Naarmate wij ouder worden zijn wij beter in staat onderscheid te maken tussen onze denkbeeldige en onze echte problemen. We hebben tijd gehad om veel van ons verleden te verwerken, dat zich net zo lang aan ons blijft opdringen totdat het onze aandacht heeft. Wanneer we dit werk hebben geklaard, is dat een bevrijdend gevoel.
Wanneer we aan onze echte problemen toe zijn, valt er misschien nog een heleboel voor ons te doen. Maar we merken dat ze gewoon bij het leven horen - we krijgen niet meer dan we aan kunnen. Het heeft geen zin onszelf met onze buren te vergelijken. Ons leven wordt ook niet rooskleuriger door in gedachten vooruit te lopen op de tijd waarin onze problemen de wereld uit zullen zijn. Alleen het moment waarop we nu leven is belangrijk.
De houding waarmee we onze problemen tegemoet treden, kan ons opbeuren - als deze gepaard gaat met humor, hoop en oog voor het onverwachte.
Vandaag richt ik mijn energie op mijn echte problemen en laat ik mijn denkbeeldige voor wat ze zijn.
Uit: Midlife - Meditaties voor vrouwen (Maureen Brady)
Geef me niet alles wat ik vraag. Soms vraag ik alleen om te weten hoeveel ik kan krijgen. Roep niet op mij. Als jij roept, heb ik minder respect voor je. Daarbij leer je me dan ook roepen en dat wil ik niet. Geef niet altijd bevelen. Als je mij iets vraagt in plaats van te bevelen, zal ik het vlugger en liever doen.
Doe wat je belooft, om het even of het goed of slecht is. Als je me een beloning belooft of straf, geef ze dan. Vergelijk me met niemand, zeker niet met mijn zus of broer. Als ik beter lijk dan een ander, zal die er onder lijden en als ik slechter lijk, zal ik er onder lijden. Laat mij zelf mijn eigen weg vinden. Als je alles in mijn plaats doet, zal ik het nooit leren.
Vertel mij geen leugens en vraag mij ook niet te liegen, zelfs niet om uit een probleem te geraken. Bij leugens voel ik mij niet goed: ik verlies dan mijn geloof in wat je zegt. Wanneer ik iets verkeerd doe, vraag mij dan niet steeds naar het 'waarom'. Ik weet het zelf niet altijd. Wanneer jij je vergist hebt, geef dit dan toe. Dat zal mijn geloof in jou versterken en het zal mij leren mijn eigen vergissingen ook toe te geven.
Leer mij God kennen en liefhebben. Het heeft geen zin er over te leren op school als ik er bij jou niets van zie. Wanneer ik een probleem voorleg, zeg dan niet: 'Ik heb geen tijd voor onbenulligheden' of 'dat heeft geen belang'. Probeer me te begrijpen en te helpen. Zie mij graag en zeg het mij. Ik heb graag dat je het zegt, ook al vind je dat niet nodig.
Het kan me niet schelen hoe jij je brood verdient, ik wil weten waar je warm voor loopt en of je durft te dromen van de vervulling van je meest dierbare verlangens.
Het kan me niet schelen hoe oud je bent, ik wil weten of je het risico durft te lopen uitgelachen te worden als je gaat staan voor je idealen, voor de liefde of voor het avontuur dat je van je leven wilt maken.
Het kan me niet schelen hoe jouw sterren staan. Ik wil weten of je het wezen van je eigen leven leiden kunt en wakker geschud bent door het leven zelf, of dat je bent verdoofd en afgesloten uit angst voor nog meer lijden.
Ik wil weten of je pijn kunt toelaten, de jouwe en de mijne, zonder deze te willen verdoezelen, te ontkennen of te koesteren.
Ik wil weten of je blijheid kunt toelaten, de jouwe en de mijne, of je kunt dansen, wild en vol overgave totdat je van top tot teen tintelt van vreugde zonder jezelf te laten beperken door allerlei waarschuwingen en zogenaamd realisme.
Het kan me niet schelen of je verhaal waar is, ik wil weten of je trouw bent aan jezelf, ook als je een ander moet teleurstellen.
Of je kunt omgaan met beschuldigingen en je eigen onschuld kunt blijven ervaren. Of je zonder vertrouwen toch betrouwbaar bent.
Ik wil weten of je oog hebt voor schoonheid, Zelfs in de grijsheid van alledag. Of jij jezelf recht van bestaan geeft louter omdat je leeft.
Ik wil weten of je fouten kunt toegeven en kunt leven met beperkingen, de jouwe en de mijne en nog steeds aan de oever van het meer kunt staan en volmondig `JA` kunt roepen naar de zilveren maan.
Het kan me niet schelen waar je woont en hoeveel geld je hebt. Ik wil weten of je na een slopende nacht vol verdriet en wanhoop, toch opstaat om voor de kinderen te zorgen.
Het kan me niet schelen wie je allemaal kent of wat je afkomst is, ik wil weten of je met mij door het vuur zult gaan en niet terug zult deinzen.
Het kan me niet schelen waar, wat en met wie je gestudeerd hebt, ik wil weten wat jou innerlijk overeind houdt als alles om je heen wegvalt.
Ik wil weten of je alleen kunt zijn met jezelf, en je eigen gezelschap waardeert in de eenzame momenten.
Een korte bezinning - september 2010 - door Zr. Riet
Dromen en hopen voor groot en klein
Waar je naar uitkijkt zal wel komen, achter de heuvels en de bomen groen van hoop blijft het nog eventjes verborgen. Je krijgt het morgen. Morgen zal wat gisteren niet kon misschien tot bloei gaan komen. Mensendromen komen langzaam uit. Hopen is een stap vooruit.
Gelukkig zijn... Droom van ieder mens... Op eigen golflengte en langs beschikbare kanalen Zendt elk van ons Zijn droom het leven in Zoekend heeft KATHLEEN getracht Haar droom in beeld te brengen Laat nu herinnering zijn Een beeld om blijvend naar te kijken En mocht zij De hemel van haar dromen vinden
ENKEL RUST
een witte vogel snijdt de zwarte winterlucht zoekt hij het felle lentelicht gebroken vlucht
en ik die dacht dat ik voortreffelijk kon vliegen en ledigen de luchten van hun tegenstand ik laat wat schaduw achter ontredderd en verbijsterd in mijn vleugels zweef ik waarheen weet iedereen behalve ik
en donker zingt mijn bloed van heimwee zwaar doorwogen ik zeil langs regenbogen gods stilte tegemoet
nu is dit allemaal voorbij de liefde en de aardse nood nu is er enkel nog de dood
Telkens gaat de nacht het licht verdrijven en telkens weer die onrust in zijn ziel door duisternis en stilte die hem overviel door vragen over 't godsbestaan die hem beklijven de nieuwe mens, durft nauwelijks vragen stellen hém geleerd, dat god nooit heeft bestaan maar in het donker even voor het slapen gaan ligt hij alleen en met de twijfels die hem kwellen dààr is geen nieuwe god die d' oude komt vervangen er is alleen de stilte en de vraag naar 't godsbestaan en hoe j' er zonder dwang mee om kan gaan wellicht groeit zo vanzelf dat godsverlangen,,, want God noch godsverlangen laat zich dwingen het komt vanzelf door mensen om je heen door 't zalige gevoel van nooit alleen de weg te gaan, zonder iets op te dringen!
Een bekende spreker haalde bij het begin van zijn conferentie een briefje van 50 euro boven en toonde het aan het publiek in de zaal. Hij vroeg: "Wie wil dat hebben?" Iedereen stak zijn hand op.
Daarna verfrommelde hij dat briefje en toonde het opnieuw aan het publiek met dezelfde vraag: "Wie wil dit briefje?" Opnieuw stak iedereen zijn hand op.
Daarna gooide hij het briefje op de grond en vertrappelde het met zijn voeten. Hij toonde dat vertrapte briefje opnieuw aan de mensen en vroeg: "Wie wil dit briefje nog?" Opnieuw stak iedereen de hand op.
Hierop vroeg hij: "Als dit briefje voor jullie nu nog even begerenswaardig is, wat moet een mens, die hetzelfde doormaakt, dan niet zijn in de ogen van degenen die hem graag zien?"
(Editoriaal van 'AA NIEUWSLIJN' oktober 2009- uit HBvL 'even bezinnen')
Is het jou al opgevallen dat uitzonderlijk getalenteerde mensen het leven vaak moeilijk aankunnen? Er is de druk om zich elke dag te bewijzen, bijzonder te zijn en de massa te ontstijgen.
Dat levert in t beste geval een staande ovatie, maar soms ook een leven op pepmiddelen of drugs. Velen kunnen de effecten van steeds bijzonder-
moeten-zijn niet aan. Daarnaast is het even tragisch dat we te midden zon flashy wereld het gewone uit het oog dreigen te verliezen.
We leven in een kickcultuur.
Het voortdurend verleiden tot hypes en superlatieven kan niet enkel mensen, maar ook een cultuur schaden.
Niemand van ons moet beantwoorden aan welke eis ook van de reclame om gelukkig te worden. Net zoals lopen om zijn idool te evenaren.
Het wonder en de kracht van de eenvoud.
Wat vind jij van de reis die een eenvoudig koffieboontje aflegt om jou s morgens die geurige tas koffie aan te bieden? Of van de bakker die al 50 jaar trouw elke morgen jouw brood bakt? Of van die moeder weduwe
die in alle stilte 6 kinderen grootbrengt en daarbovenop nog een job heeft?
Of is dit niet bijzonder? Wonderen zijn het!
Elke gewone mens is tegelijk een unieke mens waarvan
we het wonder niet zien. Jezelf zijn is dus de opdracht,
De nachten leken eindeloos 'k Was rusteloos en radeloos Ik kon de slaap niet vinden! 't Was storm in mij, mijn hoofd op hol Draaid' als een tol Ik vocht me naar de morgen Na lang gewacht, verdween de nacht En licht viel op mijn klamme laken 'k Was vechtensmoe, ik stond alleen Maar wist niet hoe Ik door de dag zou raken De drang was groot 'k Vroeg: help mij vriend, Diezelfde fouten niet te maken Alweer een dag zonder dat gif Dat mij ten gronde richtte En dat mij dag aan dag verplichtte, Anders als mens te zijn, Dan van mij werd verwacht Ik hoopte op de kracht Die ik wou vinden Tesamen met mijn vrienden Ik noem hen Hogere macht!
Deze tekst werd geschreven door Jo als reactie bij 'WEES KALM'
De tijd staat stil, geen uren meer de vreugde en de hoop is weer de angsten zijn verleden de stilte heeft mij overmand want mijn gedachten zijn gestrand alleen bij "heden"! Want gisteren is heen en morgen zegt, wie weet, het leven misschien "neen"! Als rondom mij de stilte is gevallen dan hoor ik "dingen" zingen lijkt alles broos en eindeloos dan raakt mij 't zwijgen van de nacht tot in mijn diepste vezels dan wordt mijn lichaam enkel ziel de plek waar stilte wacht! Mijn angst ebt weg wanneer ik zeg: "ja" tegen de stilte. Wanneer mijn tijd geen uur meer heeft wanneer mijn grens geen muur meer kent wanneer mijn ziel aan rust gewent wanneer er vrede in mij leeft pas dan is plaats voor STILTE!
Deze tekst werd geschreven door Jo als reactie bij onderstaande tekst 'LUISTEREN'
vandaag er ' is ' alleen vandaag want gisteren ' was ' en morgen 'zal ', God weet... voor ons een open vraag want gisteren is overleden en wat er ons nog rest vandaag zijn enkel de ervaringen, ons hopelijk, ten bate van ons toekomst bijgebleven dan zal ook zij misschien, wie weet weer hoop in zich verbergen als je geen grootse plannen smeedt en met héél veel geduld je dagelijkse plicht vervult dan komt er zin in 't leven en enkel zo, zal je VANDAAG jezélf weer toekomst geven.
Met dank aan Jo met deze reactie op onderstaand artikel.
Er zijn elke week twee dagen, waarover we ons geen zorgen behoeven te maken. Twee dagen, die we eigenlijk zonder zorgen en angst moeten kunnen doorbrengen. Eén van deze twee dagen is GISTEREN met al zijn fouten en zorgen, zijn geestelijke en lichamelijke pijnen. Dat GISTEREN hebben we niet meer onder controle. Al het geld van de wereld is niet in staat om GISTEREN weer terug te brengen, we kunnen geen enkel ding, wat we hebben gedaan, ongedaan maken. Wij kunnen geen enkel woord, wat we gezegd hebben, terugnemen. GISTEREN is voorbij! De andere dag, waarover we ons geen zorgen zouden moeten maken is MORGEN met alle mogelijke gevaren, moeilijkheden, beloftes en misschien minder goede prestaties hebben we ook niet onder onze directe controle. MORGEN zal de zon opgaan, misschien bij een heldere hemel, maar mogelijk ook verborgen achter de wolken. Eén ding staat echter vast: ze zal opgaan! En tot dat ze opgaat willen wij ons over MORGEN géén zorgen maken, omdat MORGEN nog niet geboren is. Dan blijft er nog maar één dag over: VANDAAG! Ieder mens kan alleen maar de zorgen van één dag aan. Dat we het soms niet meer aankunnen, komt alleen omdat jij en ik de last van twee verschrikkelijke eeuwigheden - GISTEREN en MORGEN - op onze nek willen nemen. Het is niet de ervaring van VANDAAG, die de mensen gek maakt, het is spijt en de verbittering voor iets, wat GISTEREN is gebeurd of de angst, voor het geen, wat MORGEN weer zal brengen.
VANDAAG IS HET DE MORGEN, WAAROVER WIJ ONS GISTEREN ZORGEN HEBBEN GEMAAKT!
Toen ik dit verhaaltje las...vond ik het zo mooi...en zo waar.....dat ik dit jullie niet wou onthouden.... Er was eens...
(een Italiaans verhaal)
Er was eens een koppel met een zoon van 12 jaar, en een ezeltje. Ze besloten op reis te gaan om de wereld te ontdekken. Ze vertrokken alledrie, samen met hun ezel.
Toen ze in het eerste land aankwamen, hoorden ze de mensen zeggen : 'Kijk eens naar dat slecht opgevoede jongetje. Hij zit op de ezel, terwijl zijn arme ouders, die al oud zijn, de ezel moeten trekken' Toen zei de vrouw tegen haar man: 'Wij kunnen niet toelaten dat de mensen zo slecht spreken over onze zoon.' Haar man liet het jongetje van de ezel komen en hij ging er zelf op zitten.
Toen ze in het tweede land aankwamen, fluisterden de mensen: 'Kijk naar die schaamteloze kerel. Hij laat het jongetje en de arme vrouw de ezel trekken, terwijl hij op zijn gemakje op de rug van de ezel zit.' Toen besloten ze samen dat de vrouw op de ezel zou gaan zitten terwijl vader en zoon de teugels vasthielden om de ezel mee te trekken.
In het derde land aangekomen, hoorden ze de mensen zeggen: 'Arme man. Nadat hij een hele dag gewerkt heeft, zit zijn vrouw op de ezel. En het arme kind... wie weet wat hem nog te wachten staat met zo een moeder.' Toen besloten ze dat ze alledrie op de ezel zouden gaan zitten om zo hun tocht verder te zetten.
In het volgende land aangekomen, luisterden ze naar wat de mensen hier te zeggen hadden: 'Maar dat zijn beesten ! Ze zijn méér beest dan de ezel die hen draagt. Ze zullen die ezel zijn rug breken!' Toen besloten ze alledrie van de ezel af te komen en gewoon samen met de ezel verder te stappen. Maar in het volgende land konden ze hun oren niet geloven toen de mensen hen uitlachten en zegden: 'Kijk eens naar die drie idioten. Ze gaan te voet, terwijl ze een ezel hebben die hen kan dragen.
Besluit
Men zal je altijd kunnen bekritiseren en slecht spreken over jou, geloof niet klakkeloos wat iemand vertelt...
Dus:
Leef zoals je gelooft dat je moet leven. Doe wat je hart je zegt... dus wat je zelf wil. Het leven is een toneelstuk waar we niet hebben kunnen voor repeteren. Zing, lach, dans en bemin en beleef elk moment van je leven zo intens mogelijk, vóór het doek valt en het toneelstuk eindigt zonder applaus. (Charlie Chaplin)
Ze waren met z'n drieën: Iedereen, Iemand en Niemand. Op een dag moest er iets belangrijks gedaan worden. Iedereen dacht natuurlijk dat Iemand het wel zou doen. En hoewel Iedereen er toe in staat was, deed Niemand het. Zo kwam het dat Iedereen boos werd. Het was toch de taak van Iedereen, en nu had Niemand het gedaan. Iedereen dacht dat toch wel Iemand het had kunnen doen, maar Niemand had zich gerealiseerd dat niet Iedereen het wilde doen. Aan het einde van de zaak beschuldigde Iedereen Iemand, omdat Niemand deed wat Iedereen had moeten doen.
Kom we zijn weg. En Hij voer met hen het meer over naar een eenzame plek om daar alleen te zijn en wat uit te rusten... Zo staat het ongeveer in Mc 6, 31-32 Jezus voorstel om vakantie te nemen is heel bescheiden. Alsof Hij wilde zeggen: verwacht daar nu ook niet alles van. Vakantie is geen wonderrecept dat plotseling alles herstelt en alles geneest. Vakantie is maar de valies, alles hangt ervan af: wat steek je erin? In die korte evangelie-anekdote ligt een blauwdruk van vakantie: -Kom we zijn weg! De zorgen, de drukte en de eentonigheid van het alledaagse werk achter zich laten. -Een andere plek opzoeken: vertrouwd of onbekend, maar altijd splinternieuw, nog nooit op die manier gezien. -Geen mierenkolonie van mensen waar iedereen weer niemand is, maar een plek waar je de ander al van heel ver ziet aankomen. Om daar alleen te zijn en de ruimte te vinden om er voor elkaar te zijn in een verhaal zonder woorden. Kom we zijn weg, zegt Jezus, Vakantie is een tijd om ook eens dicht bij Mij te zijn.
Deken Flor Brondeel: 'Binnen de tien jaar zie ik wel tot tien kerken verdwijnen'
GENT - 'Van de dertig cultusplaatsen in Gent zullen er binnen de tien jaar toch zeker vijf tot tien verdwijnen', verwacht deken Flor Brondeel. Toch zijn hij en pastoor Geert Cattrysse, die in zijn eentje vier parochies bedient, voor hun gevoel niet bezig met iets wat ten einde loopt - integendeel.
Samen bedienen ze zeven parochies met in totaal zo'n 35.000 zielen. Flor Brondeel (63) is deken voor 24 parochies in de zone 9000 en pastoor van de Sint-Michielskerk, Sint-Niklaaskerk en Sint-Baafskathedraal. Geert Cattrysse (49) is actief in drie parochies op de Brugsepoort (Sint-Jan-Baptist, Sint-Theresia, Malem) en Sint-Martinus Ekkergem.
'Dat er, zoals het weekblad Tertio schrijft, op termijn zal moeten worden gesnoeid in het aantal parochies, is wellicht onvermijdelijk. Toch staan we er in Gent nog niet zo slecht voor. De gemiddelde leeftijd van onze priesters ligt rond de 60 jaar. Bovendien hebben we nog altijd 13 priesters voor 24 parochies en krijgen we nog hulp van onderpastoors', zegt Flor Brondeel.
Hoewel ze allebei verscheidene parochies hebben, dragen Brondeel en Cattrysse paradoxaal genoeg minder missen op dan in het begin van hun carrière. 'Toen ik onderpastoor was, waren het er soms drie per dag', zegt Cattrysse. 'Dat doe ik nu niet meer.'
Maar dat betekent niet dat ze nu minder uren bezig zijn met hun priesterschap dan vroeger, zeggen Brondeel en Cattrysse. 'Ik begin de dag vaak met een mis om acht uur en meestal blijf ik bezig tot 23 uur 's avonds', zegt Brondeel. 'Pastoraal werk is zo veel meer dan de vieringen alleen', vult Cattrysse aan. 'Op de Brugsepoort hebben wij bijvoorbeeld een sociale dienst, we proberen sociaal zwakkeren rustpunten te geven in de stad... Je blijft bezig - en als priester werk je zeven dagen op zeven. Al probeer ik wel om op zondagavond of maandag toch een rustpunt in te bouwen, zodat de weken niet in elkaar overlopen. Ik wil kunnen herbeginnen.'
Biechten zoals vroeger, gebeurt niet meer. 'Wel hebben we in de vasten en de advent verzoeningdiensten. Maar bij sacramenten als de doop, het vormsel of het huwelijk zien we de mensen wel nog komen. We werken daarvoor ook samen met leken, bijvoorbeeld voor de doopcatechese.'
Brondeel schat dat hij jaarlijks nog een 40 kinderen doopt, voor Cattrysse zijn er dat een 60-tal. 'Een keer per maand probeer ik een doopweekend te organiseren - we bundelen een aantal dopen, al probeer ik om het persoonlijk te houden het wel te houden bij maximaal drie dopelingen per viering.'
Cattrysse probeert zijn parochies ook meer en meer samen te laten werken. 'Zo organiseer ik het laatste weekend van de maand één gemeenschappelijke eucharistieviering voor alle drie de parochies van de Brugsepoort. Dat is soms wat moeilijk voor de mensen: je schaft iets af. Maar er komt ook iets in de plaats. Het geeft ruimte om de dienst extra te omkaderen. Met een bijbelgesprek voor de viering, bijvoorbeeld. Of met een koffie erna. Ik vind het trouwens ook een verrijking dat ik naast mijn drie Brugsepoort-parochies ook de wijk Ekkergem heb. Dat zijn twee verschillende culturen. Maar mijn parochianen van Ekkergem zeggen vaak dat ze het aangenaam vinden om af en toe eens met de mensen van de Brugsepoort samen te komen. De gemiddelde leeftijd is daar een stuk lager. En je hebt er al die verschillende culturen... Ik heb dit jaar al meer Slowaken gedoopt, dan Belgen.'
Een andere manier om om te gaan met het slinkende aantal priesters en parochianen, is om de verschillende kerken te diversifiëren, zegt Brondeel. 'In het centrum zijn we daar jaren geleden al mee begonnen: de Sint-Baafskathedraal is de bisschoppelijke kerk, de Sint-Niklaaskerk is een stadskerk en wordt ook gebruikt voor culturele evenementen en de Sint-Michielskerk is de eigenlijke parochiekerk. Nu hebben we Sint-Antonius als de multiculturele kerk, hebben de jongerengroepen hun stek op Sint-Pieters-Buiten en ontwikkeld Sint-Macharius zich tot de kerk van de mensen die op zoek gaan naar zin, die wat dieper willen graven.'
Met al die evoluties, zien Brondeel en Cattrysse zich niet als vertegenwoordigers van een kerk die op zijn laatste benen loopt. 'We moeten niet blind zijn voor het feit dat het aantal priesters slinkt. Maar de kerk heeft nog een toekomst. Zeker in de stad. De vernieuwing zal van hieruit komen. En dan is het misschien op termijn moeilijk om alle kerken open te houden, maar ook dan moeten we goed nadenken wat we ermee doen. Ik merk dat de roep van een aantal jaren geleden, om kerken te veranderen in concertzalen of musea, is afgenomen. De meeste mensen - ook niet-gelovigen - willen dat de kerken kerken blijven.'
In tijden van onduidelijkheid en toenemende onveiligheidsgevoelens is de neiging groot om een beetje weg te kruipen voor de grote, beangstigende wereld. Als het stormt, moet je niet met de armen zwaaiend in je bootje rechtop gaan staan. Het is dan beter om rustig te blijven zitten tot de storm wat gaat liggen. En dus wachten we af en kiezen we voor de veiligheid van het vertrouwde.
Wie iets wil bereiken, moet nochtans uit zijn stoel komen. Iets ondernemen. Niet bij de pakken blijven zitten, zoals dat heet. En ja, dat brengt risicos met zich mee. Maar ook de kans op het vinden van onvermoede schoonheid.
Voor wie er voor kiest, is het leven één grote, creatieve onderneming. Een avontuur vol mogelijkheden. Wie stilletjes aan de kant blijft uit angst voor de risicos, overleeft misschien, maar leeft niet echt.
Loskomen uit de veilige omgeving van de begane paden en zich wagen vraagt moed. Op weg gaan, ja. Maar welke richting uit? BZN maakt beleidsplannen, bedrijven businessplannen. Hoe zit het met het plan voor je leven? Je plan voor 2008? Wat wil je dit jaar bereiken? Wat wil je veranderen? Waar wil je eind december staan?
Vreemd dat we voor het allerbelangrijkste ons leven zelden de vraag stellen: wat wil ik bereiken? Leven we of worden we geleefd? Een zware vraag, maar wel dé vraag om aan het begin van het jaar eens te stellen. Wie staat aan het roer? Kiezen wij of wordt er voor ons gekozen? Bepaalt de tv onze vrijetijdsbesteding? Bepaalt de reclame wat we kopen? Bepaalt de mode hoe we ons kleden?
Ons leven is niets anders dan een aaneenschakeling van keuzes. Pogingen om voor onszelf een weg uit te stippelen. Liefst een weg die in de richting gaat die we kiezen. Het gaat dus over kiezen. Uit je zetel komen, een plan maken, kiezen en er voor gaan om gaandedeweg aan te komen.
BZN wenst je voor 2008 een boeiende tocht vol persoonlijke, moedige en creatieve keuzes. Een tocht waarbij we graag een heel jaar je gezel zijn.
Een scheppingsverhaal van de Tembé-Indianen (Brazilië)
In lang vervlogen dagen, toen de aarde pas geschapen was, hing de hemel véél lager dan nu. Hij hing zó laag boven de grond, dat de vogels wanneer ze van de aarde opvlogen er ieder ogenblik met hun koppen tegen stootten. De grote gier die met zijn machtige vleugels de meeste ruimte nodig had om te kunnen vliegen, stootte er zelfs zo vaak en hard met zijn kop tegenaan, dat hij er nu nog altijd een kale kop van heeft overgehouden.
Op het laatst begon dit de vogels knap te vervelen en ze belegden een vergadering om een middel te vinden hieraan een eind te maken. Na lange besprekingen kwamen ze tenslotte overeen, dat ze met z'n allen tegelijk zouden opvliegen en op die manier proberen de hemel wat hoger op te heffen. Op de afgesproken dag kwamen al de vogels van de wereld op een groot veld bijeen om de zware karwei op te knappen. Het was een gepiep en getjilp, een gekras en gekrijs dat horen en zien je verging en het was een prachtig gezicht daar al die vogels met hun veren in alle kleuren van de regenboog bij elkaar te zien.
Toen de koning der vogels, de grote bergadelaar, echter het sein wilde geven om te beginnen, bleek dat er nog één ontbrak: de vleermuis. In die dagen behoorde de vleermuis namelijk nog tot de vogels, maar evenals in onze tijd was hij ook toen al zó lui, dat hij de hele dag placht te verslapen, net zoals hij dat nu nog altijd doet. En ook op die bewuste dag, toen al de anderen zich gereed maakten om met vereende krachten te proberen de hemel wat omhoog te duwen, zat de vleermuis ergens in een beschut hoekje heerlijk te slapen. De overige vogels werden hier zó boos om, dat ze de luiaard uit hun midden verstootten, zodat hij tegenwoordig niet meer tot de vogels wordt gerekend. Bovendien veroordeelden ze de vleermuis om van dat ogenblik af als straf met zijn kop naar beneden te slapen. En zo is dat tegenwoordig nog, zoals iedereen weet die overdag in donkere hoekjes wel eens een slapende vleermuis heeft zien hangen.
De poging van de vogels om de hemel wat omhoog te duwen, gelukte en van toen af aan konden ze naar hartelust rondvliegen, zonder dat ze steeds met hun koppen tegen de hemelkoepel stootten. Maar ook toen was het nog niet goed. Immers: nu de hemel zo hoog boven de aarde hing, was het ook veel lichter op aarde geworden, zó licht, dat het zelfs nooit meer donker werd en iedereen dus overdag moest slapen. De Tembé-Indianen - die de eerste mensen op aarde zijn - vonden dat allesbehalve prettig, omdat ze met de hele dag felle zonneschijn geen oog dicht konden doen. Ze kwamen dan ook met z'n allen bij elkaar om op hun beurt te overleggen wat er gedaan moest worden om aan deze toestand een eind te maken.