LIEDJE VAN NONKEL SUS
‘k Ging over laatst eens naar de stad
mijn nonkel Sus bezoeken
hij had geschreven: kom maar af
‘k liet mij niet lang verzoeken
‘k kocht voor de trein een kaart of tien
de kaartjesgever stond te zien
en hij zei: monsieur, wat is da na
wie gaat daar allemaal mee mee a
mijn vader, mijn moeder, mijn broer, mijn zuster en mijn kozijn
Marieke, Sofieke, Jo en Fien en tante Lein
Sus en Peerke die liepen zo maar mee
Lowieke en Katrienke en onze kleine Amedee.
Te Brussel in die grote stad
daar liepen wij verloren
de gardevil die sprak ons aan:
gij komt de rust hier storen
zeg mij eens rap wie dat gij zijt
of gij geraakt uw vrijheid kwijt
en ik zei: meneer is ’t anders niets
ge ziet ze staan en luistert is
mijn vader, mijn moeder, mijn broer, mijn zuster en mijn kozijn
Marieke, Sofieke, Jo en Fien en tante Lein
Sus en Peerke die lopen zo maar mee
Lowieke en Katrienke en onze kleine Amedee.
Maar eindelijk vonden wij nonkel Sus
en waren wij gekomen
maar op het eten voor de noen
een ongeluk overkomen
te midden van die vreugdegroep
ons Peerke brak zijn schotel soep
en ieder kreeg een grote vlek
’t zij op zijn kleed ’t zij op zijn frak
en wij aan ’t vegen
ik en mijn vader, mijn moeder, mijn broer, mijn zuster en mijn kozijn
Marieke, Sofieke, Jo en Fien en tante Lein
Sus en Peerke die veegden zo maar mee
Lowieke en Katrienke en onze kleine Amedee.
Maar als het uur van scheiden kwam
dan was de vreugd’ verdwenen
wij gaven nonkel nog eens d’ hand
en hij begon te wenen
hij zei: komt allen spoedig weer
‘k verwacht u laters nog ne keer
en tante Lein schoot in ne schreeuw
en wij huilden allemaal mee
ik en mijn vader, mijn moeder, mijn broer, mijn zuster en mijn kozijn
Marieke, Sofieke, Jo en Fien en tante Lein
Sus en Peerke die huilden zo maar mee
Lowieke en Katrienke en onze kleine Amedee.
Zo dikwijls, in dialect, gezongen door 'Va-Va'
|