|
ODE AAN VA-VA
Refrein:
Holadië, holadio,
Leve Va-va, dat zingen wij zo.
Holadio, holadië,
Leve va-va, dat zingen wij mee.
1. En kent gij Leonske
De Beule of niet?
Ge leert hem wel kennen
in dit levenslied.
2. Hij kwam uit de Walen,
dat wordt ondersteld.
Wie weet dat nu zeker,
wie heeft dat verteld?
3. Hij woonde op ’t Zwaantje
als een boereknecht,
hij werkte en wroette
en leefde oprecht.
4. Van velden en akkers
kwam hij als een wees,
bij Gusta Steenackers
van Champetters Trees.
5. Nu moet ge wel weten
dat kwam onverwacht,
want Gusta die viel toen
bijna in een gracht.
6. Zij stond daar te treuren
met haar platte band,
Leonske passeerde
en gaf haar de hand.
7. Die band opgeblazen,
ge weet hoe dat gaat:
Leonske die hield haar
zowaar aan de praat.
8. Wat verder gebeurde:
hij was steeds paraat,
en vrijd’er op los
in de Sint-Jozefstraat.
9. Van vrijen komt trouwen,
.zij leerden hun les:
na enkele jaartjes
toen waren er zes!.
10. Lenie en ook Joske,
Mar’Louis’ en Yvonne,
Lowie en Denise,
maak zelf maar de som.
11. Va-va die was toen
in Kapelle beland,
en dra was zijn hart
aan de buizen verpand.
12. Na zeer vele jaren,
door ied’reen bemind,
had hij zijn pensioentje
wel dubbel verdiend.
13. Hij kreeg toen het reizen
en ’t kaarten in ’t bloed:
pandoeren of wiezen,
voor hem was het goed.
14. Hij kaartte voor prijzen,
won kiekens met hopen,
ge zoudt nog staan zien
moesten die hier nu lopen!.
15. Va-va is nu tachtig,
van harte hoera!
Voor die goeie, die beste,
die lieve Va-va!.
16. Wij wensen’t van harte,
en zijn zelfs niet bang:
Va-va gaat het houden
nog twintig jaar lang!
Van N. Hugo op 19 augustus 1984
|