Inhoud blog
  • Geopolitieke situatie
  • 27/3 Zuidoost-Azië komt piepend en krakend tot stilstand - Niburu
  • 27/3 Trump heeft de neiging toe te slaan op het moment dat er wordt onderhandeld - Niburu
  • 27/3 Het nieuwe Gethsemane van de Kerk - MOME zusters - O Crux Ave
  • 5 APRIL, EEN SPECIALE DAG
  • 20/8/2006 Ik zal Mijn volk behoeden voor nucleaire vernietiging! - Myriam Corsini
  • 13/3 In het kruis liggen vreugde, de volmaaktheid van de deugden en de bekroning van de heiligheid - Chantal Magby
  • Boodschappen aan Pedro Regis (tot 26/3)
  • 17/3 Als je oordeelt, zul je geoordeeld worden; als je bemint, zul je bemind worden - Gérard
  • De geseling van Jezus - in de geschriften van A. K. Emmerick
  • 26/3 God toonde mij april - Great Miracles Avenue
  • Geopolitieke situatie
  • H. Hart van Jezus
  • 26/3 De uitkomst is het enige dat telt - Niburu
  • Bruid van het Lam
  • 20/3 Vertrouw Mij alles toe wat je bezwaart - Christine
  • 22/3 Blijf dicht bij Mijn smartvol Hart! - Angelica
  • 9/3 De beproeving van de ziel (deel 1) - Maria voor de Goddelijke voorbereiding van harten
  • Boodschappen aan Gisella Cardia (tot 25/3)
  • geopolitieke situatie
  • 25/3 God wil dat Zijn kinderen waakzaam zijn - Unknown Prophet
  • 25/3 Drie vergeten gebeden voor zielen in het Vagevuur - Uniquely Mary
  • 24/3 OLVrouw openbaart hoe Jezus denkt over rijkdom - Uniquely Mystic
  • 25/3 Ik zag iets ergers aankomen - Great Miracles Avenue
  • 25/3 De beruchte Laura Loomer kondigt nieuwe 9/11 aan, maar dan vele malen erger - Niburu
  • Eerherstel aan het Onbevlekt Hart van Maria
  • Boodschappen aan John Leary - 79
  • Geopolitieke situatie
  • 22/3 LAAT DE ZIEL ZEGEVIEREN - Angelica
  • 22/3 Mijn hart juicht in jou wanneer je je verheugt - Frank Möller
  • De boodschap aan Maria
  • Boodschappen aan Gisella Cardia (tot 21/3)
  • Geopolitieke situatie
  • 24/3 Nigeria zal groot lijden ervaren - Jerome Chong
  • Via Matris Dolorosae
  • Boodschap aan Pedro Regis (21/3)
  • 21/3 Terugkeer naar het Onbevlekt Hart - 2
  • 23/3 Waarom God mij de Opname toont in 2026 - Great Miracles Avenue
  • Boodschappen van de gebedsgroep van Beatrice
  • 22/3 Je zult deze beproeving bij je dood ondergaan - Uniquely Mary
  • 13/8/2006 In Mijn Onbevlekte Hart zal het Onbevlekte Hart van Maria zegevieren - Myriam Corsini
  • 23/3 Zullen ze echt de Al Aqsa moskee opblazen? - Niburu
  • 23/3 De oorlog tussen Israël en Iran is pas net begonnen - Niburu
  • 21/3 Bid dat Satan die lichamen mag verlaten; zij zijn nog steeds kinderen van God! - Angelica
  • Geopolitieke situatie
  • 20/3 NEE AAN OORLOG, JA AAN VREDE! - Angelica
  • 22/3 Laat de wegen van de wereld en van de zonde achter je - Marco Ferrari
  • 21/3 De Hemel gebiedt zijn engelen je uit deze wereld te tillen vóór de grote ramp - Myriam Corsini
  • 22/3 Terugkeer naar het Onbevlekt Hart - 2
  • 23/3 Nieuwe vuurbollen - Stefan Burns
  • 22/3 Terugkeer naar het Onbevlekt Hart - David Rodriguez - Mother & Refuge
  • Luz de Maria over de boodschap van 18/3 - Revelaciones Marianas
  • 22/3 Wordt Duitsland via Ramstein de oorlog met Iran in getrokken? - Niburu
  • 17/3 Keer met heel je hart tot Mij terug - Christine
  • Geopolitieke situatie
  • 18/3 De duisternis daalt neer over de wereld - John Martinez
  • 7/3 Je hebt niets nodig. - Susan Skinner
  • Boodschappen aan Gisella Cardia (tot 17/3)
  • 8/3 Boodschappen van OLVrouw van Zaro
  • 18/3 Een oproep tot vasten, gebed en de kreet van Nineve - Pillars of Faith - Dank aan Martine
  • 20/3 Ik bereid een nieuwe wereld voor. - Zr Beghe
  • Geopolitieke situatie
  • 21/3 Was Donald Trump 'voorbestemd'? - Niburu
  • 21/3 Dit is wat je minimaal in huis moet hebben voor noodgevallen - Niburu
  • 21/3 Wat zijn spirituele gaven? - Unknown Prophet
  • 13/3 Boodschap van OLVrouw, Rosa Mystica, Koningin van de Vrede aan Eduardo Ferreira
  • Geopolitieke situatie
  • 21/3 Een geopenbaarde tijdslijn - 2
  • 21/3 Een geopenbaarde tijdslijn - het gouden net - Pr Michel Rodrigue
  • Boodschappen aan Pedro Regis (tot 19/3)
    Zoeken in blog

    GOD IS LIEFDE!
    Archief
  • Alle berichten
    Mijn favorieten
  • Mijn Bibliotheek
  • Oude Blogsite
  • Levend_geloof

    27-03-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geseling van Jezus - in de geschriften van A. K. Emmerick

    De geseling van Jezus - in de geschriften van A. K. Emmerick

    Hierop dreven de beulen de mishandelde, mismaakte, bespuwde Heiland door het gedrang van het razende en schreeuwende volk naar de geselkolom op het forum. Onderweg hielden zij niet op Hem met hun korte stokken hard te stoten en te slaan. Op dit forum ten noorden van het paleis van Pilatus brachten zij Jezus bij een geselkolom, die hier vóór een van de zuilengangen die de markt omringden, niet ver van het wachthuis stond. De beulen kwamen nu op Jezus af en wierpen hun zwepen, roeden en koorden bij de kolom neer. Het waren 6 bruine mannen, kleiner dan Jezus, met ruig kroeshaar en een slechts dunne, woeste, borstelige baard; hun hele kleding bestond uit een lendendoek om het onderlijf, uit versleten voetzolen en uit een stuk leder of andere slechte stof, die hun bovenlijf als een soort schouderkleed bedekte en aan de zijden open was; hun armen waren naakt.

    Het waren gemene boosdoeners, ergens uit het Egyptische grensgebied, die om hun misdaden veroordeeld waren tot slavenwerk aan kanalen of aan openbare gebouwen. De laagste en boosaardigste onder hen werden tot zo’n beulenwerk gebruikt in het pretorium. Aan diezelfde kolom hadden deze onmensen reeds meer dan eens schuldig veroordeelden doodgegeseld. Zij hadden iets echt dierlijks en duivels over zich en schenen daarenboven halfdronken. Hoewel Jezus zich zonder enige tegenstand liet drijven, sloegen zij Hem met vuisten en koorden en sleurden zij Hem met razend geweld naar de geselkolom. Dit was een geheel vrijstaande kolom, geen steunkolom van ergens een gebouw.

    Ze was zo hoog dat een man met omhoog gestrekte armen kon reiken tot haar afgerond boveneinde, dat van een ijzeren ring voorzien was. Ook aan de achterzijde waren ter halver hoogte ringen en haken. Geen mensentaal kan de barbaarse wreedheid beschrijven, waarmee deze woedende honden Jezus op de korte weg naar de kolom behandelden. Zij rukten Hem hier de spotmantel van Herodes af en wierpen Hem daarbij bijna ten gronde. Vóór de kolom staande beefde en rilde Jezus over al zijn ledematen. Met eigen handen die opgezwollen waren en bloedden van de stevig gesnoerde touwen, ontdeed Hij zichzelf in bevender haast van al zijn klederen, terwijl de beulen Hem op ruwe wijze sloegen en rukten. Onder deze mishandeling bad Jezus op ontroerende wijze.

    Zijn hoofd wendde Hij een ogenblik tot zijn diepbedroefde Moeder, die met de H. Vrouwen in een hoek van de markthallen niet ver van de geselkolom stond en sprak: “Wend uw ogen van Mij af!” en dit zeggend keerde Hij zich naar de kolom om met deze zijn naaktheid te bedekken. Ik weet niet zeker of Jezus dit met eigenlijke of slechts met inwendige woorden tot haar zegde, maar ik bemerkte dat Maria het begreep, want op dat zelfde ogenblik zag ik haar met afgewende blikken bewusteloos in de armen van haar omringende gesluierde vrouwen neerzinken. Jezus legde zijn armen om de kolom en de beulen bonden onder vloeken en rukken zijn heilige omhooggetrokken handen boven achter de ijzeren ringen vast en rekten en spanden daarbij zijn gehele lichaam zozeer in de hoogte op, dat zijn voeten die beneden aan de kolom vastgesnoerd waren, nauwelijks nog staan konden.

    De Heilige der heiligen stond daar nu in heel zijn menselijke naaktheid, onbeschrijfelijk beangstigd, versmaad en vernederd aan de geselkolom opgebonden en 2 van die woestaards begonnen met razende bloeddorstigheid de hele rugzijde van zijn heilig lichaam van onder tot boven en van boven weer naar onder met de striemen van hun geselslagen te bedekken. Hun eerste zwepen of roeden zagen er als gemaakt van wit taai hout; misschien ook waren het bundels van stijve bullepezen of van harde witte lederen snoeren. Onze Heer en Zaligmaker, de Zoon van God, ware God en ware mens, sidderde, wrong en kromde zich als een worm onder de roedeslagen van die misdadigers. Hij zuchtte en steunde; een helder, zoetluidend weeklagen, als een liefdevol gebed onder verscheurende pijn klonk uit boven het zoevend en kletsend gerucht, dat de roeden van die geweldenaars maakten.

    Van tijd tot tijd werden door het geraas van het volk en van de Farizeeën als door een zwarte onweerswolk deze jammervolle, heilige, zegenende klaagtonen gedoofd. Uit die geweldige massa steeg maar één kreet op: “Weg met Hem en aan ‘t kruis met Hem!” Pilatus onderhandelde nog steeds met het volk. Wanneer hij te midden van het geroezemoes der menigte zijn stem wilde laten horen, liet hij een soort trompet steken om een ogenblik stilte te vragen. In zulke ogenblikken hoorde men weer de zweepslagen van de beulen, het zuchten en kermen van Jezus, het vloeken van folteraars en het geblaat van de paaslammeren, die ten oosten van het forum in de Schaapsvijver naast de Schaapspoort een eerste maal grofweg gereinigd werden.

    Na deze eerste ruwe reiniging droegen de mensen ze met toegesnoerde bek tot op de reine tempelweg, opdat ze zich weer niet zouden bevuilen en men dreef ze vervolgens rond de buitenkant van de tempel naar de westzijde toe, waar ze nog een tweede ceremoniële reiniging te ondergaan hadden. Dit hulpeloos geblaat van hele kudden lammeren had iets onbeschrijfelijk aandoenlijks; het waren de enige stemmen die zich met het zuchten van de Heiland verenigden. Het joodse volk hield zich op enige afstand van de geselplaats verwijderd. De ruimte tussen beide had ongeveer de breedte van een straat. Hier en daar stonden Romeinse soldaten, vooral naar de kant van het wachthuis.

    De plaats in de nabijheid van de kolom was ingenomen door allerlei gespuis dat zwijgend of spottend kwam en ging. Ik bemerkte echter ook dat velen, bij het zien van dat schouwspel, een heilzame indruk ondergingen: het was dan als schoot er een genadestraal uit Jezus op hen. Bij het wachthuis zag ik ook enige eerloze, halfnaakte deugnieten nieuwe geselroeden in gereedheid brengen, terwijl makkers van hen doorntakken gingen halen. Sommige gerechtsdienaren van de hogepriesters traden op de geselbeulen toe, wisselden enige woorden en reikten hun wat zakgeld over; ook bracht men hun een kruik met een dikke rode drank, waarvan zij zo onmatig dronken, dat zij geheel bedwelmd en woedend werden. Na ongeveer een kwartier hielden deze eerste 2 geselaars op met slaan, voegden zich dan bij 2 anderen die hen kwamen aflossen, sloegen een praatje en dronken.

    Jezus’ lichaam was geheel bruin en blauw en rood en met striemen en builen bedekt en zijn heilig bloed vloeide ervan af. Hij beefde en sidderde; hoon en spot weerklonk aan alle kanten. Heden nacht was het koud geweest en heel de morgen tot nu toe bleef de lucht betrokken. Tot verwondering van het volk viel zelfs af en toe een korte hagelbui, doch tegen de middag was de zon doorgebroken en was de hemel helder. Het tweede paar beulen viel nu met een nieuwe woede op Jezus aan; zij hadden een ander soort roeden, die knoestig waren als takken van doornhout; het scheen dat er hier en daar knopen en pinnen aan vastgemaakt waren. Onder hun woedend slaan scheurden alle gezwollen plaatsen van Jezus’ heilig lichaam open en zijn heilig bloed spatte in het rond; de armen van de beulen werden er mee besprengd.

    Jezus zuchtte, bad en schudde van de pijn. Op dit ogenblik trokken vele vreemdelingen op kamelen over het forum en toen het volk hun vertelde wat er aan het gebeuren was, lag in hun blik en op hun aangezicht ontsteltenis, schrik en droefheid te lezen. Van die reizigers hadden sommigen de doop van Joannes ontvangen en anderen waren vroeger toehoorders geweest bij bergonderrichtingen van Jezus. Vóór het paleis van Pilatus duurde het razen en roepen voort. Het derde paar beulen sloegen Jezus met gesels; dit waren riemen of kettinkjes die aan een ijzeren handgreep vast waren en die aan hun einde ijzeren haakjes hadden, waarmee zijJ ezus hele lappen vel en vlees van de ribben scheurden. De beulen rukten daarmee hele stukken vel en vlees van Jezus’ ribben.

    Ach! wie kan zich een denkbeeld vormen van die ellendige, gruwelijke aanblik! Evenwel was hun wreedheid en bloeddorst hiermee nog niet bevredigd; zij maakten de touwen los en bonden Jezus nu met de rug tegen de kolom; doch daar Hij van uitputting niet meer in staat was zich staande te houden, bonden zij Hem aan de kolom vast met dunne koorden over de borst onder de armen en onder de knieën. Zijn handen snoerden zij vast aan de haken achter de kolom in het midden van haar hoogte. Heel zijn lichaam, tegen de kolom aangetrokken, was met bloed en wonden overdekt; zijn gekruiste lendenen en de verscheurde huid van zijn onderlijf verborgen zijn naaktheid.

    Als woedende honden vielen de geselaars met hun roeden andermaal op Hem aan en een onder hen had in zijn linkerhand ook nog een fijner geselkoord of roede, waarmee hij Hem in het aangezicht zweepte. Er was geen ongewonde plek meer aan het lichaam van de Heer. Met bebloede ogen zag Hij zijn beulen aan en smeekte om erbarming, doch dit vermeerderde integendeel hun woede en Jezus' zuchten: ”Ai Mij!” weerklonk steeds zachter. De barbaarse geseling had nu reeds wel 3 kwartier geduurd, toen een vreemde man van geringe afkomst, een aanverwant van de door Jezus genezen blinde Ktesifon, gewapend met een sikkelvormig mes vertoornd kwam aanstormen, roepend: “Hou op, sla de onschuldige mens niet dood!” Verrast en onthutst hielden de bedronken beulen op.

    Nu sneed de man de koorden van Jezus door die alle op de rugzijde van de kolom rond een grote ijzeren nagel of haak in een knoop vastgemaakt waren. Hierna maakte hij zich vlug uit de voeten en verdween in de menigte. Jezus viel met heel de zwaarte van zijn machteloos lichaam aan de voet van de kolom in de plas van zijn bloed neer. De geselaars lieten Hem daar liggen, gingen nog eens drinken en riepen tot andere beulsknechten die in het wachthuis bezig waren, vlug de doornenkroon gereed te maken. Terwijl Jezus daar bedekt met schrijnende wonden aan de voet van de geselkolom te rillen lag, zag ik enige liederlijke deernen met schaamteloos opgeslagen sluier voorbijgaan. Zij hielden elkaar bij de hand gevat en bleven nabij Jezus stilstaan en zagen toe zonder een ander gevoel dan wekelijke afkeer.

    Het snerpen van zijn wonden pijnigde Hem hierdoor te meer en Hij wendde zijn misvormd aangezicht zo smartvol naar hen. Zij echter gingen hun weg, terwijl de gerechtsdienaren en soldaten hun nog schaterlachend schandwoorden achterna riepen. Gedurende de geseling zag ik meermalen als verschenen daar medelijdende engelen rond Jezus en ik hoorde zijn gebed, dat Hij onder het hagelen van de smadelijke, striemende geselslagen tot zijn hemelse Vader stuurde en waarin Hij zich als zoenoffer voor de zonden van de mensen aanbood. Nu echter, terwijl Hij badend in zijn bloed bij de voet van de kolom neerlag, zag ik een engel die Hem verkwikte. Het was als gaf hij Hem een lichtend stukje voedsel te nuttigen. De beulen naderden opnieuw en schopten Hem: Hij moest opstaan; “Zij waren, spotten zij, nog niet klaar met hun huldebewijzen aan hun koning” en bij hun schoppen voegden zij nog slaag.

    Jezus kroop nu naar zijn lendendoek naast Hem, maar die snode, godvergeten beulen schopten de doek telkens onder hatelijk gelach naar een andere kant, zodat de arme, lijdende Jezus zich als een vertrapte aardworm moeizaam in zijn bloedige naaktheid op de grond heen en weer moest wenden om zijn gordeldoek te bereiken en daarmee zijn verscheurde lendenen te bedekken. Ze schopten en rukten Hem recht op zijn wankelende voeten, en, zonder Hem de gelegenheid te laten om zijn kleed weer aan te trekken, wierpen zij het Hem met de mouwen over de schouders. Nu dreven zij Hem met hun gewone gehaastheid, langs een omweg naar het wachthuis, terwijl Jezus met zijn kleed het bloed van zijn aangezicht afdroogde en uit zijn ogen wiste. Zij voerden Jezus voorbij de zitplaatsen van de hogepriesters, die riepen: “Weg met Hem! weg met Hem!” en die zich dan met walging van Hem afwendden.

    Men bracht Hem op de binnenplaats van het wachthuis. Toen Jezus daar aankwam, zag ik op dat plein geen soldaten. Maar op de binnenplaats zag ik allerhande slaven en beulen en schelmen, in één woord: gepeupel en uitschot. Omdat het volk zeer ongeduldig en opgewonden was, had Pilatus tot groter veiligheid wachten uit de burcht Antonia er bij betrokken; deze troepen omringden in gelid het wachthuis aan alle kanten. Het was de soldaten toegestaan te spreken, te lachen en Jezus te bespotten, maar zij moesten in rij en gelid geschaard blijven. Pilatus wilde hiermee indruk maken en het opgezweepte volk in bedwang houden. Er waren daar wel 1000 man verzameld.

    Maria gedurende de geseling.

    Ik zag de H. Maagd gedurende de geseling van onze Verlosser in een ononderbroken extase. Met onuitsprekelijke liefde en smart zag zij in de geest en leed zij in de ziel al de smarten en pijnen, die haar Zoon onderging. Keer op keer ontsnapte haar een zacht gekreun en haar ogen waren ontstoken van het wenen. Gesluierd lag zij in de armen van Maria Heli, haar oudere, reeds bejaarde zuster, die treffend geleek op haar moeder Anna. Maria Kleofas, dochter van Maria Heli, bevond zich daar eveneens en hing meestal aan de arm van haar moeder. De heilige vriendinnen van Maria en van Jezus waren alle in hun sluier en mantel gehuld en stonden samengedrongen rond de H. Maagd, huiverend van angst en droefheid, zacht weeklagend, als wachtten zij hun eigen doodsvonnis af.

    Maria droeg een lang en bijna hemelsblauw kleed en daarboven een lange witte wollen mantel en een geelwitte sluier. Maria Magdalena was geheel ontzind, in de war en van treuren en zuchten dodelijk uitgeput; haar haarlokken waren onder haar sluier losgeraakt. Toen Jezus na de geseling aan de voet van de kolom neergezonken was, zag ik dat Claudia Prokla, de vrouw van Pilatus, een pak grote doeken naar de Moeder van God zond. Ik weet niet meer juist of zij van mening was dat Jezus in vrijheid gesteld zou worden en dat Maria dan met die doeken de wonden van Jezus zou verbinden, dan wel of die goedhartige heidin haar die doeken zond met het doel waartoe de H. Maagd ze feitelijk gebruikte. Tot zichzelf teruggekomen, zag Maria op een geringe afstand haar Zoon met verscheurd lichaam door de beulen voortgedreven worden. Met zijn kleed wiste Hij het bloed uit zijn ogen om naar zijn Moeder te kunnen kijken.

    Vol smarten hief Maria haar handen naar Hem en volgde met haar ogen zijn bloedige voetstappen. Wanneer nu het volk naar een andere kant stroomde, zag ik de H. Maagd en Maria Magdalena naar de geselplaats gaan. Omringd door de andere H. Vrouwen en door enige weldenkende mensen, zodat zij verdoken waren voor de ogen van de beulen, wierpen zij zich bij de geselkolom ter aarde neer en droogden met de ontvangen doeken Jezus’ heilig bloed op tot de laatste druppel die zij vonden. Op dit ogenblik zag ik Joannes niet bij de H. Vrouwen, die zich daar wel met 20 bevonden. De zoon van Simeon, de zoon van Obed, ook die van Veronika en Aram en Temeni, allebei neven van Jozef van Arimatea, verrichtten vol droefheid en angst hun werk in de tempel. Het kon 9 uur in de morgen zijn, toen de geseling afgelopen was.

    Ach! hoe ellendig, hoe gewond, verscheurd en ontvleesd lag daar mijn lieve Bruidegom op de met zijn heilig, kostbaar bloed bedekte grond! Hoe gruwelijk waren de walging en de spot, waarmee die snode, liederlijke deernen in het voorbijgaan uit de hoogte op Hem neerkeken! Hoe veelzeggend was de treurige blik die Jezus op hen wierp om te beduiden: “Jullie zijn het, die Mij op deze manier verscheurd hebt, en jullie bespotten Mij nog!” Hoe wreed schopten de beulen naar Hem om Hem voort te drijven. Hoe kroop Hij daar, bedekt met wonden en bevlekt met bloed, over de grond naar zijn klederen! Zie! nauwelijks had Hij, stuiptrekkend van de pijn, zich gedekt, of zij dreven Hem reeds naar een andere plaats voor en nieuwe foltering, en nu werd Hij voorbij zijn arme Moeder gesleurd. Ach! hoe staarde zij, handenwringend, zijn bloedige voetstappen na.

    Op dit ogenblik hoorde ik uit het wachthuis, dat nu naar de kant van de markt geopend was, het spotten van gemene beulsknechten, die met handschoenen de doornenkroon vlochten en onder scherts de scherpte van de doornen betastten. Ik sidderde en beefde en stond op het punt het wachthuis binnen te lopen om mijn arme Bruidegom bij deze nieuwe marteling te beschouwen en ondertussen was ik zo bang en zo ziek. En toen sloop de ongelukkige Moeder van Jezus met de andere vrouwen en enige goedgezinde mannen, die haar omringden om haar te verbergen, op de geselplaats. Met welke indrukwekkende liefde verzamelde en droogde zij Jezus’ bloed op rondom de kolom en overal.

    Het gebrul en getier van Jezus’ vijanden en van het volk was afschuwelijk om horen, toen zij met de Heer daar vandaan gingen. Ik voelde mij zo ziek en vernietigd en kon van angst en smart zelfs niet meer wenen, en toch wilde ik juist nu mijn laatste krachten verzamelen en doodbenauwd mij naar de doornenkroning van Jezus voortslepen.



    Geef hier uw reactie door
    Uw naam *
    Uw e-mail *
    URL
    Titel *
    Reactie *
      Persoonlijke gegevens onthouden?
    (* = verplicht!)
    Reacties op bericht (0)



    Blog als favoriet !

    Klik hier
    om dit blog bij uw favorieten te plaatsen!



    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!