“Ten gevolge van het slippen op de Zennebrug te Hombeek, kwam de personenauto bestuurd door Remi Emmerechts uit Leest terecht tegen de brugleuning. Er werd tamelijk zware schade aangericht.”
1962 – 25 december – G.v.M. : Verkeersongeval te Mechelen
“Op de Tervuursesteenweg deed zich een aanrijding voor tussen de bestelauto van Isidoor Buts uit Mechelen en de personenauto van Pieter Publie uit Leest.”
1962 – 25 december : Toneelavond van de B.J.B.
G.v.M. , 28/12 : “Op kerstdag brachten de B.J.B.-ers van Leest hun jaarlijkse toneelavond in de zaal “Ons Parochiehuis” in de Kouter. Opgevoerd werd : “De Blauwe Wagen”, een thriller in drie bedrijven van A. Van der Lugt. Het gegeven is ontleend aan historische gebeurtenissen die in de zomer van 1960 plaatsgrepen. De speelsters, M. Voeberghen, R. Polfliet, A. en S. Fierens, P. en J. Beulens, H. en M.T. Verbeeck, E. Lambrechts en J. Van de Poel mogen allen in één adem vernoemd worden en dienen vooral gefeliciteerd voor hun prachtige rolkennis die er in hoge mate toe bijdroeg om het spel vlot te laten verlopen. Ze werden dan ook bedacht met een welverdiend applaus vanwege de toeschouwers die, in weerwil van het gure weder, toch talrijk waren opgekomen.”
1962 – Zondag 30 december : Kerstfeest Chiro
DB, januari 1963 : “De vergadering begon, zoals altijd, met het lof. Daarna, toen iedereen in het heem was, las groepsleider Karel een kerstverhaal voor. Ondertussen was alles klaar gemaakt voor de Beloftenaflegging van enkele burchtknapen. Samen met onze proost hadden hun leiders Roger en Hendrik hen op die grote gebeurtenis voorbereid. Elke zondag –en dat verschillende weken lang- was daar hard aan gewerkt. En nu, zo helemaal in de kerstweek, legden diezelfde burchtknapen hun belofte af en spraken hun trouw aan Kristus uit, de grote Koning van ons allen. En dan kwamen koffie en koeken en een verrassingstombola. Na een buitenspel op de Zennedijk werd er snoepgoed uitgedeeld en kwam de bekroning van het feestje : ontspanningsfilmkes gedraaid door L. Van den Heuvel uit Hombeek. Het lokaal daverde van het lachen. Leider Wilfried”
Hoofdleider was toen Karel De Borger en die werd geassisteerd door de leiders Herman Van de Poel, Louis De Prins, Frans Lauwers, Hendrik Verbeeck, Frans Spoelders en Wilfried Hellemans. De 17-jarige Roger Silverans was aspirant-leider. Naast die leiding bestond de Leestse Chiro uit 20 Burchtknapen en 10 Kerels. In de muziekkapel vonden we 5 trompetten, 5 trommen en 3 landsknechten terug. De verslaggever van het kerstfeest Wilfried Hellemans was te Leest geboren op 18/10/1941 en hij overleed te Mechelen op 13/4/2024.
1962 – 31 december : Bevolking
Op de laatste dag van 1962 telde Leest 1863 inwoners.
Foto’s :
-Twee foto’s van Chiroleider en verslaggever Wilfried Hellemans.
In het eerste nummer van 1963 publiceerde “De Band” een In Memoriam : “Rond Kerstmis en meer bepaald op kerstavond wanneer reeds bij de mensen van goeden wil de kerstbomen met allerlei zaken versierd zijn en de verlichting luister bijbrengt, kon overal in onze goede gemeente een feestelijke stemming waargenomen worden. Van ’s morgens reeds zag men nog mensen bezig om toch het kerstgebeuren zo waardevol mogelijk te vieren, om nadien het feest der geboorte van het kleine kindeke tijdens de nachtmis nog intenser te beleven. Zo wou men in ieder huisgezin, om daarna rond de rijkversierde kerstboom, gezamenlijk in intieme huiskring, de ouders omringd van hun kinderen, gehuwden en anderen, de betekenis ervan nog meer aan en beter aan te voelen. Helaas ! Onze gemeente, gelegen aan de Zenne, werd opgeschrikt door een droeve mare; wie zou het kunnen voor waarheid genomen hebben, ware het niet dat de werkelijkheid geen tegenspraak dulde ! Dokter Stuyck was niet meer ! Op de baan te Heffen, niet ver van zijn dorp, werd hij bij het oversteken van de baan door een auto verrast, tegen de grond gesmakt om zielloos te blijven liggen. Zijn ziel was ten hemel gegaan op die dag voor Kerstmis, terwijl ook de zijnen zich aan ’t voorbereiden waren om Kerstmis te vieren, om zich in huishoudelijke kring rond die kerstboom te scharen. De verslagenheid in de gemeente was dan ook algemeen en spontaan. Op zaterdag 29 december 1962 werd wijlen Dr. Stuyck ten grave gedragen. Voorafgegaan door de Koninklijke Fanfare St.-Cecilia en onder het spelen van treurmarsen, stappende langs de met sneeuw bedekte en gladde weg, ging de droevige stoet kerkwaarts. Ook de klokken der dorpskerk lieten hun droeve klanken horen, want een trouw kind was heengegaan. Onze Sint-Niklaaskerk was veel te klein om dezen te bergen die door hun aanwezigheid een bewijs van meevoelen wilden betuigen. Nadat het “In Paradisum” was gezongen toog de stoet naar het gemeentelijke kerkhof, waar door de secretaris der Kon. Fanfare St.-Cecilia, de heer Lauwers, een laatste afscheidsgroet werd uitgesproken, gevolgd door de heer Voorzitter van het Geneesherenverbond. Hieruit citeren wij : de eenvoudige en aangrijpende manier waarop deze eminente spreker de talrijke menigte toesprak om te zeggen wat en hoe wijlen Dr. Stuyck was. “Collega Stuyck”, aldus spreker, “was een goed dokter, zonder grootdoenerij, een trooster voor zijn zieken en waar men hem riep was hij present, hij hield van zijn zieken, de noodlijdenden. In hem ondergaan we een groot verlies, een trouwe vriend. Wij zullen hem niet meer zien, maar hij zal door niemand vergeten worden.” Kon het eenvoudiger ? Kon het meer aangrijpend uitgedrukt ? Wij weten het allemaal : er is een tijd van komen en gaan maar... ’t is de manier dat zijn heengaan kenmerkte, want vergeten wij niet, dat hij in dienst van zijn zieken de hoogste tol heeft betaald ! Wij verhopen dat zijn echtgenote en kinderen de nodige kracht moge gegeven worden zich te troosten ten overstaan van het smartelijk verlies, en er moge van overtuigd zijn dat hun vader en echtgenoot het kerstfeest heeft mogen vieren in den Hemel ! Besluiten wij met dezelfde woorden die eens werden uitgesproken : “Wij zagen ons vader zo gaarne, maar O.L. Heer zal hem nog liever gezien hebben”. Wijlen dokter Stuyck, weldoener, echt Kristen Vlaming, rust zacht in de schoot van Moeder Vlaanderen ! L.B.”
Zijn weduwe Maria Magdalena De Bot was te Mortsel geboren op 25 september 1909 en overleed op 6 augustus 1988.
Dokters in Leest.
Dokter Stuyck was de eerste echte dokter in het dorp. Na zijn dood zat Leest een periode zonder dorpsarts. Leestenaars gingen toen naar een dokter in Willebroek of naar dokter Kluppels in Battel of dokter Marinus in Hombeek. In 1964 kwam dokter Gémin zich te Leest vestigen en later kwam dokter Julien Van Medegael als dorpsdokter. In navolging kwam zijn familie, broer Marcel Van Medegael als kinesist en schoonbroer Germain Annaert als apotheker zich ook in Leest vestigen. Deze familie-monopolie werd onderbroken door de komst van dokter Rudi Goyvaerts en kinesist Vicky De Laet. Dokter Rudi Goyvaerts overleed veel te vroeg aan kanker in 1988 . Dokter Michael Deruyver nam vanaf dan zijn praktijk over op de Dorpsplaats . Dokter Deruyver verhuisde later naar de Molenstraat, waar hij werd opgevolgd door zijn zoon Dominique Deruyver.
Foto’s : -De overlijdensverklaring van Henri Jacobs. -De doodsbrief van dokter Stuyck. -Zijn gedachtenisprentje. -Zijn laatste rustplaats op het kerkhof van Leest.
1962 – 24 december : Dokter Marcel STUYCK verongelukt Op kerstavond 1962 heerste er grote verslagenheid te Leest : de 62-jarige populaire dokter Stuyck liet die dag het leven in een verkeersongeval, toen hij te Heffen een zieke bezocht.
G.v.M. van 25/12 : Dokter Stuyck uit Leest verongelukt te Heffen.“Toen gisteren rond het middaguur dr. Stuyck uit Leest, na een bezoek te hebben gebracht aan zijn patiënte mevr. Van Aken, echtgenote van de gemeentesecretaris te Heffen, de Dendermonde steenweg overstak, om zich naar zijn auto te begeven, die langs de andere kant van de baan stond geparkeerd, werd hij gevat door een personenauto die uit de richting Willebroek kwam en bestuurd was door Ed. Moreels uit Roeselare. Het slachtoffer werd hierbij zo zwaar ten gronde geslagen, dat hij zielloos bleef liggen en bijna onmiddellijk overleed. In Heffen en in Leest waar de geneesheer goed bekend was, veroorzaakte dit smartelijk ongeval heel wat beroering.”
Marcel Petrus Joannes Stuyck was te Antwerpen geboren op 11 augustus 1900 en zijn praktijk te Leest begonnen in het huis van Madame Voet aan de St.-Jozefkapel in 1930. Achteraf bouwde hij z’n huis een tiental meter verder in de Dorpsstraat. “Stuyck” had het devies “zachte heelmeesters maken stinkende wonden” maar hij was een echte volksdokter. Hij trok ook tanden en draaide zelf pillen. Tweeëndertig jaar lang zagen de Leestenaars zijn vertrouwde figuur door het landschap fietsen, dokter Stuyck bezocht al zijn patiënten immers per fiets. Zag hij iemand op het veld staan, aan wie hij geboden had binnen te blijven, dan stak hij zijn vuist op. Zijn vrouw rolde zijn sigaretten… Rik Van Beveren (Scheerstraat) vertelde me ooit dat hij eens met schele tandpijn zat. Mechelen was veraf en dokter Stuyck dichtbij. Zonder verdoving begon deze laatste te trekken en te sleuren. Brullend van de pijn is Rik toen met stoel en al tegen de grond gedonderd maar Stuyck liet niet af en gaf geen duimbreed toe. Met zijn knieën op de borst van zijn patiënt slaagde hij er uiteindelijk in de slechte kies te verwijderen… Marcel Stuyck was de oudste van drie. Een broer (Lode) werd apotheker te Londerzeel en een andere (Hendrik) werd pastoor. Hij studeerde aan het St. Jan Berchmanscollege te Antwerpen waar hij in 1918 het einddiploma behaalde van Oudere Humaniora. In 1925 behaalde hij het doctoraat in de geneeskunde aan de katholieke universiteit te Leuven. Te Boechout oefende hij praktijk uit van 1926 tot februari 1932. In 1931 huwde hij Maria Magdalena De Bot die hem vijf kinderen schonk: Els, Hugo, Lieve, Greet en Walter. De plechtige koorlijkdienst, gevolgd door de teraardebestelling in de familiekelder, vond plaats op zaterdag 29 december 1962 te 11 uur, in de parochiekerk van de H. Niklaas te Leest.
In 1954 wijdde ‘De Band’ een artikel aan dokter Stuyck : “Onze ‘portrettengalerij’ zou een grote leemte vertonen, indien we het licht der schijnwerpers niet lieten vallen op dokter M. Stuyck. Immers, als wij de bedoeling hebben in deze rubriek gekende figuren van Leest te belichten, dan moeten wij hier ook de personen die én door hun beroepsbekwaamheid én door hun persoonlijk voorbeeld de achting van onze burgers genieten, op het podium laten komen. En dit passen wij nu toe op dokter Stuyck. In hem vinden wij een ware katholiek en een man van de daad. Eenvoudig en oprecht, nederig en loyaal, gewetensvol geneesheer en oppasser van zijn zieken : zo is onze dokter. We zijn dan ook eens tot bij hem gegaan op interview. Spijts zijn drukke ambtsbezigheden stond hij ons toch graag te woord, bij het vernemen dat het voor De Band was; want dokter Stuyck is één van onze eerste abonnenten en als dusdanig één van onze trouwste lezers. Ook als ontwikkeld man vond hij van het eerste uur interesse en waardering voor ons blad. Laten wij nu heel eventjes de sluier lichten over zijn leven en werk. Marcel Stuyck werd geboren te Antwerpen op 11 augustus 1900. Ze waren thuis met drieën (een zusje jong gestorven). Een broer is apotheker te Londerzeel en zijn jongste broer is pastoor van de H. Kruis-parochie te Lier. Vader overleed in 1935 en moeder in 1944. Hij studeerde aan het St. Jan Berchmanscollege te Antwerpen, waar hij in 1918 het einddiploma behaalde van Oudere Humaniora. In 1925 behaalde hij het Doctoraat in de Geneeskunde aan de Katholieke Universiteit te Leuven. Te Boechout oefende hij praktijk uit van 1926 tot februari 1932. In 1931 huwde hij mej. Maria Magdalena De Bot, geboren te Mortsel op 25/9/1909. Op 4 maart van dat jaar kwamen zij te Leest wonen. Uit hun echtverbintenis werden geboren : Elza, Hugo, Godelieve, Greta en Walter. Op de vraag : ‘Is Leest, medisch gezien, goed gelegen ?’ antwoordde de dokter ons : ‘Op medicaal gebied is Leest, mijns inziens, goed gelegen omdat het niet ver verwijderd is van een stad en het knooppunt vormt tussen Heffen, Leest, Kapelle-op-den-Bos, Heike en Battel. Over een twintigtal jaren was, vanuit dit standpunt gezien, Leest nog interessanter, daar met de jaren de dokterskabinetten zich sterk hebben vermenigvuldigd in andere gemeenten. Daartegenover staat dan dat de evolutie der geneeskunde en de mentaliteit van de zieken het aantal prestaties ook sterk hebben doen toenemen’. ‘Wat denkt u over de mentaliteit van de zieken, dokter ?’ ‘De mensen uit onze streek komen zeker vroeger naar de dokter dan voor twintig jaar terug : en dat is maar goed ook. Dat bespaart ons vele op voorhand-verknoeide gevallen. Wat ze echter nog niet goed begrijpen is het verschil tussen genezingen en half-genezingen. Er is bij een ziekte ook een periode van herstel welke ook dient verzorgt te worden. Wanneer er ergens een bom ingeslagen is, dient er opgeruimd en opgebouwd te worden. Een ander verschijnsel waar ik zou willen op wijzen is het teloorgaan van het begrip ‘huisdokter’ dat ook op onze buiten met meer familiale geest begint door te dringen. De huisdokter zou de raadgever moeten zijn van de familie in alles wat het domein van de gezondheid beslaat en hij zou eventueel de zieken volgens zijn oordeel naar de verschillende specialisten moeten kunnen verwijzen, zoals dat het geval is in Nederland bijvoorbeeld’. ‘Zijn er volgens u nog ongezonde woningen te Leest ?’ ‘Op de buitenwijken niet zozeer ; in het Dorp zijn er wel een paar die zouden mogen verdwijnen.’ 'Welke zijn zoal uw beste herinneringen aan Leest ?’ ‘Eerlijk gezegd : ik heb er niet veel en zij worden nog bepaald door mijn vredige familiekring en door het genot van sommige genezingen.’ ‘Werd u reeds gedecoreerd dokter ?’ ‘Decoraties in België ontvangen is geen eer ! Ik heb er nooit om gevraagd en heb er ook nooit moeten weigeren, want ik ben van princiep dat, zolang de staat België ons Vlaams recht miskent, hij geen eremerken aan zijn Vlaamse onderdanen heeft toe te kennen.’ ‘Soldaat geweest, ja ?’ ‘Na het beeindigen van mijn studies in 1925, heb ik de school gevolgd voor reserveofficier van de Gezondheidsdienst te Leopoldsburg. Daarna deed ik ’n stage in het Krijgsgasthuis te Antwerpen. In ’39 maakte ik de achtiendaagse veldtocht mee en eindigde deze als bevelhebber van een hospitaaltrein. In juni ’40 vervoegde ik terug mijn haardstede.’ ‘Alhoewel u een auto hebt, dokter, zien wij toch dat u voor uw bezoeken de fiets verkiest. Mogen wij vragen waarom ?’ ‘Wel, de fiets dwingt ons nog wat aan sport te doen en houdt ons fit. De fiets is een ontspanning en kan dienen om er rustig op na te denken en om eens rond te kijken naar het natuurschoon. Daarbij komt nog dat de fiets dichter bij het volk staat en dat autorijden een aanhoudende spanning van de aandacht vraagt.’ ‘Mogen wij uw gedacht over De Band kennen ?’ ‘Het is waarlijk een zeer interessant boekje. Het is veel degelijker en dynamischer dan zijn zusterbladen uit andere gemeenten. De Band is voorzeker een documentaire film over onze gemeente en zal zeker het beoogde doel bereiken.’ Zo was dan ons interview afgelopen : wij hadden nog meer vragen willen stellen want een interview is niet zo vlug volledig dan men misschien wel denkt. Maar een telefoontje riep de dokter bij een zware zieke. En als het daarom gaat valt alles bij dokter Stuyck, zoals het overigens een gewetensvol geneesheer past. Op ’n gemoedelijke wijze heeft de dokter ons enkele feiten en gegevens uit zijn levensloop en werk verhaald : eenvoudig, zoals gans zijn houding en levenswijze eenvoudig blijft. Daarachter verheft zich, hoog als een toren, zijn voorbeeld als geneesheer, katholiek, burger en huisvader. Daarom is hij onze achting en waardering volkomen waardig. Jan De Decker.”
Vervolgt.
Foto’s : -De zeer populaire volksdokter Marcel Stuyck. -Zijn woning in de Dorpstraat. -In onze familie was hij zeer actief : bewijs van inenting tegen kinderverlamming en interventies bij mijn grootvader en vader.
1962 – Zondag 9 december : Diamanten huwelijksjubileum van Eduardus en Melanie Coleta Verbergt – Diddens Dit echtpaar uit de Gijsbeeckstraat 58 te Hombeek-Boskant vierde hun diamanten huwelijksjubileum. Edward Verbergt werd te Hombeek geboren op 21 oktober 1880. Hij was landbouwer van beroep en vele jaren kerkmeester te Hombeek. Zijn echtgenote werd te Leest geboren op 1 mei 1879. Op 10 december 1902 werd hun huwelijk in de St.-Niklaasparochie te Leest ingezegend door pastoor Verbist. Zij kregen 7 kinderen waarvan 6 jongens en 1 meisje. Daarvan waren er in 1962 nog 4 jongens en 1 meisje in leven. In 1962 telde hun gezin 12 kleinkinderen en 7 achterkleinkinderen. Verder telde de familie 2x4 geslachten in vrouwelijke lijn. Alhoewel de gevierden eraan gehouden hadden dat deze viering een zeer intiem karakter zou dragen, konden ze niet beletten dat vele geburen, vrienden en kennissen gelukwensen, bloemen en geschenken kwamen aanbieden. Pastoor Van Dijck had aan het bisdom de toelating gevraagd om voor deze gelegenheid een dankmis te mogen opdragen in de kapel van het kasteel “Expoel” daar de gevierden moeilijk te been waren. Om 11 uur, onder een plassende regen, toog de familie, samen met de jubilarissen die gezeten waren in een auto van Baron de Meester naar het kasteel waar de mis werd opgedragen door de pastoor van Hombeek. Burgemeester Baron de Meester fungeerde als misdienaar en het zangkoor de “Koralen van Leliëndaal” onder leiding van René Leen, zorgden voor een muzikale noot. Na de dankmis ging het terug naar de ouderlijke woning waar hen een ware overrompeling wachtte. Iedereen wilde “Waar en Melanie” gelukwensen, ook een afvaardiging van de kerkfabriek, het gemeentebestuur en de fanfare “St.-Cecilia” waarvan de jubilaris reeds 67 jaar lid was en tevens medestichter. Hierna werd de viering verder gezet in familiekring. (GvM, 7/12 en 12/12/1962 – Foto onderaan)
1962 – 10 december : Kwaadwillige beschadiging autovoertuig Nadat taxichauffeur Florent Schauvaerts uit Mechelen rond 03u30 klanten had afgezet aan café De Laet, besloot hij hen te vergezellen naar deze herberg. Het was kermis. Toen hij rond 05u30 huiswaarts wou keren stelde hij vast dat het dak van zijn taxi aan de linkerkant diep was ingedrukt. Vermoedelijk door een vuistslag. Niemand had iets gemerkt. (VVH)
1962 – Woensdag 12 december : Stichting van de Christelijke Bond voor Gepensioneerden Die stichting ging door om 14 uur in het Patronaat, Kouter Leest. De gepensioneerden bekwamen daarvoor een bijzondere uitnodiging. Pastoor Coosemans hield een inleidend woord waarna de Arrondissementssecretaris van de Christelijke Bond voor Gepensioneerden, Stan De Clercq, een spreekbeurt hield over het doel en de werking van de Bond. Daarna volgde de verkiezing van het voorlopig bestuur en werd de stichting afgesloten met een passende versnapering. (GvM, 6/12) (Foto onderaan)
De Bond vertrok met een felle start en telde bij de eerste ledenwerving 120 leden. Werden als bestuursleden gekozen : Constant Buelens (°Leest 25/6/1896, +Leest 5/8/1983- foto onderaan) als voorzitter, Jozef Lemans als secretaris en Jan Lauwens als schatbewaarder. Onderpastoor Verbist werd proost. Hun lokaal was de parochiezaal. De bond was arrondissementeel aangesloten bij de federatie der christelijke bonden voor gepensioneerden van het arrondissement Mechelen (Onder den Toren, 5). Belangrijkste doel : de belangen van de leden nagaan en behartigen zowel op geestelijk als op stoffelijk vlak. Op 9 december 1963 zouden ze hun éénjarig bestaan vieren met een sappige pensenkermis. Elke maand kwamen ze samen, dit op de tweede maandag van de maand, voor een kop koffie en kaartspel. Een tweetal keer per jaar werd een reis georganiseerd. Zo was de bestemming van hun eerste reis op 1 juli 1963 de Belgische kust. Op de terugweg werd Oostakker aangedaan. Datzelfde jaar werd ook een bedevaart naar Scherpenheuvel georganiseerd met bezoek aan Bobbejaanland. Elk jaar hielden ze een teerfeest.
1962 – 17 december : Gemeenteraad Mechelen : Leest kon beroep doen op de Mechelse brandweer. GvM : “Van kracht worden op 1/1/1962 der intercommunale overeenkomsten voor hulpverlening door het Mechelse brandweerkorps, afgesloten tussen de stad Mechelen en de gemeenten Bonheiden, Hofstade, Leest, Muizen, O.L.Vr. Waver, Rijmanem, St.Katelijne Waver en Weerde.”
1962 – Zondag 17 december : Teerfeest Arbeid Adelt Naar jaarlijkse gewoonte werd het teerfeest van deze fanfare gevierd na een muzikale optocht door het dorp. De dag nadien werd een mis opgedragen die door de leden werd bijgewoond.
Foto’s : -Diamanten huwelijksjubileum van Eduardus en Melanie Coleta Verbergt-Diddens.(Foto G.v.M., 12/12/1962). -Stichting gepensioneerdenbond, bovenaan uiterst links Stan De Clercq en centraal vooraan pastoor Coosemans naast onderpastoor Verbist, tussen de leden van het eerste uur. -De eerste voorzitter van de Christelijke Bond voor Gepensioneerden Constant Buelens in 1925 tijdens zijn huwelijk met Virginie Moons.
1962 – Woensdag 5 december : Praatavond voor de groenten- en aspergekwekers Georganiseerd door de Bedrijfsvoorlichtingsdienst voor de Tuinbouw samen met het verbond van groentekwekers. Alle mogelijk technische problemen en moeilijkheden konden er uitvoerig besproken worden onder de vorm van een vraaggesprek. Te Leest vond deze avond plaats om 19u30 in het lokaal bij Apers, Mechelbaan 5 (aan de brug). Iedereen was welkom. (GvM, 30/11/1962)
1962 – 7 december : Karel DE LAET (Broeder Romanus) vanuit Huberdeau CTE Argenteuil, Canada “Beste Leestenaren. Men zegt dat de drie vierden van de mensen op de wereld min of meer honger lijden. Het is spijtig want hier is er overvloed. Wat de boer verkoopt daalde in vijf jaar met 23,1% maar wat hij moet kopen klom met 12,7%. Dat zijn dan nog de laatste statistieken niet, het verergert nog zegt men. In sommige steden gaan de kinderen naar het museum om zich een gedacht te vormen van een koe. Men zal er weldra een boer kunnen bijzetten want het ras sterft uit. In de laatste vijf jaar verminderden ze met 25%. Het is natuurlijk als men nagaat dat in deze provincie 48% van de boeren maar de helft verdient van een ongeschoolde werkman. Enkel 25% hebben meer inkomsten dan deze laatste omdat zij goede velden bezitten in de best gelegen streken. Men moet specialiseren nu zoals in het westen, de machines eten anders alles op. Men heeft reeds 40.000, ja ge leest goed, 40.000 kiekens op een plaats. Enkel drie mensen om er op te passen; alles modern, de eieren vallen op een lopende band, worden gewogen, gewassen, enz. Een juffer is daar enkel nodig in die afdeling om de rekeningen na te gaan. Een boerderij heeft 122 zeugen. Na tien of veertien dagen worden de viggens weggenomen en men kan herbeginnen met de volgende dracht. Met een gemiddelde zelfs maar van 8 of 10 kunt ge u inbeelden wat er zo te zien is daar. Ik heb ook de kelders gezien voor zo wat 60 hectaren in uw maten patattenoogst. De boeren waren het gezondste deel der bevolking. Hun spreekwoordelijk klagen belette nooit een minister te slapen. Maar nu wordt hun geduld op harde proef gesteld. Dank zij hun gezond verstand kunnen ze tegen een stoot maar nu is men tot de uiterste grens geraakt. De werkman zonder stiel wint meer op een uur dan zij op een ganse dag. Zaterdag en zondag vrij, geen voortdurende vrees voor het weder of mislukking met de dieren. De sterkte van de syndicaten en de voordelen van vele sociale wetten hebben het lot van de werkman zodanig verbeterd dat niet meer hij maar de boer de echte slaaf geworden is. Sommige regeerders trachten de mond te sluiten aan deze die het hardst schreeuwen. Wordt het niet te laat om de werkzame, rustige boerenmensen te redden ? Zou het nog eens oorlogstijd moeten worden om sommige menselijke waarden te herzien ? Zalig en gelukkig Nieuwjaar aan u allen ! Men kan er moeilijk aan uit hier hoe het komt dat het zo gaat bij u. Men stuurt studiecommissies om er klaar in te zien want men kan toch niet aannemen dat enkel uw werkzaam leven het verschil maakt van de tegenwoordige voorspoed. Nu, hebben is hebben, maar vergeet niet de Heer te danken. Beste familieleden, vrienden Leestenaars, ik wens u het beste en tot ziens. Broeder Romanus.” (“DB”, januari 1963)
Karel De Laet (Broeder Romanus) geboren te Leest op 20 september 1896 trad in het klooster op 20 april 1914 en hij vestigde zich in 1923 in Canada waar hij overleed op 4 februari 1978. (Afbeeldingen onderaan)
1962 – 9 december : Cyclo-Cross te Leest De veldrit van 9 december kreeg veel aandacht in de pers. De rit was 24 km lang en bood voor 10.000 frank aan prijzen. Inschrijving en prijsuitreiking vonden plaats bij Frans De Laet in het Dorp. De start werd gegeven om 14u30.
G.v.M. van 6 december : “Zondag a.s. geven de crossliefhebbers afspraak te Leest waar de Gebr. Piessens andermaal voor de uitgave van hun jaarlijkse cross zullen zorgen. Begrijpelijk dat de Jan en broer “Jupi” dit jaar geen startgelden zullen betalen…de zware financiële strop van in 1960 woog inderdaad te zwaar door…Zo oordeelden zij het nuttiger van nog een jaartje te wachten om het opnieuw te wagen met betalende vedetten. In elke geval men verwacht zondag toch enkele vedetten aan de start te Leest…” (Foto’s van de gebroeders Piessens onderaan)
G.v.M., 10 december : Te Leest kwam verrassing van HARRY DE PRETER“Er waren ondanks het slechte weder nog 45 renners opgekomen te Leest, waar het parcours door dooi en regen van zondagmorgen, vrij zwaar lag. Gelukkig dat de inrichters op het laatste ogenblik hun omloop veranderd hebben, ander zou het ongetwijfeld te zwaar geweest zijn. Voor de start klaagden de meeste renners over stijve ledematen, een gevolg van de veldrit van zaterdag te Overijse, waar er een aardig stukske moest gelopen worden. Misschien dat daar de reden ligt, dat Harry De Preter een zeer verrassende maar alleszins verdiende zege behaalde. Na de eerste (van de zeven) ronden ging hij met Lode Van den Bosch het duo Mattheussen-Willems met 15” vooraf. René De Rey moest na de eerste ronde de strijd reeds staken ingevolge versnellingsbreuk. In de derde ronde, toen de twee vluchters hun voorsprong hadden opgedreven tot 20”, sloeg De Preter onverwacht toe en Lode Van den Bosch moest lossen…
De uitslag 1.DE PRETER Harry (Emblem), 22 km in 1u13’; 2.Vermaelen Roger; 3.Willems Rik; 4.Van den Bosch Louis; 5.Simons Henri; 6.Scheirs Leon; 7.Philps Tor; 8.Matheussen Jos; 9.Harrings Hub. (N) ; 10.Spaepen Karel; 11.Goossens Luc; 12.Sonck Fr.; 13.Quintens Pol; 14.Ertveldt Fr.; 15.Van Hoecke I.; 16.Coehorst Leo (N); 17.Van Riet André; 18.Verdickt Jos; 19.Blavier J.; 20.Luyckx J.
G.v.M., 14 december : Harry De Preter zag kans en greep ze met beide handen te Leest“Zondagmorgen zaten de “Jupimannen” met een klein hartje en met een beetje hoop dat het weder, dat zondagmorgen heel slecht was, toch nog zou beteren. Rond het middaguur sloten de hemelsuizen zich en kwam de zon er zelfs af en toe eens door. Zoveel te beter voor Jan Piessens “and his boys” die op het laatste ogenblik nog een en ander aan hun parcours hadden gewijzigd ter oorzake van de plotse dooi en regen die van het geheel een slijkachtig gedoe hadden gemaakt. Toch was er volk, veel volk zelfs dat de bij momenten bulderende wind op de Zennedijk trotseerde. 44 renners deden dat eveneens, maar hebben niet lang gewacht om aan de kijkers te tonen om wie het deze keer zou gaan. De Preter greep de kans om de plaat te poetsen en fietste in een waarlijk sierlijke stijl over de bekende Zennedijk. De enige “Mechelaar” die te Leest zijn man stond was Rik Willems, die op de 3de plaats aantikte…”
Foto’s : -Karel De Laet (Broeder Romanus). -Naar een tekening van Georges Herregods. -De inrichters van de cyclocross te Leest : de broers Jos en Juliaan “Jupi” Piessens.
1962 – December : Sinter Klaas Door de zorgen van de KWB bracht de Heilige man, met zijn grote boek en zijn zwarte knecht, die maand een bezoek aan de kinderen van de K.W.B.-leden.
1962 – Barre winter De winter van 1962 was er een om nooit te vergeten. Het vroor tot -25 graden. De Schelde was dicht van Antwerpen tot Temse. De bevroren golven aan zee vormden een muur van ijs. Het dierenvoer was vervroren zodat er schaarste heerste, ook veel waterleidingen waren stuk gevroren. (KH) Veel kinderen uit Leest fietsten naar hun school te Mechelen op de dichtgevroren Leuvense vaart. Een onvergetelijke ervaring.
1962 – Decembernummer “De Band” : Soldaat L. HUYSMANS vanuit Westhoven “Eerst en vooral moet ik me verontschuldigen voor het lang uitblijven van mijn eerste briefje, ik had er nog niet aan gedacht maar bij ’t leger is er veel te denken. Ik ben in Turnhout binnengegaan de 2de juli om het vaderland zo goed en zo kwaad mogelijk te dienen maar na 5 dagen achtte men mij daar zeker overbodig want ze hebben me dan naar Westfalen, Duitsland gewalst. Hier heb ik dan 2 maanden Genie opleiding gehad en ook een paar bruggen gebouwd. Nu de opleiding achter de rug is hebben ze me in de keuken van de O/Off. gezet als hulpkok. Dat betekent dat ik van de Vlaggegroet af ben, van dril, oefeningen, enz. Langs deze weg maak ik gebruik om al mijn vrienden te groeten en vooral mijn lotgenoten. De beste groeten aan de redactie van De Band voor het regelmatig opsturen van De Band, Parochieblad en Zondagsvriend. Nogmaals hartelijke dank en tot later.”
1962 – Decembernummer “De Band” : Nieuws van de Landelijke Jeugd “Het is wel een hele tijd geleden dat er nog een verslag in De Band gestaan heeft van de Landelijke Jeugd, we zullen dat eens vlug herstellen. Op het ogenblik staan we er goed voor; het aantal leden is zo ongeveer veertig, maar ze zijn niet altijd aanwezig. Het is zeer opvallend als er een feestje is of er is iets speciaal op de vergadering dan is het ledenaantal groot, dan wanneer het op de gewone zondagen minder is. Beste ouders, zet er uw kinderen toe aan naar onze vergaderingen te komen, ze krijgen er een gezonde ontspanning en leren er zich aan elkaar aanpassen. De laatste tijd is het ’s zondags steeds goed weer geweest, zodat we heel de tijd buiten konden spelen. Vanzelfsprekend beginnen we onze namiddag met de formatie en een aanmoedigend woordje van Z.E.H. Pastoor, dan komt de beurt aan het spel. Zo deden we over een paar zondagen een dropping met de Zonnebloemen; ze moesten allemaal in een afgeschermde auto; op de vraag of ze allemaal goed zaten was het antwoord ”ja, maar we zijn precies haringen in een kaske”. Aan het vliegplein te Grimbergen mochten ze uitstappen (het was hoog tijd ook), van daaruit zijn ze vertrokken in twee groepen te voet en om het eerst weer in het lokaal. Of ze de volgende nacht goed geslapen hebben moet ge niet vragen. Een volgende zondag was het een beruchte dag voor de Madeliefjes. Ze waren in het lokaal gezellig aan het knutselen, één van de Madeliefjes moest naar de winkel voor een schaar ; toen er een tijdje later een paar naar buiten gingen ontdekten ze een brief aan de deur met de belangrijke mededeling : “Meisje geschaakt, zoek brief met voorwaarden”. Ge moet natuurlijk niet vragen hoe bang ze allen waren, ze gingen op zoek en vonden zes brieven met voorwaarden die ze moesten vervullen alvorens het meisje terug te krijgen. Het was een herrie van belang, ze dachten er reeds aan de politie er bij te halen, maar dat was ten strengste verboden vanwege de kidnappers. Na een hele namiddag zoeken werd hun moeite beloond; tussen de struiken vonden ze hun Madeliefje en toen volgden vragen met de vleet. Tot hun grote verbazing vernamen ze dat de boze ontvoerders niemand anders waren dan de ZONNEBLOEMEN. Op zondag 11 november hebben we onze St. Maartensviering gehouden; alhoewel het zeer koud was hebben we een aangename dag gehad. Beste mensen van Leest, in naam van heel de Landelijke Jeugd ben ik u zeer dankbaar voor het goed onthaal met St Maarten. Het heeft weer een lege plaats gevuld in onze kas. De volgende vergaderingen is ieder Madeliefje en iedere Zonnebloem op post. Vloeberghen Maria.”
1962 – Decembernummer “De Band” : Soldaat Hieronymus VERBRUGGEN. -Saffraenberg (niet gedateerd) : “Allo Leest…hier Saffraenberg. Hier dan eindelijk een brief van den Tomme, hoor ik sommige redactieleden van De Band tegen elkaar reeds zeggen als zij mijn epistel onder ogen krijgen. Inderdaad, ik ben reeds sinds de 1ste oktober bij het leger en heb tot nu toe niet van mij laten horen. Samen met mijn verontschuldigingen voor mijn te grote onverschilligheid (mea culpa 3x), beloof ik jullie in de toekomst een beetje meer van mij te laten horen. Jullie vragen zich waarschijnlijk af hoe het met mij gaat ? Wel, ik begin de meeste kenmerken, die aan alle schachten eigen zijn, stilaan maar zeker af te leggen en de onwennigheid van de eerste weken verdwijnt meer en meer. Vandaag de dag ken ik de sergeanten reeds in deze mate, dat ik automatisch begin aan te voelen wat toegelaten is en niet zonder tegen de lamp te vliegen. Hier in Safraenberg is het aangenaam soldaatje te spelen. Primo, bij de Luchtmacht is men wel wat minder streng dan bij de kaki’s, en secundo, wij mogen elke week naar huis. Voor mijn part mogen sommige zgn. “Durs” beweren dat dit laatste voor hen geen rol speelt, ik blijf bij mijn mening dat in vergunning of verlof komen, toch de schoonste dagen van een soldatenleven zijn. Het enige waarover ik zou kunnen klagen zijn de talrijke en veelal onaangename karweien, die men ons ’s avonds voor de voeten schuift. Maar kom, anders zouden wij het hier wellicht te goed hebben. Als slot dank ik jullie ten zeerste voor het toezenden van de “Zondagsvriend” en groet allen hartelijk.”
-H. Verbruggen vanuit Brustem, niet gedateerd (gepubliceerd in “DB” van februari ’63) : “Als ik deze brief begin te schrijven, zijn de “mannen van Milac” in Leest wellicht bezig met zenuwachtige haast de laatste schikkingen te treffen voor het welslagen van hun jaarlijkse grote knalavond. Het lijkt me bijna overbodig jullie een fantastisch succes toe te wensen, zodanig ben ik ervan overtuigd dat het een schitterend geslaagde avond zal worden. Jullie verdienen trouwens meer dan wie ook, dat uw onversaagde ijver om De Band tussen Leest en zijn soldaten gaaf en solied te houden door de mensen van de parochie geapprecieerd wordt en dat de sympathie die uw werk verdient tot uiting moge komen door een talrijke aanwezigheid van de mensen op uw toch reeds gunstig gekende jaarlijkse feestavond. Ik voel mij ook ten zeerste verplicht jullie welgemeend te danken voor de mooie en praktische brievenmap die mij ter gelegenheid van de Week van de Soldaat van uwentwege bezorgd werd. Het geeft altijd een aangenaam warm gevoel door een geschenk eraan herinnerd te worden dat een aantal onbaatzuchtige mensen vrijwillig en spontaan ten dienste staan van ons, jongens in het leger. Nu de daverend hardnekkige vriesperiode definitief voorbij schijnt te zijn, voel ik mij ook noodgedwongen terug uit mijn schelp te komen om nog wat nieuws over mijn persoonlijke status in het leger mee te delen. Wel, ik ben voor het ogenblik (en dit waarschijnlijk tot het einde van mijn dienst) gekazerneerd te Brustem op het Militair Vliegveld, waar de Belgische en Nederlandse leerling-piloten opgeleid worden om op straaljager te vliegen. Ik zit hier op de weerkundige dienst en mijn job bestaat er hoofdzakelijk in te “plotten”. Waarschijnlijk vergt dit woord voor de oningewijde wel een beetje uitleg. Plotten is het op de weerkaart vastleggen van meteorelogische berichten, die volgens internationale, nationale en regionale codes en codevormen uitgewisseld worden tussen de verscheidene burgerlijke en militaire weerkundige stations. Deze codeberichten worden alle uren per teleprinter over gans West-Europa doorgeseind. Elk codebericht bestaat als regel uit een of meerdere groepen van vijf cijfers, veelal voorafgegaan door een codewoord zoals bv. “SYNOP” voor het waarnemen aan het aardoppervlak, “SHIP” voor de weerrapporten van schepen, “AIREP” voor een weerrapport van verkeersvliegtuigen, etc. Zo bestaan er een twintigtal verschillende codes. Voor elk codebericht geldt een codevorm, waarmee de volgende van de te rapporteren gegevens is vastgelegd. Deze codevorm wordt weergegeven door middel van symbolenletters. De opeenvolging van de symbolenletters noemt men de symbolische vorm van het codebericht. Op de plaats van elke symbolenletter wordt in het weerkundig bericht een cijfer ingevuld waarvan de betekenis is omschreven in codetabellen met codecijfers. Wilt u mij verontschuldigen voor deze nogal sterk didactisch getinte uitleg, maar ik vond geen ander middel om u te verklaren hoe de meteorologische berichten worden doorgegeven en waarin mijn werk hier bestaat. Zo zal ik nog gedurende 7-1/2 maand tijdens mijn legerdienst met het weder af te rekenen hebben, totdat ik moe en afgemat (HM !) van de “depressieve toestand” waarin een soldaat tijdens zijn dienst (vooral in de week) verkeerd, terug definitief zijn burgerpak mag aantrekken. Ik groet u allen.”
Hieronymus ‘Jeroom” “Tomme” Verbruggen was te Leest geboren op 25 september 1937 en hij overleed er op 6 juni 2017. Den “Tomme” was o.a. Ridder in de Leopoldsorde, Ererechter in handelszaken en Erevoorzitter van het Davidsfonds Leest. Hij was gehuwd met de directrice van de meisjesschool Paula Bradt die hem vier kinderen schonk : Koen, Machteld, Frank en Veerle. (Foto’s onderaan)
1962 – Zondag 2 december : 1ste Grote Duivenkampioenenviering van het verbond Noord-Zuid te Kapelle-op-den-Bos Vorig duivenseizoen werd er een Noord-Zuid duivenbond gesticht bij de afdeling Kapelle-op-den-Bos waarbij Battel, Heffen, Hombeek en Leest samensloten. Deze bond bestond uit ongeveer een 500-tal aangesloten duivenmelkers. Die zondag werd door dit verbond een eerste grote duivententoonstelling met kampioenenviering ingericht in de zaal “De Toekomst”. Het werd een groot succes. Ongeveer een 250-tal diertjes van de beste liefhebbers stonden er ten toon. Achtereenvolgens werden de kampioenen naar voor geroepen om uit handen van de voorzitter een diploma en een geldprijs te ontvangen. De uitslagen van de Leestenaars : Uitslag Kampioenschappen 1962 : Quiévrain : 1ste getekende, oude duiven : Jaak Publie, Leest. 1ste en 2de Getekende : 2. Jaak Publie, Leest. 3. Juul Geerts Leest. Jaarlingen : 3. Jaak Publie, Leest. Algemeen Kampioen : 1. Jaak Publie, Leest. (GvM, 5/12) (Zijn foto’s onderaan)
Jaak Publie was te Leest geboren op 15 april 1900 en hij overleed te Mechelen op 20 januari 1995. Jaak was gehuwd met Bertha Boey (°Hombeek 9/7/1903, +Mechelen 23/12/1990).
Foto’s : -Hieronymus ‘Jeroom” “Tomme” Verbruggen met zijn echtgenote Paula Bradt. -Op latere leeftijd. -Den “Tomme” hijst de Vlaamse Leeuw tijdens een Posse Leest. Op de achtergrond de woonst van de familie Verbruggen-Bradt in de Kouter. -Twee foto’s van de Algemeen Kampioen van het voorbije duivenseizoen Jaak Publie.
1962 – 6 november – G.v.M. : Verkeersongeval op de Juniorslaan “Op de Juniorslaan te Leest kwam de slippende personenauto bestuurd door Jan Boey uit Kapelle-op-den-Bos terecht tegen de woning van P. Huysmans. Boey werd hierbij licht gewond maar zijn voertuig raakte zwaar beschadigd.”
1962 – 15 november – G.v.M. : Verkeersongeval “Op de Brusselsteenweg te Mechelen had een verkeersongeval plaats tussen de fietser Sylvain Van den Avont (Foto onderaan) uit Leest en een onbekende bromfietser. De eerstgenoemde werd hierbij licht gewond.” Sylvain was te Leest geboren op 28 december 1946 en hij overleed te Battel op 2 februari 2026.
1962 – 15 november – G.v.M. : Advertentie “Uit de hand te kp HUIS met stal en schuur, 30a bebouwd en niet bebouwd. Bezichtigen zaterdag tussen 14 en 16 uur. Victor Troch, Dorpstraat 22 Leest.”
1962 – 17 november – G.v.M. : Advertentie “Burgershuis te huur, modern geïnstalleerd, gelegen Kouter 62, Steenweg op Mechelen. Leest. Bevragen Wwe Verbruggen, Tiendeschuurstraat 8 Leest.”
1962 – 20 november : Overlijden van Maria Ludovica PEETERS Gepubliceerd in GvM van 23 november : “Men verzoekt ons het overlijden te melden van Mevrouw Maria Ludovica PEETERS, lid van de Bond van het H. Hart. Biddend lid van het Maria Legioen echtgenote van de heer Lodewijk VAN ASBROECK. Geboren te Leest op 7 februari 1891 en godvruchtig overleden te Mechelen op 20 november 1962, voorzien van de HH. Sacramenten der stervenden en de Pauselijke zegen “In Articulo Mortis”. De plechtige lijkdienst, gevolgd van de begrafenis in de familiekelder op het gemeentekerkhof van Leest, zal plaatshebben op zaterdag 24 november te 11 uur, in de parochiekerk van St.-Jan Berchmans te Mechelen (Brusselse steenweg). Vereniging aan het sterfhuis, Schonenberg, 323, te 10 uur.” (Noot : zij was een telg van de grote familie Peeters uit de Koeistraat/Tisseltbaan)
1962 – 23 november – G.v.M. : Verkeersongeval “Op de Koningin Astridlaan te Mechelen tussen de vrachtauto bestuurd door Cyriel De Smet uit Leest en de personenauto bestuurd door Agnes Levain uit Nederbrakel.”
1962 – 29 november : Soldaat Albert DAELEMANS vanuit St.Kruis Brugge : (Foto’s onderaan) “Hier ben ik dan weer eens met een briefje van uit de kazerne van de zeemacht te Brugge. We hebben gisteren onze overplaatsing gehad, we zijn overgegaan naar de elektriciteit techniek. Onze eerste opleiding is dus voorbij. De eerste vier maand zullen we nog wel geen boord zien. Na onze opleiding in de techniek, dan weten we niet waar naartoe. Terwijl we hier nu zitten opgesloten achter draad en muren, maar de tijd vordert goed, het is nu toch mijn tweede maand dat ik het vaderland al verdedig. We slapen hier in hangmatten en de eerste nacht als ge daarin ging slapen dan wiegde die altijd over en weer en dan was het alsof ge zeeziek werd; voor ’t ogenblik slaap ik er opperbest in. Nu ik hier toch zit te schrijven stuur ik de beste groeten aan Milac en alle soldaten van Leest en aan de B.J.B.”
-Albert Daelemans vanuit Lombardzijde (datum onbekend) : “Hier dan nog eens eindelijk wat nieuws van een matroos soldaat. De 29 maart hebben we onze boel genomen en zijn we naar Nieuwpoort gekomen om aan boord te werken en voorts in de kazerne te slapen. Als ik hier door het venster zie, dan zie ik 17 kustmijnvegers liggen en 6 riviermijnvegers. De riviermijnveger is de kleinste der schepen die de Belgische Zeemacht bezit. Het is aan boord van zo een dat ik zit, namelijk de Merksem M.476. (Foto onderaan) De dagen gaan hier zeer goed voorbij, ja dat is wel te verstaan, alles eens proberen aan boord, want ik ben de enige elektrieker die zich aan boord bevindt. Ik ben baas over mijn eigen. Ik moet de redactie van De Band nog danken voor het regelmatig toesturen van De Band, het Parochieblad en voor de geschenkjes die ik al heb mogen ontvangen. Intussen stuur ik de beste groeten aan alle soldaten en toekomstige soldaten en aan de B.J.B.”
1962 – 30 november : Leest en Battel trefpunten der crossliefhebbers G.v.M. : “Cyclo-cross op 9 en 16 december, de laatste veldritten in ons gewest. In afwachting kondigt Leest, met de gebroeders Piessens met hun “Jupi”, haar 7de Grote Prijs aan, dit met de financiële medewerking van de neringdoeners en handelaars uit Leest. Verder verlenen de Hombeekse Sportvrienden, het Vliegend Wiel Leest en Pannenhuis Heffen hun medewerking aan deze organisatie. Inschrijving Café De Zwaan, bij De Croes, aankomst ter hoogte van café De Vlaamse Leeuw, waar tevens de prijsuitreiking plaats heeft. Vertrek te 15 uur voor 8 ronden of 22 km. De inrichters van Battel kondigen de deelname aan van oud-wereldkampioen Rolf Wolfshohl alvast aan.” (Foto onderaan) Meer details over deze cross : 9 december.
1962 – 30 november – G.v.M. : Ongeval met Jozef Nuytkens “Aan de Adegempoort te Mechelen botsten Jozef Nuytkens uit Leest met zijn bromfiets op de voetgangster Joanna Van Wichelen uit Mechelen. Deze laatste werd licht gewond.”
Foto’s :
-Sylvain Van den Avont werd licht gewond.
-Albert Daelemans op oudere leeftijd.
-Zijn tijdelijke biotoop : de mijnenveger Merksem M.476.
1962 – Zondag 28 oktober : De Chiro-jongens vierden Kristus Koning
“…Toen de kerktoren van Leest tien zware slagen over de velden joeg waren aan zijn voeten reeds een groep leiders en jongens aan ’t werk in het chirolokaal en in de zaal van Ons Parochiehuis om alles in orde te brengen voor de namiddag. In het lokaal werden de nummertjes die zouden opgevoerd worden nog eens duchtig herhaald en ingestudeerd. In de zaal was het een klaarzetten van tafels en stoelen van jewelste. Daarna werden de tassen en telloren te voorschijn gehaald en spoedig waren er een tiental vlugge handen bezig met ze op tafel te zetten. Een paar leiders installeerden ondertussen pick-up en micro want er zou muziek zijn bij het eten en de niet al te hard klinkende stemmen of muziekinstrumenten zouden moeten versterkt worden door de micro. Om halféén was al het voorbereidend werk ten einde en kon er even op adem gekomen worden. Doch reeds om kwart na één stond onze groep vertrekkensgereed op het Dorp om in mars naar het kapelleke van de Juniorslaan te stappen. Meer dan 50 bruine uniformen stonden prachtig gerijd opgesteld en bij het bevel “voorwaarts-mars” daverde de beton van de cadans. Voorop marsjeerde de muziekkapel : drie landsknechten, vier paradetrommels en vier trompetten. Deze deden al vlug de huizen daveren met een trommelmars. Daarop volgden de groepsbanier en de drie afdelingsbanieren en tenslotte drie lange rijen Chirojongens. Om twee uur werd de Kristus-Koningstoet gevormd en met de Chiro vooraan bracht deze manifestatie openbaar hulde aan Kristus onze Koning. Na het Lof stapten we in een korte mars naar de zaal, waar de muziekkapel de ouders van de Chirojongens begroette met een in ’t begin aarzelende doch spoedig zelfzekere serenade. Zoals het past werd dit Kristus-Koningfeest aangevat met de openingsformatie. Voor deze openingsformatie stond niet gans de groep op het podium vermits dit te klein is geworden voor onze groep. Daarna volgde de Kristus-Koningshulde, het hoogtepunt van dit feest. Vier afgevaardigden van de afdelingen : een burchtknaap, een knaap, een kerel en een leider bewezen, in naam van al hun makkers, eer aan Kristus door een korte, welgemeende hulde. Na het welkomswoordje van E.H. Proost en Groepsleider Karel aan de ouders, die spijtig genoeg niet te talrijk waren, werd de reeks nummertjes ingezet door de burchtknapen, de jongsten, die twee plezierige liederen zongen en daarbij voor een sobere doch welgelukte uitbeelding zorgden. De burchtknapen lieten eens zien wat ze konden op gebied van zang en uitbeelding. Zonder het minste tijdverlies werd het filmdoek geïnstalleerd en weldra verschenen op het doek honderden lachende, juichende, vechtende Chirovrienden. Het filmpje was opgenomen op de Meivaart te Hombeek waaraan onze groep deelnam. Niet weinig jongens keken verrast op toen ze hun eigen gezicht of dat van hun makkers in kleuren op het doek zagen verschijnen. De drie korte kluchtfilmpjes die daarop volgden konden de pret enkel maar verhogen. Zo was het ongeveer vijf uur geworden en nog was er niet van eten gesproken. Daar werd nu een aanvang mee gemaakt na het gezamenlijk gebed. Heerlijk ruikende koffie werd opgediend en lachende jongensmonden en gemoedige ouders lieten zich de koeken goed smaken. Tijdens het eten werden er lotjes verkocht van de tombola want die prachtige prijzen die daar van voor stonden moesten een eigenaar vinden op het einde van het feest. Vooraleer het tweede gedeelte begon kwam de Landelijke Jeugd binnen om te komen kijken en luisteren naar de nummertjes. De kerels startten ditmaal met een aardig schimmenspel : een operatie. In de zaal werd er gehuiverd en gelachen bij het zien van zulke gruwelijke en tevens onverstaanbare behandeling, maar het was wel allemaal trucage hoor. Een wit doek en een sterke schijnwerper doen het uitstekend om de onschuldigste behandeling als iets afgrijselijk te projecteren. Daarna kwamen de burchtknapen aan het woord met hun nummertje : “Professor Kumulus geeft opstel-les” welke een grote dosis lachwekkende schranderheid inhield. Het laatste nummertje van de burchtknapen was het “Kozakkenkoor” waarin een klein zangertje de dirigent, die reeds een paar man achter de schermen een kopje kleiner had gemaakt, naar de andere wereld hielp en triomfantelijk zei “Kapotski”. De rol van kleine zanger werd gespeeld door Joske, de jongste van de groep. De kerels kwamen nog een laatste maal op met “De Bloempot” waarin de politie eens getoond werd hoe ze soms bij de neus genomen wordt. Van de twee burchtknaapleiders kreeg men in samenspel van mandoline en gitaar een reeks melodieën te horen die varieerden van Chiroliedjes over heimatliederen tot schlagers (kwestie van iedereen te bevredigen). Aan muziek ontbrak het deze dag niet want na elk nummertje speelde een knaap of een kerel een paar liedjes op blokfluit of melodica. De knapen, die tot hier toe niet veel van zich hadden laten horen, kwamen nu op de proppen met een kort toneelstuk in zo maar eventjes drie bedrijven. Opmerkelijk was de acteerkunst en duidelijkheid van uitspraak die deze voor het voetlicht brachten zodat iedereen deze klucht kon waarderen als een half-uurtje echt vrolijk lachen. Na dit toneelstukje werden de eigenaars uitgeloot van de prijzen. Oud-leiders Louis, Jos en Jan, waren aanwezig en deze laatste twee zorgden er voor de prijzen met de nodige commentaar bij de gelukkige winnaars te doen belanden. Tot slot richtte groepsleider Karel het woord tot allen om hen te bedanken voor hun sympathie en wenste iedereen wel thuis. De donker en de stilte waren over het dorp gevallen en deze dag van Kristus-Koning was voorbij. Zo goed ze kon heeft de Chiro op deze dag hulde gebracht aan Kristus-Koning. Deze dag was geen punt achter iets dat gedaan is, maar een nieuwe start, want ieder Chirokameraad weet dat straks het uur komt waarop hij zal zingen : “En ziet, ons Chirovendels treden aan, Ons wimpels waaien wapp’rend weer Waarrond wij trouw soldaten staan Voor KRISTUS DE KONING, dapper te weer.” Roger Silverans, “DB”, november 1962.
De groepsleider van de jongenschiro van Leest, Karel De Borger, was te Leest geboren op 5 maart 1944 en overleden te Kapelle-op-den-Bos in het WZC Akapella op 20 september 2019.
Foto’s :
-Groepsleider Karel De Borger tijdens twee fasen van zijn leven.
1962 – Oktobernummer “De Band” : Nieuws van de B.J.B.-meisjes
“DE TIJD IS CORTE, er is veel te doene, sijt fier te minne, ende coene !” “Vol verwachting trokken we zoals elk jaar op studiedagen ; dit jaar naar O.L.Vrouw Waver; 5 meisjes bestuursleden vertegenwoordigden er het bestuur van onze B.J.B. Bij onze aankomst werden we dadelijk opgenomen in de gemoedelijke sfeer die er op elke B.J.B.-bijeenkomst heerst. Na een stijlvolle formatie werden deze studiedagen ingezet met een H. Mis. Er stond ook deze eerste dag al een zeer interessante les op het programma. “WANNEER DE HEER HET HUIS NIET BOUWT” door Kan. DELMOTTE. Zo werd het dan vrijdagmorgen ; na een goede slaap werden deze studiedagen voortgezet. We werden verwend met een zang-uur onder leiding van Madeleine Jacobs. Monseigneur Hanssens van de Belgische Boerenbond was tegenwoordig. Kan. GHOOS, nationale Proost van B.J.B. en Boerinnengilde, legde ons de nieuwe Encycliek “Mater et Magistra” uit. En dan volgde de aanstelling van drie nieuwe groepsleidsters. Monsg. DAEMS, de bisschop van het zo pas opgerichte bisdom Antwerpen, had er aan gehouden zelf deze plechtigheid in te leiden ; hij sprak ons zeer gemoedelijk toe, het was zo zei hij, de eerste maal dat hij voor de jeugd optrad, en het was dan ook een zeer ontroerend ogenblik wanneer alle meisjes geknield de zegen ontvingen. Het was een dag geworden, die velen onder ons zich nog lang zullen herinneren. “MEISJE ZIJN” was een les gegeven door Godelieve De Meyer. De eigenlijke vrouwelijke waarden en talen werden er door naar voor gebracht. Een zeer elegante Heer nl., de heer Verhoeven, van de zeer gekende dansschool “Verhoeven” van Antwerpen, gaf een voordracht met enkele voorbeelden over “VROUWELIJKE ELEGANTIE” dit hield in : -Roeping van de vrouw in de moderne elegantie. -Noodzakelijkheid der elegantie daar tegenover. -Uitdrukkingsmiddelen der elegantie. -Houdingsleer-bewegingsleer. -Wellevendheidsvormen. -Geestelijke elegantie. -Hoge levensvisie, edelmoedigheid en welwillende dienstbaarheid. Dit werd werkelijk een zeer interessante les. En zo had deze tweede dag weer zijn taak volbracht. De zaterdag werd ingezet met een H. Mis. Lode Dieltjes, welbekend toondichter en koster van Berlaar, gaf een zeer belangrijke zangles. Een paar nieuwe liedjes werden aangeleerd. “WIJ WERKEN ALLEN” gesprekstechniek, ingeleid door Michel Huveners, nationale leider van de B.J.B.-jongens. ’s Namiddags werden die vele grote vraagstukken (vraagtekens) die al 2 dagen onze formatieplaats versierden, onze gemoederen nieuwsgierig en onrustig maakten, opgelost. Er werd nl een grote parade ingericht. Per gewest stapten we rond de formatieplaats. Rekening werd gehouden met stijl en algemene orde, ook met het uniform. 40 punten konden verdiend worden, maar…Mechelen moest zich tevreden stellen met 26,5 en met de grote troost dat 4 gewesten een buis behaald hadden. Ja, we vonden het zeer spijtig, er was geen vrachtwagen ter beschikking om die mee te brengen. Nu gingen we per sectie een vergadering houden, de gedachten waren er evenwel niet goed meer bij, ieder gewest had immers zijn geheimpje, voor de creatieve uitbeelding die opgevat was als een kwis ! De gewestvergadering werd voor ons alleen nog een goede kans om alle data’s vast te leggen voor het volgend werkjaar. Na wat heen en weer gepraat werden we het toch eens en hadden de nonnekens van ons gewest, waaronder eentje van Leest, en de Moeder overste hun kappeke over het hoofd gekregen ; ik moet bekennen het was een zeer strenge moeder overste, een devoot zusterke. De andere gewesten brachten hun thema ook zeer goed naar voor, als bijzonderste “circus, school, modeshow” waarin prachtige toiletjes gefabriceerd uit lakens en erepapier werden vertoond door zeer charmante mannequins. En dan…volgde het toppunt van deze avond : Het afscheid van onze Nationale Leidster, Juliana LIEVENS, ook dat van José DE BOODT, Nationaal Beroepsverantwoordelijke, die zich nu volop gaan inzetten voor de Boerinnenbond. Het was een avond vol verrassingen. En zo kwam de zondag en meteen de laatste dag aan de beurt. Juliana moedigde ons nogmaals aan om als apostelen in dienst van Kristus en de B.J.B. te staan. Annie THYS opvolgster van Juliana voelde de wijkleidsters van het arrondissement Mechelen en Antwerpen even aan de tand. De slotles werd gegeven door onze Diocesane Proost Z.E.H. Van Broeckhoven. En zo kwam de viering van het H. Misoffer, gezongen in het Nederlands. We verenigden voor de laatste maal op de formatieplaats en in twee grote kringen werd het afscheidslied gezongen. Ja…schone dagen zijn het geweest want, “JEUGD IS DE BRUG NAAR HET VOLLE LEVEN, DE TOEKOMST STRAALT VOOR ONS, WANNEER WE ONS DAPPER VOORBEREIDEN OM ONZE TAAK OP TE NEMEN. ONZE JEUGDBEWEGING MOEDIGT ONS AAN EN IS DE WEGWIJZER.” Vertel dit aan deze die het nog niet weten : “ZONNIGE, BLIJE MEISJES WORDEN ALLEN UITGENODIGD”, zij horen bij ons. Beullens Jeanne.”
Onze dorpsgenoot Achiel Van Winghe kwam aan de Winketbrug te Mechelen met zijn bromfiets in aanrijding met een personenwagen toebehorende aan de heer Servaes uit Anderlecht. Gelukkig liep alles goed af.
Francois Boey had botsing
Ook Francois Boey had een botsing voor met zijn wagen, die door de gladheid van de baan op de Juniorslaan slipte, en terecht kwam tegen een voordeur die vernield werd. Het voertuig zelf werd zeer erg beschadigd.
Gelukkig verloop – Grondverschuiving in de Molenstraat
Tijdens de uitvoering der werken voor de waterleiding in de Molenstraat deed er zich een grondverschuiving plaats die erge gevolgen had kunnen hebben. Een werkman die in de gracht stond voelde de turfgrond wegschuiven, maar ook de opgeworpen aarde zakte en hij werd er door bedolven. Gelukkig werd hij door zijn collega’s uit deze penibele situatie bevrijd.
Melanie De Mayer brak een rib
Terwijl Melanie De Mayer op een ladder stond, samen met haar zoon, begaf deze en brak. De zoon kon wegspringen, doch de moeder viel op een kuip en brak een rib.
Armbreuk voor Leopold Piessens (Foto’s onderaan)
Ook mag nog van een betrekkelijk gelukkig verloop gesproken worden ten overstaan van Leopold Piessens, die bij de uitvoering van een herstelling aan elektriciteit, op een bepaald ogenblik onder de stroom werd genomen, met het gevolg, dat na de uitschakeling ervan, hij door een val een breuk opliep aan het opperarmbeen. Na verpleging van enkele dagen in een kliniek kon hij huiswaarts keren en zal de normale genezing moeten afwachten. Dit ongeval had ergere gevolgen kunnen hebben.
De naam Pol Piessens had een vertrouwde klank in het Mechelse en ver daarbuiten. Pol was een zoon van den Blokmaker Jan-Frans Piessens en van moeder Melle Robijns. Hij was gehuwd met Angéle Van Praet . Toen in 1960 de vloerbekleding een andere functie gaf aan de pantoffel, schakelde hij over naar de specialisatie van vinyl-vloerbekleding. Het werd van bij de start een schot in de roos. In 1967 opende hij een winkel op de Battelsesteenweg te Mechelen. Ze verkochten er naast tapijten, behangpapier en meubelen. Later werd dit gamma aangevuld met verf en nevenproducten. Meer over Pol Piessens in deze Kronieken : 19/2/1985 bij het 25-jarig bestaan van de zaak. Pol Piessens was te Leest geboren op 28/3/1916 en hij overleed te Mechelen op 14/6/1980.
1962 – Zondag 7 oktober : Het Rozenhoedje aan de Lourdesgrot
Elke zondag van de maand oktober werd om 18 uur het Rozenhoedje gebeden aan de Lourdesgrot in de Kouter. Alle parochianen maar vooral de geburen werden dringend uitgenodigd. (GvM, 8/10)
1962 – 22 oktober : Treinongeval
“Aan de onbewaakte overweg tussen Leest en Hombeek kwam de personenwagen bestuurd door Louis Muyldermans, wonende Expoelstraat te Hombeek, met een trein in botsing. Terwijl de personenwagen bijna totaal vernield werd, kwam de chauffeur toch ongedeerd uit het avontuur.” (KH-GvM)
Foto’s :
-Twee foto’s van de Leestse zakenman Pol Piessens.