegonnen werk, daarom nam spreker de twee voornaamste en ook de doelmatigste uit. PREMAZIN en ALIPUR, deze twee kunnen selectief gebruikt worden. Na de voor- en nadelen en de grote rol die de temperatuur speelt bij de werking van voornoemde nagegaan te hebben wees hij ook op de oudste en een van de doelmatigste onkruid-verdelgers : de KALKEYANAMIDE, die hierbij nog een zeer goede meststof is. Onkruid en bestrijding zijn volgens de heer Van der Kuylen een droog onderwerp om over te praten en voor de boeren en tuinders vervelende gasten, die veel geld en moeite vergen, toch heeft spreker het klaar gespeeld, de aanwezigen een uurtje aandachtig te doen luisteren. De heer Van der Kuylen werd van harte bedankt en door de Voorzitter werd medegedeeld dat zou deelgenomen worden aan de grote manifestatie te Heist-Goor bij de 75-ste verjaardag van de oprichting van de eerste Boerengilde door E.H. Melaerts. Hartelijk vanwege de Boerengilde, M.V.”
1962 – Julinummer “De Band” : Voetbal Oud- en Huidige Chiroleden “De aangekondigde voetbalmatch tussen oud- en huidige Chiroleden ging dus door. Alhoewel het die dag koud was is er van het spel gemaakt wat kon. De stand bij de rust was 2-1 in het voordeel van de Chiro, doch na de rust maakten onze tegenstrevers doelpunten aan de lopende band, zodat bij het einde van het spel de stand 3-6 bedroeg in het voordeel van onze…tegenstrevers. Het gras dat tijdens de match platgelopen werd was dat van de heer Muysoms die bereidwillig was zijn weide hiervoor af te staan. Ook een woordje van dank aan de scheidsrechter Jozef Vloebergh, die deze taak op zich heeft willen nemen en naar behoren vervuld.”
1962 – 2 juli : Klacht wegens vernieling spruitenveld Landbouwer Jozef Clement Jacobs (°Mechelen 29/10/1929) wonende Mechelen Leestsesteenweg 181, bekloeg zich bij de garde over de vernietiging van 2.880 spruitplanten op zijn veld naast de Zennedijk op de grensscheiding Heffen-Leest. Een tweetal weken voordien waren er sproeiingswerken gebeurd door een aannemer uit Denderbelle, op verzoek van de dienst der Zenne. De schade werd geraamd op 9.000 frank. (VVH)
1962 – 9 juli : Uitslag liefhebberskoers te Leest 48 deelnemers. 1.Meert Frans (Wolvertem) de 165 km in 3 u. 1 min.. 2. Stevens Julien. 3.Verhoeven Louis. 4.Luyckx Henri. 5.Van Loo Willy. 6.Coreman Roger. 7.Jacobs René. 8.Coens Roger. 9.Mertens Frans. 10.Buellens Marcel. 11.Coppens Victor. 12.De Prins Florent. 13.Selleslagh Jan. 14. Vinck Willy. 15.Van Buggenhout Emiel. (GvM)
Noot MvH : de renner uit de deelnemerslijst die het verst zou komen in de wielrennerij is de man die tweede eindigde : Julien Stevens. Hij werd helper van Rik Van Steenbergen, Rik Van Looy en Eddy Merckx en zou in 1968 Belgische kampioen worden op de weg.
1962 – Van 12 tot 22 juli : Bivak Chiro – Tien dagen naar Schilde - Sint-Willibrordushof De Chiro organiseerde in deze een spaaractie. Op de zondagsvergaderingen kon men bij de leiders sparen op zijn “spaarkaart”. (“DB,nr. 5, 1962)
De kerels vertrokken een dag vroeger per fiets en bereidden alles voor zodat de anderen in optimale omstandigheden hun logies konden betreden. Buiten twee lekke banden verliep hun reis probleemloos. Plein- en groepsspelen, atletiek, optochten, zingen, trektocht, iedereen deed mee en had lol. Karel Diddens won de atletiekkamp bij de kerels en Dirk Leemans was primus bij de knapen in het lopen. Iedereen raakte heelhuids thuis en nadien restte er nog heel wat werk om alles wat meegereisd was terug op zijn plaats te krijgen. Potten en pannen moesten terugbezorgd aan de eigenaars, het spelmateriaal terug op zijn plaats gezet… Het maandblad van Milac beschreef dezelfde periode de ‘belofte werking’ van de Knapen : ‘Voor een zevental weken is er bij onze knapen van wal gestoken met de belofte werking. Het is een voorbereiding van zeven weken voor de Belofte aflegging. Wat ze daarvoor al moeten doen is het volgende : elke zondag voormiddag, ook namiddag, op post zijn, aandachtig luisteren naar de verschillende instructies die de belofte vragen. Het kroonwachtboekje speciaal voor de beloftewerking regelmatig en goed invullen, alsook nog minstens twee maal in de week naar de mis gaan en in het bijzonder de opgegeven actiepunten van de week opvolgen…’
Het gedetailleerde verslag van leider Wilfried Hellemans verscheen in “De Band” nr.6 van 1962 : “Op woensdag 11 juli vertrokken onze kerels als voorwacht. Onderweg gingen twee banden stuk. Ginds werd in tenten geslapen en stonden de jongens klaar om de twee andere afdelingen te ontvangen, die één dagje later kwamen aanbollen. Voor ’t vervoer der kleinsten hadden enkele goede zielen gezorgd en de knapen mochten hun fietsen zelf wegbrengen. Ze waren er allemaal geraakt en nu eens niemand, echt vermoeid. Ferm hé ! Ons kamp begon eigenlijk ’s namiddags : plechtige openingsformatie. Dan de verschillende activiteiten per afdeling : pleinspelen en atletiek, optocht en zingen, gaan en komen. De ganse ploeg speelde een drietal keren samen. Deze groepspeelnamiddagen waren een succes. Alleman deed mee, zowel om de Leliaarts te verslaan in een Guldensporenspel, als om een dief te vinden die ineens was komen opdagen in onze kamp…Dat ze dan ook smakelijk en goed gegeten hebben kunt ge denken. Dat deed de bivakmoeders plezier. Als die zien dat de bivakkerenden hun werk opsmullen, dan weten ze te mogen voortdoen, dat het allemaal zo gaarne wordt aangenomen. ’t Is normaal geworden dat de moeders meegaan. En ik geloof dat iedereen, iedereen hoor, vanzelf zou zeggen, als men voor ’t bivak vertelde dat de moeders niet mee konden “Hewel dan gaan we niet op bivak”. Zonder bivakmoeders zou ’t inderdaad niet te doen zijn op bivak te trekken. Voor alles, en dat is onnoemlijk veel, een dikke pol en dank U. Dank, ook aan alle mensen die deze bivak mogelijk maakten, nog meer omdat het zo fijn lukte. Want dat hangt niet alleen van de leiders af. Bijlange niet. Nu nog een paar nieuwtjes : bij de kerels won Karel Diddens de atletiekkamp. Bij de knapen ging Dirk Leemans met de eerste prijs lopen. En bij de burchtknapen bestaat zoiets niet. Aan die mannen moet ge vertellen, vooral als ’t onweert boven uw kop… Zoals vorig jaar hadden we trektocht : voor de kerels twee dagen, één dag voor de anderen. De grootsten staan nog altijd vief als een jong veulen als ze “Nederland” horen (vraag maar aan leider Louis). Maar ’t moet daar goed geweest zijn ook. Die kerels hebben plezier gehad op hun fietstocht. De knapen zijn te voet vertrokken en moe aangekomen, maar leider Karel is iemand met veel geduld. Dus was er niets te vrezen. Leider Roger heeft acties in een reisbureau, want met zijn en mijn troetelkinderen gingen we Antwerpen ondersteboven gooien. We bezochten er de Kathedraal, de boerentoren (tot boven zulle), de tunnel voor voetgangers en voeren een gans uur op de Schelde. Alla mensen, ge merkt het direct : er werd iets gepresteerd in Schilde. ‘k Heb over veel gezwegen: over speurtochten, bontering, muziekkapel, avondwandelingen, enz…ik kan niet alles zeggen. Toch moogt ge niet vergeten dat zo’n paar woorden : “er was atletiekkamp” voor de jongens zelf een “wereld” zijn en oproepen. Op een bivak leert men veel : men hoort, ziet, men geeft, men krijgt, men LEEFT er. En leven is niet weer te geven in woorden. Zeg dus niet als ge dees blad leest “o was het maar dat !” Het was meer, en veel veel meer. Maar dat is niet uit te drukken. Elk woord krijgt maar volle betekenis voor iemand die erbij was.. De jongens ZELF, DIE weten welke spanning en gezonde naijver verbonden is met “atletiekkamp”. Maar kom, ’t zou te ver voeren hier op in te gaan. Dus : een verslag is beknopt. Dit ook. Toch moet ik nog zeggen dat we nogal slecht weer hadden. Elke dag regen… en zon. Daarover heb ik niemand horen klagen. Ik vertel hier geen zwanzerij of schone woorden. Niemand kloeg daarover ! Dat alleen is bijna een bewijs dat ons bivak gelukt is. Ook zonder bewijs is ieder daarover akkoord. Maar nu ! ’t Bivak is een bekroning van een jaar, geen eindpunt. Nu komt het er op aan te blijven voortdoen. Samen leefden we en leerden mekaar beter kennen, samen zenden we “Reik mij Uw vaste hand, uw vuist, uw hart !” Samen baden we : ’s morgens in de H. Mis. De ganse dag waren we EEN. Daarom : doe stille voort ! Dit is gericht tot iedere Chirojongen ; hij was op ’t bivak of hij was er niet. En daarom ook, ouders, als uw jongen in de Chiro is, stuur hem ELKE zondag. Als we iedere zondag slagen in ons blij werk, dan slaagt ons volgend bivak. Verwijt me niet, nu al te spreken over volgend jaar, want : wat worden zal, ligt in het nu (Rodenbach). Tot slot nog dit : blijven we ons niet blindstaren op ons voorbije bivak. ’t Was prima, jazeker. Maar vandaag leven we niet meer te Schilde, wel in Leest. Vandaag zijn we niet op bivak. Het wordt zaterdag, dan is het groepsmis jongens ! Dan is het zondag ; dan is er vergadering mannen. Burchtknapen, Knapen, Kerels en Leiders, DOE STILLE VOORT.”
In 1962 telde de Chiro 7 leiders, 1 aspirant-leider, 20 burchtknapen en 10 kerels. De Chirojongens betaalden 330 frank lidgeld aan Chiro Nationaal en bezat de Chiro een muziekkapel met 5 trompetten, 5 trommen en 3 landsknechten. De proost was onderpastoor Jan Verbist en de hoofdleider Karel De Borger. Leiders : Herman Van de Poel, Louis De Prins, Frans Lauwers, Hendrik Verbeeck, Frans Spoelders en Wilfried Hellemans. Roger Silverans was aspirant-leider. (Hugo Lauwens : “Het ontstaan van de Chiro van Leest”)
Foto’s : -Julien Stevens in zijn kampioenentrui van beroepsrenner behaalde te Leest een ereplaats bij de liefhebbers in 1962. -De locatie van het Chirobivak 1962 : Het Sint-Willibrordushof in Schilde. -De verslaggever : leider Wilfried Hellemans.
1962 – 10 en 11 juni : Dansavond St.-Cecilia Ter gelegenheid van Sinksenkermis werd er in de zaal Sint Cecilia bij de weduwe Huybrechts een dansavond gegeven met het orkest Vic. Bisschops.
1962 – 14 juni : Verlof 1962 – Modaliteiten Christelijke Mutualiteiten In tal van lokaliteiten gingen vergaderingen door voor ouders van jongens en meisjes die opteerden voor een tiendaagse verlof georganiseerd door de Christelijke Mutualiteit in de Ardennen of in Zwitserland. Het doel van deze bijeenkomsten was de ouders enkele zaken op het hart te drukken die voor een goede afloop van het verlof voor de jeugdige deelnemers van groot belang zijn. Zo werd er op gewezen dat de vakantiegangertjes geen persoonlijk zakgeld nodig hebben, alles is immers voorzien door de inrichting. Tevens werd er ook gewaarschuwd voor overmatig gebruik van snoep en voor het meenemen van te lichte en te fijne kleding. De ouders kregen ook de verzekering dat wat tucht en volgzaamheid betrof, de leiding erop stond dat alle deelnemers stipt de onderrichtingen en verbodsbepalingen dienden na te leven. In geval van onwil zou de leiding niet nalaten de overtreders naar huis te sturen.
Verlofperiode Ardennen. -De 13-jarige jongens, BOUILLON van 11 tot 21 juli voor deelnemers van Berlaar, Kessel, Hombeek en Leest. Voor de andere gemeenten werden andere data voorzien. -De 13-jarige meisjes, NEUFCHATEAU van 3 tot 13 augustus voor deelnemers van Kessel, Nijlen, Bonheiden, Heffen, Leest, Muizen, O.L. Vr. Waver, Hombeek en Rijmenam, ook hier werden andere data voorzien voor de andere gemeenten. -Verlofperiode Zwitserland. MELCHTAL : De 14-jarige jongens van 20 tot 28 augustus. De 14-jarige meisjes van 27 juli tot 4 augustus. -MALOJA : De 18-jarige jongens van 17 tot 26 juli. -LEYSIN : De 18-jarige meisjes van 23 juni tot 4 juli (voorseizoen) en van 16 tot 25 augustus of van 3 tot 14 september in het naseizoen.
Gezinsverlof. Dit jaar werd het gezinsverlof ingericht op gekende plaatsen in Zwitserland, enerzijds het reeds overbekende St.-Moritz en anderzijds het eveneens gunstig bekende Engelberg.
Jonggehuwden en alleenstaanden. In 1962 werd voor de eerste maal een verlofperiode ingericht voor de alleenstaande juffrouwen die minimum 25 jaar zijn. Dit ging door te Leysin van 23 augustus tot 1 september. Ook de jonggehuwden kregen dit jaar reeds een kans om aan zeer voordelige voorwaarden een verlof door te brengen in Zwitserland, nl. in Engelberg. Dit ging door van 31 mei tot 8 juni.
1962 – 14 juni : Overlijden van Emiel MEULEMANS Emiel Meulemans was te Leest geboren op 21 januari 1883 en hij overleed te Mechelen op 14 juni. Hij was rustend kassier van de Nationale Bank van België en gehuwd met Rosalie De Keyser. De plechtige lijkdienst, gevolgd van de begrafenis in de familiekelder op het gemeentekerkhof te Hombeek, had plaats op maandag 18 juni te 11 uur in de Dekenale kerk van O.L. Vrouw-over-de-Dijle. Vereniging aan het sterfhuis : Vaartdijk 24 Mechelen. (G.v.M., 16 juni)
1962 – 28 juni – G.v.M. : Leestenaar won koningschieting te Hombeek “Op de liggende wip “Zennebrug” bij dhr Van den Voorde, Mechelsesteenweg 52 te Hombeek, schoot de jonge schutter Armand De Bleser, wonende Dorp 70 te Leest, zich tot koning. Op de foto hierna de flinke schutter omringd door zijn clubleden.”
Armand De Bleser is te Leest geboren op 27 november 1940 als zoon van Frans en van Leonie Marievoet. In 1960 had Armand het als wees –zijn beide ouders waren overleden- financieel niet zo breed en om die reden besloot hij bij de para’s te tekenen, toen de meest lucratieve eenheid bij het Belgische leger. Vooral ook voor hen die naar Kamina in Congo gestuurd werden. Daar fungeerde hij als radio-operator en chauffeur van de hoogste militair in rang aldaar : luitenant Kesteloot. Die gedroeg zich als een tweede vader voor hem en Armand werd al snel zijn vertrouwensman. Als TS gingen alle berichten door zijn handen. Maar die periode uit zijn leven heeft hem zeer aangegrepen en van zijn ervaringen met de perikelen aldaar wou hij niets kwijt, zelfs tegen zijn echtgenote heeft hij daarover nooit verteld. Al wat hij naar zijn familie stuurde vanuit Afrika is nooit ter plaatse geraakt. Waarschijnlijk onderschept door de veiligheidsdiensten. De enige souvenirs zijn de foto’s die hij in zijn bagage kon stoppen. De censuur van het leger liet ook maar drie brieven passeren naar het Leestse heimatblad De Band. Na zijn term tekende hij nog bij maar omdat de periode in Congo afgesloten werd en hij dienst moest doen in Corsica werd hij terug burger. Niet veel later leerde hij Mariette De Bont kennen, de twee jonge mensen werden verliefd en wilden trouwen maar dat viel niet in goede aarde bij haar familie en toen een in Engeland woonachtige tante van Mariette voorstelde om in Schotland te gaan huwen omdat daar geen toestemming van de ouders vereist was, gingen Armand en Mariette daar gretig op in. Ze huwden uiteindelijk niet in Gretna Green maar in Edinburgh, de hoofdstad van Schotland. Armand was 22, Mariette 18. Vereiste was wel dat het koppel minstens twee maand in het Verenigd Koninkrijk verbleef voor hun trouw. Armand en Mariette bleven die hele periode bij een tante in Edinburgh. Terug in Leest kregen ze een tweede trouwboekje, hun trouw was immers aangekondigd en ‘uitgehangen’. Een tijdlang baatten ze café Telstar in de Dorpsstraat uit tot ze die bloeiende zaak overlieten aan hun vriend Jean Van Dam. Het was deze laatste die, samen met bakker Fons Hellemans, FC Telstar –het latere SK Rapid Leest- zou stichten, maar de basis ervan was reeds gelegd door Armand en Mariette.
Foto’s : -Herinnering aan Melchtal van Freddy Lauwers (tweede van rechts, tweede rij bovenaan). Freddy was te Mechelen geboren op 10/12/1953 en hij overleed te Blaasveld op 8/10/2012. De foto dateert van 1965, Freddy was toen 12. -Armand De Bleser als winnaar van de koningsschieting, liggende wip, in Hombeek. -Als para in zijn Kamina-periode. -Armand en Mariette tijdens hun huwelijk in Schotland.
Vervolg - Gouden Bruiloft van het echtpaar De Laet-Meuldermans
Moeder De Laet was naast huismoeder ook een prima boterfabrikant. Met de hand kneedde ze de klompen boter om het overtollige water eruit te halen. Te voet bracht ze de koopwaar naar winkels in Willebroek en in de Bruul in Mechelen. Wekelijks deed ze voor haar groot gezin ook inkopen in de stad. In haar jonge jaren ging ze bijna altijd te voet want fietsen had ze nooit geleerd. Met de trein reizen kon ook als het nodig was en vanaf 1925 reed er een autobus door Leest. In 1940 brak de oorlog uit en de constante zorg voor voldoende voedsel voor mens en dier. Zo werden er eens aardappelen verborgen in de schouw. Na een tijd zag men al van ver in de straat de uitlopers naar de hemel reiken. De Duitsers palmden een tijd het bureel van Victor in en maakten er een slagerij van. In die tijd heerste er veel angst en onzekerheid, vooral tijdens de krijgsgevangenschap van zoon Georges en in de periode dat Frans door de bezetter is weggevoerd naar het herhaaldelijk gebombardeerde Bremen. Het ergste gebeurde echter in 1945. Dochter Jeanne werd plots ziek en overleed aan de kroep. Ze werd net geen negentien jaar. Ook José werd daarna besmet, maar gelukkig kon professor Bruynooghe uit Leuven aan penicilline van het Amerikaanse leger geraken. Hij kwam ermee naar Leest, met de trein tot op het Heike in Hombeek, en de ziekte werd overwonnen. Op 8 april 1950 werd zoon René door Monseigneur Martin tot priester gewijd in de kapel van de Witte Paters te Heverlee. Korte tijd later vertrok pater René naar zijn missiepost in Congo en de familie zou hem pas negen jaar later weerzien. Op 17 januari 1970 overleed Victor De Laet onverwachts. Hij was dan bijna 83. Enkele dagen voordien was hij nog met fiets, bus en trein naar een vergadering in Leuven gereisd. Op haar 96ste overleed Julie rustig op 6 augustus 1984. In de uitvaartplechtigheid stonden liefst tien priesters rond het altaar van wie acht confraters van pater René, die nog in Congo missiewerk deed. (Uit : “De Laet van Kontich tot Leest” van Lieve Huysmans waar nog veel meer details te lezen zijn over Victor en Julie.)
Gazet van Mechelen van 25 juni : Gouden Huwelijksjubilelum. “Te Leest vierden de echtelingen De Laet-Muyldermans de vijftigste verjaardag van hun echtverbintenis. Vanzelfsprekend was het bij deze gelegenheid feest in de Tiendeschuurstraat nr. 12 waar benevens de familieleden ook de kinderen en kleinkinderen rond de feesttafel zaten. Dat er heel wat volk was moge alleszins blijken uit het feit dat uit het huwelijk 11 kinderen sproten, waarvan er nog 10 in leven zijn. Een van hen is trouwens missionaris in de Republiek Kongo. Benevens de kinderen echter waren ook de kleinkinderen, liefst 28 in aantal, aanwezig. Dat dit jubileum te Leest niet onopgemerkt voorbij ging is alleszins begrijpelijk, wanneer men weet dat dhr. De Laet gedurende 13 jaar burgemeester te Leest is geweest. Melden we ten slotte dat dhr. De Laet na de plechtige dankmis in de parochiekerk door Z.E.H. Van de Sande namens het Aartsbisdom werd vereremerkt met de versierselen van het St.-Rumolduskruis. Aan beide krasse jubilarissen wensen we ten slotte nog vele jaren.”
Victor overleed te Leest op 17 januari 1970. Juli zou hem nog 14 jaar overleven. Zij overleed op 6 augustus 1984 : “Haar eenvoud, haar zachte goedheid, haar bekommernis om anderen verwierf haar veel vrienden. Hoe dikwijls zei ze niet dat we goed moesten zijn voor elkander. Zij was sterk in de beproeving en stelde steeds haar vertrouwen op God, geen dag ging voorbij zonder gebed en laten wij God danken voor het lange en schone leven van moeder die voor ons steeds een voorbeeld was.” (Warme woorden uit haar gedachtenisprentje)
Foto’s : -Julie met een partij verse boter. (Foto : Lieve Huysmans) -In 1945 werd dochter Jeanne plots ziek en overleed aan de kroep. Ze was amper negentien. -Victor en Julie vierden hun gouden bruiloft. De proost van de Boerenbond arrondissement Mechelen Van den Sande speldt hier het zilveren St.-Rumolduskruis op de borst van de ex-burgemeester voor zijn vele verdiensten. (Foto : GvM, 26/6) -Julie met haar kleindochter Gerda De Laet en een achterkleindochtertje.
Vervolg - Gouden Bruiloft van het echtpaar De Laet-Meuldermans
Stan Huysmans beschreef het reilen en zeilen bij zijn schoonfamilie :
“Maar bijeenslapen en als eens blij-gelukkig wakker liggen, dat heeft gevolgen. Elf stuks aub! Elf verschillende exemplaren en toch dezelfden. Allen van eigen combinatie en deeg DE LAET-MEULDERMANS. Vader De Laet bekeek de zaken en zijn scheuten van kinderen nogal diplomatisch, filosofisch-fris en zakelijk-nuchter. Moeder Julie, de altijd-bezige bij, beredderde mee de hele doening. Tussen haakjes gezegd, ook alleen had ze dat wel gekund. STERKE VROUW was dat, de sterke vrouw, genoemd in de Bijbel. En haar man, die overal gevraagd werd toendertijd, voor honderd en zoveel dingen. LID van de HOGE LANDBOUWRAAD daar, VOORZITTER van het VEEKWEEKSYNDIKAAT ginder, BESTUURSLID VEEFOKDAG elders. VERGADERING van de PROVINCIALE LANDBOUWKAMER vandaag, dan weer van het ARRONSISSEMENTEEL VERBOND te Mechelen. En toen de tijd van zijn BURGEMLEESTERSCHAP LEEST. Voor alle mooie en schurftige commissies aangesproken, en steeds bereid tot hulp. Den dië uit de bak helpen, die er feitelijk beter zou ingebleven zijn, maar de vrouw was zo op den dool…Voor die een goei werk bezorgen (en ten slotte bleek dat die niet graag werkte). Zelfs voor sommigen een goei vrouw zoeken. Echt dat bestond toen nog. En inmiddels groeiden zijn kinderen op. Moeder Julie, vooruit maar. Deze week 3 met de mazelen, volgende week 2 met de dikoor, dan weer een koppel met de wijnpokken. Alles in serie. En dan al dat gebas in de tijd van de vallingen. Flessen siroop met de macht. Maar dat gaat wel voorbij, en ’t is altijd graag gedaan. Maar door al die alledaagse dingen loopt voor beiden een gouden liefdesdraad van ouderlijke toewijding en bezorgdheid. Jaarlijks met de sjees op bedevaart naar Hanswijk. Een hele servitude voor het vertrek. Als de laatste gewassen werd, was de eerste terug vuil. Moet ge verschieten of niet, als ge d’r enen onderweg verliest. Simpel is dat : een klein gaanstoksken efkens aan de kruk van ’t achterdeurken van de koets hangen, terwijl het hotsende ding vol kinderen verder ratelt. Plots, d’er enen uit. En niemand die van verbazing aan moeder iets durft zeggen.”
Naast zijn eigen bedrijf had Victor nog heel wat andere ambities. Rond 1930 introduceerde hij in Leest de rode Kempense koe uit Hoogstraten omdat die aan de zandgrond beter aangepast was dan andere rassen. Hij zette de boeren uit het zuiden van de provincie Antwerpen en het noorden van Brabant aan zich ook dat ras aan te schaffen. Met succes. Daarover vertelde hij in het weekblad Landbouwleven van juli 1960. In Leest was hij stichter en voorzitter van de Boerenbond en de eerst kantoorhouder van de plaatselijke Raiffeisenkas en in 1927 ook de medestichter van de Boerinnenbond van Leest. Van 1925 tot 1936 maakte hij deel uit van de hoofdraad van de Belgische Boerenbond als vertegenwoordiger van de arrondissementsbond van de boerengilde van Mechelen. Hij werd ook voorzitter van het Veekweeksyndikaat Puurs-Willebroek, voorzitter van het Landbouwcomice Willebroek tot 1968, afgevaardigd beheerder van de Groente- en Fruitveiling Gewest Hombeek, vanaf juli 1945, lid van de Hogere Landbouwraad bij het Ministerie van Landbouw, bestuurslid van de Fokveedag Kalfort-Puurs, lid van het Provinciaal Veekweeksyndicaat van Antwerpen en lid van de Provinciale Landbouwmatschappij en van de Provinciale Landbouwkamer. In 1931 werd hij gedecoreerd met “het bijzonder landbouweereteeken 1e klasse” en wegens zijn verdiensten aan de landbouw ontvangt hij in 1966 het Kruis van Ridder in de Kroonorde. Victor was burgemeester van Leest van 1927 tot 1939. De gemeentelijke meisjesschool kreeg in 1932 twee nieuwe klassen, gebouwd op grond van de kerkfabriek en gefinancierd door de zuster Annonciaden van Huldenberg en de gemeente huurde de gebouwen. Het leverde Victor nog lang een uitnodiging op voor de prijsuitreiking bij het einde van het schooljaar, tot fierheid van zijn kleinkinderen die in Leest naar school gingen.
Vervolgt.
Foto’s : -Victor en Julie met drie van hun kinderen : Vik, Jaak en Pelagie. (Foto : Gerda De Laet) -Het gezin De Laet-Meuldermans bij het huwelijk van dochter Pelagie in 1937. Vooraan : Jeanne, René, vader Victor, José, moeder Julie, Frans en Maria. Achteraan : Louisa, Victor, Julia, Jaak, Pelagie en Georges. (Foto : Lieve Huysmans) -Boer en burgemeester Victor De Laet. (Foto : LG) -Zijn handtekening. -Het stralende goudenhuwelijkspaar. (Foto’s Lieve Huysmans)
Onbekende(n) brachten een meer dan ongewenst bezoek bij Jozef Vloeberghen in de Scheerstraat. Er zou niets ontvreemd zijn, maar er was wel ernstige schade veroorzaakt aan zijn meubelen.”
1962 – Juninummer “De Band” : Zware Val
“Onze dorpsgenoot Louis Polfliet deed onlangs bij het naar huis komen met zijn bromfiets aan de Molenbeek een zeer ernstige val, en werd zelfs in ernstige toestand naar een kliniek te Mechelen overgebracht. Wanneer eerst gevreesd werd voor ernstige gevolgen dan mag nu wel aangenomen worden dat alles zeer goed afgelopen is en daarvoor wensen we hem van harte geluk...”
“Het gemeenteraadslid Henri Van den Heuvel kwetste zich bij een werk zo erg dat hem bijna een vinger werd afgesneden.”
1962 – Juninummer “De Band” : Ongeval
“Bij haar dagelijkse rondrit met melk werd Jozefien Van den Heuvel in haar auto aangereden door een bestelwagen. Enkel stoffelijke schade. Zij is een dochter van bovenstaande Henri Van den Heuvel.”
1962 – 9 juni : Gouden Bruiloft van het echtpaar De Laet-Meuldermans
Victor Josephus De Laet (°1887), zoon van Frans en Pelagie Bernaerts, trouwde op vijfentwintigjarige leeftijd met Anna Lauretta Julia of kortweg Julie Meuldermans (°Hombeek 24/5/1888), dochter van Ludovicus en Maria Theresia Tuyaerts. Julie werd heel vroeg wees. Haar vader overleed aan tuberculose als zij amper anderhalf jaar oud is. Haar moeder onderging minder dan twee maanden later hetzelfde lot aan de toen vaak voorkomende maar nog vrij onbehandelbare ziekte, eufemistisch soms ook “fleuris” genoemd. Het weesje werd in Hombeek liefdevol opgevoed door Sophie Van Cauwenberg, bijgenaamd “Peit van de Zwette”. Zij was weduwe met vier kinderen en verdiende de kost als herbergierster in haar huis net over de spoorweg in het Dorp. Daar was zij tevens buurvrouw van het jonge gezin Meuldermans. Na de lagere school in Hombeek ging Julieke naar de Loretten in Mechelen waar ze in het Frans onderwezen werd. Rond haar veertiende verhuisde ze naar haar tante en nonkels Meuldermans in de Bankstraat, bij “Rettes”, naar de naam van haar grootmoeder en meter Laurette Goovaerts. In Hombeek was Julie bekend voor haar mooie zangstem. In de kerk mocht ze solo kerstliederen zingen en bij andere gelegenheden het “Credo van de landman”. Op 11 juni 1912 zegende Victor Bernaerts, doodpeter van Victor en pastoor van Zemst, in de Sint-Martinuskerk van Hombeek het huwelijk in van zijn petekind Victor met Julie. Victor nam zijn bruid mee naar zijn ouderlijke huis in de Tiendeschuurstraat waar zijn moeder nog woonde en waar ook Sooi de knecht trouw in dienst bleef. Kort daarop kochten ze met de gouden munten uit het spaarpotje van Julie nog landbouwgrond bij. Over een tijdspanne van zestien jaar werden op de boerderij elf kinderen geboren, allen gezond en wel. Als jong gezin kwamen ze zonder ongelukken de eerste wereldoorlog door. Ook al had het suikerklontje dat dochtertje Pelagie van een Duitse soldaat kreeg bijna tot verstikking geleid. Grootmoeder Bernaerts zou in haar geboortehuis nog de komst meemaken van negen kleinkinderen. Na haar overlijden werd in 1917 het oude en te kleine huis afgebroken en vervangen door een ruime woning aan de andere kant van de stal.
Vervolgt.
Foto’s :
-Jozef “Jefke” Vloeberghen kreeg ongewenst bezoek. -Henri Van den Heuvel was bijna zijn vinger kwijt. -Zijn dochter Jozefien “Joske” Van den Heuvel werd aangereden. -Victor De Laet en Julie Meuldermans tussen hun gasten. -De jubilarissen in het gemeentehuis. (Foto’s Lieve Huysmans)
1962 – 19 mei – G.v.M. : Ongeval tijdens wielerkoers te Heffen
“Tijdens een wielerkoers te Heffen kwam de renner André Canipel uit Vilvoorde, terecht tegen het stilstaande autovoertuig van Albert Van den Brande uit Leest. De renner liep hierbij tamelijk zware verwondingen op en moest ter verpleging naar een heelkundige instelling worden overgebracht.”
1962 – 23 mei – G.v.M. : Leestse bromfietser botste tegen een auto
Verkeersongeval te Heffen.
Op de Mechelsesteenweg deed er zich een aanrijding voor tussen de personenwagen bestuurd door Aug. Mees uit Mortsel en de bromfietser Jan Geerts uit Leest. Deze liep hierbij verwondingen op.”
1962 – 25 mei – G.v.M. : Verkeersongeval te Ruisbroek
“De personenauto bestuurd door Maurits Boulanger uit Schaarbeek, begon in de Gansbroekstraat plots te slippen. De auto kwam aldus terecht tegen de aldaar gestationeerde vrachtauto van Fr. Solie uit Leest. Boulanger werd hierbij zo erg gewond dat hij ter verpleging naar het gasthuis van de H. Familie te Reest moest worden overgebracht.”
1962 – 27 mei : Plechtige communicanten
Enkele herinneringen van sommigen aan deze dag. Onderaan de communieprentjes van Dirk Leemans, Freddy Walschaers, Martin Mollemans en Lena Verwerft.
1962 – 30 mei – G.v.M. : Bromfiets gestolen
Ten nadele van Fr. Van Riet uit Leest, werd te Mechelen een bromfiets gestolen.
1962 – 31 mei : Plechtige sluiting Mariamaand aan de Grot
Op 31 mei, O. H. Hemelvaart om 9 uur ’s avonds verwachtte het comité van de Lourdesgrot alle parochianen op de plechtige sluiting van de Mariamaand aan de Grot. Er werd gezamenlijk het Rozenhoedje met intenties gebeden. De plechtigheid stond onder leiding van pater Lucat die als slot een aangepast gelegenheidssermoen hield. Van 19 uur af werden bij de Grot stemmige Marialiederen uitgevoerd en voor deze gebeurtenis werd de grot prachtig verlicht. (GVM, 26/5)
Bijgevoegd :
-De communieprentjes van Dirk Leemans, Freddy Walschaers, Martin Mollemans en Lena Verwerft.
-De Lourdesgrot in de Kouter was het decorum van de plechtige sluiting van de Mariamaand.
Voor Leest was dit elke vrijdag om 14u45 in het Parochiehuis. (GvA)
1962 – Zondag 13 mei : De K. Fanfare Ste Cecilia op Provinciale Wedstrijd voor stapmarsen
Deze wedstrijd vond plaats in Deurne, in het Ter Rivierenhof. Niettegenstaande het koude en dreigende weer hadden vele supporters er aan gehouden hun muzikanten te vergezellen. In eerste instantie had de stapmars plaats rond de vijver en het werd verdergezet in het Openlucht Theater.
“Het doet ons genoegen te kunnen mededelen dat de K.F. Ste Cecilia geslaagd is. Verder traden op : de muziekverenigingen uit Burcht, Deurne, Ekeren, Loenhout, Mechelen, Schilde en Tisselt.” (DB, nr. 5 van 1962)
1962 – Maandag 14 mei : Vergadering van de Boerengilde
Om 20 uur, met een voordracht door Frans Van der Kuylen over onkruidbestrijding en de regeling van de reis naar de jubelviering te Heist-Goor van 20 mei aanstaande. De eerste Boerengilde werd 75 jaar geleden gesticht.
1962 – 18 mei – G.v.M. : Fiets gestolen
In de D. Boucherystraat te Mechelen werd een fiets gestolen die toehoorde aan Fr. Van Reeth uit Leest.
1962 – Zaterdag 19 mei : Gouden Bruiloft te Hombeek
Die dag vierden de echtelingen Lauwens – Van Camp uit de Befferstraat (Heike) hun gouden huwelijksjubileum. Alfons Lauwens, beter gekend als “Fons van de veit”, is een gepensioneerd werkman van de NMBS. Hij werd te Leest geboren op 19 februari 1890. Zijn echtgenote werd te Hombeek geboren op 31 juli 1893. Uit hun huwelijk sproten zes kinderen waarvan nog vier in leven, drie jongens en een meisje. Deze hebben samen acht kleinkinderen. Fons is ook officier van de weerstand, sectieoverste van de Witte Brigade Fidelio, oorlogsinvalide en oudstrijder van de oorlog 1914-1918. De viering werd ingezet met een plechtige dankmis om 10u30 in de parochiekerk St-Martinus, opgedragen door onderpastoor Peeters. Naast de jubilarissen en hun familie bemerkten we o.m. dhr Lowet, nationaal bevelhebber van de Witte Brigade, dhr Peeters, voorzitter der vuurlijn, dhr Jonckers, voorzitter der invaliden, talrijke manschappen der Witte Brigade met vaandels van de sectors Antwerpen, Deurne, Borgerhout, Lier, Mechelen, Hombeek, Turnhout e.a. Na de dankmis werden de jubilarissen ontvangen op het gemeentehuis door burgemeester baron de Meester met schepen A. Auwaerts en de raadsleden. De burgemeester heette hen hartelijk welkom, de erewijn werd aangeboden en als geschenk mochten de titularissen een elektrische waterverwarmer in ontvangst nemen. Hierna dankte een der kinderen het gemeentebestuur voor de eer, die hun was te beurt gevallen. Vervolgens reden de feestelingen terug naar de ouderlijke woning, waar inmiddels talrijke vaandels opgesteld stonden, die bij hun aankomst werden opgeheven en waarbij de weerstandsgroepen tal van geschenken aanboden. Tenslotte boden de jubilarissen allen een receptie aan, die plaats had bij dhr J. Van der Goten waarna het feest in de ouderlijke woning voortgezet werd.” (G.v.M., 17/5 en 23/5)
Alfons Lauwens was een zoon van Jan Pieter en van Florentine Buelens. Hij huwde op 15 mei 1912 in Hombeek met Maria Van Camp. Het gezin vestigde zich in de Winkelstraat wijk C nr. 9 bis in Hombeek, waar Alfons melkverkoper was in 1920. Maria Van Camp overleed op 8 augustus 1966 op 73-jarige leeftijd. Alfons Lauwens overleed op 22 december 1975 te Hombeek op 85-jarige leeftijd.
Foto’s :
-Alfons Lauwens en Maria Van Camp.
-Twee postkaarten die Alfons naar zijn familie stuurde in 1915 en 1916. Hij staat in de boeken van de Vuurkruisters vermeld met 8 frontstrepen. Hij kreeg er de graad van korporaal. (Website : Laurentii-numquam solus)
1962 – 9 mei : Brieven van soldaat Louis VAN WINGHE -Turnhout : “Hier is dan het eerste kaartje van n’en dikken bleu uit Turnhout. Ik heb reeds veel geleerd op die drie dagen die ik geklopt heb. Naaien, kuisen en schuren is al wat we gedaan hebben en ik kan het reeds zo goed als een kuisvrouw. Ik moet drie maand in Turnhout blijven voor opleiding als chauffeur en dan vertrek ik naar Berchem. Beste groeten aan alle soldaten van Leest, B.J.B. en alle kennissen. Ik heb hier al een soldaat van Leest ontmoet, namelijk Selleslagh F.”
-Louis Van Winghe uit Turnhout, niet gedateerd : “Hier dan eindelijk een briefje uit Turnhout. Ik moet eerst en vooral Milac bedanken voor het opsturen van het Parochieblad en De Band. Het leven is hier al eens veranderd tegen de eerste dagen toen ik binnen gekomen ben. De eerste maand is nu voorbij en dat was ook de kwaadste. In die eerste maand ben ik hier enkele dagen goed beslijkt binnen gekomen van oefeningen waar we moesten kruipen. De eerste maand heeft niet te zwaar geweest, maar we hebben hier bijna elke dag regen gekregen en dat was al genoeg om in te staan. Nu krijgen we in de voormiddag opleiding voor chauffeur dat bestaat uit 3 uur les en 1 uur rijden. Na de middag hebben we nog infanterie-opleiding maar die is niet zo meer zoals de eerste maand. De dagen gaan hier vlug voorbij en we gaan dikwijls in vergunning. Morgen moet ik mijn eerste wacht kloppen. Ik ga nu maar sluiten en doe de beste groeten aan alle soldaten van Leest, B.J.B. en alle toekomstige soldaten.” (“DB”, nr.6 van 1962)
-Louis Van Winghe, vanuit Brussel, niet gedateerd : “Hier dan eindelijk nog wat nieuws over mij, maar ditmaal niet uit Turnhout maar wel uit het Militair Hospitaal te Brussel. Het is wel laat dat ik dat nieuws meld daar ik al bijna 14 dagen te Turnhout weg ben maar het was me onmogelijk. Ik had ondertussen ook nog geen vast adres. Tijdens mijn vergunning van 7 juli tot 9 juli heb ik een kaaksbeenbreuk opgelopen. Ik ben dan naar de St Jozef kliniek te Mechelen gevoerd waar ze me verzorgd hebben. Daar heb ik een week gelegen. Op maandag 16 juli ben ik dan overgebracht naar het Militair Hospitaal te Antwerpen waar ik tot donderdag verbleven heb. Vandaar hebben ze me naar hier gestuurd. Hier zal ik nu nog een 3 à 4 weken verblijven. Ondertussen is het veel beter, ik mag bijna zeggen, goed, maar daar mijn tanden aan mekaar zijn vastgemaakt is het niet prettig. Ik leef hier nu bijna van drank (melk-pap en soep) en dat zal nog ongeveer drie weken duren. De kilo’s die er in Turnhout bijgekomen waren zijn er al terug af. Over hetgeen hier te doen is valt niet veel te schrijven. ’s Morgens moeten we naar de dokter en de rest van de dag lopen we hier rond. Met mijn opleiding was ik al gevorderd. Ik was mijn derde maand reeds bezig en moest daar elke dag met de auto rijden en enkele lessen volgen zodat de dagen daar wel vlugger voorbij gingen. Ik doe van hieruit dan de beste groeten aan alle soldaten van Leest, aan de B.J.B., die nu morgen het zomerfeest houdt en ik hoop en ben er bijna zeker van dat het iets voor Leest wordt, en aan alle Leestenaren.”
-Louis Van Winghe uit Turnhout (niet gedateerd) : “Hier ben ik dan terug met een briefje uit Turnhout waar ik donderdag ben aangekomen van uit het Militair Hospitaal van Brussel. Eerst en vooral moet ik Milac bedanken voor het opsturen van De Band, het parochieblad en de Zondagsvriend. Het was toch alles wat ik in het hospitaal kon doen. Zoals u reeds weet had ik een kaaksbeenbreuk opgelopen waardoor ik in het Militair Hospitaal van Brussel terechtkwam. Ik heb er zolang niet gelegen als verwacht, want na drie weken vertrok ik met verlof van 4 tot 13 augustus, maar kon thuis slechts melk drinken. Op 13 augustus ben ik terug naar Brussel gegaan om van die pinnekensdraad verlost te zijn en terug te kunnen eten zoals een ander. Dezelfde dag ben ik ’s avonds terug naar huis gegaan met 10 dagen herstellingsverlof ; van eten was er nog niet veel sprake, de mond was zo stijf en de tanden konden niet veel verdragen. Op 23 augustus werd ik van Brussel recht naar Turnhout gezonden en nu lig ik hier in de 4de compagnie en ‘k zal hier blijven tot einde september. Ondertussen is het redelijk goed, ik kan alles eten en heb nog slechts last van een slechte tand die ik noodgedwongen nog een maand zal moeten bijhouden omdat het met dit geval van het kaaksbeen te gevaarlijk zou zijn hem te laten trekken. Zware oefening mag ik nog niet meedoen, ben vrij van wacht en nachtoefening. De 4de compagnie gaat voor 2 dagen op bivak naar Tielen Heide, 15 km van de kazerne en ik moet daar ook niet mee, zodat ik absoluut niet te klagen heb. Toch had ik veel liever in de 5de compagnie gebleven, ze zijn hier veel strenger. Nu ga ik maar sluiten met de beste groeten aan alle soldaten van Leest, B.J.B.-vrienden en kennissen. Hier nog maar eens een ander adres, reeds het 4de en ben nog maar vier maanden binnen, als het zo voort gaat kom ik nooit aan mijn opleiding.”
-Louis Van Winghe uit Wommelgem (niet gedateerd) : “Ik heb dan terug de pen in de hand genomen om wat nieuws te melden en mijn tijd door te brengen. Zoals ik in mijn vorige brief schreef heb ik ondertussen Turnhout verlaten om de rest van mijn term hier in Wommelgem door te brengen. Op de dag dat ik hier aangeland ben werd er niet veel gedaan, en ik zal hier ook niet veel moeten doen. Ik heb hier nu mijn voertuig ontvangen, een Jeep. In het totaal zijn hier negen Jeeps en een camion. Dat is niet veel, maar we liggen hier slechts met 35 soldaten, 2 korporaals, 2 sergeanten, 1 eerste-sergeant en 1 eerste sergeant-majoor. De baas van deze kazerne, als ge ’t een kazerne wilt noemen, is er een met vijf latten. Waar ik nu lig zijn slechts 2 kleine gebouwen, ze zijn nog niet zo groot als de Chirolokalen van Leest, en 1 bunker. Het is ook in die bunker dat we van de winter zullen slapen. Wij hebben hier ook wel meer vrije tijd dan in Turnhout. ’s Morgens beginnen we om 8 uur tot 11u30 en ’s namiddags van 2 tot 5 uur en als ge verlangt om uit te gaan kunt ge reeds om 5 uur buiten. Wacht of piket bestaat hier niet, ge kunt hier maar alleen eens chauffeur van dienst zijn. Het is dan ook een zeer groot verschil tegen in Turnhout. Een vlag hebben ze hier ook niet, zodat we nooit vlaggengroet moeten doen. Ik denk wel dat ik hier een goede term zal hebben. Ik ga dan nu maar sluiten en wachten tot ik hier meer van weet. De beste groeten aan alle medewerkers van Milac, aan de B.J.B. en alle soldaten van Leest en hoop dat ze het goed zullen stellen.”
-Louis Van Winghe uit Wommelgem (niet gedateerd) : “Daar het al twee maanden geleden is dat Milac nog iets vernomen heeft kon ik niet langer meer wachten om deze brief te schrijven. Ik ben hier nu reeds 2-1/2 maand in Wommelgem in ’t zomerverblijf, maar spijtig genoeg is het winter, en de dagen gaan hier zeer goed voorbij. Zoals ik reeds schreef ben ik hier chauffeur van de S.D.S. Militaire Post. Elke dag moeten we hier de post rondvoeren naar de kazernes in de omtrek. Voormiddag is dat van 7u15 tot 10 u en ’s namiddags is het van 2 tot 4u30. Van 10 u tot 12 u hebben we dan tijd voor het onderhouden van onze Jeep. Eenmaal in de week moeten we ’s avonds naar Brussel met de Jeep maar dat is ook een interessant reisje. Behalve verleden week met die hevige mist, dan was het zo plezierig niet, want ik ben vertrokken in Brussel om 21 uur en kwam maar eerst om 00u30 binnen. Van Mechelen tot hier heb ik altijd met mijn deur open gereden om zo de borduur te kunnen volgen, ik ben er zonder botsing van af gekomen. Op die week zijn er hier drie aanrijdingen geweest en een soldaat verlangt zeer naar zijn soldij en die drie betrokkenen moesten er dan nog 1/5de van afgeven voor de schade aan de voertuigen. Die kunnen dus maar spreken van 8 frank per dag in plaats van 10 frank. Ik ben hier ook nog een dag in de week van permanentie. Dan moet ik binnen blijven tegen dat er een dringend bericht zou binnen komen en nog moet weg gedaan worden. Wacht of piket hebben we niet, vlaggengroet bestaat hier ook niet, want daar is er geen zodat ik hier niet te klagen heb. Ondertussen heb ik zeven en een halve maand geklopt, blijft dus nog vier maand een half. Ik bedank Milac voor het regelmatig opsturen van De Band, Parochieblad en de Zondagsvriend. Ik eindig met de beste groeten aan alle medewerkers van Milac, B.J.B. en de soldaten van Leest.”
-Louis Van Winghe vanuit Wommelgem (niet gedateerd, gepubliceerd in “DB” van maart ’63) : “Het is er dan eindelijk nog eens van gekomen om een brief te schrijven. Ze zullen in Leest al misschien denken dat ik afgezwaaid ben omdat ze van mij niets meer horen, maar zover ben ik nog niet, er valt nog twee maand te kloppen. Veel echter valt er niet te schrijven over het verblijf, alle dagen gaan hier hetzelfde voorbij, elke dag de toeren van de B.S.D. bollen en de rest uitrusten. Het rijden was de laatste tijd niet plezierig meer met de gladheid van de baan. Ik ben wel een paar keer rondgedraaid maar heb niets voorgehad. Nu zijn de banen terug vrij, en het is veel aangenamer om te bollen. Van de winter zijn er hier toch van de 10 Jeeps 5 kapot gereden, maar daar moet ge niet van verschieten, als ge weet, dat hier elke dag 5 Jeeps op de baan zijn en er bij zijn die 300 km op een dag afleggen. Van rijden wordt ge niet moe zoudt ge zeggen, maar als ge 200 km op het ijs moet afleggen en dan ’s avonds naar Brussel, dan voelt g’het. Er zijn nu tien nieuwe voerders binnengekomen zodat we nu veel dagen hebben dat we niet moeten rijden. Als wij ’s avonds naar Brussel rijden moeten wij ’s anderendaags niet bollen. Ik moet Milac nog eens bedanken voor het opsturen van De Band, Parochieblad en de Zondagsvriend en vooral voor het geschenk dat ik ontvangen heb tijdens de Week van de Soldaat. Ik ga nu sluiten met de beste groeten aan alle soldaten van Leest, Milac en de B.J.B.”
Louis Van Winghe werd te Leest geboren op 5 januari 1943. Hij was gehuwd met Greta Dehaut en hij overleed te Mechelen op 22 augustus 1990, op amper 47-jarige leeftijd.
Foto’s : -Louis Van Winghe, jaren na zijn legerdienst. -Zijn doodsprentje. -Zijn laatste rustplaats die hij deelt met zijn zoon Paul die een jaar na zijn vader zelfmoord pleegde.
1962 – 5 mei : Mariaviering - Grot van O.L.Vrouw van Lourdes
Op een frisse voorjaarsavond kwamen buurtbewoners en Mariavereerders samen aan de grot, waar ondanks het koude weer de sfeer hartverwarmend was. De gezamenlijkheid en devotie waren duidelijk voelbaar, wat het begin van de Meimaand extra bijzonder maakte : GvA :
“Prachtig gelegen in de hovingen van het kasteel Moyson, aan de stilstand van de autobus Mechelen-Tisselt. Het comité van de Grot heeft geen moeite gespaard om de Mariavereerders degelijk te beschutten tegen het koude weder. Tevens werd ook gezorgd voor een prachtige verlichting. Bij de inzet van de Meimaand waren er een veertigtal aanwezigen bij de Grot voor het gezamenlijk bidden van het Rozenhoedje. Het comité doet dan nogmaals beroep op al de geburen om ’s avonds bij de Grot aanwezig te zijn voor de gezamenlijke gebedsakte. Het verzoekt tevens alle parochianen al de zondagen van de Mariamaand tegenwoordig te zijn aan de Grot te 8.45 uur. Bovendien wordt er een grote sluitingsplechtigheid voorzien met sermoen op O.H. Hemelvaartdag 31 mei te 9 uur ’s avonds.”
1962 – 6 mei : Soldaat Louis SELLESLAGH vanuit Heverlee
“Hier ben ik dan met mijn eerste briefje uit Heverlee voor De Band. Ik ben nu in Heverlee voor 3 maand en heb al een maand achter de rug, de andere 2 maand zijn voor opleiding als chauffeur dat zeker niet moeilijk is ; daarna zal ik naar Antwerpen gaan, naar Kiel voor Transsportchauffeur. Ik ga nu maar sluiten , en doe nog de beste groeten aan al de soldaten en hoop dat ze het allen goed stellen, en ook de B.J.B., en De Band zal ik zeker niet vergeten. Tot het volgend briefje.”
Dat volgend briefje blijft tot dusver onvindbaar. Louis Selleslagh is een zoon van Edward “Waïkke” Selleslagh en van Maria Hendrickx, een telg van een zeer sportieve familie. Zowel hijzelf, als zijn broers Victor en Frans waren geen onverdienstelijke wielrenners met elk een mooi palmares. Later zouden de zonen van hun zus Elodie, Eddy en Rudy Van Hoof, de overwinningen aan mekaar rijgen. Eddy bracht het zelfs tot beroepsrenner en knecht van Eddy Merckx.
Louis werd te Kapelle-op-den-Bos geboren op 10 augustus 1938 en hij overleed te Leest op 25 april 2022. Hij was gehuwd met Marie Louise Blommaerts(°Buggenhout 24/4/1942, +Mechelen 28/5/2025) die hem twee kinderen schonk : Freddy en Sonja.
Uit zijn gedachtenisprentje : “We hebben zoveel mooie herinneringen aan momenten groot en klein. Die zorgen voor een lach naast verdriet en pijn. En weet je dat mooie stralende sterretje daarboven dat ben jij, Ver weg maar tegelijkertijd nog steeds heel erg dichtbij.”
Foto’s :
-De Grot in de Kouter : “Prachtig gelegen in de hovingen van het kasteel Moyson aan de stilstand van de autobus Mechelen-Tisselt,” vormde het decor voor de Mariaviering.