6. Het Achterhuis
zachtjes lopen en praten
De onderduikers moeten oppassen dat ze niet gezien worden door de Duitsers. Daarom zijn er strenge regels in huis. Overdag, als er mensen op kantoor zijn, moeten ze zachtjes lopen en praten. Ze mogen de kraan niet gebruiken en de wc niet doortrekken. De gordijnen blijven altijd dicht, dus niet open doen. ’s Avonds mag het licht pas aan als de ramen zijn verduisterd. Hun afval moeten ze verbranden in de kachel, ook op warme zomerdagen. De onderduikers hebben eten in de voorraad liggen. Verder krijgen ze eten van hun helpers, vier mensen van het kantoor van Otto. Die helpers en de radio zijn de enige contacten met de buitenwereld. Soms helpen de onderduikers met klusjes van het kantoor. Anne schrijft ook nog in haar dagboek dat ze niet goed met haar moeder kan opschieten ze schrijft vaak dat ze een hekel aan haar heeft. Anne is zo gespannen dat ze kalmerende pillen slikt. Anne voelt zich opgesloten, als een vogel in een kooi en ze snakt ernaar om naar buiten te gaan. Het enige wat ze kan doen is door een kier naar buiten kijken. Ze hopen allemaal dat de oorlog snel voorbij zal zijn

















