Het houten hoofdaltaar stamt uit de 17de eeuw. Het deurtje, belegd met bladgoud, van het houten tabernakel stelt de ontmoeting van Jezus met de leerlingen van Emmaüs voor. Het schilderij daarboven dateert uit 1863, is van de hand van E. De Bruxelles en herneemt het motief van het tabernakel. Daarboven zien we het beeld van de H. Catharina, in wit geschilderd hout, vergezeld van twee engelen. De zes 18de-eeuwse kandelaars zijn van verzilverd en verguld hout. In het koorgestoelte zijn twee gedenkplaten aangebracht ter nagedachtenis van de pastoors Liedts ( 1798) en De Bruyne ( 1822).
In het zuidtransept staat het altaar gewijd aan Sint Markoen. Het schilderij uit de 18de eeuw stelt de heilige voor die zieken troost. De reliekhouder stamt uit 1752 en stelt de H. Markoen voor in zijn preekstoel. Tegenover het altaar staat de zitbank voor de gildebroeders van de confrérie van Sint-Markoen. Deze voor de Sint-Catharinagilde staat aan de noordzijde bij het altaar van Onze-Lieve-Vrouw. Het schilderij van de hand van E. De Bruxelles stelt O.L. Vrouw Bijstand der Christenen voor.
De altaren van de zijkapellen werden gemaakt van gotische grafstenen afkomstig uit de oude kerk. Het nieuwe hoofdaltaar dateert van 1966.
De eikenhouten communiebank uit 1867, van de hand van K. Van Biesbroeck, heeft een marmeren bovenblad en marmeren medaillons die de apostelen voorstellen.
De lambrisering is in eikenhout vervaardigd in de 19de eeuw.
Langs de zuidzijde staat een eikenhouten preekstoel vervaardigd in 1772 door Francis De Pré naar een ontwerp van Philippe Begijn, met voorstellingen van O. L. Vrouw, de H. Catharina en de H. Markoen.
De vier biechtstoelen dateren van ca. 1750 en bevatten boven in het middenvak bustes van Petrus, Maria Magdalena, de Goede herder en Johannes Nepomuk.
De geschilderd kruisweg werd midden de 19de eeuw vervaardigd in het atelier Vernot uit Kortrijk.
De rouwborden of obits verwijzen naar de adellijke families die in Wondelgem woonden of hun zomerverblijf hadden en hier begraven liggen. (Een klassieke schildvorm + natus wijzen op een man, een ovalen vorm + nata op een gehuwde vrouw en een ruitvorm + nata op een ongehuwde vrouw). Van sommigen kunnen we nog de monumentale grafzerken zien op het kerkhof rond de kerk.
Op het kerkhof staan een paar imposante grafmonumenten van de families de Ghellinck de Walle, de Kerckhove de Denterghem, de Hemptinne-de Kerckhove de Denterghem, de Turck de Kersbeeck-Goethals, du Ry-van Steelant, Lummerzheim. Aan de noordzijde ligt ook de begraafplaats van de Franciscanen rond een groot kruis met wit marmeren Christusbeeld. Aan de zuidzijde staan verschillende pastoorsgraven.
Aan de ingang van de kerk staat het grafmonument van drie oorlogsslachtoffers, gefusilleerd in Rieme in 1942 nl. Paul Eykens, Leon Van Cauwenberghe en Jacques Pissens.Rondom het kerkhof is er nog de ommegang van Sint Catharina en Sint Markoen. De zeven steles bevatten gepolychromeerde terra-cotta reliëfs in een nis binnen een arduinen omlijsting. Bovenaan staan scènes uit het leven van Catharina afgebeeld en onderaan uit dat van Markoen.
Uit: Vroonstalle. Jaarboek van de Heemkundige en Historische Kring van Wondelgem, 1998, pp. 3-15.
De oorspronkelijke voorgevel bevat het wapenschild met de leuze respice finem (hou het einddoel voor ogen) van bisschop Filips van der Noot die de kerk op 7 augustus 1707 plechtig inwijdde. Boven de gebeeldhouwde eiken toegangsdeur uit 1687 staat een replica van het beeld van de patroonheilige van de parochie. Het oorspronkelijke beschilderde houten beeld staat nu, mooi gerestaureerd, in de gewezen doopkapel. De heilige Catharina is voorgesteld met een palmtak, zwaard en gebroken rad als tekenen van haar martelaarschap.
Tegen de noord- en zuidzijde van de kerk zien we enkele oude grafplaten van notabelen of rijke families en van enkele pastoors van Wondelgem, o.a. Petrus Coene, pastoor tot 1855, daarnaast deze van Henri Van Hyfte, koster, overleden in 1788; aan het vagevuur bevindt zich deze van Jan De Meyer, kerkmeester, overleden 1788, van Karel Van Schuerbeke, koster, overleden in 1681, verder nog van Thomas De Bruyne, pastoor, overleden in 1822 en van Willem Sandyck, eveneens pastoor, overleden in 1845.
De kerk binnen geeft een ruime en heldere indruk, opgefleurd door de kleuren van grote gebrandschilderde glasramen daterend uit het begin van de 20ste eeuw, in het koor en op het doksaal. Boven zien we de H. Clara van Assisi die met het H. Sacrament in de hand de Saracenen belet haar klooster te teisteren. In het noordtransept wordt de marteling van de H. Catharina voorgesteld nadat ze in discussie ging met hooggeleerde wijsgeren. Aan de zuidkant een glasraam met de H. Lodewijk, koning van Frankrijk en de H. Joris. In het hoogkoor zien we de voorstelling van O. L. Heer- Hemelvaart en de kroning van O. L. Vrouw.
(uit: Vroonstalle; Jaarboek van de Heemkundige en Historische Kring van Wondelgem, 1998, pp. 3-15) wordt vervolgd...
De huidige kerk van Wondelgem is niet de oorspronkelijke parochiekerk. Het centrum van Wondelgem met zijn kapel lagen ter hoogte van het Van Beverenplein en maakte deel uit van de bezittingen die de Sint-Baafsabdij in de 7de eeuw verwierf. De kapel, toegewijd aan de heilige Catharina van Alexandrië, werd in de twaalfde eeuw opgetrokken en viel onder het gezag van Ekkergem. In 1200 werd de kapel tot parochiekerk verheven door Stefaan, bisschop van Doornik, tot wiens bisdom Wondelgem behoorde tot de oprichting in 1559 van het bisdom Gent. Hoe het kerkje er ongeveer uitzag zien we op de figuratieve kaart van Viglius, gemaakt in 1576, waar deze wordt afgebeeld met een scherpe toren. Onder het Calvinistische bewind in het laatste kwart van de 16de eeuw, had Wondelgem zwaar te lijden. Een eeuw later werd de parochie door de Franse troepen geteisterd en de kerk geplunderd en beschadigd. In 1683 besliste de Gentse bisschop, Albert de Hornes, een nieuwe kerk te bouwen op de Stallendries, nu Vroonstalledries. Deze plaats had het voordeel dat het buiten de jurisdictie van de stad Gent viel maar wel binnen zijn eigen rechtsgebied, vermits de bisschop van Gent tevens graaf van Evergem was. Zo had de bisschop zowel de geestelijke als de wereldlijke rechtspraak in handen.
De bouwmeesters Gillis Broeckaert, metser, en Filips Baude, steenkapper, werden belast met de bouw van de huidige kerk die voltooid werd in 1687. De kosten van de bouw liepen hoog op, nl. 1397 ponden grooten Vlaams. Teneinde de kosten te dekken werd overgegaan tot de verkoop van parochiale eigendommen. Het éénbeukige kerkgebouw, met toren op het Oosten, is opgetrokken uit zand- en baksteen, in een sobere barokstijl. De rode steenkleur wordt gebroken door witte steunbogen en schoormuren. Bij de renovatie van de buitenzijde is gebleken dat het gebouw wellicht geverfd was in een rode kleur, zoals de pastorij nu. Op het bedevaartvaantje van Sint Markoen uit 1770 kunnen we zien dat de nieuwe kerk kleiner was dan het huidige gebouw. In 1820 werd de kerk beschadigd door een blikseminslag. In 1852 werd de gevel hersteld. In 1903 werd de kerk met 4 traveeën verlengd en werden er twee zijkapellen toegevoegd. Door deze ingreep is de verhouding tussen toren en schip enigszins zoek geraakt. In 1969 gebeurden er grote herstellingswerken en in 1987 werd onze parochiekerk geklasseerd als historisch monument. Vandaag, oktober 2005, zien we het prachtige resultaat van een grondige opknapbeurt.
(uit: Vroonstalle; Jaarboek van de Heemkundige en Historische Kring van Wondelgem, 1998, pp. 3-15) wordt vervolgd...