Vroeger stond God centraal in het leven van de mens. God was een vader die zijn “kinderen” na hun dood bij hem opnam en hen een eeuwig leven schonk. Dat leven bij God was belangrijker dan het leven op aarde. Je miste de mensen wel als ze doodgingen, maar je was er zeker van dat ze aan hun eigenlijke leven bij God waren begonnen.
Nu vinden de mensen het leven hier op aarde het allerbelangrijkste. Of er na de dood nog iets komt is voor heel wat mensen onzeker.
De dood maakt velen onder ons onrustig. Als je ergens bang voor bent, probeer je er niet aan te denken. Zo komt het dat weinig mensen over de dood praten. Toch weet je één ding met zekerheid: als je geboren bent, moet je ook eens sterven.
DE DOOD… Iedereen denkt eraan
Heb jij je al eens afgevraagd wat het feest van Allerheiligen betekent?
Een weekje vrij, ja, dat wel.
En verder?
Prachtig versierde kerkhoven. Op 1 en 2 november zetten katholieke gelovigen bloemen op de graven van hun overledenen. Ze maken tijd voor een gebed en denken terug aan gestorven familieleden en vrienden.
Eigenlijk vieren wij op 1 november Allerheiligen, het feest van “alle heiligen”.
Heiligen zijn mensen die dicht bij God hebben geleefd. Zo dicht, dat ze voor de andere mensen een voorbeeld zijn geworden.
Denken we maar aan Sint-Maarten, Sint-Pieter, de heilige Barbara, de heilige Catharina…
Op 2 november is het Allerzielen, de dag waarop je alle doden herdenkt.
Hoe neemt men afscheid van de dode?
Elke beschaving heeft typische woorden en gebruiken voor als er iemand gestorven is.
Die rituelen zijn zeer belangrijk, want ze geven mensen de kans om hun hoop, verdriet en respect te tonen tegenover de gestorvenen. Die rituelen verschillen natuurlijk van geloof tot geloof.
Bij de hindoes en de boeddhisten
Men verbrandt het lichaam van de dode, zodat zijn ziel het lichaam kan verlaten. Daarna verstrooit men de as in de rivier. Na enkele dagen worden er nog plechtigheden gehouden voor de overledene.
Bij de christenen
De dode wordt gewassen en aangekleed. Daarna legt men hem in een kist. De begrafenis heeft meestal plaats na drie dagen na het overlijden. Aan het einde van de eucharistieviering (gebedsdienst) staat de familie bij elkaar en kunnen alle aanwezigen een woordje van troost zeggen. Dit noemt men “zijn deelneming betuigen”. Op het kerkhof spreekt de priester een zegen uit over de kist. Daarna wordt de kist in het graf gelegd. Iedereen maakt nog een buiging voor het graf. Vaak legt men ook een bloem in het graf.
Sommige christenen laten hun lichaam cremeren, m.a.w. verbranden.
Zoals in vele godsdiensten wordt de begrafenis gevolgd door een eetmaal.
Bij de moslims
De begrafenis volgt heel snel op het overlijden. Het lichaam van de dode wordt driemaal gewassen en uitvoerig gebalsemd. Zijn kleding wordt niet dichtgedaan, want dat zou de ziel beletten om het lichaam te verlaten. De lijkstoet houdt eerst halt bij de moskee, waar de gebedsoverste tot Allah bidt. Op het kerkhof wordt het lijk, na een kort gebed, op zijn rechterzijde in een kuil gelegd. Het dode lichaam wordt steeds naar Mekka gekeerd, de heilige stad van de moslims.
Bij de joden
Na het lichaam langdurig gewassen te hebben, kleden de joden het met zeer eenvoudige kledingstukken (hetzelfde pak voor alle vrouwen en hetzelfde voor alle mannen). De begrafenis is nooit luxueus. Men legt in het graf een handvol aarde uit Jeruzalem, want de joodse traditie zegt dat de Messias naar Jeruzalem komt.
Bij de ongelovigen
Diegenen die de dood als een eindpunt beschouwen, willen geen gebedsdienst. Zij worden verast of op het kerkhof begraven en men brengt hen een laatste eerbetoon. Er komt geen kruis of een ander godsdienstig symbool op hun graf. Wel zie je vaak een fakkel.
De dodentuin
Vroeger waren de kerkhoven vlakbij de kerk. Men wilde dat de doden in de buurt van de levenden bleven. Nadien werd er omwille van de hygiëne en door plaatsgebrek beslist om kerkhoven buiten de dorpskern aan te leggen.
Om plaats te maken worden na een tiental jaren (max. 50 jaar) de grafzerken weggehaald en de beenderen naar een gemeenschappelijke kuil gebracht.
Vanuit de oudheid
Al sinds de oertijd begroeven de mensen hun doden. Dat gebeurde meestal op een welbepaalde manier. Bijvoorbeeld: liggend, gedraaid naar de rijzende of ondergaande zon. Vaak werden ze omringd door voorwerpen die hen moesten vergezellen op hun reis naar het hiernamaals.
De Vikinghoofdmannen lieten zich zelfs samen met hun schip begraven.
In de rouw
In de rouw zijn betekent dat je op een teruggetrokken manier leeft na de dood van een familielid. Vroeger toonde je dit door je in het zwart te kleden en door niet naar feestjes te gaan. Zo wisten de andere mensen dat je iemand verloren had van wie je veel hield. Tegenwoordig volgt niet iedereen dit ritueel nog. Rouwen doet ieder op zijn manier. Je huilt vaak, je kijkt naar foto’s, je haalt herinneringen op aan dingen die je samen beleefde, je praat er met anderen over…
Tradities vol bijgeloof
Nog niet zo lang geleden hing men doeken over alle spiegels in de kamer waar de overledene lag. Men dacht dat de ziel van de overledene zichzelf te veel zou bewonderen en daardoor zou vergeten om het huis uit te gaan. Een dode werd steeds eerst met zijn voeten het huis uitgedragen. Anders zou hij met zijn hoofd het huis bekijken en een levende met zich meenemen. Die persoon zou dan weldra sterven.
Er waren ook mensen die een geldstuk in de kist van de dode legden. Zo zou de overledene geld hebben om zijn overtocht naar het land van de dood te betalen…
Al deze gewoonten zijn natuurlijk puur bijgeloof. Ze tonen aan dat mensen bang zijn voor de dood. Dat ze op alle mogelijke manieren de dode willen helpen op zijn tocht en zichzelf proberen te beschermen.
Interview met twee begrafenisondernemers
Wat gebeurt er als er iemand overlijdt? Worden jullie dan dadelijk verwittigd?
Ja. We nemen al het papierwerk over van de familie.
De dienst van de Burgerlijke Stand moet op de hoogte gebracht worden en toestemming geven om die persoon te begraven. De parochie moet verwittigd worden. En er moeten afspraken gemaakt worden met het kerkhof of het crematorium.
Zorgen jullie ook voor de kist?
Ja, wij hebben een catalogus met kisten die we aan de familie laten zien. Wij zorgen ervoor dat het lichaam gewassen en aangekleed wordt en in de kist gelegd. Wij schikken ook de rouwkamer waarin de overledene rust tot hij begraven wordt. Of, als de familie dit wenst, laten we de overledene in ons funerarium verblijven. Wij zorgen voor de doodsbrief en voor het overlijdensbericht. En we rijden met de lijkwagen waarin de kist vervoerd wordt.
Eigenlijk houden jullie zich met alle praktische zaken bezig.
Inderdaad. We kunnen het verdriet van de familie niet verzachten, maar we kunnen hen wel helpen met al het praktische werk dat moet gebeuren als iemand sterft.
Is het een droevig beroep?
Soms wel. Het vraagt ook veel fijngevoeligheid.
Jullie hebben blijkbaar nog niet jullie levensvreugde verloren!
Dat zal ook niet vlug gebeuren. Er heerst een gezellige werksfeer. We houden van grapjes en lachen graag… en het hoeven echt geen lugubere grapjes te zijn!
Doodgaan: ik durf erover te praten
Dichters, schrijvers, muzikanten en filmmakers halen hun inspiratie uit ingrijpende gebeurtenissen in een mensenleven. Ook de dood hoort daarbij.
Een laatste woordje
Een grafschrift is een korte mededeling die men in de steen laat beitelen. Soms geeft de familie die opdracht om haar liefde voor de overledene een laatste keer te kunnen uiten.
Maar het gebeurt ook dat de overledene zelf zijn grafschrift opstelt.
De dood “nuttig” gebruiken
Als iemand in België verongelukt, heeft men het recht om de bruikbare organen, zoals het hart, lever, nieren… weg te nemen voor transplantatie. Op die manier kan men het leven van een ander mens redden.