Wanneer je wilt stoppen of minderen met drinken zijn er verschillende mogelijkheden. Je kunt kiezen om zelf aan de slag te gaan met het drankprobleem, of je kiest voor professionele hulp.
Haal geen grote hoeveelheden alcohol in huis.
Beslis voordat je ergens heen gaat hoeveel glazen alcohol je maximaal zal drinken.
Bepaal elke week van tevoren welke dagen je die week niet drinkt.
Zoek afleiding op momenten dat je trek krijgt.
Vraag steun bij een ander.
Geef jezelf een beloning voor je inzet.
Om je alcoholprobleem onder controle te krijgen, zijn er ook zelfhulpprogramma’s beschikbaar op het internet. Een voorbeeld hiervan is Minder drinken. Onderzoek heeft de effectiviteit van dit programma aangetoond.
Professionele hulp
Als je kiest voor professionele hulp bij het oplossen van je alcoholprobleem, kun je bij verschillende instellingen terecht. Zowel de GGZ als instellingen voor verslavingszorg bieden hulp bij verslavingsproblemen (alcohol, drugs en gokken). Er zijn allerlei mogelijkheden van behandeling. Het is belangrijk om in een vroeg stadium het drankprobleem te herkennen. Je eigen motivatie om het gebruik te veranderen is een belangrijke voorwaarde voor een geslaagde behandeling
Is depressie gemakkelijk herkenbaar?
Neen, al te dikwijls wordt een depressie niet herkend door degene die er aan lijdt en nog minder door zijn omgeving. Een belangrijke Europese studie, DEPRESS, met betrekking tot 78.000 patiënten, uitgevoerd in tien Europese landen, toont aan dat 40% van de personen bij wie door onderzoekers met zekerheid de diagnose "depressieve stoornis" kon worden vastgesteld, nooit een geneesheer of een psychiater voor een depressieve klacht hadden geraadpleegd, omdat die noch door henzelf noch door de directe omgeving als dusdanig werd herkend.
Een van de hoofdredenen waarom depressie niet herkend wordt is dat men doorgaans meent, dat een depressieve patiënt er bedroefd moet bijlopen, moet wenen, zelfmoordneigingen moet vertonen, of nog ten prooi moet zijn aan totale ontmoediging. De klinische toestand beantwoordt evenwel vaak niet aan een dergelijk beeld. Dikwijls gaat een depressie alleen maar gepaard met klachten zoals slaapstoornissen, concentratie- , geheugen- en aandachtsproblemen, ochtendmoeheid, psychomotorische remming, eetlust- en gewichtsstoornissen...
Men dient wel te beseffen dat niet alle depressies veroorzaakt worden door een rouwproces of een catastrofale gebeurtenis (zoals het verlies van een job of een echtscheiding). Integendeel, depressies zijn vaak het gevolg van een opeenstapeling van stress, van affectieve, professionele of gezondheidsproblemen welke het individu kwetsbaar maken en hem geleidelijk naar de psychische ineenstorting drijven. Depressies kunnen zich ook manifesteren zonder enige uitlokkende factor.
Kan iedereen aan depressie lijden?
Depressie is één van de meest voorkomende aandoeningen. Volgens de meeste internationale studies ligt de kans op het doormaken van een depressie tijdens een gans mensenleven op 10 à 17 %. Wanneer men deze gegevens extrapoleert, kan men aannemen dat 1.000.000 tot 1.700.000 Belgen tijdens hun leven een depressie zullen doormaken.
Niemand kan er zeker van zijn tegen depressie bestand te zijn. Zelfs al treft zij vooral vrouwen (twee vrouwen voor één man) en jonge volwassenen (25 à 35 jaar), toch kan depressie voorkomen in alle lagen van de bevolking en op eender welke leeftijd. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zal depressie in het jaar 2020 de ziekte zijn die het meest voorkomt in de geïndustrialiseerde wereld.
Cijfers van depressie onder jongeren
Hoewel depressie steeds meer aandacht krijgt, blijft het probleem van depressie onder jongeren in de leeftijd van 14 tot 18 jaar vaak onderbelicht. Omdat deze leeftijdsgroep in de pubertijd zit, is het vaak moeilijk om een depressie te herkennen. Jongeren in deze leeftijd ondergaan veel veranderingen in het lichaam, zijn bezig om hun eigen identiteit te ontwikkelen en worstelen vaak met veel tegenstrijdige gevoelens.
In plaats van een depressieve stemming kan er bij jongeren ook sprake zijn van juist een prikkelbare stemming. Daarnaast zijn bij jongeren de vitale kenmerken die bij een depressie horen, minder duidelijk aanwezig. Bij hen worden minder vaak slaapstoornissen, psychomotorische remmingen en dagschommelingen in de stemming waargenomen.
Toch blijkt uit cijfers dat depressie onder jongeren een groot probleem vormt. De cijfers zijn alarmerend.
Buitenlands onderzoekt toont aan dat per jaar, tussen de 4 en 8 procent van de jongeren leidt aan een depressie. Uitgaande van 1 miljoen Nederlandse adolescenten komt dit neer op 50.000 jongeren.
Buitenlands onderzoek toont verder aan dat 24% van alle jongeren een depressieve periode heeft meegemaakt voor hun achttiende levensjaar. Dit komt er op neer dat 1 op de 5, of zelfs 1 op de 4 leerlingen een depressie meemaken voordat ze de middelbare school verlaten.
Meisjes worden 2 keer zo vaak getroffen door een depressie.
1 op de 5 jongeren heeft een subklinische depressie. Hiervan is sprake indien enkele depressieve symptomen aanwezig zijn die samen nog geen depressie vormen. Een subklinische depressie is echter een sterke voorspeller voor het krijgen van een depressie het jaar daarop.
Depressie kan tot suïcide leiden. In de Verenigde Staten plegen 13 uit de 100.000 leerlingen in de middelbare schoolleeftijd zelfmoord. Hiermee neemt suïcide de derde plaats in van de meest voorkomende doodsoorzaken bij 15 tot 24 jarigen.
Psychotherapie verwijst naar verschillende technieken en methoden die worden gebruikt om kinderen en adolescenten te helpen die problemen hebben met emoties en gedrag. Hoewel er verschillende psychotherapieën bestaan, berust elk ervan op communicatie als basisinstrument om iemands gevoelens en gedrag te veranderen. Psychotherapie kan individueel gebeuren, maar ook in groep of met het gezin. Voor kinderen en adolescenten zijn spelen, tekenen, bouwen, doen alsof en ook praten belangrijke manieren om gevoelens te delen en problemen op te lossen.
De noodzaak van een psychotherapie wordt geëvalueerd op basis van de huidige problemen van het kind, de geschiedenis, het ontwikkelingsniveau, het vermogen om mee te werken met de behandeling en welke interventies de grootste kans maken om te helpen. Psychotherapie wordt vaak gecombineerd met andere behandelingen (geneesmiddelen, gedragsbeheer of interventies op school). De band die ontstaat tussen het kind en de therapeut is erg belangrijk. Het kind moet zich op zijn gemak, veilig en begrepen voelen. Daardoor gaat het kind gemakkelijker zijn gedachten en gevoelens uiten, waardoor het voordeel haalt uit de therapie.
Psychotherapie kan een emotionele steun zijn, conflicten met anderen oplossen, de jongeren de mogelijkheid bieden hun gevoelens en problemen te begrijpen en nieuwe oplossingen uitproberen voor oude problemen. De doelstellingen van de therapie kunnen specifiek zijn (een gedragsverandering, betere relaties met vrienden) of meer algemeen (minder angst, beter zelfbeeld). De duur van de psychotherapie is afhankelijk van de complexiteit en de ernst van de problemen.
Geneesmiddelen
Geneesmiddelen kunnen een efficiënt deel uitmaken van de behandeling van verscheidene psychiatrische stoornissen bij jongeren en adolescenten. Het advies van een arts om geneesmiddelen te gebruiken doet zowel bij de ouders als het kind vaak bezorgdheid en vragen rijzen. De artsen moeten alle informatie verschaffen over de redenen van het medicijngebruik, de voordelen die de geneesmiddelen zouden bieden evenals de mogelijke bijwerkingen en alternatieve behandelingen. Geneesmiddelen maken meestal deel uit van een uitgebreid behandelplan dat psychotherapie en begeleidingssessies voor ouders omvat.
De medicijnen die gunstige effecten hebben, kunnen ook negatieve bijwerkingen hebben, die soms een beetje vervelend, maar ook heel ernstig kunnen zijn. Als ze goed worden voorgeschreven en worden ingenomen zoals voorgeschreven, kunnen de geneesmiddelen echter lastige symptomen verminderen of wegwerken en het dagdagelijkse functioneren verbeteren.
De voorbije jaren werd een toenemend aantal psychiatrische geneesmiddelen gebruikt bij kinderen en adolescenten. In hun oordeel of een geneesmiddel het doeltreffendst is voor een bepaald kind baseren artsen zich op hun eigen klinische praktijk en ervaring, alsook op informatie uit onderzoeken. Alvorens een geneesmiddel aan te raden, moeten de artsen een uitgebreide diagnose-evaluatie doen. De huidige symptomen en een vroegere reactie op geneesmiddelen en de overweging van mogelijke bijwerkingen bepalen de keuze van de medicatie. Onderaan is een samenvatting opgenomen van de geneesmiddelen die worden gebruikt voor geestelijke gezondheidsproblemen bij kinderen.
Stimulerende geneesmiddelen
Stimulantia maken vaak deel uit van de behandeling van aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD). Voorbeelden zijn dextroamfetamine, methylfenidaat en pemoline.
Antidepressiva
Antidepressiva worden gebruikt voor de behandeling van depressies, schoolfobieën, paniekaanvallen en andere angststoornissen, bedwateren, eetstoornissen, obsessieve-compulsieve stoornis, persoonlijkheidsstoornis, posttraumatische stressstoornis, en aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit.
Er bestaan verschillende soorten antidepressiva: Monoamino-oxidase-remmers (MAO-remmers), zoals fenelzine en tranylcypromine.
Tricyclische antidepressiva (TCA's) zijn onder meer amitriptyline, clomipramine, imipramine en nortriptyline.
Serotonine reuptake inhibitoren (SSRi's) zijn bijvoorbeeld fluoxetine, sertraline, paroxetine, fluvoxamine en citalopram.
De nieuwe generatie antidepressiva omvat bupropion, nefazodon, trazodon en mirtazapine.
Antipsychotische geneesmiddelen
Antipsychotica kunnen nuttig zijn om psychotische symptomen (waanvoorstellingen, hallucinaties) of ongeorganiseerd denken te controleren. Ze worden soms gebruikt voor de behandeling van een ernstige angst en kunnen erg agressief gedrag verbeteren. Voorbeelden van conventionele antipsychotica zijn pimozide, flufenazine, pipamperone en haloperidol. Nieuwere antipsychotica (ook bekend als atypisch of nieuw) zijn clozapine, risperidone, quetiapine, aripiprazole en olanzapine.
Stemmingsstabilisatoren en anticonvulsieve geneesmiddelen
Stemmingsstabilisatoren kunnen nuttig zijn bij de behandeling van manisch-depressieve perioden, extreme stemmingswisselingen, agressief gedrag en impulsbeheersingsstoornissen. Lithium is een voorbeeld van een stemmingsstabilisator. Sommige anticonvulsiva kunnen ook helpen bij de controle van ernstige stemmingswisselingen. Voorbeelden zijn valproinezuur, carbamazepine, gabapentine, lamotrigine en topiramaat.
Anxiolytica
Anxiolytica kunnen helpen voor de behandeling van ernstige angst. Er zijn verschillende soorten anxiolytica: benzodiazepinen; antihistaminica en atypische geneesmiddelen. Voorbeelden van benzodiazepinen zijn alprazolam, lorazepam, diazepam en clonazepam. Voorbeelden van antihistaminica zijn difenhydramine en hydroxyzine. Voorbeelden van atypische anxiolytica zijn buspiron en zolpidem.
Slaapmiddelen
Er bestaan vele geneesmiddelen die voor een korte tijd kunnen worden gebruikt om slaapproblemen te verhelpen. Voorbeelden zijn de SSRi's trazodone, zolpidem en difenhydramine.
Diverse geneesmiddelen
Er worden nog andere geneesmiddelen gebruikt voor de behandeling van de symptomen. Zo kan men bijvoorbeeld clonidine gebruiken voor de behandeling van ernstige impulsiviteit bij sommige kinderen met ADHD en guanfacine voor "flashbacks" bij kinderen met PTS.
Autisme is de meest voorkomende ontwikkelingsstoornis. Ze treft tien tot twaalf kinderen per 10.000. Kinderen met autisme hebben ernstige problemen met en een tekort aan interesse voor sociale interacties.
Er bestaat geen zekerheid over de oorzaken van autisme, maar men vermoedt dat schade aan de hersenen tijdens de vroege ontwikkeling een belangrijke rol speelt. Autisme doet zich soms voor bij kinderen waarvan de moeder tijdens de zwangerschap bijzonder veel dronk of die tijdens de zwangerschap rodehond had, en bij kinderen waarvan de moeder bepaalde geneesmiddelen nam die problemen kunnen veroorzaken voor de ontwikkeling van de foetus. Men heeft aangetoond dat genetische invloeden belangrijk zijn, vooral de vaststelling dat bij twee-eiige tweelingen het risico dat de tweede van de tweeling autisme ontwikkelt veel kleiner is dan het risico bij eeneiige tweelingen (die identieke genetische informatie hebben).
Behandeling
Autisme is vaak de oorzaak van een ernstige en levenslange handicap en het doel van de behandeling bestaat daarom in de bevordering van de sociale ontwikkeling en de taalontwikkeling, en de beperking van het gedrag dat de dagdagelijkse activiteiten en het leerproces van het kind verstoort. Speciale opvoedingsprogramma's en gedragstherapie vanaf erg jonge leeftijd kunnen de kinderen helpen bij het aanleren en verwerven van taal, zelfzorg en sociale en professionele vaardigheden. Gedragstherapie kan het probleemgedrag doen afnemen en de communicatie, het leerproces en een geschikt sociaal gedrag verbeteren.
Sommige antipsychotica en antidepressiva blijken nuttig te zijn bij kinderen met autisme, hoewel men de voordelen moet afwegen tegen mogelijke bijwerkingen. Voor tal van geneesmiddelen moeten gedetailleerde onderzoeken worden gevoerd voor men conclusies kan trekken over hun echte voordelen.
Ouders zijn meestal de eersten om te herkennen dat hun kind een probleem heeft. Toch kan het besluit om professionele hulp te zoeken moeilijk en pijnlijk zijn. Het kan de moeite lonen te praten met de arts van het kind, de leerkrachten of andere volwassenen die het kind goed kennen. Dat kan helpen om de problemen op te lossen. Als het kind een combinatie van een aantal van onderstaande tekenen vertoont, kan het nuttig zijn om een arts te raadplegen of een psychiatrisch onderzoek te laten uitvoeren.
Jongere kinderen
Duidelijk minder goede schoolprestaties.
Slechte cijfers op school ondanks het feit dat ze veel moeite doen.
Duidelijke bezorgdheid of angst (geuit door een regelmatige weigering naar school te gaan, te gaan slapen of deel te nemen aan activiteiten die normaal zijn voor een kind van die leeftijd).
Hyperactiviteit; zenuwachtigheid; voortdurend bewegen, meer dan gewoon spelen.
Aanhoudende nachtmerries.
Voortdurend ongehoorzaam of agressief zijn (langer dan zes maanden) en provocatief verzet tegen autoriteit.
Frequente onverklaarbare woedeaanvallen.
Pre-adolescenten en adolescenten
Duidelijke verandering in de schoolprestaties.
Niet in staat zijn om te gaan met problemen en dagelijkse activiteiten.
Duidelijke verandering in de slaap- en/of eetgewoonten.
Vele lichamelijke klachten.
Seksuele expressie.
Depressie (geuit door een ondersteunde, langdurige negatieve stemming en houding, vaak gepaard met weinig eetlust, moeilijk slapen of doodsgedachten).
Alcohol- en/of drugmisbruik.
Intense angst om zwaarlijvig te worden (zonder dat het aanleg heeft dik te worden), voedsel overgeven of niet eten.
Aanhoudende nachtmerries.
Dreigingen zichzelf of iemand anders te kwetsen.
Zelfverminking of zelfdestructief gedrag.
Frequente uitbarstingen van woede, agressie.
Dreigingen om weg te lopen.
Agressieve of niet-agressieve, aanhoudende inbreuk op andermans rechten; verzet tegen autoriteit, spijbelen, diefstal of vandalisme.
Vreemde gedachten en gevoelens; en ongewoon gedrag.
Als de problemen gedurende een lange tijd aanhouden en vooral als het gaat om andere, bij het leven van het kind betrokken, personen, kan het nuttig zijn te praten met een arts die opgeleid is om met kinderen te werken.
Depressie
Tot het begin van de jaren '80 dachten weinigen dat kinderen konden lijden aan een klinische depressie. Vele professionals uit de geestelijke gezondheidszorg dachten dat kinderen de emotionele volwassenheid misten om depressief te worden. Vandaag weten we dat dit wel kan en dat kinderen een klinische depressie kunnen ontwikkelen. Een depressie bij kinderen is geen voorbijgaande fase of een normaal onderdeel van het groeiproces. Het is een echte, identificeerbare en mogelijk fatale ziekte waaraan vele kinderen jonger dan achttien lijden, en die vaak ernstige emotionele gevolgen heeft voor het latere leven. Gelukkig kan de ziekte doeltreffend worden behandeld, maar zoals voor de meeste aandoeningen is de behandeling het doeltreffendst als ze vroeg in het ziekteproces wordt gestart.
Het is belangrijk te beseffen dat een depressie niet het resultaat is van een 'slecht ouderschap'. Het is een ziekte die een nauwkeurige evaluatie en een gepaste behandeling vereist. Door bij hun kinderen de tekenen en symptomen van de ziekte te herkennen, kunnen de ouders een sleutelrol spelen in het overwinnen van hun depressie. De ouders moeten bezorgd zijn als hun kind wanhopig of hulpeloos lijkt, of veel verdrietiger is dan kinderen zich normaal soms voelen. Het is eveneens belangrijk dat de ouders zien of de symptomen intens, overweldigend of zo aanhoudend worden dat de kinderen niet meer met vrienden kunnen spelen of deelnemen aan de dagelijkse activiteiten thuis of op school. Futloosheid, groot gewichtsverlies en de nachtrust die vaak wordt verstoord door nare dromen, zijn andere tekenen die kinderen kunnen vertonen als ze aan een depressie lijden. Als die symptomen verscheidene maanden aanhouden, moet het kind worden geëvalueerd door een arts die is gespecialiseerd in de geestelijke gezondheid. Elk kind met zelfmoordideeën, zelfs van voorbijgaande aard, moet onmiddellijk naar een arts.
Als een behandeling nodig is, kunnen ouders helpen door gedurende het hele proces een vitale en steunende rol te blijven spelen. De behandeling moet altijd geïndividualiseerd zijn en gebaseerd op een uitvoerige evaluatie van het kind en zijn gezin. Vaak omvat het een combinatie van individuele therapie voor het kind, gezinstherapie en consultatie met de school van het kind. Sommige kinderen worden ook beter van een behandeling met antidepressiva. Kinderen reageren het best op een behandelplan dat een aantal van deze benaderingen combineert onder een strikt professioneel toezicht.
Zelfmoord
Zelfmoord vormt een groot probleem bij kinderen en adolescenten. Het is de belangrijkste doodsoorzaak bij adolescenten en jonge volwassenen. Maar soms kan men zelfmoord voorkomen en kan men meestal alarmsignalen opmerken. Voor de jeugd zijn de belangrijkste risicofactoren depressie, alcohol- of ander drugmisbruik en agressief of storend gedrag. Vele symptomen van zelfmoordgevoelens gelijken op die van een depressie.
Ouders moeten zich bewust zijn van die alarmsignalen:
verandering in eet- en slaapgewoonten
vervreemding van vrienden, familie en vaste activiteiten
gewelddadige handelingen, rebels gedrag of weglopen
drug- en alcoholgebruik
ongewone verwaarlozing van het uiterlijk
duidelijke verandering in de persoonlijkheid
voortdurend verveeld zijn, concentratieproblemen of achteruitgang van de kwaliteit van het schoolwerk
veelvuldig klagen over lichamelijke symptomen, vaak gebonden aan emoties, zoals maagpijn, hoofdpijn, vermoeidheid, enz.
geen interesse meer in leuke activiteiten
geen complimenten of beloningen aanvaarden
Als zich een of meer van deze tekenen voordoen, moeten de ouders met hun kind praten over wat hen dwarszit en professionele hulp zoeken als de zorgen niet voorbijgaan. Als een kind of adolescent zegt "Ik wil me van kant maken" of "Ik ga zelfmoord plegen", moet men dit altijd ernstig nemen en met de arts over het probleem praten.
Bipolaire stoornis (manisch-depressieve psychose)
Een bipolaire stoornis start meestal in het volwassen leven, vóór de leeftijd van 35. De ziekte doet zich zelden voor bij jonge kinderen, maar soms komt ze voor bij tieners. Het is een ziekte die iedereen kan treffen maar als een van de ouders (of allebei) een bipolaire stoornis heeft, is de kans groter dat hun kinderen de symptomen zullen ontwikkelen.
Een bipolaire stoornis is een toestand die enorme stemmingswisselingen inhoudt, gaande van extreme uitbundigheid of geluk (manie) tot zware depressie. De pieken kunnen afwisselen met dalen, of de persoon kan beide uitersten op bijna hetzelfde ogenblik voelen. Sommige tieners ontwikkelen eveneens psychotische symptomen (waanvoorstellingen en hallucinaties). Artsen noemen de bipolaire stoornis ook nog manisch-depressieve psychose.
De ziekte kan beginnen met manische of depressieve symptomen. Manische symptomen zijn onder meer:
duidelijk andere stemming vergeleken met anderen van dezelfde leeftijd en achtergrond (hetzij ongewoon gelukkig of dwaas, hetzij erg lichtgeraakt).
irrealistische pieken van eigendunk (vb. vinden dat men 'begaafd' is voor sportlessen).
meer energie en het vermogen om dagenlang weinig of niet te slapen zonder zich moe te voelen.
praatziek (te veel of te snel praten, te snel van onderwerp veranderen, onmogelijk een speld tussen te krijgen).
verstrooidheid (aandacht springt voortdurend van een ding op een ander).
risicovol gedrag, zoals van het dak springen en geloven dat dit geen verwondingen zal veroorzaken.
Depressieve symptomen kunnen zijn:
aanhoudend verdriet, veel huilen, depressie.
geen plezier meer in de favoriete activiteiten.
veel klagen over lichamelijke ziekten (vb. hoofdpijn of maagpijn).
weinig energie, concentratieproblemen, klachten over verveling
grote verandering in eet- of slaappatronen (overslapen of overeten).
Sommige van die tekenen gelijken op die bij tieners met andere problemen zoals drugmisbruik, criminaliteit, ADHD of zelfs schizofrenie. De diagnose kan enkel worden gemaakt door het kind gedurende een bepaalde periode zorgvuldig te observeren. Een grondige evaluatie door een kinder- en jongerenpsychiater kan helpen bij het identificeren van de problemen en het suggereren van een geschikte behandeling.
Tieners met een bipolaire stoornis kunnen met succes worden behandeld. Een doeltreffende behandeling bestaat er doorgaans in de jonge persoon en zijn familie te informeren en te adviseren over de ziekte, de geneesmiddelen en de psychotherapie. Geneesmiddelen zoals lithium kunnen worden gebruikt om het aantal en de ernst van de manische periodes te verminderen en ze kunnen ook bijdragen tot het voorkomen van een depressie. Psychotherapie (praten) helpt de tiener zichzelf te begrijpen, zich aan spanningen aan te passen, opnieuw een positief zelfbeeld op te bouwen en relaties te verbeteren.