Naar de inhoud

Wij wandelen en fietsen

akke.beakke.be

Archief

Zandvlietroute

Fietsknooppunten: 60-56-38-36-35-31-31-32-39-40-33-19-60. Afstand: 33km.

Zondag 4 augustus 2013. Het is licht bewolkt en de zon schijnt. De weerprofeten op radio en TV geven aangename temperaturen. Niet meer zo hoog als afgelopen dagen. Nog wel 26° à 27°C, maar dat is toch beter dan 32° of 34°C. De extreme temperaturen zijn niet geschikt om in te wandelen of te fietsen. Er wordt trouwens uitdrukkelijk gevraagd om elke inspanning te vermijden bij extreme hitte. Het beste was om aan het water te zitten, of te liggen. En goed insmeren met een hoge beschermingsfactor. Factor 50, of meer. Dat was afgelopen week.

We rijden vandaag naar Zandvliet voor een fietstocht. Rustig aan en geen stress. We willen onze wagen in de buurt parkeren van “De Leeuw van Vlaanderen”, op de Antwerpsebaan. Deze baan was vroeger de enige verbinding tussen de voormalige polderdorpen en Antwerpen. Ze vertrekt reeds vanuit Berendrecht, tussen de Zandweg en de Steenovenstraat, langs het volkscafé “De Molengeest”, altijd rechtdoor, over de rotonde en de Havenweg onderdoor. Parkeren langs de baan is sneller gezegd dan gedaan. Vanaf de viaduct tot aan de taverne is er alleen een smalle kasseiweg zonder parkeermogelijkheden. De taverne ligt tussen de polders, vlak bij de Nederlandse grens. Beter bekent bij het Zandvlietse volk als het gehucht “Den Hoek”. De herberg bestaat sinds 1878 en werd vooral bezocht door landarbeiders die op weg waren om in de omgeving de vruchtbare polders te bewerken. We zetten onze auto op de parking van Taverne “De Leeuw van Vlaanderen”. De eigenaars vragen uitdrukkelijk om alleen te parkeren als je iets komt drinken. Ik vind het nog te vroeg. Straks dan.

Het is 10:50u als we de parking achter ons laten en linksaf de Antwerpsebaan verder vervolgen met de fiets. De buitentemperatuur bedraagt 25°C. Het is aangenaam om te fietsen, zelfs in de zon. We rijden naar ons eerste knooppunt op de Antwerpsebaan. Een smalle kasseibaan waar Tom Boonen jaloers op zou zijn. De baan ligt wat bol en met de nodige kuilen is het moeilijk fietsen. We proberen zo veel mogelijk naast de kasseien te rijden. Wij zijn toch geen wielertoeristen. In de berm is een smal pad. Aan het kruispunt met de Weeltjensstraat staan we stil bij de Mariakapel. Gebouwd in 1954 met bloemperk ervoor. Een treurwilg achter de kapel zorgt voor enige schaduw. Even verder worden we al omgeven door bomen. Het is hier één en al groen. Talrijke bomen met loofhout. De kasseien maken plaats voor asfalt. De rijbaan wordt vlak, wat het aangenamer maakt om te fietsen. We naderen de grens met Nederland. Er komen ons enkele auto’s met caravan tegemoet en een camper. Vakantiegangers keren terug naar huis. Ze hebben mooi weer gehad, misschien wat te warm in een caravan of camper. Misschien stonden ze wel onder de bomen. In de schaduw was het nog net te doen. Dan staan we stil bij de kegelvormige grijze grenspaal met nummer 1841. De twee leeuwen staan op hun achterste poten. De Belgische en de Nederlandse leeuw. Elk op hun kant van de grenspaal. Aan de volgende dwarsstraat is ons knooppunt. Iets verder, aan onze linkerzijde is de Athena Ossendrecht camping. Aan onze rechterkant, rijden we voorbij het Athena naturisten camping. Een vereniging die al meer dan 50 jaar bestaat en het is één van de grootste van Europa. Na het bosrijk gebied is het de beurt aan land- en weidegrond. Links van ons grazen paarden. Het is duidelijk te zien aan de afspanning. Er wordt voor paardenweiden geen prikkeldraad gebruikt, maar brede linten. Om geen kwetsuren te veroorzaken.

We volgen knooppunt 56 langs landbouwgrond. In de verte zien we de spits van een kerktoren. In de grond naast de weg groeien jonge plantjes. Groene jonge plantjes. Onmogelijk te zeggen welke soort. Aan onze rechterkant staat volgroeide prei. Je ruikt het zelfs van op afstand. Volgende straat linksaf.

In de verte staan de koeltorens van Doel. Met een hoogte van 170 meter zijn ze een blikvanger voor de Antwerpse haven. Ze spuwen wolken van waterdamp. De kerncentrale met vier reactoren werd in gebruik genomen sinds 1975. We worden ondertussen veelvuldig voorbij gestoken door Oldtimers en enkele nieuwe types van auto’s. Sommigen met open dak. Allen hebben een nummer op gekleefd. Een straatrace misschien?

Links houden we halt bij een Belgische plantenkwekerij. Er liggen 60 tot 70 bakjes met jonge gele plantjes op de oprit. Netjes naast en achter elkaar. Het is onmogelijk te zien wat ze worden. Het kan net zo goed bloemenplantjes zijn of kruiden. Achteraan de oprit is een schuur waarvan de dubbele poort open staat. We zien geen beweging, anders konden we het vragen wat ze verkopen. We rijden verder en fietsen langs ons eerste maïsveld. Rechtsaf in de Molenbosstraat.

Het zijn smalle wegen waarop we fietsen. We worden geregeld voorbij gestoken door wielertoeristen. Van ver roepen ze al dat ze in aantocht zijn. Het is toch altijd een beetje schrikken als ze met velen zijn. Je weet nooit van te voren met hoeveel ze zijn. Soms komt er geen eind aan. Auto’s scheren ons ook voorbij. De meeste minderen zelfs hun snelheid niet. Uit voorzorg blijven we achter elkaar rijden. In de hoop dat de baan straks breder wordt.

We slaan linksaf en meteen hebben we een bredere baan. Met een race-snelheid van 15p/u rijden we een bosachtig gebied binnen. Terug in de schaduw van de vele loofbomen. Eens op de N289 rijden we wat veiliger op een fietspad. Richting Hoogerheide. We zijn in Noord-Brabant. We zetten onze fietsen aan de kant bij een picknicktafel met banken. Ons Rina heeft voor enkele koffiekoeken gezorgd. Hier hangt een overzichtskaart van de streek. Grenspark “De Zoom- Kalmthoutse Heide” is een grensoverschrijdend natuurgebied in de Nederlandse provincie Noord Brabant en de Belgische provincie Antwerpen. Een nationaal park van ongeveer 37km² groot. Groot Meer Stilte gebied. “Gelieve te bellen als u vindt dat de stilte niet gerespecteerd wordt” staat er op het info bord. Er staat een telefoonnummer bij vermeld. Ik wil gerust bellen. De auto’s die voorbij racen maken te veel kabaal. Mens en dier hebben behoefte aan rust. In dit gebied is het verstoren van de stilte strafbaar. We worden er gelijk stil van.

Wat verder fietsen we voorbij “camping Hogenboom”, een bungalow, villa- en familiepark met restaurant, terras, bowling en nog zo veel meer. De verse mosselen staan klaar, staat er op een reuzen spandoek vermeld. De camping heeft verschillende vestigingen in Europa. In België, Denemarken, Duitsland, Groot Brittannië, Oostenrijk, Spanje en Tsjechië. Het lijkt me een leuke plaats voor onze kleinkinderen.

We komen niet door het centrum van Hoogerheide. We volgen knooppunt 31 door een wirwar van straatjes. Het is een nieuwe wijk van Hoogerheide, vlak voor het centrum. Een gezellige, rustige wijk met een speeltuintje voor de allerkleinsten. In de Waalbaan verderop is het de beurt aan de gegoede burger. Grotere woningen met verdiep. Open bebouwing. Soms afgeschermd van de straatkant. Iets meer privacy. Caravan of boot op de oprit getuigt van een zorgeloos leven. Dan verlaten we Hoogerheide.

We rijden terug tussen weiland waar over het algemeen paarden grazen. Vlakbij staan twee paarden met een doek of zeil over heel hun lichaam. Het doek heeft de strepen van een zebrapaard. Mooi om te zien. Een volbloed paard verkleed als zebra. Het verwonderd me dat ze geblinddoekt zijn. Hoewel! De twee “zebra” paarden staan rustig te grazen, alsof er niets aan de hand is. Ze staan een eind van ons vandaan. We kunnen het niet duidelijk zien. Misschien is die doek voor hun ogen niet helemaal donker. Het is misschien een bescherming voor de zon. Ik ben er bijna zeker van.

We zijn ondertussen elf kilometer verder en hebben een prachtig panoramazicht over de vliegbasis van Woensdrecht. Op deze plaats lag tijdens WOII “Complex C”. Het bestond toen uit acht bunkers. Ze zijn allemaal gesloopt omwille van de landingsbaan. Er werd een “Shermantank” gevonden, bijna volledig bedolven onder het zand. De tank werd in 1914 ingezet voor de bevrijding van Antwerpen. De Shermantank behoorde tot de Canadese troepen. In oktober 1944 liet de bemanning hem hier op de Woensdrechtse heide achter. De Koninklijke Landmacht groef het oorlogswapen in de jaren 70 van vorige eeuw op. Vrijwilligers restaureerden de Canadese tank. Ze bleef een tijd te bezichtigen achter het gemeentehuis. Waar ze nu staat wordt niet vermeld. Nu is deze site nog zichtbaar. De maïs staat niet te hoog. Volgende maand rij je hier zo voorbij, doordat de maïs te hoog staat.

Links van ons is de snelweg naar Rotterdam. De laan waar we door fietsen is afgeboord met oude beuken. Verderop groeien dan weer hoge dennenbomen. We fietsen langs het laatste stuk van de Kalmthoutse heide. Op Nederlands grondgebied dan. Na een tijdje horen we dat de snelweg een andere richting uitgaat. Het wordt muisstil. We rijden achter elkaar op een smal stuk fietspad. Als er tegenliggers zijn moet de een of de ander in de zijberm. Of rechts op het ruiterpad. Maar dat is mul zand. Onmogelijk om te fietsen. Je ziet en je ruikt dat er een ruiterpad naast ons is. Er wordt geëist dat je de behoefde van je hond in een zakje doet. Hoe zit dat dan met paardenmest? Links en rechts zijn wegeltjes met wandelpaden. Geen wandelknooppunten, maar gekleurde symbolen. Het smalle fietspad wordt een brede zandweg. Het ruiterpad draait naar rechts. We zijn nog steeds omgeven door groen. Het bos is omheind met prikkeldraad. Rechts van ons, hectaren weiland. Een reclamebord verwijst naar een kaashoeve. Kaasboerderij “De Zuidgeest”. Ons Rina is nieuwsgierig en wil een kijkje nemen. We verlaten onze route en volgen het bord tot aan de bewuste hoeve. Er is geen enkel mens te bespeuren. We staan voor een gesloten poort. Een grote schuur staat open, waar we koeien zien staan. Rechts een afsluiting met schapen. Voor de rest is alles rustig. Vandaag wordt er geen kaas gemaakt of geproefd. Het is dan ook zondag.

Na 19km rijden we over de viaduct van de snelweg, richting Amsterdam. Aan de rotonde een wegwijzer naar Bergen op Zoom. We worden prettig verwelkomd. We wijken van onze route af voor de korenmolen “De 2 vrienden”. De ronde stenen molen staat aan de Oude Huybergsebaan. Tot het eind van de jaren 50 van vorige eeuw was ze nog dagelijks in gebruik. De molen kwam echter in verval. De gemeente Bergen op Zoom kocht de windmolen aan in 1979. Na een grondige restauratie werd de molen weer maalvaardig. In mei 1982 bood een vrijwilliger zich aan om de molen geregeld te laten draaien. Op zaterdagmiddag wordt de molen open gesteld voor het grote publiek. Naast de molenromp is een klein gebouw aan gemetst. Een kapel, veronderstellen we. We kunnen er niet bij. De site is afgesloten.

We rijden terug naar de rotonde. We zien echter geen bordjes staan. We rijden terug tot op de brug over de snelweg. Tot hier klopt de beschrijving. Dachten we toch. Ons Rina stelt voor om van de gelegenheid gebruik te maken, en naar het centrum te rijden. Enkele jaren geleden waren we al in het winkelcentrum van Bergen op Zoom geweest. Aan de andere kant van het dorp. De naam ontgaat me even. Richting centrum dus. Borden met “centrum” leiden ons straat in, straat uit. Moeilijk te onthouden hoe we gereden zijn. Dat wordt interessant voor straks. We hebben wel steeds een breed fietspad. Een brug over langs een hoge watertoren van 1899. We rijden over enkele treinsporen langs het gloednieuwe politiebureel. Kris kras door smalle straatjes, dan linksaf, dan rechts, en weer rechts. Het is tamelijk ver. Weer een rotonde, maar ons geduld wordt beloond. We maken onze fietsen zorgvuldig vast bij een fietsenstalling. Honderden fietsen staan hier dicht opeen geparkeerd. Als je vergeten bent waar, dan heb je een serieus probleem om hem terug te vinden. Het is koopjeszondag. We bezoeken de plaatselijke “Media Markt”. Enkele prijzen vergelijken. Alsof wij ze allemaal uit ons hoofd kennen. De Markt van Bergen op Zoom is een gezellige plaats. De Horeca is goed voorzien. De ene taverne na de ander. Afgewisseld met een restaurant. Op elk terras zit er volk. Genietend in de schaduw met een streekbiertje rond een tafeltje. Al dan niet met een heerlijk streekgerecht. Winkels zien we niet. Die bevinden zich in de zijstraten. Het marktplein is op één kraam na verlaten. Ik dacht dat het een frietkraam was. Het blijkt een stempelkraam te zijn van een autorally. De ene auto na de andere komt het plein opgereden. Ze stationeren hun vehikel en lopen naar het kraam. Het zijn de auto’s die ons daarstraks gepasseerd zijn.

We horen muziek. Onder een luifel brengt een zangkoor het beste van zichzelf. Vooraan staan de dames in hun beste en mooiste outfits, achteraan doen de heren hun best om hun stem zo laag mogelijk te houden. Samen brengen ze oud-Nederlandse liederen die in een nieuw kleedje gestoken zijn. De omstanders zingen mee. Het zorgt voor een gezellige sfeer.

Langs de St-Annastraat, onder de inrijpoort van het oude stadhuis, wandelen we tot bij het VVV-kantoor. Gelegen naast het “Grand Hotel De Draak”. Het monster poseert boven de inkomdeur. Helemaal geel van het bladgoud. Dit is het oudste hotel van Nederland. In het toeristengebouw krijgen we een stadsplan waarop alle bezienswaardigheden vermeld zijn. De route is uitgestippeld, zodat je niet verloren loopt. We beginnen onze wandeling achter het VVV Brabantse Wal. De parel van Bergen op Zoom is “Het Markiezenhof” in de Steenbergsestraat 8. In de 16de eeuw woonden hier de Heren en Markiezen van de stad. In de 19de eeuw werd het complex ingenomen door de Nederlandse Militairen. Na grondige renovatiewerken in 1987 werd er de dienst museum en het regionale archief gehuisvest. . Vanaf gisteren, 3 augustus is in het stadspaleis de unieke tentoonstelling Rembrandt in zwart-wit te zien. De beiaard laat elk kwartier van zich horen.

We wandelen terug naar de Markt. De Sint-Gertrudiskerk valt vooral op door haar toren. Oorspronkelijk in 1370 gebouwd. Bij beschietingen door de Fransen in 1747 werd de kerk grotendeels door brand verwoest. Drie jaar later werd de toren heropgebouwd en verlengt met 24 meter. Er wordt een achtkantige gesloten “lantaarn” op gemetst. Daarbovenop komt weer een kleinere “lantaarn” te staan. Bovenop de koepel prijkt dan nog een grote naald met haan. In 1972 brandde de kerk opnieuw af. In 1987 staat de kerk opnieuw open voor het publiek. We gaan een kijkje nemen in het heiligdom. De kerk wordt in gereedheid gebracht voor een huwelijk. Witte voile en bloemen worden aan de zijkant van de banken aangebracht.

Het stadhuis met zijn bordes en luiken in wit en rood. Het gebouw omvat drie complexen. Het “Leeuwenborgh” is gebouwd van 1398-1403, nadat het voormalige pand volledig door een brand werd verwoest. Het gebouw met bordes is de eigenlijke hoofdingang, het “Schepenhuis”. Links zien we de “Oliphant” met de eerder vermelde inrijpoort. Het stadhuis is te bezichtigen in de periode van Koninginnedag tot halfweg oktober. Aan de overzijde van het stadhuis pronkt de Stadsschouwburg “De Maagd”. Ondergebracht in de voormalige rooms Katholieke kerk van de parochie Heilige Maagd Maria ten Hemelopneming. Het complex werd gebouwd in 1829

Langs de Fortuinstraat komen we in de Lievevrouwestraat. Hier is de Lievevrouwepoort of Gevangenpoort. Het oudste monument van de stad dateert uit de jaren 1330-1350. Het gebouw heeft geen traliehek meer. Het hek dat men vroeger kon laten zakken, om onge-wenste bezoekers buiten de stad te houden. Op dit moment wordt de poort binnenin gebruikt door de stichting “In Den Scherminckel” als tentoonstellingsruimte. De gevangen-poort wordt geflankeerd door een zwaar kanon. In de Koevoetstraat staan we voor de voormalige Synagoge. Opgetrokken in neoclassicistische stijl.

Terug naar onze fietsen die daar trouw op ons hebben gewacht. Op het gevoel rijden we terug naar onze rotonde. Daar waar we afgeslagen zijn voor de molen. We denken dat we dezelfde weg terug nemen. Maar zeker zijn we niet. Ik probeer me te herinneren welke winkels we gepasseerd zijn. Maar in tegenovergestelde richting is alles anders. Niets komt mij bekend voor. We zijn verdwaald. Tot aan de brug over het spoor is het geen probleem, maar dan? We houden halt en wachten even. Een oude man op de fiets komt ons tegemoet gereden. Ik houd hem staande en vraag naar de molen. Die moet in de buurt zijn. De man is een vriendelijke allochtoon. Hij wil ons heel graag helpen, maar hij spreekt geen Nederlands. Toch niet genoeg om ons de weg te wijzen. Een andere fietser komt eveneens onze kant op. Een jonge dertiger. Een echte Nederlander uit Bergen op Zoom. –Neen. De molen weet ik niet! Zegt hij. – Waar moeten jullie naar toe? Kortom, hij stuurt ons een heel andere weg op. Hij wil ons de grote weg opsturen, richting België. We bedanken hem vriendelijk, maar rijden intuïtief verder. Op goed geluk. Een goed initiatief. Na een paar kilometer komen we voorbij enkele bekende huizen en winkels. Oef, we rijden juist.

Nu terug knooppunt 32 vinden. We fietsen tot we aan het kruispunt komen waar we afgeslagen zijn. Geen bordjes te zien. Het enige wat we kunnen doen is terug rijden naar knooppunt 31. Ons enige alternatief. Om 16:30u. rijden we terug op onze route. Waarschijnlijk verstrooid geweest. Een bordje gemist, en maar rechtdoor blijven rijden. Maar Bon. We doorkruisen het gehucht Heimolen. Een gehucht van de gemeente Bergen op Zoom. De “Heimolen” is vernoemd naar een Standerdmolen die in 1649 aldaar werd gebouwd in opdracht van de Markiezin van Bergen op Zoom. De molen brandde volledig af in 1675. Na de verbouwing als banmolen bleef hij maalvaardig tot 1792. Daarna raakte de molen in verval. De ronde stenen molen van Bergen op Zoom “De twee vrienden” bouwde de molen en gebruikte de onderdelen van de “Heimolen” in 1890.

Linksaf in de Vossenweg, en we duiken gelijk weer in de groene natuur. Schuin rechts in de verte de koeltorens van Doel. We rijden door een smalle weg die afgeboord is met bomen. Enkele wandelaars groeten ons vriendelijk. We kunnen enkel met ons hoofd knikken. We hijgen van het klimmen. Ik heb nochtans vroeger in school geleerd dat Nederland plat is. Of is dat door de evolutie met de jaren veranderd? Er staat reeds 34km op onze teller. Normaal moesten we al terug in Zandvliet zijn. Maar we moeten nog een eindje rijden. Bij de recreatieboerderij “De Walkant” gaan we nog iets drinken. We zijn totaal uitgedroogd. We hebben een uniek uitzicht op de Brabantse wallen. Na onze snack brengt de weg ons verder tot Woensdrecht. Het is 17:40u als we bij knooppunt 39 zijn. We draaien voor het centrum rechtsaf. Links weer een mooi panoramazicht over ha landbouwgrond. Op de achtergrond weer de koeltorens van Doel. Rechts van ons een hoge berm. Bovenop staan weidepalen met prikkeldraad. Ik ben benieuwd welke dieren er grazen. Langs een tractor spoor rijden we steil omhoog. Eenmaal boven hebben we een mooi breed uitzicht over wei- en landbouwgrond. Het wordt alleen doorsneden door de snelweg Amsterdam-Rotterdam. Links van ons staan ha korenaren. Klaar om geoogst te worden. Onze rit brengt ons verder langs mooie schitterende boerderijen. Het zijn herenboerderijen. Omringt door massa grond. Op enige afstand staan de schuren, of stallen. Volgens mij zijn het stoeterijen of maneges. Ze zijn groter dan ons appartement. Weilanden met uitsluitend paarden.

De waterloop die we nu volgen is de “Agger”. Het water dat vanaf de grindweg zichtbaar is en zich door het landschap heen kronkelt. Het water ligt op de scheiding van het meer, of meerpad van Woensdrecht. De Agger is het restant van de Schelde. Bevaarbaar water tussen Brabant en Zeeland. Nu is het slechts een bochtige waterloop, als natuurgebied ingericht. De Heerlijkheid Agger van 1288 verdween in de stormramp van 1552.

Vanuit de verte zien we de Protestantse kerk van Ossendrecht. Een dorp in de gemeente Woensdrecht, tussen Hoogerheide en Putte. We rijden niet door het centrum. We slaan rechtsaf voor knooppunt 19. Nog 1700 meter. We zijn terug in ons eigen landje. Linksaf over een kar- of tractorspoor. Een weiland met balen stro, wachtend om opgeladen te worden. De kiezelsteentjes onder onze banden schieten alle kanten op. Hopelijk krijgen we geen lekke band. De laatste loodjes wegen het zwaarst. De asfaltweg wordt weer kasseiweg. Volgens mij liggen die hier al vanaf de Romeinse tijd. Kuilen en putten. We naderen ons eindpunt. Nog 150 meter. Het is 18:40 als we bij onze auto staan. De parking staat nu volledig vol met geparkeerde auto’s. Er staat er zelfs één te wachten tot wij wegrijden. Tot schrijfs. Tekst: Luc Verschooten. Foto’s: Rina Meurs.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Luc Verschooten om 13:30 Reageer op dit bericht

Weekend Lommel 3

Het was een zwoele nacht. We hebben het dakraam heel de nacht laten openstaan om luchtcirculatie te hebben. Maar het bracht geen verkoeling. Het daglicht zorgt ervoor dat we vroeger wakker worden dan geplant. We beginnen onze gezamenlijke koffer te pakken. We zijn zo stil mogelijk, om geen andere hotelgasten te storen. Ik kijk door het dakraam naar de straat, twee verdiepingen lager. Er rijden enkele vroege fietsers voorbij. Ze willen een tochtje maken voor de grote hitte van vanmiddag. Vandaag wordt de warmste dag van het weekend verwacht. Van het jaar, mag ik wel zeggen. Er werd uitdrukkelijk gevraagd om geen fysieke inspanningen te maken. Moet je toch in de zon, bedek je huid en draag iets op je hoofd. Dat gaan we doen. We nemen een uitgebreide douche. Eerst warm, dan koud water. We verlaten de kamer met al ons hebben en houden en zetten alles in de auto. Daarna wordt het tijd om te ontbijten. Tijdens onze maaltijd plannen we onze laatste dag van dit weekend. Voor de middag een wandeling maken, een korte wandeling van zeven kilometer in een bos. Niet in de blakende zon, maar onder een bladerdek van bomen. Na de middag willen we dan naar een recreatiepark rijden, om af te koelen aan het heerlijke water. Als de temperatuur daarna iets of wat normaal is, rijden we naar huis. Goed plan. Toch?

Het is 09:20u. Na de nodige formaliteiten vertrekken we met de auto naar de abdij van Hamont-Achel. Normaal een rit van een half uur. Maar ons "Lucy" besliste om anders te rijden. Vrouwelijke koppigheid ofwel was het de warmte. We hadden er eerst nog geen erg in. Maar soit. We worden langs de Noord-Zuid verbinding over de grens met Nederland geloodst. In feite hadden we de N71 moeten volgen. Maar "Lucy’s" wegen zijn ondoorgrondelijk. We rijden het kleine dorpje Borkel en Schaft binnen. Deze dorpjes werden samengevoegd in 1810. Ze liggen beiden in het Dommeldal. Vanaf ons vertrek uit Lommel krijg ik af en toe een steek in de rechterzij. Ik ben dan blij als we bij een molen vlak voor het centrum kunnen uitstappen. Als ik rechtop sta, ebt de pijn weg. De molen is een koren- en boekweitmolen. In 1865 maalde hij voor het eerst graan. De gemeente Valkenswaard is de eigenaar. In 1989 werd de molen het laatst gerestaureerd. Hij draait nu onder deskundige leiding van een vrijwillige molenaar.

Ik parkeer de wagen op een ruime parking aan de abdij van Hamont-Achel. Hamont-Achel ligt centraal op de wandelroutes van de Limburgse Kempen. De Sint-Benedictusabdij, veel beter bekend als het trappistenklooster Achelse Kluis werd in 1846 gesticht als priorij met enkele slaapplaatsen voor kluizenaars. In 1871 werd ze tot zelfstandige abdij verheven. De abdij ligt op de grens tussen Noord-Brabant in Nederland en ons Belgisch Noord-Limburg. Midden in een natuurgebied van akkers, bossen en heide. De abdij is niet te bezichtigen en de abdijkerk is alleen toegankelijk om liturgische vieringen bij te wonen. De abdij is nog steeds een oord van bezinning. Vanaf hier vertrekken verschillende wandelingen. Onze wandelkaart hebben we aangekocht op de fiets en wandelbeurs in Mechelen, begin dit jaar. Daarin staan zeven trappist wandelingen van 7 tot 11km. Wij gaan dus zoals afgesproken voor de korte. De blauwe "La Trappe" wandeling. We vertrekken vanuit de kloosterpoort en verlaten onder luidruchtig klokkengelui het Belgische grondgebied. Voor de tweede keer vandaag gaan we de grens over naar Nederland. We steken de Sint-Benedictuslaan over en wandelen tussen hei en vennen. Ondanks de warmte valt het hier goed mee. Veel loofbomen die voor schaduw zorgen. Als het asfalt overgaat in aardeweg, stappen we in de schaduw van naaldbomen. Hier beginnen de Leenderse bossen. De heide is op zijn mooist nu. Het fietsknooppunten netwerk is hier ook aanwezig. En dat is te merken. Er wordt massaal gefietst. Het merendeel van de fietsers heeft niets op het hoofd. En dat met deze temperaturen. Zware inspanningen bij grote hitte, kunnen voor problemen zorgen. Als we teveel zweten verliezen we mineralen, die hittekrampen veroorzaken. Ze worden door hoofdpijn, duizeligheid of een zwaktegevoel voorafgegaan. We moeten een stuk in de zon lopen. We komen aan een splitsing met een wirwar van paaltjes. Onze wandeling kan je in twee richtingen doen. Wij gaan voor rechtdoor. We volgen het rode fietspad. Het wegdek is van asfalt voorzien, en dat voel je. De warmte dringt door onze sandalen door. We kunnen niet in de schaduw wandelen. Links en rechts open vlakte met heide. Al goed dat we een pet op hebben. Er is geen zuchtje wind en de zon brand als de hel. We stappen hier door de "Kraanvennen". Links van ons de vijver. Een jong koppeltje heeft zich op een minuscule handdoek aan de oever neergevlijd. Geen slecht idee trouwens. Rechts moet ook een vijver zijn, maar we zien hem niet. Ontelbare fietsers gebruiken dit pad.

Voor ons, in de verte, het bos. Daar gaan we verkoeling vinden. Een vrouw komt ons tegemoet met haar fiets aan de hand. Platte band. Niet zo gezellig, nu ze helemaal terug moet naar de abdij, waar haar auto staat. Drie kwartier later bevinden we ons aan de rand van het bos, maar onze wandeling gaat rechts af. We verlaten het fietspad en wandelen op de aardeweg naast het bos. Hier staan allemaal loofbomen waarvan veel berkenbomen. We drinken op tijd van ons water. Het is ondertussen lauw geworden. Maar beter dit dan geen water. Ik krijg weer steken in mijn zij. Het wordt tijd dat we even rusten. Er bestaat ook nog zoiets als hitte-uitputting. Dat is een teveel verlies van water en het hart kan amper nog bloed naar de organen pompen. Eens de lichaamstemperatuur boven de 40°C gaat, evolueert dat naar een zonneslag. We doorkruisen het natuurreservaat "De Groote Heide". Een gebied van 333 hectare. Ik blijf plots stilstaan, als ik in de verte een hert zie. Voor ik ons Rina een teken kan geven, rent het dier het bos in. Het hert heeft ons opgemerkt. Even verder zetten we ons neer op de grond, in de schaduw van de bomen. Vanaf nu wandelen we door de Klotvennen. Bij Briesven, enkele rustpauzes verder wordt ons Rina opgeschrikt door een hert. Het lag te rusten in het hoge gras in de schaduw van de bomen. Ons Rina neemt een foto van enkele wilde bloemen, naast het pad. Het hert schrikt, loopt en springt weg. Het dier verdwijnt in het bos. Ons wandelen wordt slenteren. We rusten meermaals uit op de grond, in de schaduw. Uiteindelijk komen we terug aan de startplaats van onze wandeling. We zetten ons neer aan een picknicktafel en eten ons fruit op. Een appel en een sinaasappel. Vanaf dan is de pijn in mijn zij gebeterd.

Om 13:00u zijn we terug aan de auto. Naast de abdij, in de gerestaureerde stallingen, genieten we van een heerlijke trappist. We zitten buiten onder de parasol. Ons Rina is in de gelagzaal de drankjes gaan afhalen. Ze heeft ook voor een stukje kriekvlaai gezorgd. De trappist, de Achelse Kluis, wordt sinds 1998 gebrouwen door de monniken en heeft een internationale erkenning. De Achel trappist wordt rechtstreeks uit het vat getapt, wat neerkomt op 5°. Uit het flesje is hij 9°. Naast de gelagzaal bevindt zich ook een kunsthal en een religieuze galerie- boekenwinkel die dagelijks heel wat mensen over de vloer krijgen.

Na verloop van tijd besluiten we om naar huis te rijden. Het is te warm om nog iets te doen. In de auto zetten we de airco op en rijden naar Ekeren. Tot schrijfs. Tekst: Luc Verschooten. Foto’s: Rina Meurs.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Luc Verschooten om 08:27 Reageer op dit bericht

Weekend Lommel 2

Ik had mijn GSM afgesteld om ons te wekken maar door de warmte worden we al vroeger wakker. We nemen een douche en kleden ons om te ontbijten. Ontbijten is voor ons een beetje onthaasten. Rustig met z’n twee genieten van een koffietafel vind ik gewoon gezellig. Het ontbijt geeft ons de nodige energie om de dag te starten. Ons lichaam is als een auto. We moeten bijtanken om de fysische prestaties vol te houden. We worden ontvangen in een sfeervolle ontbijtzaal. Er staat een mandje op tafel met verschillende soorten brood en broodjes. We kunnen kiezen uit thee of koffie. Een bord met ham en kaas. Een varia van confituren en choco. Voor ieder wat wils.

Het is al behoorlijk warm als we met de auto vertrekken. We rijden ten zuiden van Lommel door het gehucht "Kattenberg". Het is een bosrijke omgeving, en de plaatselijke camping is hier dan op z’n plaats. Kattenberg bezit verschillende wandelwegen en een uitgebreid fietsnetwerk. "Lucy" laat ons 20 minuten later halt houden in de Sportveldenstraat. Ik parkeer de wagen in de schaduw van de bomen. Als we uitstappen kunnen we echt goed de sporthal bekijken. Van op afstand zien we de schuine pilaren met ontelbare kabels. Op het eerste zicht is dit van een hangbrug. Niet dus. We staan vlak bij de evenementenhal "De Soeverein". Een modern sportcomplex in cirkelvorm. De zogenaamde klassieke arena is evenals het overdekt stedelijk zwembad gebouwd op een domein van 35ha groot, aan de rand van het stadscentrum. In de onmiddellijke nabijheid bevindt zich eveneens het natuur- en wandelgebied "De Sahara". Vanaf hier staan paaltjes met een rode driehoek. Een wandeling van zeven kilometer. Die gaan we doen vandaag. Eens voorbij de jeugdlokalen wordt de verharde weg een zandpad. We zijn omringd door naaldbomen. We lopen zoveel mogelijk in de schaduw. We hebben flesjes water bij en een pet op ons hoofd. Ik heb mijn hoge trekschoenen aangetrokken. Ons Rina heel gemakkelijke platte schoenen. Het is heuvelachtig en moeilijk stappen in het mulle zand. We horen paarden achter ons en zetten ons opzij. Twee amazones stappen ons voorbij. De paardenhoeven doen veel stof opwaaien. Ik had het zand eigenlijk witter verwacht. We moeten weer klimmen, maar het loont de moeite als we boven zijn. We krijgen een panoramazicht te zien van een enorme blauwe vijver. Een breed zandstrand er rond en op de achtergrond dennenbomen. Het zand rond het meer is duidelijk witter. We zetten ons op het "strand" aan het water en genieten van het weidse uitzicht over de vijver. Het is 10:00u, doch zijn er al enkele zonnekloppers. De ruiters van daarnet verzorgen hun paarden links van ons op het strand. Jonge meisjes maken de paarden klaar voor een fotoshoot. Honden zwemmen in de vijver met hun baasje. Rechts van ons een volwassen Sint-Bernardushond aan de leiband. Het baasje staat tot haar middel in het water, maar de hond wil niet verder het water in dan zijn voorste pootjes. Hoe het vrouwtje ook trekt of roept, ze krijgt er geen beweging in. Het is hier aangenaam aan de kant van het water. Ons Rina gaat zelfs het water in tot aan de knieën. Na de afkoeling laat ze haar benen rustig naast mij opdrogen. De Lommelse "Sahara" is 193ha groot. Al heb ik mijn bedenkingen. Wij zitten meer in een oase dan in een woestijn. Of is dit een fata morgana?

In 1904 werd hier in de omgeving een zinkfabriek gebouwd. Wat ten goede kwam voor de plaatselijke bevolking vanwege de werkgelegenheid. Maar! De fabriek stootte zoveel schadelijke gassen uit, dat elk leven in een gebied van 700 hectare vernietigd werd. Na verloop van tijd ontstond dan een woestijn vlakte. Voor de Tweede Wereldoorlog was dit gebied 500ha groot. De fabriek sloot zijn deuren in de jaren ‘50. Het duurde nog tot de jaren ‘70, voor de gebouwen tegen de grond gingen. De wind had hier vrij spel. Het fijne zand waaide tot in het dorp. Om dat tegen te gaan werden er massaal dennen en struiken aangeplant. De grove den werd tevens gebruikt om de mijngangen te stutten. Tot in de jaren ’80 werd hier nog zand gewonnen, als grondstof voor de steenfabriek. De vijvers zijn ontstaan door de zandwinning. Het resultaat mag er zijn. Een half uur later begint onze rug pijn te doen en we stappen verder. Even is het moeilijk. Het pijltje van onze wandeling wijst schuin naar rechts. Er zijn echter drie paden. Eén pad vlak naast de vijver, een pad uiterst rechts en één in het midden. Ik gok op de middelste. Het is zwaar klimmen door het zand. We stappen juist. Even verder weer rechts. Beneden ons de uitloper van de vijver met een oude verroeste, bijna verzonken, baggerboot. Het levert mooie plaatjes op. Aan de vogelspotplaats kunnen we uitrusten op een bank en drinken we van ons flesje water. Een infobord verteld ons dat hier de Kuifeend, de Oeverzwaluw en de Pluvier te vinden zijn. Voor de voetgangersbrug zetten we ons aan de picknick tafel om ons dagelijks stukje fruit te eten. Een uitstekende dorstlesser. We zijn niet de enige wandelaars. Een koppel stapt ons voorbij en kijkt naar onze tafel of er nog plaats is. Ze besluiten toch maar door te stappen. Ze willen ons niet storen of ze willen alleen zitten. Ook fietsers passeren ons. Na onze break wandelen we over de sierlijke hangbrug van 80m lang. Zeven meter onder ons stroomt het Kempisch Kanaal. Eens over de brug moeten we met een trapje steil naar beneden. We bevinden ons in het natuurgebied "Blekerheide". Eén van de laatst overgebleven heidegebieden van Lommel. Ten westen ligt het Riebos. Een gebied dat beheerd word door Natuurpunt. Het is een vochtig heidegebied met restanten van turfputten. Beneden aan de trappen gekomen gaan we dwars door de heide. Langs een pad welteverstaan. De heide staat in volle bloei. We hebben schitterende uitzichten.

Om 11:45u dwarsen we het kanaal Bocholt-Herentals. We zijn een paar km verwijderd van het recreatie gebied "De Vossemeren" en 3km voor het centrum van Lommel. We gaan rechts af, de Lossingweg in. Bij nummer 21 staat een taverne met groot terras. Hier gaan we even uitblazen en iets fris drinken. Ik bestel een blond Kasteelbier. Een Belgisch bier dat voor de eerste keer gebrouwen werd in 1989 te Ingelmunster. Het is een zwaar bier en te verkrijgen in blond, donker, cuvée en tripel. Ons Rina vraagt het bier van de maand. Een triporteur, dat voor het moment alleen in blond te verkrijgen is. Het is een bier van hoge gisting en met een alcohol percentage van 6,2%. Ons Rina beweert dat ze chocolade proeft. We zitten onder een parasol en genieten van het uitzicht op het kanaal. Er wordt nog van het kanaal gebruik gemaakt door pleziervaartuigen. De boten zijn om ter mooist uitgedost. Sommige vrouwen liggen op de voorsteven te zonnebaden. Anderen zitten als wij, onder een zonnescherm van een koel drankje te genieten. Nu met een boot varen is de ideale manier om van dit weer te genieten. Je hebt altijd een beetje wind. Ik trakteer ons op een ijsje. Met dit weer kunnen we er echt van genieten. Een dik uur later wordt het toch tijd om verder te stappen. We moeten een paar meter terug en volgen verder de rode driehoekjes van onze wandeling. Terug het bos in.

Om 14:00u zijn we terug bij de wagen. Hij staat nog steeds in de schaduw. De temperatuur bedraagt 33°C. We rijden naar het bedevaartsoord "Mariapark" te Lommel-Werkplaats. Ik heb geen adres, maar al vragend kom je er ook. Lommel-Werkplaats is één van de 12 gehuchten van Lommel. Eind december 1925 werd de parochiekerk Sint-Barbara gebouwd. Omdat de kerk "slechts" een hulpkerk was, mochten er geen huwelijks plechtigheden plaats vinden. En ook geen begrafenissen. Er mocht alleen gedoopt worden. Als ik de auto parkeer zie ik dat het park in de Kaperstraat is. We wandelen het Mariapark binnen. Een rustige, serene plaats. Gelijk met ons wandelt er een bruidspaar in het park. Een fotograaf neemt foto’s van verschillende poses die de pas gehuwden maken. In de schaduw van enkele bomen wordt een wit laken op het groene gras uitgespreid, waarop het echtpaar plaats neemt. De fotograaf heeft een picknickmand mee en stalt verschillende etenswaren op het laken uit. De plaatselijke pater was de stichter achter dit park. Hij liet het bouwen ter ere van O-L-Vrouw van Lourdes. Na het plaatsen van het Heilig-Hart beeld, werd alles plechtig ingewijd in 1928. De vele zitbanken aan de kunstgrot doen vermoeden dat hier nog steeds erediensten gehouden worden. Een klein marmeren altaar voor de grot staven mijn vermoedens. Enkele kaarsen branden in de grot. De maquette boven op de grot is de Lommelse Sint-Pieters-bandenkerk. Sinds de inwijding zijn hier vele bedevaarders gepasseerd. Een tijd later werden dan de kapellen, de zeven weeën van Maria, geplaatst. In het midden van een plantsoen staat een levensgroot beeld van de Heilige Franciscus. Rechts de Heilige Lidwinakapel. Het beeld is uit hout gesneden. Een tweede kruisweg begint na een poortdoorgang. Deze kruisweg werd ingewijd in mei 1949 achter het bestaande park. Het is de mooiste kruisweg die we ooit gezien hebben. Hier is werk van gemaakt. Er zijn nog restauratiewerken aan de gang. Rechts is een Calvarieberg nagebootst. Bovenop vindt de kruisiging van Jezus plaats. In de grot van de Calvarieberg moet het Heilig graf voorstellen. Links de verschijning van de aartsengel Gabriël. Het loont de moeite om hier te wandelen. Als we helemaal rond zijn houden we halt voor de woning van St. Jozef met zijn pupil. Ze baten beiden een schrijnwerkerij uit. Het gereedschap aan de muur is exact nagemaakt en verwerkt als bas-reliëf in de muur. Als laatste bezoeken we de kerststal, dat heel het jaar door te bezichtigen is. Het is echt de moeite, en we hebben er echt van genoten. Maar nu wordt het echt tijd om iets te drinken.

Na onze verpozing, op een schaduwrijk terras rijden we naar "Kattenbos". Een gehucht van Lommel met verspreide bebouwing. Kattenbos wordt omringd door woeste gronden. De temperatuur wijst 42°C aan. We stoppen aan de Leyssenmolen, die oorspronkelijk in het centrum stond vanaf 1809. Hij werd in 1964 naar deze plaats gebracht. Maar…hij is verdwenen. De cirkelvormige haag is het enige wat rest op de kleine heuvel. Een infobord iets verder verteld ons dat een firma, in opdracht van de stad Lommel, de molen heeft opgehaald voor restauratie. Hij zal in oktober van dit jaar, in zijn oorspronkelijke staat, op deze plaats terug worden opgebouwd.

Aan de weg Lommel-Leopoldsburg liggen op 17ha het Duits Militaire begraafplaats. We parkeren de auto onder het bladerdek van de bomen. We hebben de parking voor ons alleen. Bij de ingang klimmen we langs de trap tot voor het monument. Het monument met een groot kruis, Johannes en Maria. We staan ongeveer 6 meter hoog. We hebben een panoramazicht over meer dan 38 000 gesneuvelde soldaten. Dit kerkhof werd ingewijd op 6 september 1959. In 1946-47 werden er veel gesneuvelde soldaten overgebracht van verzamelplaatsen uit verschillende steden en dorpen uit ons land. We zijn de enige toeristen hier. Daar zal het warme weer wel iets mee te maken hebben. We gaan terug naar beneden tot in de crypte. Hier ligt een beeld van een dode soldaat met aan zijn voeteneinde enkele rouwkransen. In de verte slaat een kerktoren vier uur. We maken een ronde door de begraafplaats. Hier rusten dus Duitse soldaten die gesneuveld zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar meer opzij liggen ook nog 542 soldaten uit Wereldoorlog Eén. Bijna elk kruisje heeft twee namen. Eén kruisje voor twee graven. Sommige naambordjes dragen geen naam. Het opschrift luidt: "Hier rust een Duitse soldaat". Hier en daar liggen er bloemen, of een knuffel of er staat een brandende kaars in een rood potje bij een kruis. Van familie of vrienden. Na het akenkruis monument, gaan we rechts en even verder weer rechts. We wandelen terug, richting uitgang. Ik sta soms versteld van de ouderdom waarop sommige soldaten de dood vonden. Enkelen zijn amper 17 jaar, 18 jaar enz. Sommigen zijn tijdens of vlak na de Eerste Wereldoorlog geboren. We wandelen in de schaduw van de bomen. In de zon is het gewoon niet te doen. We bezoeken nog het kleine bescheiden museum. De foto’s van vroeger spreken voor zichzelf. Na ons bezoek rijden we terug naar ons hotelletje.

Om af te koelen nemen we twee maal een frisse douche. Daarna nemen we plaats in het restaurant van het hotel. Het is hier gezellig. De menukaart is heel gevarieerd en met de grootste zorg samengesteld. We zijn dan ook van plan om er volop van te genieten. Er wordt beloofd dat je dagelijks kan kiezen uit verse ingrediënten. We beginnen met een aperitief. Als hoofdgerecht de Duo van mosselen met frietjes en fijne groenten. De zoete Franse wijn maakt het geheel compleet. Als dessert nemen we gewoonlijk een thee of koffie. Maar we passen. We vragen een cola en een biertje.

We maken nog een laatste wandeling langs het kanaal, richting Balen. Rechts van ons op het water liggen de plezierboten aangemeerd. Twee boten worden te koop aangeboden. Om en bij de €30 000. Ik heb net niet genoeg bij. Links het gebouw van de Jachtclub. Het terras zit overvol. In de verte een brug over het kanaal. We willen tot daar wandelen, maar een uur later lijkt die brug nog even ver weg. We besluiten terug te wandelen en naar het centrum te rijden. Volgens de brochures is, bij het invallen van de duisternis, de glazen toren verlicht. Ons Rina wil dat toch echt met eigen ogen zien.

Het is donker als we de auto in het centrum parkeren. Ergens in een zijstraatje van Lommel. Het is nog echt druk. Vooral op de terrasjes van de horeca. We stappen eerst naar de glazen toren. Het is echter niet zo spectaculair als we verwachten. Op foto’s hebben we het al beter verlicht gezien. Het is nog steeds 30°C buiten. We wandelen nog tot aan de spiegelglazen obelisk. Daarna houden we het hier voor bekeken en als we de auto terug bereikt hebben, rijden we naar ons hotel. We gaan ondanks de warmte proberen te slapen. Tot morgen. Tekst: Luc Verschooten. Foto’s: Rina Meurs.



1802750-e65c8d9a2f38e7c73aa9d588c7716908.jpg

1802750-e9a61eb405333277ced08b12aa535064.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Luc Verschooten om 00:00 Reageer op dit bericht

Weekend Lommel 1

Een weekend weg in eigen land. Het is een tijd geleden. Een lang en veelzijdig weekend ontspannen in de natuur. Leven als God in Frankrijk. Een wandeling door bos en hei. Een rustig dorpje of een bruisende stad bezoeken. Alle bezienswaardigheden bekijken. Op een terrasje genieten van een streekbiertje. En om de dag af te sluiten, een diner bij kaarslicht met een zachte zoete witte wijn. Meer moet dat eigenlijk niet zijn. Ik vind dat genoeg om onze batterijen op te laden. Het probleem is echter het weer. Dat kan je niet bestellen. Enkele maanden geleden boekten we een kamer in een klein familiaal hotelletje in Lommel. Voor twee nachten. En vandaag is het zover.

Vrijdag 17 augustus 2012. Het is stralend weer. Het wordt trouwens heel het weekend zonnig. Te, eigenlijk. Er worden temperaturen voorspeld van boven de dertig graden. Dat wordt puffen en blazen. Maar ons hoor je niet klagen. De reiskoffer is ingeladen en onze GPS afgesteld. We gaan nog eerst tanken op het kruispunt Steenstraat- De Beukelaerlaan te Ekeren. Even later draai ik op het eind van de Ekersesteenweg de Noorderlaan op naar rechts en rij de snelweg op. We zijn vertrokken voor een rit van 63km. Ongeveer een klein uurtje rijden. Onze eerste halte wordt Mol. Om 10:00u. hebben we een afspraak, in het centrum van Mol. Van onze jongste zoon Edwin en zijn vrouwtje Elke hebben wij voor onze Kerst een ontbijt bon cadeau gekregen. Een uitgelezen moment om ons weekend te starten. Om 09:20u verlaten we de autostrade van Geel-West, afrit 23. We slaan links af, de N19 op.

Ik parkeer de wagen vlak voor brasserie "De Onthaasting". Hier kan je dagelijks van 09:00u tot 11:30u ontbijten. Behalve op maandag, de sluitingsdag. We krijgen een tafeltje op het terras aan de achterzijde van de zaak. Het is reeds behoorlijk warm. Een parasol is nu geen overbodige luxe. Het is druk. Nog een paar tafels zijn er vrij. Binnen zit geen mens. Uiteraard wil iedereen nu buiten zitten. We beginnen ons ontbijt met een glaasje bubbels. Daarna wordt ons ontbijt op het tafeltje uitgestald. We genieten er met volle teugen van. Een glaasje fruitsap, een potje vers fruit. Een bord met kaas en ham, roerei met spek. Een mand met verschillende soorten broodjes. Het is echt de moeite. Na afloop nog een kop koffie of thee. We zijn wel aan een ander tafeltje gaan zitten. Het werd te warm in de zon.

Het is 11:20u als we terug met de wagen vertrekken. Ik stel de GPS in naar Lommel. Het is nog te vroeg om naar ons hotelletje te rijden. Zestien kilometer verder parkeer ik aan het "Adelbergpark". We gaan eerst een wandeling maken door het centrum. De temperatuur bedraagt ondertussen 26° Celsius. We proberen zoveel mogelijk in de schaduw te wandelen. We wapenen ons met een flesje water in de hand. Het belangrijkste is op tijd te drinken. Met dit weer droog je snel uit. Als je dorst krijgt, is het al te laat. Lommel. De Kempense stad met zijn talrijke bossen en heidegebieden waar we dit weekend in willen verdwalen. Van groot belang is het zilverzand dat hier gewonnen wordt ten bate van de glasindustrie. Sommige zandwinningsgroeven zijn herschapen tot natuurgebied of recreatieterrein. We zijn ondertussen bij het Cultuur Centrum Adelberg aanbeland. Het hoofdgebouw met toegevoegde polyvalente zaal vervult een regio-functie met programma’s rond humor, cabaret, muziek, lezingen en cursussen. Vanaf hier vertrekt onze wandeling door het centrum. We wandelen tot aan het Glazen Huis. Het Vlaams centrum voor moderne glaskunst. Het museum is te danken aan de plaatselijke glasnijverheid. Het Glazen Huis opende zijn deuren in 2007. Er staat een raam open van het atelier. Nieuwsgierig kijken we naar binnen. Een jonge vrouw is in de kelderverdieping van het museum aan een glazen werkstuk bezig. Ze blaast haar wangen bol en blaast dan de lucht door een lange buis tot in haar werkstuk van glas. We zien het werkstuk vanop afstand een beetje opzwellen. Een mannelijke collega opent de smeltoven van 1120°, waarna het kunststuk er met een lange staaf voorzichtig wordt ingeschoven. Airconditioning is niet te zien in het atelier. Ik kan er enkel naar raden welke temperatuur er heerst. De warmte komt langs het raam naar buiten en we besluiten om verder te stappen.

De kegeltoren van glas en staal is een opvallend stuk architectuur. We gaan de toren bezoeken, maar de ingang is langs het marktplein. Het is kermis op het plein. Alle kramen zijn nog dicht. Het is iets over 12:00u, te vroeg om open te gaan. We gaan rechts af. Langs Huize Aerts. Genoemd naar de familie uit Kattenbos die het huis bewoonden eind 17de eeuw. Achtereenvolgens werd het huis een herberg, een jeneverstokerij, een stamlokaal van de jagersclub, een koetsbedrijf en in 1984 werd het eigendom van de stad Lommel. Nu is het de Glasshop van het Glazen Huis. Het gebouw ernaast is het toeristenbureau. Hier gaan we naar binnen. We gaan rond neuzen in verschillende brochures. Aan de infostand vragen we informatie over de stad en of we de toren kunnen bezoeken. We worden vriendelijk geholpen door een jonge vrouw met lange zwarte haren. We betalen €6 en krijgen de tickets voor een bezoek aan het museum en de glazen toren. Langs een trapje gaan we eerst naar beneden en komen zo in de kelderverdieping. Nu kunnen we de kunstenaars nog beter zien. Al is het dan achter glas. Langs deze kant van het raam wordt je niets gewaar van de warmte in het atelier. Naast de oven van 1120° staan nog twee andere ovens. De vrouwelijke glasblazer plaatst net haar werkstuk in de tweede oven. De temperatuur bedraagt "slechts" 1 000°. Dit noemen ze de ‘inwarm’ oven. De derde oven is de afkoeloven. Vanaf hier staan kunststukken tentoongesteld. Het accent ligt niet alleen op het tonen van glas, maar exposeert ook beeldend werk van hedendaagse kunstenaars. We bewonderen de werkstukken, maar ik ben toch soms blij wanneer er een papiertje bij hangt waarop staat wat het werkstuk voorstelt. De glazen toren is 30m hoog. De wenteltrap leidt ons naar een rond platform uit glas, vanwaar we een mooi uitzicht hebben over de stad. Meer dan een bezoek waard. Het is hier boven veel te warm om lang van het uitzicht te kunnen genieten. We zijn blij als we enkele tijd later terug buiten staan.

We steken de straat over en komen op het driehoekige Marktpleintje. Voor ons staat het standbeeld van de Lommelse Teut. Teuten waren rondreizende handelaars en ambachtslui. Vanaf de 16de tot de 20ste eeuw trokken zij naar onze buurlanden om hun koopwaar te verkopen. Het beeldje werd in 1983 onthuld. De kiosk die even verder op het plein staat is versierd met vogelkooien. Rondom rond en van boven tot onder. In verschillende kleuren geschilderd en diverse afmetingen. Een kunstwerk dat gecreëerd is door 1400 Lommelse kinderen. De kiosk, waarvan we nu alleen het dak zien is niet de oorspronkelijke. De eerste kiosk stond aan de andere zijde van het Raadhuis. Het was gebouwd in 1905, maar werd om veiligheidsredenen in 1942 afgebroken. Zeven jaar later werd dan deze kiosk gebouwd naast de pomp, een bepleisterd en wit gekalkt bakstenen bouwsel.

We staan voor het Raadhuis, dat niet echt tot zijn recht komt tussen de kermis attracties. Tot 1957 fungeerde dit gebouw als gemeentehuis. Nadien werd het een politiebureel. Nu is het een congrescentrum en trouwzaal. Achter het Raadhuis bevindt zich het vredegerecht en het politiebureel. Dit gebouw was vroeger het gemeentehuis. In 2007 werd het grondig verbouwd en plechtig ingehuldigd tot een comfortabele woonst. Voor het gebouw rijst de obelisk uit spiegelglas 6 meter de hoogte in. Geplaatst in 1990 voor het 1 000 jarig bestaan van Lommel. De sokkel zelf is al 1 meter hoog. Links wandelen we door een overwelfde gang naar een plein. Het Hertog Janplein. Hier bouwde men het nieuwe gemeentehuis uit vier rechthoekige kantoorvolumes opgetrokken uit glas en marmer. Luifels verbinden de verschillende onderdelen met elkaar. Er is vooral veel glas in verwerkt. De voorzijde bestaat helemaal uit glasramen.

We wandelen richting kerkplein. Alle winkels zijn open en daar maakt ons Rina volop gebruik van. Ook passeren we ontelbare terrasjes van cafés, tavernes, brasseries en restaurants. Het lijkt me wel gezellig. Aan de grote rotonde, mooi aangelegd met verschillende bloemen, steken we de straat over. Op het kerkplein tussen Lindenbomen en de Esdoorn staat de Sint-Pietersbandenkerk van 1902. De westerse toren is van omstreeks 1388. Sinds het jaar 2 000 huist er een beiaard met 63 klokken. Aan de ingang van de kerk staan twee versierde auto’s. In de kerk is een huwelijksplechtigheid bezig. Niet het moment om de kerk te bezoeken. Voor de kerk staat het monument voor de gesneuvelden van beide Wereldoorlogen dat opgericht werd in 1920. Meer rechts van de kerk, aan de straatkant staat een kunstwerk dat geplaatst werd na de heraanleg van het plein in 1996. Het symboliseert de mens in gezinsverband. De beeldengroep uit groen brons stelt 3 mensen en een hond voor. Het grootste beeld is twee meter hoog. Afgelopen woensdag heeft er een openluchtconcert plaats gehad in het Burgemeesterpark. Door de vele podiums en tafels met stoelen kunnen we er niet wandelen. Om af te sluiten gaan we door het Prinses Astridpark. Het park is aangelegd in verschillende landschapselementen. Je stapt over paden tussen het groene gras, een romantische brug over water, steile heuvels en diverse soorten bomen. Het was een aangename wandeling met mooie, statige bezienswaardigheden. Het wordt toch stilaan tijd om terug naar de auto te wandelen en naar ons hotelletje te rijden.

Ik vraag heel beleefd aan ons Lucy, GPS, om naar de Kanaalstraat te rijden. Dat is 10km voorbij het centrum van Lommel. Tussen Balen en Kerkhoven. Onderweg stoppen we nog voorbij het kruispunt van Kruiskiezel aan het Pools Militair kerkhof. Er is eigenlijk geen parking voorzien. Ik parkeer aan de overkant op een stuk grond naast de weg, meer een pechstrook, waar toch net twee auto’s kunnen staan. Wij zijn de enige bezoekers op de begraafplaats. Deze begraafplaats werd kort na Wereldoorlog Twee aangelegd. Er bevinden zich 253 graven van Poolse soldaten die hun leven lieten voor de bevrijding van België. Twee graven hebben een Joods symbool. Op de stenen wand achteraan staan de namen te lezen van de steden en dorpen die de Poolse soldaten hebben bevrijd. In 1990 werd bovenop de wand een meters hoog kruis geplaatst. Achter het monument werd dan in 1994 een herdenkingszaal gebouwd, een smalle plaats met een kleine tentoonstellingsruimte. De deur is op slot. Spijtig, het heeft iets te maken met de grote vakantie. Toch? Een arduinen beeld stelt een moeder voor met een krans in haar handen. Bedroeft kijkend naar de graven van de gesneuvelde soldaten.

Ons hotel ‘Lommelbroek’ is gelegen in een rustige en groene omgeving. Het ligt langs het kanaal van Beverlo, een waterweg met een prachtige oeverbegroeiing. In de buurt bevinden zich verschillende vertrekpunten van fietsroutes. Het hotel heeft een eigen parking, maar die staat altijd overvol. Ik vind gelukkig nog een plaatsje. Het hotel heeft 6 à 7 kamers, verdeeld over twee verdiepingen. Kamer 5, op de tweede verdieping is onze kamer. Het is een ruime comfortabele kamer met douche en toilet. De gezellige zithoek met TV is een extra comfort. We zijn tevreden en nemen een douche. Het is buiten 30°. Hopelijk brengt de avond wat verkoeling. Om 17:00u verlaten we het hotel voor een wandeling langs het kanaal. Ons Rina had vanmorgen een picknick gemaakt. In feite voor vanmiddag, maar na het ontbijt van vanmorgen hebben we geen honger meer gehad. Op een rustbank enkele meters verder genieten we van onze koude schotel met brood. Na ons avondeten wandelen we verder langs het water richting Lommel. In de schaduw van de bomen. Er staat geen zuchtje wind. Er wordt massaal gefietst ondanks de hoge temperaturen. We gaan brug 4 onderdoor. Op het water, tegen de kant, groeien waterlelies. Ze staan in volle bloei. Dit kanaal werd voornamelijk om militaire redenen gegraven. De graafwerken werden gestart in 1854 en duurden drie jaar. Leopoldsburg had voor zijn bevoorrading en zwaar transport grote nood aan goede toegangswegen. Het kanaal loopt dan ook dood in de haven van Leopoldsburg. We wandelen tot bij de Baalse gracht en nemen dezelfde weg terug. Wandelen is veel gezegd. Het is meer slenteren dat we doen. Om langer te kunnen genieten van elkaars gezelschap. Het is trouwens nog mooi weer. Hier, onder de bescherming van de bomen is het redelijk koel. Op zeker moment zie ik links een pad tussen de bomen waar het onkruid welig tiert. We dalen tussen de bomen af, een smalle gracht over en staan op een stoffige zandweg. We zien paaltjes met wandelknooppunten. We gaan rechts. Het pad loopt gelijk met het kanaal van Beverlo. Aan een driesprong met een kapelletje houden we halt om ons appeltje op te eten. Rondom rond weiden en landbouwgrond met in de verte enkele boerderijen. In het licht van de ondergaande zon dansen een horde muggen om elkaar heen op een kleine meter boven de grond. Ze spelen een spel van kat en muis. "Pak me dan, als je kan". Een kwartier later bereiken we de "grote" baan waar we rechts af slaan. Kort daarop bereiken we ons hotel. We drinken nog een frisse pint op het schaduwrijk terras. Voor we ons naar de kamer begeven melden we ons bij de eigenaars aan, zoals vanmiddag afgesproken. We krijgen een fles cava mee. Ontkurkt en in een emmertje met ijs. Twee glazen en een kommetje met vierkante snackjes. Het is warm op de kamer. We nemen nogmaals een frisse douche. Tussendoor proeven we van onze fles cava. Heerlijk koel en sprankelend fris. Als onze fles leeg is gaan we slapen. Tot morgen. Tekst: Luc Verschooten. Foto’s: Rina Meurs.



1802746-8122c236d5f5f3639bfb8703c2d8c1a3.jpg

1802746-1e46eeca4f8360fe79c69319341b5254.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Luc Verschooten om 00:00 Reageer op dit bericht

De witte van Zichem

Fietsknooppunten: 03-56-18-25-58-59-93-94-06-04-02-03.

Zondag 12 augustus 2012. We gaan fietsen. De tweede helft van de week wordt mooi weer beloofd. We spreken af om in de provincie Vlaams-Brabant te fietsen. Als ik op sta en door het raam naar buiten kijk zakt de moed in m’n schoenen. Het is dicht bewolkt. Op sommige plaatsen doet de zon haar best om door de wolken heen te dringen. We gaan het er toch op wagen. Afspraak is afspraak. De wind waait zwak uit veranderlijke richting. Dat is toch al een pluspunt. Een thermos koffie en enkele flesjes water nemen we in een rugzakje mee. Geen picknick. Het wordt onderweg een snackje. Om 10:00u vertrekken we met de auto naar Langdorp, onder deskundige begeleiding van ‘Lucy’, onze GPS.

We verlaten de snelweg via afrit 22 en rijden dwars door het centrum van Olen. Deze gemeente verwierf bekendheid door de volksvertelling over de boeren van Olen en de pot van Keizer Karel. De herberg hier aan het dorpsplein "De oude pot van Keizer Karel" zouden de "echte" pot bezitten. Vandaag staat het dorpsplein vol kermiskraampjes. We werpen nog een laatste blik op de koperen potten en rijden verder. De temperatuur is ondertussen gestegen tot 20°C. De bewolking lost op, zodat de zon kans krijgt om te schijnen. Ook ons humeur wordt beter. We verlaten het centrum en rijden door Oosterwijk. Een kleine wijk ten oosten van Olen van 842 ha. Het is hier een vlak landschap langs het Albertkanaal en de Boudewijnsnelweg.

Even later rijden we door Herselt. Een landelijk woondorp. De prachtige Sint-Servatiuskerk waarvan alleen de 16de-eeuwse toren bewaard bleef. De rest van de kerk werd in 1913 tot 1916 herbouwd. Vanaf hier wordt het al heuvelachtig. Ons Rina begint al te panikeren en denkt er sterk over na om zichzelf een plezier te doen met een e-fiets.

We zien een bordje staan langs de weg "Heimolen" aan de Molenheide. We gaan de molen nu bezoeken want hij ligt niet langs ons traject met fietsknooppunten. Het bordje wijst ons de weg langs een smalle baan. Als we nu een tegenligger krijgen weet ik niet hoe we elkaar op een veilige manier moeten kruisen. Gelukkig kunnen we naast de molen parkeren. Het is hier een drukte van jewelste. Fietsers komen en gaan. Tussen de molen en onze parking staan enkele tenten opgesteld om iets te eten en of te drinken. Je kan ook een papiertje laten afstempelen. Ik begrijp niet goed waarom, maar sta er echter niet bij stil. We gaan samen naar de molen. Het is ondertussen 11:00u. De wieken draaien rustig rond. Rode zeilen sieren de wieken. De zeilen zijn echt nodig want er staat heel weinig wind. De Heimolen bepaalt sinds 1662 hier het landschap. De laatste molenaar rolde in 1958 definitief de zeilen op. De molen kwam in verval. In 1995 kocht Natuurpunt de Heimolen op. Drie jaar later begon men aan de restauratie. In 1999 was de molen terug maalvaardig. De Heimolen is een staakmolen. Het is het oudste houten type windmolen in de lage Landen. De kast van de molen draait rond een 70 à 80 cm dikke stam. Enkele vrijwilligers voeren reparatiewerken uit aan de buitenkant van de molen. We klauteren de trappen op tot in de molen. We worden te woord gestaan door Vera, een stagiaire. Haar laatste jaar voor het behalen van een diploma. Ik wist niet dat je een diploma moest hebben om een zak meel te malen. Het gaat meer om de kennis van verschillende soorten molens, verteld ons de stagiaire. Het technisch vernuft, zeg maar. Vera houdt een oogje in het zeil bij het malen van het meel. Via een touw regelt ze de snelheid van de molenstenen die een verdiep hoger draait. Door aan het tweede touw te trekken regelt Vera de snelheid van de wieken. Het meel komt langs een "afreis" naar beneden en verdwijnt in een meelzak. Doordat de zon binnen schijnt zie ik veel stof opdwarrelen. Ik vraag of ze er geen last van heeft. Ze haalt haar schouders op. – "Het is maar voor drie uur" is het antwoordt. Ik denk er het mijne van en we gaan een verdiep hoger. We krijgen een deskundige rondleiding van de molenaar. Als hij hoort dat je het interessant vindt, krijg je zelfs een professionele uitleg. De wieken laten het grote rad draaien. Het grote rad laat op haar beurt weer 2 kleine raderen draaien. Vandaag draait slechts 1 klein rad dat Vera, de stagiaire, een verdiep lager bedient. Hierboven gaat het graan in een grote conische bak. Door een trekje aan het touw beneden lost de bak een aantal granen tussen de twee molenstenen. De stenen pletten het graan tot meel en valt naar beneden op de "afreis". Dat maakt het stof dat ik zag en dat je mee inademt. We gaan met ons drieën naar de begane grond en daar laat de molenaar zien hoe de molen rond de stam draait. Al het hout aan de onderzijde van de molen is zwart. Ik dacht dat het door een brand was aangetast. Maar er wordt ons uitgelegd dat deze houtsoort zo zwart wordt.

Drie kwartier later rijden we verder. Het is niet ver meer tot Langdorp. Langdorp is een deelgemeente van Aarschot. Deze twee samen behoren tot de provincie Vlaams-Brabant. Het is net 11:50u als we de auto voor de kerk parkeren. Vanaf hier vertrekken we voor een tocht van ongeveer 32km fietsplezier.

Het is druk op de fietspaden vandaag. Het wordt uitkijken. Blijkbaar wil iedereen vandaag van het mooie weer genieten. We rijden richting ‘Demer’ om route 56 te volgen. De rivier die via Werchter naar de Dijle stroomt. Ze vormt tevens de grens tussen de Kempen en het Hageland. We stoppen voor de brug. Hier staan verschillende knooppunten, maar het onze is er niet bij. Er zijn nummers bijgekomen. Onze kaart is reeds verouderd. Nu zien we dat we de verkeerde richting nemen. We mogen het water niet oversteken. We moeten terug en eerst knooppunt 81 volgen. Weer worden we verrast door de drukte. In groepjes van 10 tot zelfs 15 fietsers worden we voorbij gestoken. Wat is dat toch hier? We rijden voorbij de kapel O-L-Vrouw van de Donk, van bouwjaar 1992. De kapel wordt mooi onderhouden. Met het beeld van Maria met kind op onze netvliezen rijden we verder door een bosrijke omgeving. We rijden langs landbouwgrond waar tractors bezig zijn het afgemaaide gras om te draaien om het te laten drogen. Op een ander stuk grond rijdt een tractor met oplegger over gedroogd gras en maakt er balen van. Straks wordt alles opgeladen en naar de hooischuur gebracht. Even verder rijden we langs hoge maisvelden. Zelfs op de fiets is het onmogelijk er over heen te kijken. De wandelknooppunten zijn hier ook ingeburgerd. We fietsen nu zelfs op een GR-route. Aan knppnt 56 moeten we over een viaduct. Dan slaan we linksaf en kort daarna naar rechts. We zijn opnieuw in een bos beland. Het blijft druk van fietsers.

Om 13:00u. rijden we langs Testelt. Een deelgemeente van Zichem-Scherpenheuvel. We komen echter niet door het centrum. Op het domein Averbode Bos en Heide houden we een rustpauze. Natuurpunt kocht dit gebied in 2004 aan. Na een grondige make-over van vier jaar is dit gebied toegankelijk. De natuur heeft zich hier weer ten volle ontplooid. Naast de fietsroutes, vind men hier meer dan 500km wandelpaden. Na onze rustpauze fietsen we rechtstreeks naar de Abdij van Averbode aan knppnt 18. Een kwartiertje later zijn we in de "Averbodense Heide". Het laatste stuk van knppnt 18 is een steile klimming van 300 meter. Ik geraak net boven met mijn fiets door op m’n trappers te staan. Ons Rina begint er zelfs niet aan. Ze stapt af en komt te voet naar boven. Als ik boven ben zie ik dat ze is blijven plakken bij een koppel dat net op het punt staat te vertrekken voor een fietstocht. Hier boven, rechts van mij, bevindt zich het Mariapark van Averbode van 1936. Als ons Rina boven is maken we onze fietsen vast aan een verkeerspaal. We bevinden ons op het drie provincieënpunt Antwerpen-Limburg- en Vlaams Brabant. Ondertussen is ook het echtpaar, waar ons Rina mee staan praten heeft, naar boven gefietst. Hij heeft een gewone fiets, zij rijdt op een e-fiets. Ze kwam vlot de heuvel op. Dat is ook de reden waarom ons Rina was blijven praten onderaan de heuvel. Het echtpaar is afkomstig uit Leuven en ze komen speciaal hier naar toe omdat deze regio nogal plat is. Leuven is nog heuvelachtiger. We nemen afscheid en wandelen door het Mariapark. Het is ondertussen 13:45u geworden. Het Mariapark is opgebouwd als een processietraject. Zeven "staties" in kunstbeton die de zeven smarten van Maria voorstellen. Pronkstuk van de Ommegang is de grot van O-L-Vrouw van Lourdes.

Op het domein van de abdij zijn straatwerken bezig. Het plein is heraangelegd met klinkers en plavuizen. Nog enkele vierkante meter te gaan voor alles af is. We treden binnen in de abdijkerk. De kerk werd gebouwd in de jaren 1664-72. De vierkante klokkentoren van witte zandsteen werd in 1700 voltooid. Mijn eerste indruk is dat alles recent is opgeschilderd. Alles mooi wit zonder één enkele vochtvlek. Ook de zwarte lambrisering in satijnglans doet vermoeden dat de schilder is langs geweest.

De Norbertijnenabdij kreeg haar uiterlijk in de 18de-eeuw. Na een verwoestende brand in 1942, waarbij de kerk gelukkig gespaard bleef, werd de abdij uitgebreid.

Na ons bezoek rijden we langs de dreef nabij knppnt 58. Wel zeker 6 ijscowagens staan langs de kant van de weg. Bij elke wagen staan tientallen mensen aan te schuiven voor een ijsje. Op de zitbanken genieten ze dan van hun ijsje. Jong en oud naast elkaar. Dit tafereel hebben we vroeger gezien, en het is nog steeds het zelfde. De geschiedenis herhaalt zich. Even verder passeren we taverne " ‘t Vossenhol". De ideale plek om een rustpauze in te lassen en te genieten van een pannenkoek of een koel streekbiertje. Een heerlijke maaltijd of een snack is tevens ook mogelijk. Rechts van ons ligt het domein "De Vijvers". Een recreatiepark in een oase van rust en ruimte midden in het groen. Hier kan je zwemmen in een vijver met natuurwater en voor de kleinsten onder ons kunnen hun hartje ophalen in de grote speeltuin. Er zijn ook roeiboten en waterfietsen, trampolines en nog veel andere activiteiten. Te veel om op te noemen.

Het wordt weer drukker op de fietspaden. Langs beide zijden van de baan zijn het files van fietsers. Ik heb nog nooit zoveel fietsers op de baan gezien als vandaag. Wat is daar de reden van? We zijn zo geconcentreerd op de baan en door de drukte, dat we bijna het huis van "De Witte" voorbij rijden. Het huis staat wat achteruit gebouwd en heeft een ruime verzorgde voortuin. Dit is of was het geboortehuis van Ernest Claes. De bekende Zichemnaar die hier geboren werd in 1885. Nu is het een museum. Ernest Claes stierf te Brussel in 1968 en werd begraven op het kerkhof van de abdij van Averbode. We bezoeken zijn geboortehuis. Het is hier rustig. Onze kinderen en kleinkinderen kennen Ernest Claes niet. Het verwonderd ons dus niet dat wij de enige bezoekers zijn. Ernest Claes schreef verschillende boeken, maar zijn boek "De Witte" is wel het meest bekende werk. Ik heb het vroeger ook gelezen. Ik ken zelfs nog een paar zinnen "van buiten": - "De Witte werd wakker en deed onmiddellijk zijn ogen wijd open. Zijn eerste gewaarwording was, verbazing, zo vlak voor z’n ogen de slaapkamer te zien. Het bed van Heinke daar in de hoek…". Verder moet ik passen. Ernest Claes schreef ook nog kinderboeken. Enkele staan op een klein achterkamertje in een vitrinekast tentoongesteld. Zijn werken werden in ettelijke talen vertaald, tot in het Turks en Hebreeuws toe.

Na ons bezoek fietsen we tussen de drukte verder. Om 15:00u. staan we voor de Maagdentoren. Er voor staan is overdreven. Je mag er niet dichtbij komen. Hij staat volledig in de steigers. De stelling is dan nog met een zeil afgespannen tegen wind en regen. De alleen staande verdedigingstoren is een middeleeuws overblijfsel uit de 14de eeuw. Oorspronkelijk gebouwd met ijzerzandsteen. Opgetrokken in drie of vier niveaus en omgeven door een slotgracht. We zien de kerktoren van Zichem ongeveer 300 meter verder. Via een recent aangelegd fiets- en wandelpad rijden we naar het centrum. We maken onze fiets vast aan een paaltje op het marktplein. We willen de watermolen bezoeken die in het boek van Ernest Claes "De Witte" voorkomt. We vragen het aan een plaatselijke bewoner waar we de molen kunnen bezichtigen. We moeten de Ernest Claesstraat blijven volgen tot over de Demer. In de film van "De Witte" zwemt het hoofdpersonage met zijn kameraden in deze rivier. Ik weet niet of dat nu nog wordt gedaan. Over de rivier gaan we naar links. Aan de volgende brug staat de hoeve met waterrad. Vooral bekent als decor voor de films van "De Witte". Het gebouw is grondig gerenoveerd. Het maalgedeelte is nog gevrijwaard gebleven. Helaas is het waterrad van de Demer afgesneden en kan dus niet meer draaien. In de hoeve is nu een dokterspraktijk gevestigd.

Het is ondertussen heel warm geworden. We wandelen in de blakende zon zonder hoofddeksel. Het frisse water van de rivier nodigt ons uit om een frisse duik te nemen. Maar we passen voor vandaag. We gaan de brug over en komen bij de kerk van Zichem. De gotische Sint-Eustachiuskerk is gebouwd in verschillende fases. De westertoren is van het jaar 1300. De kerk zelf van de 15de en de 16de eeuw. De pastorie bij de kerk dateert uit de 18de eeuw. De kerk is afgesloten. Voor de kerk, onderaan de trappen staat het bronzen standbeeld van Ernest Claes met "De Witte" op zijn schouders. Het beeld is geplaatst naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de schrijver, in 1985. We maken een tocht rond de kerk. Het ijzerzandsteen van de kerk is op verschillende plaatsen aan het weg kankeren. Enkele steunpilaren aan de zijkant van de kerk worden gestut door middel van ijzeren poutrels. Nog meer ijzer dus. Er stopt een auto vlak voor ons. Het raampje van de passagier wordt neergelaten en een dame van middelbare leeftijd vraagt de weg naar Zichen-Zussen-Bolder. Ik wijs het echtpaar naar het marktplein, want ‘wij zijn zelf niet van hier’. Ze danken ons hartelijk en rijden verder. Nu, we bevinden ons vlakbij de grens van Limburg, en Zichen-Zussen-Bolder ligt vlakbij Maastricht aan de Nederlandse grens. Ongeveer 60km verder. Ik weet het niet zeker, maar volgens mij verwarren de mensen Zichem met Zichen. Wij wandelen tot op het marktplein en nemen een foto van "Het Wit Peerd". Het tolhuis uit 1617 om tolgeld te innen op het scheepvaartverkeer op de Demerrivier. We staan ook even stil bij het oorlogsmonument van de beide wereldoorlogen. Dan krijgen we echt zin in een snack. We hebben nog niets gegeten voor onze middag en dat laat onze maag wel horen. Er zijn drie cafés rond het marktplein. Eén ervan is "Wij, heren van Zichem". Genoemd naar de gelijknamige televisieserie. Geschreven door Ernest Claes en gedeeltelijk hier opgenomen. We zetten ons neer op het zonnige terras en genieten van een Blonde flierefluiter. Ook wel Westelse tripel genoemd. Gebrouwen te Opwijk met een alcoholpercentage van 8,5%. Het café heeft echter niets om onze honger te stillen. Zelfs nog geen zakje chips. Arm Vlaanderen.

Om 16:20u. stijgen we terug op ons "stalen ros" en verlaten het centrum zoals we zijn gekomen. Terug langs het fiets- en wandelpad tot aan de Maagdentoren en sluiten terug aan op onze fietsroute. Vervolgens rijden we weer tussen weilanden en hectaren maïsvelden. Het is klimmen en dalen. Een ware uitdaging en er zijn stevige kuitenbijters bij. Een ware beproeving voor ons Rina. Even later zien we in de verte de basiliek van Scherpenheuvel waar we om 17:10 toekomen. Het is hijgen en puffen. Blij dat we kunnen halt houden bij het park "Maria ommegang". In deze tuin legde men in 1842-50 een kruisweg aan. We stallen onze fietsen en terwijl ons Rina op een bankje blijft zitten om uit te rusten, ga ik eenzaam en verlaten, zonder dat iemand mij vergezeld het park verkennen. Dit ommuurde park ligt rondom de basiliek. Langs de staties heerst rust. Weer is het klimmen en dalen. Ik ben aan de achterzijde van de basiliek. Ik neem enkele foto’s en keer terug naar moeder de vrouw.

We stappen met de fiets aan de hand naar boven. De Basiliek ligt 61 meter boven de zeespiegel. Vandaar de naam: Scherpenheuvel. Voor de hand liggend, hé? Het is hier heel rustig. Scherpenheuvel, die ook wel de zevenhoekige stad wordt genoemd is de meest bezochte bedevaartplaats in België. Het stadje ontstond in het begin van de 17de eeuw. De O-L-Vrouw basiliek staat centraal. Het gebouw is ingewijd in 1627 en opgetrokken in witte zandsteen. Het was wachten tot in 1922 vooraleer het gebouw verheven werd tot basiliek. De eerste zondag na Allerheiligen vindt hier de kaarskensprocessie plaats. In mei en vooral op 15 augustus vinden hier de bedevaarten plaats. Boven de ingang van de basiliek verwelkomt een zin uit Maria’s lofzang de pelgrims. De enorme koepel van de kerk is bezaaid met 298 vergulde sterren. De klokkentoren bleef onvoltooid. We betreden de Basiliek langs een dubbele glazen deur. We zien onmiddellijk het houten beeldje van de Maagd Maria, dat vereerd wordt omdat het wonderdadig zou zijn. Een tiental gelovigen zitten te bidden. Hun ogen opgeslagen naar het beeld van Maria. Langs een smalle doorgang gaan we rond het hoofdaltaar terug naar buiten. Langs de kaarsenhuisjes slenteren we naar de kraampjes. Naast de traditionele snuisterijen en heiligenbeeldjes kan je als toerist ook terecht voor de streekspecialiteiten. De pepernoot en noppen. Het wordt laat. Tijd om het innerlijke te verstrekken. We zetten ons op het terras van een restaurant. Ons Rina kiest voor het vis menu met tongrolletjes en ik neem het steakmenu met echte Belgische frietjes. We spoelen alles door met een frisse cola en een grote pint.

Na ons restaurant bezoek vertrekken we terug, het is ondertussen 18:30u. geworden. We moeten nog bijna 10km rijden. Op de hoek van de Isabellaplein en de Stationsstraat staat het huis van de Aartshertogen van omstreeks 1600. Nu is het een hotel-restaurant. Het wordt toch nog zeven uur voor we terug op onze route zijn. We volgen nog steeds knppnt 94. Weer wordt het klimmen en dalen. Een half uur later rijden we door het centrum van Rillaar. We wijken nogmaals af van onze route en rijden naar de kerk van Rillaar. Deze mooie parochie kerk werd gebouwd ter ere van Sint-Niklaas tussen 1858-69. Opzij van de kerk staat een monument van de seizoenarbeider dat ingehuldigd werd op 11 juni 1988. Aan de overkant van de straat zien we het voormalige gemeentehuis dat nu dienst doet als bib.

Nog 6km. Het goede nieuws is dat we na elke klimming een afdaling krijgen. Het moment om ons te laten gaan. De snelste afdaling was er één van 39 km/u. Dat is te snel voor onze fiets. Het stuur begon te trillen en we moeten afremmen. Niet te hard remmen natuurlijk, anders verongeluk je ook. Om 20:00u dwarsen we de Demer en na een korte klimming staan we terug stil bij onze auto. Ondertussen is het rustig geworden op de weg. We zien maar af en toe een fietser rijden. Dat was daarstraks wel anders. We bezoeken nog eerst de Sint-Pieterskerk van Langdorp met ommuurd kerkhof. Op het kerkhof staan we even stil bij de graven van enkele vliegeniers uit Australië. Gesneuveld in 1943. In de toren van de kerk werden in 2008 nog twee klokken bijgegoten. Deze werden plechtig ingeluid op 18 mei van dat jaar door kardinaal Danneels. Langs de pastorie met zijn grote onderhouden tuin terug naar de auto.

Het was een lange vermoeiende dag, mag ik wel zeggen. We hebben er toch volop van genoten. Het was druk van fietsers, wat het soms gevaarlijk maakt. Onderweg kunnen we zien wat daar de reden van was. Het was vandaag de 24ste editie van fietseling Aarschot. Een samenwerking tussen zes steden en gemeenten met als doel het organiseren van een jaarlijkse fietshappening. Verleden jaar waren er 6 000 sportievelingen. Volgens mij waren er dat vandaag een pak meer. Een uurtje later zijn we thuis en drinken op ons terras in de tuin nog een Duvel. Dat hebben we verdiend. Niet? Tot schrijfs. Tekst: Luc Verschooten.   Foto’s: Rina Meurs.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Luc Verschooten om 12:29 Reageer op dit bericht

Fietsen in Zoersel

Fietsknooppunten: 93-92-91-07-06-17-97-68-69-98-96-04-95-94-93.

Fietsen is een gezonde vorm van bewegen. Fietsen is energie verbruiken. Calorieën verbranden. Een onderzoek in het Verenigd Koninkrijk wees uit dat regelmatig fietsen de levensverwachting verlengt met twee jaar. Er wordt dan ook massaal gefietst. Wij ook.

Zondag 22 juli 2012. We rijden met de wagen over de snelweg E34 naar Zoersel. De gemeente ligt in het hart van de Antwerpse Kempen. Zoersel maakt deel uit van het toeristisch samenwerkingsverband "Land van Playsantiën". Het groene hart van de gemeente is het Zoerselbos. Een prachtig natuurgebied van 400 ha met wandel- en fietsroutes. Het bos diende ook als decor voor de boeken van Hendrik Conscience. Waaronder het boek uit 1850 "De Loteling", een weerwolf en De Bende van het Zoerselbos" hebben de schrijver hier geïnspireerd.

De temperatuur bedraagt ongeveer 20°C. Vanmiddag worden zomerse temperaturen voorspeld van 25°C. Het werd tijd. We hebben lang moeten wachten op mooi weer. Maar eindelijk hier is ze dan: de zon. Er is nog wel bewolking, maar het zou droog blijven volgens de voorspelling. We parkeren op de parking nabij het Boshuisje. Ondanks het vroege uur is het al behoorlijk druk. We moeten wel uitkijken bij het uitstappen. De overvloedige regen van de afgelopen weken heeft de parking in een modderpoel veranderd. We maken een fietstocht vandaag van 28km. Een thermos koffie en een flesje water hebben we mee. Deze keer geen picknick. We nemen onderweg wel een croque uit het vuistje, of zo.

We volgen eerst knooppunt 92 en rijden al tussen het Boshuisje en het Bezoekerscentrum. Maar dat alles is voor straks. We duiken nu helemaal het bos in. We hebben een redelijk goed fietspad. Doordat het pad wat bol ligt blijven er bijna geen waterplassen staan en ook geen modder. Naast het fietspad echter is een ruiterpad dat ook door tractors wordt gebruikt. Modder, slijk en veel plassen van regenwater. Als je daar invalt? Tussen de bomen, aan de rand van het pad hebben zich vijvers gevormd van regenwater. Er trekt geen water meer in de grond. Alles is verzadigd. Een klein half uurtje later houden we reeds onze eerste koffiestop. We rijden net uit het Zoerselbos en houden halt aan een schuilhok met picknicktafel. Het is druk. Fietsers, individueel of in groep, steken je voorbij of kruisen je. Iedereen wil vandaag buiten zijn. En gelijk hebben ze. Van elk uurtje zon moet je hier profiteren. Morgen moet je het weer afwachten. Wandelaars zijn er ook, maar in mindere mate. Het wandelnetwerk heeft hier ook zijn intrede gedaan. Na de fietsknooppunten zijn er de rood-wit bordjes hier in Zoersel bijgekomen. Een aanrader.

We vervolgen onze weg over de Zoerselbosdreef tot aan het kapelletje van de rozenkrans uit 1960. Gebouwd door of voor Katherina Pannier – Groffi. Vlak voor knppnt 92, op het kruispunt Achterste Hoeve en de Zoerselbosdreef, staan we voor een grote smeedijzeren poort. Een lange smalle laan, tussen drie meters hoge kegels van taxus en afgeboord met een haag van buxus, leidt naar een enorm mooi sprookjeskasteel. Het Zoerselhof. Het vroegere Abtshof van de paters Cistercienzers werd opgericht in 1790. Na een zeer gevarieerd bestaan als pension, hotel-restaurant is het kasteel, in 1989, na een grondige restauratie in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht. Volgens de overleving was het Zoerselhof in 1233 het jachtverblijf van de Hertog van Brabant. Het oogt mooi en wil het kasteel onmiddellijk ruilen voor mijn fiets. Omdat de zon schijnt maak ik er onmiddellijk twee fietsen van. Dit kasteel en het Boshuisje vinden we terug in een stripboek van Kiekeboe, album 112, met als titel "…en in kwade dagen." De strip werd uitgebracht in 2007. Ons Rina en ik zijn geen strip lezers. Onze zonen, Danny en Edwin, zijn echte fans van Kiekeboe, of van Fanny, en hebben deze informatie voor mij opgezocht. Waarvoor dank.

We dwarsen de E34 en worden voorbijgestoken door groepjes wielertoeristen. Soms met tien of twintig in een peloton. Ze scheren en vliegen zo kort langs je heen dat ik amper durf in te ademen of ze plakken tegen mijn lippen. Over het viaduct zijn we in Pulderbos, op weg naar Pulle. Aan knooppunt 06 stoppen we even aan "Lovenhoek". Een natuurgebied dat beheert wordt door Natuurpunt met meer dan 500ha natuur. Het domein bezit een zeldzame fauna en flora, een belangrijke reeënpopulatie en ook de vos voelt zich hier terug thuis. Een prachtig natuurgebied dat vooral omringt wordt door rust. Nog bijna 3km tot het centrum van Pulle.

We rijden over een smal fietspad. Links weer modder en slijk. Het is uitkijken bij tegenliggers. Zij willen niet uitwijken met die modder en wij kunnen niet naar rechts, omdat daar een sloot ligt. Maar we bereiken het centrum zonder kleerscheuren. In feite moeten we rechtdoor, maar slaan links af, richting kerk van Pulle. Pulle is een deelgemeente van Zandhoven. Het was een zelfstandige gemeente tot 1976. Het is bijna middag en we willen hier iets eten. We rijden in de Dorpstraat en stoppen aan huisnummer 41. Hier staat het oud-gemeentehuis van Pulle dat opgericht is tussen 1894-96. Nu is er de plaatselijke bibliotheek in ondergebracht. Naast het "gemeentehuis", achter huisnummer 43 bevindt zich de Pastorie van 1891-93. We fietsen tot voorbij de kerk aan het kruispunt. Hier is een zaak gevestigd die snacks serveert. Broodjes, croques, uitsmijter,…voor iedereen wat. Spijtig genoeg is de zaak in verlof. We keren terug tot aan de kerk. Oorspronkelijk werd de toren als wachttoren gebruikt. In 1670 werd het kerkgebouw bijgebouwd en is de huidige kerk ontstaan. De kerkklok in de toren is de oudste van West-Europa. De "Mariaklok" is van 1309. Tijdens WOII wilden de Duitsers er wapens van smeden. Maar door het preken en smeken van de toenmalige pastoor werd dit vermeden.

We zetten ons op een klein terrasje over de kerk van Pulle. We maken er een korte sanitaire stop van. We zitten aan de straatkant en ademen telkens de uitlaatgassen in van de voorbij rijdende auto’s en bromfietsen. Dat maakt dat we om 12:15u de dorpskern verlaten. We rijden tussen weilanden waar paarden rustig staan te grazen. Even verder word het landbouwgrond. De mais groeit reeds boven ons hoofd. Gedaan met de panoramazichten. Boven de maisvelden zien we de toppen van loofbomen. Het is hier rustig en warm om te fietsen. Het hoge mais houdt ook de wind tegen. De bewolking begint onder druk van de zon op te lossen. Aan knppnt 68 draaien we rechts af en volgen nummer 69 langs het Albertkanaal. Op een zitbank langs het water nemen we genoegen met een koffiekoek die ons Rina vanmorgen van bij de bakker heeft meegenomen. Een kwestie van onze calorieën op pijl te houden. Een koffie of twee later fietsen we ongeveer 2km verder, en daar is mijne frank, of euro gevallen. We zijn de Fatimagrot vergeten te bezoeken in Pulle. Met daar in het centrum iets te zoeken om te eten is dat uit mijn hoofd gegaan. Ik heb dan ook geen pijlen zien staan die ons uitnodigden om de grot te bezoeken. Anders had ik het nog wel geweten. Terug rijden is geen optie. We rijden straks nog wel naar Pulle met de wagen.

Onderweg verwonderd het mij dat sommige beken of sloten langs de weg nog kurkdroog zijn. Alsof het hier niet geregend heeft. Aan het einde van de straat zien we geen bordje. Welke richting moeten we uit? Links in de verte, een verrekijker is soms geen luxe, ziet ons Rina toch een wit met groen afgeboord bordje. Die kant uit dan maar na de drukke brede straat over te steken. We rijden juist. Na ongeveer 200m moeten we rechts af, een kasseiweg op. Een verwaarloosde kasseiweg. Volgens mij nog door de oud-Belgen aangelegd. De zijkanten van de kasseiweg zijn door zwaar vervoer volledig in de grond gereden. De zijbermen links en rechts zitten vol kuilen met modder of plassen regenwater. Hier is het even afzien. Op de kasseiweg rijden is niet te doen, en de zijbermen is ook geen optie. En dat over een afstand van ongeveer 2km. Dat wil zeggen: 2km balen. We dwarsen de Kleine Wilboerebeek en komen in Pulderbos. Een deelgemeente van Zandhoven die zelfstandig was tot 1976. Sinds 2008 is Pulderbos officieel het geografische middelpunt van de provincie Antwerpen. Om 13:30u staan we voor de kerk in het centrum. De Onze-Lieve-Vrouwekerk uit de 16de eeuw met ommuurd kerkhof is van rode baksteen. De toren is in zandsteen opgetrokken. Tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1914 brandde de kerk volledig af. Ze werd in 1922-24 terug hersteld. Het oud-gemeentehuis van Pulderbos, gedateerd van 1867, is een alleenstaand gebouw op het driehoekig Kempisch Dorpsplein. Onderaan in het gebouw is nog het "cachot" aanwezig. Het gebouw heeft tot 1982 dienst gedaan als apotheek. Nu is het een openbare bibliotheek. Achteraan is er een ruime parking voorzien.

Even verder zien we de windmolen staan van Pulderbos. Op een heuveltje staat hij hier reeds van 1840. In 1877 werd de romp verhoogd en de wieken verlengd. Sinds november 1995 maalt de molen regelmatig op zondagnamiddag. Behalve vandaag, er is namelijk geen wind genoeg. Het is ondertussen twee uur geworden. Vandaag is het dan nog eens extra druk. Tussen de molen en het Molenhuis vindt een gratis muziekfestival plaats. Verschillende tenten staan in een halve cirkel rond een podium waarop bekende en minder bekende bandjes het beste van zichzelf laten horen. Dit jaarlijks gebeuren is een initiatief van de VZW MUMOZA. Elk jaar gaat de opbrengst naar een goed doel. Dit jaar word dat "Ziekenzorg Groot Zandhoven".

In de molen krijgen we een deskundige rondleiding door twee jongeren van een jaar of 11. Wat de één niet weet vult de ander wel aan. Ze leggen alles zorgvuldig uit, hoe de molen werkt; welke molensteen drijft andere molenstenen aan, vanaf het malen van graan tot het bakken van brood. De molenaar houdt wel zijn pupillen van op afstand in het oog. Je weet maar nooit. Daarna verlaten we de molen. Het wordt aardig druk en lawaaierig.

Eens buiten het centrum van Pulderbos fietsen we terug tussen de maisvelden. Het wordt drukkend warm. Geen zuchtje wind.

Om 14:45u zetten we ons neer op het terras van het Boshuisje. Het is verschrikkelijk druk. Wat wil je? Met dit mooi weer. We hebben net een tafeltje kunnen bemachtigen. Niet iedereen heeft dat geluk. Sommigen moeten geduldig wachten tot er een tafeltje vrij komt. Het Boshuisje is gebouwd tussen 1800 en 1820. Het café-restaurant komt ook voor in een stripverhaal van Suske en Wiske. "De gouden ganzenveer" uit 1983. We bestellen een Petrus Oud Bruin en een boterham met kaas, ons Rina met kop. Het smaakt voortreffelijk.

Tegenover het Boshuisje staat het Bezoekerscentrum. Sinds 1999 is er een permanente tentoonstelling over het leven en overleven in het Zoerselbos. De toegang en de tentoonstelling is gratis. Al het werk dat we hier zien is het resultaat van vele vrijwilligers.

Nadat we het bezoekerscentrum verlaten fietsen we naar onze auto om de fietsen terug op te laden. Ik stel de GPS in en rij naar Pulle. Slechts 5km verder houden we halt aan de kapel van Sint-Rochus. Op de hoek Dorpstraat met de Boudewijnlaan. De kapel werd opgericht midden 17de eeuw. De Heilige wordt vereerd tegen besmettelijke ziekten. Waaronder de pest.

In de buurt moet nog een kapel staan van bouwjaar 1900, maar we vinden ze niet. Waar de Fatima grot is weten we niet. We hebben geen adres. We vragen het aan een voorbijganger. We zijn er vlak bij. De straat oversteken en even verder links bevind zich het bedevaartsoord. Er is een kleine parking vlak na de ingang. Het Fatimapark werd in 1935 geopend door Remi van Beirendonck ter ere van O-L-Vrouw van Fatima, waar Maria zou verschenen zijn. Er zijn hier twee kruiswegen en een nagemaakte grot met de opgebaarde Jezus Christus. Er staan nog verschillende kleine kapelletjes met Heiligen, waaronder de H. Rita, H. Anna en Maria, H. Klara, H. St. Jozef en de H. Gabriël. Het is hier een oase van rust en stilte. We zijn dan ook de enige bezoekers. Het is een prachtig onderhouden park.

Het was een leuke en leerrijke dag. Het aantal gefietste kilometers was niet zo veel, maar dat hoeft ook niet. We hebben onze conditie opgebouwd en genoten van de bezochte sites. Vooral het boshuisje was interessant. Heel interessant zelfs. We laten ons terug naar huis rijden door ‘Lucy’, onze GPS. Tot schrijfs. Tekst: Luc Verschooten   Foto’s: Rina Meurs

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Luc Verschooten om 04:01 2 reacties Reageer op dit bericht

Te voet naar de Panne dag 8

Ik wordt redelijk vroeg wakker vandaag. De zon schijnt door het raam naar binnen. Maar ik betwijfel of dat de reden is van mijn vroeg ontwaken. Ik ben vooral zenuwachtig. Ik heb gisteren nog gevraagd aan mijn gastvrouw om vroeg te ontbijten. Om half acht, als het niet te veel moeite is. Neen, was het antwoord, geen enkel probleem. Het is nu half zeven, dus nog een uur tijd om me te wassen en te scheren. Propere kleren aantrekken, want ik wil er op mijn paasbest uitzien. Mijn rugzak terug ordelijk inladen, zodat alles terug meekan. Ik ben ruim op tijd klaar. Om kwart over zeven sta ik al beneden. Voor de eerste maal van de week staat de tafel niet gedekt. Mevrouw heeft zich verslapen. Ze moest nog koffie maken en brood snijden.

Om het kort te houden. Om 08:20u ben ik onderweg voor de laatste 15,6km naar De Panne. Net als gisteren waait er een stevige wind. Ik hou mijn jas aan en rits hem dicht tot aan mijn kin. Ik heb keelpijn, misschien van de wind gisteren. De zon verschuild zich regelmatig achter de wolken. De harde wind, die uit het westen komt, brengt ook het zout mee. Ik proef het precies al op mijn lippen. Of zit dat gevoel tussen mijn twee oren?

Ik neem nog een paar mooie foto’s van het landschap hier in Pollinkhove. In de verte de kerktoren van Alveringem. Het is rustig wandelen op de asfaltbaan. Nu en dan passeert er een auto. Hier doe ik het voor. Wandelen over een weg die zich slingert tussen het groen. Weiden met alle soorten vee of landbouwgrond. De mais staat nog maar enkele centimeters boven de grond. Volgende maand zal hij zo hoog gegroeid zijn dat er van panoramazicht geen sprake meer zal zijn. Vlak voor het centrum zijn er wegenwerken aan de gang. Er is geen doorkomen aan. Ik maak een omweg en gebruik de kerktoren als baken. Tijdverlies, maar niets aan te doen. Ons Rina komt aan in het station van De Panne om 11:10. Dat haal ik nooit. Ik stap iets sneller om de verloren tijd in te halen. Mijn hielen protesteren. Mijn bleinen ook.

Alveringem grenst aan Frans-Vlaanderen en is een uitgestrekte plattelandsgemeente tussen Veurne en Poperinge. Ik wandel voorbij de laatgotische Sint-Audomanuskerk uit de 16de eeuw. Tijdens WOI werd de kerk zwaar beschadigt. Ze werd nadien met de 46 meter hoge toren in zijn oorspronkelijke staat heropgebouwd. Het gemeentehuis van Alveringem werd eveneens zwaar onder vuur genomen tijdens WOI. Het complex werd afgebroken en opnieuw opgetrokken. In 1922 werd het gemeentehuis plechtig ingehuldigd tot aan de fusie in 1977. Nu is het een openbare bibliotheek en een verdiep hoger zijn er de kantoren van het OCMW.

Om 09:10u verlaat ik reeds het centrum en stap duchtig door naar Oeren. Weer word ik aangenaam verrast door enorme landschappen. Oeren is een deelgemeente van Alveringem vanaf 1971. Ik blijf enkele ogenblikken staan voor de dorpsherberg "De Leute". Op het kruispunt van de Oerenstraat en Westover staat het alleenstaand café dat gedateerd is van 1672. Hier vergaderde de gemeenteraad van Oeren tot de fusie in 1971. Het dorpje Oeren leed fel onder de Eerste Wereldoorlog. Heel de Westhoek was een strijdtoneel tijdens de Eerste Wereldoorlog. Honderdduizend soldaten van meer dan 20 nationaliteiten vonden hier de dood. De militaire begraafplaats rond de kerk begon al in 1915. Er bevinden zich 642 graven rond de kerk. Na de grafschennis in 1918 vond hier in 1923 de vierde IJzerbedevaart plaats. De Sint-Apolloniakerk, uit de 16de eeuw, werd grondig gerestaureerd in 1960. Nu doet de kerk voornamelijk dienst als tentoonstellingsruimte.

Ik zet er een stevige vaart achter tot er plots een zwaluw voor mijn neus langs vliegt. Dat verwonderd me wel, maar sta er verder niet bij stil. Een paar stappen verder weer. Dit is geen toeval meer. Ik kijk waar de zwaluw naar toe vliegt. Links van mij, achter bomen en struiken, staan weidepalen met prikkeldraad. Op die prikkeldraad zitten twee jonge zwaluwen met open bek te wachten tot één van de ouders iets in hun bek stopt. Aan hun dons te zien zijn ze nog niet lang uit hun nest. Mooi om af te zien. Maar ik moet verder. Ik blijf tussen landbouwgebied wandelen tot aan de Ieperse Steenweg/N8. Hier moet ik rechts af en wandel links van de baan op het fietspad. Wat een luxe. Daarstraks reden er massaal wielertoeristen op de zijbaan van de N8. Soms met tientallen in een peloton. Met of zonder volgwagen. Deze baan echter is te gevaarlijk denk ik. Hier geen wielertoeristen. Nog steeds wordt ik omringt door natuurschoon, af en toe onderbroken door een alleenstaande hoeve.

In de verte de spits van een kerktoren. Ik denk dat het de kerk van Veurne is. Wie zal het zeggen? Na 1,5km moet ik opletten. Zelfs mijn routeplanner waarschuwt mij dat ik de E40 nader. Opletten dat je niet per ongeluk op de snelweg wandelt. Tenslotte is de snelweg altijd een beetje omrijden. En vandaag wil ik absoluut geen meter te ver omlopen. Ik moet rechtdoor en niet de N35 naar De Panne nemen. Ik blijf op de N8, richting Veurne. Aan de tunnel, vlak voor de bebouwde kom, heb ik een dilemma. Volgens de routeplanner moet ik de N8 blijven volgen, de tunnel in. Maar volgens mij mag je dat niet te voet doen. Er staan wel geen borden: verboden voor voetgangers, maar toch. Er is geen voet- of fietspad. Als alternatief loopt er een weg naast de N8. maar ik weet niet waar die weg eindigt. Dan maar vragen. Ik sta hier al te lang stil. Een fietser wil mijn pad kruisen, maar ik laat hem stoppen. Ik vertel hem het probleem maar hij kan me niet helpen. De alternatieve baan ligt hier nog niet zo lang en hij heeft er nog niet over gereden. Ik beslis dan maar om de alternatieve nieuwe weg te volgen. Alle wegen leiden naar Rome zingt Will Tura. En misschien ook naar Veurne. Tenslotte is de zanger daar geboren. Terwijl ik langs de nieuwe baan wandel komt de zon er opnieuw door. Het wordt warmer. Het wordt ook tijd om even te rusten. Ik ben al enkele uren onafgebroken aan het stappen en dat word ik gewaar. Maar mijn hart zegt door te stappen. Als excuus zeg ik tegen mezelf dat er toch geen zitbanken staan om even uit te blazen. Ik laat Bulskamp links liggen en ook de dorpskom van Veurne laat ik waar ze is, namelijk achter mij. Oef, geen kans om een terrasje te doen. Om 11:00u stap ik over de brug van de Bergenvaart. Een kanaal van ongeveer 23km lang dat in 1293 werd uitgegraven. In 1622 werd dit kanaal door de Spanjaarden verbeterd. Nog 5 kilometer. Ik weet het, ik haal het niet. Enkele minuten later wandel ik langs het kanaal Nieuwpoort-Duinkerke. Dit kanaal blijf ik nu volgen op de baan N39 tot aan mijn eindbestemming. De wind valt iets weg. Ik haal opgelucht adem. Er is een fietspad en maak er dan ook gebruik van. Heel in de verte de kerktoren van Adinkerke. Voor het moment is de toren nog veraf. Maar elke stap die ik doe komt de hij precies dichter en dichter. Rechts van de kerk staat een watertoren. Tussenin zie ik een attractie van Plopsaland. Het vroegere Meli-Park. Om 11:20u krijg ik een sms-je van ons Rina. Ze is op de afgesproken plaats aangekomen. Ik stuur een bericht terug dat ik nog een klein uur moet wandelen. Om 11:45u kom ik aan de rotonde. Hier moet ik naar rechts over de brug van het kanaal. Vanaf hier ben ik in de bebouwde kom van Adinkerke, een deelgemeente van De Panne. Adinkerke ligt nog ongeveer drie km van de kust. Ik stap nu in de Stationstraat tot aan het kruispunt met de Dorpstraat. Hier staat de Parochiekerk Sint-Audomarus met omringd kerkhof. Nog een paar meter tot aan de eindstreep. Ik steek de treinsporen over en sta aan het pas opgepoetste station van Adinkerke dat gebouwd is in 1913. Het is tevens ook het eindpunt van de kusttram.

Hier staat mij een geweldige verrassing te wachten. Aan de overkant van het station barst een daverend applaus los. Ik zie de gezichten van mijn gezin die stralen in de zon. Dit had ik niet verwacht. Ons Rina, onze zonen Danny en Edwin met hun echtgenoten Veerle en Elke. En natuurlijk onze twee kleinkindjes. Ze zijn niet meer te houden. Ze komen afgestormd en werpen zich in mijn armen. Een fantastisch moment dat ik nooit zal vergeten. Nadien hoorde ik zeggen dat dit al van het begin vaststond om mij hier op te wachten. Op het terras van de taverne hebben we nog een uur nagepraat met de nodige verfrissing en een snack. Daarna werd een groepsfoto gemaakt en reden we met het trammetje naar het strand van De Panne.

Langs de dijk wandelen we richting Frankrijk. De Panne is de meest westelijke gemeente van ons landje. Zowat één derde van alle duinen in België vind je in De Panne. Bij laagwater is het strand hier een halve km breed. Het is dan ook een waar paradijs voor zeilwagens en wandelaars. Ons Rina trakteert de kleinkindjes op een go-cart. Zo wandelen we tot aan het monument van Leopold I. Gebouwd op de plaats waar de eerste koning van België op 17 juli 1831 voet zette op Belgisch grondgebied. Het monument werd in 1958 ingehuldigd. Albert I en koningin Elisabeth vestigden zich hier tijdens de Eerste Wereldoorlog in een cottage vlak bij het strand. Daarna trakteer ik nog op een terrasje, maar dan moeten we echt terug als we de trein van vier uur willen hebben. Maar we hebben pech. Er word een tram tussenuit gelaten en de volgende heeft een kwartier vertraging. Zo komt het dat we net de trein zien doorrijden aan het station van Adinkerke. Wachten tot 17:00u.

Tot hier het verslag van mijn voettocht naar De Panne. Conclusie? Bij mooi weer heb ik echt genoten. Van het slechte weer moest ik echt balen. Ik heb me dan enkele keren afgevraagd wat ik aan het doen ben. Maar dat hoort er allemaal bij. Het meest ergerlijke was het wandelen langs de Gewestwegen. Als ik dan een fietspad had mocht ik me gelukkig prijzen. Het is en blijft een risico om langs de baan te wandelen zonder voetpad. Punt.

Ik heb genoten van de kleine dorpjes waar ik door stapte. Maar ook van de grote dorpen en steden. Overal waar ik kwam werd ik geholpen als ik iets vroeg. Ik wil vooral mijn gastgezinnen danken voor de comfortabele slaapplaats die mij werd aangeboden. Het ontbijt was steeds meer dan ik verwachtte. Ik ben overal stipt kunnen vertrekken.

Volgend jaar gaan ons Rina en ik samen een trip maken, maar dan met de fiets. Tot schrijfs. Tekst: Luc Verschooten. Foto’s: Rina Meurs.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Luc Verschooten om 06:31 Reageer op dit bericht

Te voet naar de Panne dag 7

Zaterdag 16 juni 2012. Ik heb fantastisch geslapen in mijn super de lux B&B. Het ontbijt is ook helemaal af. Ik zit helemaal alleen aan de ontbijt tafel. Het duurt dan ook niet lang voor ik klaar ben en afscheid neem. Om half negen ben ik terug op weg voor een tocht van 27 km. Het is mooi weer. De zon schijnt en er is weinig bewolking. Ik ben uitgerust. Vol goede moed begin ik aan mijn laatste dag. Er staat een strakke wind. Maar liever dat dan de regen van gisteren. Ik sla links af, de viaduct over, waar ik een mooi panoramazicht heb. Veel weiland maar ook verschillende kerktorentjes in de verte. Ik ga richting Handzame, een deelgemeente van Kortemark. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd dit dorp volledig verwoest. Zoals gebruikelijk wandel ik links van de baan op het fietspad. Ik heb wind op kop. Voorbij het centrum van Handzame is het nog 3km tot Zarren en 10km tot Diksmuide. Links en rechts is er nog veel weiland. Koeien, schapen en paarden staan rustig samen in één weide in de zon te grazen. Een multiculturele weide zeg maar.

Om 10u arriveer ik in het centrum van Zarren. Ik dacht aan een klein dorp of zelfs in een gehucht te komen. Maar Zarren heeft zelfs een industriezone. Het is toch een landelijk dorp en tevens een deelgemeente van Kortemark. Tijdens WOI werd het centrum zwaar beschadigd en grotendeels vernietigd zodat de bevolking geëvacueerd moest worden. Rechts ligt het dorp Werken. Dat laat ik gewoon links liggen. Werken is voor volgende week. Het stappen gaat goed. Misschien omdat ik gisteren goed heb kunnen rusten? Of omdat het de laatste dag is? Elke stap dat ik doe is een stap naar de eindstreep. Een stap dichter naar de kust en een stap dichter naar De Panne waar ons Rina mij staat op te wachten.

Ik nader Esen en hoop daar iets te kunnen drinken en om eens even uit de wind te kunnen zijn. Maar ik klaag niet. Het is droog en zonnig. Maar die wind hé…! Om kwart voor elf ben ik in het centrum van Esen. Het dorp is een deelgemeente van Diksmuide sinds 1965. Ik kom aan de laatgotische Sint-Petruskerk die ook tijdens WOI zwaar beschadigd werd. In 1922 werd de kerk terug heropgebouwd. Rechts naast de kerk staat het Heilig Hartbeeld op een sokkel van hardsteen met gespreide armen. De namen op de sokkel, alfabetisch gerangschikt als aandenken aan de gesneuvelden van de beide Wereldoorlogen. Ik kijk om me heen. Ik zie nergens een plek om iets te drinken. Zou hier een alcoholverbod van kracht zijn? Ik vraag aan een groepje mannen die aan de kerk staan te praten of hier in de buurt een café is. Ze wijzen me naar Diksmuide te gaan. Ik heb ondertussen circa 8km gestapt. Het gaat redelijk goed. Al zou ik me graag even willen wegsteken voor de wind. Ik stap voorbij "De Dolle Brouwers" hier in het centrum. De fietsende brouwers brouwen hun bieren sinds 1980. De geschiedenis van de brouwerij gaat echter terug tot 1835 toen de plaatselijke arts de stokerij stichtte. Ik verlaat het centrum en houd nog even halt aan de kapel Onze-Lieve-Vrouw ter Hulpe. De legende verteld dat hier op deze plek in 1570 een klein beeldje werd gevonden. Tamelijk zwaar en van witte kleur lag het aan de stronk van een eikenboom. Het beeldje werd daar tentoongesteld en lokte van heinde en verre talrijke bedevaarders. Er werd dan besloten om een kapel te bouwen. Het oorlogsgeweld van 1914-1918 heeft de kapel niet gespaard. Ze werd totaal vernield. In 1929 werd dan de nieuwe kapel plechtig ingehuldigd.

Om 11:30u. bereik ik dan eindelijk het stadscentrum Diksmuide. De stad aan de IJzer en de Handzamevaart. Via een smalle steeg kom ik op de Grote Markt. Aan de overzijde van het plein staat het stadhuis met belfort. De eerste steenlegging vond plaats in 1428. Het stadhuis werd dan verschillende malen vergroot met de eeuwen die verstreken. De laatste grote verbouwingen dateren van 1932 na de gruwelijke Eerste Wereldoorlog. De belforttoren herrees als symbool van de stedelijke vrijheid. De gotische Sint-Niklaaskerk achter het stadhuis werd eveneens tijdens WOI verwoest, maar werd in zijn oorspronkelijke vorm weer opgebouwd. Op 27 mei 1940 echter bombarderen de Duitsers Diksmuide met brandbommen waarbij de kerk praktisch volledig uitbrandt. Ze wordt weer heropgebouwd al slepen de werkzaamheden aan tot het begin van de jaren ’50.

Op de Grote Markt staat het oorlogsgedenkteken met standbeeld van Jacques de Dixmude. Een bevelhebber van het Belgische leger dat zijn hoofdkwartier in het stadhuis had. De generaal verdedigde met zijn regiment en een 6000 man sterke Franse Mariniers tussen 16 oktober en 10 november 1914 de stad Diksmuide. In 1919 werd hij Baron. Generaal Jacques de Dixmude stierf in Stavelot in 1928. Ook op de Grote Markt staat het standbeeld van ’t Manneke uit de mane. Een verwijzing naar een volksalmanak voor Vlaanderen die in 1880 werd uitgegeven door een geheime genootschap. Na de Eerste Wereldoorlog stopte men de uitgave wegens gebrek aan medewerkers. Na een lange onderbreking werd opnieuw gestart met de uitgave van de almanak in 1964. Het beeldhouwwerk is in 1978 ingehuldigd.

Het is terrasjesweer. Maar ik zet mij binnen aan een tafeltje. Zo ben ik een tijdje van de wind verlost. Ik eet een snack en spoel de maaltijd door met een frisse pint. Mijn voeten branden als de hel en zelfs mijn hielen beginnen pijn te doen. Ik neem een lange rustpauze.

Om 13:00u. stap ik weer op. Ik heb nog een eind te gaan. Nog 15 kilometer. Ik stap terug door de steeg om op mijn route te komen. In de verte zie ik de IJzertoren staan dat zowel een vredesmonument als ereteken is voor de vele Vlaamse soldaten die sneuvelden aan het front van de Eerste Wereldoorlog, waar het toen heel heet aan toe ging. Een restant getuigd hiervan is de beruchte Dodengang. De 6 letters op de 84 meter hoge toren: AVV en VVK, betekenen Alles voor Vlaanderen en Vlaanderen voor Kristus. In 1965 verrees de IJzertoren, die prachtig uitzicht biedt op een hoogte van ongeveer 22 verdiepingen over de omgeving. Eind augustus komen hier vele Vlamingen naartoe om de slachtoffers van het front te herdenken. Er is eveneens en tentoonstelling over de WOI.

Een half uur later verlaat ik het centrum van Diksmuide en word onmiddellijk omringd door weiland. Ik stap op de N364. Bovenop het viaduct over de spoorweg moet ik vechten tegen de wind om recht te blijven. Ik heb wel een mooi uitzicht. In de verte rondom mij vijf à zes torenspitsen. Eén ervan is Oudekapelle. Daar wandel ik naartoe, links van de baan. Beneden aan de brug stopt plots het fietspad. Ik moet nu langs de kant van de rijbaan wandelen. Of in de berm ernaast. Er zijn te veel bulten en kuilen in de berm en stap op de doorlopende witte lijn die het einde van de baan aangeeft. Sommige auto’s wijken uit als ze me passeren. Anderen verplichten me opzij te springen in de berm. Het gevaarlijkst zijn de auto’s achter mij. Ik hoor ze wel afkomen, maar schrik toch als een tweede auto de eerste inhaalt en mij rakelings passeert op de rijstrook van de tegenligger. Omdat ik mij in een open vlakte bevindt, waait het precies nog harder dan daarstraks. Maar ik houd de moed erin. Elke stap is een stap dichter naar mijn einddoel. Voor het centrum van Oudekapelle dwars ik een brede waterloop. Ze slalomt tussen het landschap van weiden en landbouwgronden naar Diksmuide. Oudekapelle is sinds 1977 een deelgemeente van Diksmuide. Een landelijk polderdorpje met slechts 130 à 140 inwoners. Ik bezoek de Sint-Jan-Babtistkerk die te midden van een kerkhof en een dubbele rij linden staat. De kerk werd zwaar beschadigt tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tussen 1920-26 werd ze weer heropgebouwd. Ik ben op 2 km van Nieuwkapelle en 6km van Lo. De N364 brengt mij om drie uur in de dorpskom van Nieuwkerke. Een klein landbouwdorp met een 150 tal huizen. Ik stap voorbij het Sint-Pietersplein waarop de heropgebouwde Sint-Petruskerk staat, omringd door de begraafplaats en lindenbomen. De toren staat in de steigers. Ook deze kerk werd tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar beschadigd door bombardementen. Ze werd heropgebouwd tussen 1921-25.

Ik verlaat het centrum en wandel weer langs de kant van de baan. Weer geen fietspad. Wordt hier dan nooit gefietst? Is er hier altijd zoveel wind, en kan je daardoor gewoon niet fietsen? Er passeert mij toch één fietser, een wielertoerist. Maar die rijden toch nooit op het fietspad. Daarom zijn hier geen fietspaden. In de verte de spits van een kerktoren. Van Lo? Ik hoop het. Ik was aan het eind van mijn krachten. Naar alle redelijke maatstaven heb ik de grenzen van het menselijke uithoudingsvermogen al een tijd overschreden. Mijn spieren zijn uitgeput. Mijn voeten voelen aan als hete kolen en mijn hielen probeer ik te sparen, maar dat lukt niet.

Om 16:00u ben ik in het centrum van Lo, een deelgemeente van Lo-Reninge. De op één na kleinste stad van België. Rechts de Sint-Pieterskerk dat vroeger een deel was van de Augustijner abdij. Het oudste gedeelte dateert uit de 13de eeuw. In 1400 werd de kerk vergroot. In 1915 werd de kerk heropgebouwd na de verwoesting van WO I.

Links pronkt het Oud stadhuis met belfort dat nu een hotel en restaurant herbergt. Het stadhuis dateert van 1565. In 1566 werd dan de toren gebouwd met de stadsklok en een kleine beiaard.

In café "De Kleine Vate" lonkt het terras in het zonnetje. Ik ga echter weer binnen zitten. Uit de wind. Ik wil eerst nog wat rusten en iets drinken voor ik naar Pollinkhove stap. Mijn laatste slaapplaats voor De Panne. Een uur later stap ik opnieuw op. Ik moet niet langs het centrum van Pollinkhove. Voor de kerk sla ik links af, richting Lobrug. Zo kom ik enkele minuten later aan de Westpoort. Deze poort dateert van 1250. Eén van de zeldzaamste stadspoorten in West-Vlaanderen. De Caesarboom aan de andere kant van de Westpoort is een oude taxusboom. Volgens een oude legende zou Julius Caesar zijn paard aan deze boom hebben vastgebonden. Nu is de stam dicht gemetst en de takken worden gestut door middel van ijzeren stangen.

Ik verlaat Lo via de Lobrug die de Lovaart overbrugt. Rechts over de brug staat de Lomolen. Een houten hek met een groot hangslot laat niet toe dat iemand de molen kan benaderen. Ik moet nog een eind tot aan het tankstation. Een uur later ben ik toch op mijn slaapadres. Het is ondertussen half zeven geworden. Ik ben moe maar tevreden. Langs een zoldertrapje kom ik op de zolder. Hier is een aparte slaapkamer gemaakt. Ook een badkamer en aparte toilet. Het is sober, maar voor mij is het voldoende. Tot morgen. Tekst: Luc Verschooten. Foto’s: Rina Meurs.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Luc Verschooten om 12:19 Reageer op dit bericht

Te voet naar de Panne dag 6

Om kwart over zeven sta ik op en kijk door het raam naar buiten. Het is zwaar bewolkt met regen en wind. Ik heb onmiddellijk zin in een baaldag. Mijn voeten branden als de hel en de spieren in mijn kuiten willen er allemaal uit. Het bad van gisteren heeft niet geholpen.

Het povere ontbijt dat ik voorgeschoteld krijg maakt mijn humeur er niet beter op. Ik zou een reuze honger moeten hebben want ik heb gisterenavond niets meer gegeten. Ik ontbijt, maar het smaakt me niet. Ik neem afscheid en verlaat de woning om 08:30u Het miezert, maar hou de paraplu dicht in mijn hand. Wandelen in de regen schijnt gezond te zijn voor de zenuwen en de bloedsomloop. Maar die regel gaat voor mij niet op. Ik ben tenslotte een zonneman. Een serreplant eigenlijk. Ik vertrek voor een tocht van 30,4km. naar Kortemark. Mijn langste wandeling van de week. Ik vond geen slaapgelegenheid dichterbij. Bij mooi weer zou me dat zeker lukken. Nu begin ik te twijfelen. Het centrum van Beernem bestaat uit de oude dorpskern ten noorden van het kanaal Gent-Brugge en een nieuw gedeelte ten zuiden van dit kanaal naast de snelweg E40. Ik stap voorbij de kerk van Beernem. De Sint-Amanduskerk. In 1901 werd begonnen met de afbraak van de bestaande kerk en aan de opbouw van de neogotische kruiskerk met omliggende begraafplaats. Ik bel getrouw rond negen uur met ons Rina en kleindochter Yuna. Mijn hart breekt als ze een uitleg begint te doen waar ik niets van begrijp. Ik zou nu graag bij hen zijn en hun in mijn armen sluiten. Na ons gesprek verman ik me en kijk voorzichtig rond of iemand mij in het oog houd. Het begint harder te regenen en verschuil me onder de paraplu. Ik ben ineens het noorden kwijt. Ik kijk op mijn routeplan en zie dat ik verkeerd ben. Ik wil aan een plaatselijke inwoner vragen waar de Scherpestraat is. Alle Beernemnaars zitten knusjes binnen achter de kachel. Het dorp lijkt wel uitgestorven. Ik kan ze geen ongelijk geven. Het is geen weer om een hond door te jagen. Ik ga intuïtief verder en dat blijkt een goede keuze. Een uur later en wat gefrustreerd verlaat ik het centrum. Ik wandel zoals gewoonlijk links van de baan op het fietspad. Links en rechts polderlandschap, maar het kan me niet bekoren. Onderweg aan een benzinestation hangt een thermometer. Hij toont 15°C aan. Gisteren was het 24°C. Een groot verschil. Om half elf dwars ik de snelweg E40. Het stinkt hier naar veevoeder. Ruddervoorde is een deelgemeente van Oostkamp. Voor het centrum wandel ik voorbij een uitgebrande villa. Het gebouw is omringd met een hekwerk. Ik blijf er even bij stilstaan. Het is pakkend. De mensen die hier gewoond hebben zijn alles kwijt. Dan denk ik dat ik het toch goed heb, zelfs in de regen.

Diep onder de indruk bereik ik de Sint-Eligiuskerk op de Markt. Het is een gotische kerk die in 1884 aanzienlijk vergroot is. Op verschillende plaatsen op de Markt staan plaasteren koeien tentoongesteld. Deze kunstkoeien zijn geschilderd in verschillende kleuren. Het fleurt het hele dorp op. Ik heb honger gekregen en ga het eetcafé binnen over de kerk. Ik doe mijn paraplu in de paraplubak en trek mijn regenjas uit. Ik bestel een croque monsieur en geniet er ten volle van met een pintje bier. De waardin is nieuwsgierig naar mijn trip en ik vertel haar in enkele woorden waar ik naar toe ga en van waar ik kom. Ze wenst mij nog veel geluk toe met mijn verdere tocht. Dat geluk heb ik hard nodig want de volgende regenbui kondigt zich weer aan. Na mijn lunch, het is ondertussen 14:00u geworden, stap ik naast de kerk de Torhoutsestraat in. Er steekt een strakke wind op. Ik moet mijn paraplu stevig vasthouden want hij wil er alleen vandoor. Ik ben onderweg naar Balie-Brugge. Het is nog 18km tot aan mijn volgende slaapadres in Kortemark. Ik heb er geen zin meer in. Ik probeer te liften. Het duurt toch nog een half uur voor een brave ziel stopt en me een eindje wil meenemen. We geraken aan de praat en in plaats van een eindje brengt de man mij tot vlak voor het centrum van Kortemark. Dit was nu echt niet mijn bedoeling, maar ja. Hierdoor heb ik vijftien kilometer minder gestapt. Ik verken het dorp op mijn gemak. Het is gestopt met regenen en het begint zelfs op te klaren. Ik sta stil voor de Sint-Bartholomeuskerk op de Markt. Gebouwd tussen 1923-25. Tegen de kerkmuren zijn nog graftekens van de vroegere pastoors te zien. Een restant van het vooroorlogse kerkhof. Het dorp ligt er rustig bij. Ik stap naar het stationsgebouw dat dateert van 1858, dat in de Eerste Wereldoorlog hevig werd beschoten tijdens het zomeroffensief van de geallieerden in 1917. In 1920 werd het station geheel gerenoveerd. Het gemeentehuis vlak naast het politiebureel in de Stationsstraat was oorspronkelijk het woonhuis van de familie Talpe. Het gebouw kreeg 20 jaar geleden een administratieve functie. Recentelijk nog, Anno 2000, werd het zelfs nog aangepast aan de noden en behoeften van een modern gemeentehuis. Ik probeer in het centrum nog iets te drinken. Ik zie nergens een mogelijkheid om mijn dorst te stillen. Langs de Staatsbaan wandel ik nog twee kilometer tot het viaduct. Hier naar links en zonder op mijn plan te kijken stap ik tot het einde van de straat. Daar zie ik dat ik het huisnummer heb verdraaid. Terug dus. Om 16:00u. bereik ik dan mijn gastverblijf. Een grote vrijstaande woning met een vriendelijk echtpaar. In de luxe keuken wordt ik vergast op koffie met koek terwijl we praten over wandelen. De man heeft enkele jaren geleden een tocht gemaakt naar Compostela. Hij heeft er een zware ontsteking aan de voet aan overgehouden. Hij zou het ook nooit meer doen vertelt hij nog. Zeker niet als er thuis nog iemand op je wacht.

Na onze babbel wordt ik naar mijn kamer gebracht. Als ik al in een luxe kamer heb overnacht, dan is dit wel een super de lux kamer. Dit koppel start dan ook met een B&B. Om eerlijk te zijn, het is het waard. Na een bad voel ik mij als herboren. Zonder avondeten kruip ik onder de wol en slaap als een roos. Tot morgen. Tekst: Luc Verschooten. Foto’s: Rina Meurs.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Luc Verschooten om 08:19 Reageer op dit bericht

Te voet naar de Panne dag 5

Om kwart voor negen wandel ik reeds in het zonnetje door het centrum van Eeklo. Het wordt een wandeling van exact 20 kilometer tot aan mijn volgende slaapadres te Oedelem in Beernem. Ik sla links af, de Zonnebloemstraat in. Ik had weer een fantastisch ontbijt. Met alles er op en eraan. Met een goed gevulde maag bereik ik de Sint-Vincentiuskerk met zijn 100 meter hoge toren. Dit heiligdom is in neogotische stijl gebouwd van 1878 tot en met 1883. In de schaduw van de kerk staat het Stadhuis met belfort uit de 17de eeuw. Het belfort is nochtans van 1932. De toren is 35 meter hoog en oorspronkelijk opgericht als symbool van de vrijheid en democratie, maar ook ter nagedachtenis van de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Dit pronkstuk staat op de Markt met een fontein ernaast. Rechtover het stadhuis staat een stalen sokkel van 7 meter hoog. Daar bovenop pronkt een bronzen beeld van de Eeklose "Herbakker". De legende van 1750 die verteld over een bakker die met zijn zoon naar deze stad kwam om een nieuw gebakken hoofd met krulharen. Hij kon ook kiezen tussen schele of loense ogen. Nadien stuurde de bakker zijn zoon naar Parijs om te studeren. Geloof het of niet, maar de zoon studeerde af als een aanzienlijk geleerd man. Het is markt vandaag. Het is enorm druk. Ik neem enkele foto’s en verlaat de markt. Ik steek de Markt over en ga verder door de Koning Albertstraat. Om 09:30u verlaat ik het centrum langs de Raverschootstraat. Deze straat eindigt aan de Raverschootbrug over het Schipdonkkanaal. De brug is in 1952 vernieuwd na oorlogsschade. Er moet, sinds 1992, een oorlogsgedenksteen staan met de lijst van gesneuvelden. Het kanaal is 56km lang en is officieel een afleidingskanaal van de Leie. Het graven en afwerken gebeurde tussen 1846 en 1860. Het Schipdonkkanaal vormt de natuurlijke grens tussen Eeklo en Maldegem. Over de brug staat een taverne-tea room "In ’t Stadhuis van Raverschoot". Anno 1846. Eind 1990 werd ’t Stadhuis gerestaureerd en heringericht. De herberg wordt vanaf dan een restaurant. Een paar stappen verder ben ik in Adegem. Eén van de oudste dorpen van Oost-Vlaanderen. Vanaf 1977 werd dit dorp bij Maldegem gevoegd. Daar was indertijd heel wat protest op gekomen, maar dat mocht niet baten.

Ik wandel links van de baan op het fietspad in het zonnetje. De temperatuur stijgt precies na elke stap. Ik heb nog chocoladekoeken in mijn rugzak zitten. Het zou zonde zijn moesten die smelten. Ik probeer dan zoveel mogelijk in de schaduw van de bomen te lopen. Op een zeker moment blijf ik stilstaan om te luisteren. Het enige wat ik hoor zijn vogels. Verschillende soorten die tegen elkaar op hun serenade ten berde brengen. Na de drukte van de markt in Eeklo is dit een welkomstgeschenk. Ik wandel tussen weilanden met paarden en tussen landbouwgrond, al dan niet beplant. Het is half elf als ik bij het Canada War Museum ben. Rechts van de baan staat een shermantank op een sokkel tegenover de ingang. Ik wandel langs de grote poort binnen. Dit museum werd opgericht door Gilbert van Landschoot naar de wens van zijn vader die iets wilde terug doen voor de Canadezen. Zijn vader hielp tijdens de Tweede Wereldoorlog vele soldaten onderduiken. Vijftig jaar later, in 1995, werd het museum officieel geopend. Er is ook een cafetaria, maar dat is nog niet open. Ik neem wat foto’s en ga binnen in de inkomhal. Alles is nog pikdonker. Normaal moet het museum open zijn. Ik ga dan maar terug naar de baan en vervolg mijn wandeling. Het is hier een bosrijk gebied. Rustig om te wandelen. Slechts nu en dan een auto. Sommigen groeten bij het voorbijrijden. Ik geniet van alles nu. Ik was na een tijdje toch verrast omdat ik mij plots in een industriepark bevond. Ik moest eigenlijk in het centrum van Maldegem zijn. Op de Krommeweg. Even later blijkt de straatnaam te kloppen. Ik wil toch zekerheid, maar voetvolk is hier niet. Uitsluitend zware vrachtwagens die kris kras van A naar B rijden. Na een tijdje kan ik dan toch een fietser staande houden. Hij bevestigd dat ik juist loop. Een paar minuten later bereik ik de Aalterbaan en sla rechtsaf. Aan de Expresweg moet ik rechtdoor maar er is geen verkeerslicht voor fietsers en voetgangers. Dan maar met de vrachtwagens meelopen, die de gevaarlijke baan ook dwarsen of oprijden. In de verte zie ik het logo hangen van een biermerk. Ik ben er aan toe. Ik heb geen water meer. Door de warmte zit ik door mijn voorraad. Ik zou ook wel iets willen eten. Het is al lang middag geweest. Het logo behoort inderdaad bij een etablissement, maar het is gesloten. Het is zelfs voorgoed gesloten. Het gebouw staat te huur en of te koop. De schuld van het rookverbod? Ik heb ondertussen een grote elf kilometer gewandeld zonder een café of taverne te passeren. Blijkbaar zijn het hier allemaal geheelonthouders. Een zitbank ben ik ook niet gepasseerd. Het zou nochtans een luxe zijn nu. Ik ga wat rustiger stappen. Aan een klein tankstation onderweg staat een drankautomaat. Ik dacht eerst aan een fata morgana. Toen ik er geld instak kwam er toch drank uit. Ik zet mij in het gras neer en doe mijn wandelschoenen uit. Ik houd een picknick langs de kant van de weg met mijn chocolade koeken en een overheerlijke koele frisse cola. Ik geniet er van alsof het een culinair diner in een vijf sterren hotel is. Passanten glimlachen als ze me zien zitten.

Om 13:30u stap ik terug verder. Het is nog ongeveer zeven kilometer tot Oedelem. Tijd zat. Ik stap nog steeds tussen natuur. Alleen de baan verplicht mij om voorzichtig te zijn. Er is echter heel weinig verkeer. Ik trek door de wijk Vossenhol. Om 15:00u houd ik weer een korte pitstop langs de kant van de weg. Deze keer uit de zon. In de verte zie ik de spits van de kerktoren van Oedelem. Het dorp is een deelgemeente van de gemeente Beernem. Ik ben zonder te merken in de Provincie West-Vlaanderen beland. Nog een half uur wandelen. Ik zet mijn pet op. Beter laat dan nooit. Ik heb gelukkig nog een flesje water uit de automaat meegenomen. Een half uur later bereik ik het centrum van Oedelem. Ik moet niet in het centrum zijn, doch ik wijk van mijn route af en ga toch eerst naar de Markt. Ik stap eerst naar het voormalige gemeentehuis of voormalig "schepenhuys". De Toeristische- en de Heemkundige dienst is hier gevestigd. De trouwzaal kan je bekijken en het geeft de sfeer weer hoe het er vroeger uit zag. Kaal, sober en eentonig. Zitplaatsen van afgedankte kerkstoelen. Voor kleine dienstverleningen kan je hier nog terecht. Er worden momenteel reparatiewerken gedaan aan het dak. Ik zet me neer op het terras van café "De Klimop" in het zonnetje. Ik bestel en geniet van een biertje. Op het Marktplein staat een kiosk die een bunker camoufleert uit de Eerste Wereldoorlog.

Om zes uur ben ik bij mijn gastgezin buiten het centrum. Een ouder koppel met twee kleinkindjes. Het is gezellig. Er wordt duchtig over en weer gepraat over wandelen en fietsen. Het echtpaar fietst per dag ongeveer 90km. Om zeven uur trek ik mij terug op mijn kamertje. Het was vandaag een fantastische, zonnige en warme dag. Eerst druk maar nadien kreeg ik een natuurstoot die me de rest van de dag is bijgebleven. Tot morgen. Tekst: Luc Verschooten. Foto’s: Rina Meurs.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Luc Verschooten om 12:20 Reageer op dit bericht

Meer van Wij wandelen en fietsen

↑ Terug naar de berichten